AEG 41886GT-WN, tekst van de handleiding
Pagina's 18–33 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 18
18 www.aeg.com
- Krassen of donkere vlekken op de oppervlakte hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Was de onderdelen van roestvrij staal af met water en droog ze vervolgens met een zachte doek.
8.2 De kookplaat schoonmaken
- Verwijder direct: gesmolten plastic, gesmolten folie, suiker en suikerhoudende gerechten. Anders kan het vuil de kookplaat beschadigen. Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen.
- Verwijder nadat de kookplaat voldoende is afgekoeld: kalk- en waterkringen, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleuringen. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel.
Droog de kookplaat na reiniging af met een zachte doek.
- Was de geëmailleerde delen, deksel en kroon met een warm sopje en laat ze goed drogen alvorens ze terug te plaatsen.
8.3 Reinigen van de ontstekingsknop
Dit onderdeel is uitgerust met een keramische ontstekingsbougie met een metalen elektrode. Reinig deze onderdelen altijd grondig, om moeilijkheden bij het aansteken te
voorkomen, en controleer of de branderkroonopeningen niet verstopt zijn.
8.4 Pannendragers
De pansteunen zijn niet bestand tegen afwassen in een afwasautomaat. Ze moeten met de hand worden afgewassen.
- 1. U kunt de pansteunen verwijderen voor een gemakkelijke reiniging van het kookplaat.
Ga zeer voorzichtig te werk bij het vervangen van de pannendrager, dit om schade aan het oppervlak van de kookplaat te vermijden.
- 2. De emaillelaag kan scherpe randen hebben, dus wees voorzichtig tijdens het met de hand afwassen en afdrogen. Verwijder hardnekkige vlekken zo nodig met een pastareiniger.
- 3. Zorg er na het reinigen van de pansteunen voor dat u ze in de juiste stand terugplaatst.
- 4. Om ervoor te zorgen dat de brander goed werkt, moeten de armen van de pannendrager in het midden van de brander worden geplaatst.
8.5 Periodiek onderhoud
Raadpleeg regelmatig uw lokale serviceafdeling, om de staat van de gastoevoerleiding en de drukregelaar (indien gemonteerd) te controleren.
9. OVEN - DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Pagina 19
NEDERLANDS 19
9.1 Het apparaat aan- en uitzetten
Het hangt van het model of uw apparaat knopsymbolen, indicatielampjes of lampjes heeft:
- Het lampje gaat aan als het apparaat in werking is.
- Het symbool geeft aan of de knop de kookzones, de ovenfuncties of de temperatuur bedient.
- Het indicatielampje gaat aan wanneer de oven opwarmt.
- 1. Zet de functieknop van de oven op een ovenfunctie.
- 2. Draai de temperatuurknop om een temperatuur te kiezen.
- 3. Draai om het apparaat uit te schakelen, de knop voor de ovenfuncties en de knop voor de temperatuur in de uit-stand.
9.2 Veiligheidsthermostaat
Een onjuiste bediening van het apparaat of defecte componenten kunnen gevaarlijke oververhitting veroorzaken. Om dit te voorkomen is de oven voorzien van een veiligheidsthermostaat die de stroomtoevoer onderbreekt. Zodra de temperatuur is gedaald, wordt de oven automatisch weer ingeschakeld.
9.3 Ovenfuncties
| Symbool | Ovenfuncties | Applicatie |
|---|---|---|
| Uit-stand | De oven staat uit. | |
| Conventioneel koken | Voor het bakken en braden op één ovenniveau. | |
| Onderwarmte | Voor het bakken van taarten met een knapperige bodem en het inmaken van voedsel. | |
| Vochtig Bakken | Deze functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen. Zie het hoofdstuk 'Hints and tips’ voor bereidingsinstructies Vochtig Bakken. De ovendeur dient tijdens de bereiding gesloten te zijn, zodat de functie niet wordt onderbroken en om ervoor te zorgen dat de oven op de hoogst mogelijke energie-efficiëntie functioneert. Bij het gebruik van deze functie kan de temperatuur in de ruimte verschillen van de ingestelde temperatuur. Het verwarmingsvermogen kan worden verminderd. Zie voor algemene aanbevelingen voor energiebesparing het hoofdstuk ‘Energie-efficiëntie’, Oven - Energiebesparing. Deze functie wordt gebruikt om de energie-efficiëntieklasse vast te stellen overeenkomstig EN 60350-1. | |
| Grillen | Om plat voedsel te grillen en brood te roosteren. Maximale temperatuur voor deze functie is 210 °C. |
Pagina 20
20 www.aeg.com
| Symbool | Ovenfuncties | Applicatie |
|---|---|---|
| Hetelucht | Om op 2 rekstanden te bakken en tegelijk voedsel te drogen.Stel de temperatuur 20 - 40 °C lager in dan voor Conventioneel koken. | |
| Ontdooien | Om voedsel te ontdooien (groenten en fruit). De ontdooitijd hangt af van de hoeveelheid en dikte van het voedsel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
10. OVEN - KLOKFUNCTIES
10.1 Kookwekker
Gebruik de kookwekker voor het instellen van een afteltijd.
Deze functie heeft geen invloed op de werking van het apparaat.
- 1. Stel een ovenfunctie en de temperatuur in.
- 2. Draai de knop van de timer zover als mogelijk is en draai de knop dan terug tot aan de benodigde tijd. Als deze tijd is verstreken, hoort u een geluidssignaal.
11. OVEN - GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
11.1 De accessoires plaatsen
Bakrooster:
Het rooster heeft een speciale vorm aan de achterkant waardoor de warmtecirculatie wordt bevorderd.
Plaats het rooster in de roosterstand. Zorg ervoor dat het de achterwand van de oven niet raakt.
Plaat:
Duw de bakplaat niet helemaal tot de achterwand van de oven. Dit zal voorkomen dat de warmte rondom de bakplaat kan circuleren. Het gerecht kan verbranden, vooral aan de achterzijde van de bakplaat.
Plaats het blik of de diepe plaat op het ovenniveau. Zorg ervoor dat het de achterwand van de oven niet raakt.
Pagina 21
NEDERLANDS 21
12. OVEN - AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
De temperaturen en baktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Deze zijn afhankelijk van de recepten en de kwaliteit en de hoeveelheid van de gebruikte ingrediënten.
12.1 Algemene informatie
- Het apparaat heeft vier inzetniveaus.
Tel de inzetniveaus vanaf de bodem van het apparaat.
- Het apparaat heeft een speciaal systeem dat de lucht circuleert en voor doorlopende recycling van stoom zorgt. Dankzij dit systeem is het mogelijk om voedsel te bereiden in een atmosfeer met stoom en worden de gerechten zacht van binnen en knapperig van buiten.
Bovendien worden de bereidingstijd en het energieverbruik tot een minimum beperkt.
- Vocht kan in het apparaat of op de glazen deurpanelen condenseren. Dit is normaal. Ga altijd iets terug staan van het apparaat als u de deur van het apparaat tijdens de werking opent.
Om de condens te verminderen, dient u het apparaat 10 minuten te laten voorverwarmen.
- Veeg na elk gebruik het vocht van het apparaat.
- Plaats geen voorwerpen direct op de bodem van het apparaat en bedek de bodem tijdens de bereiding niet met aluminiumfolie. Dit kan de bakresultaten veranderen en de emaillelaag beschadigen.
12.2 Bakken
- Het kan gebeuren dat uw oven anders bakt of braadt dan het apparaat dat u vroeger had. Pas de instellingen (temperatuur, kooktijden) en de rekstand die u gewoon was aan volgens de waarden in de tabellen.
- De fabrikant raadt u aan de eerste keer een lagere temperatuur in te stellen.
- Als u geen concrete aanwijzingen kunt vinden voor een speciaal recept, kijkt u bij een soortgelijk product.
- Bij het bereiden van cake op meerdere niveaus kan de baktijd ca. 10 - 15 minuten langer zijn.
- Als het gebak niet overal even hoog is, wordt het gebak in het begin van het bakproces niet overal even bruin. Verander in dit geval de temperatuurinstelling niet. De verschillen verminderen tijdens het bakproces.
- Bij langere baktijden kunt u de oven ca. 10 minuten voor het einde van de baktijd uitschakelen en profiteren van de restwarmte.
Wanneer u bevroren gerechten gebruikt, kunnen de bakplaten in de oven tijdens het bakken vervormen. Wanneer de bakplaten afkoelen, verdwijnt de vervorming.
12.3 Voor de bereiding van gebak
- De ovendeur mag pas worden geopend als driekwart van de baktijd is verstreken.
- Als u twee bakplaten tegelijkertijd gebruikt, dient u één niveau ertussen leeg te laten.
12.4 Voor de bereiding van vlees en vis
- Gebruik een diepe bak voor erg vet voedsel om te oven te behoeden voor blijvende vetvlekken.
- Laat het vlees ongeveer 15 minuten rusten voordat u het aansnijdt, zodat het vleessap er niet uit stroomt.
- Om te veel rook tijdens het braden in de oven te vermijden, kunt u een beetje water in de lekbak gieten. Om rook te vermijden, voegt u water toe wanneer het is opgedroogd.
Pagina 22
22 www.aeg.com
12.5 Bereidingstijden
De bereidingsduur is afhankelijk van het soort voedsel, de samenstelling en het volume.
Houd in eerste instantie het bereidingsproces in de gaten. Zoek bij
het gebruik van dit apparaat de beste instellingen (temperatuur, bereidingsduur, etc.) voor uw kookgerei, recepten en hoeveelheden.
12.6 Boven + onderwarmte
| Gerecht | Gewicht (g) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | Accessoires |
|---|---|---|---|---|---|
| Deegreepjes voor op vlaaien/ taarten | 250 | 150 | 25 - 30 | 3 | bakblik |
| Platte cake 1) | 1000 | 160 - 170 | 30 - 35 | 2 | bakblik |
| Koffiebroodjes met appel en gist | 2000 | 170 - 190 | 40 - 50 | 3 | bakblik |
| Pannenkoek | 1500 | 160 - 170 | 45 - 55 2) | 2 | bakblik |
| Hele kip | 1350 | 200 - 220 | 60 - 70 | 2 | rooster |
| 1 | bakblik | ||||
| Halve kip | 1300 | 190 - 210 | 35 + 30 | 3 | rooster |
| 1 | bakblik | ||||
| Gebraden varkenskotelet | 600 | 190 - 210 | 30 - 35 | 3 | Bakrooster |
| 1 | bakblik | ||||
| Broodtaart 3) | 800 | 230 - 250 | 10 - 15 | 2 | bakblik |
| Gevulde gistcake 4) | 1200 | 170 - 180 | 25 - 35 | 2 | bakblik |
| Pizza | 1000 | 200 - 220 | 25 - 35 | 2 | bakblik |
| Kwarktaart | 2600 | 170 - 190 | 60 - 70 | 2 | bakblik |
| Zwitserse appelflan 4) | 1900 | 200 - 220 | 30 - 40 | 1 | bakblik |
| Kerstcake 4) | 2400 | 170 - 180 | 55 - 65 5) | 2 | bakblik |
| Quiche Lorraine 4) | 1000 | 220 - 230 | 40 - 50 | 1 | 1 ronde aluminium bakplaat (diameter: 26 cm) |
Pagina 23
NEDERLANDS 23
| Gerecht | Gewicht (g) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | Accessoires |
|---|---|---|---|---|---|
| Boerenbrood 6) | 750 + 750 | 180 - 200 | 60 - 70 | 1 | 2 aluminium bakplaten (lengte: 20 cm) |
| Roemeense biscuittaart 1) | 600 + 600 | 160 - 170 | 40 - 50 | 2 | 2 aluminium bakplaten (lengte: 25 cm) op dezelfde hoogte |
| Roemeense biscuittaart - traditioneel | 600 + 600 | 160 - 170 | 30 - 40 | 2 | 2 aluminium bakplaten (lengte: 25 cm) op dezelfde hoogte |
| Gistbroodjes 4) | 800 | 200 - 210 | 10 - 15 | 2 | bakblik |
| Opgerolde cake met jam 1) | 500 | 150 - 170 | 15 - 20 | 1 | bakblik |
| Meringue | 400 | 100 - 120 | 40 - 50 | 2 | bakblik |
| Kruimeltaart 4) | 1500 | 180 - 190 | 25 - 35 | 3 | bakblik |
| Botertaart 1) | 600 | 180 - 200 | 20 - 25 | 2 | bakblik |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
- 1) Verwarm de oven 10 minuten voor.
- 2) Nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld, laat u de cake nog 7 minuten in de oven.
- 3) Verwarm de oven 20 minuten voor.
- 4) Verwarm de oven 10-15 minuten voor.
- 5) Nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld, laat u de cake nog 10 minuten in de oven.
- 6) Stel de temperatuur in op 250 °C en warm de oven 18 minuten voor.
12.7 Multi hetelucht
| Gerecht | Gewicht (g) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | Accessoires |
|---|---|---|---|---|---|
| Deegreepjes 1) | 250 | 155 | 20 | 3 | bakblik |
| Deegreepjes 1) | 250 + 250 | 150 | 20 | 1 + 3 | bakblik |
| Platte cake 1) | 1000 | 155 | 35 | 2 | bakblik |
| Platte cake 1) | 1000 + 1000 | 145 | 50 | 1 + 3 | bakblik |
| Koffiebroodjes met appel 1) | 2000 | 170 - 180 | 40 - 50 | 3 | bakblik |
Pagina's 24–25: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 26
26 www.aeg.com
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | Accessoires |
|---|---|---|---|---|
| Cake in bakblik | ||||
| Soufflé | 210 | 35 - 45 | 2 | zes keramieken vormpjes op rooster |
| Luchtige vlaaibodem | 180 | 25 - 35 | 2 | flanvorm op rooster |
| Taart | 150 | 35 - 45 | 2 | cakevorm op rooster |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
| Vis | ||||
|---|---|---|---|---|
| Vis in zakjes 300 g | 180 | 25 - 35 | 2 | bakplaat of grill- / roosterpan |
| Hele vis 200 g | 180 | 25 - 35 | 2 | bakplaat of grill- / roosterpan |
| Visfilets 300 g | 180 | 30 - 40 | 2 | pizzavorm op rooster |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
| Vlees | ||||
|---|---|---|---|---|
| Vlees in zakje 250 g | 200 | 35 - 45 | 2 | bakplaat of grill- / roosterpan |
| Vleesspiesjes 500 g | 200 | 30 - 40 | 2 | bakplaat of grill- / roosterpan |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
| Kleine gebakken items | ||||
|---|---|---|---|---|
| Koekjes | 170 | 25 - 35 | 2 | bakplaat of grill- / roosterpan |
| Makronen | 170 | 40 - 50 | 2 | bakplaat of grill- / roosterpan |
| Muffins | 180 | 30 - 40 | 2 | bakplaat of grill- / roosterpan |
| Smakelijke cracker | 160 | 25 - 35 | 2 | bakplaat of grill- / roosterpan |
| Zandkoekjes | 140 | 25 - 35 | 2 | bakplaat of grill- / roosterpan |
| Tartelettes | 170 | 20 - 30 | 2 | bakplaat of grill- / roosterpan |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
| Vegetarisch | ||||
|---|---|---|---|---|
| Groentemix in zakjes 400 g | 200 | 20 - 30 | 2 | bakplaat of grill- / roosterpan |
| Omelet | 200 | 30 - 40 | 2 | pizzavorm op rooster |
| Groenten op plaat 700 g | 190 | 25 - 35 | 2 | bakplaat of grill- / roosterpan |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
12.9 Aanwijzingen voor testinstituten
| Gerecht | Functie | Temperatuur (°C) | Accessoires | Roosterhoogte | Tijd (min) |
|---|---|---|---|---|---|
| Kleine cakes (16 stuks/bakplaat) | Conventioneel koken | 160 | bakblik | 3 | 20 - 30 |
Pagina 27
NEDERLANDS 27
| Gerecht | Functie | Temperatuur (°C) | Accessoires | Roosterhoogte | Tijd (min) |
|---|---|---|---|---|---|
| Kleine cakes (16 stuks/bakplaat) | Hetelucht | 160 | bakblik | 1 + 3 | 30 - 40 |
| Appeltaart (2 vormen Ø 20 cm, diagonaal geplaatst) | Conventioneel koken | 190 | rooster | 1 | 65 - 75 |
| Biscuittaart zonder vet | Conventioneel koken | 180 | rooster | 2 | 20 - 30 |
| Biscuittaart zonder vet | Hetelucht | 170 | rooster | 1 + 3 | 30 - 40 |
| Zandtaartdeeg / Gebakreepjes | Conventioneel koken | 140 | bakblik | 3 | 15 - 30 |
| Zandtaartdeeg / Gebakreepjes | Hetelucht | 140 | bakblik | 1 + 3 | 15 - 30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
13. OVEN - ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
13.1 Opmerkingen over schoonmaken
- Maak de voorkant van het apparaat schoon met een zachte doek en een warm sopje.
- Gebruik voor metalen oppervlakken een specifiek reinigingsmiddel.
- Reinig de binnenkant van het apparaat na elk gebruik. Vetophoping of andere voedingsresten kunnen brand veroorzaken.
- Verwijder hardnekkig vuil met een speciale ovenreiniger.
- Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik een zachte doek met een warm sopje en een reinigingsmiddel.
- Toebehoren met antiaanbaklaag mogen niet worden schoongemaakt met een agressief reinigingsmiddel, voorwerpen met scherpe randen of een afwasautomaat. Dit kan de antiaanbaklaag beschadigen.
13.2 Apparaten van roestvrij staal of aluminium
Maak de ovendeur alleen met een vochtige doek of natte spons schoon. Droog maken met een zachte doek. Vermijd het gebruik van staalwol, zure of schurende producten, deze kunnen de oppervlakken van de oven beschadigen. Maak het bedieningspaneel van de oven net zo voorzichtig schoon.
13.3 De deur verwijderen en installeren
De ovendeur beschikt over twee glazen panelen. U kunt de ovendeur en de interne glasplaat verwijderen om ze schoon te maken. Lees de volledige instructie 'Verwijderen van installatiedeur' voordat u de glasplaten verwijdert.
Pagina 28
28 www.aeg.com
De ovendeur kan dichtslaan als u het interne glaspaneel probeert te verwijderen als de deur nog gemonteerd is.
LET OP!
Gebruik de oven nooit zonder de interne glasplaat.
- 1. Open de deur volledig en houd vast aan beide scharnieren.
- 2. Til de hendels van beide scharnieren volledig op en draai eraan.
- 3. Sluit de ovendeur halverwege tot de eerste openingsstand. Til hem daarna op en trek hem naar voren en verwijder hem van zijn plek.
- 4. Leg de deur op een zachte doek op een stabiele ondergrond.
- 5. Ontgrendel het vergrendelingssysteem om de interne glasplaat te verwijderen.
- 6. Draai de twee bevestigingen 90° en verwijder ze uit hun houders.
Pagina 29
NEDERLANDS 29
- 7. De glasplaat voorzichtig optillen en verwijderen.
- 8. Reinig de glasplaten met een sopje. Droog de glasplaten voorzichtig af. Reinig de glasplaten niet in de vaatwasser.
Als de reiniging is voltooid, plaatst u de glasplaat en de ovendeur terug.
Als de deur correct wordt geïnstalleerd, klikt de rand van de deur.
Zorg ervoor dat u de interne glasplaat correct in de uitsparingen plaatst.
13.4 De lade verwijderen
WAARSCHUWING!
Bewaar geen ontvlambare dingen in de lade (bijv.
schoonmaakmiddelen, plastic zakken, ovenhandschoenen, papier, reinigingssprays, enz). Als u de oven gebruikt, kan de lade heet worden. Er kan brand ontstaan.
De lade onder de oven kan worden verwijderd om gemakkelijker te worden schoongemaakt.
- 1. Trek de lade volledig naar buiten, tot deze niet verder kan.
- 2. Til de lade langzaam op.
- 3. Trek de lade volledig uit.
Voer de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit om de lade te installeren.
13.5 Het lampje vervangen
Leg een doek op de bodem van de binnenkant van het apparaat. Dit voorkomt schade aan het afdekglas en de ovenruimte.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrocutie! Maak de zekering los voordat u de lamp vervangt. De lamp en het afdekglas kunnen heet zijn.
- 1. Schakel het apparaat uit.
- 2. Verwijder de zekeringen in de zekeringenkast, of schakel de stroomonderbreker uit.
Pagina 30
30 www.aeg.com
Het achterste lampje
- 1. Draai het afdekglas van de lamp naar links en verwijder het.
14. PROBLEEMOPLOSSING
- 2. Reinig het afdekglas.
- 3. Vervang de lamp door een geschikte 300 °C hittebestendige lamp.
- 4. Plaats het afdekglas terug.
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
14.1 Problemen oplossen
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Er is geen vonk als u de vonkgenerator tracht te activeren. | De kookplaat is niet aangesloten op een stopcontact of is niet goed geïnstalleerd. | Controleer of de kookplaat goed is aangesloten op het elektriciteitsnet. Raadpleeg het aansluitingsschema. |
| Er is geen vonk als u de vonkgenerator tracht te activeren. | De zekering is doorgeslagen. | Controleer of de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen keer op keer doorslaan, neemt u contact op met een erkende installateur. |
| Er is geen vonk als u de vonkgenerator tracht te activeren. | De branderdeksel en kroon zitten niet goed op hun plaats. | Plaats de branderdeksel en kroon op de juiste plaats. |
| De vlam gaat uit onmiddellijk na de ontsteking. | Het thermokoppel is niet voldoende opgewarmd. | Na het ontsteken van de vlam de knop circa 10 sec. ingedrukt houden |
| De vlammenring is niet gelijkmatig. | De branderkroon is verstopt met etensresten. | Controleer of de inspuiter niet verstopt is en of de branderkroon schoon is. |
| De branders werken niet. | Er is geen gastoevoer. | Controleer de gasaansluiting. |
| De vlamkleur is oranje of geel. | De vlam kan op bepaalde plaatsen van de brander oranje of geel zijn. Dit is normaal. | |
| Het lampje brandt niet. | Het lampje is stuk. | Vervang het lampje. |
| Stoom en condens slaan neer op de gerechten en in de ovenruimte. | Het gerecht heeft te lang in de oven gestaan. | Laat gerechten na het bereiden niet langer dan 15 - 20 minuten in de oven staan. |
| De oven wordt niet warm. | De benodigde kookstanden zijn niet ingesteld. | Zorg ervoor dat de instellingen juist zijn. |
Pagina 31
NEDERLANDS 31
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De bereiding van de gerechten duurt te lang of de gerechten worden te snel gaar. | De temperatuur is te laag of te hoog. | Pas indien nodig de temperatuur aan. Volg het advies in de handleiding op. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
14.2 Onderhoudgegevens
Als u niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met uw verkoper of de serviceafdeling.
De contactgegevens van het servicecentrum staan op het typeplaatje.
Het typeplaatje bevindt zich voor aan de binnenkant van het apparaat. Verwijder het typeplaatje niet uit de ovenruimte.
| Wij adviseren u om de gegevens hier te noteren: | |
|---|---|
| Model (MOD.) | ......................................... |
| Productnummer (PNC) | ......................................... |
| Serienummer (S.N.) | ......................................... |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
15. ENERGIEZUINIGHEID
15.1 Productinformatie voor kookplaat volgens EU-richtlijn 66/2014
| Modelidentificatie | 41886GT-wn | |
| Type kooktoestel | Kookplaat in vrijstaand fornuis | |
| Aantal gasbranders | 4 | |
| Energiezuinigheid per gasbrander (EE gas burner) | Linksachter - Sudderbrander | niet van toepassing |
| Rechtsachter - Normale brander | 55,0% | |
| Rechtsvoor - Normale brander | 55,0% | |
| Links voor - multikroon | 57,0% | |
| Energie-efficiëntie voor de gaskookplaat (EE gas hob) | 55,7% | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
EN 30-2-1: Huishoudelijke kooktoestellen op gas - Deel 2-1 : Energieverbruik - Algemeen
15.2 Kookplaat - Energiebesparing
U kunt elke dag energie besparen tijdens het koken door de onderstaande tips te volgen.
- Warm alleen de hoeveelheid water op die u nodig heeft.
Pagina 32
32 www.aeg.com
- Doe indien mogelijk altijd een deksel op de pan.
- Zorg er voor gebruik voor dat de branders en pannendragers goed worden geplaatst.
- De bodem van het kookgerei moet de juiste diameter hebben voor de brandermaat.
- Zet het kookgerei meteen op de brander en in het midden.
- Wanneer de vloeistof begint te koken, draait u de vlam omlaag, totdat de vloeistof zachtjes pruttelt.
- Gebruik indien mogelijk een hogedrukpan. Zie de gebruikshandleiding van de hogedrukpan.
15.3 Productkaart en informatie voor ovens volgens EU 65-66/2014
| Naam leverancier | AEG |
|---|---|
| Modelidentificatie | 41886GT-wn |
| Energie-efficiëntie Index | 94.9 |
| Energie-efficiëntieklasse | A |
| Energieverbruik bij een standaardbelasting, stand boven + onderwarmte | 0,84 kWh/cyclus |
| Energieverbruik bij een standaardbelasting, stand hetelucht | 0,75 kWh/cyclus |
| Aantal ruimten | 1 |
| Warmtebron | Electriciteit |
| Volume | 57 l |
| Soort oven | Oven in vrijstaand fornuis |
| Massa | 42.0 kg |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
EN 60350-1 - Elektrische huishoudelijke kookapparaten - deel 1: Range-ovens, ovens, stoomovens en grills - Methoden voor prestatiemeting.
15.4 Oven - Energiebesparing
Deze oven bevat functies die u helpen energie te besparen tijdens het dagelijks koken.
Algemene tips
Zorg ervoor dat de ovendeur goed gesloten is als u de oven in werking stelt. De deur niet openen tijdens de bereiding met stoom. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit.
Gebruik metalen schalen om meer energie te besparen.
Indien mogelijk de oven niet voorverwarmen voordat u er voedsel in plaatst.
Verlaag bij een bereidingsduur langer dan 30 minuten de oventemperatuur met minimaal 3 - 10 minuten, afhankelijk van de bereidingsduur voordat de kooktijd verstrijkt. De restwarmte in de oven zorgt ervoor dat het gerecht wordt voltooid.
U kunt de restwarmte gebruiken om andere maaltijden op te warmen.
Houd de onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als u een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt.
Pagina 33
NEDERLANDS 33
Bereiding met hete lucht
Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen.
Eten warm houden
Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte te gebruiken en een maaltijd warm te houden.
Vochtig Bakken
Functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen. Voor meer details zie hoofdstuk "Oven - Dagelijks gebruik", Ovenfuncties.
16. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het
symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi
apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.