AEG 47036IU-MN, tekst van de handleiding
Pagina's 17–37 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–16verder op pagina 38 →
Pagina 17
Gebruik de inductiekookzones met geschikte pannen.
Panmaterialen
- goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (aangemerkt als geschikt door de fabrikant).
- niet goed: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein.
Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
- water op de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd,
- een magneet op de onderkant van het kookgerei plakt.
De bodem van de pannen moet zo dik en vlak mogelijk zijn.
Zorg ervoor dat bodems schoon en droog zijn voordat de pannen op de kookplaat worden gezet.
Afmetingen van pannen
Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan.
De efficiëntie van de kookzone hangt samen met de diameter van de pan. Pannen met een diameter kleiner dan het minimum ontvangen slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd.
7.2 Minimale diameter van het kookgerei
| Kookzone | Diameter van het kookgerei (mm) |
|---|---|
| Linksachter | 125 - 140 |
| Rechtsachter | 145 - 180 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
| Kookzone | Diameter van het kookgerei (mm) |
|---|---|
| Rechtsvoor | 145 - 180 |
| Linksvoor | 180 - 210 |
| 7.3 Geluiden tijdens Als u het volgende kunt | bedrijf horen: |
| • kraakgeluid: kookgerei | is gemaakt van |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
verschillende materialen (sandwichconstructie).
- fluitend geluid: bij gebruik van een kookzone met een hoge kookstand en als het kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (een sandwichconstructie).
- bromgeluid: als u een hoge kookstand gebruikt.
- klikken: er treedt elektrische schakeling op.
- sissen, zoemen: de ventilator werkt.
Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect te maken.
7.4 Öko Timer (Eco-timer)
Om energie te besparen schakelt het verwarmingselement van de kookzone eerder uit dan het signaal van de timer met aftelfunctie klinkt. Het verschil in werkingstijd hangt af van het niveau van de kookstand en de tijd dat u kookt.
7.5 Vereenvoudigde kookgids
De correlatie tussen de kookstand en het stroomverbruik van de kookzone is niet lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat een kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt.
De gegevens in de tabel dienen alleen als richtlijn.
Pagina 18
| Warmte-instelling | Gebruik om het volgende te doen: | Tijd (min) | Tips |
|---|---|---|---|
| - 1 | Houd gekookt voedsel warm. | indien nodig | Doe een deksel op het kookgerei. |
| 1 - 3 | Hollandaisesaus, smelten: boter, chocolade, gelatine. | 5 - 25 | Roer af en toe. |
| 2 - 3 | Stollen: luchtige omeletten, gebakken eieren. | 10 - 40 | Kook met een deksel erop. |
| 3 - 5 | Zachtjes aan de kook brengen van rijst en gerechten op basis van melk, reeds bereide gerechten opwarmen. | 25 - 50 | Voeg minimaal twee keer zo veel vocht toe als rijst en roer gerechten op melkbasis halverwege de procedure door. |
| 5 - 7 | Stoofgroenten, vis, vlees. | 20 - 45 | Voeg een paar eetlepels water toe. Controleer de hoeveelheid water tijdens het proces. |
| 7 - 9 | Stoom aardappelen en andere groenten. | 20 - 60 | Bedek de bodem van de pan met 1-2 cm water. Controleer het waterpeil tijdens het proces. Houd het deksel op de pan. |
| 7 - 9 | Kook grotere hoeveelheden voedsel, stoofschotels en soepen. | 60 - 150 | Tot 3 l vloeistof plus ingrediënten. |
| 9 - 12 | Zacht bakken: escalope, kalfscordon bleu, koteletten, rissoles, worstjes, lever, roux, eieren, pannenkoeken, donuts. | indien nodig | Draai om wanneer nodig. |
| 12 - 13 | Flink bakken, hash browns, lendenbiefstuk, steaks. | 5 - 15 | Draai om wanneer nodig. |
| 14 | Kook water, kook pasta, schroei vlees (goulash, braadpan), frituur frietjes. | ||
| Kook grote hoeveelheden water. PowerBoost is ingeschakeld. | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
8. KOOKPLAAT - ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Algemene informatie
- Reinig de kookplaat na elk gebruik.
- Gebruik altijd kookgerei met een schone bodem.
- Krassen of donkere vlekken op het oppervlak hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Gebruik altijd een schraper die wordt aanbevolen voor kookplaten met een
glazen oppervlak. Gebruik de schraper alleen als extra hulpmiddel voor het reinigen van het glas na de standaard reinigingsprocedure.
WAARSCHUWING!
Gebruik geen messen of ander scherp, metalen gereedschap om het glasoppervlak te reinigen.
8.2 Het kookplaat reinigen
- Verwijder onmiddellijk: gesmolten kunststof, plastic folie, zout, suiker en suikerhoudend voedsel, anders kan dit schade aan de kookplaat veroorzaken.
Pagina 19
Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Gebruik de speciale schraper op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
- Verwijder dit als de kookplaat voldoende afgekoeld is: kalkringen, waterringen, vetvlekken, glanzende metaalverkleuring. Reinig de kookplaat
met een vochtige doek en een beetje nietschurend reinigingsmiddel. Veeg de kookplaat na het reinigen droog met een zachte doek.
- Verwijder glanzende metaalverkleuring: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn.
9. OVEN - DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
9.1 Ovenfunctie
WAARSCHUWING!
Giet geen vloeistoffen in de uitsparing van de ovenruimte voor en tijdens het kookproces. Er bestaat een risico op schade.
| Symbool | Ovenfunctie | Toepassing |
|---|---|---|
| Uit-positie | De oven staat uit. | |
| Echte hetelucht | Voor het bakken op maximaal twee rekniveaus tegelijk en om voedsel te drogen. Stel de temperatuur 20 - 40 °C lager in dan voor Boven + onderwarmte. | |
| Pizza-instelling | Voor het bakken van voedsel op één niveau voor een intensievere bruining en een krokante bodem. | |
| Boven + onderwarmte | Voor het bakken en roosteren op één ovenniveau. | |
| Drogen | Om in plakjes gesneden fruit, groenten en champignons te drogen. | |
| Intens grillen | Voor het grillen van vlak voedsel in grote hoeveelheden en voor het roosteren van brood. | |
| Circulatiegrill | Voor het braden van grotere stukken vlees en gevogelte met bot op één niveau. Ook om te gratineren en te bruinen. |
Pagina 20
| Symbool | Ovenfunctie | Toepassing |
|---|---|---|
| Warmelucht (vochtig) | Deze functie werd gebruikt om te voldoen aan de eisen van de energie-efficiëntieklasse en het ecologisch ontwerp (volgens EU 65/2014 en EU 66/2014). Testen in overeenstemming met: IEC/EN 60350-1. De ovendeur dient tijdens de bereiding gesloten te zijn zodat de functie niet wordt onderbroken en om ervoor te zorgen dat de oven werkt op de hoogst mogelijke energie-efficiëntie. Bij het gebruik van deze functie kan de temperatuur in de ruimte verschillen van de ingestelde temperatuur. Het verwarmingsvermogen kan worden verminderd. Zie voor algemene aanbevelingen voor energiebesparing het hoofdstuk ‘Energie-efficiëntie’, Energiebesparing. Deze functie is ontworpen om energie te besparen tijdens het koken. Raadpleeg voor de bereidingsinstructies het hoofdstuk "Aanwijzingen en tips", Warmelucht (vochtig). Als je deze functie gebruikt, schakelt de verlichting automatisch uit. | |
| 9.4 De ovenaccessoires plaatsen Diepe schaal: |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Je kunt voedsel ontdooien door de functie Warmelucht (vochtig) te kiezen Plaats de braadpan tussen de zonder de temperatuur in te stellen. geleidestangen van de inschuifrails.
9.2 De oven in- en uitschakelen
Het hangt van het model of uw apparaat knopsymbolen, indicatielampjes of lampjes heeft:
- Het indicatielampje gaat aan wanneer de oven opwarmt.
- Het lampje gaat aan als het apparaat in werking is.
- Het symbool geeft aan of de knop de kookzones, de ovenfuncties of de temperatuur bedient.
- 1. Draai aan de knop voor de ovenfuncties om een ovenfunctie te selecteren.
- 2. Draai de knop voor de temperatuur naar een temperatuur.
- 3. Draai om de oven uit te schakelen, de knop voor de ovenfuncties en de knop voor de temperatuur naar de uit-stand.
Bakrooster:
Plaats de / tussen de geleidestangen van de inschuifrail.
9.3 Koelventilator
Als de oven in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van de oven koel te houden. Als je de oven uitschakelt,
Pagina 21
- Alle accessoires hebben kleine inkepingen aan de aan de bovenkant van de randen rechts en links om de veiligheid te verhogen. De inkepingen zijn ook anti-kantelmechanismen.
- De hoge rand rond het rooster voorkomt dat het kookgerei wegglijdt.
9.5 Telescopische geleiders - de ovenaccessoires plaatsen
Bewaar de installatie-instructies voor de telescopische geleiders voor toekomstig gebruik.
Met telescopische geleiders kun je de plateaus gemakkelijker plaatsen en verwijderen.
Bakrooster:
Plaats het bakrooster zodanig op de telescopische geleiders dat de pootjes naar beneden wijzen.
Diepe schaal:
Plaats de bakplaat of diepe pan op de telescopische geleiders.
10. OVEN - KLOKFUNCTIES
10.1 Display
A
A. Klokfuncties
B. Timer
Pagina 22
10.2 Toetsen
| Knop | Functie | Beschrijving |
|---|---|---|
| MIN | Om de tijd in te stellen. | |
| KLOK | De klokfunctie instellen. | |
| PLUS | Om de tijd in te stellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
10.3 Klokfuncties
| Klokfunctie | Toepassing | |
|---|---|---|
| DAGTIJD | Om de dagtijd in te stellen, te wijzigen of te controleren. | |
| DUUR | Instellen hoelang de oven in werking is. | |
| KOOKWEKKER | Om een aftelling in te stellen. Deze functie heeft geen invloed op de werking van de oven. Je kunt deze functie op elk gewenst moment instellen, ook als de oven uitstaat. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
10.4 De BEREIDINGSDUUR instellen
- 1. Stel een ovenfunctie en de temperatuur in.
- 2. Blijf op drukken totdat begint te knipperen.
- 3. Druk op of om de tijd voor de BEREIDINGSDUUR in te stellen.
Op het display verschijnt .
- 4. Wanneer de ingestelde tijd is verstreken,
knippert en hoort u een geluidssignaal. Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld.
- 5. Druk op een willekeurige toets om het geluidssignaal uit te zetten.
- 6. Draai de knop voor de ovenfuncties en de knop voor de temperatuur naar de uitstand.
10.5 De KOOKWEKKER instellen
- 1. Blijf op drukken totdat begint te knipperen.
- 2. Druk op or om de gewenste tijd in te stellen.
De KOOKWEKKER start automatisch na vijf seconden.
- 3. Wanneer de ingestelde tijd voorbij is, klinkt er een geluidssignaal. Druk op een willekeurige toets om het geluidssignaal uit te zetten.
- 4. Draai de knop voor de ovenfuncties en de temperatuurknop naar de uit-stand.
10.6 De klokfuncties annuleren
- 1. Blijf op de drukken tot het symbool voor de benodigde ovenfunctie begint te knipperen.
- 2. Houd ingedrukt.
De klokfunctie gaat na een paar seconden uit.
Pagina 23
11. OVEN - AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
De temperaturen en baktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Deze zijn afhankelijk van de recepten en de kwaliteit en de hoeveelheid van de gebruikte ingrediënten.
11.1 Bakken
Gebruik voor de eerste baksessie de lagere temperatuur.
Bij het bereiden van cake op meerdere niveaus kan de baktijd ca. 10 - 15 minuten langer zijn.
Als de cake niet overal even hoog is, wordt de cake niet overal even bruin. Als de cake niet overal even bruin wordt, hoeft u de temperatuurinstelling niet te wijzigen. De verschillen verminderen tijdens het bakken.
Tijdens het bakken kunnen bakplaten in de oven vervormen. Wanneer de bakplaten weer afgekoeld zijn, verdwijnt de vervorming.
11.2 Baktips
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De onderkant van de cake is niet voldoende gebakken. | De rekstand is incorrect. | Plaats de cake op een lagere rekstand. |
| De cake zakt in en wordt klef, of streperig. | De oventemperatuur is te hoog. | Stel de volgende keer de oventemperatuur iets lager in. |
| De oventemperatuur is te hoog en de baktijd te kort. | Stel volgende keer een langere baktijd en een lagere oventemperatuur in. | |
| De cake is te droog. | De oventemperatuur is te laag. | Stel de volgende keer de oventemperatuur hoger in. |
| Te lange baktijd. | Stel volgende keer een kortere baktijd in. | |
| De cake wordt ongelijkmatig gebakken. | De oventemperatuur is te hoog en de baktijd te kort. | Stel volgende keer een langere baktijd en een lagere oventemperatuur in. |
| Het cakebeslag is niet gelijkmatig verdeeld. | Verspreid de volgende keer het cakebeslag gelijkmatig over de bakplaat. | |
| De cake wordt niet gaar binnen de in het recept aangegeven baktijd. | De oventemperatuur is te laag. | Stel de volgende keer de oventemperatuur iets hoger in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
11.3 Bereiding met hete lucht
Bakken op één ovenniveau
Bakken in een bakblik
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Tulband of brioche | 150 - 160 | 50 - 70 | 2 |
Pagina 24
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Moskovisch gebak / vruchtencake | 140 - 160 | 50 - 90 | 1 - 2 |
| Biscuittaart zonder vet | 150 - 1601) | 25 - 40 | 3 |
| Taartbodem - zandtaartdeeg | 170 - 1801) | 10 - 25 | 2 |
| Taartbodem - zacht cakedeeg | 150 - 170 | 20 - 25 | 2 |
| Appeltaart (2 vormen Ø 20 cm, diagonaal geplaatst) | 160 | 60 - 90 | 2 - 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- 1) Oven voorverwarmen.
Gebak / brood op bakplaat
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Kruimeltaart (droog) | 150 - 160 | 20 - 40 | 3 |
| Vruchtentaart (bereid met gistdeeg/roer-deeg) 1) | 150 | 35 - 55 | 3 |
| Vruchtentaart met kruimeldeeg | 160 - 170 | 40 - 80 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- 1) Gebruik braadpan.
Koekjes
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Zandkoekjes | 150 - 160 | 10 - 20 | 3 |
| Zandtaartdeeg/ Deegreepjes | 140 | 20 - 35 | 3 |
| Koekjes gemaakt van roerdeeg | 150 - 160 | 15 - 20 | 3 |
| Eiwitgebak / schuimgebak | 80 - 100 | 120 - 150 | 3 |
| Bitterkoekjes | 100 - 120 | 30 - 50 | 3 |
| Koekjes gemaakt van gistdeeg | 150 - 160 | 20 - 40 | 3 |
| Klein bladerdeeggebak | 170 - 1801) | 20 - 30 | 3 |
| Broodjes | 1601) | 10 - 35 | 3 |
| Kleine cakes (20 stuks/bakplaat) | 1501) | 20 - 35 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- 1) Oven voorverwarmen.
Tabel voor ovenschotels en gegratineerde gerechten
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Stokbroden bedekt met gesmolten kaas | 160 - 1701) | 15 - 30 | 1 |
Pagina 25
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Gevulde groente | 160 - 170 | 30- 60 | 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
- 1) Oven voorverwarmen.
Bakken op meerdere niveaus
Gebak / brood op bakplaat
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| 2 standen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
| Roomsoezen / Eclairs | 160 - 1801) | 25 - 45 | 2 / 4 |
| Kruimeltaart | 150 - 160 | 30 - 45 | 2 / 4 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
- 1) Oven voorverwarmen.
Koekjes/small cakes/gebak/broodjes
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| 2 standen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
| Zandkoekjes | 150 - 160 | 20 - 40 | 2 / 4 |
|---|---|---|---|
| Zandtaartdeeg/ Deegreepjes | 140 | 25 - 45 | 2 / 4 |
| Koekjes gemaakt van roerdeeg | 160 - 170 | 25 - 40 | 2 / 4 |
| Eiwitgebak, schuimgebak | 80 - 100 | 130 - 170 | 2 / 4 |
| Bitterkoekjes | 100 - 120 | 40 - 80 | 2 / 4 |
| Koekjes gemaakt van gistdeeg | 160 - 170 | 30 - 60 | 2 / 4 |
| Klein bladerdeeggebak | 170 - 1801) | 30 - 50 | 2 / 4 |
| Broodjes | 1801) | 25- 40 | 2 / 4 |
| Kleine cakes (20 stuks/bakplaat) | 1501) | 20 - 40 | 2 / 4 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
- 1) Oven voorverwarmen.
11.4 Boven- en onderwarmte op één niveau
Bakken in een bakblik
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Tulband of brioche | 160 - 180 | 50 - 70 | 2 |
| Moskovisch gebak/vruchtencake | 150 - 170 | 50 - 90 | 1 - 2 |
| Biscuittaart zonder vet | 1701) | 25 - 40 | 3 |
Pagina 26
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Taartbodem van zandtaartdeeg | 190 - 2101) | 10 - 25 | 2 |
| Taartbodem - zacht cakedeeg | 170 - 190 | 20 - 25 | 2 |
| Appeltaart (2 vormen Ø 20 cm, diagonaal geplaatst) | 180 | 60 - 90 | 1 - 2 |
| Hartige taart (bijv. quiche lorraine) | 180 - 220 | 35 - 60 | 1 |
| Kwarktaart | 160 - 180 | 60 - 90 | 1 - 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
- 1) Oven voorverwarmen.
Gebak op bakplaat
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Vlechtbrood/broodkrans | 170 - 190 | 40 - 50 | 2 |
| Kerststol | 160 - 1801) | 50 - 70 | 2 |
| Brood (roggebrood): 1. Eerste deel van het bakproces. 2. Tweede deel van het bakproces. | 1. 2301) 2. 160 - 1801) | 1. 20 2. 30 - 60 | 1 - 2 |
| Roomsoezen/tompoezen | 190 - 2101) | 20 - 35 | 3 |
| Koninginnenbrood (opgerolde cake met jam) | 180 - 2001) | 10 - 20 | 3 |
| Kruimeltaart (droog) | 160 - 180 | 20 - 40 | 3 |
| Amandelcake/suikertaart | 190 - 2101) | 20 - 30 | 3 |
| Vruchtentaart (bereid met gistdeeg/spons-deeg) 2) | 170 | 35 - 55 | 3 |
| Vruchtentaart met kruimeldeeg | 170 - 190 | 40 - 60 | 3 |
| Plaatkoek met kwetsbare garnering (bijv. kwark, room, puddingvulling) | 160 - 1801) | 40 - 80 | 3 |
| Pizza (met veel garnering) | 190 - 2101) | 30 - 50 | 1 - 2 |
| Pizza (dunne korst) | 220 - 2501) | 15 - 25 | 1 - 2 |
| Ongedesemd brood | 230 - 250 | 10 - 15 | 1 |
| Vlaaien (CH) | 210 - 230 | 35 - 50 | 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
- 1) Oven voorverwarmen.
- 2) Gebruik braadpan.
Pagina 27: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 28
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Kwarktaart | 140 - 160 | 60 - 90 | 1 - 2 |
| Appeltaart, bedekt | 150 - 170 | 50 - 60 | 1 - 2 |
| Groentetaart | 160 - 180 | 50 - 60 | 1 - 2 |
| Ongedesemd brood | 230 - 2502) | 10 - 20 | 2 - 3 |
| Bladerdeegtaart | 160 - 1802) | 45 - 55 | 2 - 3 |
| Flammekuchen | 230 - 2502) | 12 - 20 | 2 - 3 |
| Piroggen (Russische variant op calzone) | 180 - 2002) | 15 - 25 | 2 - 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
- 1) Gebruik braadpan.
- 2) Oven voorverwarmen.
11.6 Warmelucht (vochtig)
Brood en pizza
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Broodjes | 180 | 25 - 35 | 3 |
| Bevroren pizza 350 g | 190 | 25 - 35 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
Cake in bakplaat
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Koninginnenbrood (opgerolde cake met jam) | 180 | 20 - 30 | 3 |
| Brownie | 180 | 30 - 40 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
Cake in bakblik
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Soufflé | 200 | 30 - 40 | 3 |
| Luchtige vlaaibodem | 180 | 20 - 30 | 3 |
| Victoriataart met jamvulling | 150 | 25 - 35 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
Vis
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Vis in zakjes 300 g | 180 | 25 - 35 | 3 |
| Hele vis 200 g | 180 | 25 - 35 | 3 |
Pagina 29
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Visfilets 300 g | 180 | 25 - 35 | 3 |
| Vlees | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Vlees in zakje 250 g | 200 | 25 - 35 | 3 |
| Vleesspiesjes 500 g | 200 | 30 - 40 | 3 |
| Kleine gebakken items | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Koekjes | 180 | 25 - 35 | 3 |
| Makarons | 160 | 25 - 35 | 3 |
| Muffins | 180 | 25 - 35 | 3 |
| Smakelijke cracker | 170 | 20 - 30 | 3 |
| Kruimeldeegkoekjes | 150 | 25 - 35 | 3 |
| Tartelettes | 170 | 15 - 25 | 3 |
| Vegetarisch | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Groentemix in zakjes 400 g | 180 | 25 - 35 | 3 |
| Omelet | 200 | 20 - 30 | 3 |
| Groenten op plaat 700 g | 180 | 25 - 35 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
11.7 Tips voor braden
Gebruik hittebestendig kookgerei.
Geroosterd mager vlees bedekt (u kunt aluminiumfolie gebruiken).
Rooster grote stukken vlees direct op de bakplaat.
Doe wat water in de bakplaat om te voorkomen dat druipend vet verbrandt. Draai het braadstuk na 1/2 - 2/3 van de gaartijd.
Rooster vlees en vis in grote stukken (1 kg of meer).
Als niveau 1 wordt aanbevolen, plaatst u het voedsel direct op de bakplaat
Bedruip vleesstukken meerdere malen met hun eigen sap tijdens het roosteren.
Pagina's 30–31: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 32
Lamsvlees
| Gerecht | Hoeveelheid | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Been van lamsvlees, geroosterd lamsvlees | 1 - 1,5 kg | 150 - 170 | 100 - 120 | 1 |
| Lamsrug | 1 - 1,5 kg | 160 - 180 | 40 - 60 | 1 |
| Gevogelte | ||||
| Gerecht | Hoeveelheid | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Gevogelte, in porties | 200 - 250 g elk | 200 - 220 | 30 - 50 | 1 |
| Eend | 1,5 - 2 kg | 180 - 200 | 80 - 100 | 1 |
| Gans | 3,5 - 5 kg | 160 - 180 | 120 - 180 | 1 |
| Kalkoen | 2,5 - 3,5 kg | 160 - 180 | 120 - 180 | 1 |
| Kalkoen | 4 - 6 kg | 140 - 160 | 150 - 240 | 1 |
| Hele kip | 1 - 1,5 kg | 180 - 200 | 60 - 90 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
11.10 Grillen in het algemeen
- Alleen dunne stukken vlees of vis grillen.
WAARSCHUWING!
Grill altijd met een gesloten ovendeur.
| • | Grill altijd met de maximale temperatuurinstelling. | |
| • | Zet het schap in de rekstand zoals aanbevolen in de grilltafel. | Het grillgedeelte bevindt zich in het midden van het rooster. |
| • | Als de eerste rekstand wordt aanbevolen, plaats je het voedsel direct op de bakplaat. | |
| • | Plaats de diepe ovenschaal altijd om vet op te vangen op de eerste rekstand. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
11.11 Grill intens
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) Rooster‐ | ||
|---|---|---|---|---|
| 1e kant | 2e kant | hoogte | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
| Burgers | max 1) | 9 - 15 | 8 - 13 | 4 |
|---|---|---|---|---|
| Varkensfilet | Maximaal | 10 - 12 | 6 - 10 | 4 |
| Worstjes | Maximaal | 10 - 12 | 6 - 8 | 4 |
| Runderfilet, kalfsbiefstukken | Maximaal | 7 - 10 | 6 - 8 | 4 |
| Geroosterd brood | max 1) | 1 - 4 | 1 - 4 | 4 - 5 |
Pagina 33
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) Rooster‐ | ||
|---|---|---|---|---|
| 1e kant | 2e kant | hoogte | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
Brood met iets erop Maximaal 6 - 8 - 4
- 1) De oven voorverwarmen
11.12 Drogen
Dek de ovenroosters met bakpapier af. Voor de beste resultaten: schakel het apparaat na de eerste helft van de vereiste
tijd uit. Open de deur en laat het apparaat afkoelen. Hierna kunt u het droogproces afronden.
Groenten
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (u) | Roosterhoogte | |
|---|---|---|---|---|
| 1 stand | 2 standen | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
| Bonen | 60 - 70 | 6 - 8 | 3 | 2 / 4 |
|---|---|---|---|---|
| Paprika's | 60 - 70 | 5 - 6 | 3 | 2 / 4 |
| Groente in het zuur | 60 - 70 | 5 - 6 | 3 | 2 / 4 |
| Paddestoelen | 50 - 60 | 6 - 8 | 3 | 2 / 4 |
| Kruiden | 40 - 50 | 2 - 3 | 3 | 2 / 4 |
| Fruit | ||||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (u) | Roosterhoogte | |
| 1 stand | 2 standen | |||
| Pruimen | 60 - 70 | 8 - 10 | 3 | 2 / 4 |
| Abrikozen | 60 - 70 | 8 - 10 | 3 | 2 / 4 |
| Schijfjes appel | 60 - 70 | 6 - 8 | 3 | 2 / 4 |
| Peren | 60 - 70 | 6 - 9 | 3 | 2 / 4 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
11.13 Informatie voor testinstituten
| Gerecht | -functie | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Accessoires | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|---|
| Kleine cakes (20 cakejes per bakplaat) | Boven + onderwarmte | 170 | 20 - 30 | Bakplaat | 4 |
| Kleine cakes (20 cakejes per bakplaat)1) | Echte hetelucht | 150 | 20 - 30 | Bakplaat | 2 |
| Kleine cakes (20 cakejes per bakplaat)1) | Echte hetelucht | 150 | 25 - 35 | Bakplaat/ afvoerpan | 1 + 4 |
Pagina 34
| Gerecht | -functie | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Accessoires | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|---|
| Appeltaart, 2 blikken (ø 20 cm) op het rooster, diagonaal verdeeld | Boven + onderwarmte | 180 | 70 - 90 | Raster | 1 |
| Appeltaart, 2 blikken (ø 20 cm) op het rooster, diagonaal verdeeld | Echte hetelucht | 160 | 70 - 90 | Raster | 2 |
| Appeltaart, 2 blikken (ø 20 cm) op het rooster, diagonaal verdeeld | Pizza-instelling | 160 | 60 - 80 | Raster | 2 |
| Vetvrije cake, 1 blik (ø 26 cm) op het rooster | Boven + onderwarmte | 170 | 30 - 40 | Raster | 3 |
| Vetvrije cake, 1 blik (ø 26 cm) op het rooster | Echte hetelucht | 150 | 35 - 45 | Raster | 2 |
| Vetvrije cake, zacht 1 blik (ø 26 cm) op het rooster | Echte hetelucht | 160 | 25 - 35 | Raster | 1 + 4 |
| Zandkoek/Gebakreep | Echte hetelucht | 140 | 20 - 35 | Bakplaat | 3 |
| Zandkoek/Gebakreep | Echte hetelucht | 140 | 20 - 30 | Bakplaat | 1 + 4 |
| Zandkoek/Gebakreep | Boven + onderwarmte | 160 | 20 - 35 | Bakplaat | 3 |
| Toast1) | (Max) Grillen | Max | 1 - 5 | Raster | 4 |
| Runderburger | Grillen | Max | 15 - 20 eerste kant. 10 - 15 tweede kant. | Rooster/ druipbak | 4 + 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
- 1) Warm de oven 10 minuten voor.
12. OVEN - ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Opmerkingen over de reiniging
| Reinigingsmiddelen | Reinig de voorkant van het apparaat uitsluitend met een microvezeldoek met warm water en een mild reinigingsmiddel. |
| Gebruik een reinigingsoplossing om metalen oppervlakken te reinigen. | |
| Reinig vlekken met een mild reinigingsmiddel. |
Pagina 35
| Dagelijks gebruik | Reinig de uitsparing telkens na gebruik. Vetophoping of andere resten kunnen brand veroorzaken. |
| Bewaar het voedsel niet langer dan 20 minuten in het apparaat. Droog de ruimte na elk gebruik uitsluitend met een microvezeldoek. | |
| Accessoires | Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik alleen een zachte doek met warm water en een mild reinigingsmiddel. De accessoires niet in een afwasmachine reinigen. |
| Reinig de antiaanbakaccessoires niet met agressieve reinigingsmiddelen of scherpe voorwerpen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
12.2 Ovens van roestvrij staal of aluminium
Maak de ovendeur alleen met een vochtige doek of natte spons schoon. Droog maken met een zachte doek.
Vermijd het gebruik van staalwol, zure of schurende producten, deze kunnen de oppervlakken van de oven beschadigen. Maak het bedieningspaneel van de oven net zo voorzichtig schoon
12.3 Verwijderen van de inschuifrails
Om de oven te reinigen, verwijdert u de inschuifrails.
- 1. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit de zijwand.
2
1
De pinnetjes op de telescopische geleiders moeten naar voren wijzen.
Installeer de inschuifrails in de omgekeerde volgorde.
LET OP!
Zorg ervoor dat de langste bevestigingsdraad voorin wordt aangebracht. De uiteinden van de twee draden moeten naar achteren wijzen. Incorrecte installatie kan schade aan het email toebrengen.
12.4 Uitnemen van de ovendeur
- 2. Trek de inschuifrail bij de achterkant uit de zijwand en verwijder deze.
Om het reinigen te vergemakkelijken, verwijdert u best de ovendeur.
Pagina 36
- 1. Open de deur helemaal.
- 2. Verplaats de schuif totdat u een klik hoort.
- 3. Sluit de deur tot de schuif vergrendelt.
- 4. Verwijder de deur.
Om de deur te verwijderen, trek de deur eerst aan de ene zijde naar buiten en daarna aan de andere zijde.
Wanneer u klaar bent met reinigen, plaatst u de ovendeur terug in omgekeerde volgorde. Zorg ervoor dat u een klik hoort wanneer u de deur terugplaatst. Gebruik indien nodig enige kracht.
12.5 Verwijderen en reinigen van de deurglazen
De glasplaten van de ovendeur op uw product kunnen in type en vorm verschillen van de voorbeelden die u hier ziet. Het aantal glasplaten kan ook verschillen.
- 1. Deurafdekking B aan de bovenkant van de deur aan beide kanten vastpakken en naar binnen drukken om de klemsluiting te ontgrendelen.
B
- 2. Trek de deur naar voren om hem te verwijderen.
- 3. Houd de glasplaten aan de bovenkant vast en trek deze een voor een omhoog uit de geleiding.
- 4. Reinig de glasplaten.
Om de panelen te plaatsen, moet u de stappen in omgekeerde volgorde uitvoeren.
12.6 Het lampje vervangen
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken. Het lampje kan heet zijn.
- 1. Schakel de oven uit. Wacht tot de oven afgekoeld is.
- 2. Trek de oven uit het stopcontact.
- 3. Plaats een doek op de bodem van de holte.
De lamp aan de achterkant.
Het afdekglas van het lampje bevindt zich in de achterkant van de ovenruimte.
- 1. Draai het afdekglas van de lamp naar rechts en verwijder het.
- 2. Reinig het afdekglas.
- 3. Vervang het ovenlampje met de relevante tegen 300 °C hittebestendig ovenlampje. Gebruik hetzelfde ovenlamptype.
- 4. Plaats het afdekglas terug.
12.7 De lade
WAARSCHUWING!
Plaats geen voedsel in de lade.
Pagina 37
WAARSCHUWING!
Bewaar geen ontvlambare voorwerpen zoals schoonmaakmiddelen, plastic zakken, ovenhandschoenen, papier, schoonmaakmiddelen, spuitbussen, plastic voorwerpen) in de lade. Als u de oven gebruikt, kan de lade heet worden. Er bestaat een risico op brand.
De lade onder de oven eruit worden gehaald voor reiniging.
De lade verwijderen:
- 1. Trek de lade naar buiten totdat hij stopt.
2
1
- 2. Til de lade onder een kleine hoek op en verwijder deze van de ladesteunrails.
De lade terugzetten:
- 1. Om de lade terug te zetten, plaatst u de lade op de steunrails. Zorg ervoor dat de pallen correct in de rails passen
- 2. Laat de lade zakken tot deze horizontaal staat en duw hem naar binnen.
13. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
13.1 Wat te doen als...
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Je kunt het apparaat niet inschakelen. | Het apparaat is niet aangesloten op een stopcontact of niet goed geïnstalleerd. | Controleer of het apparaat goed is aangesloten op de elektriciteitsvoorziening. |
| Je kunt het apparaat niet inschakelen. | De zekering is doorgeslagen. | Verzeker je ervan dat de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen keer op keer doorslaan, neem je contact op met een erkende installateur. |
| Je kunt de kookplaat niet inschakelen of bedienen. | Je hebt 2 of meer sensorvelden tegelijkertijd aangeraakt. | Raak slechts één sensorveld aan. |
| Je kunt de kookplaat niet inschakelen of bedienen. | STOP+GO-functie is in werking. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Kookplaat - Dagelijks gebruik'. |