AEG 47886GT-MN, tekst van de handleiding
Pagina's 12–36 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–11verder op pagina 37 →
Pagina 12
12 www.aeg.com
6.1 Kookgerei
WAARSCHUWING!
Zet één pan niet op twee branders.
WAARSCHUWING!
Zet geen instabiele of beschadigde pannen op de brander om morsen en letsel te voorkomen.
LET OP!
Zorg dat de handvaten van de pot niet boven de voorste rand van het werkblad komen.
LET OP!
Zorg dat de potten zich in het midden van de brander bevinden, voor een maximum aan stabiliteit en lager gasverbruik.
6.2 Diameter van de pannen
WAARSCHUWING!
Gebruiken alleen kookgerei met een bodemdiameter die geschikt is voor de afmeting van de plaat.
| Brander | Diameter van de pannen (mm) |
|---|---|
| Driekronenbrander | 160 - 240 |
| Normale brander | 140 - 240 |
| Sudderbrander | 120 - 180 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
7. KOOKPLAAT - ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
7.1 Algemene informatie
- Maak de kookplaat na ieder gebruik schoon.
- Gebruik altijd pannen met een schone bodem.
- Krassen of donkere vlekken op de oppervlakte hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Was de onderdelen van roestvrij staal af met water en droog ze vervolgens met een zachte doek.
7.2 De kookplaat schoonmaken
- Verwijder direct: gesmolten plastic, gesmolten folie, suiker en suikerhoudende gerechten. Anders kan het vuil de kookplaat
beschadigen. Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen.
- Verwijder nadat de kookplaat voldoende is afgekoeld: kalk- en waterkringen, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleuringen. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel.
Droog de kookplaat na reiniging af met een zachte doek.
- Was de geëmailleerde delen, deksel en kroon met een warm sopje en laat ze goed drogen alvorens ze terug te plaatsen.
7.3 Reinigen van de ontstekingsknop
Dit onderdeel is uitgerust met een keramische ontstekingsbougie met een metalen elektrode. Reinig deze onderdelen altijd grondig, om moeilijkheden bij het aansteken te voorkomen, en controleer of de branderkroonopeningen niet verstopt zijn.
Pagina 13
NEDERLANDS 13
7.4 Pannendragers
De pansteunen zijn niet bestand tegen afwassen in een afwasautomaat. Ze moeten met de hand worden afgewassen.
- 1. U kunt de pansteunen verwijderen voor een gemakkelijke reiniging van het kookplaat.
Ga zeer voorzichtig te werk bij het vervangen van de pannendrager, dit om schade aan het oppervlak van de kookplaat te vermijden.
- 2. Zorg er na het reinigen van de pansteunen voor dat u ze in de juiste stand terugplaatst.
- 3. Om ervoor te zorgen dat de brander goed werkt, moeten de armen van de pannendrager in het midden van de brander worden geplaatst.
7.5 Periodiek onderhoud
Raadpleeg regelmatig uw lokale serviceafdeling, om de staat van de gastoevoerleiding en de drukregelaar (indien gemonteerd) te controleren.
8. OVEN - DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Het apparaat aan- en uitzetten
Het hangt van het model of uw apparaat knopsymbolen, indicatielampjes of lampjes heeft:
- Het lampje gaat aan als het apparaat in werking is.
- Het symbool geeft aan of de knop de kookzones, de ovenfuncties of de temperatuur bedient.
- Het indicatielampje gaat aan wanneer de oven opwarmt.
- 1. Zet de functieknop van de oven op een ovenfunctie.
- 2. Draai de temperatuurknop om een temperatuur te kiezen.
- 3. Draai om het apparaat uit te schakelen, de knop voor de ovenfuncties en de knop voor de temperatuur naar de uit-stand.
8.2 Veiligheidsthermostaat
Een onjuiste bediening van het apparaat of defecte componenten kunnen gevaarlijke oververhitting veroorzaken. Om dit te voorkomen is de oven voorzien van een veiligheidsthermostaat die de stroomtoevoer onderbreekt. Zodra de temperatuur is gedaald, wordt de oven automatisch weer ingeschakeld.
8.3 Ovenfuncties
| Symbool | Ovenfuncties | Applicatie |
|---|---|---|
| Uit-stand | Het apparaat staat uit. |
Pagina 14
14 www.aeg.com
| Symbool | Ovenfuncties | Applicatie |
|---|---|---|
| Ovenlampje | Het lampje activeren zonder een bereidingsfunctie. | |
| Boven + Onderwarmte | Voor het bakken en braden op een ovenniveau. | |
| Onderwarmte | Voor het bakken van taarten met een knapperige bodem en het inmaken van voedsel. | |
| Warme lucht | Voor het braden of bakken van gerechten waarvoor dezelfde bereidingstemperatuur nodig is, op meer dan één roosterhoogte, zonder dat er smaken worden overgebracht van het ene naar het andere gerecht. | |
| Hetelucht | Om op twee ovenniveaus te bakken of om voedsel te drogen.Stel de temperatuur 20 - 40°C lager in dan voor Boven + Onderwarmte | |
| Licht koken | Om te bakken in bakblikken en te drogen op één niveau bij lage temperatuur. | |
| Circulatiegrill | Voor het braden van grotere stukken vlees of gevogelte met botten op één niveau. Ook om te gratineren en te bruinen. | |
| Pizza Hetelucht | Om gerechten op één niveau te bakken met intensief bruineren en een krokantere korst. Stel de temperatuur 20 - 40°C lager in dan voor boven- en onderwarmte. | |
| Ontdooien | Deze functie kan gebruikt worden om bevroren voedsel te ontdooien zoals groente en fruit. De ontdooitijd hangt af van de hoeveelheid en dikte van het voedsel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
9. OVEN - KLOKFUNCTIES
9.1 Weergave
A. Indicator voor de tijdsduur en de eindtijd
B. Tijdindicatie
C. Timer actief lampje
D. Kookwekker lampje
Pagina 15
NEDERLANDS 15
9.2 Toetsen
| Knop | Functie | Beschrijving |
|---|---|---|
| MIN | Om de tijd in te stellen. | |
| KLOK | De klokfunctie instellen. | |
| PLUS | Om de tijd in te stellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
9.3 Tabel met klokfuncties
| Klokfunctie | Applicatie | |
|---|---|---|
| Kookwekker | Om de tijd af te tellen (1 min - 23 uur 59 minuten). Deze functie heeft geen invloed op de werking van het apparaat. | |
| dur | Programmaduur | De bereidingstijd van de oven instellen (1 min - 10 uur). |
| Eindtijd (End) | Eindtijd (End) | Om de tijd van de dag in te stellen wanneer de oven moet uitschakelen (1 min - 10 uur). |
| willekeurige toets om het signaal uit |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Bereidingsduur en einde te zetten.
kunnen gelijktijdig worden gebruikt als het apparaat op Bij de functies Duur en een later tijdstip Eindtijd schakelt het automatisch wordt in- en apparaat automatisch uit. uitgeschakeld. Stel eerst de
bereidingsduur en daarna 9.5 De klokfuncties annuleren
het einde in.
9.4 De klokfuncties instellen
Stel voor Bereidingsduur (dur) en Einde (End) een ovenfunctie en temperatuur in.
Dit is niet nodig voor de kookwekker .
- 1. Blijf op drukken tot het symbool voor de benodigde klokfunctie gaat knipperen.
- 2. Druk op of om de benodigde klokfunctie in te stellen.
De klokfunctie schakelt in. Het display toont de weergave voor de klokfunctie die u instelt. Voor Einde en
Bereidingsduur gaat A ook branden op het display.
- 3. Wanneer de tijd is verstreken, knippert de klokfunctie en klinkt er gedurende 7 minuten een geluidsignaal. Druk op een
- 1. Blijf op drukken tot het symbool voor de benodigde ovenfunctie knippert.
- 2. Houd de knoppen en tegelijkertijd ingedrukt. De klokfunctie gaat na een paar seconden uit.
9.6 Het geluidssignaal wijzigen
- 1. Houd om het huidige geluidssignaal
te horen de toets ingedrukt.
- 2. Druk herhaaldelijk op om het signaal te veranderen.
- 3. Laat de knop los.
Het laatste geluid dat u instelt is het nieuwe geluid.
- 4. Wacht 5 seconden tot de instelling automatisch wordt bevestigd.
Pagina 16
16 www.aeg.com
Als het apparaat uit het stopcontact wordt getrokken of na een stroomstoring is het geluidssignaal weer ingesteld op het standaardgeluid.
10. OVEN - GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
10.1 De accessoires plaatsen
Bakrooster:
Schuif het rooster tussen de geleidestangen van het ovenniveau.
Plaat:
Duw de bakplaat niet helemaal tot de achterwand van de oven. Dit zal voorkomen dat de warmte rondom de bakplaat kan circuleren. Het gerecht kan verbranden, vooral aan de achterzijde van de bakplaat.
Plaats het blik of de diepe plaat tussen de geleidestangen van de inschuifrail. Zorg ervoor dat het de achterwand van de oven niet raakt.
Bakrooster en braadpan samen:
Schuif de braadpan tussen de geleidestangen van de roostersteun en het rooster op de roostersteun er boven.
Pagina 17
NEDERLANDS 17
11. OVEN - AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
De temperaturen en baktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Deze zijn afhankelijk van de recepten en de kwaliteit en de hoeveelheid van de gebruikte ingrediënten.
11.1 Algemene informatie
- Het apparaat heeft vier inzetniveaus.
Tel de inzetniveaus vanaf de bodem van het apparaat.
- Het apparaat heeft een speciaal systeem dat de lucht circuleert en voor doorlopende recycling van stoom zorgt. Dankzij dit systeem is het mogelijk om voedsel te bereiden in een atmosfeer met stoom en worden de gerechten zacht van binnen en knapperig van buiten.
Bovendien worden de bereidingstijd en het energieverbruik tot een minimum beperkt.
- Vocht kan in het apparaat of op de glazen deurpanelen condenseren. Dit is normaal. Ga altijd iets terug staan van het apparaat als u de deur van het apparaat tijdens de werking opent.
Om de condens te verminderen, dient u het apparaat 10 minuten te laten voorverwarmen.
- Veeg na elk gebruik het vocht van het apparaat.
- Plaats geen voorwerpen direct op de bodem van het apparaat en bedek de bodem tijdens de bereiding niet met aluminiumfolie. Dit kan de bakresultaten veranderen en de emaillelaag beschadigen.
11.2 Bakken
- Uw oven kan anders bakken of roosteren dan de oven die u tot nu toe gebruikt heeft. Pas uw normale instellingen zoals temperatuur, gaartijd en ovenniveau aan de tabelwaarden aan.
- Gebruik de eerste keer de laagste temperatuur.
- Als u voor een speciaal recept de instelling niet kunt vinden, zoek dan naar een soortgelijk recept.
- Bij het bereiden van cake op meerdere niveaus kan de baktijd ca.
10 - 15 minuten langer zijn.
- Als de cake niet overal even hoog is, wordt de cake in het begin van het bakproces niet overal even bruin.
Verander in dit geval de temperatuurinstelling niet. De verschillen verminderen tijdens het bakproces.
- Tijdens het bakken kunnen bakplaten in de oven vervormen. Wanneer de bakplaten afkoelen, verdwijnt de vervorming.
11.3 Voor de bereiding van gebak
- De ovendeur mag pas worden geopend als driekwart van de baktijd is verstreken.
- Als u twee bakplaten tegelijkertijd gebruikt, dient u één niveau ertussen leeg te laten.
- De functie boven + onderwarmte is samen met de standaard temperatuur ideaal voor het bakken van brood.
11.4 Voor de bereiding van vlees en vis
- Gebruik een diepe bak voor erg vet voedsel om te oven te behoeden voor blijvende vetvlekken.
- Laat het vlees ongeveer 15 minuten rusten voordat u het aansnijdt, zodat het vleessap er niet uit stroomt.
- Om te veel rook tijdens het braden in de oven te vermijden, kunt u een beetje water in de lekbak gieten. Om rook te vermijden, voegt u water toe wanneer het is opgedroogd.
11.5 Bereidingstijden
De bereidingsduur is afhankelijk van het soort voedsel, de samenstelling en het volume.
Pagina 18
18 www.aeg.com
Houd in eerste instantie het bereidingsproces in de gaten. Zoek bij het gebruik van dit apparaat de beste instellingen (temperatuur,
bereidingsduur, etc.) voor uw kookgerei, recepten en hoeveelheden.
11.6 Boven + onderwarmte
| Gerecht | Gewicht (g) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | Accessoires |
|---|---|---|---|---|---|
| Deegreepjes voor op vlaaien/ taarten | 250 | 150 | 25 - 30 | 3 | bakblik |
| Platte cake 1) | 1000 | 160 - 170 | 30 - 35 | 2 | bakblik |
| Koffiebroodjes met appel en gist | 2000 | 170 - 190 | 40 - 50 | 3 | bakblik |
| Appeltaart 2) | 1200 + 1200 | 180 - 200 | 50 - 60 | 1 | 2 ronde aluminium bakplaten (diameter: 20 cm) |
| Kleine cakejes 1) | 500 | 160 - 170 | 25 - 30 | 2 | bakblik |
| Biscuittaart zonder vet 1) | 350 | 160 - 170 | 25 - 30 | 1 | 1 ronde aluminium bakplaat (diameter: 26 cm) |
| Pannenkoek | 1500 | 160 - 170 | 45 - 55 3) | 2 | bakblik |
| Hele kip | 1350 | 200 - 220 | 60 - 70 | 2 | rooster |
| 1 | bakblik | ||||
| Halve kip | 1300 | 190 - 210 | 35 + 30 | 3 | rooster |
| 1 | bakblik | ||||
| Gebraden varkenskotelet | 600 | 190 - 210 | 30 - 35 | 3 | Bakrooster |
| 1 | bakblik | ||||
| Broodtaart 4) | 800 | 230 - 250 | 10 - 15 | 2 | bakblik |
| Gevulde gistcake 5) | 1200 | 170 - 180 | 25 - 35 | 2 | bakblik |
| Pizza | 1000 | 200 - 220 | 25 - 35 | 2 | bakblik |
| Kwarktaart | 2600 | 170 - 190 | 60 - 70 | 2 | bakblik |
| Zwitserse appelflan 5) | 1900 | 200 - 220 | 30 - 40 | 1 | bakblik |
Pagina 19
NEDERLANDS 19
| Gerecht | Gewicht (g) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | Accessoires |
|---|---|---|---|---|---|
| Kerstcake 5) | 2400 | 170 - 180 | 55 - 65 6) | 2 | bakblik |
| Quiche Lorraine 5) | 1000 | 220 - 230 | 40 - 50 | 1 | 1 ronde aluminium bakplaat (diameter: 26 cm) |
| Boerenbrood 7) | 750 + 750 | 180 - 200 | 60 - 70 | 1 | 2 aluminium bakplaten (lengte: 20 cm) |
| Roemeense biscuittaart 1) | 600 + 600 | 160 - 170 | 40 - 50 | 2 | 2 aluminium bakplaten (lengte: 25 cm) op dezelfde hoogte |
| Roemeense biscuittaart - traditioneel | 600 + 600 | 160 - 170 | 30 - 40 | 2 | 2 aluminium bakplaten (lengte: 25 cm) op dezelfde hoogte |
| Gistbroodjes 5) | 800 | 200 - 210 | 10 - 15 | 2 | bakblik |
| Opgerolde cake met jam 1) | 500 | 150 - 170 | 15 - 20 | 1 | bakblik |
| Schuimpjes | 400 | 100 - 120 | 40 - 50 | 2 | bakblik |
| Kruimeltaart 5) | 1500 | 180 - 190 | 25 - 35 | 3 | bakblik |
| Biscuitgebak 1) | 600 | 160 - 170 | 25 - 35 | 3 | bakblik |
| Botertaart 1) | 600 | 180 - 200 | 20 - 25 | 2 | bakblik |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
- 1) Verwarm de oven 10 minuten voor.
- 2) Verwarm de oven 15 minuten voor.
- 3) Nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld, laat u de cake nog 7 minuten in de oven.
- 4) Verwarm de oven 20 minuten voor.
- 5) Verwarm de oven 10-15 minuten voor.
- 6) Nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld, laat u de cake nog 10 minuten in de oven.
- 7) Stel de temperatuur in op 250 °C en warm de oven 18 minuten voor.
11.7 Hetelucht
| Gerecht | Gewicht (g) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | Accessoires |
|---|---|---|---|---|---|
| Deegreepjes 1) | 250 | 145 | 25 | 3 | bakblik |
| Deegreepjes 1) | 250 + 250 | 145 | 25 | 1 + 3 | bakblik |
Pagina's 20–22: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 23
NEDERLANDS 23
| Gerecht | Gewicht (g) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | Accessoires |
|---|---|---|---|---|---|
| Roemeense biscuittaart - traditioneel | 600 + 600 | 160 - 170 | 30 - 40 | 2 | 2 aluminium bakplaten (lengte: 25 cm) op dezelfde hoogte |
| Gistbroodjes 1) | 800 | 190 | 15 | 3 | bakblik |
| Gistbroodjes 1) | 800 + 800 | 200 | 15 | 1 + 3 | bakblik |
| Opgerolde cake met jam 1) | 500 | 150 - 170 | 10 - 15 | 3 | bakblik |
| Schuimpjes | 400 | 100 - 120 | 50 - 60 | 2 | bakblik |
| Schuimpjes | 400 + 400 | 100 - 120 | 55 - 65 | 1 + 3 | bakblik |
| Kruimeltaart 1) | 1500 | 170 - 180 | 20 - 30 | 2 | bakblik |
| Biscuitgebak 1) | 600 | 150 - 170 | 20 - 30 | 2 | bakblik |
| Botertaart 1) | 600 + 600 | 150 - 170 | 20 - 30 | 1 + 3 | bakblik |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
- 1) Verwarm de oven 10 minuten voor.
- 2) Nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld, laat u de cake nog 7 minuten in de oven.
- 3) Verwarm de oven 15 minuten voor.
- 4) Nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld, laat u de cake nog 10 minuten in de oven.
- 5) Stel de temperatuur in op 230 °C en warm de oven 15 minuten voor.
11.9 Licht koken
| Gerecht | Gewicht (g) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | Accessoires |
|---|---|---|---|---|---|
| Deegreepjes 1) | 250 | 150 - 160 | 20 - 25 | 2 | bakblik |
| Platte cake 1) | 500 | 160 - 170 | 35 - 40 | 2 | bakblik |
| Pizza 1) | 1000 | 200 - 210 | 30 - 40 | 2 | bakblik |
| Opgerolde cake met jam 1) | 500 | 160 - 170 | 20 - 30 | 2 | bakblik |
| Meringue 2) | 400 | 110 - 120 | 50 - 60 | 2 | bakblik |
| Biscuitgebak 1) | 600 | 160 - 170 | 25 - 30 | 2 | bakblik |
| Botercake 1) | 600 | 160 - 170 | 25 - 30 | 2 | bakblik |
Pagina 24
24 www.aeg.com
| Gerecht | Gewicht (g) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | Accessoires |
|---|---|---|---|---|---|
| Hele kip | 1200 | 220 - 230 | 45 - 55 | 2 1 | rooster bakblik |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- 1) Stel de temperatuur in op 250 °C en warm de oven 20 minuten voor.
- 2) Stel de temperatuur in op 250 °C en warm de oven 10 minuten voor.
11.10 Circulatiegrill
| Roosterhoogte | Accessoires |
|---|---|
| 3 | rooster |
| 2 | rooster |
| 1 2 | bakblik rooster |
| 1 | bakblik |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
| Gerecht | Gewicht (g) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) |
|---|---|---|---|
| Toast 1) | 500 | 230 | 3 - 5 |
| Halve kip | 1200 | 200 | 25 + 25 |
| Gebraden varkenskotelet | 500 | 230 | 20 + 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- 1) Verwarm de oven 10 minuten voor.
11.11 Pizza-functie
| Gerecht | Gewicht (g) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | Accessoires |
|---|---|---|---|---|---|
| Pizza | 1000 | 200 - 210 | 20 - 30 | 2 | bakblik |
| Hele kip | 1400 | 165 - 175 | 55 - 65 | 2 | bakblik |
| Halve kip | 1350 | 165 - 175 | 30 + 35 | 3 | bakblik |
| Quiche Lorraine 1) | 1000 | 210 - 220 | 20 - 30 | 2 | bakblik |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- 1) Warm de oven 10 - 15 minuten voor.
12. OVEN - ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Opmerkingen over schoonmaken
- Maak de voorkant van de oven schoon met een zachte doek, warm water en een mild reinigingsmiddel.
- Gebruik voor metalen oppervlakken een specifiek reinigingsmiddel.
- Reinig de binnenkant van de oven na elk gebruik. Vetophoping of andere voedingsresten kunnen brand veroorzaken. Het gevaar is groter voor de grillpan.
- Verwijder hardnekkig vuil met een speciale ovenreiniger.
- Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik een zachte
Pagina 25
NEDERLANDS 25
doek met een warm sopje en een reinigingsmiddel.
- Toebehoren met antiaanbaklaag mogen niet worden schoongemaakt met een agressief reinigingsmiddel, voorwerpen met scherpe randen of een afwasautomaat. Dit kan de antiaanbaklaag beschadigen.
12.2 Apparaten van roestvrij staal of aluminium
Maak de ovendeur alleen met een vochtige doek of natte spons schoon. Droog maken met een zachte doek. Vermijd het gebruik van staalwol, zure of schurende producten, deze kunnen de oppervlakken van de oven beschadigen. Maak het bedieningspaneel van de oven net zo voorzichtig schoon.
12.3 Verwijderbare inschuifrails
Als u de binnenkant van de oven wilt reinigen, verwijdert u de inschuifrails.
LET OP!
Wees voorzichtig bij het verwijderen van de inschuifrails.
- 1. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit de zijwand.
- 2. Trek de geleider bij de achterkant uit de zijwand en verwijder deze.
1
2
Installeer de verwijderde accessoires in de omgekeerde volgorde.
12.4 De ovendeur reinigen
De ovendeur heeft twee glazen ruitjes. U kunt de ovendeur en het glazen binnenruitje verwijderen om schoon te maken.
De ovendeur kan dichtslaan als u de interne glasplaat probeert te verwijderen als de deur nog gemonteerd is.
LET OP!
Gebruik de oven nooit zonder glazen binnenruitje.
- 1. Open de deur volledig en houd de twee deurscharnieren vast.
- 2. Til de hendels op de twee scharnieren omhoog en draai ze.
Pagina 26
26 www.aeg.com
- 3. Sluit de ovendeur halverwege tot de eerste openingsstand. Trek hem daarna naar voren en haal de deur uit zijn zitting.
- 4. Leg de deur op een zachte doek op een stabiele ondergrond.
- 5. Maak het vergrendelingssysteem open om het glazen binnenruitje te verwijderen.
- 6. Draai de twee bevestigingen 90° en verwijder ze uit hun houders.
- 7. De glasplaat voorzichtig optillen en verwijderen.
- 8. Reinig de glasplaat met een sopje. Droog de glasplaat voorzichtig af. Als u het glazen paneel en de ovendeur heeft schoongemaakt, plaatst u ze terug. Voer bovenstaande stappen uit in de omgekeerde volgorde.
De bedrukte zijde moet naar de binnenkant van de deur gericht zijn. Zorg ervoor dat na de installatie het oppervlak van de glazen paneelrand niet ruw aanvoelt als u het aanraakt.
Zorg ervoor dat u het binnenruitje correct in de uitsparingen plaatst.
Pagina 27
NEDERLANDS 27
12.5 De lade verwijderen
WAARSCHUWING!
Bewaar geen ontvlambare dingen in de lade (bijv.
schoonmaakmiddelen, plastic zakken, ovenhandschoenen, papier, reinigingssprays, enz). Als u de oven gebruikt, kan de lade heet worden. Er kan brand ontstaan.
De lade onder de oven kan worden verwijderd om gemakkelijker te worden schoongemaakt.
- 1. Trek de lade volledig naar buiten, tot deze niet verder kan.
- 2. Til de lade langzaam op.
- 3. Trek de lade volledig uit.
Voer de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit om de lade te installeren.
12.6 Het lampje vervangen
Leg een doek op de bodem van de binnenkant van het apparaat. Dit voorkomt schade aan het afdekglas en de ovenruimte.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrocutie! Maak de zekering los voordat u de lamp vervangt. De lamp en het afdekglas kunnen heet zijn.
- 1. Schakel het apparaat uit.
- 2. Verwijder de zekeringen in de zekeringenkast, of schakel de stroomonderbreker uit.
Het achterste lampje
- 1. Draai het afdekglas van de lamp naar rechts en verwijder het.
- 2. Reinig het afdekglas.
- 3. Vervang de lamp door een geschikte 300°C hittebestendige lamp.
- 4. Plaats het afdekglas terug.
13. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Pagina 28
28 www.aeg.com
13.1 Problemen oplossen
| Probleem | Mogelijke oorzaak | oplossing |
|---|---|---|
| Er is geen vonk als de vonkontsteking wordt geactiveerd. | De kookplaat is niet aangesloten op een stopcontact of is niet goed geïnstalleerd. | Controleer of de kookplaat goed is aangesloten op het lichtnet. Raadpleeg het aansluitdiagram. |
| De zekering is doorgeslagen. | Controleer of de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen keer op keer doorslaan, neemt u contact op met een erkende installateur. | |
| De branderdeksel en kroon zitten niet goed op hun plaats. | Plaats de branderdeksel en de kroon op juiste wijze. | |
| De vlam gaat meteen na de ontsteking uit. | Het thermokoppel is niet voldoende opgewarmd. | Na het ontsteken van de vlam, de vlamontsteking circa 10 sec. ingedrukt houden. |
| De vlamring is ongelijk. | De branderkroon is verstopt met etensresten. | Controleer of de hoofdinspuiter niet verstopt is en of de branderkroon schoon is. |
| De branders werken niet. | Er is geen gastoevoer. | Controleer de gasaansluiting. |
| Het vlamkleur is oranje of geel. | De vlam kan er op sommige plekken van de brander oranje of geel uitzien. Dit is normaal. | |
| De oven wordt niet warm. | De oven is uitgeschakeld. | Schakel de oven in. |
| De benodigde kookstanden zijn niet ingesteld. | Zorg ervoor dat de instellingen correct zijn. | |
| De klok is niet ingesteld. | Stel de klok in. | |
| Het lampje brandt niet. | Het lampje is stuk. | Vervang het lampje. |
| Stoom en condens slaan neer op de gerechten en in de ovenruimte. | Het gerecht heeft te lang in de oven gestaan. | Laat gerechten na het bereiden niet langer dan 15 - 20 minuten in de oven staan. |
| De bereiding van de gerechten duurt te lang of de gerechten worden te snel gaar. | De temperatuur is te laag of te hoog. | Pas indien nodig de temperatuur aan. Volg het advies in de handleiding op. |
| Op het ovendisplay verschijnt '0.00' en 'LED'. | Er is een stroomstoring geweest. | Stel de klok opnieuw in. |
Pagina 29
NEDERLANDS 29
13.2 Onderhoudgegevens
Als u niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met uw verkoper of de serviceafdeling.
De contactgegevens van het servicecentrum staan op het typeplaatje.
Het typeplaatje bevindt zich voor aan de binnenkant van het apparaat. Verwijder het typeplaatje niet uit de ovenruimte.
| Wij adviseren u om de gegevens hier te noteren: | |
|---|---|
| Model (MOD.) | ......................................... |
| Productnummer (PNC) | ......................................... |
| Serienummer (S.N.) | ......................................... |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
14. MONTAGE
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
14.1 Locatie van het apparaat
U kunt uw vrijstaand apparaat met kasten aan een of twee zijden en in de hoek plaatsen.
Houd een afstand van ongeveer 1 cm tussen het apparaat en de achterwand zodat de deksel open kan.
Zie voor minimale afstanden de tabel.
A
B
C
Minimum afstanden
| Afmetingen | mm |
|---|---|
| A | 400 |
| B | 650 |
| C | 150 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
14.2 Technische gegevens
| Spanning | 220 – 240 V |
|---|---|
| Frequentie | 50 / 60 Hz |
| Apparaatklasse | 1 |
| Afmetingen | mm |
| In hoogte | 857 |
| Breedte | 600 |
| Diepte | 600 |
Pagina 30
30 www.aeg.com
14.3 Overige technische gegevens
| Categorie apparaat: | II2EK3B/P II2L3B/P |
|---|---|
| Gas origineel: | G25.3 (2EK) 25 mbar G25 (2L) 25 mbar |
| Gasvervanging: | G30/G31 (3B/P) 30/30 mbar G20 (2E) 20 mbar |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
14.4 Bypassdiameters
| BRANDER | Ø BYPASS1) 1/100 mm |
|---|---|
| Sudderbrander | 29 / 30 |
| Normale brander | 32 |
| Driekronenbrander | 67 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
- 1) Type bypass is afhankelijk van het model.
14.5 Gasbranders voor AARDGAS G20 20 mbar
| BRANDER | NORMAAL VER-MOGEN kW 1) | BEPERKT VERMOGEN kW 1) | INSPUITERMARKE-RING 1/100 mm |
|---|---|---|---|
| Driekronenbrander | 4.0 | 1.80 | 146 |
| Normale brander | 2.0 / 1.9 | 0.43 / 0.45 | 96 |
| Sudder | 1.0 | 0.35 | 70 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
- 1) Kraantype is afhankelijk van het model.
14.6 Gasbranders voor AARDGAS G25.3 25 mbar / G25 25 mbar
| BRANDER | NORMAAL VER-MOGEN kW | BEPERKT VERMOGEN kW | INSPUITERMARKE-RING 1/100 mm |
|---|---|---|---|
| Driekronenbrander | 3.8 | 1.7 | 147 |
| Normale brander | 1.9 | 0.43 | 100 |
| Sudder | 0.95 | 0.35 | 70 |
Pagina 31
NEDERLANDS 31
14.7 Gasbranders voor LPG G30 30 mbar
| BRANDER | NORMAAL VERMOGEN kW | BEPERKT VER-MOGEN kW | INSPUITERMAR-KERING 1/100 mm | NOMINALE GAS-STROMING g/h |
|---|---|---|---|---|
| Driekronenbrander | 4.0 | 1.80 | 101 | 291 |
| Normale brander | 2.0 | 0.43 | 71 | 145 |
| Sudderbrander | 1.0 | 0.35 | 50 | 73 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
14.8 Gasbranders voor LPG G31 30 mbar
| BRANDER | NORMAAL VERMOGEN kW 1) | BEPERKT VERMO-GEN kW 1) | INSPUITER-MARKERING 1/100 mm | NOMINALE GAS-STROMING g/h |
|---|---|---|---|---|
| Driekronenbrander | 3.5 | 1.6 | 101 | 250 |
| Normale brander | 1.7 | 0.38 | 71 | 121 |
| Sudder | 0.85 | 0.31 | 50 | 61 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
- 1) Kraantype is afhankelijk van het model.
14.9 Gasaansluiting
WAARSCHUWING!
De volgende instructies over de installatie en het onderhoud moeten opgevolgd worden door vakkundig personeel in overeenstemming met de geldende voorschriften.
Gebruik vaste aansluitingen of een flexibele leiding van roestvrij staal, in overeenstemming met de voorschriften die van kracht zijn. Als u flexibele metalen leidingen gebruikt, moet u opletten dat deze niet in aanraking komen met bewegende onderdelen, of dat ze niet vastgeklemd worden.
De verbinding moet worden aangelegd in overeenstemming met NEN 1078.
Controleer of de gastoevoerdruk van het apparaat voldoet aan de aanbevolen waarden. De verstelbare aansluiting wordt op de uitbreidingsbrug bevestigd met behulp van een schroefdraadmoer G 1/2" (NEN 3258). Schroef de onderdelen vast zonder kracht, stel de verbinding in de nodige richting af en draai alles vast.
Pagina 32
32 www.aeg.com
WAARSCHUWING!
De gasleiding mag het deel van het apparaat niet raken zoals getoond in de afbeelding.
14.10 Aansluiting van flexibele niet-metalen leidingen
Als u eenvoudig toegang heeft tot de aansluiting, dan kunt u een flexibele leiding gebruiken. De flexibele leiding moet goed worden aangespannen door klemmen.
Gebruik bij montage altijd de leidinghouder en de pakking. De flexibele pijp is correct als:
- ze niet meer kan worden opgewarmd dan kamertemperatuur, hoger dan 30 °C;
- niet langer is dan 1.500 mm;
- nergens nauw is;
- niet gedraaid is;
- niet in aanraking komt met scherpe randen of hoeken;
- de staat eenvoudig kan worden gecontroleerd.
Zorg er bij het controleren van de flexibele pijp voor dat:
- de leiding geen barsten, sneden, vlekken of brandsporen vertoont op de twee uiteinden en over de volledige lengte;
- het materiaal niet gehard is, maar de juiste elasticiteit vertoont;
- de bevestigingsklemmen niet verroest zijn;
- de vervaldatum niet is verstreken. Als er één of meerdere defecten waarneembaar zijn, mag de leiding niet worden gerepareerd, maar moet deze worden vervangen.
WAARSCHUWING!
Controleer waneer de installatie is voltooid of elke leidingfitting goed is afgedicht. Gebruik een zeepoplossing, geen vlam.
De gastoevoer bevindt zich aan de achterkant van het bedieningspaneel.
WAARSCHUWING!
Trek voordat u het gas aansluit eerst de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering uit.Sluit de primaire klep van de gastoevoer.
14.11 Aanpassing aan verschillende types gas
Alleen bevoegde personen mogen de afstelling aan verschillende types gas uitvoeren.
Als het apparaat is ingesteld voor aardgas, dan kunt u dit met de geschikte injectors wijzigen naar vloeibaar gas. De hoeveelheid gas wordt aangepast.
WAARSCHUWING!
Voordat u de injectors vervangt, moet u ervoor zorgen dat de gasknoppen zich in de UIT-stand bevinden. Trek de stekker uit het stopcontact. Laat het apparaat afkoelen. U kunt letsel oplopen.
Het apparaat is ingesteld op standaardgas. Om de instelling te wijzigen moet u altijd de afdichtpakking gebruiken.
A. Uiteinde van as met moer
B. Pakking
C. Elleboog (indien nodig)
Pagina 33
NEDERLANDS 33
14.12 Vervangen van kookplaatinjectors
Vervang de injectors wanneer u het gastype wijzigt.
- 1. Verwijder de pannendrager.
- 2. Verwijder de branderkappen en - kronen.
- 3. Maak de injectors los met een sleutel van 7 mm en verwijder deze.
- 4. Vervang ze door de injectors die nodig zijn voor het type gas dat u gebruikt.
- 5. Vervang het typeplaatje (naast de gastoevoerleiding) door het plaatje voor het nieuwe type gastoevoer.
U kunt het plaatje vinden in de zak die bij het apparaat geleverd is.
Als de druk van de gastoevoer niet constant is of verschilt van de vereiste druk, moet u een geschikte drukregelaar op de gastoevoerleiding monteren.
14.13 Aanpassen van de minimale gasstand op de fornuisbrander
- 1. Haal de stekker uit het stopcontact.
- 2. Verwijder de knop voor de kookplaat. Demonteer als de bypassschroef niet toegankelijk is eerst het bedieningspaneel voor de afstelling.
- 3. Stel de stand van de bypass-schroef
A af met een dunne en platte schroevendraaier.
Het model bepaalt de positie van de bypass-schroef A.
A
A
Omzetten van aardgas naar vloeibaar gas
- 1. Draai de bypass-schroef volledig vast.
- 2. Doe de knop terug.
Omzetten van vloeibaar gas naar aardgas
- 1. Draai de stand van de bypass-schroef A één draai los.
- 2. Plaats de knop voor de kookplaat terug.
- 3. Sluit het apparaat aan op het stopcontact.
WAARSCHUWING!
Steek de stekker pas in het stopcontact wanneer alle onderdelen terug op hun oorspronkelijke plaats zitten. U kunt letsel oplopen.
- 4. Steek de brander aan.
Raadpleeg het hoofdstuk 'Kookplaat
- Dagelijks gebruik'.
- 5. Draai de knop voor de kookplaat naar een laagste stand.
- 6. Verwijder de knop voor de kookplaat weer.
- 7. Draai de bypass-schroef langzaam vast tot de vlam klein en stabiel wordt.
- 8. Plaats de knop voor de kookplaat weer terug.
Pagina 34
34 www.aeg.com
14.14 Het apparaat waterpas zetten
Gebruik kleine pootjes aan de onderkant van het apparaat om het kookoppervlak aan de bovenkant waterpas met andere oppervlakken te brengen.
14.15 Anti-kantelbescherming
Stel de correcte hoogte in en bepaal waar op het apparaat u de antikantelbescherming gaat plaatsen.
LET OP!
Zorg dat u de antikantelbescherming op de correcte hoogte installeert.
Zorg ervoor dat het oppervlak achter het apparaat glad is.
U moet de anti-kantelbescherming installeren. Als u dat niet doet, kan het apparaat kantelen.
Uw apparaat is voorzien van het symbool weergegeven in de afbeelding (indien van toepassing) om u te herinneren aan de montage van de antikantelbescherming.
- 1. Installeer de anti-kantelbescherming
232-237 mm onder het bovenvlak van het apparaat en 110-115 mm van de zijkant van het apparaat in de ronde opening op een steun. Schroef de beveiliging stevig in solide materiaal of gebruik geschikte versteviging (muur).
110-115 mm
232- 237 mm
- 2. U vindt het gat aan de linkerachterkant van het apparaat. Til de voorkant van het apparaat op en plaats dit in het midden van de ruimte tussen de kastjes. Als de afstand tussen de aanrechtkastjes groter is dan de breedte van het apparaat, moet u de zijmaten aanpassen als u het apparaat wilt centreren.
Als u de afmetingen van het fornuis hebt gewijzigd, dan moet u de antikantelbescherming correct uitlijnen.
LET OP!
Als de afstand tussen de aanrechtkastjes groter is dan de breedte van het apparaat, moet u de zijmaten aanpassen als u het apparaat wilt centreren.
Pagina 35
NEDERLANDS 35
14.16 Elektrische installatie
WAARSCHUWING!
De fabrikant is niet verantwoordelijk indien u deze veiligheidsmaatregelen uit hoofdstuk 'Veiligheidsinformatie' niet opvolgt.
Dit apparaat wordt geleverd met stekker en netsnoer.
WAARSCHUWING!
De stroomkabel mag het onderdeel van het apparaat dat getoond wordt in de illustratie niet raken.
15. ENERGIEZUINIGHEID
15.1 Productinformatie voor kookplaat volgens EU-richtlijn 66/2014
| Modelidentificatie | 47886GT-MN 47886GT-WN | |
| Type kooktoestel | Kookplaat in vrijstaand fornuis | |
| Aantal gasbranders | 4 | |
| Energiezuinigheid per gasbrander (EE gas burner) | Linksachter - Sudderbrander | niet van toepassing |
| Rechtsachter - Normale brander | 55.0% | |
| Rechtsvoor - Normale brander | 55.0% | |
| Linksvoor - Driekronenbrander | 52.5% | |
| Energie-efficiëntie voor de gaskookplaat (EE gas hob) | 54.2% | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
EN 30-2-1: Huishoudelijke kookapparaten op gas - deel 2-1 : Energieverbruik - Algemeen
15.2 Kookplaat - Energiebesparing
U kunt elke dag energie besparen tijdens het koken door de onderstaande tips te volgen.
- Warm alleen de hoeveelheid water op die u nodig heeft.
- Doe indien mogelijk altijd een deksel op de pan.
- Zorg er voor gebruik voor dat de branders en pannendragers goed worden geplaatst.
- De bodem van het kookgerei moet de juiste diameter hebben voor de brandermaat.
- Zet het kookgerei meteen op de brander en in het midden.
- Wanneer de vloeistof begint te koken, draait u de vlam omlaag, totdat de vloeistof zachtjes pruttelt.
Pagina 36
36 www.aeg.com
gebruikshandleiding van de
- Gebruik indien mogelijk een hogedrukpan. Zie de
hogedrukpan.
15.3 Productkaart en informatie voor ovens volgens EU 65-66/2014
| Naam leverancier | AEG |
|---|---|
| Modelidentificatie | 47886GT-MN 47886GT-WN |
| Energie-efficiëntie Index | 96.2 |
| Energie-efficiëntieklasse | A |
| Energieverbruik bij een standaardbelasting, stand boven + onderwarmte | 0,84 kWh/cyclus |
| Energieverbruik bij een standaardbelasting, stand hetelucht | 0,76 kWh/cyclus |
| Aantal ruimten | 1 |
| Warmtebron | Elektriciteit |
| Volume | 57 l |
| Soort oven | Oven in vrijstaand fornuis |
| Massa | 47886GT-MN 47.0 kg |
| 47886GT-WN 48.0 kg |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
EN 60350-1 - Elektrische huishoudelijke kookapparaten - deel 1: Reeksen, ovens, stoomovens en grills - Methoden voor prestatiemeting.
15.4 Oven - Energiebesparing
Deze oven bevat functies die u helpen energie te besparen tijdens het dagelijks koken.
Algemene tips
Zorg ervoor dat de ovendeur goed gesloten is als u het apparaat in werking stelt. De deur niet openen tijdens de bereiding met stoom. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit.
Gebruik metalen schalen om meer energie te besparen.
Indien mogelijk de oven niet voorverwarmen voordat u er voedsel in plaatst.
Verlaag bij een bereidingsduur langer dan 30 minuten de oventemperatuur met minimaal 3 - 10 minuten, afhankelijk van de bereidingsduur voordat de kooktijd verstrijkt. De restwarmte in de oven zorgt ervoor dat het gerecht wordt voltooid.
U kunt de restwarmte gebruiken om andere maaltijden op te warmen.
Houd de onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als u een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt.
Bereiding met hete lucht
Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen.
Eten warm houden
Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte te gebruiken en een maaltijd warm te houden.