AEG 69476IU-MN, tekst van de handleiding
Pagina's 14–33 van 52 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–13verder op pagina 35 →
Pagina 14
14 www.aeg.com
Om de functie in werking te stellen moet de kookzone koud zijn.
Om de functie voor een kookzone in
te schakelen: raak aan ( gaat aan). Raak meteen de gewenste kookstand
aan. Na 3 seconden gaat branden.
De functie uitschakelen: wijzig de kookstand.
5.10 PowerBoost
Deze functie maakt meer vermogen beschikbaar voor de inductiekookzones. De functie kan voor een beperkte tijdsduur voor uitsluitend de inductiekookzone worden geactiveerd. Daarna wordt de inductiekookzone automatisch teruggeschakeld naar de hoogste kookstand.
Om de functie voor een kookzone in
te schakelen: raak aan. gaat aan.
Om de functie uit te schakelen: wijzig de kookstand.
5.11 Timer
Timer met aftelfunctie
U kunt deze functie gebruiken om in te stellen hoe lang de kookzone moet werken voor een kooksessie.
Stel eerst de warmtestand voor de kookzone in en dan de functie.
Kookzone instellen:raak meerdere malen aan tot het lampje van de gewenste kookzone brandt.
De functie inschakelen: raak van de timer aan om de tijd in te stellen (00 - 99 minuten). Als het lampje van de kookzone langzaam gaat knipperen, wordt de tijd afgeteld.
Resterende tijd weergeven: selecteer
de kookzone met . Het indicatielampje van de kookzone gaat sneller knipperen. Op het display wordt de resterende tijd weergegeven.
Om het juiste tijdstip van de dag te
.
wijzigen: selecteer de kookzone met
Raak of aan.
De functie uitschakelen: stel de
kookzone in met en raak aan. De resterende tijd telt af naar 00. Het indicatielampje van de kookzone gaat uit.
Als de tijd verstreken is, klinkt er een geluidssignaal en knippert 00. De kookzone wordt uitgeschakeld.
Het geluidssignaal stopzetten: Raak aan.
CountUp Timer (De timer met optelfunctie)
Gebruik deze functie om in de gaten te houden hoe lang de kookzone werkt.
Kookzone instellen:raak meerdere malen aan tot het lampje van de gewenste kookzone brandt.
De functie inschakelen: raak van de
timer aan. gaat aan. Als het lampje van de kookzone langzaam knippert, wordt de tijd opgeteld. De display
schakelt tussen en getelde tijd (minuten).
Om in de gaten te houden hoelang de kookzone werkt: selecteer de kookzone
met . Het indicatielampje van de kookzone gaat sneller knipperen. De display geeft aan hoe lang de zone werkt.
De functie uitschakelen: stel de
kookzone in met en raak of aan. Het indicatielampje van de kookzone gaat uit.
Kookwekker
U kunt deze functie gebruiken als kookwekker terwijl de kookplaat is ingeschakeld en de kookzones niet werken. De warmtestand op het display
toont .
De functie inschakelen: Raak aan.
Raak of van de timer aan om de tijd in te stellen. Als de tijd verstreken is,
Pagina 15
NEDERLANDS 15
klinkt er een geluidssignaal en knippert
00.
Het geluidssignaal stopzetten: Raak aan.
De functie heeft geen invloed op de werking van de kookzones.
5.12 STOP+GO
Deze functie stelt alle kookzones die in werking zijn in op de laagste kookstand.
Als de functie in gebruik is, kunt u de kookstand niet wijzigen.
De functie stopt de timerfunctie niet.
Om de functie in te schakelen: raak
aan. gaat branden.
Om de functie uit te schakelen: raak aan. De vorige kookstand gaat aan.
5.13 Blokkering
U kunt het bedieningspaneel vergrendelen terwijl de kookzones in werking zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de kookstand per ongeluk wordt veranderd.
Stel eerst de kookstand in.
Om de functie in te schakelen: raak
aan. gaat gedurende 4 seconden aan.De timer blijft aan.
Om de functie uit te schakelen: raak aan. De vorige kookstand gaat aan.
Als u de kookplaat uitzet, stopt u deze functie ook.
5.14 Kinderbeveiliging van de oven
Deze functie voorkomt dat de kookplaat onbedoeld wordt gebruikt.
Om de functie in te schakelen: schakel
de kookplaat in met . Stel geen kookstand in. Raak 4 seconden aan.
gaat aan. Schakel de kookplaat uit
met .
Om de functie uit te schakelen: schakel
de kookplaat in met . Stel geen kookstand in. Raak 4 seconden aan.
gaat aan. Schakel de kookplaat uit
met .
De functie gedurende één kooksessie onderdrukken: zet de kookplaat aan
met . gaat aan. Raak 4 seconden aan. Stel de kookstand in binnen 10 seconden. U kunt de kookplaat bedienen. Als u de kookplaat uitschakelt
met , treedt de functie weer in werking.
5.15 Vermogensbeheer-functie
- De kookzones zijn gegroepeerd volgens locatie en aantal fasen van de kookplaat. Zie afbeelding.
- Elke fase heeft een maximale elektriciteitslading.
- De functie verdeelt het vermogen tussen de kookzones aangesloten op dezelfde fase.
- De functie wordt geactiveerd als de totale elektriciteitslading van de kookzones aangesloten op een enkele fase wordt overschreden.
- De functie verlaagt het vermogen naar de andere kookzones aangesloten op dezelfde fase.
- Het warmte-instellingsdisplay van de verlaagde zone verandert tussen twee niveaus.
Pagina 16
16 www.aeg.com
6. KOOKPLAAT - AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Kookgerei
Bij een inductiekookzone zorgt een sterk elektromagnetisch veld ervoor dat het kookgerei erg snel heet wordt.
Gebruik de inductiekookzones met geschikt kookgerei.
Materiaal van het kookgerei
- correct: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (aangemerkt als geschikt voor inductie door de fabrikant).
- niet correct: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein.
Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
- een beetje water kookt snel op een zone die ingesteld is op de hoogste instelling.
- een magneet vast blijft zitten aan de bodem van het kookgerei.
De bodem van het kookgerei moet zo dik en vlak mogelijk zijn.
Afmetingen van de pannen
Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de grootte van de bodem van de pan aan.
De efficiëntie van de kookzone heeft betrekking op de diameter van het kookgerei. Kookgerei met een diameter die kleiner is dan het minimum, ontvangt slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd.
6.2 Minimale diameter van het kookgerei
| Kookzone | Diameter van het kookgerei (mm) |
|---|---|
| Linksachter | 125 - 210 |
| Rechtsachter | 125 - 210 |
| Rechtsvoor | 125 - 210 |
| Linksvoor | 125 - 210 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
6.3 Lawaai tijdens gebruik
Als u dit hoort:
- krakend geluid: de pan is gemaakt van verschillende materialen (sandwich-constructie).
- fluitend geluid: bij gebruik van de kookzone met een hoge kookstand en als de pan is gemaakt van verschillende materialen (sandwichconstructie).
- zoemen: als u hoge kookstanden gebruikt.
- klikken: er treedt elektrische schakeling op.
- sissen, zoemen: de ventilator werkt.
Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect van de kookplaat te maken.
6.4 Öko Timer (Eco-timer)
Om energie te besparen schakelt het verwarmingselement van de kookzone eerder uit dan het signaal van de timer met aftelfunctie klinkt. Het verschil in werkingstijd hangt af van het niveau van de kookstand en de tijd dat u kookt.
6.5 Voorbeelden van kooktoepassingen
De correlatie tussen de kookstand en het stroomverbruik van de kookzone is niet lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat een
Pagina 17
NEDERLANDS 17
kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt.
De gegevens in de volgende tabel dienen slechts als richtlijn.
| Verwarmingsstand | Gebruik om: | Tijd (min) | Tips |
|---|---|---|---|
| - 1 | Bereide gerechten warmhouden. | zoals nodig | Een deksel op het kookgerei doen. |
| 1 - 3 | Hollandaisesaus, smelten: boter, chocolade, gelatine. | 5 - 25 | Van tijd tot tijd mengen. |
| 1 - 3 | Stollen: luchtige omeletten, gebakken eieren. | 10 - 40 | Met deksel bereiden. |
| 3 - 5 | Zachtjes aan de kook brengen van rijst en gerechten op melkbasis, reeds bereide gerechten opwarmen. | 25 - 50 | Voeg minimaal twee keer zo veel vocht toe als rijst en roer gerechten op melkbasis halverwege de procedure door. |
| 5 - 7 | Stomen van groenten, vis en vlees. | 20 - 45 | Voeg een paar eetlepels vocht toe. |
| 7 - 9 | Aardappelen stomen. | 20 - 60 | Gebruik max. ¼ l water voor 750 g aardappelen. |
| 7 - 9 | Bereiden van grotere hoeveelheden voedsel, stoofschotels en soepen. | 60 - 150 | Tot 3 l vloeistof plus ingrediënten |
| 9 - 12 | Lichtjes braden: kalfsoester, cordon bleu van kalfsvlees, koteletten, rissoles, worstjes, lever, roux, eieren, pannenkoeken, donuts. | zoals nodig | Halverwege de bereidingstijd omdraaien. |
| 12 - 13 | Door-en-door gebraden, opgebakken aardappelen, lendenbiefstukken, steaks. | 5 - 15 | Halverwege de bereidingstijd omdraaien. |
| 14 | Aan de kook brengen van water, pasta koken, aanbraden van vlees (goulash, stoofvlees), frituren van friet. | ||
| Aan de kook brengen van grote hoeveelheden activeerd. | water. PowerBoost is ge- | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
7. KOOKPLAAT - ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
7.1 Algemene informatie
- Maak de kookplaat na ieder gebruik schoon.
- Gebruik altijd pannen met een schone bodem.
Pagina 18
18 www.aeg.com
- Krassen of donkere vlekken op de oppervlakte hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Gebruik een speciale schraper voor de glazen plaat.
7.2 De kookplaat schoonmaken
- Verwijder direct: gesmolten plastic, gesmolten folie, suiker en suikerhoudende gerechten. Anders kan het vuil de kookplaat beschadigen. Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Plaats
de speciale schraper schuin op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
- Verwijder nadat de kookplaat voldoende is afgekoeld: kalk- en waterkringen, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleuringen. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel.
Droog de kookplaat na reiniging af met een zachte doek.
- Verkleuring glanzende metalen verwijderen: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn.
8. OVEN - DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Elektronische tijdschakelklok
| 1 2 3 4 5 Gebruik de tiptoetsen om het apparaat | 6 7 8 9 10 te bedienen. | ||
| Tiptoets | Functie | Beschrijving | |
| 1 - | WEERGAVE | Toont de huidige instellingen van het apparaat. | |
| 2 | AAN / UIT | Het apparaat in- en uitschakelen | |
| 3 | OPTIES | Om een ovenfunctie of een automatisch programma in te stellen. | |
| 4 | MIJN FAVORIETE PROGRAMMA | Het opslaan van uw favoriete programma's. Gebruik deze functie om uw favoriete programma rechtstreeks te openen, ook als het apparaat is uitgeschakeld. | |
Pagina 19
NEDERLANDS 19
| Tiptoets | Functie | Beschrijving | |
|---|---|---|---|
| 5 | TEMPERATUUR / SNEL OPWARMEN | De temperatuur in de oven of de temperatuur van de vleesthermometer instellen en controleren (indien aanwezig). Als u de knop drie seconden ingedrukt houdt, wordt de functie Snel opwarmen in- en uitgeschakeld. Rechtstreekse toegang tot de temperatuurinstelling van de eerste ovenfunctie wanneer het apparaat is uitgeschakeld. | |
| 6 | OMHOOG, OM-LAAG | Omhoog of omlaag gaan in het menu. | |
| 7 | OK | De selectie of instelling bevestigen. | |
| 8 | OVENVERLICH-TING | Het lampje in- of uitschakelen. | |
| 9 | KLOK | De klokfuncties instellen. | |
| 10 | KOOKWEKKER | De Kookwekker instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
8.2 Display
Andere indicaties op het display:
A. Ovenfunctiesymbool
B. Display van temperatuur/tijd
C. Weergave Klok/restwarmte/ kookwekker
D. Indicatielampjes voor de klokfuncties
E. Restwarmte-indicatie /
Opwarmindicatie /
Snelverhitindicatie
F. Nummer van een ovenfunctie/het programma
| Symbool | Naam | Beschrijving |
|---|---|---|
| Functies | U kunt een ovenfunctie kiezen. | |
| Automatisch programma | U kunt een automatisch programma kiezen. | |
| Mijn favoriete programma | Het programma Favoriet is in werking. |
Pagina 20
20 www.aeg.com
| Symbool | Naam | Beschrijving |
|---|---|---|
| / | kg / g | Een automatisch programma met gewichtinvoer is in werking. |
| / | u / min | Een klokfunctie is in werking. |
| Temperatuur / Snel opwarmen | De functie werkt. | |
| Huishoudelijk | De actuele temperatuur wordt aangegeven. | |
| Huishoudelijk | U kunt deze temperatuur wijzigen. | |
| Deurslot | De functie deurvergrendeling is ingeschakeld. | |
| Binnenverlichting | U hebt het licht uitgeschakeld. | |
| Kookwekker | De kookwekker staat aan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
8.3 Voorverwarmindicatie
Als u een ovenfunctie inschakelt, gaan de balkjes op het display branden. De balkjes geven aan dat de temperatuur in het apparaat toe- of afneemt.
Wanneer het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt, verdwijnen de balkjes van het display.
8.4 Het apparaat gebruiken
U kunt het apparaat gebruiken in:
- de handmatige modus
- automatische programma's
8.5 Ovenfuncties
| Ovenfunctie | Applicatie | |
|---|---|---|
| Hetelucht | Om op twee ovenniveaus te bakken of om voedsel te drogen.Stel de temperatuur 20 - 40°C lager in dan voor Boven + Onderwarmte | |
| Pizza Hetelucht | Om gerechten op één niveau te bakken met intensief bruineren en een krokantere korst. Stel de temperatuur 20 - 40°C lager in dan voor boven- en onderwarmte. | |
| Lage Temperatuur Garen | Voor het bereiden van mals en sappig braadvlees. | |
| Boven-/Onder-warmte | Voor het bakken en braden op een ovenniveau. | |
| Bevroren Gerechten | Om kant-en-klaar-gerechten zoals patat, aardappelpartjes of loempia's krokant te maken. |
Pagina 21
NEDERLANDS 21
| Ovenfunctie | Applicatie | |
|---|---|---|
| Circulatiegrill | Voor het braden van grotere stukken vlees of gevogelte met botten op één niveau. Ook om te gratineren en te bruinen. | |
| Grill Intens | Voor het roosteren van plat voedsel in grote hoeveelheden en voor het maken van toast. | |
| Grill | Om plat voedsel te grillen en brood te roosteren. | |
| Hetelucht (vochtig) | Voor het bakken van taarten, gebak, brood. Om tijdens de bereiding energie te besparen. Deze functie moet worden gebruikt in overeenstemming met de Hetelucht (vochtig) om de gewenste kookresultaten te bereiken. Raadpleeg het hoofdstuk aanwijzingen en tips, Hetelucht (vochtig) voor meer informatie over de aanbevolen instellingen. Deze functie wordt gebruikt om de energie-efficiëntieklasse vast te stellen overeenkomstig EN 60350-1. | |
| Warm houden | Om het voedsel warm te houden. | |
| Ontdooien | Deze functie kan gebruikt worden om bevroren voedsel te ontdooien zoals groente en fruit. De ontdooitijd hangt af van de hoeveelheid en dikte van het voedsel. | |
| Onderwarmte | Voor het bakken van taarten met een knapperige bodem en het inmaken van voedsel. | |
| ECO-braden | Als u deze functie tijdens het koken gebruikt, kunt u het energieverbruik optimaliseren. Voor meer informatie over de aanbevolen instellingen raadpleegt u het hoofdstuk 'Aanwijzingen en tips' met de equivalente ovenfunctie (Circulatiegrill). | |
| Pyrolytische reiniging | Automatische pyrolytische reiniging van de oven. Hierdoor worden vuilresten in de oven verbrand. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
8.6 De ovenfunctie instellen
- 1. Schakel het apparaat in met of .
Het display geeft de ingestelde temperatuur, het symbool en het nummer van de ovenfunctie weer.
- 2. Raak of aan om een ovenfunctie in te stellen.
- 3. Raak aan. Anders start het apparaat na vijf seconden automatisch.
Als u het apparaat activeert en geen ovenfunctie of programma instelt, wordt het apparaat na 20 seconden automatisch uitgeschakeld.
Pagina 22
22 www.aeg.com
8.7 Temperatuur wijzigen
Raak of om de temperatuur in stappen van 5 °C te wijzigen.
Wanneer het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt, weerklinkt er drie keer een geluidssignaal en gaat de verwarmingsindicatie uit.
8.8 Temperatuur opvragen
U kunt de temperatuur in het apparaat controleren wanneer de functie of het programma in werking is.
- 1. Tik op .
Het temperatuur-/tijddisplay geeft de temperatuur in het apparaat aan.
- 2. Raak aan om terug te keren naar de ingestelde temperatuur. Het display geeft dit na vijf seconden automatisch weer.
8.9 Functie Snel opwarmen
Leg geen voedsel in de oven wanneer de functie Snel opwarmen is ingeschakeld.
De functie Snel opwarmen is niet bij elke ovenfunctie beschikbaar. Als de Fouttoon is ingeschakeld in het Instelmenu zal als deze functie niet beschikbaar is voor de ingestelde functie, er een geluidssignaal klinken. Raadpleeg "Het instelmenu gebruiken".
De functie Snel opwarmen verlaagt de opwarmtijd.
Om deze functie te activeren, tik op en houd meer dan drie seconden ingedrukt.
Als u de functie Snel opwarmen activeert, gaan de balkjes op het display
één voor één knipperen en gaat branden om aan te geven dat de functie werkt.
8.10 Gebruik van de functie Mijn favoriet programma
Gebruik deze functie voor het opslaan van uw favoriete temperatuur- en tijdinstellingen van een ovenfunctie of programma.
- 1. Stel de temperatuur en tijd voor een ovenfunctie of programma in.
- 2. Raak gedurende langer dan drie seconden aan. Er klinkt een geluidssignaal.
- 3. Schakel het apparaat uit.
- Voor het inschakelen van de functie
raakt u aan. Het apparaat start het programma Favoriet.
Wanneer de functie in werking is, kunt u de tijd en temperatuur veranderen.
- Voor het uitschakelen van de
functie raakt u aan. Het apparaat beëindigt het programma Favoriet.
8.11 Gebruik van het Kinderslot
Het kinderslot voorkomt dat het apparaat per ongeluk in werking wordt gesteld.
Als de pyrolysefunctie actief is, wordt de deur vergrendeld. Er verschijnt een melding op het display als u een tiptoets aanraakt.
- 1. Om de functie te activeren,
deactiveer het apparaat met . Stel geen ovenfunctie in.
- 2. Houd en gedurende ten minste 2 seconden samen ingedrukt.
Er klinkt een geluidssignaal.
SAFE verschijnt op het display. De deur blijft vergrendeld.
Om het Kinderslot te deactiveren, herhaal stap 2.
8.12 Gebruik van de Functievergrendeling
U kunt de functie alleen inschakelen als het apparaat in werking is.
Toetsblokkering voorkomt dat een ovenfunctie per ongeluk wordt ingeschakeld.
- 1. Om de functie te activeren, schakel het apparaat in.
- 2. Schakel een ovenfunctie of instelling in.
Pagina 23
NEDERLANDS 23
- 3. Houd en gedurende ten minste 2 seconden samen ingedrukt. Er klinkt een geluidssignaal.
Loc verschijnt op het display.
Om de Functievergrendeling te deactiveren, herhaal stap 3.
Als de pyrolysefunctie actief is, wordt de deur vergrendeld. Er verschijnt een melding op het display als u een tiptoets aanraakt.
U kunt het apparaat uitschakelen als de toetsblokkering aan is. Als u het apparaat uit zet, wordt de toetsblokkering uitgeschakeld.
8.13 Gebruik van het instellingenmenu
U kunt het instellingenmenu alleen instellen wanneer de oven is uitgeschakeld.
Het instellingenmenu laat u toe om functies in het hoofdmenu te activeren en deactiveren. Het display toont SET en het nummer van de instelling.
| Beschrijving | In te stellen waarde | |
|---|---|---|
| 1 | QUICK START | AAN/UIT |
| 2 | RESTWARMTE-INDICATIE | AAN/UIT |
| 3 | REINIGINGSHERINNERING | AAN/UIT |
| 4 | TOETSVOLUME1) | KLIKKEN / PIEPEN / UIT |
| 5 | FOUTTOON | AAN/UIT |
| 6 | DEMO MODUS | Activeringscode: 2468 |
| 7 | ONDERHOUDSMENU | - |
| 8 | INSTELLINGEN RESETTEN | JA / NEE |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
- 1) Het geluid van de tiptoets AAN / UIT kan niet worden uitgeschakeld.
- 1. Als het apparaat uitstaat, houdt 3 seconden ingedrukt.
Het display geeft "SET1" weer en "1" knippert.
- 2. Raak of aan om de instelling te bevestigen.
- 3. Tik op .
- 4. Raak of aan om de waarde van de instelling te wijzigen.
- 5. Tik op .
Raak om het Instellingenmenu te
verlaten aan of houd vast.
8.14 Automatische uitschakeling
Om veiligheidsredenen wordt het apparaat na een tijdje automatisch uitgeschakeld als een ovenfunctie werkt en u geen instellingen wijzigt.
| Temperatuur (°C) | Uitschakeltijd (u) |
|---|---|
| 30 - 115 | 12.5 |
| 120 - 195 | 8.5 |
| 200 - 245 | 5.5 |
Pagina 24
24 www.aeg.com
| Temperatuur (°C) | Uitschakeltijd (u) |
|---|---|
| 250 - maximum | 1.5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Na een automatische uitschakeling, raakt u een tiptoets aan om het apparaat weer in werking te stellen.
De automatische uitschakeling werkt niet met de functies: licht, langzaam garen, duur, einde, tijduitstel.
8.15 Helderheid van het display
Er zijn twee standen voor de helderheid van het display:
- Helderheid 's nachts - wanneer het apparaat uit staat, is de helderheid van het display tussen 22:00 en 06:00 lager.
- Helderheid overdag:
- als het apparaat aan staat.
- als u tijdens helderheid 's nachts een tiptoets aanraakt (behalve
AAN/UIT), keert het display gedurende 10 seconden terug naar helderheid voor overdag.
- als het apparaat uit staat en u de kookwekker hebt ingesteld.
Wanneer de kookwekker eindigt, keert het display terug naar helderheid voor 's nachts.
8.16 Koelventilator
Als de oven in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van de oven koel te houden. Na het uitschakelen van de oven blijft de ventilatie doorgaan totdat de oven is afgekoeld.
8.17 De accessoires plaatsen
Bakrooster:
Plaats het rooster tussen de geleidestangen van de roostersteun en zorg ervoor dat de pootjes omlaag staan.
Bakplaat / Diepe pan:
Schuif de bakplaat / diepe pan tussen de geleidestangen van de roostersteun.
Bakrooster en bakplaat / diepe pan samen:
Plaats de bakplaat / diepe pan tussen de geleiders van de inschuifrails en het bakrooster op de geleiders erboven.
8.18 Telescopische geleiders - de ovenaccessoires plaatsen
Met de telescopische geleiders kunt u de roosters eenvoudig plaatsen en verwijderen.
Pagina 25
NEDERLANDS 25
LET OP!
Reinig de telescopische geleiders niet in de afwasautomaat. Maak de telescopische geleiders niet vet.
LET OP!
Zorg dat u de telescopische geleiders helemaal in de oven schuift voordat u de ovendeur sluit.
Bakrooster:
Plaats het bakrooster op de telescopische geleiders zodat de pootjes naar beneden zijn gericht.
Door de verhoogde rand die om het rooster loopt is het kookgerei bovendien beveiligd tegen wegglijden.
Braadpan:
Plaats de braadpan op de telescopische geleiders.
Bakrooster en braadpan samen:
Plaats het rooster en de braadpan samen op de telescopische geleider.
9. OVEN - KLOKFUNCTIES
9.1 Tabel met klokfuncties
| Klokfunctie | Applicatie |
|---|---|
| DAGTIJD | De tijd van de dag controleren of wijzigen. U kunt de dagtijd alleen wijzigen als het apparaat aanstaat. |
| DUUR | Instellen hoe lang het apparaat in werking is. |
| EINDE | Instellen wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld. |
| TIJDUITSTEL | Combineren van de functie TIJDSDUUR en EINDE. |
| QUICK START | Het apparaat wordt op een later tijdstip met één aanraking van de tiptoets met de benodigde instellingen gestart. |
Pagina 26
26 www.aeg.com
| Klokfunctie | Applicatie | |
|---|---|---|
| KOOKWEKKER | Voor het instellen van een afteltijd. Deze functie heeft geen invloed op de werking van de oven. U kunt de KOOKWEKKER op elk gewenst moment instellen, ook als het apparaat uit staat. | |
| 00:00 | TIMER MET OPTEL-FUNCTIE | Om de optelfunctie in te stellen; toont hoe lang het apparaat in werking is. Deze functie heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Deze wordt onmiddellijk ingeschakeld wanneer de oven begint met opwarmen. De OPTELTIMER is niet geactiveerd als TIJDSDUUR en EINDE zijn ingesteld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
9.2 TIMER MET OPTELFUNCTIE
- 1. Om de Optelfunctie te resetten, tik
herhaaldelijk op tot in het display knippert.
- 2. Raak aan totdat op het display "00:00" staat en de timer met optelfunctie weer opnieuw begint te tellen.
9.3 De DUUR instellen
- 1. Selecteer een ovenfunctie en de temperatuur.
- 2. Raak herhaaldelijk aan totdat in het display gaat knipperen.
- 3. Raak of aan om de minuten van de TIJDSDUUR in te stellen.
- 4. Raak aan. Anders start de TIJDSDUUR na vijf seconden automatisch.
- 5. Gebruik of om de uren van de TIJDSDUUR in te stellen.
- 6. Tik op . Anders start de TIJDSDUUR na vijf seconden automatisch.
Wanneer de ingestelde tijd eindigt, weerklinkt er gedurende twee minuten
een geluidssignaal en knipperen en de tijd in het display. Het apparaat wordt uitgeschakeld.
- 7. Raak een tiptoets aan of open de ovendeur om het geluidssignaal te stoppen.
- 8. Schakel het apparaat uit.
9.4 Het EINDE instellen
- 1. Selecteer een ovenfunctie en de temperatuur.
- 2. Raak herhaaldelijk aan totdat in het display gaat knipperen.
- 3. Gebruik of om het EINDE in
te stellen en of om te bevestigen. U stelt eerst de minuten en dan de uren in.
Wanneer de ingestelde tijd eindigt, weerklinkt er gedurende twee minuten
een geluidssignaal en knipperen en de tijd in het display. Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld.
- 4. Raak een tiptoets aan of open de ovendeur om het geluidssignaal te stoppen.
- 5. Schakel het apparaat uit.
9.5 SET+GO instellen
U kunt de functie SET+GO alleen gebruiken als de DUUR is ingesteld.
- 1. Selecteer een ovenfunctie (of een programma) en de temperatuur.
- 2. Stel de TIJDSDUUR in.
- 3. Raak herhaaldelijk aan totdat in het display knippert.
- 4. Raak aan om de functie SET+GO in te stellen.
Het display geeft en met een indicatie weer. Deze indicatie wordt weergegeven wanneer de klokfunctie wordt geactiveerd.
- 5. Raak een sensorveld aan (behalve AAN/UIT) om de functie SET+GO te starten.
Pagina 27
NEDERLANDS 27
9.6 De KOOKWEKKER instellen
- 1. Tik op .
en "00" knipperen in het display.
- 2. Gebruik om tussen de opties te kiezen. U moet eerst seconden en dan minuten en uren instellen.
- 3. Gebruik of om de KOOKWEKKER in te stellen en
bevestig met .
- 4. Raak aan. Anders start de KOOKWEKKER na vijf seconden automatisch.
Wanneer de ingestelde tijd eindigt, weerklinkt er gedurende twee minuten een geluidssignaal en knipperen "00:00"
en in het display.
- 5. Raak een tiptoets aan of open de ovendeur om het geluidssignaal te stoppen.
9.7 De tijdvertragingsfunctie instellen
De items DUUR en EINDE kunnen tegelijkertijd worden gebruikt, wanneer de oven op een later tijdstip automatisch wordt in- en uitgeschakeld. In dit geval
wordt de DUUR eerst ingesteld, en
dan EINDE (zie "De DUUR instellen" en "Het EINDE instellen").
Wanneer de tijdvertragingsfunctie wordt ingeschakeld, geeft het display het statische symbool van de ovenfunctie
weer, met een punt en
. De punt geeft aan welke klokfunctie zich op het display voor de klok-/ restwarmte bevindt.
10. OVEN - AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
10.1 Automatische programma's
| Programmanummer | Programmanaam |
|---|---|
| 1 | GEBRADEN VLEES |
| 2 | GEROOSTERD VARKENSVLEES |
| 3 | GEROOSTERD KALFSVLEES |
| 4 | GEROOSTERD LAMSVLEES |
| 5 | GEROOSTERD WILD |
| 6 | HELE KIP |
| 7 | VISFILET |
| 8 | PIZZA |
| 9 | QUICHE LORRAINE |
| 10 | CITROENCAKE |
| 11 | KWARKTAART |
Pagina 28
28 www.aeg.com
| Programmanummer | Programmanaam |
|---|---|
| 12 | GOOIT |
| 13 | VOLKORENBROOD |
| 14 | DEEG LATEN RIJZEN |
| 15 | AARDAPPELGRATIN |
| 16 | LASAGNE |
| 17 | CANNELLONI |
| 18 | KANT-EN-KLARE TAART |
| 19 | AFBAKPIZZA |
| 20 | KANT-EN-KLARE AARDAPPELGERECHTEN |
| 10.2 Automatische programma's | Op het display verschijnt: de kooktijd, duursymbool, , een standaard gewicht, een maateenheid (kg, g). |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
- 1. Schakel het apparaat in.
- 4. Raak aan. Anders worden de
- 2. Tik op . instellingen na vijf seconden Het display geeft , een symbool en automatisch opgeslagen. nummer van het automatische Het apparaat wordt ingeschakeld. programma weer. 5. U kunt het standaardgewicht wijzigen
- 3. Raak of aan om het automatische programma te kiezen.
- 4. Tik op of wacht vijf seconden tot het apparaat automatisch start.
- 5. Wanneer de ingestelde tijd is verlopen, klinkt er gedurende twee minuten een geluidssignaal. Het
symbool knippert.
- 6. Raak een tiptoets aan of open de ovendeur om het geluidssignaal te stoppen.
- 7. Schakel het apparaat uit.
10.3 Automatische programma's met gewichtinvoer
Als u het gewicht van het vlees instelt, berekent het apparaat de braadtijd.
- 1. Schakel het apparaat in.
- 2. Tik op .
- 3. Raak of aan om het gewichtprogramms in te stellen.
met of . Tik op .
- 6. Wanneer de ingestelde tijd is verlopen, klinkt er gedurende twee
minuten een geluidssignaal.
knippert.
- 7. Raak een tiptoets aan of open de ovendeur om het geluidssignaal te stoppen.
- 8. Schakel het apparaat uit.
10.4 Automatische programma's met vleesthermometer (geselecteerde modellen)
De kerntemperatuur van het gerecht is standaard en kan in programma's met de vleesthermometer niet worden veranderd. Het programma eindigt wanneer het apparaat de ingestelde kerntemperatuur heeft bereikt.
- 1. Schakel het apparaat in.
- 2. Tik herhaaldelijk op tot het display weergeeft.
Pagina 29
NEDERLANDS 29
- 3. Gebruik van de vleesthermometer. Raadpleeg "Vleesthermometer".
- 4. Raak of aan om het programma voor de vleesthermometer in te stellen.
Op het display verschijnt de kooktijd,
en .
- 5. Raak aan. Anders worden de instellingen na vijf seconden automatisch opgeslagen.
Wanneer de ingestelde tijd is verlopen, klinkt er gedurende twee minuten een geluidssignaal. De waarde van de
kerntemperatuur en knipperen.
- 6. Raak een tiptoets aan, of open de deur om het geluidssignaal te stoppen.
- 7. Schakel het apparaat uit.
11. OVEN - AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
De temperaturen en baktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Deze zijn afhankelijk van de recepten en de kwaliteit en de hoeveelheid van de gebruikte ingrediënten.
Verwarm de lege oven altijd 20 minuten voordat u gaat koken voor op de vereiste temperatuur voor het voedsel.
11.1 Bakken
- Uw oven kan anders bakken of roosteren dan de oven die u tot nu toe gebruikt heeft. Pas uw normale
instellingen zoals temperatuur, gaartijd en ovenniveau aan de tabelwaarden aan.
- Gebruik de eerste keer de laagste temperatuur.
- Als u voor een speciaal recept de instelling niet kunt vinden, zoek dan naar een soortgelijk recept.
- Bij het bereiden van cake op meerdere niveaus kan de baktijd ca.
10 - 15 minuten langer zijn.
- Als de cake niet overal even hoog is, wordt de cake in het begin van het bakproces niet overal even bruin.
Verander in dit geval de temperatuurinstelling niet. De verschillen verminderen tijdens het bakproces.
- Tijdens het bakken kunnen bakplaten in de oven vervormen. Wanneer de bakplaten afkoelen, verdwijnt de vervorming.
11.2 Baktips
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De onderkant van de cake is niet voldoende gebruind. | De rekstand is incorrect. | Plaats de cake op een lagere rekstand. |
| De cake zakt in en wordt klef, klonterig, streperig. | De oventemperatuur is te hoog. | De volgende keer dat u een cake bakt, stelt u de baktemperatuur lager in. |
| De cake zakt in en wordt klef, klonterig, streperig. | Te korte baktijd. | Baktijd verlengen. U kunt de baktijd niet verlagen door een hogere temperatuur in te stellen. |
Pagina 30
30 www.aeg.com
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De cake zakt in en wordt klef, klonterig, streperig. | Er zit te veel vloeistof in het mengsel. | Minder vocht gebruiken. Let op de kneedtijden, vooral bij het gebruik van keukenmachines. |
| De cake is te droog. | De oventemperatuur is te laag. | De volgende keer dat u een cake bakt, stelt u de baktemperatuur hoger in. |
| De cake is te droog. | Te lange baktijd. | De volgende keer dat u een cake bakt, gebruikt u een kortere baktijd. |
| De cake wordt ongelijkmatig bruin. | De oventemperatuur is te hoog en de baktijd te kort. | De baktemperatuur lager instellen en de baktijd verlengen. |
| De cake wordt ongelijkmatig bruin. | Het deeg is niet gelijkmatig verdeeld. | Verdeel het deeg gelijkmatig over de bakplaat. |
| De cake wordt niet gaar binnen de aangegeven baktijd. | De oventemperatuur is te laag. | De volgende keer dat u een cake bakt, stelt u de baktemperatuur een beetje hoger in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
11.3 Bereiding met hete lucht
Bakken op één ovenniveau
Bakken in een bakblik
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Tulband of brioche | 150 - 160 | 50 - 70 | 2 |
| Moskovisch gebak / vruchtencake | 140 - 160 | 50 - 90 | 1 - 2 |
| Biscuittaart zonder vet | 150 - 1601) | 25 - 40 | 3 |
| Taartbodem - zandtaartdeeg | 170 - 1801) | 10 - 25 | 2 |
| Taartbodem - zacht cakedeeg | 150 - 170 | 20 - 25 | 2 |
| Appeltaart (2 vormen Ø 20 cm, diagonaal geplaatst) | 160 | 60 - 90 | 2 - 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
- 1) Oven voorverwarmen.
Pagina 31
NEDERLANDS 31
Gebak / brood op bakplaat
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Kruimeltaart (droog) | 150 - 160 | 20 - 40 | 3 |
| Vruchtentaart (bereid met gistdeeg/ roerdeeg) 1) | 150 | 35 - 55 | 3 |
| Vruchtentaart met kruimeldeeg | 160 - 170 | 40 - 80 | 3 |
| 1) Gebruik braadpan. Koekjes | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Zandkoekjes | 150 - 160 | 10 - 20 | 3 |
| Zandtaartdeeg/ Deegreepjes | 140 | 20 - 35 | 3 |
| Koekjes gemaakt van roerdeeg | 150 - 160 | 15 - 20 | 3 |
| Eiwitgebak / schuimgebak | 80 - 100 | 120 - 150 | 3 |
| Bitterkoekjes | 100 - 120 | 30 - 50 | 3 |
| Koekjes gemaakt van gistdeeg | 150 - 160 | 20 - 40 | 3 |
| Klein bladerdeeggebak | 170 - 1801) | 20 - 30 | 3 |
| Broodjes | 1601) | 10 - 35 | 3 |
| Kleine cakes (20 stuks/bakplaat) | 1501) | 20 - 35 | 3 |
| 1) Oven voorverwarmen. Tabel voor ovenschotels en gegratineerde gerechten | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Stokbroden bedekt met gesmolten kaas | 160 - 1701) | 15 - 30 | 1 |
| Gevulde groente | 160 - 170 | 30- 60 | 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
- 1) Oven voorverwarmen.
Pagina 32
32 www.aeg.com
Bakken op meerdere niveaus
Gebak / brood op bakplaat
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte 2 standen |
|---|---|---|---|
| Roomsoezen / Eclairs | 160 - 1801) | 25 - 45 | 2 / 4 |
| Kruimeltaart | 150 - 160 | 30 - 45 | 2 / 4 |
| 1) Oven voorverwarmen. Koekjes/small cakes/gebak/broodjes | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte 2 standen |
| Zandkoekjes | 150 - 160 | 20 - 40 | 2 / 4 |
| Zandtaartdeeg/ Deegreepjes | 140 | 25 - 45 | 2 / 4 |
| Koekjes gemaakt van roerdeeg | 160 - 170 | 25 - 40 | 2 / 4 |
| Eiwitgebak, schuimgebak | 80 - 100 | 130 - 170 | 2 / 4 |
| Bitterkoekjes | 100 - 120 | 40 - 80 | 2 / 4 |
| Koekjes gemaakt van gistdeeg | 160 - 170 | 30 - 60 | 2 / 4 |
| Klein bladerdeeggebak | 170 - 1801) | 30 - 50 | 2 / 4 |
| Broodjes | 1801) | 25- 40 | 2 / 4 |
| Kleine cakes (20 stuks/bakplaat) | 1501) | 20 - 40 | 2 / 4 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
- 1) Oven voorverwarmen.
11.4 Boven- en onderwarmte op één niveau
Bakken in een bakblik
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Tulband of brioche | 160 - 180 | 50 - 70 | 2 |
| Moskovisch gebak/vruchtencake | 150 - 170 | 50 - 90 | 1 - 2 |
| Biscuittaart zonder vet | 1701) | 25 - 40 | 3 |
| Taartbodem van zandtaartdeeg | 190 - 2101) | 10 - 25 | 2 |
| Taartbodem - zacht cakedeeg | 170 - 190 | 20 - 25 | 2 |
Pagina 33
NEDERLANDS 33
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Appeltaart (2 vormen Ø 20 cm, diagonaal geplaatst) | 180 | 60 - 90 | 1 - 2 |
| Hartige taart (bijv. quiche lorraine) | 180 - 220 | 35 - 60 | 1 |
| Kwarktaart | 160 - 180 | 60 - 90 | 1 - 2 |
| 1) Oven voorverwarmen. Gebak op bakplaat | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Vlechtbrood/broodkrans | 170 - 190 | 40 - 50 | 2 |
| Kerststol | 160 - 1801) | 50 - 70 | 2 |
| Brood (roggebrood): 1. Eerste deel van het bakproces. 2. Tweede deel van het bakproces. | 1. 2301) 2. 160 - 1801) | 1. 20 2. 30 - 60 | 1 - 2 |
| Roomsoezen/tompoezen | 190 - 2101) | 20 - 35 | 3 |
| Koninginnenbrood (opgerolde cake met jam) | 180 - 2001) | 10 - 20 | 3 |
| Kruimeltaart (droog) | 160 - 180 | 20 - 40 | 3 |
| Amandelcake/suikertaart | 190 - 2101) | 20 - 30 | 3 |
| Vruchtentaart (bereid met gistdeeg/ sponsdeeg) 2) | 170 | 35 - 55 | 3 |
| Vruchtentaart met kruimeldeeg | 170 - 190 | 40 - 60 | 3 |
| Plaatkoek met kwetsbare garnering (bijv. kwark, room, puddingvulling) | 160 - 1801) | 40 - 80 | 3 |
| Pizza (met veel garnering) | 190 - 2101) | 30 - 50 | 1 - 2 |
| Pizza (dunne korst) | 220 - 2501) | 15 - 25 | 1 - 2 |
| Ongedesemd brood | 230 - 250 | 10 - 15 | 1 |
| Vlaaien (CH) | 210 - 230 | 35 - 50 | 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
- 1) Oven voorverwarmen.
- 2) Gebruik braadpan.