AEG ATS81011NW, tekst van de handleiding
Vriezer · AEG · 14 pagina's in het Nederlands · pdf: 48 pagina's, 0,5 MB
Storingen op pagina 10
Pagina 10
Vanaf de titel; het begin van pagina 10 staat in de pdf.
7. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
7.1 Wat moet u doen als…
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | Het apparaat is uitgeschakeld. | Zet het apparaat aan. |
| De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Steek de stekker goed in het stopcontact. | |
| Er staat geen spanning op het stopcontact. | Sluit een ander elektrisch apparaat op het stopcontact aan. Neem contact op met een gekwalificeerd elektricien. | |
| Het apparaat maakt lawaai. | Het apparaat is niet stevig en stabiel geplaatst. | Controleer of het apparaat stabiel staat. |
| Er is een hoorbaar of zichtbaar alarm. | De kast is recent ingeschakeld. | Zie 'Deur Open Alarm' of 'Alarm Hoge Temperatuur'. |
| De temperatuur in het apparaat is te hoog. | Zie 'Deur Open Alarm' of 'Alarm Hoge Temperatuur'. | |
| De compressor werkt continu. | De temperatuur is niet goed ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Bediening'. |
| Er zijn grote hoeveelheden voedsel tegelijk in de vriezer geplaatst. | Wacht een paar uur en controleer dan nogmaals de temperatuur. | |
| De omgevingstemperatuur is te hoog. | Zie het typeplaatje voor de klimaatklasse. |
Pagina 11
NEDERLANDS 11
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het voedsel dat in het apparaat werd geplaatst, was te warm. | Laat voedsel afkoelen tot kamertemperatuur voordat u het opslaat. | |
| De deur is niet goed gesloten. | Zie 'De deur sluiten'. | |
| De functie FROSTMATIC is ingeschakeld. | Raadpleeg de "functie FROSTMATIC". | |
| Er is te veel rijp en ijs. | De deur is niet correct gesloten of de deurpakking is vervormd/vies. | Zie 'De deur sluiten'. |
| De producten zijn niet op de juiste wijze verpakt. | Pak de producten beter in. | |
| De compressor start niet onmiddellijk na het drukken op FROSTMATIC, of na het veranderen van de temperatuur. | Dit is normaal, er is geen storing. | De compressor start na enige tijd. |
| Er ligt water op de vloer. | De dooiwaterafvoer is niet aangesloten op de verdamperbak boven de compressor. | Maak de dooiwaterafvoer vast op de verdamperbak. |
| De temperatuur kan niet worden ingesteld. | De functie FROSTMATIC is ingeschakeld. | Schakel FROSTMATIC handmatig uit of wacht tot de functie automatisch reset om de temperatuur in te stellen. Raadpleeg "functie FROST-MATIC" |
| De deur is verkeerd uitgelijnd of komt tegen het ventilatierooster aan. | Het apparaat staat niet waterpas. | Zie 'Waterpas zetten'. |
| De temperatuur in het apparaat is te laag/hoog. | De temperatuurknop is niet goed ingesteld. | Stel een hogere/lagere temperatuur in. |
| De deur is niet goed gesloten. | Zie 'De deur sluiten'. | |
| De temperatuur van het voedsel is te hoog. | Laat het voedsel afkoelen tot kamertemperatuur voordat u het conserveert. | |
| Er worden veel producten tegelijk bewaard. | Conserveer minder producten tegelijk. | |
| De deur is te vaak geopend. | Open de deur alleen als het nodig is. |
Pagina 12
12 www.aeg.com
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De functie FROSTMATIC is ingeschakeld. | Raadpleeg de "functie FROSTMATIC". | |
| Er is geen koude luchtcirculatie in het apparaat aanwezig. | Zorg ervoor dat er koude luchtcirculatie in het apparaat aanwezig is. | |
| Deur gaat niet makkelijk open. | U probeerde de deur na het sluiten meteen weer te openen. | Wacht een paar seconden tussen het sluiten en weer openen van de deur. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
Bel, wanneer het advies niet tot resultaten leidt, de dichtstbijzijnde klantenservice voor dit merk.
- 2. Stel de deur, indien nodig, af.
Raadpleeg "Montage".
- 3. Vervang, indien nodig, de defecte deurafdichtingen. Neem contact op met een erkend servicecentrum.
7.2 De deur sluiten
- 1. Maak de afdichtingen van de deur schoon.
8. MONTAGE
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Plaatsing
Installeer het apparaat op een droge, goed geventileerde plaats binnen waar de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse die vermeld is op het typeplaatje van het apparaat.
| Klimaatklasse | Omgevingstemperatuur |
|---|---|
| SN | +10°C tot + 32°C |
| N | +16°C tot + 32°C |
| ST | +16°C tot + 38°C |
| T | +16°C tot + 43°C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
Bij bepaalde modeltypes kunnen er functionele problemen ontstaan als deze temperaturen niet worden gerespecteerd. De juiste werking van het apparaat kan enkel gegarandeerd worden als het opgegeven temperatuurbereik wordt gerespecteerd. Als u twijfels hebt over waar het apparaat te installeren, raadpleeg dan de verkoper, de klantenservice of de dichstsbijzijnde erkende servicedienst.
8.2 Nivellering
Zorg ervoor dat het apparaat waterpas staat wanneer u het plaatst. Deze stand kan bereikt worden met de twee afstelbare voetjes die aan de voorkant en onderkant van het apparaat bevestigd zijn.
Pagina 13
NEDERLANDS 13
8.3 Afstandhouders achterkant
In het zakje met de handleiding zitten twee afstandhouders die gemonteerd moeten worden zoals te zien is in de afbeelding.
- 1. Plaats de afstandhouders in de openingen. Zorg er voor dat de pijl (A) is gepositioneerd, zoals in de afbeelding te zien is.
| 1 | 2 45° |
| A | 45° 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
- 2. Draai de houders 45° linksom totdat ze vergrendelen op de juiste plaats.
8.4 Locatie
De stroomtoevoer aan het apparaat moet verbroken kunnen worden; de stekker moet daarom na de installatie gemakkelijk toegankelijk zijn.
Het apparaat moet ver van hittebronnen, zoals radiatoren, boilers, direct zonlicht enz., vandaan worden geïnstalleerd. Zorg er voor dat lucht vrij kan circuleren aan de achterkant van het keukenkastje. Als het apparaat onder een wandkast wordt geplaatst, moet de minimale afstand tussen de bovenkant van de kast en de wandkast ten minste 100 mm bedragen
om optimale prestaties te garanderen. Voor de beste prestatie kunt u het apparaat echter beter niet onder een wandkast zetten. De afstelbare voetjes aan de onderkant van het apparaat garanderen een nauwkeurig horizontale uitlijning.
8.5 Omkeerbaarheid van de deur
WAARSCHUWING!
Voordat werkzaamheden worden uitgevoerd, moet u zich ervan verzekeren dat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
LET OP!
Om de volgende handelingen uit te voeren, raden we aan dit te doen met de hulp van iemand anders die de deuren van het apparaat tijdens de werkzaamheden stevig vasthoudt.
- 1. Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren, zodat de compressor de vloer niet kan raken.
- 2. Schroef beide afstelbare voetjes los.
Pagina 14
14 www.aeg.com
- 3. Draai de schroeven van het onderste deurscharnier los.
- 4. Verwijder de deur van het apparaat door deze iets omlaag te trekken.
- 5. Schroef de bovenste deurscharnierpen los en monteer deze aan de andere kant.
- 6. Installeer de deur van het apparaat op de bovenste deurscharnierpen.
- 7. Verwijder het onderste scharnier. Verplaats de deurscharnierpen in de richting van de pijl.
- 8. Draai de schroef los en monteer deze aan de andere kant.
- 9. Installeer het onderste scharnier aan de tegenovergestelde kant waarbij u de stand van de deur ongewijzigd laat.
- 10. Monteer de ene schroef op de plaats die is vrijgekomen aan de andere kant evenals de stelvoetjes (2 stuks).
- 11. Verwijder en installeer de handgreep aan de andere kant.
- 1 2
3 LET OP!
Zet het apparaat op zijn plaats, zet het waterpas, wacht minstens vier uur en steek dan de stekker in het stopcontact.
Voer een eindcontrole uit en verzeker u ervan dat:
- Alle schroeven zijn aangedraaid.
- De magnetische afdichtstrip vast zit aan de kast.
- De deur goed open en dicht gaat.
Als de omgevingstemperatuur laag is (bijv. in de winter), kan het zijn dat het deurrubber niet precies op de kast past.
Wacht in dat geval tot de deurrubber zich op een natuurlijke wijze zet.
Als u bovenstaande handelingen liever niet zelf uitvoert, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde klantenservice. Een vakman van de klantenservice zal de draairichting van de deuren op uw kosten veranderen.
8.6 Aansluiting op het elektriciteitsnet
- Zorg er vóór het aansluiten voor dat het voltage en de frequentie op het typeplaatje overeenkomen met de stroomtoevoer in uw huis.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact. De netsnoerstekker is
Pagina 15
NEDERLANDS 15
voorzien van een contact voor dit doel Als het stopcontact niet geaard is, sluit het apparaat dan aan op een afzonderlijk aardepunt, in overeenstemming met de geldende regels, raadpleeg hiervoor een gekwalificeerd elektricien
- De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als bovenstaande veiligheidsvoorschriften niet opgevolgd worden.
- Dit apparaat voldoet aan de EEGrichtlijnen.
9. TECHNISCHE GEGEVENS
9.1 Technische gegevens
| In hoogte | mm | 850 |
|---|---|---|
| Breedte | mm | 595 |
| Diepte | mm | 635 |
| Maximale bewaartijd bij stroomuitval | Uur | 13 |
| Spanning | Volt | 230 - 240 |
| Frequentie | Hz | 50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
De technische gegevens staan op het typeplaatje aan de binnen- of buitenkant van het apparaat en op het energielabel.
10. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het symbool
. Gooi de verpakking in een geschikte verzamelcontainer om het te recyclen. Help om het milieu en de volksgezondheid te beschermen en recycle het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten
gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
2 www.aeg.com
INHOUDSOPGAVE
- 1. VEILIGHEIDSINFORMATIE.........................................................................................3
- 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN.................................................................................4
- 3. BEDIENING..................................................................................................................6
- 4. DAGELIJKS GEBRUIK..................................................................................................7
- 5. AANWIJZINGEN EN TIPS...........................................................................................8
- 6. ONDERHOUD EN REINIGING...................................................................................9
- 7. PROBLEEMOPLOSSING...........................................................................................10
- 8. MONTAGE ................................................................................................................12
- 9. TECHNISCHE GEGEVENS........................................................................................15
VOOR PERFECTE RESULTATEN
Bedankt dat u voor dit AEG-product heeft gekozen. Dit apparaat is ontworpen om vele jaren uitstekend te presteren, met innovatieve technologieën die het leven gemakkelijker helpen maken met functies die gewone apparaten wellicht niet hebben. Neem een paar minuten de tijd om het door te lezen zodat u er optimaal van kunt profiteren.
Ga naar onze website voor:
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen en onderhoudsinformatie:
www.aeg.com/webselfservice
Registreer uw product voor een betere service:
www.registeraeg.com
Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor uw apparaat:
www.aeg.com/shop
KLANTENSERVICE
Gebruik altijd originele onderdelen.
Als u contact opneemt met de klantenservice zorg dat u de volgende gegevens bij de hand hebt: model, productnummer, serienummer.
Deze informatie wordt vermeld op het typeplaatje.
Waarschuwing / Belangrijke veiligheidsinformatie
Algemene informatie en tips
Milieu-informatie
Wijzigingen voorbehouden.
Pagina 3
NEDERLANDS 3
- 1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor letsel of schade veroorzaakt door een verkeerde installatie of verkeerd gebruik.
Bewaar de instructies altijd op een veilige en toegankelijke plaats voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare mensen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de eventuele gevaren begrijpen.
- Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
- Reiniging en onderhoud van het apparaat mag niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht.
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik of gelijksoortige toepassingen zoals:
- Boerderijen, personeelskeukens in winkels, kantoren of andere werkomgevingen – Door gasten in hotels, motels, bed&breakfasts en andere woonomgevingen
- Houd de ventilatieopeningen altijd vrij van obstructies; dit geldt zowel voor losstaande als ingebouwde modellen.
- Gebruik geen mechanische of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve die middelen die door de fabrikant zijn aanbevolen.
- Let op dat u het koelcircuit niet beschadigt.
Pagina 4
4 www.aeg.com
- Gebruik geen elektrische apparaten in de koelkast, tenzij deze door de fabrikant worden aanbevolen.
- Gebruik geen waterstralen of stoom om het apparaat te reinigen.
- Maak het apparaat schoon met een vochtige, zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
- Bewaar geen explosieve substanties zoals spuitbussen met drijfgas in dit apparaat.
- Als de voedingskabel beschadigd is, moet de fabrikant, een erkende serviceverlener of een gekwalificeerd persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Montage
WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat installeren.
- Verwijder de verpakking en de transportbouten.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies op die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Wees altijd voorzichtig bij het verplaatsen van het apparaat omdat het zwaar is. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Zorg ervoor dat rond het apparaat lucht kan circuleren.
- Bij de eerste installatie of na het omdraaien van de deur moet u minstens 4 uur wachten voordat u het apparaat op de stroom aansluit.
Hierdoor kan de olie terug in de compressor stromen.
- Trek de stekker uit het stopcontact voordat u handelingen aan het apparaat uitvoert (bijv. het omdraaien van de deur).
- Installeer het apparaat niet in de nabijheid van radiatoren, fornuizen, ovens of kookplaten.
- Installeer het apparaat niet op een plaats met direct zonlicht.
- Gebruik dit apparaat niet in ruimtes die te vochtig of te koud zijn, zoals bijgebouwen, garages of wijnkelders.
- Til de voorkant van het apparaat op als u hem wilt verplaatsen, om krassen op de vloer te voorkomen.
2.2 Aansluiting op het elektriciteitsnet
WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
- Gebruik geen meerwegstekkers en verlengsnoeren.
- Zorg dat u de elektrische onderdelen (hoofdstekker, kabel, compressor) niet
Pagina 5
NEDERLANDS 5
beschadigt. Neem contact met de erkende servicedienst of een elektricien om de elektrische onderdelen te wijzigen.
- De stroomkabel moet lager blijven dan het niveau van de stopcontact.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
2.3 Gebruik
WAARSCHUWING!
Gevaar op letsel, brandwonden of elektrische schokken.
- De specificatie van het apparaat mag niet worden veranderd.
- Plaats geen elektrische apparaten (bijv. ijsmachines) in het apparaat tenzij uitdrukkelijk geschikt verklaard door de fabrikant.
- Zorg ervoor dat u het koelcircuit niet beschadigt. Het bevat isobutaan (R600a), aardgas met een hoge ecologische compatibiliteit. Dit gas is ontvlambaar.
- Als er schade aan het koelcircuit optreedt, zorg er dan voor dat er zich geen vlammen en andere ontstekingsbronnen in de kamer bevinden. Ventileer de kamer goed.
- Zet geen hete items op de kunststofonderdelen van het apparaat.
- Plaats geen koolzuurhoudende dranken in het vriesvak. Dit zal extra druk in de drankfles veroorzaken.
- Bewaar geen ontvlambare gassen en vloeistoffen in het apparaat.
- Plaats geen ontvlambare producten of items die vochtig zijn door ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.
- Raak de compressor of condensator niet aan. Ze zijn heet.
- Zorg ervoor dat u nooit met natte of vochtige handen items uit het vriesvak verwijderd of aanraakt.
- Vries ontdooide voedingswaren nooit opnieuw in.
- Bewaar de voedingswaren volgens de instructies op de verpakking.
2.4 Onderhoud en reiniging
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht.
- Het koelcircuit van dit apparaat bevat koolwaterstoffen. Enkel bevoegde personen mogen de eenheid onderhouden en herladen.
- Controleer regelmatig de afvoer van het apparaat en reinig het indien nodig. Indien de afvoer verstopt is, zal er water op de bodem van het apparaat liggen.
2.5 Verwijdering
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snij het netsnoer van het apparaat af en gooi dit weg.
- Verwijder de deur om te voorkomen dat kinderen en huisdieren opgesloten raken in het apparaat.
- Het koelcircuit en de isolatiematerialen van dit apparaat zijn ozonvriendelijk.
- Het isolatieschuim bevat ontvlambare gassen. Neem contact met uw plaatselijke overheid voor informatie m.b.t. correcte afvalverwerking van het apparaat.
- Veroorzaak geen schade aan het deel van de koeleenheid dat zich naast de warmtewisselaar bevindt.
Pagina 6
6 www.aeg.com
3. BEDIENING
3.1 Bedieningspaneel
- 1 5
1 AAN/UIT-controlelampje
2 AAN-/UIT-toets
3 Toets om de temperatuur hoger te zetten
4 Display
5 Toets om de temperatuur lager te zetten
3.2 Inschakelen
Laat het apparaat na plaatsing 4 uur staan.
- 1. Steek de stekker in het stopcontact
- 2. Druk op de AAN/UIT-toets.
Het groene AAN/UIT-controlelampje gaat branden. Als het groene AAN/ UIT-controlelampje gaat branden, betekent dit dat het apparaat is ingeschakeld.
Als het rode Controlelampje gaat knipperen en u het Alarmsignaal hoort, betekent dit dat de vriezer niet op de goede temperatuur is. Als u het Geluidsalarm en knipperende temperatuurdisplay wilt uitschakelen, drukt u op Alarmstop-knop.
Als de normale omstandigheden hersteld zijn, wordt het Geluidsalarm automatisch uitgeschakeld. Als het rode Controlelampje blijft knipperen, drukt u op de Alarmstop-knop.
6 Alarmindicatielampje
7 Alarmstop-knop
8 FROSTMATIC Indicatielampje
9 Knop FROSTMATIC
Als de vriezer voor de eerste keer wordt ingeschakeld, gaat het rode controlelampje knipperen tot de temperatuur is bereikt die nodig is voor het invriezen van voedsel.
3.3 Uitschakelen
Druk gedurende 3 seconden op de toets AAN/UIT.
Het groene AA/UIT-controlelampje gaat branden en het display wordt uitgeschakeld.
Trek de stekker uit het stopcontact om de stroomtoevoer naar het apparaat af te sluiten.
3.4 Rood indicatielampje alarm
Onder normale omstandigheden zorgt de temperatuur in de vriezer ervoor dat het voedsel lang kan worden bewaard.
De temperatuurstijging boven een bepaald niveau in de vriezer (-12 °C, bijvoorbeeld door een eerdere stroomstoring) wordt aangeduid met het knipperen van het rode controlelampje en wordt het geluidsalarm gegeven.
Pagina 7
NEDERLANDS 7
- 1. Druk op de alarmstoptoets. Het geluidsalarm schakelt uit.
Het display toont gedurende een aantal seconden de hoogste temperatuur. En toont dan weer de ingestelde temperatuur.
Het rode Controlelampje blijft knipperen tot de temperatuur is bereikt die nodig is voor het invriezen van voedsel.
3.5 Temperatuurregelaar
De ingestelde temperatuur van de vriezer kan worden aangepast door op de Thermostaatknop te drukken.
Standaardtemperatuur:
- -18°C voor de vriezer De ingestelde temperatuur wordt in het display weergegeven.
De ingestelde temperatuur zal binnen 24 uur worden bereikt.
Na een stroomonderbreking blijft de ingestelde temperatuur opgeslagen.
3.6 FROSTMATIC-functie
Als er meer dan 3-4 kg voedsel wordt ingevroren:
- 1. Druk 6-24 uur voordat er vers voedsel in de vriezer wordt geplaatst gedurende 2-3 seconden op de knop FROSTMATIC om de functie FROSTMATIC te activeren. Het gele controlelampje FROSTMATIC gaat branden. De compressor zal constant gaan lopen om ervoor te zorgen dat het verse voedsel zo snel mogelijk wordt ingevroren.
Het is mogelijk om de functie te allen tijde te deactiveren door gedurende 2-3 seconden op de knop
FROSTMATIC te drukken.
- 2. Plaats het voedsel in het vriesvak of de vriesvakken en laat de functie FROSTMATIC nog eens 24 uur aan staan.
- 3. Druk als het voedsel eenmaal is ingevroren gedurende 2- 3 seconden op de knop FROSTMATIC en het gele controlelampje FROSTMATIC gaat uit.
- 4. Verplaats het bevroren voedsel van de vriesvakken naar de bewaarvakken om plaats te maken voor in te vriezen voedsel.
4. DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
4.1 Vers voedsel invriezen
Het vriesvak is geschikt voor het invriezen van vers voedsel en om diepvriesvoedsel langere tijd te bewaren.
Activeer om vers voedsel in te vriezen de functie FROSTMATIC en leg het in te vriezen voedsel in het vriesvak.
Plaats het verse in te vriezen voedsel in het onderste vak.
De maximale hoeveelheid voedsel die in 24 uur ingevroren kan worden is vermeld op het typeplaatje, een etiket dat aan de binnenkant van het apparaat zit.
Het invriesproces duurt 24 uur. voeg tijdens deze periode geen ander voedsel toe om in te vriezen.
Wanneer het invriesproces is voltooid, de vereiste temperatuur weer instellen (zie "FROSTMATIC functie").
4.2 Het bewaren van ingevroren voedsel
Als u het apparaat voor het eerst of na een periode dat het niet gebruikt is inschakelt, dient u het apparaat minstens 2 uur op een hoge instelling te laten werken voordat u er producten in plaatst.
Pagina 8
8 www.aeg.com
In het geval van onbedoelde ontdooiing, bijvoorbeeld als de stroom langer is uitgevallen dan de duur die op de kaart met technische kenmerken onder "maximale bewaartijd bij stroomuitval" is vermeld, moet het ontdooide voedsel snel geconsumeerd worden of onmiddellijk bereid worden en dan weer worden ingevroren (nadat het afgekoeld is).
4.3 Ontdooien
Diepgevroren of ingevroren voedsel kunt u, voordat het gebruikt wordt, in het koelvak of op kamertemperatuur laten ontdooien, afhankelijk van de hoeveelheid tijd die hiervoor nodig is.
Kleine stukken kunnen zelfs rechtstreeks vanuit de vriezer gekookt worden als ze nog bevroren zijn: in dat geval zal de bereiding iets langer duren.
5. AANWIJZINGEN EN TIPS
5.1 Normale bedrijfsgeluiden:
De volgende geluiden zijn normaal tijdens de werking:
- Een zacht gorgelend en borrelend geluid als het koelmiddel door leidingen wordt gepompt.
- Een zoemend en kloppend geluid van de compressor als het koelmiddel wordt rondgepompt.
- Een plotseling krakend geluid uit de binnenkant van het apparaat veroorzaakt door thermische uitzetting (een natuurlijk en ongevaarlijk natuurkundig fenomeen).
- Een zacht klikkend geluid van de thermostaat als de compressor aan of uit gaat.
5.2 Tips voor energiebesparing
- De deur niet vaker openen of open laten staan dan strikt noodzakelijk.
5.3 Tips voor het invriezen
Om u te helpen het voedsel zo goed mogelijk in te vriezen, volgen hier een paar belangrijke tips:
- de maximale hoeveelheid voedsel die in 24 uur ingevroren kan worden, staat vermeld op het typeplaatje;
- het invriesproces duurt 24 uur. Tijdens deze periode moet er geen ander in te vriezen voedsel worden toegevoegd;
- vries alleen vers en grondig schoongemaakte levensmiddelen van uitstekende kwaliteit in;
- bereid het voedsel in kleine porties voor, zo kan het snel en volledig worden ingevroren en zo kunt u later alleen die hoeveelheid laten ontdooien die u nodig heeft;
- wikkel het voedsel in aluminiumfolie of plastic en zorg ervoor dat de pakjes luchtdicht zijn;
- leg vers, nog niet ingevroren voedsel niet tegen het al ingevroren voedsel, om te voorkomen dat dit laatste warm wordt;
- mager voedsel kan beter worden ingevroren dan vet voedsel. Zout zorgt dat het voedsel in de vriezer minder lang goed blijft;
- water bevriest, als dit rechtstreeks uit het vriesvak geconsumeerd wordt, kan het aan de huid vastvriezen;
- het is aan te bevelen de invriesdatum op elk pakje te vermelden, dan kunt u zien hoe lang het al bewaard is.
5.4 Tips voor het bewaren van ingevroren voedsel
Om de beste resultaten van dit apparaat te verkrijgen, dient u
- verzeker u ervan dat de commercieel ingevroren levensmiddelen op geschikte wijze door de detailhandelaar werden opgeslagen;
- zorg ervoor dat de ingevroren levensmiddelen zo snel mogelijk van
Pagina 9
NEDERLANDS 9
de winkel naar uw vriezer gebracht worden;
- de deur niet vaker te openen of open te laten staan dan strikt noodzakelijk;
- als voedsel eenmaal ontdooid is, bederft het snel en kan het niet opnieuw worden ingevroren;
- bewaar het voedsel niet langer dan de door de fabrikant aangegeven bewaarperiode.
6. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Algemene waarschuwingen
LET OP!
Voordat u welke onderhoudshandeling dan ook verricht, de stekker uit het stopcontact trekken.
Dit apparaat bevat koolwaterstoffen in de koeleenheid. Onderhoud en hervullen mag alleen uitgevoerd worden door bevoegde technici.
De toebehoren en onderdelen van het apparaat zijn niet geschikt om in een afwasmachine gewassen te worden.
6.2 De binnenkant schoonmaken
Voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, wast u de binnenkant en de interne accessoires met lauwwarm water en een beetje neutrale zeep om de typische geur van een nieuw product weg te nemen. Droog daarna grondig af.
LET OP!
Gebruik geen reinigingsmiddelen, schuurpoeders, chloor of reinigers op oliebasis. Deze beschadigen de afwerking.
6.3 Periodieke reiniging
LET OP!
Trek niet aan leidingen en/of kabels aan de binnenkant van de kast en verplaats of beschadig ze niet.
LET OP!
Zorg ervoor dat u het koelsysteem niet beschadigt.
LET OP!
Til de voorkant van de koelkast op als u hem wilt verplaatsen, om krassen op de vloer te voorkomen.
Het apparaat moet regelmatig worden schoongemaakt:
- 1. Maak de binnenkant en de accessoires schoon met lauw water en wat neutrale zeep.
- 2. Controleer de afdichtingen regelmatig en wrijf ze schoon om u ervan te verzekeren dat ze schoon en vrij van restjes zijn.
- 3. Spoel ze af en maak ze grondig droog.
- 4. Maak indien toegankelijk de condensor en de compressor aan de achterkant van het apparaat schoon met een borstel.
Deze handeling zal de prestatie van het apparaat verbeteren en het elektriciteitsverbruik besparen.
6.4 Ontdooien
Uw apparaat is rijpvrij. Dit betekent dat er geen rijp gevormd wordt als het vriesvak werkt, noch op de binnenwanden, noch op het voedsel
Pagina 10: zie Storingen hierboven.
Pagina 11: zie hierboven.
Pagina 12: zie hierboven.
Pagina 13: zie hierboven.
Pagina 14: zie hierboven.
Pagina 15: zie hierboven.