AEG BCK742220M, tekst van de handleiding
Pagina's 19–43 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 19
NEDERLANDS 19
- 4. Druk op om te bevestigen. Het display geeft de eerste vrije geheugenpositie weer.
- 5. Druk op om te bevestigen.
- 6. Voer de naam van het programma in. De eerste letter knippert.
- 7. Tik op of om de letter te wijzigen.
- 8. Druk op .
De volgende letter knippert.
- 9. Herhaal stap 7 indien nodig.
- 10. Druk op en houdt de knop ingedrukt om op te slaan.
U kunt een geheugenpositie overschrijven. Wanneer het display de eerste vrije geheugenpositie aangeeft,
tik op of en druk op om een bestaand programma te overschrijven.
U kunt de naam van een programma wijzigen in het menu: Wijzig Programmanaam.
Het programma inschakelen
- 1. Schakel het apparaat in.
- 2. Selecteer het menu: Favoriet.
- 3. Druk op om te bevestigen.
- 4. Selecteer de naam van uw favoriete programma.
- 5. Druk op om te bevestigen.
Druk op en ga rechtstreeks naar het menu: Favoriet. Ook te gebruiken als het apparaat is uitgeschakeld.
10.2 Gebruik van het Kinderslot
Als het Kinderslot aanstaat, kan het apparaat niet per ongeluk worden geactiveerd.
- 1. Raak aan om het display in te schakelen.
- 2. Druk tegelijkertijd op en totdat het display een bericht weergeeft. Om het Kinderslot te deactiveren, herhaal stap 2.
10.3 Toetsblokkering
Deze functie voorkomt dat een verwarmingsfunctie per ongeluk wordt ingeschakeld. U kunt de functie alleen inschakelen als het apparaat in werking is.
- 1. Schakel het apparaat in.
- 2. Stel de verwarmingsfunctie of - instelling in.
- 3. Druk herhaaldelijk op tot het display toont: Toetsblokkering.
- 4. Druk op om te bevestigen. Druk om de functie uit te schakelen op
. Op het display verschijnt een
melding. Druk herhaaldelijk op en
vervolgens op om te bevestigen.
Als u het apparaat uitschakelt, wordt de functie ook uitgeschakeld.
10.4 Set + Go
Met deze functie kunt u een verwarmingsfunctie (of programma) instellen en later met een aanraking van een symbool gebruiken.
- 1. Schakel het apparaat in.
- 2. Stel de verwarmingsfunctie in.
- 3. Druk herhaaldelijk op tot het display het volgende toont: Duur.
- 4. Stel de tijd in.
- 5. Druk herhaaldelijk op tot het display het volgende toont: Set + Go.
- 6. Druk op om te bevestigen.
Druk op een symbool (behalve voor ) om de functie te starten: Set + Go. De ingestelde verwarmingsfunctie start.
Wanneer de verwarmingsfunctie is voltooid, klinkt er een geluidssignaal.
Pagina 20
20 www.aeg.com
- Toetsblokkering is aan wanneer de verwarmingsfunctie actief is.
- Het menu: Basis
Instellingen stelt u in staat de volgende functie in en uit te schakelen: Set
+ Go.
10.5 Automatische uitschakeling
Om veiligheidsredenen schakelt het apparaat na bepaalde tijd automatisch uit als er een ovenfunctie in werking is en u geen instellingen wijzigt.
| Temperatuur (°C) | Uitschakeltijd (u) |
|---|---|
| 30 - 115 | 12.5 |
| 120 - 195 | 8.5 |
| 200 - 245 | 5.5 |
| 250 - maximum | 1.5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
De Automatische uitschakeling werkt niet met de functies:
Binnenverlichting, Voedselsensor,Duur, Eindtijd.
10.6 Helderheid van het display
Er zijn twee standen voor de helderheid van het display:
- Helderheid 's nachts - wanneer het apparaat uit staat, is de helderheid van het display tussen 22:00 en 06:00 lager.
- Helderheid overdag:
- als het apparaat aan staat.
- als u tijdens helderheid 's nachts een symbool aanraakt (behalve
AAN/UIT), keert het display gedurende 10 seconden terug naar helderheid voor overdag.
- als het apparaat uit staat en u de volgende functie hebt ingesteld:
Kookwekker. Wanneer de functie eindigt, keert het display terug naar helderheid voor 's nachts.
10.7 Koelventilator
Als de oven in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van de oven koel te houden. Na het uitschakelen van de oven blijft de ventilatie doorgaan totdat de oven is afgekoeld.
11. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
De temperaturen en baktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Deze zijn afhankelijk van de recepten en de kwaliteit en de hoeveelheid van de gebruikte ingrediënten.
11.1 Binnenzijde van de deur
Bij bepaalde modellen vindt u het volgende aan de binnenkant van de deur:
- de nummers van de inzetniveaus.
- Informatie over de verwarmingsfuncties, aanbevolen rekstanden en temperaturen voor karakteristieke gerechten.
11.2 Nuttige tips voor speciale opwarmfuncties van de oven
Warmhouden
Gebruik deze functie om voedsel warm te houden.
De temperatuur wordt automatisch ingesteld op 80°C.
Pagina 21
NEDERLANDS 21
Borden Warmen
Voor het verwarmen van borden en schalen.
Verdeel de borden en schalen gelijkmatig over het ovenrek. Verplaats de stapels halverwege de verwarmingstijd (boven- en onderkant omwisselen).
De automatische temperatuur is 70 °C.
Aanbevolen rekstand: 3.
Deeg Laten Rijzen
U kunt deze automatische functie gebruiken voor elk gistdeeg. Het zorgt voor de juiste atmosfeer om het te laten rijzen. Plaats het deeg in een kom die groot genoeg is voor het gerezen deeg en bedek de kom met een natte keukenhanddoek of plastic folie Plaats een bakrooster op niveau één en schuif de schaal erin. Sluit de deur en stel de functie in op deeg rijzen. Deeg Laten Rijzen. Stel de benodigde tijd in.
11.3 Bakken
- Uw oven kan anders bakken of roosteren dan de oven die u tot nu toe gebruikt heeft. Pas uw normale instellingen zoals temperatuur, gaartijd en ovenniveau aan de tabelwaarden aan.
- Gebruik de eerste keer de laagste temperatuur.
- Als u voor een speciaal recept de instelling niet kunt vinden, zoek dan naar een soortgelijk recept.
- Bij het bereiden van cake op meerdere niveaus kan de baktijd ca.
10 - 15 minuten langer zijn.
- Als de cake niet overal even hoog is, wordt de cake in het begin van het bakproces niet overal even bruin.
Verander in dit geval de temperatuurinstelling niet. De verschillen verminderen tijdens het bakproces.
- Tijdens het bakken kunnen bakplaten in de oven vervormen. Wanneer de bakplaten afkoelen, verdwijnt de vervorming.
11.4 Baktips
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De onderkant van de cake is niet voldoende gebruind. | De rekstand is incorrect. | Plaats de cake op een lagere rekstand. |
| De cake zakt in en wordt klef, klonterig, streperig. | De oventemperatuur is te hoog. | De volgende keer dat u een cake bakt, stelt u de baktemperatuur lager in. |
| De cake zakt in en wordt klef, klonterig, streperig. | Te korte baktijd. | Baktijd verlengen. U kunt de baktijd niet verlagen door een hogere temperatuur in te stellen. |
| De cake zakt in en wordt klef, klonterig, streperig. | Er zit te veel vloeistof in het mengsel. | Minder vocht gebruiken. Let op de kneedtijden, vooral bij het gebruik van keukenmachines. |
| De cake is te droog. | De oventemperatuur is te laag. | De volgende keer dat u een cake bakt, stelt u de baktemperatuur hoger in. |
Pagina 22
22 www.aeg.com
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De cake is te droog. | Te lange baktijd. | De volgende keer dat u een cake bakt, gebruikt u een kortere baktijd. |
| De cake wordt ongelijkmatig bruin. | De oventemperatuur is te hoog en de baktijd te kort. | De baktemperatuur lager instellen en de baktijd verlengen. |
| De cake wordt ongelijkmatig bruin. | Het deeg is niet gelijkmatig verdeeld. | Verdeel het deeg gelijkmatig over de bakplaat. |
| De cake wordt niet gaar binnen de aangegeven baktijd. | De oventemperatuur is te laag. | De volgende keer dat u een cake bakt, stelt u de baktemperatuur een beetje hoger in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
11.5 Bakken op één niveau:
Bakken in een bakblik
| Gerecht | Functie | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Tulband / brioche | Multi Hetelucht | 150 - 160 | 50 - 70 | 1 |
| Moskovisch gebak / vruchtencake | Multi Hetelucht | 140 - 160 | 70 - 90 | 1 |
| Fatless sponge cake / Vetvrije cake, zacht | Multi Hetelucht | 140 - 150 | 35 - 50 | 2 |
| Fatless sponge cake / Vetvrije cake, zacht | Boven + onderwarmte | 160 | 35 - 50 | 2 |
| Taartbodem - zandtaartdeeg | Multi Hetelucht | 170 - 1801) | 10 - 25 | 2 |
| Taartbodem - zacht cakedeeg | Multi Hetelucht | 150 - 170 | 20 - 25 | 2 |
| Apple pie / Appeltaart (2 vormen Ø 20 cm, diagonaal geplaatst) | Multi Hetelucht | 160 | 60 - 90 | 2 |
Pagina's 23–25: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 26
26 www.aeg.com
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Appeltaart, gemaakt van roerdeeg (rond bakblik) | 160 - 170 | 70 - 80 | 3 |
| Witbrood | 190 - 200 | 55 - 70 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
11.8 Bakken op meerdere niveaus
Gebruik de functie: Multi Hetelucht.
Cakes / Gebak / brood op bakplaat
| Gerecht Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | |
|---|---|---|---|
| 2 standen | 3 standen | ||
| Roomsoezen/ 160 - 1801) tompoezen | 25 - 45 | 1 / 4 | - |
| Kruimeltaart 150 - 160 | 30 - 45 | 1 / 4 | - |
| 1) Oven voorverwarmen. Koekjes/small cakes/cakejes/gebak/broodjes | |||
| Gerecht Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | |
| 2 standen | 3 standen | ||
| Zandkoekjes 150 - 160 | 20 - 40 | 1 / 4 | 1 / 3 / 5 |
| Short bread / 140 Zandtaartdeeg/ Deegreepjes | 25 - 45 | 1 / 4 | 1 / 3 / 5 |
| Koekjes ge- 160 - 170 maakt van roerdeeg | 25 - 40 | 1 / 4 | - |
| Eiwitgebak, 80 - 100 schuimgebak | 130 - 170 | 1 / 4 | - |
| Bitterkoekjes 100 - 120 | 40 - 80 | 1 / 4 | - |
| Koekjes ge- 160 - 170 maakt van gistdeeg | 30 - 60 | 1 / 4 | - |
| Klein blader- 170 - 1801) deeggebak | 30 - 50 | 1 / 4 | - |
| Broodjes 180 | 20 - 30 | 1 / 4 | - |
Pagina 27
NEDERLANDS 27
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | |
|---|---|---|---|---|
| 2 standen | 3 standen | |||
| Small cakes / Kleine cakes (20 stuks/bakplaat) | 1501) | 23 - 40 | 1 / 4 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
- 1) Oven voorverwarmen.
11.9 Pizza Hetelucht
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Pizza (dunne korst) | 200 - 2301)2) | 15 - 20 | 2 |
| Pizza (met veel garnering) | 180 - 200 | 20 - 30 | 2 |
| Taarten | 180 - 200 | 40 - 55 | 1 |
| Spinazietaart | 160 - 180 | 45 - 60 | 1 |
| Quiche Lorraine | 170 - 190 | 45 - 55 | 1 |
| Zwitserse flan | 170 - 190 | 45 - 55 | 1 |
| Appeltaart, gedekt | 150 - 170 | 50 - 60 | 1 |
| Groentetaart | 160 - 180 | 50 - 60 | 1 |
| Ongedesemd brood | 230 - 2501) | 10 - 20 | 2 |
| Bladerdeegtaart | 160 - 1801) | 45 - 55 | 2 |
| Flammekuchen (pizza-achtig gerecht uit de Elzas) | 230 - 2501) | 12 - 20 | 2 |
| Piroggen (Russische variant op calzone) | 180 - 2001) | 15 - 25 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
- 1) Oven voorverwarmen.
- 2) Gebruik de braadpan.
11.10 Roosteren
- Gebruik voor het roosteren hittebestendige ovenschalen. Zie de instructies van de fabrikant van de ovenschalen.
- Grote braadstukken kunt u direct in de diepe braadpan roosteren (indien aanwezig) of op een rooster boven de braadpan.
- Schenk wat vloeistof in de braadpan om te voorkomen dat de vleessappen
of het vet op het oppervlak inbranden.
- Alle soorten vlees die een korst moeten krijgen, kunt u in de braadschaal zonder deksel braden.
- Indien nodig het braadstuk na 1/2 - 2/3 van de gaartijd keren.
- Om het vlees sappiger te houden:
- braad mager vlees in een braadpan met deksel of gebruik een braadzak.
Pagina's 28–29: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 30
30 www.aeg.com
- Alleen platte stukken vlees of vis grillen.
- Lege oven met grillfuncties altijd 5 minuten voorverwarmen.
Grill
LET OP!
Tijdens het grillen moet de ovendeur altijd gesloten zijn.
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) 1e kant | 2e kant | Roosterhoogte | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rosbief | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 | 2 | ||
| Runderfilet | 230 | 20 - 30 | 20 - 30 | 3 | ||
| Varkensrug | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 | 2 | ||
| Kalfsrug | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 | 2 | ||
| Lamsrug | 210 - 230 | 25 - 35 | 20 - 25 | 3 | ||
| Hele vis, 500 - 1000 g | 210 - 230 | 15 - 30 | 15 - 30 | 3 / 4 | ||
| Grill Intens | ||||||
| Gerecht | Tijd (min) 1e kant | 2e kant | Roosterhoogte | |||
| Burgers / Burgers | 8 - 10 | 6 - 8 | 4 | |||
| Varkensfilet | 10 - 12 | 6 - 10 | 4 | |||
| Worstjes | 10 - 12 | 6 - 8 | 4 | |||
| Runderfilet / kalfsbiefstukken | 7 - 10 | 6 - 8 | 4 | |||
| Toast / Geroosterd 1 - 3 brood | 1 - 3 | 5 | ||||
| Brood met iets erop 6 - 8 | - | 4 | ||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
11.13 Bevroren Gerechten
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Pizza, bevroren | 200 - 220 | 15 - 25 | 2 |
| American pizza, bevroren | 190 - 210 | 20 - 25 | 2 |
| Pizza, gekoeld | 210 - 230 | 13 - 25 | 2 |
| Pizza snacks, bevroren | 180 - 200 | 15 - 30 | 2 |
| Patat, dun | 200 - 220 | 20 - 30 | 3 |
Pagina 31
NEDERLANDS 31
| Gerecht Temperatuur | (°C) Tijd (min) | Roosterhoogte | ||
|---|---|---|---|---|
| Patat, dik 200 - 220 | 25 - 35 | 3 | ||
| Aardappelpartjes / - 220 - 230 kroketjes | 20 - 35 | 3 | ||
| Rösties 210 - 230 | 20 - 30 | 3 | ||
| Lasagne / Cannello- 170 - 190 ni, vers | 35 - 45 | 2 | ||
| Pastaschotel, bevro- 160 - 180 ren | 40 - 60 | 2 | ||
| Oven gegratineerde 170 - 190 kaas | 20 - 30 | 3 | ||
| Kippenvleugels 190 - 210 | 20 - 30 | 2 | ||
| Bevroren kant-en-klaarmaaltijden | ||||
| Gerecht Functie | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | |
| Pizza, bevroren Boven + onderwarmte | volgens aanwijzingen van de fabrikant | volgens aanwijzingen van de fabrikant | 3 | |
| Patat1) (300 - Boven + onder-600 g) warmte of Circulatiegrill | 200 - 220 | volgens aanwijzingen van de fabrikant | 3 | |
| Baguettes Boven + onderwarmte | volgens aanwijzingen van de fabrikant | volgens aanwijzingen van de fabrikant | 3 | |
| Vruchtentaarten Boven + onderwarmte | volgens aanwijzingen van de fabrikant | volgens aanwijzingen van de fabrikant | 3 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
- 1) Patat tijdens bakken 2 tot 3 keer omkeren.
11.14 Lage Temperatuur Garen
Gebruik deze functie voor malse, magere stukken vlees en vis met kerntemperaturen van minder dan 65 °C. Deze functie is niet geschikt voor suddervlees of een vet varkensbraadstuk. U kunt de vleesthermometer gebruiken om te garanderen dat het vlees de correcte kerntemperatuur heeft (zie de tabel voor de vleesthermometer).
In de eerste 10 minuten kunt u een oventemperatuur instellen tussen 80°C
en 150°C. De standaard is 90°C. Nadat de temperatuur is ingesteld, blijft de oven werken bij 80°C. Gebruik de automatische lage temperatuur garen niet voor gevogelte.
Altijd zonder deksel garen als u gebruik maakt van de functie.
- 1. Braad het vlees aan in een pan op de kookplaat op een zeer hoge stand gedurende 1 - 2 minuten aan elke kant.
Pagina 32
32 www.aeg.com
- 2. Plaats het vlees samen met de hete braadpan in de oven op het bakrooster.
- 3. Steek de vleesthermometer in het vlees.
- 4. Selecteer de functie: Lage Temperatuur Garen en stel de juiste doelkerntemperatuur in.
| Gerecht | Gewicht (kg) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Biefstuk | 1 - 1.5 | 120 | 120 - 150 | 1 |
| Runderbiefstuk | 1 - 1.5 | 120 | 90 - 150 | 3 |
| Geroosterd kalfsvlees | 1 - 1.5 | 120 | 120 - 150 | 1 |
| Steaks | 0.2 - 0.3 | 120 | 20 - 40 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
11.15 Ontdooien
- Haal het gerecht uit de verpakking en plaats het op een bord.
- Gebruik het eerste roosterniveau vanaf de bodem.
- Bedek het bord niet met een kom of ander bord, aangezien het ontdooien hierdoor langer kan duren.
| Gerecht | Gewicht | Ontdooitijd (min.) | Nadooitijd (min) | Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|
| Kip | 1 kg | 100 - 140 | 20 - 30 | Kip op een omgedraaid schoteltje in een groot bord leggen. Halverwege de bereidingstijd omdraai- en. |
| Vlees | 1 kg | 100 - 140 | 20 - 30 | Halverwege de bereidingstijd omdraaien. |
| Vlees | 500 g | 90 - 120 | 20 - 30 | Halverwege de bereidingstijd omdraaien. |
| Forel | 150 g | 25 - 35 | 10 - 15 | - |
| Aardbei- en | 300 g | 30 - 40 | 10 - 20 | - |
| Boter | 250 g | 30 - 40 | 10 - 15 | - |
| Room | 2 x 200 g | 80 - 100 | 10 - 15 | Klop de nog licht bevroren slagroom. |
| Gebak | 1,4 kg | 60 | 60 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
11.16 Inmaken
- Gebruik alleen weckpotten van dezelfde afmetingen.
- Gebruik geen weckpotten met een draai- of bajonetsluiting en metalen bakken.
- Gebruik het eerste rooster van de bodem van deze functie.
Pagina 33
NEDERLANDS 33
- Zet niet meer dan zes wekflessen van 1 liter op het bakrooster.
- Vul de glazen potten gelijkmatig en sluit ze af met een klem.
- De weckpotten mogen elkaar niet raken.
- Vul ca. 1/2 liter water op de bakplaat, zodat er voldoende vocht in de oven ontstaat.
Zachte vruchten
- Als de vloeistof in de weckpotten begint te borrelen (na ca. 35 - 60 minuten bij weckpotten van 1 liter), stop de oven of verlaag de temperatuur tot 100 °C (raadpleeg de tabel).
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Inmaken/wecken tot het parelen begint (min) | Door blijven koken op 100 °C (min.) |
|---|---|---|---|
| Aardbeien / bosbessen / frambozen / rijpe kruisbessen | 160 - 170 | 35 - 45 | - |
| Steenvruchten | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Inmaken/wecken tot het parelen begint (min) | Door blijven koken op 100 °C (min.) |
| Peren / kweeperen / pruimen | 160 - 170 | 35 - 45 | 10 - 15 |
| Groenten | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Inmaken/wecken tot het parelen begint (min) | Door blijven koken op 100 °C (min.) |
| Wortelen 1) | 160 - 170 | 50 - 60 | 5 - 10 |
| Komkommers | 160 - 170 | 50 - 60 | - |
| Gemengde augurken | 160 - 170 | 50 - 60 | 5 - 10 |
| Koolrabi / erwten / asperges | 160 - 170 | 50 - 60 | 15 - 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
- 1) Na uitschakeling in de oven laten staan.
11.17 Drogen
- Gebruik hiervoor een met boterhampapier of bakpapier belegde plaat.
- Stop de oven voor een beter resultaat halverwege de droogtijd, open de deur en laat het één nacht afkoelen om het drogen te voltooien.
Pagina 34
34 www.aeg.com
Groenten
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (u) | Roosterhoogte | |
|---|---|---|---|---|
| 1 stand | 2 standen | |||
| Bonen | 60 - 70 | 6 - 8 | 3 | 1 / 4 |
| Paprika's | 60 - 70 | 5 - 6 | 3 | 1 / 4 |
| Groente in het zuur | 60 - 70 | 5 - 6 | 3 | 1 / 4 |
| Paddestoelen | 50 - 60 | 6 - 8 | 3 | 1 / 4 |
| Kruiden | 40 - 50 | 2 - 3 | 3 | 1 / 4 |
| Fruit | ||||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (u) | Roosterhoogte | |
| 1 stand | 2 standen | |||
| Pruimen | 60 - 70 | 8 - 10 | 3 | 1 / 4 |
| Abrikozen | 60 - 70 | 8 - 10 | 3 | 1 / 4 |
| Schijfjes appel | 60 - 70 | 6 - 8 | 3 | 1 / 4 |
| Peren | 60 - 70 | 6 - 9 | 3 | 1 / 4 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
11.18 Brood
Voorverwarmen wordt niet aanbevolen.
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Witbrood | 180 - 200 | 40 - 60 | 2 |
| Baguette | 200 - 220 | 35 - 45 | 2 |
| Brioche | 180 - 200 | 40 - 60 | 2 |
| Ciabatta | 200 - 220 | 35 - 45 | 2 |
| Roggebrood | 190 - 210 | 50 - 70 | 2 |
| Bruin brood | 180 - 200 | 50 - 70 | 2 |
| Volkoren brood | 170 - 190 | 60 - 90 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
11.19 Voedselsensor-tabel
| Rundvlees | Kerntemperatuur (°C) van voedsel | ||
|---|---|---|---|
| Rauw | Gemiddeld | Gaar | |
| Biefstuk | 45 | 60 | 70 |
| Ossenhaas | 45 | 60 | 70 |
Pagina 35
NEDERLANDS 35
| Rundvlees | Kerntemperatuur (°C) van voedsel |
|---|---|
| Minder Gemiddeld Meer | |
| Gehaktbrood | 80 83 86 |
| Varkensrug | Kerntemperatuur (°C) van voedsel |
| Minder Gemiddeld Meer | |
| Ham, Braadstuk | 80 84 88 |
| Schenkel (rug), Gerookte varkensrug, Gerookte varkensrug, gepocheerd | 75 78 82 |
| Kalfsvlees | Kerntemperatuur (°C) van voedsel |
| Minder Gemiddeld Meer | |
| Geroosterd kalfsvlees | 75 80 85 |
| Kalfsschenkel | 85 88 90 |
| Schapenvlees / lamsvlees | Kerntemperatuur (°C) van voedsel |
| Minder Gemiddeld Meer | |
| Schapenbout | 80 85 88 |
| Schapenrug | 75 80 85 |
| Lamsbout, Geroosterd lamsvlees | 65 70 75 |
| Game | Kerntemperatuur (°C) van voedsel |
| Minder Gemiddeld Meer | |
| Hazenrug Rug | 65 70 75 |
| Hazenpoot, hazenbout Gehele haas, Ree- /hertenrug | 70 75 80 |
| Gevogelte | Kerntemperatuur (°C) van voedsel |
| Minder Gemiddeld Meer | |
| Kip (hele/halve/filet) | 80 83 86 |
| Eend (hele/halve), Kalkoen (hele/halve) | 75 80 85 |
Pagina 36
36 www.aeg.com
| Gevogelte | Kerntemperatuur (°C) van voedsel | |
|---|---|---|
| Minder Gemiddeld | Meer | |
| Eend (filet) | 60 65 | 70 |
| Vis (zalm, forel, snoekbaars) | Kerntemperatuur (°C) van voedsel | |
| Minder Gemiddeld | Meer | |
| Vis (hele/grote/gestoomde), Vis (hele/grote/geroosterde) | 60 64 | 68 |
| Ovenschotels - Voorgekookte groenten | Kerntemperatuur (°C) van voedsel | |
| Minder Gemiddeld | Meer | |
| Ovenschotel courgette, Ovenschotel broccoli, Ovenschotel venkel | 85 88 | 91 |
| Ovenschotel - Hartig | Kerntemperatuur (°C) van voedsel | |
| Minder Gemiddeld | Meer | |
| Cannelloni, Lasagne, Pastaschotel | 85 88 | 91 |
| Ovenschotel - Zoet | Kerntemperatuur (°C) van voedsel | |
| Minder Gemiddeld | Meer | |
| Ovenschotel witbrood met/zonder fruit, Ovenschotel rijstepap met/zonder fruit, Ovenschotel zoete noedels | 80 85 | 90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
12. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Opmerkingen over schoonmaken
- Maak de voorkant van de oven schoon met een zachte doek, warm water en een mild reinigingsmiddel.
- Gebruik voor metalen oppervlakken een specifiek reinigingsmiddel.
- Reinig de binnenkant van de oven na elk gebruik. Vetophoping of andere voedingsresten kunnen brand veroorzaken. Het gevaar is groter voor de grillpan.
- Verwijder hardnekkig vuil met een speciale ovenreiniger.
- Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik een zachte doek met een warm sopje en een reinigingsmiddel.
- Toebehoren met antiaanbaklaag mogen niet worden schoongemaakt
Pagina 37
NEDERLANDS 37
met een agressief reinigingsmiddel, voorwerpen met scherpe randen of een afwasautomaat. Dit kan de antiaanbaklaag beschadigen.
- Droog de oven als de ovenruimte nat is na gebruik.
12.2 Verwijderbare inschuifrails
Als u de binnenkant van de oven wilt reinigen, verwijdert u de inschuifrails.
LET OP!
Wees voorzichtig bij het verwijderen van de inschuifrails.
- 1. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit de zijwand.
| 2. | Trek de | zijwand | de | geleider en | verwijder | bij | de achterkant deze. | uit |
| 1 | 2 | |||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
Installeer de verwijderde accessoires in de omgekeerde volgorde.
12.3 Katalyse
Verwijder alle accessoires en verwijderbare inschuifrails.
De wanden en de ventilatorkap met een katalytische coating zijn zelf-reinigend. Ze absorberen op de wand opgehoopt vet tijdens de werking van de oven.
De katalytische reinigingsprocedure kan niet worden gestart:
- Als u de geleiders of de telescopische geleiders (indien aanwezig) niet verwijdert.
- U heeft de ovendeur niet helemaal gesloten.
- 1. Uitvoeren van functie:Katalyse.
- 2. Druk op om te bevestigen. Op het display wordt de tijd en de duur van het reinigingsproces weergegeven. U kunt de duurtijd niet wijzigen, maar u kunt de start van het reinigingsproces uitstellen met de functie: Eindtijd.
Als de oven de katalytische temperatuur heeft bereikt, wordt de deur vergrendeld.
Aan het einde van de reiniging klinkt er een geluidssignaal. De oven stopt.
- 3. Druk op een sensorveld om de ovendeur te openen en het signaal stop te zetten.
- 4. Reinig de bodem van de oven met een zachte en vochtige spons.
Verkleuring van het katalytische oppervlak heeft geen invloed op de katalytische eigenschappen.
LET OP!
Probeer niet om het katalytisch oppervlak te reinigen met ovenspray, schuurmiddel, zeep of andere schoonmaakmiddelen. Hierdoor raakt het katalytisch oppervlak beschadigd.
Tijdens het katalytisch reinigen is het ovenlampje aan.
12.4 Katalytische ventilatorkap
LET OP!
Probeer niet om het katalytisch oppervlak te reinigen met ovenspray, schuurmiddel, zeep of andere schoonmaakmiddelen. Hierdoor raakt het katalytisch oppervlak beschadigd.
Pagina 38
38 www.aeg.com
Verwijder voor het activeren van de katalytische reiniging eerst alle accessoires uit de oven.
De ventilatorkap met een katalytische coating is zelf-reinigend. Het absorbeert op de wand opgehoopt vet tijdens de werking van het apparaat.
Om deze zelfreinigende procedure te ondersteunen moet u de lege oven regelmatig verwarmen.
- 1. Reinig de de bodem van de oven met water en afwasmiddel en droog het af.
- 2. Stel de functie in.
- 3. Stel de oventemperatuur in op 250°C en laat de oven 1 uur werken.
- 4. Wanneer de oven is afgekoeld, maak het schoon met een zachte en natte spons.
Verkleuring van het katalytische oppervlak heeft geen invloed op de katalytische eigenschappen.
12.5 Plafond van de oven
WAARSCHUWING!
Schakel het apparaat uit voordat u het verwarmingselement verwijdert. Zorg ervoor dat het apparaat is afgekoeld. Er bestaat verbrandingsgevaar.
De inschuifrail verwijderen.
Het verwarmingselement kan worden neergeklapt om het plafond van de oven gemakkelijker te reinigen.
- 1. Houd het verwarmingselement aan de voorzijde met beide handen vast.
- 2. Trek het naar voren tegen de veerdruk en uit de twee houders.
Het verwarmingselement klapt omlaag.
- 3. Reinig het plafond van de oven.
- 4. Installeer het verwarmingselement in omgekeerde volgorde.
Installeer het verwarmingselement correct boven de steun aan de binnenwand van het apparaat.
- 5. Installeer de geleiders.
12.6 De deur verwijderen en installeren
U kunt de ovendeur en het interne glazen paneel verwijderen om het schoon te maken. Het aantal glasplaten verschilt per model.
WAARSCHUWING!
Wees voorzichtig als u de deur van het apparaat verwijdert. De deur is zwaar.
- 1. Open de deur helemaal.
- 2. Duw de klemhendels (A) volledig op de twee scharnieren.
A
A
- 3. Sluit de deur totdat deze in een hoek van ongeveer 45° staat.
Pagina 39
NEDERLANDS 39
45°
- 4. Pak de deur aan de zijkanten met beide handen vast en trek deze onder een opwaartse hoek weg van het apparaat.
- 5. Plaats de ovendeur met de buitenkant omlaag op een zachte en egale ondergrond. Dit voorkomt krassen.
- 6. Deurafdekking (B) aan de bovenkant van de deur aan beide kanten vastpakken en naar binnen drukken om de klemsluiting te ontgrendelen.
2
B
1 LET OP!
Bij heftige stoten, vooral tegen de zijkanten van de voorste glasplaat, kan het glas breken.
- 7. Trek de deur naar voren om hem te verwijderen.
- 8. Houd de glasplaten aan de bovenkant vast en trek deze een voor een omhoog uit de geleiding.
- 9. Reinig de glasplaat met een sopje. Droog de glasplaat voorzichtig af.
Voer de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit als de reiniging voltooid is. Plaats de kleinste glasplaat eerst, daarna de grotere glasplaten en de deur.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de glasplaten op de juiste manier worden geplaatst, anders kan het oppervlak van de deur oververhit raken.
12.7 Het lampje vervangen
Leg een doek op de bodem van de binnenkant van het apparaat. Dit voorkomt schade aan het afdekglas en de ovenruimte.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrocutie! Maak de zekering los voordat u de lamp vervangt. De lamp en het afdekglas kunnen heet zijn.
- 1. Schakel het apparaat uit.
- 2. Verwijder de zekeringen in de zekeringenkast, of schakel de stroomonderbreker uit.
Het bovenste lampje
- 1. Draai het afdekglas van de lamp naar rechts en verwijder het.
- 2. Reinig het afdekglas.
- 3. Vervang de lamp door een geschikte 300°C hittebestendige lamp.
- 4. Plaats het afdekglas terug.
Het zijlampje
- 1. Verwijder de linker inschuifrail om bij de lamp te komen.
- 2. Gebruik een smal, stomp voorwerp (bijv. een theelepel) om het afdekglas te verwijderen.
Pagina 40
40 www.aeg.com
- 3. Reinig het afdekglas.
- 4. Vervang de lamp door een geschikte 300 °C hittebestendige lamp.
- 5. Plaats het afdekglas terug.
- 6. De linker inschuifrails installeren.
13. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
13.1 Problemen oplossen
| Probleem | Mogelijke oorzaak | oplossing |
|---|---|---|
| U kunt de oven niet inschakelen of bedienen. | De oven is niet aangesloten op een stopcontact of is niet goed geïnstalleerd. | Controleer of de oven goed is aangesloten op het stopcontact (zie het aansluitdiagram indien beschikbaar). |
| De oven wordt niet warm. | De oven is uitgeschakeld. | Schakel de oven in. |
| De oven wordt niet warm. | De klok is niet ingesteld. | Stel de klok in. |
| De oven wordt niet warm. | De benodigde kookstanden zijn niet ingesteld. | Zorg ervoor dat de instellingen correct zijn. |
| De oven wordt niet warm. | De automatische uitschakeling is actief. | Raadpleeg 'Automatisch uitschakelen'. |
| De oven wordt niet warm. | Het kinderslot is geactiveerd. | Raadpleeg 'Het kinderslot gebruiken'. |
| De oven wordt niet warm. | De deur is niet goed gesloten. | Sluit de deur volledig. |
| De oven wordt niet warm. | De zekering is doorgeslagen. | Controleer of de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen keer op keer doorslaan, neemt u contact op met een erkende installateur. |
Pagina 41
NEDERLANDS 41
| Probleem | Mogelijke oorzaak | oplossing |
|---|---|---|
| Het lampje brandt niet. | Het lampje is stuk. | Vervang het lampje. |
| Op het display verschijnt F111. | De stekker van de vleesthermometer is niet goed in de aansluiting gestoken. | Steek de stekker van de vleesthermometer zo ver mogelijk in het stopcontact. |
| Het display toont een foutcode die niet in deze tabel staat. | Er is een elektrische fout. | • Schakel de oven uit via de huiszekering of de veiligheidsschakelaar in de zekeringkast en schakel deze weer in. • Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutcode opnieuw wordt weergegeven. |
| Stoom en condens slaan neer op de gerechten en in de ovenruimte. | Het gerecht heeft te lang in de oven gestaan. | Laat gerechten na het bereiden niet langer dan 15 - 20 minuten in de oven staan. |
| Het apparaat staat aan maar wordt niet warm. De ventilator werkt niet. Op het display verschijnt "Demo". | De demofunctie is ingeschakeld. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik' in 'Basisinstellingen'. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)
13.2 Onderhoudgegevens Het typeplaatje bevindt zich voor aan de binnenkant van het apparaat. Verwijder Als u niet zelf het probleem kunt het typeplaatje niet uit de ovenruimte. verhelpen, neem dan contact op met uw verkoper of de serviceafdeling.
De contactgegevens van het servicecentrum staan op het typeplaatje.
| Wij adviseren u om de gegevens hier te noteren: | |
|---|---|
| Model (MOD.) | ......................................... |
| Productnummer (PNC) | ......................................... |
| Serienummer (S.N.) | ......................................... |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)
14. ENERGIEZUINIGHEID
14.1 Productkaart en informatie volgens EU 65-66/2014
| Naam leverancier | AEG |
|---|---|
| Modelidentificatie | BCK742220M |
| Energie-efficiëntie Index | 81.2 |
Pagina 42
42 www.aeg.com
| Energie-efficiëntieklasse | A+ |
|---|---|
| Energieverbruik bij een standaardbelasting, stand boven + onderwarmte | 1.09 kWh/cyclus |
| Energieverbruik bij een standaardbelasting, stand hetelucht | 0.69 kWh/cyclus |
| Aantal ruimten | 1 |
| Warmtebron | Elektriciteit |
| Volume | 71 l |
| Soort oven | Inbouwoven |
| Massa | 36.0 kg |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)
EN 60350-1 - Elektrische huishoudelijke kookapparaten - deel 1: Reeksen, ovens, stoomovens en grills - Methoden voor prestatiemeting.
14.2 Energiebesparing
Deze oven bevat functies die u helpen energie te besparen tijdens het dagelijks koken.
Algemene tips
Zorg ervoor dat de ovendeur goed gesloten is als u het apparaat in werking stelt. De deur niet openen tijdens de bereiding met stoom. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit.
Gebruik metalen schalen om meer energie te besparen.
Indien mogelijk de oven niet voorverwarmen voordat u er voedsel in plaatst.
Verlaag bij een bereidingsduur langer dan 30 minuten de oventemperatuur met minimaal 3 - 10 minuten, afhankelijk van de bereidingsduur voordat de kooktijd verstrijkt. De restwarmte in de oven zorgt ervoor dat het gerecht wordt voltooid.
U kunt de restwarmte gebruiken om andere maaltijden op te warmen.
Houd de onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als u een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt.
Bereiding met hete lucht
Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen.
Restwarmte
Bij sommige ovenfuncties worden, als een programma met tijdselectie (Duur of Einde) in werking is en de bereidingstijd langer is dan 30 minuten, de verwarmingselementen automatisch eerder uitgeschakeld.
De lamp en ventilator blijven wel werken.
Eten warm houden
Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte te gebruiken en een maaltijd warm te houden. Het indicatielampje van de restwarmte of temperatuur verschijnt op het display.
Koken met de verlichting uitgeschakeld
Schakel de verlichting tijdens het koken uit. Doe het aan als u het nodig heeft.
Hetelucht (vochtig)
Functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen. Het functioneert op zodanige wijze dat de temperatuur in de ovenruimte tijdens een kookcyclus kan verschillen van de temperatuur die staat aangegeven op het display. Kooktijden kunnen verschillend zijn van de kooktijden in andere programma's.
Wanneer u Multi hetelucht (vochtig) gebruikt, wordt de lamp automatisch na
Pagina 43
NEDERLANDS 43
30 seconden uitgeschakeld. U kunt de verlichting weer inschakelen maar deze
handeling vermindert de verwachte energiebesparingen.
15. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het symbool
. Gooi de verpakking in een geschikte verzamelcontainer om het te recyclen. Help om het milieu en de volksgezondheid te beschermen en recycle het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten
gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.