AEG CD710M, tekst van de handleiding
Pagina's 18–35 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–17verder op pagina 36 →
Pagina 18
- 7. Druk op of om de letter te wijzigen.
- 8. Druk op .
De volgende letter knippert.
- 9. Herhaal stap 7 indien nodig.
- 10. Druk op en houdt de knop ingedrukt om op te slaan.
U kunt een geheugenpositie overschrijven. Wanneer het display de eerste vrije
geheugenpositie aangeeft, druk op of
en druk op om een bestaand programma te overschrijven.
U kunt de naam van een programma wijzigen in het menu: Wijzig programmanaam.
Het programma inschakelen
- 1. Oven inschakelen.
- 2. Selecteer het menu: Favoriet programma.
- 3. Druk op om te bevestigen.
- 4. Selecteer de naam van uw favoriete programma.
- 5. Druk op om te bevestigen.
10.2 Gebruik van het Kinderslot
Als het Kinderslot aanstaat, kan de oven niet per ongeluk worden geactiveerd.
- 1. Druk op om het display aan te zetten.
- 2. Druk tegelijkertijd op en totdat het display een bericht toont.
Herhaal stap 2 om het kinderslot uit te schakelen.
10.3 Toetsenblokkering
Deze functie voorkomt dat een verwarmingsfunctie per ongeluk wordt ingeschakeld. U kunt deze alleen inschakelen als de oven in werking is.
- 1. Oven inschakelen.
- 2. Stel de verwarmingsfunctie of -instelling in.
- 3. Druk herhaaldelijk op tot het display toont: Toetsenblokkering.
- 4. Druk op om te bevestigen.
Druk op om de functie uit te schakelen. Op het display verschijnt een melding. Druk
herhaaldelijk op en vervolgens op om te bevestigen.
Als u de oven uitzet, schakelt de functie ook uit.
10.4 Set + Go
Met deze functie kunt u een verwarmingsfunctie (of programma) instellen en later met een aanraking van een symbool gebruiken.
- 1. Oven inschakelen.
- 2. Stel de verwarmingsfunctie in.
- 3. Druk herhaaldelijk op toont: Duur.
- 4. Stel de tijd in.
- 5. Druk herhaaldelijk op toont: Set + Go.
tot het display
tot het display
- 6. Druk op om te bevestigen.
Druk op een symbool (behalve voor ) om de functie te starten: Set + Go. De ingestelde verwarmingsfunctie start.
Wanneer de verwarmingsfunctie is voltooid, klinkt er een signaal.
- Toetsenblokkering is aan wanneer de verwarmingsfunctie actief is.
- Het menu: Basis instellingen laat u de functie: Set + Go in- en uitschakelen.
10.5 Automatische uitschakeling
Als de verwarmingsfunctie actief is en er geen instellingen worden gewijzigd, wordt het apparaat om veiligheidsredenen na een bepaalde periode automatisch uitgeschakeld.
| (°C) | (u) |
|---|---|
| 30 - 115 | 12.5 |
| 120 - 195 | 8.5 |
| 200 - 230 | 5.5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
De automatische uitschakeling werkt niet met de functies: Binnenverlichting, Duur, Eindtijd.
Pagina 19
10.6 Helderheid van het display
Er zijn twee standen voor de helderheid van het display:
| Helderheid overdag | Helderheid 's nachts |
|---|---|
| Dit is aan wanneer de oven is ingeschakeld. | Wanneer de oven is uitgeschakeld, bevindt het scherm zich in de nachthelderheidsmodus tussen 22:00 en 06:00 uur. |
| Het is aan gedurende 10 seconden wanneer u een tiptoets aanraakt tijdens de nachthelderheidsmodus. | |
| Het is aan wanneer de oven uitgeschakeld is en u de volgende functie instelt: Kookwekker. Wanneer de functie eindigt, keert het display terug naar helderheid voor 's nachts. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
10.7 Koelventilator
Als het apparaat in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van het apparaat koel te houden. Als je het apparaat uitschakelt, kan de koelventilator blijven werken totdat het apparaat is afgekoeld.
11. AANWIJZINGEN EN TIPS
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
11.1 Kookadviezen
De temperatuur en kooktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Ze zijn afhankelijk van het recept, de kwaliteit en de kwantiteit van de gebruikte ingrediënten.
Je apparaat kan anders bakken of roosteren dan het apparaat dat je tot nu toe gebruikt hebt. De onderstaande hints tonen aanbevolen instellingen voor temperatuur, kooktijd en rekstand voor specifieke soorten voedsel. Als u voor een speciaal recept de instelling niet kunt vinden, zoek dan naar een soortgelijk recept.
11.2 Magnetronaanbevelingen
Laten we koken!
Plaats het voedsel op een bord onderin de ruimte.
Draai het voedsel halverwege de ontdooi- en bereidingstijd om of roer het door.
Roer vloeibare gerechten zo nu en dan door.
Roer het voedsel voor het opdienen door.
Dek het voedsel voor bereiding en opwarming af.
Zet tijdens het opwarmen van dranken de lepel in de fles of het glas om de warmte beter te verdelen.
Plaats het voedsel uit de verpakking in het apparaat. Verpakte kant-en-klaar-maaltijden kunnen alleen in het apparaat worden verwarmd als de verpakking magnetronveilig is (raadpleeg de informatie op de verpakking).
Pagina 20
Koken in de magnetron
Bereid voedsel afgedekt. Bereid voedsel slechts zonder het te bedekken als je een korst wilt behouden.
Kook de gerechten niet te lang door het vermogen en de tijd te hoog instellen. Het voedsel kan uitdrogen, aanbranden of brand veroorzaken.
Gebruik het apparaat niet om eieren in de schaal en slakken in hun huis te bereiden, omdat deze kunnen barsten. Prik het eigeel van gebakken eieren door voordat ze worden opgewarmd.
Prik voedsel met huid of schil diverse malen door voordat je het bereidt.
Snij groenten in stukjes van gelijke grootte.
Schakel het apparaat uit, neem het voedsel uit het apparaat en laat een paar minuten rusten om de warmte gelijkmatig te verdelen.
Ontdooien in de magnetron
Plaats het bevroren, uitgepakte voedsel op een klein omgekeerd bord met een bakje eronder of op een ontdooirek of plastic zeef, zodat de dooivloeistof kan weglopen.
Verwijder telkens de stukken die zijn ontdooid.
Je kunt een hoger magnetronvermogen gebruiken om fruit en groenten te bereiden zonder ze eerst te ontdooien.
11.3 Kookgerei en materialen geschikt voor de magnetron
Gebruik alleen kookgerei en materiaal in de magnetron dat hier geschikt voor is. Gebruik onderstaande tabel als referentie.
Controleer de specificaties van het kookgerei/materiaal voor gebruik.
| Kookgerei/materiaal Magnetronfunctie Combimagnetronfunc‐ | |||
|---|---|---|---|
| Ontdooien | Opwarmen, Koken | tie | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
| Ovenvast glas en porselein zonder metalen onderdelen, bijv. hittebestendig glas | |
| Niet-ovenbestendig glas en porselein zonder zilveren, gouden, platina of andere metalen versieringen | |
| Glas en glaskeramiek van ovenbestendig / diepvriesbestendig materiaal | |
| Keramiek en aardewerk zonder kwarts of metalen onderdelen en metaalhoudend glazuur | |
| Keramiek, porselein en aardewerk met ongeglazuurde onderkant of met kleine gaatjes, bijv. op handvaten | X |
| Tot 200 °C hittebestendige kunststof | |
| Karton, papier | |
| Huishoudfolie | |
| Ovenfolie met magnetronveilige sluiting | |
| Braadschalen gemaakt van metaal, bijv. email, gietijzer | X |
Pagina 21
| Kookgerei/materiaal Magnetronfunctie Combimagnetronfunc‐ | |||
|---|---|---|---|
| Ontdooien | Opwarmen, Koken | tie | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
| Bakblikken, zwarte lak of met siliconen coating | |
| Bakplaat | X |
| Bakrooster | |
| Kookgerei voor gebruik in magnetron, bijv. pan voor knapperige gerechten | X |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
11.4 Aanbevolen vermogensinstellingen voor verschillende soorten voedsel
De gegevens in de tabel dienen alleen als richtlijn.
| 700 - 1000 W | ||
|---|---|---|
| Aanbakken aan het begin van het kookproces | Vloeistoffen opwarmen | |
| 500 - 600 W | ||
| Eiergerechten be‐ Hutspot laten sudde-Groenten koken reiden ren | Ontdooien en op-Eenpansgerechten warmen van bevro-opwarmen ren maaltijden | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
| 300 - 400 W | ||
|---|---|---|
| Smelten van kaas, chocolade, boter | Babyvoeding opwar-Rijst sudderen men | Koken/opwarmen van Doorgaan met ko-delicaat voedsel ken |
| 100 - 200 W | ||
| Ontdooien van brood | Ontdooien van fruit en ge‐ Ontdooien bak | van kaas, room, Ontdooien van vlees, vis boter |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
11.5 Nuttige tips voor speciale Met deze functie houdt u het voedsel warm. opwarmfuncties van de oven De temperatuur wordt automatisch ingesteld op 80 °C.
Warm houden Borden warmen
Pagina 22
Met deze functie kunt u borden en schalen verwarmen voor het opdienen. De temperatuur wordt automatisch ingesteld op 70 °C.
Verdeel de opgestapelde borden en schalen gelijkmatig over het ovenrek. Gebruik het eerste ovenniveau. Verwissel ze halverwege de verwarmtijd van plaats.
Deeg laten rijzen
Met de functie kunt u ook gistdeeg laten rijzen. Doe het deeg in een grote schaal en dek deze af met een natte doek of plastic folie. Stel de functie in: Deeg laten rijzen en de bereidingstijd.
11.6 Bakken
Gebruik voor de eerste baksessie de lagere temperatuur.
Bij het bereiden van cake op meerdere niveaus kan de baktijd ca. 10 - 15 minuten langer zijn.
Als de cake niet overal even hoog is, wordt de cake niet overal even bruin. Als de cake niet overal even bruin wordt, hoeft u de temperatuurinstelling niet te wijzigen. De verschillen verminderen tijdens het bakken.
Tijdens het bakken kunnen bakplaten in de oven vervormen. Wanneer de bakplaten weer afgekoeld zijn, verdwijnt de vervorming.
11.7 Baktips
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De onderkant van de cake is niet voldoende gebakken. | De rekstand is incorrect. | Plaats de cake op een lagere rekstand. |
| De cake zakt in en wordt klef, of streperig. | De oventemperatuur is te hoog. | Stel de volgende keer de oventemperatuur iets lager in. |
| De oventemperatuur is te hoog en de baktijd te kort. | Stel volgende keer een langere baktijd en een lagere oventemperatuur in. | |
| De cake is te droog. | De oventemperatuur is te laag. | Stel de volgende keer de oventemperatuur hoger in. |
| Te lange baktijd. | Stel volgende keer een kortere baktijd in. | |
| De cake wordt ongelijkmatig gebakken. | De oventemperatuur is te hoog en de baktijd te kort. | Stel volgende keer een langere baktijd en een lagere oventemperatuur in. |
| Het cakebeslag is niet gelijkmatig verdeeld. | Verspreid de volgende keer het cakebeslag gelijkmatig over de bakplaat. | |
| De cake wordt niet gaar binnen de in het recept aangegeven baktijd. | De oventemperatuur is te laag. | Stel de volgende keer de oventemperatuur iets hoger in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
11.8 Bakken op één ovenniveau
Gebruik de eerste rekstand, tenzij anders aangegeven.
| BAKKEN IN BAK-VORMEN | (°C) | (min) | |
|---|---|---|---|
| Tulband / Brioche | Hetelucht | 150 - 160 | 50 - 70 |
| Zandgebak / Vruchtencakes | Hetelucht | 140 - 160 | 70 - 90 |
Pagina 23
| BAKKEN IN BAK-VORMEN | (°C) | (min) | |
|---|---|---|---|
| Cake, zacht | Hetelucht | 140 - 150 | 35 - 50 |
| Cake, zacht, gebruik de tweede rekstand | Boven- /onderwarmte | 160 | 35 - 50 |
| Taartbodem - pasteitjes, verwarm de lege oven voor | Hetelucht | 170 - 180 | 10 - 25 |
| Taartbodem - zacht cakedeeg | Hetelucht | 150 - 170 | 20 - 25 |
| Appeltaart, 2 blikken Ø20 cm | Hetelucht | 160 | 70 - 90 |
| Appeltaart, 2 blikken Ø20 cm | Boven- /onderwarmte | 180 | 70 - 90 |
| Cheesecake, gebruik de braadpan | Boven- /onderwarmte | 160 - 170 | 60 - 90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Verwarm de lege oven voor.
| CAKE / GE-BAK / BROOD OP BAK-PLATEN | (°C) | (min) | ||
|---|---|---|---|---|
| Plaatbrood / Broodkrans | Boven- /onderwarmte | 170 - 190 | 30 - 40 | 2 |
| Kerststollen | Boven- /onderwarmte | 160 - 180 | 50 - 70 | 2 |
| Roggebrood | Boven- /onderwarmte | eerst: 230 dan: 160 - 180 | 20 30 - 60 | 2 |
| Roomsoezen / Eclairs | Boven- /onderwarmte | 190 - 210 | 20 - 35 | 2 |
| Biscuitrol | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 10 - 20 | 2 |
| Kruimeltaart, droog | Hetelucht | 150 - 160 | 20 - 40 | 1 |
| Beboterde amandeltaart / Suikerkoek | Boven- /onderwarmte | 190 - 210 | 20 - 30 | 2 |
| Vruchtenvlaaien (gemaakt van gistdeeg/zacht cakedeeg), gebruik de braadpan | Hetelucht | 150 - 160 | 35 - 55 | 1 |
| Boven- /onderwarmte | 170 | 35 - 55 | 2 | |
| Vruchtenvlaaien gemaakt van pasteitjes | Hetelucht | 160 - 170 | 40 - 80 | 1 |
| Plaatkoek met delicate garnering (bijvoorbeeld kwark, room, puddingvulling) | Boven- /onderwarmte | 160 - 180 | 40 - 80 | 2 |
| Koekjes | (°C) | (min) | ||
| Zandkoekjes | Hetelucht | 150 - 160 | 10 - 20 | 1 |
Pagina 24
| Koekjes | (°C) | (min) | ||
|---|---|---|---|---|
| Zandtaartdeeg / Deegreepjes voor op vlaaien/taarten | Hetelucht | 140 | 20 - 35 | 1 |
| Zandtaartdeeg / Deegreepjes voor op vlaaien/taarten, verwarm de lege oven voor | Boven- /onderwarmte | 160 | 20 - 30 | 2 |
| Koekjes gemaakt van sponsdeeg | Hetelucht | 150 - 160 | 15 - 20 | 1 |
| Eiwitgebakjes/schuimgebak-jes / Schuimgebakjes | Hetelucht | 80 - 100 | 120 - 150 | 1 |
| Bitterkoekjes | Hetelucht | 100 - 120 | 30 - 50 | 1 |
| Koekjes gemaakt van gistdeeg | Hetelucht | 150 - 160 | 20 - 40 | 1 |
| Bladerdeeggebakjes, verwarm de lege oven voor | Hetelucht | 170 - 180 | 20 - 30 | 1 |
| Broodjes, verwarm de lege oven voor | Boven- /onderwarmte | 190 - 210 | 10 - 25 | 2 |
| Kleine cakes, verwarm de lege oven voor | Hetelucht | 160 | 20 - 35 | 3 |
| Kleine cakes, verwarm de lege oven voor | Boven- /onderwarmte | 170 | 20 - 35 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
11.9 Ovenschotels en gegratineerde gerechten
| Gebruik de eerste rekstand. | |||
|---|---|---|---|
| (°C) | (min) | ||
| Pasta gebakken | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 45 - 60 |
| Lasagne | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 25 - 40 |
| Groentegratin, verwarm de lege oven voor | Turbo grill | 210 - 230 | 10 - 20 |
| Stokbroden met gesmolten kaas | Hetelucht | 160 - 170 | 15 - 30 |
| Melkrijst | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 40 - 60 |
| Visschotels | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 30 - 60 |
| Gevulde groenten | Hetelucht | 160 - 170 | 30 - 60 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
11.10 Tips voor braden Geroosterd mager vlees bedekt (u kunt aluminiumfolie gebruiken).
Gebruik hittebestendig kookgerei.
Pagina 25
Rooster grote stukken vlees direct op de bakplaat.
Doe wat water in de bakplaat om te voorkomen dat druipend vet verbrandt. Draai het braadstuk na 1/2 - 2/3 van de gaartijd.
Rooster vlees en vis in grote stukken (1 kg of meer).
11.11 Braadtafels
Gebruik het eerste ovenniveau.
Als niveau 1 wordt aanbevolen, plaatst u het voedsel direct op de bakplaat
Bedruip vleesstukken meerdere malen met hun eigen sap tijdens het roosteren.
| RUND-VLEES | (°C) | (min) | ||
|---|---|---|---|---|
| Braadpan | 1 - 1,5 kg | Boven- /onderwarm-te | 230 | 120 - 150 |
| Biefstuk of filet, rauw, verwarm de lege oven voor | per cm dikte | Turbo grill | 190 - 200 | 5 - 6 |
| Biefstuk of filet, medium | per cm dikte | Turbo grill | 180 - 190 | 6 - 8 |
| Biefstuk of filet, gaar | per cm dikte | Turbo grill | 170 - 180 | 8 - 10 |
| WILD | (kg) | (°C) | (min) | |
| Rug / Hazenpoot, verwarm de lege oven voor | tot 1 | Turbo grill | 180 - 200 | 35 - 55 |
| Hertenrugfilet | 1,5 - 2 | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 60 - 90 |
| Reebout, hertenbout | 1,5 - 2 | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 60 - 90 |
| VIS | (kg) | (°C) | (min) | |
| Hele vis | 1 - 1,5 | Turbo grill | 180 - 200 | 30 - 50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Gebruik de functie: Turbo grill.
| KALFSVLEES | (kg) | (°C) | (min) |
| Geroosterd kalfsvlees | 1 | 160 - 180 | 120 - 150 |
Pagina 26
| Kalfsschenkel | 1,5 - 2 | 160 - 180 | 120 - 150 |
|---|---|---|---|
| LAMSVLEES | |||
| Lamspoot / Geroosterd lamsvlees | 1 - 1,5 | 150 - 180 | 100 - 120 |
| Lamsrugfilet | 1 - 1,5 | 160 - 180 | 40 - 60 |
| GEVOGELTE | |||
| Kip | 0,2 - 0,25 elk stuk | 200 - 220 | 30 - 50 |
| Halve kip | 0,4 - 0,5 elk stuk | 190 - 210 | 40 - 50 |
| Gevogelte, porties | 1 - 1,5 | 190 - 210 | 50 - 70 |
| Eend | 1,5 - 2 | 180 - 200 | 80 - 100 |
| VARKENSVLEES | |||
| Schouder / Nek / Hamlap | 1 - 1,5 | 150 - 170 | 90 - 120 |
| Chops / Spare rib | 1 - 1,5 | 170 - 190 | 30 - 60 |
| Vleesbrood | 0,75 - 1 | 160 - 170 | 50 - 60 |
| Varkensvlees, gare schenkel | 0,75 - 1 | 150 - 170 | 90 - 120 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
11.12 Knapperig bakken met Pizzafunctie
| Gebruik de | derde rekstand. | |
|---|---|---|
| PIZZA | (°C) | (min) |
| Pizza, dikke korst, verwarm de lege oven voor | 180 - 200 | 20 - 30 |
| Ongedesemd brood, verwarm de lege oven voor | 230 | 10 - 20 |
| Vlaai bladerdeeggebak, verwarm de lege oven voor | 160 - 180 | 45 - 55 |
| Flammkuchen, verwarm de lege oven voor | 230 | 12 - 20 |
| Pierogi, verwarm de lege oven voor | 180 - 200 | 15 - 25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
| Gebruik de | derde rekstand. | |
|---|---|---|
| PIZZA | (°C) | (min) |
| Taarten | 180 - 200 | 40 - 55 |
| Spinazievlaai | 160 - 180 | 45 - 60 |
| Quiche Lorraine | 170 - 190 | 45 - 55 |
| Zwitserse vlaai | 170 - 190 | 45 - 55 |
| Cheesecake | 140 - 160 | 60 - 90 |
| Appeltaart, bedekt | 150 - 170 | 50 - 60 |
| Groentetaart | 160 - 180 | 50 - 60 |
| Pizza, dunne korst, verwarm de lege oven voor | 200 - 230 | 15 - 20 |
Pagina 27
11.13 Brood bakken
Voorverwarmen wordt niet aanbevolen. Gebruik de tweede rekstand.
| BROOD | (°C) | (min) |
|---|---|---|
| Witbrood | 180 - 200 | 40 - 60 |
| Baguette | 200 - 220 | 35 - 45 |
| Brioche | 160 - 180 | 40 - 60 |
| Ciabatta | 200 - 220 | 35 - 45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
| BROOD | (°C) | (min) |
|---|---|---|
| Roggebrood | 180 - 200 | 50 - 70 |
| Volkoren brood | 180 - 200 | 50 - 70 |
| Volkorenbrood | 170 - 190 | 60 - 90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
11.14 Grill
Alleen dunne stukken vlees of vis grillen. Verwarm de lege oven voor voordat u gaat koken.
Gebruik de eerste rekstand.
| GRILLEN | (°C) | (min) (min) | |
|---|---|---|---|
| 1e kant | 2e kant | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
| Biefstuk: medium | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 |
|---|---|---|---|
| Runderfilet, medium | 230 | 20 - 30 | 20 - 30 |
| Varkenshaas | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 |
| Lamsrug | 210 - 230 | 25 - 35 | 20 - 35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
11.15 Lage temperatuur garen
Met deze functie kunt u mager, mals vlees en vis bereiden. Het is niet van toepassing op: gevogelte, vet geroosterd varkensvlees, geroosterd vlees.
- 1. Bak het vlees 1 - 2 minuten aan beide zijden aan in een pan op een hoog vuur.
- 2. Als de derde rekstand wordt aanbevolen, plaats je het voedsel direct op het bakrooster. Plaats een bakplaat/braadpan op de eerste rekstand om vet op te vangen.
Als de eerste rekstand wordt aanbevolen, plaats je het voedsel direct op de bakplaat.
Kook altijd zonder deksel terwijl u deze functie gebruikt.
- 3. Selecteer de functie: Lage temperatuur garen. U kunt de temperatuur °C gedurende de eerste 10 minuten tussen 80 °C en 150 instellen. De standaardwaarde is 90 °C.
- 4. Na 10 minuten verlaagt de oven automatisch de temperatuur tot 80 °C.
| Gebruik de eerste rekstand. | (kg | (°C) | (min) |
|---|---|---|---|
| Biefstuk | 1 - 1.5 | 150 | 120 - 150 |
| Runderfilet | 1 - 1.5 | 150 | 90 - 110 |
Pagina 28
| Gebruik de eerste rekstand. | (kg | (°C) | (min) |
|---|---|---|---|
| Geroosterd kalfsvlees | 1 - 1.5 | 150 | 120 - 150 |
| Biefstuk | 0.2 - 0.3 | 120 | 20 - 40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
Gebruik het tweede ovenniveau.
11.16 Bevroren gerechten
Haal het voedsel uit de verpakking. Doe het voedsel op een bord.
Dek het voedsel niet af, want dat kan de ontdooitijd verlengen.
| (°C) | (min) | |
|---|---|---|
| Pizza, bevroren | 200 - 220 | 15 - 25 |
| American pizza, bevroren | 190 - 210 | 20 - 25 |
| Pizza, gekoeld | 210 - 230 | 13 - 25 |
| Pizzasnacks, bevroren | 180 - 200 | 15 - 30 |
| Frietjes, dun, tussen het bakken door 2 tot 3 keer omdraaien | 210 - 230 | 20 - 30 |
| Frietjes, dik, tussen het bakken door 2 tot 3 keer omdraaien | 210 - 230 | 25 - 35 |
| Aardappelpartjes / Aardappelkroketjes, tussen het bakken door 2 tot 3 keer omdraaien | 210 - 230 | 20 - 35 |
| Rösties | 210 - 230 | 20 - 30 |
| Lasagne / Cannelloni, vers | 170 - 190 | 35 - 45 |
| Lasagne / Cannelloni, bevroren | 160 - 180 | 40 - 60 |
| Kippenvleugels | 190 - 210 | 20 - 30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
11.17 Ontdooien
Haal het gerecht uit de verpakking en plaats het op een bord.
Gebruik de eerste rekstand.
Dek het voedsel niet af, want dat kan de ontdooitijd verlengen.
Pagina 29
| (kg) | (min) Ontdooitijd | (min) Verdere ontdooitijd | ||
|---|---|---|---|---|
| Kip | 1 | 100 - 140 | 20 - 30 | Kip op een omgedraaid schoteltje in een groot bord leggen. Halverwege de bereidingstijd omdraaien. |
| Vlees | 1 | 100 - 140 | 20 - 30 | Halverwege de bereidingstijd omdraaien. |
| Vlees | 0,5 | 90 - 120 | 20 - 30 | Halverwege de bereidingstijd omdraaien. |
| Forel | 0,15 | 25 - 35 | 10 - 15 | - |
| Aardbeien | 0,3 | 30 - 40 | 10 - 20 | - |
| Boter | 0,25 | 30 - 40 | 10 - 15 | - |
| Room | 2 x 0,2 | 80 - 100 | 10 - 15 | Klop de nog licht bevroren slagroom. |
| Gebak | 1,4 | 60 | 60 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
11.18 Inmaken
Gebruik de functie Onderwarmte.
Gebruik alleen weckpotten van dezelfde afmetingen.
Gebruik geen weckpotten met een draai- of bajonetsluiting en metalen bakken.
Gebruik de eerste rekstand.
Zet niet meer dan zes weckflessen van 1 liter op het bakrooster.
Vul de glazen potten gelijkmatig en sluit ze af met een klem.
De potten mogen elkaar niet aanraken. Doe ongeveer 1/2 liter water in de bakplaat om voldoende vocht in de oven te geven. Als de vloeistof in de weckpotten begint te borrelen (na ca. 35 - 60 minuten bij weckpotten van 1 liter), stop de oven of verlaag de temperatuur tot 100 °C (raadpleeg de tabel).
Stel de temperatuur in op 160 - 170 °C.
| ZACHTE VRUCHTEN | (min) Kooktijd tot het sudderen begint | |
|---|---|---|
| Aardbeien / Bosbessen / 35 - 45 Frambozen / Rijpe kruisbessen | ||
| STEEN-VRUCHTEN | (min) Kooktijd tot het sudderen begint | (min) Door blijven koken op 100 °C |
| Perziken / Kweeperen / Pruimen | 35 - 45 | 10 - 15 |
| GROENTEN | (min) Kooktijd tot het sudderen begint | (min) Door blijven koken op 100 °C |
| Wortels | 50 - 60 | 5 - 10 |
| Komkommers | 50 - 60 | - |
Pagina 30
| GROENTEN | (min) Kooktijd tot het sudderen begint | (min) Door blijven koken op 100 °C |
|---|---|---|
| Gemengde augurken | 50 - 60 | 5 - 10 |
| Kohlrabi / Erwten / Asperge | 50 - 60 | 15 - 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
11.19 Drogen
Bedek de bakplaten met vetbestendig papier of bakpapier.
Voor een beter resultaat, stop de oven halverwege de droogtijd, open de deur en laat het een nacht afkoelen om het drogen af te ronden.
| Gebruik de derde rekstand. | ||
|---|---|---|
| (°C) | (u) | |
| Bonen | 60 - 70 | 6 - 8 |
| Paprika’s | 60 - 70 | 5 - 6 |
| Groenten voor soep | 60 - 70 | 5 - 6 |
| Paddenstoelen | 50 - 60 | 6 - 8 |
| Kruiden | 40 - 50 | 2 - 3 |
| Pruimen | 60 - 70 | 8 - 10 |
| Abrikozen | 60 - 70 | 8 - 10 |
| Appelplakjes | 60 - 70 | 6 - 8 |
| Peren | 60 - 70 | 6 - 9 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
11.20 Koken in de magnetron
| Tips voor de magnetron | ||
|---|---|---|
| Bereidings / Ontdooiresultaten | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Het eten is te droog. | Het vermogen was te hoog. De kooktijd was te lang. | Zet lager vermogen of/en kortere kooktijd. |
| Het eten is nog steeds niet ontdooid, heet of gekookt nadat de bereidingstijd is verstreken. | De kooktijd was te kort. | Stel langere kooktijd in. Het magnetronvermogen niet verhogen. |
| Het eten is oververhit aan de randen, maar nog niet voldoende gekookt in het midden. | Het magnetronvermogen was te hoog. | Zet lager vermogen en een langere kooktijd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
ONTDOOIEN
Plaats de voedselcontainer op de bodem van de ruimte.
Pagina 31
| VLEES / VIS Stel het vermogen in op 100 W, tenzij anders aangegeven. | (kg) | (min) | Wachttijd (min.) | |
|---|---|---|---|---|
| Biefstuk | 0.2 | 5 - 7 | 5 - 10 | |
| Gehakt, ingesteld op 200 W | 0.5 | 7 - 8 | 5 - 10 | |
| Kip | 1 | 30 - 35 | 10 - 20 | |
| Kippenborst | 0.15 | 5 - 9 | 10 - 15 | |
| Kippenpoten | 0.15 | 5 - 9 | 10 - 15 | |
| Hele vis | 0.5 | 10 - 15 | 5 - 10 | |
| Visfilet | 0.5 | 12 - 15 | 5 - 10 | |
| ZUIVELPRODUCTEN Zet het vermogen op 100 W. | (kg) | (min) | Wachttijd (min.) | |
| Boter | 0.25 | 4 - 6 | 5 - 10 | |
| Geraspte kaas | 0.2 | 2 - 4 | 10 - 15 | |
| CAKE EN BROOD Stel het vermogen in op 200 W, tenzij anders aangegeven. | (min) | Wachttijd (min.) | ||
| Plaatkoek | 1 stuk | 2 - 3 | 15 - 20 | |
| Cheesecake, ingesteld op 100 W | 1 stuk | 2 - 4 | 15 - 20 | |
| Droge cake | 1 stuk | 2 - 4 | 15 - 20 | |
| Brood | 1 kg | 15 - 18 | 5 - 10 | |
| Gesneden brood | 0,2 kg | 3 - 5 | 5 - 10 | |
| Brood/Broodjes | 4 stuks | 2 - 4 | 2 - 5 | |
| FRUIT (kg) | (W) | (min) | Wachttijd (min.) | |
| Fruit 0.25 | 100 | 5 - 10 | 10 - 15 | |
Pagina 32
| OPNIEUW VERWARMEN | (W) | (min) | Wachttijd (min.) | |
|---|---|---|---|---|
| Babyvoeding in potjes | 0,2 kg | 300 | 1 - 2 | - |
| Babymelk, doe een lepel in de fles | 180 ml | 600 | 0:20 - 0:40 | - |
| Melk | 200 ml | 1000 | 1 - 1:30 | - |
| Water | 200 ml | 1000 | 1:30 - 2 | - |
| Saus | 200 ml | 600 | 1 - 3 | - |
| Soep | 300 ml | 600 | 3 - 5 | - |
| Ingevroren kant-en-klaarmaaltijden | 0,5 kg | 400 | 10 - 15 | 2 - 5 |
| Voeding kant-en-klaar gerecht | 0,5 kg | 600 | 6 - 9 | 2 - 5 |
| SMELTEN | (kg) | (W) | (min) | Wachttijd (min.) |
| Chocolade / Chocoladeglazuur | 0.15 | 300 | 2 - 4 | 1 - 2 |
| Boter | 0.1 | 400 | 0:30 - 1:30 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
| BEREIDEN | ||||
|---|---|---|---|---|
| (W) | (min) | Wachttijd (min.) | ||
| Hele vis | 0,5 kg | 500 | 8 - 10 | 2 - 5 |
| Visfilet | 0,5 kg | 400 | 4 - 7 | 2 - 5 |
| Verse groenten | 0,5 kg + 50 ml water | 600 | 5 - 15 | - |
| Groenten, ingevroren | 0,5 kg + 50 ml water | 600 | 10 - 20 | - |
| Gepofte aardappelen | 0,5 kg | 600 | 7 - 10 | - |
| Rijst | 0,2 kg + 400 ml water | 600 | 15 - 18 | - |
| Popcorn, leg de popcornzak op een bord | - | 1000 | 1:30 - 3 | - |
Pagina 33
Combimagnetronfunctie
| (kg) | (W) | (°C) | (min) | Wachttijd (min.) | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Halve kip, gebruik de tweede rekstand | 0,55 x 2 stuks | Ronde glazen schotel, Ø 26 cm | 300 | 220 | 40 | 5 |
| Gegratineerde aardappelen, gebruik de tweede rekstand | 1 | Ronde glazen schotel | 300 | 200 | 40 | 10 |
| Geroosterd nekstuk, gebruik de eerste rekstand | 1 | Glazen schaal met zeef | 300 | 200 | 70 | 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
11.21 Informatie voor testinstituten
Tests volgens IEC. 60705.
Magnetronfunctie
Gebruik het bakrooster, tenzij anders aangegeven.
| W | kg | min | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, zacht | 600 | 0.475 | Bottom | 8 - 9 | Draai halverwege de bereidingstijd de kom 1/4. |
| Vleesbrood | 400 | 0.9 | 1 | 25 - 27 | Draai halverwege de bereidingstijd de kom 1/4. |
| Bouillon met stukjes ei | 500 | 1 | 2 | 30 - 33 | - |
| Ontdooien van vlees | 100 | 0.5 | 1 | 15 | Draai het vlees halverwege de bereidingstijd om. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
Combimagnetronfunctie
Gebruik het ovenrek.
| W | °C | min | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Cake, 0,7 kg | Hetelucht + magnetron | 100 | 180 | 2 | 29 - 31 | Draai halverwege de bereidingstijd de kom 1/4. |
| Aardappelgratin, 1,1 kg | Turbo grill + magnetron | 400 | 180 | 1 | 38 -42 | Draai halverwege de bereidingstijd de kom 1/4. |
Pagina 34
| W | °C | min | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kip, 1,1 kg | Turbo grill + magnetron | 200 | 200 | 1 | 40 - 45 | Doe het vlees in een ronde glazen kom en draai het na 20 minuten bereidingstijd om. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
12. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Opmerkingen over de reiniging
| Reinigingsmiddelen | Reinig de voorkant van het apparaat uitsluitend met een microvezeldoek met warm water en een mild reinigingsmiddel. |
| Gebruik een reinigingsoplossing om metalen oppervlakken te reinigen. | |
| Reinig vlekken met een mild reinigingsmiddel. | |
| Dagelijks gebruik | Reinig de uitsparing telkens na gebruik. Vetophoping of andere resten kunnen brand veroorzaken. Reinig voorzichtig de bovenkant van het apparaat om resten en vet te verwijderen. |
| Bewaar het voedsel niet langer dan 20 minuten in het apparaat. Droog de ruimte na elk gebruik uitsluitend met een microvezeldoek. | |
| Accessoires | Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik alleen een zachte doek met warm water en een mild reinigingsmiddel. De accessoires niet in een afwasmachine reinigen. |
| Reinig de antiaanbakaccessoires niet met agressieve reinigingsmiddelen of scherpe voorwerpen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
12.2 Hoe te verwijderen:
Inschuifrails/
Verwijder de inschuifrails om de oven te reinigen.
Schakel de oven uit en wacht totdat deze is afgekoeld.
Stap 1
Pagina 35
| Stap 2 | Trek de inschuifrails voorzichtig naar boven toe uit de voorste ophanging. | 3 | 2 | 1 |
| Stap 3 | Trek de voorkant van de inschuifrails weg van de zijwand. | |||
| Stap 4 | Trek de inschuifrails uit de achterste ophanging. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde.
12.3 Hoe te vervangen: Lamp Houd de halogeenlamp altijd met een doek vast om te voorkomen dat er vetrestjes op de WAARSCHUWING! ovenlamp verbranden.
Gevaar voor elektrische schokken.
Het lampje kan heet zijn.
| Voordat u de lamp vervangt: | |||
|---|---|---|---|
| Stap 1 | Stap 2 | Stap 3 | |
| Schakel de oven uit. Wacht tot de oven afgekoeld is. | Trek de oven uit het stopcontact. | Plaats een doek op de bodem van de holte. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
Bovenlamp
| Stap 1 | Draai de glazen afdekking om die te verwijderen. |
| Stap 2 | Reinig de glasafdekking. |
| Stap 3 | Vervang de lamp door een geschikte 300 °C hittebestendige lamp. |
| Stap 4 | Installeer het glazen deksel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
13. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
13.1 Wat moet u doen als...
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| U kunt de oven niet inschakelen of bedienen. | De oven is niet aangesloten op een stopcontact of is niet goed geïnstalleerd. | Controleer of de oven goed is aangesloten op het stopcontact (zie het aansluitdiagram indien beschikbaar). |