AEG CIB6640AAB, tekst van de handleiding
Pagina's 16–34 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 16
Automatische modi
| Automa‐ | |||
| tisch lampje | Koken1) | Bakken2) | |
| Modus H0 | Uit | Uit | Uit |
| Modus H1 | Aan | Uit | Uit |
| Modus | Aan | Ventilator‐ | Ventilator‐ |
| H2 3) | snelheid 1 | snelheid 1 | |
| Modus H3 | Aan | Uit | Ventilatorsnelheid 1 |
| Modus H4 | Aan | Ventilatorsnelheid 1 | Ventilatorsnelheid 1 |
| Modus H5 | Aan | Ventilatorsnelheid 1 | Ventilatorsnelheid 2 |
| Modus H6 | Aan | Ventilatorsnelheid 2 | Ventilatorsnelheid 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
- 1) De kookplaat detecteert het kookproces en activeert de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische modus.
- 2) De kookplaat detecteert het bakproces en activeert de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische modus.
- 3) Deze modus activeert de ventilator en de verlichting en reageert niet op de temperatuur.
De automatische modus wijzigen
- 1. Schakel het apparaat uit.
- 2. Druk 3 seconden op . Het display gaat aan en weer uit.
- 3. Druk gedurende 3 seconden in totdat
of gaat branden.
- 4. Druk een paar keer in tot gaat branden.
- 5. Druk op van de timer om een automatische modus te selecteren.
Schakel de automatische modus van de functie uit om de afzuigkap rechtstreeks op het afzuigkappaneel te bedienen.
Als je klaar bent met koken en de kookplaat uitschakelt, werkt de ventilator mogelijk nog even. Daarna schakelt het systeem de ventilator automatisch uit en wordt voorkomen dat je de ventilator per ongeluk in de komende 30 seconden activeert.
De ventilatorsnelheid handmatig bedienen
Je kunt de functie ook handmatig bedienen.
Raak daartoe aan als de kookplaat actief is. Hierdoor wordt de automatische werking van de functie uitgeschakeld en kun je de ventilatorsnelheid handmatig wijzigen. Als je
op drukt, wordt de ventilatorsnelheid met één verhoogd. Als je een intensief niveau
bereikt en weer op drukt, stel je de ventilatorsnelheid in op 0 waardoor de afzuigkapventilator uitschakelt. Om de ventilator weer te starten met
ventilatorsnelheid 1, raak je aan.
Schakel de kookplaat uit en weer aan om automatische bediening van de functie te activeren.
Het lampje inschakelen
Je kunt de kookplaat instellen om het licht automatisch te activeren wanneer je de kookplaat activeert. Hiervoor stel je de automatische modus in op H1 – H6.
Het lampje op de afzuigkap gaat 2 minuten na het uitschakelen van de kookplaat uit.
6.14 Vermogensbeheer-functie
- Kookzones zijn gegroepeerd volgens de locatie en het aantal fasen in de kookplaat. Zie de afbeelding.
- Elke fase heeft een maximale elektriciteitslading.
- De functie verdeelt het vermogen tussen kookzones die zijn aangesloten op dezelfde fase.
- De functie wordt geactiveerd als de totale elektriciteitslading van de kookzones
Pagina 17
aangesloten op een enkele fase wordt overschreden.
- De functie verlaagt het vermogen naar de andere kookzones die zijn aangesloten op dezelfde fase.
- Het kookstanddisplay van de verlaagde zones verandert tussen twee niveaus.
7. KOOKPLAAT - AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
7.1 Pannen
Voor inductiekookzones creëert een sterk elektromagnetisch veld de hitte in de pannen zeer snel.
Gebruik de inductiekookzones met geschikte pannen.
Panmaterialen
- goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (aangemerkt als geschikt door de fabrikant).
- niet goed: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein.
Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
- water op de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd,
- een magneet op de onderkant van het kookgerei plakt.
De bodem van de pannen moet zo dik en vlak mogelijk zijn.
Zorg ervoor dat bodems schoon en droog zijn voordat de pannen op de kookplaat worden gezet.
Afmetingen van pannen
Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van de onderkant van het kookgerei aan.
Raadpleeg de tabel "Specificatie van kookzones" voor de juiste afmetingen van kookgerei.
Plaats het kookgerei in het midden van de gekozen kookzone.
Gebruik voor een optimale warmteoverdracht kookgerei met een bodemdiameter die gelijk is aan de maximale grootte van de kookzone die is gespecificeerd in de diameter van het kookgerei.
7.2 Specificatie kookzones
| Kookzone | Diameter van het kookgerei (mm) | Vermogen (W) |
|---|---|---|
| Links achter | 125 - 140 | 1400/2500 |
| Rechtsachter | 145 - 180 | 1800/2800 |
| Rechtsvoor | 145 - 180 | 1800/2800 |
Pagina 18
| Kookzone | Diameter van het kookgerei (mm) | Vermogen (W) |
|---|---|---|
| Links voor | 180 - 210 | 2300/3600 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
7.3 Geluiden tijdens bedrijf
Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect te maken. Geluiden van kookgerei kunnen variëren afhankelijk van het materiaal van het kookgerei en het vermogen.
Geluiden gerelateerd aan kookgerei:
- kraakgeluid: kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (sandwichconstructie).
- fluitend geluid: bij gebruik van een kookzone met een hoge kookstand en als het kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (een sandwichconstructie).
- bromgeluid: als u een hoge kookstand gebruikt.
Kookplaatgerelateerde geluiden:
- klikken: er treedt elektrische schakeling op.
- sissen, zoemen: de ventilator werkt.
- ritmisch geluid: kookgerei wordt gedetecteerd.
7.4 Öko Timer Eco timer
Om energie te besparen, wordt de verwarming van de kookzone uitgeschakeld voordat de afteltimer klinkt. Het verschil in bedrijfstijd is afhankelijk van het kookstandniveau en de duur van de bereiding.
7.5 Vereenvoudigde kookgids
De correlatie tussen de kookstand en het stroomverbruik van de kookzone is niet lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat een kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt.
De gegevens in de tabel dienen alleen als richtlijn.
| Warmte-instelling | Gebruik om het volgende te doen: | Tijd (min) | Tips |
|---|---|---|---|
| - 1 | Houd gekookt voedsel warm. | indien nodig | Doe een deksel op het kookgerei. |
| 1 - 2 | Hollandaisesaus, smelten: boter, chocolade, gelatine. | 5 - 25 | Roer af en toe. |
| 2 | Stollen: luchtige omeletten, gebakken eieren. | 10 - 40 | Kook met een deksel erop. |
| 2 - 3 | Zachtjes aan de kook brengen van rijst en gerechten op basis van melk, reeds bereide gerechten opwarmen. | 25 - 50 | Voeg minimaal twee keer zo veel vocht toe als rijst en roer gerechten op melkbasis halverwege de procedure door. |
| 3 - 4 | Stoofgroenten, vis, vlees. | 20 - 45 | Voeg een paar eetlepels water toe. Controleer de hoeveelheid water tijdens het proces. |
| 4 - 5 | Stoom aardappelen en andere groenten. | 20 - 60 | Bedek de bodem van de pan met 1-2 cm water. Controleer het waterpeil tijdens het proces. Houd het deksel op de pan. |
Pagina 19
| Warmte-instelling | Gebruik om het volgende te Tijd Tips doen: (min) |
|---|---|
| 4 - 5 | Kook grotere hoeveelheden voedsel, 60 - 150 Tot 3 l vloeistof plus ingrediënten. stoofschotels en soepen. |
| 6 - 7 | Zacht bakken: escalope, kalfscordon indien no‐ Draai om wanneer nodig. bleu, koteletten, rissoles, worstjes, le‐ dig ver, roux, eieren, pannenkoeken, donuts. |
| 7 - 8 | Flink bakken, hash browns, lendenbief‐ 5 - 15 Draai om wanneer nodig. stuk, steaks. |
| 9 | Kook water, kook pasta, schroei vlees (goulash, braadpan), frituur frietjes. |
| Kook grote hoeveelheden water. PowerBoost is ingeschakeld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
8. KOOKPLAAT – ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Algemene informatie
- Reinig de kookplaat na elk gebruik.
- Gebruik altijd kookgerei met een schone bodem.
- Krassen of donkere vlekken op het oppervlak hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Gebruik altijd een schraper die wordt aanbevolen voor kookplaten met een glazen oppervlak. Gebruik de schraper alleen als extra hulpmiddel voor het reinigen van het glas na de standaard reinigingsprocedure.
WAARSCHUWING!
Gebruik geen messen of ander scherp, metalen gereedschap om het glasoppervlak te reinigen.
8.2 Het kookplaat reinigen
- Verwijder onmiddellijk: gesmolten kunststof, plastic folie, zout, suiker en suikerhoudend voedsel, anders kan dit schade aan de kookplaat veroorzaken.
Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Gebruik de speciale schraper op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
- Verwijder dit als de kookplaat voldoende afgekoeld is: kalkringen, waterringen, vetvlekken, glanzende metaalverkleuring. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje nietschurend reinigingsmiddel. Veeg de kookplaat na het reinigen droog met een zachte doek.
- Verwijder glanzende metaalverkleuring: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn.
9. OVEN - DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Pagina 20
9.1 Ovenfunctie
Uit-positie
De oven staat uit.
Hetelucht
Om te bakken op maximaal twee rekposities tegelijk en om voedsel te drogen.
Stel de temperatuur 20 tot 40°C lager in dan voor Boven + onderwarmte.
Pizza-functie / AirFry
Om pizza en andere gerechten te bakken die van onderaf meer warmte nodig hebben. / Om voedsel te bakken met minder olie of zonder bakpapier. Voor gerechten zoals friet/patat of pizza.
Boven + onderwarmte
Voor het bakken en roosteren op één ovenniveau.
SteamBake / Reiniging met water (Aqua Clean)
Om tijdens de bereiding vocht toe te voegen. Om tijdens het bakken de juiste kleur en knapperigheid te krijgen. Om bij het opwarmen meer sappigheid te geven.
Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging" voor meer informatie over: Reiniging met water (Aqua Clean).
Grill intens
Voor het roosteren van grote hoeveelheden dunne stukken voedsel en voor het maken van toast.
Circulatiegrill
Voor het braden van grote stukken vlees of gevogelte met bot op één niveau. Voor gratineren en bruinen.
Warmelucht (vochtig)
Deze functie werd gebruikt om te voldoen aan de eisen van de energie-efficiëntieklasse en het ecologisch ontwerp (volgens EU 65/2014 en EU 66/2014). Testen in overeenstemming met: IEC/EN 60350-1.
Het is ontworpen om energie te besparen tijdens het koken.
De ovendeur dient tijdens de bereiding gesloten te zijn zodat de functie niet wordt onderbroken en de oven werkt op de hoogst mogelijke energie-efficiëntie.
Bij het gebruik van deze functie kan de temperatuur in de ruimte verschillen van de ingestelde temperatuur. Het verwarmingsvermogen kan worden verminderd. Zie voor algemene aanbevelingen voor energiebesparing het hoofdstuk ‘Energie-efficiëntie’, Energiebesparing.
Zie het hoofdstuk 'Aanwijzingen en tips’, Warmelucht (vochtig) voor bereidingsinstructies. Als je deze functie gebruikt, schakelt de verlichting automatisch uit.
Je kunt voedsel ontdooien door de functie Warmelucht (vochtig) te kiezen zonder de temperatuur in te stellen.
9.2 De oven in- en uitschakelen
Het hangt van het model of uw apparaat knopsymbolen, indicatielampjes of lampjes heeft:
- Het indicatielampje gaat aan wanneer de oven opwarmt.
- Het lampje gaat aan als het apparaat in werking is.
- Het symbool geeft aan of de knop de kookzones, de ovenfuncties of de temperatuur bedient.
- 1. Draai aan de knop voor de ovenfuncties om een ovenfunctie te selecteren.
- 2. Draai de knop voor de temperatuur naar een temperatuur.
- 3. Draai om de oven uit te schakelen, de knop voor de ovenfuncties en de knop voor de temperatuur naar de uit-stand.
Pagina 21
9.3 De functie inschakelen: SteamBake
Deze functie verhoogt de vochtigheid tijdens het koken.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor brandwonden en schade aan het apparaat.
Vrijgekomen vocht kan brandwonden veroorzaken:
- Open de deur van het apparaat niet wanneer de functie in gebruik is:
SteamBake.
- De deur van het apparaat voorzichtig openen nahet gebruik van de functie:
SteamBake.
Zie het hoofdstuk 'Nuttige aanwijzingen en tips'.
- 1. Open de ovendeur.
- 2. Vul de uitsparing in de ovenruimte met kraanwater.
De maximumcapaciteit van de uitsparing in de ovenruimte is 250 ml.
Vul uitsluitend de uitsparing van de ovenruimte met water als de oven koud is.
- 3. Draai aan de functieknop: SteamBake .
- 4. Draai aan de temperatuurknop om een temperatuur in te stellen.
- 5. Zet het voedsel in het apparaat en sluit de ovendeur.
LET OP!
Vul de uitsparing in de ovenruimte niet met water bij tijdens de bereiding of als de oven heet is.
- 6. Om het apparaat uit te schakelen, draait u de knoppen voor de ovenfuncties en temperatuur naar de uit-stand.
- 7. Verwijder het water uit de uitsparing van de ovenruimte.
WAARSCHUWING!
Zorg dat het apparaat koud is voordat u het resterende water uit de uitsparing van de ovenruimte verwijdert.
9.4 Koelventilator
Als de oven in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van de oven koel te houden. Als je de oven uitschakelt, blijft de ventilator doorgaan, totdat de oven is afgekoeld.
9.5 De ovenaccessoires plaatsen
Diepe pan / Bakplaat:
Schuif de diepe pan of bakplaat tussen de geleidestangen van de roostersteun.
Bakrooster:
Plaats de / tussen de geleidestangen van de inschuifrail.
AirFry plaat:
Plaats de AirFry-plaat op de derde rekstand. Plaats de bakplaat op de eerste rekstand.
Pagina 22
- Alle accessoires hebben kleine inkepingen aan de aan de bovenkant van de randen rechts en links om de veiligheid te verhogen. De inkepingen zijn ook anti-kantelmechanismen.
- De hoge rand rond het rooster voorkomt dat het kookgerei wegglijdt.
10. OVEN - KLOKFUNCTIES
10.1 Display
A
A. Klokfuncties
B. Timer
10.2 Knoppen
| Toets | functie | Omschrijving |
|---|---|---|
| MIN | Om de tijd in te stellen. | |
| KLOK | Om een klokfunctie in te stellen. | |
| PLUS | Om de tijd in te stellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
10.3 Klokfuncties
| Klokfunctie | Toepassing | |
|---|---|---|
| DAGTIJD | Om de dagtijd in te stellen, te wijzigen of te controleren. | |
| DUUR | Instellen hoelang de oven in werking is. | |
| KOOKWEKKER | Om een aftelling in te stellen. Deze functie heeft geen invloed op de werking van de oven. Je kunt deze functie op elk gewenst moment instellen, ook als de oven uitstaat. |
Pagina 23
10.4 De BEREIDINGSDUUR instellen
- 1. Stel een ovenfunctie en de temperatuur in.
- 2. Blijf op drukken totdat begint te knipperen.
- 3. Druk op of om de tijd voor de BEREIDINGSDUUR in te stellen.
Op het display verschijnt .
- 4. Wanneer de ingestelde tijd is verstreken,
knippert en hoort u een geluidssignaal. Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld.
- 5. Druk op een willekeurige toets om het geluidssignaal uit te zetten.
- 6. Draai de knop voor de ovenfuncties en de knop voor de temperatuur naar de uitstand.
- 2. Druk op or om de gewenste tijd in te stellen.
De KOOKWEKKER start automatisch na vijf seconden.
- 3. Wanneer de ingestelde tijd voorbij is, klinkt er een geluidssignaal. Druk op een willekeurige toets om het geluidssignaal uit te zetten.
- 4. Draai de knop voor de ovenfuncties en de temperatuurknop naar de uit-stand.
10.6 De klokfuncties annuleren
- 1. Blijf op de drukken tot het symbool voor de benodigde ovenfunctie begint te knipperen.
- 2. Houd ingedrukt.
De klokfunctie gaat na een paar seconden uit.
10.5 De KOOKWEKKER instellen
- 1. Blijf op drukken totdat begint te knipperen.
11. OVEN - AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
De temperatuur en baktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Ze zijn afhankelijk van het recept, de kwaliteit en de kwantiteit van de gebruikte ingrediënten.
11.1 Warmelucht (vochtig)
Brood en pizza
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Broodjes | 180 | 25 - 35 | 3 |
| Bevroren pizza 350 g | 190 | 25 - 35 | 3 |
| Cake in bakplaat | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Biscuitrol | 180 | 20 - 30 | 3 |
| Brownie | 180 | 30 - 40 | 3 |
Pagina 24
Cake in bakblik
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Soufflé | 200 | 30 - 40 | 3 |
| Luchtige flanbodem | 180 | 20 - 30 | 3 |
| Victoriataart met jamvulling | 150 | 25 - 35 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Vis
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Vis in zakjes 300 g | 180 | 25 - 35 | 3 |
| Hele vis 200 g | 180 | 25 - 35 | 3 |
| Visfilets 300 g | 180 | 25 - 35 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Vlees
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Vlees in zakje 250 g | 200 | 25 - 35 | 3 |
| Vleesspiesjes 500 g | 200 | 30 - 40 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Kleine gebakken items
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Koekjes | 180 | 25 - 35 | 3 |
| Bitterkoekjes | 160 | 25 - 35 | 3 |
| Muffins | 180 | 25 - 35 | 3 |
| Smakelijke cracker | 170 | 20 - 30 | 3 |
| Kruimeldeegkoekjes | 150 | 25 - 35 | 3 |
| Tartelettes | 170 | 15 - 25 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Vegetarisch
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Groentemix in zakjes 400 g | 180 | 25 - 35 | 3 |
| Omelet | 200 | 20 - 30 | 3 |
| Groenten op plaat 700 g | 180 | 25 - 35 | 3 |
Pagina 25: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 26
Roosteren
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Water in de uitholling in de ovenruimte (ml) | Voorverwarmen (minuten) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|---|
| Kip | 210 | 200 | - | 70 - 75 | 2 |
| Halve kip | 210 | 200 | - | 35 - 50 | 2 |
| Geroosterd varkensvlees | 180 | 200 | - | 65 - 70 | 2 |
| Rosbief, 1 - 1,5 kg 1. Rauw 2. Medium 3. Gaar | 200 | 200 | - | 1. 50 - 55 2. 60 - 65 3. 65 - 70 | 2 |
| Geroosterde kalkoen | 200 | 200 | - | 70 - 85 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
11.3 AirFry
Bakkerijproducten
| Gerecht | Hoeveelheid | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Croissants, bevroren | ongeveer 350 g | 180 - 220 | 15 - 30 | 3 |
| Bladerdeeg, bevroren | ongeveer 400 g | 180 - 220 | 15 - 35 | 3 |
| Bladerdeeg, vers | ongeveer 300 g | 180 - 220 | 15 - 35 | 3 |
| Pizza, bevroren | ongeveer 340 g | 180 - 220 | 20 - 35 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
Aardappelproducten
| Gerecht | Hoeveelheid | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Patat, bevroren | ongeveer 650 g | 180 - 220 | 20 - 30 | 3 |
| Dikke frietjes, bevroren | ongeveer 600 g | 180 - 220 | 20 - 30 | 3 |
| Aardappelpartjes, bevroren | ongeveer 650 g | 180 - 220 | 15 - 25 | 3 |
| Aardappelkroketjes | ongeveer 450 g | 180 - 220 | 15 - 30 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
Verse groenten
| Gerecht | Hoeveelheid | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Courgetteplakjes, vers 1) | ongeveer 500 g | 180 - 220 | 25 - 35 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
- 1) voeg 1 theelepel olijfolie toe om plakken te voorkomen
Overig
| Gerecht | Hoeveelheid | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Escalopes, bevroren | ongeveer 300 g | 180 - 220 | 15 - 25 | 3 |
Pagina 27
| Gerecht | Hoeveelheid | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Garnalen in bakdeeg, bevroren | ongeveer 200 g | 180 - 220 | 15 - 25 | 3 |
| Calamari-ringen, bevroren | ongeveer 250 g | 180 - 220 | 15 - 25 | 3 |
| Kippennuggets, bevroren | ongeveer 300 g | 180 - 220 | 15 - 25 | 3 |
| Vissticks, bevroren | ongeveer 500 g | 180 - 220 | 15 - 25 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
11.4 Informatie voor testinstituten
| Gerecht | Functie | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Accessoires | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|---|
| Kleine cakes (20 cakejes per bakplaat) | Boven + onderwarmte | 170 | 20 - 30 | Bakplaat | 4 |
| Kleine cakes (20 cakejes per bakplaat)1) | Hetelucht | 150 | 20 - 30 | Bakplaat | 2 |
| Kleine cakes (20 cakejes per bakplaat)1) | Hetelucht | 150 | 25 - 35 | Bakplaat/ afvoerpan | 1 + 4 |
| Appeltaart, 2 blikken (ø 20 cm) op het rooster, diagonaal verdeeld | Boven + onderwarmte | 180 | 70 - 90 | Raster | 1 |
| Appeltaart, 2 blikken (ø 20 cm) op het rooster, diagonaal verdeeld | Hetelucht | 160 | 70 - 90 | Raster | 2 |
| Appeltaart, 2 blikken (ø 20 cm) op het rooster, diagonaal verdeeld | Pizza-functie | 160 | 60 - 80 | Raster | 2 |
| Vetvrije cake, 1 blik (ø 26 cm) op het rooster | Boven + onderwarmte | 170 | 30 - 40 | Raster | 3 |
| Vetvrije cake, 1 blik (ø 26 cm) op het rooster | Hetelucht | 150 | 35 - 45 | Rooster | 2 |
| Vetvrije cake, zacht 1 blik (ø 26 cm) op het rooster 1) | Hetelucht | 160 | 25 - 35 | Rooster | 1 + 4 |
| Zandkoek/Gebakreep | Hetelucht | 140 | 20 - 35 | Bakplaat | 3 |
| Zandkoek/Gebakreep | Hetelucht | 140 | 20 - 30 | Bakplaat | 1 + 4 |
| Zandkoek/Gebakreep | Boven + onderwarmte | 160 | 20 - 35 | Bakplaat | 3 |
| Toast1) | Grill intens | Max. | 1 - 5 | Raster | 4 |
| Runderburger | Grillen | Max. | 15 - 20 eerste kant. 10 - 15 tweede kant. | Rooster/ druipbak | 4 + 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
- 1) Warm de oven 10 minuten voor.
Pagina 28
12. OVEN - ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Opmerkingen over de reiniging
Reinigingsmiddelen
- Reinig de voorkant van het apparaat uitsluitend met een microvezeldoek met warm water en een mild reinigingsmiddel. Reinig en controleer de deurpakking rond het frame van de uitsparing.
- Gebruik een reinigingsoplossing om metalen oppervlakken te reinigen.
- Reinig vlekken met een mild reinigingsmiddel.
Dagelijks gebruik
- Reinig de uitsparing telkens na gebruik. Vetophoping of andere resten kunnen brand veroorzaken.
- Bewaar voedsel niet langer dan 20 minuten in het apparaat. Droog de ruimte na elk gebruik uitsluitend met een microvezeldoek.
Accessoires
- Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik alleen een zachte doek met warm water en een mild reinigingsmiddel. De accessoires niet in een afwasmachine reinigen (behalve voor AirFry-plaat).
- Reinig de antiaanbakaccessoires en AirFry-plaat niet met agressieve reinigingsmiddelen of scherpe voorwerpen.
12.2 De AirFry-plaat reinigen
- 1. Leg de AirFry-plaat op de bakplaat.
- 2. Giet warm water met reinigingsmiddel en laat het weken.
- 3. Reinig de AirFry-plaat met een spons of gebruik een borstel om resten te verwijderen.
Reiniging in de vaatwasser is ook mogelijk.
12.3 Ovens van roestvrij staal of aluminium
Maak de ovendeur alleen met een vochtige doek of natte spons schoon. Droog maken met een zachte doek.
Vermijd het gebruik van staalwol, zure of schurende producten, deze kunnen de oppervlakken van de oven beschadigen. Maak het bedieningspaneel van de oven net zo voorzichtig schoon
12.4 Reinigen van de uitsparing in de holte
De reinigingsprocedure verwijdert kalkresten van de bodemuitsparing na het bereidingsproces met stoom.
Voor de functie: SteamBake we raden aan de reinigingsprocedure na minstens iedere 5 - 10 kookcycli uit te voeren.
- 1. Doe 250 ml witte azijn in de uitsparing onderin de oven.
Gebruik maximaal 6% azijn zonder toevoegingen.
- 2. Laat de azijn de kalksteenresten gedurende 30 minuten oplossen bij omgevingstemperatuur.
- 3. Reinig de ruimte met warm water en een zachte doek.
12.5 Verwijderen van de inschuifrails
Om de oven te reinigen, verwijdert u de inschuifrails.
- 1. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit de zijwand.
Pagina 29
- 2. Trek de inschuifrail bij de achterkant uit de zijwand en verwijder deze.
Installeer de inschuifrails in de omgekeerde volgorde.
LET OP!
Zorg ervoor dat de langste bevestigingsdraad voorin wordt aangebracht. De uiteinden van de twee draden moeten naar achteren wijzen. Incorrecte installatie kan schade aan het email toebrengen.
12.6 Hoe te gebruiken: Reiniging met water (Aqua Clean)
Deze reinigingsprocedure maakt gebruik van vocht om achtergebleven vet en voedselresten uit het apparaat te verwijderen.
- 1. Giet water in de uitsparing van de ovenruimte: 250ml.
- 2. Stel de -functie in.
- 3. Stel de temperatuur in op 90 °C.
- 4. Laat het apparaat 30 min werken.
- 5. Schakel het apparaat uit.
- 6. Wacht totdat het apparaat koud is. Maak de opening droog met een zachte doek.
12.7 Uitnemen van de ovendeur
Om het reinigen te vergemakkelijken, verwijdert u best de ovendeur.
- 1. Open de deur helemaal.
- 2. Verplaats de schuif totdat u een klik hoort.
- 3. Sluit de deur tot de schuif vergrendelt.
- 4. Verwijder de deur.
Om de deur te verwijderen, trek de deur eerst aan de ene zijde naar buiten en daarna aan de andere zijde.
Wanneer u klaar bent met reinigen, plaatst u de ovendeur terug in omgekeerde volgorde. Zorg ervoor dat u een klik hoort wanneer u de deur terugplaatst. Gebruik indien nodig enige kracht.
12.8 Verwijderen en reinigen van de deurglazen
De glasplaten van de ovendeur op uw product kunnen in type en vorm verschillen van de voorbeelden die u hier ziet. Het aantal glasplaten kan ook verschillen.
- 1. Deurafdekking B aan de bovenkant van de deur aan beide kanten vastpakken en naar binnen drukken om de klemsluiting te ontgrendelen.
Pagina 30
2
B
1
- 2. Trek de deur naar voren om hem te verwijderen.
- 3. Houd de glasplaten aan de bovenkant vast en trek deze een voor een omhoog uit de geleiding.
- 4. Reinig de glasplaten.
Om de panelen te plaatsen, moet u de stappen in omgekeerde volgorde uitvoeren.
12.9 Het lampje vervangen
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken. Het lampje kan heet zijn.
- 1. Schakel de oven uit. Wacht tot de oven afgekoeld is.
- 2. Trek de oven uit het stopcontact.
- 3. Plaats een doek op de bodem van de holte.
De lamp aan de achterkant.
Het afdekglas van het lampje bevindt zich in de achterkant van de ovenruimte.
13. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
- 1. Draai het afdekglas van de lamp naar rechts en verwijder het.
- 2. Reinig het afdekglas.
- 3. Vervang het ovenlampje met de relevante tegen 300 °C hittebestendig ovenlampje. Gebruik hetzelfde ovenlamptype.
- 4. Plaats het afdekglas terug.
12.10 De lade
WAARSCHUWING!
Plaats geen voedsel in de lade.
WAARSCHUWING!
Bewaar geen ontvlambare voorwerpen zoals schoonmaakmiddelen, plastic zakken, ovenhandschoenen, papier, schoonmaakmiddelen, spuitbussen, plastic voorwerpen) in de lade. Als u de oven gebruikt, kan de lade heet worden. Er bestaat een risico op brand.
De lade onder de oven eruit worden gehaald voor reiniging.
De lade verwijderen:
- 1. Trek de lade naar buiten totdat hij stopt.
- 2. Til de lade iets op, zodat deze onder een hoek van de ladegeleiders omhoog kan worden getild.
Volg de procedure in omgekeerde volgorde om de lade te monteren.
Pagina 31
13.1 Wat te doen als...
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Je kunt het apparaat niet inschakelen. | Het apparaat is niet aangesloten op een stopcontact of niet goed geïnstalleerd. | Controleer of het apparaat goed is aangesloten op de elektriciteitsvoorziening. |
| Je kunt het apparaat niet inschakelen. | De zekering is doorgeslagen. | Verzeker je ervan dat de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen keer op keer doorslaan, neem je contact op met een erkende installateur. |
| Je kunt de kookplaat niet inschakelen of bedienen. | Je hebt 2 of meer sensorvelden tegelijkertijd aangeraakt. | Raak slechts één sensorveld aan. |
| Je kunt de kookplaat niet inschakelen of bedienen. | Water of vetvlekken op het bedieningspaneel. | Reinig het bedieningspaneel. |
| Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Als de kookplaat wordt uitgeschakeld, klinkt er een geluidssignaal. | Je hebt iets op een of meer sensorvelden geplaatst. | Verwijder het voorwerp van de sensorvelden. |
| De kookplaat wordt uitgeschakeld. | Je hebt iets op het sensorveld geplaatst. | Verwijder het voorwerp van het sensorveld. |
| Het verwarmen van kookgerei op de kookplaat duurt te lang. | Verkeerde diameter of kwaliteit van het kookgerei. | Gebruik kookgerei speciaal voor inductie met een bodemdiameter die gelijk is aan de grootte van de kookzone |
| De restwarmte-indicator gaat niet aan. | De zone is niet heet, omdat hij slechts kortstondig is bediend. | Als de zone voldoende lang gebruikt is om heet te zijn, neem je contact op met een erkende servicedienst. |
| De automatische opwarmfunctie start niet. | De zone is heet. | Laat de zone voldoende afkoelen. |
| De automatische opwarmfunctie start niet. | De hoogste kookstand is ingesteld. | De hoogste kookstand heeft hetzelfde vermogen als de functie. |
| De kookstand schakelt tussen twee niveaus. | De Powerfunctie is in werking. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Kookplaat - Dagelijks gebruik'. |
| De sensorvelden worden heet. | De pan is te groot of je plaatst deze te dicht bij de bedieningsknoppen. | Plaats grotere pannen zo mogelijk op de achterste kookzones. |
| Er klinkt geen geluidsignaal wanneer je de tiptoetsen van het bedieningspaneel aanraakt. | De signalen zijn uitgeschakeld. | Activeer de signalen. Raadpleeg het hoofdstuk 'Kookplaat - Dagelijks gebruik'. |
| gaat branden op het kookplaatdisplay. | Automatische uitschakeling werkt. | Schakel de kookplaat uit en weer aan. |
| gaat branden op het kookplaatdisplay. | De Vergrendelfunctie/kinderbeveili-ging is geactiveerd. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Kookplaat - Dagelijks gebruik'. |
| gaat branden op het kookplaatdisplay. | Er staat geen pan op de zone. | Plaats een pan op de zone. |
Pagina 32
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| gaat branden op het kookplaatdisplay. | Het kookgerei is niet geschikt. | Gebruik geschikt kookgerei. Zie het hoofdstuk 'Kookplaat - Nuttige aanwijzingen en tips'. |
| gaat branden op het kookplaatdisplay. | De diameter van de bodem van de pan is te klein voor de zone. | Gebruik pannen met de juiste afmetingen. Zie het hoofdstuk 'Kookplaat - Nuttige aanwijzingen en tips'. |
| De oven wordt niet warm. | De oven is uitgeschakeld. | Schakel de oven in. |
| De oven wordt niet warm. | De klok is niet ingesteld. | Stel de klok in. |
| De oven wordt niet warm. | De benodigde instellingen zijn niet ingesteld. | Controleer of de instellingen correct zijn. |
| De lamp werkt niet. | De lamp is defect. | Vervang de lamp. |
| Het display toont "12.00". | Er was een stroomstoring. | Stel de klok opnieuw in. |
| Er slaat stoom en condens neer op het voedsel en in de ovenruimte. | Je hebt het gerecht te lang in de oven achtergelaten. | Laat de gerechten na afloop van het kookproces niet langer dan 15 - 20 minuten in de oven staan. |
| Er worden geen goede kookresultaten verkregen met de functie: SteamBake. | Je hebt de uitsparing in de ovenruimte niet met water gevuld. | Raadpleeg 'De functie SteamBake activeren'. |
| Het water in de holte in de ovenruimte kookt niet. | De temperatuur is te laag. | Stel de temperatuur minstens in op 110°C. Raadpleeg het hoofdstuk 'Oven - aanwijzingen en tips'. |
| Er lekt water uit de holte in de ovenruimte. | Er zit te veel water in de uitholling van de ovenruimte. | Schakel de oven uit en controleer of het apparaat koud is. Neem het water op met een doek of spons. Doe de juiste hoeveelheid water toe in de holte in de ovenruimte. Raadpleeg 'De functie SteamBake activeren'. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
13.2 Service-informatie
Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling.
De contactgegevens van de servicedienst staan op het typeplaatje. Het typeplaatje bevindt zich op het voorframe van de apparaatruimte. Verwijder het typeplaatje niet uit de apparaatruimte.
| Wij raden je aan om de teren: | gegevens hier te no‐ |
|---|---|
| Model (MOD.) | ......................................... |
| Productnummer (PNC) | ......................................... |
| Serienummer (S.N.) | ......................................... |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
14. ENERGIEVERBRUIK
Pagina 33
14.1 Productinformatie volgens EU Ecodesign-voorschriften voor kookplaat
| Modelnummer | CIB6640AAB | |
| Type kookplaat | Oven in vrijstaand fornuis | |
| Aantal kookzones | 4 | |
| Verwarmingstechnologie | Inductie | |
| Diameter van ronde kookzones (Ø) | Links voor Links achter Rechtsvoor Rechtsachter | 21.0 cm 14.0 cm 18.0 cm 18.0 cm |
| Energieverbruik per kookzone (EC electric cooking) | Links voor Links achter Rechtsvoor Rechtsachter | 191.0 Wh/kg 177.0 Wh/kg 189.0 Wh/kg 178.0 Wh/kg |
| Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) | 183.8 Wh/kg | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
IEC/EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrische kookapparaten - Deel 2: Kookplaten - Methoden voor het meten van prestaties.
14.2 Kookplaat - Energiebesparend
Je kunt energie besparen tijdens het dagelijks koken als je de onderstaande aanwijzingen volgt.
- Gebruik bij het opwarmen van water alleen de hoeveelheid die je nodig hebt.
- Plaats, indien mogelijk, altijd de deksels op het kookgerei.
- Plaats het kookgerei direct in het midden van de kookzone.
- Gebruik de restwarmte om het voedsel warm te houden of om het te laten smelten.
14.3 Productinformatie en productinformatieblad volgens de EU-voorschriften voor ecologisch ontwerp en energie-etikettering voor ovens
| Naam leverancier | AEG |
|---|---|
| Modelnummer | CIB6640AAB 940003157 |
| Energie-efficiëntie-index | 95,3 |
| Energie-efficiëntieklasse | A |
| Energieverbruik met een standaard belading, conventionele modus | 0,95 kWh/cyclus |
| Energieverbruik met een standaard belasting, heteluchtmodus | 0,82 kWh/cyclus |
| Aantal holtes | 1 |
| Warmtebron | Elektriciteit |
| Volume | 73 l |
| Soort oven | Oven in vrijstaand fornuis |
| Massa | 52.8 kg |
Pagina 34
IEC/EN 60350-1 - Huishoudelijke elektrische kooktoestellen - Deel 1: Fornuizen, ovens, stoomovens en grills - Methoden voor het meten van prestaties.
14.4 Oven - Energiebesparing
De onderstaande tips helpen u energie te besparen bij het gebruik van uw apparaat.
Zorg ervoor dat de deur van het apparaat gesloten is als het apparaat in werking is. Open de deur van het apparaat niet te vaak tijdens het koken. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit.
Gebruik metalen kookgerei en donkere, nietreflecterende blikken en containers om energie te besparen
Verwarm het apparaat niet voor voordat u gaat koken, tenzij specifiek aanbevolen.
Houd onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als je een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt.
Koken met hete lucht
Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen.
Restwarmte
Wanneer de kookduur langer is dan 30 minuten, verlaag dan de oventemperatuur tot minimaal 3-10 minuten voor het einde van het koken. De restwarmte binnen in het apparaat zal blijven koken.
Gebruik de restwarmte om het voedsel warm te houden of andere gerechten op te warmen.
Eten warm houden
Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte te gebruiken en het voedsel warm te houden.
Warmelucht (vochtig)
Functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen.
14.5 Productinformatie voor stroomverbruik en maximale tijd om de toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken
| Stroomverbruik in stand-by | 0.8 W |
| De maximale tijd die de apparatuur nodig heeft om automatisch de toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken | 20 min |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
15. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren.
Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval.
Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
Electrolux Appliances AB - Contact Address: Al. Powstancow Slaskich 26, 30-570 Krakow, Poland