AEG EK9B18C, tekst van de handleiding
Pagina's 17–25 van 76 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 17
Verwijder het MULTIFLOW-paneel niet. Raadpleeg voor reinigingsinstructies het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".
4.10 CleanAir+-filter
In het apparaat kan een CleanAir+ koolstoffilter worden geleverd door de fabrikant.
De koolstoffilter zuivert de lucht van geuren in het koelvak, waardoor de bewaarkwaliteit verbetert.
Bij levering bevinden het filter en de plastic behuizing zich in een plastic zak (zie "Het CleanAir+ -filter installeren en vervangen" hoofdstuk "Onderhoud en reiniging“ voor de installatie).
4.11 Bottle Stop
Het accessoire voorkomt dat flessen of blikken kunnen rollen. Bewaar de flessen of blikjes op elkaar.
Voor het accessoire is geen montage of gereedschap nodig. Plaats het accessoire met de siliconen onderkant naar beneden om de flessen te bewaren.
Bewaar max. 10 kg flessen en/of blikjes van verschillende afmetingen in maximaal twee rijen, zoals weergegeven in de afbeelding.
Berg alleen dichte flessen of blikjes op en plaats ze met de opening naar voor gericht.
Plaats onverpakt voedsel niet in direct contact met het accessoire.
4.12 Vers voedsel invriezen
Gebruik het vriesvak voor het invriezen van vers voedsel en voor het gedurende een lange periode bewaren van ingevroren en diepgevroren voedsel.
Activeer de Extra Freeze-functie ten minste 24 u voordat u het in te vriezen voedsel in het vriesvak legt.
Bewaar het verse voedsel gelijkmatig verdeeld in het eerste vak of in de eerste lade vanaf de bovenkant.
Overschrijd niet de maximale hoeveelheid voedsel die kan worden ingevroren zonder binnen 24 u ander vers voedsel toe te voegen (zie het typeplaatje).
Wanneer het invriesproces is voltooid, keert het apparaat automatisch terug naar de vorige temperatuurinstelling (zie "Extra Freeze-functie").
Raadpleeg voor meer informatie "Tips voor het invriezen".
4.13 Het bewaren van ingevroren voedsel
Wanneer u het apparaat voor het eerst of na een periode dat het niet is gebruikt inschakelt, moet u de Extra Freeze functie ten minste activeren 3 u voordat u de producten in het vriesvak plaatst.
Om grote hoeveelheden voedsel op te slaan, verwijdert u de laden en plaatst u het voedsel direct op de schappen, ten minste 15 mm uit de buurt van de deur.
Pagina 18
LET OP!
Als de stroom langer uitstaat dan de waarde die op het typeplaatje staat vermeld onder "stijgtijd", moet het ontdooide voedsel onmiddellijk worden geconsumeerd. Zie "Hoge temperatuuralarm".
4.14 Het maken van ijsblokjes
Dit apparaat is uitgerust met een of meer ijsblokjesvormen voor het maken van ijsblokjes.
Gebruik geen metalen instrumenten om de ijsblokjesvormen uit de vriezer te halen.
5. TIPS EN ADVIES
5.1 Tips voor energiebesparing
- Vriezer: De oorspronkelijke configuratie zorgt voor het meest efficiënte gebruik van energie.
- Koelkast: Het meest efficiënte energiegebruik is verzekerd in de configuratie waarbij de lades zich in het onderste deel van het apparaat bevinden en de rekken gelijkmatig verdeeld zijn. De positie van de deurbakken heeft geen invloed op het energieverbruik.
- Open de deur niet te vaak of laat deze niet langer open staan dan noodzakelijk.
- Vriezer: Hoe kouder de temperatuurinstelling, hoe hoger het energieverbruik.
- Koelkast: Stel de temperatuur niet te hoog in om energie te besparen, tenzij dit nodig is vanwege het soort voedsel.
- Als de omgevingstemperatuur hoog is, de temperatuurregeling op een lage temperatuur staat en het apparaat volledig gevuld is, kan de compressor continu aanstaan waardoor er ijs op de verdamper ontstaat. Stel in dit geval de temperatuurregeling in op een hogere temperatuur, om automatisch ontdooien mogelijk te maken en zo energie te besparen.
- Dek de ventilatieroosters of -gaten niet af.
- Zorg ervoor dat voedingsmiddelen in het apparaat lucht door speciale gaten in de achterzijde van het apparaat laten circuleren.
5.2 Tips voor het invriezen
- Vries flessen of blikjes niet in met vloeistoffen, met name dranken die
kooldioxide bevatten. Ze kunnen tijdens het invriezen exploderen.
- Plaats geen warm voedsel in het vriesvak.
- Plaats vers niet-bevroren voedsel niet direct naast al ingevroren voedsel.
- IJsblokjes, ingevroren water of waterijsjes niet meteen nadat ze uit de vriezer zijn gehaald opeten om bevriezingen te voorkomen.
- Ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen.
5.3 Tips voor het bewaren van ingevroren voedsel
- Het vriesvak is het vak gemarkeerd met
.
- Een goede temperatuurinstelling die de conservering van ingevroren voedsel garandeert is een temperatuur lager dan of gelijk aan -18°C.
- Een hogere temperatuurinstelling in het apparaat kan leiden tot een kortere houdbaarheid.
- Het hele vriesvak is geschikt voor de opslag van diepvriesproducten.
- Laat voldoende ruimte rond het voedsel om de lucht vrij te laten circuleren.
5.4 Houdbaarheid voor vriescompartiment
| Soort voedsel | Houdbaarheid (maanden) |
|---|---|
| Brood | 3 |
Pagina 19
| Soort voedsel | Houdbaarheid (maanden) |
|---|---|
| Fruit (met uitzondering van citrusvruchten) | 6 - 12 |
| Groenten | 8 - 10 |
| Restjes zonder vlees | 1 - 2 |
| Zuivelproducten: | |
| Boter Zachte kaas (zoals mozzarella) Harde kaas (zoals Parmezaanse kaas, cheddar) | 6 - 9 3 - 4 6 |
| Vis/Zeevruchten: | |
| Vette vis (zoals zalm, makreel) Magere vis (zoals kabeljauw, bot) Garnalen Gepelde mosselen en mosselen Gekookte vis | 2 - 3 4 - 6 12 3 - 4 1 - 2 |
| Vlees: | |
| Gevogelte Rundvlees Varkensvlees Lamsvlees Worst Ham Restjes met vlees | 9 - 12 6 - 12 4 - 6 6 - 9 1 - 2 1 - 2 2 - 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
5.5 Tips voor het koelen van voedsel
- Het vak voor vers voedsel is het vak met
de markering met .
- Een goede temperatuurinstelling die de conservering van vers voedsel garandeert is een temperatuur lager dan of gelijk aan +4°C.
- Gebruik altijd gesloten recipiënten voor vloeistoffen en voor voedsel, om smaken of geuren in het vak te voorkomen.
- Om kruisbesmetting tussen gekookt en rauw voedsel te voorkomen, bedekt je het gekookte voedsel en scheidt je het van het rauwe.
- Wikkel het vlees in en plaats het op de glazen plank boven de groentelade.
- Ontdooi het voedsel in de koelkast.
- Plaats geen warm voedsel in het apparaat.
- Reinig fruit en groenten en plaats ze in een speciale lade (groentelade).
- Bewaar geen exotisch fruit in de koelkast.
- Bewaar geen groenten zoals tomaten, aardappelen, uien en knoflook in de koelkast.
- Sluit de flessen voordat u ze in de koelkast plaatst.
6. ONDERHOUD EN REINIGING
| WAARSCHUWING! | LET OP! |
|---|---|
| Zie de hoofdstukken over veiligheid. | Reinig het bedieningspaneel met een vochtige doek. Gebruik geen |
| 6.1 Het reinigen van de binnenkant | reinigingsmiddelen. Veeg het bedieningspaneel droog met een zachte |
| Reinig vóór het eerste gebruik de binnenkant en alle accessoires met lauwwarm water en | doek. |
| neutrale zeep en droog vervolgens af. | 6.2 Periodieke reiniging |
| LET OP! | Reinig de apparatuur regelmatig: |
| De accessoires en onderdelen van het apparaat zijn niet vaatwasserbestendig. | • Reinig de binnenkant en de accessoires met lauw water en wat neutrale zeep. |
| Spoel af en veeg ze droog. | |
| • Veeg de deurafdichtingen regelmatig schoon. |
Pagina 20
6.3 Het ontdooien van de koelkast
Het vriesvak wordt automatisch ontdooid. Het water dat condenseert loopt in een opvangbak op de compressor en verdampt. De opvangbak kan niet worden verwijderd.
6.4 De vriezer ontdooien
Het vriesvak is vorstvrij. Er is geen ijsvorming op de binnenwanden of op het voedsel als het apparaat in werking is.
6.5 Het CleanAir+ -filter installeren en vervangen
Ga voorzichtig met het luchtfilter om, om krassen op het oppervlak te voorkomen. Bij levering zit het koolstoffilter verpakt in een plastic zak om de werking ervan optimaal te houden.
Monteer het luchtfilter voor u het apparaat inschakelt.
- 1. Open de plastic behuizing en plaats het gevouwen oppervlak op het rooster, waarbij u het filter in het gemarkeerde gebied op het roosteroppervlak plaatst.
- 2. Druk het filter voorzichtig omlaag terwijl u de plastic behuizing sluit en een klik hoorbaar is.
- 3. Verwijder het bovenste glazen plateau uit het vriesvak. Schuif de kunststof
behuizing met het luchtfilter aan de linkerkant van het glazen plateau.
- 4. Plaats het glazen plateau terug in het koelvak. Raak het filter niet aan.
Het luchtfilter vervangen
- 1. Open het filterhuis.
1
2
- 2. Verwijder het gebruikte luchtfilter.
- 3. Plaats het nieuwe luchtfilter in het huis en sluit het.
Vervang het luchtfilter elke 6 maanden.
Het luchtfilter is een verbruiksartikel en valt als zodanig niet onder de garantie. U kunt nieuwe luchtfilters aanschaffen bij uw lokale dealer.
Pagina 21
6.6 Periode dat het apparaat niet gebruikt wordt
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen als het apparaat gedurende lange tijd niet gebruikt wordt:
- 1. Koppel het apparaat los van de stroomtoevoer.
- 2. Verwijder alle etenswaren.
- 3. Reinig het apparaat en alle accessoires.
- 4. Laat de deuren geopend om onaangename luchtjes te voorkomen.
7. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Zie de hoofdstukken over veiligheid.
7.1 Wat te doen als...
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | Het apparaat werd uitgeschakeld. | Schakel het apparaat in. |
| De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Steek de stekker goed in het stopcontact. | |
| Er staat geen spanning op het stopcontact. | Sluit het apparaat aan op een ander stopcontact. Neem contact op met een erkend elektrotechnisch installateur. | |
| Het apparaat is lawaaiig. | Het apparaat staat niet stabiel. | Controleer of het apparaat stabiel staat. |
| Er is een hoorbaar of zichtbaar alarm. | De kast werd onlangs ingeschakeld. | Raadpleeg "Hoge temperatuuralarm" of "Deur open-alarm". |
| De temperatuur in het apparaat is te hoog. | Raadpleeg "Hoge temperatuuralarm" of "Deur open-alarm". | |
| De deur is open blijven staan. | Sluit de deur. | |
| De compressor werkt voortdurend. | De temperatuur is verkeerd ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel". |
| Te veel voedsel wordt tegelijkertijd bewaard. | Wacht een paar uur en controleer dan de temperatuur opnieuw. | |
| De temperatuur in de ruimte is te hoog. | Raadpleeg het hoofdstuk "Installeren". | |
| Het voedsel dat in het apparaat werd geplaatst was te heet. | Laat voedsel afkoelen tot kamertemperatuur voordat je ze opbergt. | |
| De deur is niet goed gesloten. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". | |
| De Extra Freeze-functie is ingeschakeld. | Zie de rubriek over ‘Extra Freezefunctie’. |
Pagina 22
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De Extra Cool-functie is ingeschakeld. | Zie de rubriek over ‘Extra Cool-functie’. | |
| De compressor start niet onmiddellijk na het drukken op "Extra Freeze" of "Extra Cool", of na het veranderen van de temperatuur. | De compressor start niet direct. | Dit is normaal en geen storing. |
| De deur is niet goed gemonteerd of dekt het ventilatierooster af. | Het apparaat staat niet waterpas. | Raadpleeg de montage-instructies. |
| Deur gaat moeilijk open. | Je probeerde de deur direct nadat je die sloot opnieuw te openen. | Wacht even met de deur openen nadat je die hebt gesloten. |
| De verlichting werkt niet. | De stand-bystand van de verlichting is ingeschakeld. | Sluit en open de deur. |
| De lamp is defect. | Neem contact op met de erkende servicedienst. | |
| Er is te veel bevroren rijp en ijs. | De deur is niet goed gesloten. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". |
| Het deurrubber is vervormd of vuil. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". | |
| Voedsel is niet goed verpakt. | Wikkel het voedsel goed in. | |
| De temperatuur is verkeerd ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel". | |
| Apparaat is volledig geladen en is ingesteld op de laagste temperatuur. | Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel". | |
| De ingestelde temperatuur in het apparaat is te laag en de omgevingstemperatuur is te hoog. | Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel". | |
| Er stroomt water over de achterwand van de koelkast. | Tijdens automatisch ontdooien smelt rijp op de achterwand. | Dit is correct. |
| Er zit te veel gecondenseerd water in de koelkast. | De deur werd te vaak geopend. | Open de deur alleen als het nodig is. |
| De deur is niet volledig gesloten. | Zorg ervoor dat de deur volledig gesloten is. | |
| Het bewaarde voedsel was niet ingepakt. | Verpak voedsel in geschikt materiaal voordat je het in het apparaat plaatst. | |
| Dit is normaal dat er in de zomer en herfst meer condensatie kan ontstaan door de verhoogde lucht- en voedselvochtigheid. De koelkast produceert geen vocht. Na deze periode neemt de vochtigheid in de koelkast af. | Stel in de zomer en herfst de warmere temperatuur in de koelkast in (ca. 6-7°C). |
Pagina 23
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Er zitten waterdruppels op de glazen planken. | Er zit te veel vocht in de koelkast. | Veeg de glazen planken af met een doek om waterdruppels te verwijderen. |
| Er stroomt water op de vloer. | De smeltwaterafvoer is niet aangesloten op de verdampschaal boven de compressor. | Sluit de smeltwaterafvoer aan op de verdampschaal. |
| De temperatuur kan niet worden ingesteld. | De Extra Freeze-functie of Extra Cool-functie wordt ingeschakeld. | Schakel Extra Freeze-functie of Extra Cool-functie handmatig uit, of wacht totdat de functie automatisch wordt gedeactiveerd. Raadpleeg de rubriek over "Extra Freeze functie" of "Extra Cool functie". |
| De temperatuur in het apparaat is te laag/te hoog. | De temperatuur is niet correct ingesteld. | Stel een hogere/lagere temperatuur in. |
| De deur is niet goed gesloten. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". | |
| Het eten is te heet. | Laat het voedsel afkoelen voordat u het opbergt. | |
| Te veel voedsel wordt tegelijkertijd bewaard. | Bewaar minder voedsel tegelijkertijd. | |
| De deur werd vaak geopend. | Open de deur alleen als dat nodig is. | |
| De Extra Freeze-functie is ingeschakeld. | Zie de rubriek over ‘Extra Freezefunctie’. | |
| De Extra Cool-functie is ingeschakeld. | Zie de rubriek over ‘Extra Cool-functie’. | |
| Er wordt geen koude lucht gecirculeerd in het apparaat. | Er wordt geen koude lucht gecirculeerd in het apparaat. Raadpleeg het hoofdstuk "Tips en advies". | |
| verschijnt op het display. | Het apparaat staat in de demonstratiemodus. | Houd de knoppen Extra Cool en ECO ongeveer 10 sec ingedrukt totdat u 3 korte pieptonen hoort. |
| verschijnt en het alarmlampje brandt. | Communicatieprobleem. | Neem contact op met de erkende servicedienst. Het koelsysteem blijft de voedingsproducten koelen, maar de temperatuurinstelling kan niet worden gewijzigd. |
| of of en de huidige instelling verschijnt afwisselend voor 5 sec en het alarmlampje brandt. | Storing van de temperatuursensor. | Neem contact op met de erkende servicedienst. Het koelsysteem blijft de voedingsproducten koelen, maar de temperatuurinstelling kan niet worden gewijzigd. |
Pagina 24
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De verbindingsindicator is knippert gedurende lange tijd rood of wit. | Connectiviteitsproblemen. | Zorg ervoor dat uw internetverbinding goed werkt. Als de verbinding niet wordt hersteld, probeer dan zowel de draadloze verbinding op het apparaat als het Wi-Fi-toegangspunt uit en in te schakelen. Als het probleem aanhoudt, voert u een volledige reset uit van de Wi-Fi-verbinding van het apparaat en de herinstallatieprocedure voor het product. Als het probleem aanhoudt, neemt dan contact op met een erkende servicedienst. |
| 7.3 De deur | sluiten | |
| 1. Reinig de | deurpakkingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Als het probleem aanhoudt, neemt dan 2. Raadpleeg de installatie-instructies om de contact op met een erkende deur aan te passen.
servicedienst. 3. Neem contact op met het erkende servicecentrum om de defecte 7.2 Het lampje vervangen deurpakkingen te vervangen. Neem voor het vervangen van de lamp contact op met het erkende servicecentrum.
8. TECHNISCHE GEGEVENS
De technische gegevens staan op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat en op het energielabel.
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een internetkoppeling naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de koppeling htps:/eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die u vindt op het typeplaatje van het apparaat.
Zie de koppeling www.theenergylabel.eu voor gedetailleerde informatie over het energielabel.
9. INFORMATIE VOOR TESTINSTITUTEN
De installatie en voorbereiding van het toestel voor elke EcoDesign-verificatie moeten in overeenstemming zijn met EN 62552 (EU). De ventilatievoorschriften, de afmetingen van de uitsparingen en de minimale open afstanden aan de achterzijde moeten voldoen
aan de voorschriften van deze gebruikershandleiding in “Installeren“. Neem contact op met de fabrikant voor verdere informatie, inclusief laadplannen.
Pagina 25
10. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren.
Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten.
Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.