AEG FSK52642Z, tekst van de handleiding
Vaatwasser · AEG · 21 pagina's in het Nederlands · pdf: 48 pagina's, 1,2 MB
Storingen op pagina 16
Pagina 16
om tabletten enkel bij lange programma's te gebruiken.
- Gebruik altijd de juiste hoeveelheid wasmiddel. Onvoldoende dosering van het wasmiddel kan leiden tot slechte reinigingsresultaten en hardwaterfilmen of vlekken op de voorwerpen. Het gebruik van te veel wasmiddel met zacht of verzacht water resulteert in wasmiddelresten op de borden. Pas de hoeveelheid wasmiddel aan op basis van de waterhardheid. Zie de instructies van de vaatwasmiddelfabrikant.
- Gebruik altijd de juiste hoeveelheid spoelglansmiddel. Onvoldoende dosering van spoelglansmiddel vermindert de droogresultaten. Het gebruik van te veel spoelglansmiddel resulteert in blauwachtige lagen op de items.
- Controleer of het wateronthardersniveau correct is. Als het niveau te hoog is, kan de verhoogde hoeveelheid zout in het water leiden tot roest op bestek.
9.3 Wat moet u doen als u wilt stoppen met het gebruik van multitabletten
Volg de volgende stappen voordat u begint met het gebruiken van apart wasmiddel, zout en glansmiddel:
- 1. Stel het hoogste niveau van de waterontharder in.
- 2. Zorg ervoor dat het zout- en het glansspoelmiddeldoseerbakje gevuld zijn.
- 3. Start het kortste programma met een spoelfase. Voeg geen afwasmiddel toe en plaats vaat in de korven.
- 4. Als het programma is voltooid, wijzigt u de waterontharder in de waterhardheid van uw omgeving.
- 5. Stel de hoeveelheid glansspoelmiddel in.
- 6. De aanduiding leeg glansmiddelreservoir activeren.
9.4 De korven inruimen
- Gebruik altijd de hele ruimte van de korven.
- Gebruik het apparaat alleen om voor het reinigen van vaatwasserbestendige artikelen.
- Was de volgende materialen niet in de vaatwasser: hout, hoorn, tin, koper,
aluminium, delicaat geëmailleerd porselein en onbeschermd koolstofstaal. Hierdoor kunnen ze barsten, kromtrekken, verkleuren, kuiltjes krijgen of roesten.
- Reinig geen voorwerpen in het apparaat die water kunnen absorberen (sponzen, keukenhanddoeken).
- Plaats holle voorwerpen (bijv. kopjes, glazen en pannen) met de opening naar beneden.
- Zorg ervoor dat glazen elkaar niet aanraken.
- Plaats lichte of plastic voorwerpen in het bovenrek. Zorg ervoor dat de voorwerpen niet kunnen verschuiven.
- Plaats bestek en kleine voorwerpen in de bestekmand.
- Zorg dat de sproeiarmen vrij kunnen ronddraaien voordat u een programma start.
9.5 Voordat u een programma start
Zorg vóór het starten van het gekozen programma dat:
- De filters schoon zijn en correct zijn geïnstalleerd.
- De dop van het zoutreservoir vastzit.
- De sproeiarmen niet verstopt zijn.
- Er regenereerzout en glansmiddel is toegevoegd (tenzij u gecombineerde afwastabletten gebruikt).
- De positie van de voorwerpen in de korven correct is.
- Het programma geschikt is voor het type lading en de mate van bevuiling.
- De juiste hoeveelheid afwasmiddel wordt gebruikt.
9.6 De rekken uitruimen
- 1. Laat de borden afkoelen voordat u deze uit het apparaat neemt. Hete borden zijn gevoelig voor beschadigingen.
- 2. Ruim eerst het onderrek en dan het bovenrek uit.
Na voltooiing van het programma kan er zich aan de binnenkant van het apparaat nog water bevinden.
Pagina 17
10. ONDERHOUD EN REINIGEN
WAARSCHUWING!
Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat je onderhoudshandelingen verricht.
Vuile filters en een verstopte sproeiarm verminderen de wasresultaten.
Controleer regelmatig en reinig deze indien nodig.
10.1 Interne reiniging
- Reinig de binnenkant van het apparaat met een zachte, vochtige doek.
- Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, scherpe voorwerpen, sterke chemicaliën, pannensponsjes of oplosmiddelen.
- Veeg de deur, inclusief de rubberen afdichting, eenmaal per week schoon.
- Gebruik om de prestaties van uw apparaat te onderhouden minstens elke twee maanden een reinigingsproduct dat specifiek is ontwikkeld voor vaatwassers.
Volg de instructies op de verpakking van de producten zorgvuldig op.
- Het regelmatig gebruiken van korte programma´s kan ophoping van vet en kalk in het apparaat tot gevolg hebben.
Draai minstens tweemaal per maand lange programma´s om deze ophoping te voorkomen.
10.2 Vreemde voorwerpen verwijderen
Controleer de filters en de opvangbak na elk gebruik van de vaatwasser. Vreemde voorwerpen (zoals stukjes glas, plastic, botten of tandenstokers ) verminderen de reinigingsprestaties en kunnen schade aan de afvoerpomp veroorzaken.
LET OP!
Als u de voorwerpen niet kunt verwijderen, neemt u contact op met een erkende servicedienst.
- 1. Demonteer het filtersysteem volgens de instructies in dit hoofdstuk.
- 2. Verwijder eventuele vreemde voorwerpen handmatig.
- 3. Monteer de filters opnieuw volgens de instructies in dit hoofdstuk.
10.3 Buitenkant reinigen
- Maak het apparaat schoon met een vochtige, zachte doek.
- Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen.
- Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of oplosmiddelen.
10.4 De filters reinigen
Het filtersystem bestaat uit 3 delen.
C
B
A
- 1. Draai de filter (B) linksom en verwijder het.
2
- 2. Verwijder het filter (C) uit het filter (B).
- 3. Verwijder het platte filter (A).
- 4. Was de filters.
Pagina 18
- 5. Zorg ervoor dat er geen voedselresten of vuil in of rond de rand van de opvangbak zit.
- 6. Plaats het platte filter terug (A ). Zorg ervoor dat deze correct onder de 2 geleiders is geplaatst.
- 7. Zet de filters (B) en () weer in elkaarC.
- 8. Plaats het filter (B) terug in het platte filter (A). Draai hem rechtsom tot hij vergrendelt.
LET OP!
Een onjuiste plaatsing van de filters kan leiden tot slechte wasresultaten en het apparaat beschadigen.
10.5 De onderste sproeiarm reinigen
- 1. Trek de onderste sproeiarm naar boven om deze te verwijderen.
- 2. Was de sproeiarm onder stromend water.
Gebruik een smal en puntig gereedschap, bijv. een tandenstoker, om de vuildeeltjes uit de gaten te verwijderen. Laat water door de gaten lopen om vuildeeltjes uit de binnenkant weg te spoelen.
- 3. Duw de sproeiarm naar beneden om deze weer terug te plaatsen.
10.6 De bovenste sproeiarm reinigen
Verwijder de bovenste sproeiarm niet. Als de openingen in de sproeiarm verstopt zijn, verwijder dan de resterende vervuilingsdelen met een dun, puntig voorwerp, bijv. een tandenstoker.
11. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Onjuiste reparatie van het apparaat kan een gevaar voor de veiligheid van de gebruiker vormen. Reparaties moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.
Het merendeel van de problemen die ontstaan, kan worden opgelost zonder contact op te nemen met een erkende servicedienst.
Zie de onderstaande tabel voor informatie over mogelijke problemen.
Bij enkele problemen knippert het toegewezen indicatielampje af en toe om een storing en de alarmcode aan te geven.
Pagina 19
| Probleem en alarmcode | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| U kunt het apparaat niet inschakelen. | • Controleer of de stekker is aangesloten op het stopcontact. • Controleer of er geen beschadigde zekering in het zekeringenkastje is. |
| Het programma start niet. | • Controleer of de deur van het apparaat gesloten is. • Als de optie uitgestelde start is ingesteld, annuleert u de instelling of wacht u totdat het aftellen voorbij is. • Het apparaat herlaadt de hars uit de waterontharder. De duur van de procedure is ongeveer 5 minuten. |
| Het apparaat wordt niet met water gevuld. • Het indicatielampje knippert herhaaldelijk een keer. • Geluidssignaal klinkt herhaaldelijk een keer. | • Controleer of de waterkraan geopend is. • Controleer of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contact op met uw plaatselijke waterleidingbedrijf. • Controleer of de waterkraan niet verstopt is. • Controleer of het filter in de toevoerslang niet verstopt is. • Controleer of de toevoerslang geen knikken of bochten heeft. |
| De machine pompt geen water weg. • Het indicatielampje knippert herhaaldelijk twee keer. • Geluidssignaal klinkt herhaaldelijk twee keer. | • Controleer of de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Controleer of het binnenfiltersysteem niet verstopt is. • Controleer of de afvoerslang geen knikken of bochten heeft. |
| De overstromingsbeveiliging is ingeschakeld. • Het indicatielampje knippert herhaaldelijk drie keer. • Geluidssignaal klinkt herhaaldelijk drie keer. | • Draai de waterkraan dicht. • Controleer of het apparaat correct geïnstalleerd is. • Controleer of de korven zijn geladen volgens de instructies in de gebruikershandleiding. |
| Storing van de waterniveaudetectiesensor. • Het indicatielampje knippert herhaaldelijk vier keer. • Geluidssignaal klinkt herhaaldelijk vier keer. | • Controleer of de filters schoon zijn. • Schakel het apparaat uit en aan. |
| Storing van de waspomp of de afvoerpomp. • Het indicatielampje knippert herhaaldelijk vijf keer. • Geluidssignaal klinkt herhaaldelijk vijf keer. | • Schakel het apparaat uit en aan. |
| De temperatuur van het water in het apparaat is te hoog of er is een storing in de temperatuursensor opgetreden. • Het indicatielampje knippert herhaaldelijk zes keer. • Geluidssignaal klinkt herhaaldelijk zes keer. | • Controleer of de temperatuur van het toegevoerde water niet hoger is dan 60 °C. • Schakel het apparaat uit en aan. |
Pagina 20
| Probleem en alarmcode | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Technische storing van het apparaat. • Het indicatielampje knippert herhaaldelijk 12 keer. • Geluidssignaal klinkt herhaaldelijk 12 keer. | • Schakel het apparaat uit en aan. |
| Het niveau van het water in het apparaat is te hoog. • Het indicatielampje knippert herhaaldelijk 15 keer. • Geluidssignaal klinkt herhaaldelijk 15 keer. | • Schakel het apparaat uit en aan. • Controleer of de filters schoon zijn. • Controleer of de afvoerslang op de juiste hoogte boven de vloer is geïnstalleerd. Raadpleeg de installatie-instructies. |
| Het apparaat stopt en begint meerdere keren tijdens de werking. | • Dat is normaal. Het zorgt voor optimale reinigingsresultaten en energiebesparing. |
| Het programma duurt te lang. | • Als de optie uitgestelde start is ingesteld, annuleert u deze functie of wacht u tot het aftellen is voltooid. • Raadpleeg de tabel verbruikswaarden in het hoofdstuk Programma’s. |
| Kleine lekkage van de deur van het apparaat. | • Het apparaat staat niet waterpas. Draai aan de verstelbare pootjes (indien van toepassing). • De deur van het apparaat is niet centraal uitgelijnd op de kuip. Verstel de achterpoot (indien van toepassing). |
| De deur van het apparaat is moeilijk te sluiten. | • Het apparaat staat niet waterpas. Draai aan de verstelbare pootjes (indien van toepassing). • Delen van het serviesgoed steken uit de korven. |
| De deur van het apparaat gaat open tijdens de wascyclus. | • De functie AirDry is geactiveerd. U kunt de functie uitschakelen. Raadpleeg Instellingen. |
| Ratelende/kloppende geluiden vanuit het apparaat. | • Het serviesgoed is niet juist in de korven gerangschikt. Raadpleeg de folder voor het beladen van de korven. • Controleer of de sproeiarmen vrij kunnen ronddraaien. |
| Het apparaat maakt kortsluiting. | • De stroomsterkte is niet voldoende om alle apparaten tegelijkertijd te voeden. Controleer de stroomsterkte van het stopcontact en de capaciteit van de meter of schakel een van de apparaten die in gebruik zijn uit. • Interne elektrische storing van het apparaat. Neem contact op met de servicedienst. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Raadpleeg Voor het eerste gebruik,
Dagelijks gebruik, of Tips en advies voor andere mogelijke oorzaken.
Schakel het apparaat uit en weer in als u het apparaat hebt gecontroleerd. Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.
Voor alarmcodes die niet in de tabel worden beschreven, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.
Pagina 21
WAARSCHUWING!
We raden u aan om het apparaat niet te gebruiken totdat het probleem volledig is opgelost. Haal de stekker uit het stopcontact en sluit het apparaat pas weer aan als u zeker weet dat het correct werkt.
11.1 De was- en droogresultaten zijn niet naar tevredenheid
| Probleem | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Slechte wasresultaten. | • Gebruik intensievere wasprogramma´s. • Maak de openingen in de sproeiarm en het filter schoon. Raadpleeg Onderhoud en reiniging. • Raadpleeg Dagelijks gebruik, Tips en advies en de folder voor het laden van de korf. |
| Slechte droogresultaten. | • Serviesgoed heeft te lang in het gesloten apparaat gestaan. • Het glansspoelmiddel is op of de dosering van het glansspoelmiddel is niet voldoende. Vul het doseerbakje van het glansspoelmiddel of zet de glansspoelmiddelstand hoger. • Plastic voorwerpen moeten mogelijk met een handdoek worden afgedroogd. • Activeer voor de beste droogprestatie de functie AirDry. • Gebruik altijd glansmiddel, zelfs met multitabletten. |
| De glazen en borden vertonen witte strepen of een blauwe waas. | • De vrijgegeven hoeveelheid glansspoelmiddel is te hoog. Zet de dosering van het glansspoelmiddel op een lagere stand. • De hoeveelheid vaatwasmiddel is te hoog. |
| De glazen en borden vertonen vlekken en droge waterdruppels. | • De vrijgegeven hoeveelheid glansmiddel is niet voldoende. Zet de dosering van het glansspoelmiddel op een hogere stand. • De kwaliteit van het glansspoelmiddel kan de oorzaak zijn. |
| Het serviesgoed is nat. | • Activeer voor de beste droogprestatie de functie AirDry. • Het programma heeft geen droogfase of heeft een droogfase met lage temperatuur. • Het glansmiddeldoseerbakje is leeg. • De kwaliteit van het glansspoelmiddel kan de oorzaak zijn. • De kwaliteit van de multitabs kan de oorzaak zijn. Probeer een ander merk of activeer het glansmiddeldoseerbakje en gebruik het glansmiddel samen met de multitabs. |
| De binnenkant van het apparaat is nat. | • Dit is geen defect van het apparaat. Vochtige lucht condenseert op de wanden van het apparaat. |
| Opvallend veel schuim tijdens het wassen. | • Gebruik de vaatwasmiddelen die specifiek zijn bedoeld voor gebruik in vaatwassers. • Gebruik een vaatwasmiddel van een andere fabrikant. • Spoel gerechten niet af onder stromend water. |
Pagina 22
| Probleem | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Roestresten op het bestek. | • Er zit te veel zout in het water dat voor het wassen wordt gebruikt. Zie De waterontharder instellen. • Zilver en roestvrijstalen bestek zijn samen geplaatst. Zet zilveren en roestvrijstalen voorwerpen niet dicht bij elkaar. |
| Er bevinden zich aan het einde van het programma resten van het vaatwasmiddel in het doseerbakje voor het vaatwasmiddel. | • De vaatwastablet raakte klem in het doseerbakje voor het vaatwasmiddel en is daardoor niet volledig weggespoeld door het water. • Water kan het vaatwasmiddel niet uit het doseerbakje wegspoelen. Zorg ervoor dat de sproeiarm niet geblokkeerd of verstopt is. • Controleer of de voorwerpen in de rekken het deksel van het doseerbakje voor het vaatwasmiddel niet belemmeren. |
| Geuren in het apparaat. | • Raadpleeg De binnenkant reinigen. |
| Kalkresten op het serviesgoed, op de kuip en aan de binnenkant van de deur. | • Het zoutniveau is laag, controleer de bijvulaanduiding. • De dop van het zoutreservoir zit los. • Het kraanwater heeft een hoge hardheid. Zie De waterontharder instellen. • Gebruik zelfs met multitabs zout en stel de waterontharder in. Zie De waterontharder instellen. • Reinig het apparaat met de geschikte wasmiddelen als kalkaanslag aanhoudt. • Probeer een ander wasmiddel. • Neem contact op met de vaatwasmiddelfabrikant. |
| Dof, ontkleurd of afgeschilferd serviesgoed. | • Zorg ervoor dat alleen vaatwasserbestendige voorwerpen in het apparaat worden gewassen. • Laad de korf voorzichtig in en uit. Raadpleeg de folder voor het beladen van de korven. • Plaats kwetsbare voorwerpen in de bovenste korf. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Raadpleeg Voor het eerste gebruik,
Dagelijks gebruik of Tips en advies voor mogelijke andere oorzaken.
12. TECHNISCHE GEGEVENS
| Afmetingen | Breedte / hoogte / diepte (mm) | 596 / 818 - 898 / 550 |
| Elektrische aansluiting 1) | Spanning (V) | 220 - 240 |
| Frequentie (Hz) | 50 | |
| Watertoevoerdruk | Min. / max. MPa (bar) | 0.05 (0.5) / 1 (10) |
| Watertoevoer | Koud water of warm water (°C) 2) | min. 5 - max. 60 |
Pagina 23
Capaciteit Plaatsinstellingen
- 1) Zie het typeplaatje voor andere waarden.
- 2) Als het hete water door een alternatieve energiebron wordt geproduceerd (bijv. zonnepanelen), gebruik dan de heetwatervoorziening om het energieverbruik te verminderen.
12.1 Link naar de EU-EPRELdatabank
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een weblink naar de registratie van dit apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om informatie gerelateerd aan de prestaties van het product in de EU-EPREL-databank te vinden via de link https:// eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer kunt u vinden op het typeplaatje van het apparaat. Raadpleeg het hoofdstuk "Productbeschrijving".
13. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren.
Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten.
Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
Welkom bij AEG! Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebt gekozen.
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, informatie met betrekking tot service en reparatie:
www.aeg.com/support
Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
- 1. VEILIGHEIDSINFORMATIE............................................................................3
- 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN...................................................................5
- 3. PRODUCTBESCHRIJVING............................................................................7
- 4. BEDIENINGSPANEEL....................................................................................7
- 5. PROGRAMMA’S............................................................................................. 8
- 6. INSTELLINGEN.............................................................................................. 9
- 7. VOOR HET EERSTE GEBRUIK...................................................................12
- 8. DAGELIJKS GEBRUIK................................................................................. 13
- 9. AANWIJZINGEN EN TIPS............................................................................ 15
- 10. ONDERHOUD EN REINIGEN.................................................................... 17
- 11. PROBLEEMOPLOSSING........................................................................... 18
- 12. TECHNISCHE GEGEVENS .......................................................................22
- 13. MILIEUBESCHERMING..............................................................................23
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe
Pagina 4
beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij met het apparaat gaan spelen.
- Houd reinigingsmiddelen uit de buurt van kinderen.
- Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat als de deur open staat.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is alleen bedoeld voor het reinigen van huishoudelijke borden en tafelgerei.
- Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de (gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- De waterwerkdruk (minimaal en maximaal) moet liggen tussen 0.05 (0.5) / 1 (10) bar (MPa).
- Volg het maximale aantal 13 plaatsen.
- De deur van het apparaat mag niet open worden gelaten, om struikelgevaar te voorkomen.
- Indien het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, een erkende serviceverlener of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Messen en andere gebruiksvoorwerpen met scherpe punten moeten met hun punt naar beneden of horizontaal in de mand geplaatst worden.
Pagina 5
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat je onderhoudshandelingen verricht.
- Gebruik geen waterstralen onder druk en/of stoom om het apparaat te reinigen.
- Als het apparaat is voorzien van ventilatieopeningen in de basis, mogen deze niet worden afgedekt met bijv. een vloerkleed.
- Het apparaat moet met de nieuwe meegeleverde slangset worden aangesloten op een kraan. Oude slangsets mogen niet opnieuw worden gebruikt.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installeren
WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Installeer of gebruik het apparaat niet op een plek waar de temperatuur onder de 0
°C komt.
- Installeer het apparaat op een veilige en geschikte plaats die aan alle installatie-eisen voldoet.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde structuur installeert omwille van veiligheidsredenen.
- Als het meubelpaneel niet is geïnstalleerd, open dan voorzichtig de deur van het apparaat om het risico op letsel te vermijden. Zorg er na de installatie voor dat de plastic afdekkingen op hun plaats vastgezet zijn. Beschadiging of verwijdering van de plastic afdekkingen aan de zijkanten van de deur kan de werking van het apparaat nadelig beïnvloeden en letsel veroorzaken. Als het
plastic deksel beschadigd is, neem dan contact op met de erkende servicedienst om het te vervangen door het nieuwe.
2.2 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Waarschuwing: dit apparaat is ontworpen om te worden geïnstalleerd/aangesloten op een aardingsaansluiting in het gebouw.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg dat u de netstekker en het netsnoer niet beschadigt. Indien de voedingskabel moet worden vervangen, dan moet dit gebeuren door onze Klantenservice.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
Pagina 6
2.3 Wateraansluiting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken.
- Beschadig de waterslangen niet.
- Indien buizen lang niet zijn gebruikt, er reparaties hebben plaatsgevonden of er nieuwe apparaten zijn geplaatst (watermeters, enz.), moet je, voordat de nieuwe buizen worden aangesloten, het water laten stromen totdat het schoon en helder is.
- Zorg ervoor dat er geen zichtbare waterlekken zijn tijdens en na het eerste gebruik van het apparaat.
- Als de watertoevoerslang beschadigd is, sluit dan onmiddellijk de waterkraan en haal de stekker uit het stopcontact. Neem contact op met het bevoegde servicecentrum voor vervanging van de watertoevoerslang.
- Zonder elektriciteit is het waterbeveiligingssysteem niet actief. In dit geval is er overstromingsgevaar.
- De watertoevoerslang heeft een veiligheidsklep en een mantel met een binnenleiding.
2.4 Gebruik
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.
- Vaatwasmiddelen zijn gevaarlijk. Volg de veiligheidsinstructies op de verpakking van het vaatwasmiddel op.
- Drink en speel niet met het water in het apparaat.
- Verwijder de vaat pas uit het apparaat als het programma is voltooid. Er kan wat vaatwasmiddel op de vaat achterblijven.
- Oefen geen druk uit op de open deur van het apparaat en leg er ook geen voorwerpen op.
- Er kan hete stoom uit het apparaat komen als u de deur opent terwijl een programma bezig is.
2.5 Service
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het
apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Houd er rekening mee dat zelfreparatie of niet-professionele reparatie gevolgen kan hebben voor de veiligheid en de garantie kan doen vervallen.
- De volgende reserveonderdelen zijn beschikbaar gedurende minstens 7 jaar nadat het model is stopgezet: motor, circulatie- en afvoerpomp, verwarmingstoestellen en verwarmingselementen, inclusief warmtepompen, leidingen en aanverwante apparatuur, waaronder slangen, kleppen, filters en aquastops, structurele en interne onderdelen met betrekking tot deurconstructies, printplaten, elektronische displays, drukschakelaars, thermostaten en sensoren, software en firmware, inclusief resetsoftware. De volgende reserveonderdelen zullen gedurende minstens 10 jaar nadat het model is stopgezet beschikbaar zijn: deurscharnieren en -afdichtingen, andere afdichtingen, spuitarmen, afvoerfilters, binnenrekken en plastic randapparatuur zoals manden en deksels. De duur kan in jouw land langer zijn. Ga voor meer informatie naar onze website.
- Houd er rekening mee dat sommige van deze reserveonderdelen alleen beschikbaar zijn voor professionele reparateurs en dat niet alle reserveonderdelen relevant zijn voor alle modellen.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
2.6 Verwijdering
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
Pagina 7
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snij het netsnoer van het apparaat af en gooi dit weg.
- Verwijder de deurgreep om te voorkomen dat kinderen en huisdieren opgesloten raken in het apparaat.
3. PRODUCTBESCHRIJVING
1 Bovenste sproeiarm
2 Onderste sproeiarm
3 Filters
4 Typeplaatje
5 Zoutreservoir
6 Luchtventilatie
7 Glansmiddeldoseerbakje
8 Afwasmiddeldoseerbakje
9 Bestekmand
10 Onderste korf
11 Bovenste korf
4. BEDIENINGSPANEEL
1 Aan-/uittoets/Resettoets
2 Programma-controlelampjes
3 Controlelampjes
4 Programmatoets
5 Toets startuitstel
4.1 Indicatielampjes
| Indicatielampje | Beschrijving |
|---|---|
| Indicatielampje droogfase. Dit is aan wanneer u een programma selecteert met de droogfase. Het gaat knipperen wanneer de droogfase loopt. | |
| Indicatielampje zout. Dit is aan als het zoutreservoir bijgevuld dient te worden. Het is altijd uit als het programma in werking is. | |
| Indicatielampje glansspoelmiddel. Dit is aan als het glansspoelmiddeldoseerbakje bijgevuld dient te worden. Het is altijd uit als het programma in werking is. |
Pagina 8
5. PROGRAMMA’S
De volgorde van de programma´s in de tabel geeft mogelijk hun volgorde op het bedieningspaneel niet weer.
| Programma | Lading vaatwasser | Mate van bevuiling | Programmafasen |
|---|---|---|---|
| 1) | Serviesgoed, bestek, potten, pannen | Standaard, licht gedroogd | • Voorspoelen • De vaat doen 55°C • Tussentijdse spoeling • Laatste spoeling 55°C • Drogen • AirDry 2) |
| Serviesgoed, bestek, potten, pannen | Standaard tot grondig, volledig gedroogd | • Voorspoelen • De vaat doen 60°C • Tussentijdse spoeling • Laatste spoeling 60°C • Drogen • AirDry 2) | |
| Serviesgoed, bestek, potten, pannen | Standaard, licht gedroogd | • De vaat doen 60°C • Tussentijdse spoeling • Laatste spoeling 55°C • Drogen • AirDry 2) | |
| Serviesgoed, bestek | Vers | • De vaat doen 45°C • Tussentijdse spoeling • Laatste spoeling 45°C • AirDry 2) | |
| 3) | Alles | Alles | • Voorspoelen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
- 1) Dit programma heeft het meest efficiënte water- en energieverbruik voor normaal vervuild serviesgoed en bestek. Dit is het standaardprogramma voor testinstituten. Dit programma wordt gebruikt voor de beoordeling van de naleving van Verordening (EU) 2019/2022 van de Commissie inzake ecologisch ontwerp.
- 2) Deur wordt automatisch geopend tijdens de droogfase. Zie Instellingen.
- 3) Met dit programma kunt u voedselresten snel van de vaat afspoelen om zo geurvorming in het apparaat te voorkomen. Gebruik geen vaatwasmiddel bij dit programma.
5.1 Verbruikswaarden
| Programma 1)2) | Water (l) | Energie (kWh) | Duur (min) |
|---|---|---|---|
| 9.9 | 0.936 | 227 | |
| 11.6 | 1.170 | 160 | |
| 11.7 | 1.034 | 90 |
Pagina 9
| Programma 1)2) | Water (l) | Energie (kWh) | Duur (min) |
|---|---|---|---|
| 8.2 | 0.540 | 30 | |
| 4.3 | 0.013 | 15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
- 1) De druk en temperatuur van het water, de variaties in stroomtoevoer, de opties, de hoeveelheid vaat en mate van vervuiling kunnen de verbruikswaarden veranderen.
- 2) De waarden voor andere programma's dan ECO zijn slechts indicatief.
Informatie voor testinstituten
Om de nodige informatie te ontvangen over het uitvoeren van prestatietesten (bijv. volgens: EN60436 ), stuur je een e-mail naar:
info.test@dishwasher-production.com
Voeg in je aanvraag de productnummercode (PNC) van het typeplaatje toe.
Raadpleeg voor andere vragen betreffende je vaatwasmachine het serviceboekje dat met je apparaat is meegeleverd.
6. INSTELLINGEN
6.1 Programmakeuzemodus en gebruikersmodus
Als het apparaat in de programmakeuzemodus staat, kun je een programma instellen en de gebruikersmodus openen.
Instellingen beschikbaar in de gebruikersmodus:
- Het niveau van de waterverzachter afgestemd op de waterhardheid.
- De activering of deactivering van de aanduiding leeg glansmiddelreservoir.
- De activering of de deactivering van het geluidsignaal voor het programma-einde.
- De activering of deactivering van AirDry.
Opgeslagen instellingen blijven geldig totdat u ze opnieuw wijzigt.
De programmakeuzemodus instellen
Het apparaat staat in de programmakeuzemodus als het programma-
indicatielampje knippert.
Na de activering bevindt het apparaat zich standaard in de programmakeuzemodus. Als dit niet zo is, stel je de programmakeuzemodus als volgt in:
Houd de aan/uit-knop ingedrukt totdat het apparaat in de programmakeuzemodus staat.
Gebruikersmodus ingaan
Zorg dat het apparaat in de programmakeuzemodus staat.
Houd om naar de gebruikersmodus te gaan de programmaknop ingedrukt tot het
indicatielampje knippert en de indicatielampjes , en aan zijn.
6.2 Waterontharder
De waterontharder verwijdert mineralen van de watertoevoer die een nadelige invloed hebben op de wasresultaten en het apparaat.
Hoe hoger het gehalte van deze mineralen, des te harder is je water. Waterhardheid wordt gemeten in gelijkwaardige schalen.
De waterontharder moet worden aangepast aan de hardheid van het water in jouw omgeving. Je plaatselijke waterleidingbedrijf kan je adviseren over de hardheid van het water in jouw omgeving.
Pagina 10
Stel ongeacht het gebruikte type wasmiddel het juiste waterontharderniveau in om goede wasresultaten te garanderen en de zoutindicator actief te houden.
Multivaatwastabletten die zout bevatten zijn niet effectief genoeg als waterontharder.
Waterhardheid
| Duitse graden (°dH) | Franse graden (°fH) | mmol/l | mg/l (ppm) | Clarke graden | Niveau waterontharder |
|---|---|---|---|---|---|
| 47 - 50 | 84 - 90 | 8.4 - 9.0 | 835 - 904 | 58 - 63 | 10 |
| 43 - 46 | 76 - 83 | 7.6 - 8.3 | 755 - 834 | 53 - 57 | 9 |
| 37 - 42 | 65 - 75 | 6.5 - 7.5 | 645 - 754 | 46 - 52 | 8 |
| 29 - 36 | 51 - 64 | 5.1 - 6.4 | 505 - 644 | 36 - 45 | 7 |
| 23 - 28 | 40 - 50 | 4.0 - 5.0 | 395 - 504 | 28 - 35 | 6 |
| 19 - 22 | 33 - 39 | 3.3 - 3.9 | 325 - 394 | 23 - 27 | 5 1) |
| 15 - 18 | 26 - 32 | 2.6 - 3.2 | 255 - 324 | 18 - 22 | 4 |
| 11 - 14 | 19 - 25 | 1.9 - 2.5 | 185 - 254 | 13 - 17 | 3 |
| 4 - 10 | 7 - 18 | 0.7 - 1.8 | 70 - 184 | 5 - 12 | 2 |
| <4 | <7 | <0.7 | <70 | < 5 | 1 2) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
- 1) Fabrieksinstelling.
- 2) Gebruik geen zout op dit niveau.
De waterontharder ondergaat een automatisch regeneratieproces. 1)
Het waterontharderniveau instellen
Zorg dat het apparaat in de gebruikersmodus staat.
1. Wacht tot het indicatielampje begint
te knipperen, het indicatielampje blijft knipperen en de overige programmaindicatielampjes uit zijn.
Het onderbroken knipperen van het indicatielampje toont de huidige
- 1) Voor de juiste werking van de waterontharder moet de hars van de ontharder regelmatig worden geregenereerd. Dit proces is automatisch en maakt deel uit van de normale vaatwasmachinewerking. Het treedt op wanneer de voorgeschreven hoeveelheid water is gebruikt sinds het vorige regeneratieproces. De hoeveelheid water hangt af van het waterontharderniveau: niveau 1 - 250 l, niveau 2 - 100 l, niveau 3 - 62 l, niveau 4 - 47 l, niveau 5 - 25 l, niveau 6 - 17 l, niveau 7 - 10 l, niveau 8 - 5 l, niveau 9 - 3 l, niveau 10 - 3 l. Er wordt een regeneratieproces gestart tussen de laatste spoelbeurt en het einde van het programma. In het geval van de hoge wateronthardersinstelling kan dit ook in het midden van het programma gebeuren, vóór het spoelen (tweemaal tijdens een programma). De start van de regeneratie heeft geen invloed op de cyclusduur, tenzij deze plaatsvindt in het midden van een programma of aan het einde van een programma met een korte droogfase. In dergelijke gevallen verlengt de regeneratie de totale duur van een programma met 5 minuten. Vervolgens kan het spoelen van de waterontharder wat 5 minuten duurt, beginnen in dezelfde cyclus of aan het begin van het volgende programma. Deze activiteit verhoogt het totale waterverbruik van een programma met 4 l en het totale energieverbruik van een programma met 2 Wh. Het spoelen van de waterontharder eindigt met een volledige afvoer. Elke uitgevoerde waterontharderspoeling (mogelijk meer dan één in dezelfde cyclus) kan de programmaduur met nog eens 5 minuten verlengen wanneer deze op enig moment aan het begin of in het midden van een programma plaatsvindt. Alle in dit deel genoemde verbruikswaarden worden bepaald in overeenstemming met de thans geldende norm in laboratoriumomstandigheden met een waterhardheid van 2,5 mmol/l (waterontharder: niveau 3) volgens de verordening: de Verordening (EU) 2019/2022 van de Commissie. Watertemperatuur, waterdruk en variaties in de netvoeding kunnen de waarden veranderen.
Pagina 11
instelling: bijv. 5 keer knipperen + pauze + 5 keer knipperen = niveau 5.
- 2. Druk herhaaldelijk op de programmatoets om de instelling te wijzigen. Telkens als u op de programmaknop drukt, gaat het niveaunummer omhoog. Als u niveau 10 bereikt, begint het tellen opnieuw vanaf niveau 1.
- 3. Druk op de aan/uitknop om de instelling te bevestigen.
6.3 De aanduiding van leeg glansmiddelreservoir
Het glansmiddel zorgt dat het serviesgoed zonder vlekken of strepen droogt. Het wordt automatisch losgelaten tijdens de laatste spoeling.
Als het glansmiddelreservoir leeg is, gaat het indicatielampje voor glansmiddel aan. Als je tevreden bent met de droogresultaten bij het gebruik van alleen multitabletten, kun je de aanduiding voor het bijvullen van het glansmiddel deactiveren. Voor de beste droogprestaties dien je echter altijd glansmiddel te gebruiken.
Schakel de aanduiding in om de glansmiddelindicator actief te houden als je standaard wasmiddel of multitabletten zonder glansmiddel gebruikt.
Het uitschakelen van de melding van een leeg glansmiddeldoseerbakje
Zorg dat het apparaat in de gebruikersmodus staat.
- 1. Druk direct op de programmatoets.
Het indicatielampje begint te knipperen.
- 2. Wacht tot het indicatielampje blijft knipperen en de overige programmaindicatielampjes uit zijn.
Het indicatielampje geeft de huidige instelling aan:
- is aan = Melding dat het glansmiddelreservoir leeg is, is aan.
- is uit = Melding dat het glansmiddelreservoir leeg is, is uit.
- 3. Druk op programmatoets om de instelling te wijzigen.
- 4. Druk op de aan/uitknop om de instelling te bevestigen.
6.4 Geluidssignalen
Er klinken geluidssignalen als het apparaat een storing heeft. Het is niet mogelijk deze geluidssignalen uit te schakelen.
Na het beëindigen van het programma klinkt er tevens een geluidssignaal. Dit geluidssignaal is standaard uitgeschakeld, maar kan worden geactiveerd.
Het geluidssignaal voor het einde van het programma inschakelen
Zorg dat het apparaat in de gebruikersmodus staat.
- 1. Druk tweemaal op de programmatoets.
Het indicatielampje begint te knipperen.
- 2. Wacht tot het indicatielampje blijft knipperen en de overige programmaindicatielampjes uit zijn.
Het indicatielampje geeft de huidige instelling aan:
- is uit = het geluidssignaal is uit.
- is aan = het geluidssignaal is aan.
- 3. Druk op programmatoets om de instelling te wijzigen.
- 4. Druk op de aan/uitknop om de instelling te bevestigen.
6.5 AirDry
AirDry verbetert de droogresultaten met een lager energieverbruik. Tijdens de droogfase wordt de deur automatisch geopend en blijft op een kier staan.
Verder lezen op pagina 12Inhoud