AEG KMK861000M, tekst van de handleiding
Pagina's 20–41 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 20
20 www.aeg.com
Roer het voedsel voor het opdienen door.
Nadat u de oven uitschakelt, neemt u het voedsel uit en laat u het een aantal minuten staan.
Ontdooien in de magnetron
Plaats het bevroren, uitgepakte voedsel op een klein omgekeerd bord met een bakje eronder of op een ontdooirek of
plastic zeef, zodat de dooivloeistof kan weglopen.
Verwijder telkens de stukken die zijn ontdooid.
U kunt een hoger magnetronvermogen gebruiken om fruit en groenten te bereiden zonder ze eerst te ontdooien.
10.3 Kookgerei en materialen geschikt voor de magnetron
Gebruik in de magnetron alleen kookgerei en materiaal dat hiervoor bestemd is. Gebruik onderstaande tabel als referentie.
| Materiaal van de pannen | |
|---|---|
| Ovenbestendig glas en porselein zonder metalen onderdelen, bijv. hittebestendig glas | |
| Niet-ovenbestendig glas en porselein onder zilveren, gouden, platina of metalen laag/versieringen | |
| Glas en glaskeramiek van ovenbestendig / diepvriesbestendig materiaal | |
| Keramiek en aardewerk zonder kwartz of metalen onderdelen en metaalhoudend glazuur | |
| Keramiek, porselein en aardewerk met ongeglazuurde onderkant of met kleine gaatjes, bijv. op handvaten | X |
| Hittebestendig kunststof tot 200 °C (controleer altijd de specificatie van de kunststof schaal voordat u deze gebruikt) | |
| Karton, papier | |
| Huishoudfolie | |
| Roosterfolie met magnetronbestendige sluiting (controleer altijd de specificatie van de folie voor gebruik) | |
| Ovenschotels gemaakt van metaal, d.w.z. emaille, gietijzer | X |
Pagina 21
NEDERLANDS 21
Materiaal van de pannen
Bakblikken, met zwarte lak of siliconen laag (controleer altijd de specificatie van de bakblikken voor gebruik)
Bakplaat
Bakrooster
Kookgerei voor magnetrongebruik, bijv. pan voor knapperige gerechten
10.4 Nuttige tips voor speciale opwarmfuncties van de oven
Warm houden
Met deze functie houdt u het voedsel warm. De temperatuur wordt automatisch ingesteld op 80 °C.
Borden Warmen
Met deze functie kunt u borden en schalen verwarmen voor het opdienen. De temperatuur wordt automatisch ingesteld op 70 °C.
Verdeel de opgestapelde borden en schalen gelijkmatig over het ovenrek. Gebruik de eerste rekstand. Verwissel ze halverwege de verwarmtijd van plaats.
Deeg Laten Rijzen
Met de functie kunt u ook gistdeeg laten rijzen. Doe het deeg in een grote schaal en dek deze af met een natte doek of plastic folie. Stel de functie in: Deeg Laten Rijzen en de bereidingstijd.
10.5 Bakken
- Gebruik de eerste keer de laagste temperatuur.
- Bij het bereiden van cake op meerdere niveaus kan de baktijd ca.
10 - 15 minuten langer zijn.
- Als de cake niet overal even hoog is, wordt de cake niet overal even bruin.
Als de cake niet overal even bruin wordt, hoeft u de temperatuurinstelling niet te wijzigen.
De verschillen verminderen tijdens het bakken.
- Tijdens het bakken kunnen bakplaten in de oven vervormen. Wanneer de bakplaten afkoelen, verdwijnt de vervorming.
10.6 Baktips
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | oplossing |
|---|---|---|
| De onderkant van de cake is niet voldoende gebruind. | De rekstand is incorrect. | Plaats de cake op een lagere rekstand. |
Pagina 22
22 www.aeg.com
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | oplossing |
|---|---|---|
| De cake zakt in en wordt klef, klonterig, streperig. | De oventemperatuur is te hoog. | De volgende keer dat u een cake bakt, stelt u de baktemperatuur lager in. |
| Te korte baktijd. | Baktijd verlengen. U kunt de baktijd niet verlagen door een hogere temperatuur in te stellen. | |
| Er zit te veel vloeistof in het mengsel. | Minder vocht gebruiken. Let op de kneedtijden, vooral bij het gebruik van keukenmachines. | |
| De cake is te droog. | De oventemperatuur is te laag. | De volgende keer dat u een cake bakt, stelt u de baktemperatuur hoger in. |
| Te lange baktijd. | De volgende keer dat u een cake bakt, gebruikt u een kortere baktijd. | |
| De cake wordt ongelijkmatig bruin. | De oventemperatuur is te hoog en de baktijd te kort. | De baktemperatuur lager instellen en de baktijd verlengen. |
| Het deeg is niet gelijkmatig verdeeld. | Verdeel het deeg gelijkmatig over de bakplaat. | |
| De cake wordt niet gaar binnen de aangegeven baktijd. | De oventemperatuur is te laag. | De volgende keer dat u een cake bakt, stelt u de baktemperatuur een beetje hoger in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
10.7 Bakken op één ovenniveau
Bakken in een bakblik
| Gerecht | -functie | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Tulband of brioche | Hetelucht | 150 - 160 | 50 - 70 | 1 |
| Moskovisch gebak / vruchtencake | Hetelucht | 140 - 160 | 70 - 90 | 1 |
| Sponge cake / Cake, zacht | Hetelucht | 140 - 150 | 35 - 50 | 1 |
| Sponge cake / Cake, zacht | Boven + onderwarmte | 160 | 35 - 50 | 2 |
| Taartbodem - zandtaartdeeg 1) | Hetelucht | 170 - 180 | 10 - 25 | 1 |
| Taartbodem - zacht cakedeeg | Hetelucht | 150 - 170 | 20 - 25 | 1 |
Pagina's 23–24: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 25
NEDERLANDS 25
10.8 Ovenschotels en gegratineerde gerechten
| Gerecht | -functie | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Pastaschotel | Boven + onderwarmte | 180 - 200 | 45 - 60 | 1 |
| Lasagne | Boven + onderwarmte | 180 - 200 | 25 - 40 | 1 |
| Groentegratin1) | Grill + ventilator | 210 - 230 | 10 - 20 | 1 |
| Stokbroden met gesmolten kaas | Hetelucht | 160 - 170 | 15 - 30 | 1 |
| Rijstepap | Boven + onderwarmte | 180 - 200 | 40 - 60 | 1 |
| Visschotels | Boven + onderwarmte | 180 - 200 | 30 - 60 | 1 |
| Gevulde groente | Hetelucht | 160 - 170 | 30 - 60 | 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
- 1) Oven voorverwarmen.
10.9 Bakken op meerdere niveaus
Gebruik de functie: Hetelucht.
Gebak op bakplaat
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Roomsoezen / Eclairs 1) | 160 - 180 | 25 - 45 | 1 / 3 |
| Kruimeltaart | 150 - 160 | 30 - 45 | 1 / 3 |
| 1) Oven voorverwarmen. Klein gebak/cakejes/gebak/broodjes | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Zandkoekjes | 150 - 160 | 20 - 40 | 1 / 3 |
| Short bread / Zandtaartdeeg/ Deegreepjes | 140 | 25 - 45 | 1 / 3 |
| Koekjes gemaakt van roerdeeg | 160 - 170 | 25 - 40 | 1 / 3 |
Pagina 26
26 www.aeg.com
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Eiwitgebak, schuimgebak | 80 - 100 | 130 - 170 | 1 / 3 |
| Bitterkoekjes | 100 - 120 | 40 - 80 | 1 / 3 |
| Koekjes gemaakt van gistdeeg | 160 - 170 | 30 - 60 | 1 / 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
10.10 Lage Temperatuur Garen
Gebruik deze functie voor het bereiden van zachte, magere stukken vlees en vis. Deze functie is niet geschikt voor suddervlees of een vet varkensbraadstuk.
WAARSCHUWING!
Zie het hoofdstuk 'Nuttige aanwijzingen en tips'.
In de eerste 10 minuten kunt u een oventemperatuur instellen tussen 80°C en 150°C. De standaard is 90°C. Nadat de temperatuur is ingesteld, blijft de oven werken bij 80°C. Gebruik de
automatische lage temperatuur garen niet voor gevogelte.
Altijd zonder deksel garen als u gebruik maakt van de functie.
- 1. Braad het vlees aan in een pan op de kookplaat op een zeer hoge stand gedurende 1 - 2 minuten aan elke kant.
- 2. Plaats het vlees samen met de hete braadpan in de oven op het bakrooster.
- 3. Selecteer de functie: Lage
Temperatuur Garen.
| Gerecht | Hoeveelheid (kg) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Biefstuk | 1 - 1.5 | 150 | 120 - 150 | 1 |
| Runderbiefstuk | 1 - 1.5 | 150 | 90 - 110 | 1 |
| Geroosterd kalfsvlees | 1 - 1.5 | 150 | 120 - 150 | 1 |
| Steak | 0.2 - 0.3 | 120 | 20 - 40 | 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
10.11 Hetelucht + onderwarmte
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Pizza (dunne korst) 1) | 200 - 230 | 15 - 20 | 3 |
| Pizza (met veel garnering)2) | 180 - 200 | 20 - 30 | 3 |
| Taarten | 180 - 200 | 40 - 55 | 3 |
| Spinazietaart | 160 - 180 | 45 - 60 | 3 |
Pagina 27
NEDERLANDS 27
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Quiche Lorraine (hartige taart) | 170 - 190 | 45 - 55 | 3 |
| Zwitserse flan | 170 - 190 | 45 - 55 | 3 |
| Kwarktaart | 140 - 160 | 60 - 90 | 3 |
| Appeltaart, bedekt | 150 - 170 | 50 - 60 | 3 |
| Groentetaart | 160 - 180 | 50 - 60 | 3 |
| Ongedesemd brood 1) | 230 | 10 - 20 | 3 |
| Bladerdeegtaart 1) | 160 - 180 | 45 - 55 | 3 |
| Flammekuchen1) | 230 | 12 - 20 | 3 |
| Piroggen (Russische variant op calzone) 1) | 180 - 200 | 15 - 25 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
- 1) Oven voorverwarmen.
- 2) Gebruik de braadpan.
10.12 Braden
Gebruik hittebestendig kookgerei.
Braad grote braadstukken direct in de diepe bakplaat of op een bakrooster boven de bakplaat.
Giet wat water op de bakplaat om het inbranden van vrijkomende vleessappen of vet te voorkomen.
Vlees met een korst kan in de braadslede zonder deksel worden gebraden.
Draai het braadstuk na 1/2 - 2/3 van de gaartijd.
Om het vlees sappiger te houden:
- Braad mager vlees in een braadpan met deksel of gebruik een braadzak.
- Rooster vlees en vis in grote stukken (1 kg of meer).
- Besprenkel grote braadstukken en gevogelte diverse keren tijdens het braden met het eigen vleessap.
10.13 Tabel braadstukken
Rundvlees
| Gerecht | -functie | Hoeveelheid | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|---|
| Stoofvlees | Boven + onderwarmte | 1 – 1,5 kg | 230 | 120 - 150 | 1 |
| Rosbief of ossenhaas: rood1) | Grill + ventilator | per cm dikte | 190 - 200 | 5 - 6 per cm dikte | 1 |
| Rosbief of ossenhaas: medium | Grill + ventilator | per cm dikte | 180 - 190 | 6 - 8 per cm dikte | 1 |
Pagina 28: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 29
NEDERLANDS 29
Wild
| Gerecht | -functie | Hoeveelheid | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|---|
| Hazenrug, hazenbout 1) | tot 1 kg | 1 | |||
| Rug | Boven + onderwarmte | 1,5 – 2 kg | 1 | ||
| Reebout, hertenbout | Boven + onderwarmte | 1,5 – 2 kg | 180 - 200 | 60 - 90 | 1 |
| 1) Oven voorverwarmen. Gevogelte | |||||
| Gerecht | -functie | Hoeveelheid | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Kip | Grill + ventilator | 200 – 250 g elk | 200 - 220 | 30 - 50 | 1 |
| Halve kip | Grill + ventilator | 400 – 500 g elk | 190 - 210 | 1 | |
| Stukken gevogelte | Grill + ventilator | 1 – 1,5 kg | 190 - 210 | 50 - 70 | 1 |
| eend | Grill + ventilator | 1,5 – 2 kg | 180 - 200 | 80 - 100 | 1 |
| Vis (gestoomd) | |||||
| Gerecht | -functie | Hoeveelheid | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Hele vis | 1 – 1,5 kg | 1 | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
10.14 Grillen
- Grill altijd met de maximale temperatuurinstelling.
- Rooster in de rekstand plaatsen zoals aanbevolen in grilltabel.
- Altijd de pan voor het opvangen van vet op de eerste rekstand plaatsen.
- Alleen platte stukken vlees of vis grillen.
- Lege oven met grillfuncties altijd 5 minuten voorverwarmen.
LET OP!
Tijdens het grillen moet de ovendeur altijd gesloten zijn.
Pagina 30
30 www.aeg.com
Grillen
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) 1e kant | 2e kant | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Biefstuk, medium | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 | 1 |
| Runderfilet, medium | 230 | 20 - 30 | 20 - 30 | 1 |
| Varkensrug | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 | 1 |
| Kalfsrug | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 | 1 |
| Lamsrug | 210 - 230 | 25 - 35 | 20 - 35 | 1 |
| Hele vis, 500 - 1.000 g | 210 - 230 | 15 - 30 | 15 - 30 | 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
10.15 Bevroren gerechten
- Haal het voedsel uit de verpakking. Doe het voedsel op een bord.
- Gebruik voor het afdekken geen borden of schotels. Hierdoor kan de ontdooitijd worden verlengd.
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Pizza, bevroren | 200 - 220 | 15 - 25 | 3 |
| American pizza, bevroren | 190 - 210 | 20 - 25 | 3 |
| Pizza, gekoeld | 210 - 230 | 13 - 25 | 3 |
| Pizza snacks, bevroren | 180 - 200 | 15 - 30 | 3 |
| Patat, dun1) | 210 - 230 | 20 - 30 | 3 |
| Patat, dik1) | 210 - 230 | 25 - 35 | 3 |
| Aardappelpartjes / - kroketjes1) | 210 - 230 | 20 - 35 | 3 |
| Rösties | 210 - 230 | 20 - 30 | 3 |
| Lasagne/Cannelloni, vers | 170 - 190 | 35 - 45 | 2 |
| Lasagne / Cannelloni, bevroren | 160 - 180 | 40 - 60 | 2 |
| Kippenvleugels | 190 - 210 | 20 - 30 | 3 |
| 1) Tussen het bakken door 2 | tot 3 keer keren. |
Pagina 31
NEDERLANDS 31
Tabel voor diepvries- en kant-en-klaargerechten
| Gerecht | -functie | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Pizza, bevroren1) | Boven + onderwarmte | volgens aanwijzingen van de fabrikant | volgens aanwijzingen van de fabrikant | 2 |
| Patates frites2) (300 - 600 g) | Boven + onderwarmte of Grill + ventilator | 200 - 220 | volgens aanwijzingen van de fabrikant | 2 |
| Baguettes3) | Boven + onderwarmte | volgens aanwijzingen van de fabrikant | volgens aanwijzingen van de fabrikant | 2 |
| Vruchtencake | Boven + onderwarmte | volgens aanwijzingen van de fabrikant | volgens aanwijzingen van de fabrikant | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
- 1) Oven voorverwarmen.
- 2) Tussen het bakken door 2 tot 3 keer keren.
- 3) Oven voorverwarmen.
10.16 Inmaken
Gebruik alleen weckpotten van dezelfde afmetingen.
Gebruik geen weckpotten met een draai- of bajonetsluiting en metalen bakken.
Gebruik het eerste rooster van de bodem van deze functie.
Zet niet meer dan zes wekflessen van 1 liter op het bakrooster.
Vul de glazen potten gelijkmatig en sluit ze af met een klem.
De weckpotten mogen elkaar niet raken.
Vul ca. 1/2 liter water op de bakplaat, zodat er voldoende vocht in de oven ontstaat.
Als de vloeistof in de weckpotten begint te borrelen (na ca. 35 - 60 minuten bij weckpotten van 1 liter), stop de oven of verlaag de temperatuur tot 100 °C (raadpleeg de tabel).
Zachte vruchten
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Inmaken/wecken tot het parelen begint (min) | Door blijven koken op 100 °C (min.) |
|---|---|---|---|
| Aardbeien / bosbessen / frambozen / rijpe kruisbessen | 160 - 170 | 35 - 45 | - |
Pagina 32
32 www.aeg.com
Steenvruchten
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Inmaken/wecken tot het parelen begint (min) | Door blijven koken op 100 °C (min.) |
|---|---|---|---|
| Peren / kweeperen / pruimen | 160 - 170 | 35 - 45 | 10 - 15 |
| Groenten | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Inmaken/wecken tot het parelen begint (min) | Door blijven koken op 100 °C (min.) |
| Wortels 1) | 160 - 170 | 50 - 60 | 5 - 10 |
| Komkommers | 160 - 170 | 50 - 60 | - |
| Gemengde augurken | 160 - 170 | 50 - 60 | 5 - 10 |
| Koolrabi / erwten / asperges | 160 - 170 | 50 - 60 | 15 - 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
- 1) Na uitschakeling in de oven laten staan.
10.17 Drogen
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (u) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Bonen | 60 - 70 | 6 - 8 | 3 |
| Paprika's | 60 - 70 | 5 - 6 | 3 |
| Soepgroenten | 60 - 70 | 5 - 6 | 3 |
| Paddenstoelen | 50 - 60 | 6 - 8 | 3 |
| Kruiden | 40 - 50 | 2 - 3 | 3 |
| Pruimen | 60 - 70 | 8 - 10 | 3 |
| Abrikozen | 60 - 70 | 8 - 10 | 3 |
| Schijfjes appel | 60 - 70 | 6 - 8 | 3 |
| Peren | 60 - 70 | 6 - 9 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
10.18 Brood bakken
Voorverwarmen wordt niet aanbevolen.
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Witbrood | 180 - 200 | 40 - 60 | 2 |
| Baguette | 200 - 220 | 35 - 45 | 2 |
Pagina 33
NEDERLANDS 33
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Brioche | 160 - 180 | 40 - 60 | 2 |
| Ciabatta | 200 - 220 | 35 - 45 | 2 |
| Roggebrood | 180 - 200 | 50 - 70 | 2 |
| Bruin brood | 180 - 200 | 50 - 70 | 2 |
| Volkoren brood | 170 - 190 | 60 - 90 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
10.19 Bereiding met magnetron
Voor functie Ontdooien bevelen wij aan 30 °C te gebruiken.
Tips voor de magnetron
| Bereidings-/ ontdooiresultaten | Mogelijke oorzaak | oplossing |
|---|---|---|
| Het eten is te droog. | Het vermogen was te hoog. De tijdsduur was te lang. | Kies de volgende keer een lager vermogen en een langere bereidingstijd. |
| Het eten is nog steeds niet ontdooid, heet of gekookt nadat de bereidingstijd is verstreken. | De tijdsduur was te kort. | Stel een langere tijdsduur in. Het magnetronvermogen niet verhogen. |
| Het voedsel is oververhit aan de randen, maar is in het midden nog niet gaar. | Het vermogen was te hoog. | Kies de volgende keer een lager vermogen en een langere bereidingstijd. |
| Vlees ontdooien | ||
| Gerecht | Vermogen Tijd (Watt) | (min) Rusttijd (min) |
| Steak (0,2 kg) | 100 5 - 7 | 5 - 10 |
| Gehakt (0,5 kg) | 100 10 - | 15 5 - 10 |
| Gevogelte ontdooien | ||
| Gerecht | Vermogen Tijd (Watt) | (min) Rusttijd (min) |
| Kip (1 kg) | 100 25 - | 30 10 - 20 |
| Kipfilet (0,15 kg) | 100 3 - 5 | 10 - 15 |
| Kippenpoten (0,15 kg) | 100 3 - 5 | 10 - 15 |
Pagina 34
34 www.aeg.com
Vis ontdooien
| Gerecht | Vermogen (Watt) | Tijd (min) | Rusttijd (min) |
|---|---|---|---|
| Hele vis (0,5 kg) | 100 | 10 - 15 | 5 - 10 |
| Visfilets (0,5 kg) | 100 | 12 - 15 | 5 - 10 |
| Zuivelproducten ontdooien | |||
| Gerecht | Vermogen (Watt) | Tijd (min) | Rusttijd (min) |
| Boter (0,25 kg) | 100 | 3 - 4 | 5 - 10 |
| Geraspte kaas (0,2 kg) | 100 | 2 - 3 | 10 - 15 |
| Taart/koekjes ontdooien | |||
| Gerecht | Vermogen (Watt) | Tijd (min) | Rusttijd (min) |
| Gistcake (1 stuks) | 200 | 2 - 3 | 15 - 20 |
| Cheesecake (1 stuks) | 100 | 2 - 4 | 15 - 20 |
| Droge cake (bijv. hotelcake) (1 stuks) | 200 | 2 - 4 | 15 - 20 |
| Brood (1 kg) | 200 | 15 - 20 | 5 - 10 |
| Gesneden brood (0,2 kg) | 200 | 3 - 5 | 5 - 10 |
| Broodjes (4 stuks) | 200 | 2 - 4 | 2 - 5 |
| Fruit ontdooien | |||
| Gerecht | Vermogen (Watt) | Tijd (min) | Rusttijd (min) |
| Fruit (0,25 kg) | 100 | 5 - 10 | 10 - 15 |
| Opnieuw Verwarmen | |||
| Gerecht | Vermogen (Watt) | Tijd (min) | Rusttijd (min) |
| Babyvoeding in potjes (0,2 kg) | 300 | 1 - 2 | - |
| Babymelk (180 ml); zet lepel in de fles | 600 | 0:20 - 0:40 | - |
| Kant-en-klaarmaaltijd (0,5 kg) | 600 | 6 - 9 | 2 - 5 |
| Bevroren kant-en-klaarmaaltijden (0,5 kg) | 400 | 10 - 15 | 2 - 5 |
| Melk (200 ml) | 1000 | 1 - 1:30 | - |
Pagina 35
NEDERLANDS 35
| Gerecht Vermogen (Watt) | Tijd (min) | Rusttijd (min) | ||
|---|---|---|---|---|
| Water (200 ml) 1000 | 1:30 - 2 | - | ||
| Saus (200 ml) 600 | 1 - 3 | - | ||
| Soep (300 ml) 600 | 3 - 5 | - | ||
| Smelten | ||||
| Gerecht Vermogen (Watt) | Tijd (min) | Rusttijd (min) | ||
| Chocolade / chocoladelaag- 300 je (0,15 kg) | 2 - 4 | - | ||
| Boter (0,1 kg) 400 | 0:30-1:30 | - | ||
| Meer | ||||
| Gerecht Vermogen (Watt) | Tijd (min) | Rusttijd (min) | ||
| Hele vis (0,5 kg) 500 | 8 - 10 | 2 - 5 | ||
| Visfilets (0,5 kg) 400 | 4 - 7 | 2 - 5 | ||
| Groenten, vers (0,5 kg + 50 600 ml water) | 5 - 15 | - | ||
| Groenten, bevroren (0,5 kg + 600 50 ml water) | 10 - 20 | - | ||
| Gepofte aardappels (0,5 kg) 600 | 7 - 10 | - | ||
| Rijst (0,2 kg + 400 ml water) 600 | 15 - 18 | - | ||
| Popcorn 1000 | 1:30 - 3 | - | ||
| Combimagnetronfunctie Om gerechten korter te bereiden en tegelijkertijd een bruin korstje te geven. | ||||
| Gerecht -functie Vermogen (Watt ) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roos- Rusttijd ter- (min) hoogte | |
| Aardappel- Hetelucht + magnetron 400 gratin (1,1 kg) | 180 | 40 | 1 | 2-5 |
| Cake (0,7 kg) Boven- en onderwarm- 100 te + magnetron | 190 | 25 | 2 | 5 |
Pagina 36
36 www.aeg.com
| Gerecht | -functie | Vermogen (Watt ) | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte | Rusttijd (min) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Geroosterd varkensvlees (1,5 kg) | Hetelucht + magnetron | 200 | 180 | 90 | 1 | 2-5 |
| Lasagne | Boven- en onderwarmte + magnetron | 200-3 00 | 180 | 35 | 1 | 2-5 |
| Kip (1 kg) | Grill + hete lucht + magnetron | 400 | 230 | 40 | 1 | 2-5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
10.20 Voorbeelden van kooktoepassingen voor de instellingen van het vermogen
De gegevens in de volgende tabel dienen slechts als richtlijn.
| Instelling vermogen | Gebruik |
|---|---|
| • 1000 Watt • 900 Watt • 800 Watt • 700 Watt | Verwarmen van vloeistof Dichtschroeien aan het begin van het kookproces Koken van groenten |
| • 600 Watt • 500 Watt | Ontdooien en verwarmen van bevroren maaltijden Verwarmen van een maaltijd op een bord Stoofpot sudderen Eiergerechten koken |
| • 400 Watt • 300 Watt | Maaltijden door laten koken Delicaat voedsel koken Verwarmen van babyvoeding Rijst laten sudderen Delicaat voedsel verwarmen Smelten van kaas, chocolade, boter |
| • 200 Watt • 100 Watt | Ontdooien van vlees, vis Ontdooien van kaas, room en boter Ontdooien van fruit en gebak Ontdooien van brood |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
10.21 Aanwijzingen voor testinstituten
Magnetronfunctie
Testen volgens IEC 60705.
Pagina 37
NEDERLANDS 37
| Gerecht | Vermogen (Watt) | Hoeveelheid (kg) | Roosterhoogte 1) | Tijd (min) | Opmerkingen | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Taart | 600 | 0.475 | Onderkant | 7 - 9 | Draai halverwege de bereidingstijd de container 1/4 om. | |
| Gehaktbrood 400 | 0.9 | 2 | 25 - 32 | Draai halverwege de bereidingstijd de container 1/4 om. | ||
| Eiervla | 500 | 1 | Onderkant | 18 | - | |
| Ontdooien van vlees | 200 | 0.5 | Onderkant | 8 - 12 | Draai het vlees halverwege de bereidingstijd om. | |
| 1) Gebruik het draadrek mits anders aangegeven. Combimagnetronfunctie | ||||||
| Testen volgens IEC 60705. | ||||||
| Gerecht | -functie | Vermogen (Watt) | Temperatuur (°C) | Roosterhoogte 1) | Tijd (min) Opmerkingen | |
| Cake (0,7 kg) | Boven- en onderwarmte + magnetron | 100 | 200 | 2 | 23 - 27 | Draai halverwege de bereidingstijd de container 1/4 om. |
| Aardappelgratin (1,1 kg) | Hetelucht + magnetron | 300 | 180 | 2 | 38 - 42 | Draai halverwege de bereidingstijd de container 1/4 om. |
| Kip (1,1 kg) | Grill + hete lucht + magnetron | 400 | 230 | 1 | 35 - 40 | Doe het vlees in een ronde kom en draai het halverwege de bereidingstijd om. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
- 1) Gebruik het draadrek mits anders aangegeven.
11. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Pagina 38
38 www.aeg.com
11.1 Opmerkingen over schoonmaken
Maak de voorkant van de oven schoon met een zachte doek, warm water en een mild reinigingsmiddel.
Gebruik voor metalen oppervlakken een specifiek reinigingsmiddel.
Reinig de binnenkant van de oven na elk gebruik. Vetophoping of andere voedingsresten kunnen brand veroorzaken. Het gevaar is groter voor de grillpan.
Verwijder voedselresten en vetten voorzichtig van de bovenkant van de ovenruimte.
Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik een zachte doek met een warm sopje en een reinigingsmiddel. De accessoires niet in de afwasmachine reinigen.
Verwijder hardnekkig vuil met een speciale ovenreiniger.
Toebehoren met antiaanbaklaag mogen niet worden schoongemaakt met een agressief reinigingsmiddel, voorwerpen met scherpe randen of een afwasautomaat. Dit kan de antiaanbaklaag beschadigen.
Neem het vocht uit de ruimte na ieder gebruik af.
11.2 Verwijderen van de geleiders
Zorg ervoor dat de oven is afgekoeld voordat u onderhoud verricht. Er bestaat verbrandingsgevaar.
Om het apparaat te reinigen, verwijder de inschuifrails.
- 1. Inschuifrails voorzichtig naar boven toe uit de voorste ophanging trekken.
12. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
- 2. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit de zijwand.
- 3. Geleiders uit de achterste ophanging trekken.
Installeer de inschuifrails in de omgekeerde volgorde.
11.3 Het lampje vervangen
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken.
Het lampje kan heet zijn.
- 1. Oven uitschakelen.
Wacht totdat de oven afgekoeld is.
- 2. Trek de oven uit het stopcontact.
- 3. Leg een doek op de bodem van de ovenruimte.
LET OP!
Houd de halogeenlamp altijd met een doek vast om te voorkomen dat er vetrestjes op de ovenlamp verbranden.
Het bovenste lampje
- 1. Draai het afdekglas van de lamp en verwijder het.
- 2. Reinig de glasafdekking.
- 3. Vervang de lamp door een geschikte 300°C hittebestendige lamp.
- 4. Plaats het afdekglas terug.
Pagina 39
NEDERLANDS 39
12.1 Problemen oplossen
| Probleem | Mogelijke oorzaak | oplossing |
|---|---|---|
| U kunt de oven niet inschakelen of bedienen. | De oven is niet aangesloten op een stopcontact of is niet goed geïnstalleerd. | Controleer of de oven goed is aangesloten op het stopcontact (zie het aansluitdiagram indien beschikbaar). |
| De oven wordt niet warm. | De oven is uitgeschakeld. | Schakel de oven in. |
| De oven wordt niet warm. | De klok is niet ingesteld. | Stel de klok in. |
| De oven wordt niet warm. | De benodigde kookstanden zijn niet ingesteld. | Zorg ervoor dat de instellingen correct zijn. |
| De oven wordt niet warm. | De automatische uitschakeling is actief. | Raadpleeg 'Automatisch uitschakelen'. |
| De oven wordt niet warm. | De deur is niet goed gesloten. | Sluit de deur volledig. |
| De oven wordt niet warm. | De zekering is doorgeslagen. | Controleer of de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen keer op keer doorslaan, neemt u contact op met een erkende installateur. |
| Het lampje brandt niet. | Het lampje is stuk. | Vervang het lampje. |
| Het display geeft aan de Taal in te stellen. | Er heeft een stroomonderbreking van langer dan 3 dagen plaatsgehad. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Voor eerste ingebruikname'. |
| Het display geeft aan de Taal in te stellen. | De demofunctie is ingeschakeld. | Uitschakelen demomodus in: Menu / Basis Instellingen / DEMO. Activerings-/deacti-veringscode: 2468. |
| Het display toont een foutcode die niet in deze tabel staat. | Er is een elektrische fout. | • Schakel de oven uit via de huiszekering of de veiligheidsschakelaar in de zekeringkast en schakel deze weer in. • Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutcode opnieuw wordt weergegeven. |
| Stoom en condens slaan neer op de gerechten en in de ovenruimte. | Het gerecht heeft te lang in de oven gestaan. | Laat gerechten na het bereiden niet langer dan 15 - 20 minuten in de oven staan. |
Pagina 40
40 www.aeg.com
12.2 Onderhoudsgegevens
Als u niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met uw verkoper ofeen erkende serviceafdeling.
De contactgegevens van het servicecentrum staan op het typeplaatje.
Het typeplaatje bevindt zich aan de voorkant van de binnenkant van de oven. Verwijder het typeplaatje niet uit de ovenruimte.
| Wij adviseren u om de gegevens hier te noteren: | |
|---|---|
| Model (MOD.) | ......................................... |
| Productnummer (PNC) | ......................................... |
| Serienummer (S.N.) | ......................................... |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
13. ENERGIEZUINIGHEID
13.1 Energiebesparing
Deze oven bevat functies die u helpen energie te besparen tijdens het dagelijks koken.
Algemene tips
Zorg ervoor dat de ovendeur goed gesloten is als u de oven in werking stelt. De deur niet openen tijdens de bereiding met stoom. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit.
Gebruik metalen schalen om meer energie te besparen, maar alleen als u geen magnetronfunctie gebruikt..
Indien mogelijk de oven niet voorverwarmen voordat u er voedsel in plaatst.
Verlaag bij een bereidingsduur langer dan 30 minuten de oventemperatuur met minimaal 3 - 10 minuten, afhankelijk van de bereidingsduur voordat de kooktijd verstrijkt. De restwarmte in de oven zorgt ervoor dat het gerecht wordt voltooid.
U kunt de restwarmte gebruiken om andere maaltijden op te warmen.
Houd de onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als u een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt.
Bereiding met hete lucht
Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen.
Restwarmte
Bij sommige ovenfuncties worden, als een programma met tijdselectie (Duur of Einde) in werking is en de bereidingstijd langer is dan 30 minuten, de verwarmingselementen automatisch eerder uitgeschakeld.
De lamp en ventilator blijven wel werken.
Eten warm houden
Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte te gebruiken en een maaltijd warm te houden. Het indicatielampje van de restwarmte of temperatuur verschijnt op het display.
Koken met de verlichting uitgeschakeld
Schakel de verlichting tijdens het koken uit. Doe het aan als u het nodig heeft.
14. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het symbool
. Gooi de verpakking in een geschikte verzamelcontainer om het te recyclen.
Help om het milieu en de volksgezondheid te beschermen en recycle het afval van elektrische en
Pagina 41
elektronische apparaten. Gooi apparaten
gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het
NEDERLANDS 41
product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.