AEG KMS361000M, tekst van de handleiding
Pagina's 19–38 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 19
NEDERLANDS 19
Draai het voedsel halverwege de ontdooi- en bereidingstijd om of roer het door.
Roer vloeibare gerechten zo nu en dan door.
Roer het voedsel voor het opdienen door.
Dek het voedsel voor bereiding en opwarming af.
Zet tijdens het opwarmen van dranken de lepel in de fles of het glas om de warmte beter te verdelen.
Plaats het voedsel in de oven zonder verpakkingsmateriaal. De verpakte kant- en-klaar-maaltijden kunnen alleen in de oven worden geplaatst als de verpakking magnetronbestendig is (raadpleeg de informatie op de verpakking).
Koken in de magnetron
Bereid voedsel afgedekt. Bereid voedsel slechts zonder het te bedekken als je een korst wilt behouden.
Kook de gerechten niet te lang door het vermogen en de tijd te hoog instellen. Het voedsel kan uitdrogen, aanbranden of brand veroorzaken.
Gebruik de oven niet om eieren in hun schaal en slakken met huisjes te bereiden, omdat deze kunnen barsten. Prik het eigeel van gebakken eieren door voordat ze worden opgewarmd.
Prik voedsel met huid of schil diverse malen door voordat je het bereidt.
Snij groenten in stukjes van gelijke grootte.
Nadat je de oven uitzet, neem je het voedsel uit de oven en laat je het een paar minuten rusten om de warmte gelijkmatig te verdelen.
Ontdooien in de magnetron
Plaats het bevroren, uitgepakte voedsel op een klein omgekeerd bord met een bakje eronder of op een ontdooirek of plastic zeef, zodat de dooivloeistof kan weglopen.
Verwijder telkens de stukken die zijn ontdooid.
Je kunt een hoger magnetronvermogen gebruiken om fruit en groenten te bereiden zonder ze eerst te ontdooien.
10.3 Kookgerei en materialen geschikt voor de magnetron
Gebruik alleen kookgerei en materiaal in de magnetron dat hier geschikt voor is. Gebruik onderstaande tabel als referentie.
Controleer de specificaties van het kookgerei/materiaal voor gebruik.
| Kookgerei/materiaal | Magnetronfunctie Ontdooi‐ Opwarmen, en Koken | Combimagnetronfunctie | |
|---|---|---|---|
| Ovenvast glas en porselein zonder metalen onderdelen, bijv. hittebestendig glas | |||
| Niet-ovenbestendig glas en porselein zonder zilveren, gouden, platina of andere metalen versieringen | X | X | |
| Glas en glaskeramiek van ovenbestendig / diepvriesbestendig materiaal | |||
Pagina 20
20 www.aeg.com
| Kookgerei/materiaal | Magnetronfunctie Ontdooi‐ Opwarmen, en Koken | Combimagnetronfunctie | |
|---|---|---|---|
| Keramiek en aardewerk zonder kwarts of metalen onderdelen en metaalhoudend glazuur | |||
| Keramiek, porselein en aardewerk met ongeglazuurde onderkant of met kleine gaatjes, bijv. op handvaten | X | X | |
| Tot 200 °C hittebestendige kunststof | |||
| Karton, papier | X | ||
| Huishoudfolie | X | ||
| Ovenfolie met magnetronveilige sluiting | |||
| Braadschalen gemaakt van metaal, bijv. email, gietijzer | X | X | |
| Bakblikken, zwarte lak of met siliconen coating | X | X | |
| Bakplaat | X | X | |
| Bakrooster | X | X | |
| Glazen bodemplaat magnetron | |||
| Kookgerei voor gebruik in magnetron, bijv. pan voor knapperige gerechten | X | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
10.4 Bakken
Gebruik voor de eerste baksessie de lagere temperatuur.
Bij het bereiden van cake op meerdere niveaus kan de baktijd ca. 10 - 15 minuten langer zijn.
Als de cake niet overal even hoog is, wordt de cake niet overal even bruin. Als
de cake niet overal even bruin wordt, hoeft u de temperatuurinstelling niet te wijzigen. De verschillen verminderen tijdens het bakken.
Tijdens het bakken kunnen bakplaten in de oven vervormen. Wanneer de bakplaten weer afgekoeld zijn, verdwijnt de vervorming.
Pagina 21
NEDERLANDS 21
10.5 Baktips
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De onderkant van de cake is niet voldoende gebakken. | De rekstand is incorrect. | Plaats de cake op een lagere rekstand. |
| De cake zakt in en wordt klef, of streperig. | De oventemperatuur is te hoog. | Stel de volgende keer de oventemperatuur iets lager in. |
| De oventemperatuur is te hoog en de baktijd te kort. | Stel volgende keer een langere baktijd en een lagere oventemperatuur in. | |
| De cake is te droog. | De oventemperatuur is te laag. | Stel de volgende keer de oventemperatuur hoger in. |
| Te lange baktijd. | Stel volgende keer een kortere baktijd in. | |
| De cake wordt ongelijkmatig gebakken. | De oventemperatuur is te hoog en de baktijd te kort. | Stel volgende keer een langere baktijd en een lagere oventemperatuur in. |
| Het cakebeslag is niet gelijkmatig verdeeld. | Verspreid de volgende keer het cakebeslag gelijkmatig over de bakplaat. | |
| De cake wordt niet gaar binnen de in het recept aangegeven baktijd. | De oventemperatuur is te laag. | Stel de volgende keer de oventemperatuur iets hoger in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
10.6 Bakken op één ovenniveau
Gebruik de eerste rekstand.
Gebruik de functie: Hetelucht.
| BAKKEN IN BAKVORMEN | (°C) | (min) |
|---|---|---|
| Taartbodem - zandtaartdeeg, verwarm de oven voor | 170 - 180 | 10 - 25 |
| Taartbodem - zacht cakedeeg | 150 - 170 | 20 - 25 |
| Biscuitgebak | 140 - 150 | 35 - 50 |
| Tulband / Brioche | 150 - 160 | 50 - 70 |
| Appeltaart, 2 blikken Ø20 cm | 160 | 70 - 90 |
| Zandgebak / Fruitgebak | 140 - 160 | 70 - 90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Gebruik de functie: Boven- /onderwarmte.
Pagina 22
22 www.aeg.com
| BAKKEN IN BAK-VORMEN (°C) | (min) | |||
|---|---|---|---|---|
| Biscuitgebak 160 | 35 - 50 | 2 | ||
| Kwarktaart, gebruik een diepe 160 - 170 pan | 60 - 90 | 1 | ||
| Appeltaart, 2 blikken Ø20 cm 180 | 70 - 90 | 1 | ||
| Gebruik de eerste rekstand. Gebruik de functie: Hetelucht. Gebruik de bakplaat, tenzij anders aangegeven. | ||||
| CAKE/GEBAK | (°C) | (min) | ||
| Kruimeltaart, droog | 150 - 160 | 20 - 40 | ||
| Vruchtentaart (gemaakt van gistdeeg/zacht cakedeeg), gebruik een diepe pan | 150 - 160 | 35 - 55 | ||
| Vruchtencake van zanddeeg | 160 - 170 | 40 - 80 | ||
| Verwarm de lege oven voor, tenzij anders aangegeven. Gebruik de functie: Boven- /onderwarmte. Gebruik de bakplaat. | ||||
| CAKE/GEBAK/BROOD | (°C) | (min) | ||
| Koninginnenbrood (opgerolde cake met jam) | 180 - 200 | 10 - 20 | 2 | |
| Roggebrood | eerst: 230 dan: 160 - 180 | eerst: 20 dan: 30 - 60 | 2 | |
| Beboterde amandeltaart / Suikerkoek | 190 - 210 | 20 - 30 | 2 | |
| Roomsoezen / Eclairs, voorverwarming is niet nodig | 190 - 210 | 20 - 35 | 2 | |
| Plaatbrood / Broodkrans, voorverwarming is niet nodig | 170 - 190 | 30 - 40 | 2 | |
| Vruchtentaart (gemaakt van gistdeeg/zacht cakedeeg) | 170 | 35 - 55 | 1 | |
| Plaatkoek met delicate garnering (bijvoorbeeld kwark, room, puddingvulling) | 160 - 180 | 40 - 80 | 2 | |
Pagina 23
NEDERLANDS 23
| CAKE/GEBAK/BROOD | (°C) | (min) | |
|---|---|---|---|
| Christstollen | 160 - 180 | 50 - 70 | 2 |
| Gebruik de functie: Hetelucht. | |||
| KOEKJES EN BISCUITS | (°C) | (min) | |
| Zandkoekjes | 150 - 160 | 10 - 20 | 1 |
| Koekjes gemaakt van sponsdeeg | 150 - 160 | 15 - 20 | 1 |
| Koekjes van bladerdeeg, verwarm de oven voor | 170 - 180 | 20 - 30 | 1 |
| Zandtaartdeeg / Deegreepjes voor op vlaaien/ taarten | 140 | 20 - 35 | 1 |
| Cakejes, verwarm de oven voor | 160 | 20 - 35 | 3 |
| Koekjes gemaakt van gistdeeg | 150 - 160 | 20 - 40 | 1 |
| Makarons | 100 - 120 | 30 - 50 | 1 |
| Eiwitgebak/schuimgebak / Schuimgebakjes | 80 - 100 | 120 - 150 | 1 |
| Verwarm de lege oven voor. Gebruik de tweede rekstand. Gebruik de functie: Boven- /onderwarmte. | |||
| KOEKJES EN BISCUITS | (°C) | (min) | |
| Broodjes | 190 - 210 | 10 - 25 | |
| Zandtaartdeeg / Deegreepjes voor op vlaaien/taarten 160 | 20 - 30 | ||
| Cakejes | 170 | 20 - 35 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
10.7 Ovenschotels en gegratineerde gerechten
Gebruik de eerste rekstand.
Pagina 24
24 www.aeg.com
| (°C) | (min) | ||
|---|---|---|---|
| Stokbroden bedekt met gesmolten kaas | Hetelucht | 160 - 170 | 15 - 30 |
| Groentegratin, verwarm de oven voor | Turbo grill | 160 - 170 | 15 - 30 |
| Lasagne | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 25 - 40 |
| Visschotels | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 30 - 60 |
| Gevulde groente | Hetelucht | 160 - 170 | 30 - 60 |
| Zoete ovenschotels | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 40 - 60 |
| Pasta gebakken | Boven- /onderwarmte | 180 - 200 | 45 - 60 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
10.8 Tips voor braden
Gebruik hittebestendig kookgerei. Geroosterd mager vlees bedekt (u kunt aluminiumfolie gebruiken).
Braad grote vleesstukken direct in de diepe bakplaat of op een bakrooster boven de bakplaat.
Doe wat water in de bakplaat om te voorkomen dat druipend vet verbrandt.
Gebruik de functie: Boven- /onderwarmte.
Draai het braadstuk na 1/2 - 2/3 van de gaartijd.
Rooster vlees en vis in grote stukken (1 kg of meer).
Bedruip vleesstukken meerdere malen met hun eigen sap tijdens het roosteren.
10.9 Braden
Gebruik de eerste rekstand.
| RUND-VLEES | (kg) | (W) | (°C) | (min) |
|---|---|---|---|---|
| Stoofvlees | 1 - 1,5 | 200 | 230 | 60 - 80 |
| Gebruik de functie: Turbo grill. | ||||
| VAR-KENSVLEES | (kg) | (W) | (°C) | (min) |
| Schouder / Nek / Hamlap | 1 - 1,5 | 200 | 160 - 180 | 50 - 70 |
| Gehaktbrood | 0,75 - 1 | 200 | 160 - 170 | 35 - 50 |
| Varkensschenkel, voorgekookt | 0,75 - 1 | 200 | 150 - 170 | 60 - 75 |
Pagina 25
NEDERLANDS 25
Gebruik de functie: Turbo grill.
| KALFS-VLEES (kg) | (W) | (°C) | (min) | |
|---|---|---|---|---|
| Geroosterd 1 kalfsvlees | 200 | 160 - | 180 | 50 - 70 |
| Kalfsschenkel 1,5 - 2 | 200 | 160 - | 180 | 75 - 100 |
| Gebruik de functie: Turbo grill. | ||||
| LAMS-VLEES (kg) | (W) | (°C) | (min) | |
| Lamsbout / 1 - 1,5 Geroosterd lamsvlees | 200 | 150 - | 170 | 50 - 70 |
| Gebruik de functie: Turbo grill. | ||||
| GEVO-GELTE (kg) | (W) | (°C) | (min) | |
| Gevogelte, por‐ 0,2 - 0,25 elk ties | 200 | 200 - | 220 | 20 - 35 |
| Halve kip 0,4 - 0,5 elk | 200 | 190 - | 210 | 25 - 40 |
| Kip, haantje 1 - 1,5 | 200 | 190 - | 210 | 60 - 80 |
| Eend 1,5 - 2 | 200 | 180 - | 200 | 80 - 110 |
| Gebruik de functie: Boven- /onderwarmte. | ||||
| VIS (kg) | (W) | (°C) | (min) | |
| Hele vis 1 - 1,5 | 200 | 210 - | 220 | 30 - 45 |
| Gebruik de functie: Hetelucht. | ||||
| GERECH-TEN (kg) | (W) | (°C) | (min) | |
| Zoet gerecht 200 | 160 - 180 | 20 - 35 | 1 | |
Pagina 26
26 www.aeg.com
| GERECH-TEN | (kg) | (W) | (°C) | (min) |
|---|---|---|---|---|
| Gekruide gerechten met gekookte ingrediënten (noodles, groente) | 400 - 600 | 160 - 180 | 20 - 45 | 1 |
| Gekruide gerechten met rauwe ingrediënten (aardappelen, groente) | 400 - 600 | 160 - 180 | 30 - 45 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
10.10 Knapperig bakken met: Pizza-functie
Warm de lege oven voor het koken voor. Gebruik de derde rekstand.
| PIZZA | (°C) | (min) |
|---|---|---|
| Pizza, dunne korst | 200 - 230 | 15 - 20 |
| Pizza, dikke korst, gebruik een diepe pan | 180 - 200 | 20 - 30 |
| Taarten | 180 - 200 | 40 - 55 |
| Spinazietaart | 160 - 180 | 45 - 60 |
| Quiche Lorraine / Zwitserse flan | 170 - 190 | 45 - 55 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
| PIZZA | (°C) | (min) |
|---|---|---|
| Kwarktaart | 140 - 160 | 60 - 90 |
| Appeltaart, bedekt | 150 - 170 | 50 - 60 |
| Groentetaart | 160 - 180 | 50 - 60 |
| Ongedesemd brood | 230 | 10 - 20 |
| Bladerdeegtaart | 160 - 180 | 45 - 55 |
| Flammkuchen | 230 | 12 - 20 |
| Pierogi | 180 - 200 | 15 - 25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
10.11 Grill
Alleen dunne stukken vlees of vis grillen.
Warm de lege oven voor het koken voor.
Gebruik de eerste rekstand.
Plaats een braadpan op de eerste rekstand om vet op te vangen. Gebruik de functie: Grill.
| GRILLEN | (°C) | (min) | (min) |
|---|---|---|---|
| 1e kant | 2e kant | ||
| Rosbief, medium | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 |
Pagina 27
NEDERLANDS 27
| GRILLEN (°C) | (min) | (min) | |
|---|---|---|---|
| 1e kant | 2e | kant | |
| Runderfilet, medium 230 | 20 - 30 | 20 | - 30 |
| Varkenshaas 210 - 230 | 30 - 40 | 30 | - 40 |
| Kalfsvlees 210 - 230 | 30 - 40 | 30 | - 40 |
| Lamsrugfilet 210 - 230 | 25 - 35 | 20 | - 35 |
| Hele vis, 0,5 kg - 1 kg 210 - 230 | 15 - 30 | 15 | - 30 |
| Gebruik de functie: Grill Intens. Grill altijd met de maximale temperatuurinstelling. | |||
| GRILL INTENS (min) 1e kant | (min) 2e kant | ||
| Varkensfilet 10 - 12 | 6 - 10 | 2 | |
| Worstjes 10 - 12 | 6 - 8 | 3 | |
| Steaks 7 - 10 | 6 - 8 | 3 | |
| Brood met iets erop 6 - 8 | - | 2 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
10.12 Brood bakken
Voorverwarmen wordt niet aanbevolen.
Gebruik de tweede rekstand.
| BROOD | (°C) | (min) |
|---|---|---|
| Witbrood | 180 - 200 | 40 - 60 |
| Stokbrood | 200 - 220 | 35 - 45 |
| Brioche | 160 - 180 | 40 - 60 |
| Ciabatta | 200 - 220 | 35 - 45 |
| Roggebrood | 180 - 200 | 50 - 70 |
| Volkoren brood | 180 - 200 | 50 - 70 |
| Volkorenbrood | 170 - 190 | 60 - 90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
10.13 Lage temperatuur garen
Met deze functie bereidt u vlees en vis op magere wijze mals. De functie is niet van toepassing op gevogelte, vet varkensgebraad, gebraad.
- 1. Bak het vlees 1 - 2 minuten aan beide zijden aan in een pan op een hoog vuur.
- 2. Plaats het vlees in de braadslede of direct op het bakrooster. Zet een plaat onder het rooster om vet op te vangen.
Kook altijd zonder deksel terwijl u deze functie gebruikt.
- 3. Selecteer de functie: Lage temperatuur garen. U kunt gedurende de eerste 10 minuten de temperatuur instellen op een temperatuur tussen de 80 °C en 150 °C. De standaard is 90 °C.
Pagina 28
28 www.aeg.com
- 4. Na 10 minuten verlaagt de oven automatisch de temperatuur tot 80 °C.
| Gebruik de eerste rekstand. | (kg) | (°C) | (min) |
|---|---|---|---|
| Rosbief | 1 - 1,5 | 150 | 120 - 150 |
| Runderfilet | 1 - 1,5 | 150 | 90 - 110 |
| Geroosterd kalfsvlees | 1 - 1,5 | 150 | 120 - 150 |
| Steak | 0,2 - 0,3 | 120 | 20 - 40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
10.14 Bevroren gerechten
Haal het voedsel uit de verpakking. Doe het voedsel op een bord.
Bedek het voedsel niet.
Gebruik de derde rekstand tenzij anders aangegeven.
Gebruik de functie: Hetelucht.
| ONTDOOIEN | (°C) | (min) |
|---|---|---|
| Pizza, bevroren | 200 - 220 | 15 - 25 |
| American pizza, bevroren | 190 - 210 | 20 - 25 |
| Pizza, gekoeld | 210 - 230 | 13 - 25 |
| Pizzasnacks, bevroren | 180 - 200 | 15 - 30 |
| Frietjes, dun, tussen het bakken door 2 tot 3 keer omdraai- en | 210 - 230 | 20 - 30 |
| Frietjes, dik, tussen het bakken door 2 tot 3 keer omdraai- en | 210 - 230 | 25 - 35 |
| Aardappelschijfjes / Kroketjes, tussen het bakken door 2 tot 3 keer omdraai- en | 210 - 230 | 20 - 35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
| ONTDOOIEN | (°C) | (min) |
|---|---|---|
| Rösties | 210 - 230 | 20 - 30 |
| Lasagne / Cannelloni, vers, gebruik de tweede rekstand | 170 - 190 | 35 - 45 |
| Lasagne / Cannelloni, bevroren, gebruik de tweede rekstand | 160 - 180 | 40 - 60 |
| Vleugels van kippen | 190 - 210 | 20 - 30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
10.15 Ontdooien
Haal het gerecht uit de verpakking en plaats het op een bord.
Dek het voedsel niet af, want dat kan de ontdooitijd verlengen.
Plaats voor grote porties voedsel een omgedraaid bord op de bodem van de ovenruimte. Leg het voedsel op een diepe schaal en zet deze bovenop het bord in de oven. Verwijder indien nodig de bakplaatsteunen.
Pagina 29
NEDERLANDS 29
Gebruik het eerste ovenniveau.
| (kg) | (min) Ontdooitijd | (min) Verdere ontdooitijd | ||
|---|---|---|---|---|
| Kip | 1 | 100 - 140 | 20 - 30 | Halverwege de bereidingstijd omdraaien. |
| Vlees | 1 | 100 - 140 | 20 - 30 | Halverwege de bereidingstijd omdraaien. |
| Forel | 0,15 | 25 - 35 | 10 - 15 | - |
| Aardbeien | 0,3 | 30 - 40 | 10 - 20 | - |
| Boter | 0,25 | 30 - 40 | 10 - 15 | - |
| Room | 2 x 0,2 | 80 - 100 | 10 - 15 | Klop de nog licht bevroren slagroom. |
| Taart | 1,4 | 60 | 60 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
10.16 Inmaken
Gebruik de functie Onderwarmte.
Gebruik alleen weckpotten van dezelfde afmetingen.
Gebruik geen weckpotten met een draai- of bajonetsluiting en metalen bakken.
Gebruik de eerste rekstand.
Zet niet meer dan zes weckflessen van 1 liter op het bakrooster.
Vul de glazen potten gelijkmatig en sluit ze af met een klem.
De potten mogen elkaar niet aanraken.
Doe ongeveer 1/2 liter water in de bakplaat om voldoende vocht in de oven te geven.
Als de vloeistof in de weckpotten begint te borrelen (na ca. 35 - 60 minuten bij weckpotten van 1 liter), stop de oven of verlaag de temperatuur tot 100 °C (raadpleeg de tabel).
Stel de temperatuur in op 160 - 170 °C.
ZACHTE VRUCHTEN (min) Kooktijd tot het sudderen begint
Aardbeien / Bosbes‐ 35 - 45 sen / Frambozen / rijpe kruisbessen
| STEEN‐ | (min) (min) |
|---|---|
| VRUCHTEN | Kooktijd tot Door blij-het sudde‐ ven koken ren begint op 100 °C |
| Perziken / | 35 - 45 10 - 15 |
| Kweeperen / | |
| Pruimen |
Pagina 30
30 www.aeg.com
| GROENTEN | (min) Kooktijd tot het sudderen begint | (min) Door blijven koken op 100 °C |
|---|---|---|
| Wortelen | 50 - 60 | 5 - 10 |
| Komkommers | 50 - 60 | - |
| Gemengde augurken | 50 - 60 | 5 - 10 |
| Koolrabi / Erwten / Asperge | 50 - 60 | 15 - 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
10.17 Dehydrateren - Hetelucht
Gebruik de derde rekstand.
| (°C) | (u) | |
|---|---|---|
| Bonen | 60 - 70 | 6 - 8 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
| (°C) | (u) | |
|---|---|---|
| Paprika’s | 60 - 70 | 5 - 6 |
| Soepgroenten | 60 - 70 | 5 - 6 |
| Champignons | 50 - 60 | 6 - 8 |
| Kruiden | 40 - 50 | 2 - 3 |
| Pruimen | 60 - 70 | 8 - 10 |
| Abrikozen | 60 - 70 | 8 - 10 |
| Schijfjes appel | 60 - 70 | 6 - 8 |
| Peren | 60 - 70 | 6 - 9 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
10.18 Bereiding met magnetron
| Tips voor de magnetron | ||
|---|---|---|
| Bereidings-/ontdooiresulta-ten | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Het eten is te droog. | Het vermogen was te hoog. De kooktijd was te lang. | Zet lager vermogen of/en kortere kooktijd. |
| Het eten is nog steeds niet ontdooid, heet of gekookt nadat de bereidingstijd is verstreken. | De kooktijd was te kort. | Stel langere kooktijd in. Het magnetronvermogen niet verhogen. |
| Het eten is oververhit aan de randen, maar nog niet voldoende gekookt in het midden. | Het magnetronvermogen was te hoog. | Zet lager vermogen en een langere kooktijd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
ONTDOOIEN
Plaats de voedselcontainer op de bodem van de ruimte.
Pagina 31
NEDERLANDS 31
| VLEES/VIS Stel het vermogen in op 100 W, tenzij anders aangegeven. | (kg) | (min) | Rusttijd (min) | |
|---|---|---|---|---|
| Steak | 0,2 | 5 - 7 | 5 - 10 | |
| Gehakt, ingesteld op 200 W | 0,5 | 7 - 8 | 5 - 10 | |
| Kip | 1 | 30 - 35 | 10 - 20 | |
| Kippenborst | 0,15 | 5 - 9 | 10 - 15 | |
| Dijen van kippen | 0,15 | 5 - 9 | 10 - 15 | |
| Hele vis | 0,5 | 10 - 15 | 5 - 10 | |
| Visfilet | 0,5 | 12 - 15 | 5 - 10 | |
| ZUIVELPRODUCTEN Zet het vermogen op 100 W. | (kg) | (min) | Rusttijd (min) | |
| Boter | 0,25 | 4 - 6 | 5 - 10 | |
| Geraspte kaas | 0,2 | 2 - 4 | 10 - 15 | |
| CAKE EN BROOD Stel het vermogen in op 200 W, tenzij anders aangegeven. | (min) | Rusttijd (min) | ||
| Plaatkoek | 1 stuk | 2 - 3 | 15 - 20 | |
| Kwarktaart, ingesteld op 100 W | 1 stuk | 2 - 4 | 15 - 20 | |
| Droge cake | 1 stuk | 2 - 4 | 15 - 20 | |
| Brood | 1 kg | 15 - 18 | 5 - 10 | |
| Gesneden brood | 0,2 kg | 3 - 5 | 5 - 10 | |
| Broodjes | 4 stuks | 2 - 4 | 2 - 5 | |
| FRUIT (kg) | (W) | (min) | Rusttijd (min) | |
| Fruit 0,25 | 100 | 5 - 10 | 10 - 15 | |
Pagina 32
32 www.aeg.com
| OPNIEUW VERWARMEN | (W) | (min) | Rusttijd (min) | |
|---|---|---|---|---|
| Babyvoeding in potjes | 0,2 kg | 300 | 1 - 2 | - |
| Babymelk, plaats een lepel in de fles | 180 ml | 600 | 0:20 - 0:40 | - |
| Melk | 200 ml | 1000 | 1 - 1:30 | - |
| Water | 200 ml | 1000 | 1:30 - 2 | - |
| Saus | 200 ml | 600 | 1 - 3 | - |
| Soep | 300 ml | 600 | 3 - 5 | - |
| Ingevroren kant-en-klaar-maaltijden | 0,5 kg | 400 | 10 - 15 | 2 - 5 |
| Kant-en-klaargerecht | 0,5 kg | 600 | 6 - 9 | 2 - 5 |
| SMELTEN | (kg) | (W) | (min) | Rusttijd (min) |
| Chocolade / Chocoladeglazuur | 0,15 | 300 | 2 - 4 | 1 - 2 |
| Boter | 0,1 | 400 | 00:30 - 01:30 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
| KOKEN | ||||
|---|---|---|---|---|
| (W) | (min) | Rusttijd (min) | ||
| Hele vis | 0,5 kg | 500 | 8 - 10 | 2 - 5 |
| Visfilet | 0,5 kg | 400 | 4 - 7 | 2 - 5 |
| Verse groenten | 0,5 kg + 50 ml water | 600 | 5 - 15 | - |
| Groenten, ingevroren | 0,5 kg + 50 ml water | 600 | 10 - 20 | - |
| Gepofte aardappelen | 0,5 kg | 600 | 7 - 10 | - |
| Rijst | 0,2 kg + 400 ml water | 600 | 15 - 18 | - |
| Popcorn | - | 1000 | 1:30 - 3 | - |
Pagina 33
NEDERLANDS 33
Combimagnetronfunctie
Stel de functie in: Grill + magnetron.
| (kg) | (W) | (°C) | (min) | Rusttijd (min) | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Halve kip, gebruik de tweede rekstand | 0,55 x 2 stuks | Ronde glazen schotel, Ø 26 cm | 300 | 220 | 40 | 5 |
| Gegratineerde aardappelen, gebruik de tweede rekstand | 1 | Ronde glazen schotel | 300 | 200 | 40 | 10 |
| Gebraden varkensnek, gebruik de eerste rekstand | 1 | Glazen schotel met zeef | 300 | 200 | 70 | 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
10.19 Aanbevolen vermogensinstellingen voor verschillende soorten voedsel
De gegevens in de tabel dienen alleen als richtlijn.
| 700 - 1000 W | |||
|---|---|---|---|
| Groenten koken | Aanbakken aan het begin van het kookproces | Vloeistoffen opwarmen | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
| 500 - 600 W | ||
|---|---|---|
| Eiergerechten bereiden | Hutspot laten sudde‐ Eenpansgerechten ren opwarmen | Ontdooien en opwarmen van bevroren maaltijden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
| 300 - 400 W | ||||
|---|---|---|---|---|
| Smelten van kaas, chocolade, boter | Rijst sudderen | Babyvoeding opwarmen | Koken/opwarmen van delicaat voedsel | Doorgaan met koken |
Pagina 34
34
www.aeg.com
| 100 - 200 W | ||
|---|---|---|
| Ontdooien van brood | Ontdooien van fruit Ontdooien van kaas, en gebak room, boter | Ontdooien van vlees, vis |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
10.20 Informatie voor testinstituten
Testen volgens IEC 60705.
| Gebruik het bakrooster, tenzij | anders aangegeven. | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| MAGNETRON-FUNCTIE | (W) | kg | (min) | ||
| Biscuitgebak | 600 | 0.475 | Bottom | 7 - 9 | Draai halverwege de bereidingstijd de kom 1/4. |
| Gehaktbrood | 400 | 0.9 | 2 | 25 - 32 | Draai halverwege de bereidingstijd de kom 1/4. |
| Eiervla | 500 | 1 | Bottom | 18 | - |
| Ontdooien van vlees | 200 | 0.5 | Bottom | 7 - 8 | Draai het vlees halverwege de bereidingstijd om. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
| Gebruik het ovenrek. | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| COMBI-MAGNE-TRON-FUNCTIE | (W) | (°C) | (min) | |||
| Cake, 0.7 kg | Hetelucht + magnetron | 100 | 180 | 2 | 29 - 31 | Draai halverwege de bereidingstijd de kom 1/4. |
| Aardappelgratin, 1.1 kg | Grill + magnetron | 400 | 160 | 1 | 40 - 45 | Draai halverwege de bereidingstijd de kom 1/4. |
| Kip, 1.1 kg | Grill + magnetron | 400 | 230 | 1 | 45 - 55 | Doe het vlees in een ronde glazen kom en draai het na 20 minuten bereidingstijd om. |
Pagina 35
NEDERLANDS 35
11. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
11.1 Opmerkingen over schoonmaken
| Reinigingsmiddelen | Maak de voorkant van de oven schoon met een zachte doek, warm water en een mild reinigingsmiddel. |
| Gebruik een reinigingsoplossing om metalen oppervlakken te reinigen. | |
| Reinig vlekken met een mild reinigingsmiddel. | |
| Dagelijks gebruik | Reinig de uitsparing telkens na gebruik. Vetophoping of andere resten kunnen brand veroorzaken. Reinig voorzichtig de bovenkant van de oven om resten en vet te verwijderen. |
| Bewaar het voedsel niet langer dan 20 minuten in de oven. Droog de uitsparing na elk gebruik met een zachte doek. | |
| Accessoires | Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik een zachte doek met warm water en een mild reinigingsmiddel. De accessoires niet in de afwasmachine reinigen. |
| Reinig de antiaanbakaccessoires niet met agressieve reinigingsmiddelen of scherpe voorwerpen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
11.2 Hoe te verwijderen:
Inschuifrails/
Verwijder de inschuifrails om de oven te reinigen.
| Stap 1 | Schakel de oven uit en wacht tot deze afgekoeld is. | ||
| Stap 2 | Trek de inschuifrails voorzichtig naar boven toe uit de voorste ophanging. | 3 2 | 1 |
| Stap 3 | Trek de inschuifrail bij de voorkant uit de zijwand. | ||
| Stap 4 | Trek de inschuifrails uit de achterste ophanging. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
Installeer de inschuifrails in de omgekeerde volgorde.
Pagina 36
36 www.aeg.com
11.3 Hoe te vervangen: Lamp
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken.
Het lampje kan heet zijn.
Houd de halogeenlamp altijd met een doek vast om te voorkomen dat er vetrestjes op de ovenlamp verbranden.
| Voordat u de lamp vervangt: | ||
|---|---|---|
| Stap 1 | Stap 2 | Stap 3 |
| Schakel de oven uit. Wacht tot de oven afgekoeld is. | Trek de oven uit het stopcontact. | Plaats een doek op de bodem van de holte. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
Bovenlamp
| Stap 1 | Draai de glazen afdekking om die te verwijderen. |
| Stap 2 | Reinig het glazen deksel. |
| Stap 3 | Vervang de lamp door een geschikte hittebestendige lamp van 300 °C. |
| Stap 4 | Installeer het glazen deksel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
12. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Wat te doen als...
Neem in alle gevallen die niet in deze tabel zijn opgenomen contact op met een erkend servicecentrum.
| De oven gaat niet op | niet aan of warmt |
|---|---|
| Probleem | Controleer of de volgende zaken van toepassing zijn... |
| Je kunt de oven niet inschakelen of bedienen. | De oven is juist op een elektrische toevoer aangesloten. |
| De oven wordt niet warm. | De automatische uitschakeling is gedeactiveerd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
| De oven gaat niet op | niet aan of warmt |
|---|---|
| De oven wordt niet warm. | De zekering is doorgeslagen. |
| De oven wordt niet warm. | Het kinderslot staat uit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
| Onderdelen | |
|---|---|
| Probleem | Controleer of de volgende zaken van toepassing zijn... |
| De verlichting werkt niet. | De lamp is opgebrand. |
Pagina 37
NEDERLANDS 37
| Foutcodes | |
|---|---|
| Op het display verschijnt… | Controleer of de volgende zaken van toepassing zijn... |
| 12:00 | Er is een stroomstoring opgetreden. Stel de dagtijd in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
Foutcodes
Als het display een foutcode weergeeft die niet in deze tabel staat, schakelt u de zekering van het huis uit en weer in om de oven opnieuw te starten. Als de foutcode opnieuw optreedt, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.
12.2 Servicegegevens
Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling.
De contactgegevens van de servicedienst staan op het typeplaatje. Het typeplaatje bevindt zich aan de voorkant van de ovenruimte. Verwijder het typeplaatje niet uit de ovenruimte.
| Wij raden je aan om de gegevens hier te noteren: | |
|---|---|
| Model (MOD.) | ......................................... |
| Productnummer (PNC) | ......................................... |
| Serienummer (S.N.) | ......................................... |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
13. ENERGIEZUINIGHEID
13.1 Energiebesparing
Deze oven bevat functies die u helpen energie te besparen tijdens het dagelijks koken.
Zorg ervoor dat de ovendeur gesloten is als u de oven in werking stelt. Open de ovendeur niet te vaak tijdens gebruik. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit.
Gebruik metalen kookgerei om meer energie te besparen (alleen als u geen magnetronfunctie gebruikt).
Verwarm de oven niet voor als het niet hoeft.
Houd onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als je een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt.
Koken met hete lucht
Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen.
Restwarmte
Bij sommige ovenfuncties worden, als een programma met tijdselectie (Duur of Einde) in werking is en de bereidingstijd langer is dan 30 minuten, de verwarmingselementen automatisch eerder uitgeschakeld.
De ventilator en lamp blijven werken. Wanneer u de oven uitschakelt, geeft het display de restwarmte aan. U kunt die warmte gebruiken om het eten warm te houden.
Wanneer de kookduur langer is dan 30 minuten, verlaag dan de oventemperatuur tot minimaal 3-10 minuten voor het einde van het koken. De restwarmte in de oven blijft koken.
Pagina 38
38 www.aeg.com
Je kunt de restwarmte gebruiken om andere maaltijden op te warmen.
Eten warm houden
Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte
te gebruiken en een maaltijd warm te houden. Het indicatielampje van de restwarmte of temperatuur verschijnt op het display.
14. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het
symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi
apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.