AEG L6FB74KT, tekst van de handleiding
Pagina's 16–36 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–15verder op pagina 37 →
Pagina 16
16 www.aeg.com
| Programma | Programmabeschrijving |
|---|---|
| Machine Clean | Onderhoudscyclus met heet water om de trommel te reinigen en op te frissen en resten te verwijderen die geuren kunnen veroorzaken. Gebruik deze cyclus voor de beste resultaten eenmaal per maand. Verwijder voordat u deze cyclus laat draaien alle voorwerpen uit de trommel. Zet in het wasfasevak van het wasmiddeldoseerbakje de flap van het vak recht omhoog. Schenk in het wasfasevakje een kop waspoeder met bleekmiddel of wasmachinereiniger. NIET beide tegelijkertijd gebruiken. Na het reinigen van de trommel moet nog een spoelcyclus met een lege trommel zonder wasmiddel worden gedraaid om enige resten van waspoeder met bleekmiddel te verwijderen. |
| Alle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen. Om het | |
| Pompen/Centrifug. | wasgoed te centrifugeren en het water uit de trommel te pompen. |
| Alle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen. Program- | |
| Spoelen | ma voor spoelen en centrifugeren van het wasgoed. De standaardcentrifugeersnelheid is de snelheid die voor katoenprogramma´s wordt gebruikt. Verlaag de centrifugeersnelheid afhankelijk van het type wasgoed. Stel indien nodig de optie Spoelen+ in om spoelbeurten toe te voegen. Met een lage centrifugeersnelheid voert het apparaat delicate spoelgangen uit met kort centrifugeren. |
| Anti-allergie | Witte katoenen kleding. Dit programma verwijdert micro-or-ganismes dankzij een wasfase met een temperatuur die gedurende een aantal minuten boven de 60°C wordt gehouden. Dit helpt ziektekiemen, bacteriën, micro-organismen en andere deeltjes de verwijderen. Een extra spoelbeurt zorgt voor een juiste verwijdering van wasmiddelresten en pollen/allergie veroorzakende stoffen. Op die manier is het wassen effectiever. |
| Jeans | Denim kleding en jersey items. Normale vervuiling. Dit programma voert een behoedzame spoelfase uit die is ontwikkeld voor denim. Het vermindert vervaging en voorkomt dat waspoederresten op de vezels achterblijven. |
| Sport | Sportkleding van gemengd materiaal zoals polyester, elastanemengsels, polyamide. Een cyclus voor buitensportkleding dat normaal is vervuild |
| Katoen 20° | Gemengde was (katoenen en synthetische stoffen)3). |
Pagina 17
NEDERLANDS 17
| Programma | Programmabeschrijving |
|---|---|
| Katoen en synthetica, licht vervuild of slechts eenmaal gedra- | |
| 20 min. - 3 kg | gen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
- 1) Om kreuken te beperken, regelt deze cyclus de watertemperatuur en voert een zachte wasbeurt en centrifugeerfase uit. Het apparaat voegt extra spoelgangen toe.
- 2) Tijdens deze cyclus draait de trommel langzaam om voorzichtig te wassen. Het kan lijken alsof de trommel niet draait of niet goed draait. Dit is echter normaal voor dit programma.
- 3) Dit programma is voor dagelijks gebruik en heeft het laagste energie- en waterverbruik voor goede wasprestaties.
Programmatemperatuur, maximum centrifugetoerental en maximum belading
Programma Maximale lading
| Standaard temperatuur | Referentie centrifugeersnelheid |
| Temperatuurbereik | Bereik centrifugeersnelheid |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
| Wasprogramma's | |||
|---|---|---|---|
| Eco 40-60 | 40 °C 1) 60 °C - 30 °C2) | 1400 tpm 1400 tpm - 800 tpm | 7 kg |
| Katoen | 40 °C 95 °C - Koud ( | 1400 tpm 1400 tpm - 800 tpm | 7 kg |
| Synthetica | 40 °C 60 °C - Koud ( | 1200 tpm 1200 tpm - 800 tpm | 3 kg |
| Strijkvrij | 40 °C 60 °C - Koud ( | 800 tpm 800 tpm - 800 tpm | 2 kg |
| Fijne was | 30 °C 40 °C - Koud ( | 1200 tpm 1200 tpm - 800 tpm | 3 kg |
| Wol/Zijde | 40 °C 40 °C - Koud ( | 1200 tpm 1200 tpm - 800 tpm | 1,5 kg |
| Machine Clean | 60 °C | 1200 tpm 1200 tpm - 800 tpm | - |
| Pompen/Centrifug.3) | - | 1400 tpm 1400 tpm - 800 tpm | 7 kg |
| Spoelen | - | 1400 tpm 1400 tpm - 800 tpm | 7 kg |
| Anti-allergie | 60 °C | 1400 tpm 1400 tpm - 800 tpm | 7 kg |
Pagina 18
18 www.aeg.com
| Programma | Standaard temperatuur Temperatuurbereik | Referentie centrifugeersnelheid Bereik centrifugeersnelheid | Maximale lading | |
|---|---|---|---|---|
| Jeans | 40 °C 60 °C - Koud ( | ) | 1200 tpm 1200 tpm - 800 tpm | 7 kg |
| Sport | 30 °C 40 °C - Koud ( | ) | 1200 tpm 1200 tpm - 800 tpm | 3 kg |
| Katoen 20° | Koud ( ) | 1400 tpm 1400 tpm - 800 tpm | 7 kg | |
| 20 min. - 3 kg | 30 °C 40 °C - 30 °C | 1200 tpm 1200 tpm - 800 tpm | 3 kg | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
- 1) Volgens Verordening (EU) 2019/2023 van de Commissie kan dit programma bij 40 °C normaal bevuild katoenen wasgoed dat wasbaar is verklaard bij 40 °C of 60 °C, samen in dezelfde cyclus reinigen.
Voor de bereikte temperatuur in het wasgoed, de duur van het programma en andere gegevens wordt verwezen naar het hoofdstuk 'Verbruikswaarden'.
De meest efficiënte programma's op het gebied van energieverbruik zijn over het algemeen programma's die presteren bij lagere temperaturen en een langere duur.
- 2) Standaardprogramma's voor de Energielabel verbruikswaarden. Volgens de EU-regelgeving 1061/2010 is dit programma op 60 °C het «standaard 60°C katoenprogramma» en op 30 °C het «standaard 40°C katoenprogramma». Dit zijn de meest efficiënte programma's qua elektriciteits- en waterverbruik bij het wassen van normaal vervuild katoenen wasgoed.
De watertemperatuur van de wasfase kan verschillen van de temperatuur die is aangegeven voor het geselecteerde programma.
- 3) Stel de centrifugeersnelheid in. Zorg ervoor dat het geschikt is voor het soort stof dat wordt gewassen. Als u de optie Niet centrifugeren instelt, is enkel de afvoerfase beschikbaar.
Compatibiliteit programma-opties
Programma
| Eco 40-60 | ■ | ■ | ■ | ■ | ■ | ■ | ■ | ■ |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Katoen | ■ | ■ | ■ | ■ | ■ | ■ | ■ | ■ |
| Synthetica | ■ | ■ | ■ | ■ | ■ | ■ | ■ | ■ |
Pagina 19
NEDERLANDS 19
| Programma | ||
|---|---|---|
| Strijkvrij ■ ■ ■ ■ | ■ ■ | |
| Fijne was ■ ■ ■ | ■ ■ | |
| Wol/Zijde ■ ■ ■ | ||
| Machine Clean ■ ■ | ||
| Pompen/Centrifug. ■ ■ | ||
| Spoelen ■ | ■ | |
| Anti-allergie ■ ■ ■ ■ ■ | ■ | |
| Jeans ■ ■ ■ ■ ■ | ■ ■ | |
| Sport ■ ■ ■ ■ | ■ | |
| Katoen 20° ■ ■ ■ ■ | ■ ■ | |
| 20 min. - 3 kg ■ ■ | ||
| 1) Deze optie is niet beschikbaar bij een temperatuur lager dan 40 °C. 2) Als u een kortste cyclusduur instelt, adviseren wij u de grootte van de lading te verminderen. Het is mogelijk om de volledige lading te gebruiken, maar het wasresultaat kan dan minder bevredigend zijn. Geschikte wasmiddelen voor wasprogramma's | ||
| Programma Universeel Universele Vloeistof Fijne was en Speciaal poeder1) vloeistof (Li- voor ge- wol quid Univer- kleurde was sal) | ||
| Eco 40-60 ▲ ▲ ▲ | -- | -- |
| Katoen ▲ ▲ ▲ | -- | -- |
| Synthetica ▲ ▲ ▲ | -- | -- |
| Strijkvrij ▲ ▲ ▲ | -- | -- |
| Fijne was -- -- -- | ▲ | ▲ |
| Wol/Zijde -- -- -- | ▲ | ▲ |
Pagina 20
20 www.aeg.com
| Programma | Universeel poeder1) | Universele vloeistof (Liquid Universal) | Vloeistof voor gekleurde was | Fijne was en wol | Speciaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Anti-allergie | ▲ | ▲ | -- | -- | ▲ |
| Jeans | -- | -- | ▲ | ▲ | ▲ |
| Sport | -- | ▲ | ▲ | -- | ▲ |
| Katoen 20° | ▲ | ▲ | ▲ | -- | -- |
| 20 min. - 3 kg | -- | ▲ | ▲ | -- | -- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
- 1) Bij een temperatuur hoger dan 60 °C wordt het gebruik van waspoeder aanbevolen.
▲ = Aanbevolen -- = Niet aanbevolen
9.2 Woolmark Apparel Care - Blauw
De wolwascyclus van de machine is goedgekeurd door Woolmark voor het wassen van wollen kleding waarvan in het label staat dat het handwas is, op voorwaarde dat de kledingstukken worden gewassen volgens de instructies op het label in het kledingstuk en die van de fabrikant van deze wasmachine. Volg de instructies op het wasvoorschrift in de kleding. M1511
Het Woolmark-symbool is een certificeringsmerk in vele landen.
10. INSTELLINGEN
10.1 Veiligheid van kinderen
Met deze optie kunt u voorkomen dat kinderen met het bedieningspaneel spelen.
- Voor het inschakelen/uitschakelen van deze optie raakt u tegelijkertijd TPM en Extra aan tot het
indicatielampje aan/uit gaat. U kunt deze optie inschakelen:
- Nadat u toets Start/Pauze aanraakt: alle knoppen en de programmaknop worden uitgeschakeld (behalve de toets Aan /Uit).
- Voordat u toets Start/Pauze aanraakt: kan het apparaat niet starten.
Het apparaat behoudt de keuze van deze optie nadat u het heeft uitgeschakeld.
10.2 Geluidssignalen
Er klinkt een geluidssignaal als het programma voltooid is (gedurende 2 minuten opeenvolgende geluiden).
Voor het uitschakelen/inschakelen van de geluidssignalen raakt u gedurende 6 seconden tegelijkertijd toets Startuitstel en Tijd Besparen aan.
Als u de geluidssignalen uitschakelt, werken ze wel als er een storing optreedt.
Pagina 21
NEDERLANDS 21
10.3 Permanent extra spoelen
Met deze optie kunt bij elke programma automatisch een extra spoelbeurt instellen.
- Voor het inschakelen/uitschakelen van deze optie raakt u tegelijkertijd Temp.°C en TPM aan tot het relevante indicatielampje op het
display aan/uit gaat.
11. VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT
- 1. Zorg ervoor dat alle transportbouten uit het apparaat zijn verwijderd.
- 2. Zorg ervoor dat er stroom aanwezig is er dat de waterkraan openstaat.
- 3. Giet een kleine hoeveelheid wasmiddel in het vak dat wordt
aangegeven met .
- 4. Stel het programma voor katoen in op de hoogste temperatuur zonder wasgoed in de trommel en start het programma.
Dit verwijdert al het mogelijke vuil uit de trommel en de kuip.
12. DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Het apparaat inschakelen
- 1. Steek de stekker in het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan open
- 3. Druk een paar seconden op de Aan /Uit knop om het apparaat in te schakelen.
Er klinkt een korte toon.
12.2 Wasgoed in de machine doen
- 1. Open de deur van het apparaat.
- 2. Schud de items voor u ze in de wasautomaat plaatst.
- 3. Plaats het wasgoed stuk voor stuk in de trommel.
Zorg ervoor dat u niet te veel was in de trommel plaatst.
- 4. Doe de deur stevig dicht.
LET OP!
Zorg ervoor dat er geen wasgoed tussen de deur blijft klemmen. Er kan waterlekkage of beschadigd wasgoed ontstaan.
Pagina 22
22 www.aeg.com
12.3 Wasmiddel en additieven (wasverzachter, vlekkenmiddel) toevoegen
12.4 De stand van de klep controleren
- 1. Trek de wasmiddeldoseerlade uit tot deze niet meer verder kan.
- 2. Druk de hendel in om de lade uit te trekken.
2
Vakje voor voorwasmiddel, weekprogramma of vlekkenverwijderaar.
Wasmiddelvakje voor wasfase.
Bakje voor vloeibare toevoegingen (wasverzachter, stijfsel).
Dit is het maximale niveau voor vloeibare toevoegingen.
Klep voor waspoeder of vloeibaar wasmiddel.
Volg altijd de instructies op die u op de verpakking van het wasmiddel aantreft. We raden u wel aan het maximaal aangegeven niveau niet te overschrijden ( ). Deze hoeveelheid zal u echter de beste wasresultaten geven.
Verwijder na de wascyclus indien vereist achtergebleven wasmiddel uit het wasmiddelvakje.
- 3. Draai de klep omhoog om poederwasmiddel te gebruiken.
1
- 4. Draai de klep omlaag om vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
Pagina 23
NEDERLANDS 23
Met de klep in de stand OMLAAG:
- Gebruik geen gelatineachtige of dikke vloeibare wasmiddelen.
- Giet niet meer vloeibaar wasmiddel in het vakje dan de limiet op de klep.
- Stel de voorwasfase niet in.
- Stel de startuitstelfunctie niet in.
- 5. Meet het wasmiddel en wasverzachter af.
- 6. Sluit de wasmiddeldoseerlade voorzichtig.
Zorg bij het sluiten van de lade dat de klep geen blokkering veroorzaakt.
12.5 Een programma instellen
- 1. Draai aan de programmaknop om het wasprogramma in te stellen. Het lampje van de Start/Pauze knop knippert.
Op het display verschijnt de geschatte programmaduur.
- 2. Indien nodig, wijzig de temperatuur, de centrifugeersnelheid, de cyclusduur of voeg extra opties toe. Als u een optie activeert, gaat het indicatielampje van de ingestelde optie branden.
Als een keuze niet mogelijk is gaat het indicatielampje niet aan en klinkt er een geluidssignaal.
12.6 Een programma starten
Raak toets Start/Pauze aan om het programma te starten.
Het bijbehorende indicatielampje stopt met knipperen en blijft branden.
Het programma start en de deur wordt vergrendeld. Op het display verschijnt
het indicatielampje .
De afvoerpomp gaat in werking kort voordat het apparaat zich met water vult.
12.7 Een programma starten met een uitgestelde start
Druk op toets Start/Pauze.
Het aftellen van de uitgestelde start wordt op het display weergegeven. Als het aftelproces voltooid is, wordt het programma gestart.
De aanpassing voor PROSENSE begint nadat het aftellen is beëindigd.
Het annuleren van de uitgestelde start als het afstellen is begonnen
De uitgestelde start annuleren:
- 1. Druk op Start/Pauze om het apparaat te pauzeren. Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Druk herhaaldelijk op de knop Startuitstel tot het display toont.
- 3. Druk nogmaals op toets Start/Pauze om het programma onmiddellijk te starten.
Het wijzigen van de uitgestelde start als het afstellen is begonnen
De uitgestelde start wijzigen:
- 1. Druk op Start/Pauze om het apparaat te pauzeren. Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Druk herhaaldelijk op de toets Startuitstel totdat het display de gewenste uitsteltijd weergeeft.
- 3. Druk nogmaals op toets Start/Pauze om het aftellen opnieuw te laten beginnen.
Pagina 24
24 www.aeg.com
12.8 De ladingdetectie ProSense
Nadat de knop Start/Pauze wordt aangeraakt, begint de ProSensetechnologie met de waarneming van de wasgoedlading:
- 1. Het apparaat neemt binnen een paar minuten de lading waar, de
aanduiding knippert en de trommel draait kort rond.
- 2. Nadat de lading is waargenomen,
gaat de aanduiding uit.
Circa 20 minuten na de start van het programma kan de programmaduur afhankelijk van de capaciteit van de wateropname van de stoffen worden aangepast.
De waarneming ProSense wordt alleen uitgevoerd met volledige wasprogramma´s (zonder gekozen overslafase).
12.9 Een programma onderbreken en de opties wijzigen
U kunt als een programma bezig is maar een paar opties wijzigen:
- 1. Druk op toets Start/Pauze.
Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Wijzig de opties. De weergegeven informatie in het display wijzigt overeenkomstig.
- 3. Druk nogmaals op toets Start/Pauze. Het wasprogramma gaat verder.
12.10 Een actief programma stoppen.
- 1. Druk op de Aan /Uit toets om het programma te annuleren en om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Druk opnieuw op de Aan /Uit toets om het apparaat in te schakelen. U kunt nu een nieuw wasprogramma kiezen.
Als de ProSense-fase al voltooid is en de machine al met water gevuld wordt, begint het nieuwe programma zonder herhaling van de ProSensefase. Het water en wasmiddel worden niet weggepompt om verspilling te voorkomen.
Er bestaat ook een andere manier om te annuleren:
- 1. Draai de programmakiezer naar
de ”Reset”-stand .
- 2. Wacht vervolgens 1 seconde Op het
display verschijnt .
U kunt nu een nieuw wasprogramma kiezen.
12.11 Openen van de deur - kledingstukken toevoegen
Als een programma of het startuitstel in werking is, is de deur van de wasmachine vergrendeld.
Als de temperatuur en het waterniveau in de trommel te hoog zijn en/of de trommel nog draait, kunt u de deur niet openen.
- 1. Druk op de knop Start/Pauze . Op het display gaat het indicatielampje van de deurvergrendeling uit.
- 2. Open de deur van het apparaat. Indien nodig kunt u items toevoegen of uitnemen.
- 3. Sluit de deur en druk op de toets Start/Pauze .
Pagina 25
NEDERLANDS 25
Het programma of startuitstel gaat verder.
- 4. De deur kan worden geopend als het programma is voltooid of stel centrifugeren- of drainageprogramma/optie en druk op de knop Start/Pauze .
12.12 Einde van het programma
Wanneer het programma is voltooid, stopt het apparaat automatisch. De geluidssignalen weerklinken (als ze actief zijn).
In het display gaan alle wasfaseaanduidingen continu branden
en toont de tijdzone .
Het lampje van de Start/Pauze toets gaat uit.
Het deur ontgrendelt en de aanduiding
gaat uit.
- 1. Druk op de Aan /Uit-knop om het apparaat uit te zetten.
Vijf minuten na afloop van het programma schakelt de energiebesparingsfunctie het apparaat automatisch uit.
Als u het apparaat weer inschakelt, wordt het einde van het als laatste ingestelde programma in het display weergegeven. Draai aan de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.
- 2. Haal het wasgoed uit het apparaat.
- 3. Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
- 4. Laat de deur en het wasmiddeldoseerbakje iets open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen.
- 5. Draai de waterkraan dicht.
12.13 Laat het water weglopen na afloop van de cyclus
Indien u een programma heeft gekozen of een optie die het water van de laatste
spoelbeurt niet wegpompt, wordt het programma voltooid, maar:
- Op het display verschijnt de
aanduiding voor gesloten deur
- De trommel draait nog regelmatig om kreukvorming van het wasgoed te voorkomen.
- De deur blijft vergrendeld.
- U moet het water afvoeren om de deur te kunnen openen:
- 1. Raak indien nodig de toets TPM aan om het centrifugeertoerental dat door het apparaat wordt voorgesteld te verlagen.
- 2. Druk op Start/Pauze om het programma voort te zetten
- 3. Als het programma is voltooid, gaat
het deurvergrendelingssymbool uit en kunt u de deur openen.
- 4. Druk een paar seconden op de knop voor Aan /Uit om het apparaat uit te schakelen.
Het apparaat zal hoe dan ook het water na circa 18 uur automatisch uit het apparaat wegpompen.
12.14 Stand-by-optie
De stand-by-functie schakelt het apparaat automatisch uit om stroom te besparen als:
- Het apparaat is 5 minuten voordat u op de knop Start/Pauze drukt niet gebruikt.
Druk opnieuw op de toets Aan /Uit om het apparaat in te schakelen.
- 5 minuten na afloop van het wasprogramma
Druk opnieuw op de toets Aan /Uit om het apparaat in te schakelen.
De tijd van het laatst ingestelde programma wordt weergegeven op het display.
Draai aan de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.
Pagina 26
26 www.aeg.com
Als u een programma of optie instelt die eindigt met water in de trommel, wordt het apparaat niet door de stand-by-functie gedeactiveerd om u eraan te herinneren het water weg te pompen.
13. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
13.1 Voor u het wasgoed in de trommel doet
- Verdeel het wasgoed in: wit, gekleurd, synthetisch, fijne was en wol.
- Volg de wasinstructies die u op de waslabels van het wasgoed vindt.
- Was witte en bonte artikelen niet samen.
- Sommige bonte items kunnen verkleuren met de eerste wasbeurt.
We raden je aan ze apart te wassen voor de eerste paar keren.
- Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met opdrukken binnenstebuiten.
- Behandel hardnekkige vlekken voor.
- Was hardnekkige vlekken met een speciaal wasmiddel.
- Wees voorzichtig met gordijnen.
Verwijder de haken of stop de gordijnen in een waszak of kussensloop.
- Was geen wasgoed zonder zomen of met scheuren. Gebruik een waszakje om kleine items te wassen (bijv. beugelbh's, riemen, panty's, veters, linten, etc.).
- Een zeer kleine lading kan problemen veroorzaken bij de centrifugefase die leiden tot overmatige trillingen. Als dit voorkomt: a. onderbreek het programma en open de deur (raadpleeg hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'); b. herverdeel de lading met de hand zodat de items gelijkmatig over de trommel zijn verdeeld;
- c. druk op de toets Start/Pauze. De centrifugeerfase gaat door.
- Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Bind riemen, koorden, veters, linten en andere losse elementen vast.
- Maak de zakken leeg en vouw de artikelen open.
13.2 Hardnekkige vlekken
Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te behandelen voordat u deze artikelen in de machine stopt.
Er zijn speciale vlekkenverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekkenverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.
13.3 Type en hoeveelheid wasmiddel
De keuze van het wasmiddel en het gebruik van de juiste hoeveelheden beïnvloedt niet alleen uw wasprestaties, maar helpt ook om verspilling te voorkomen en het milieu te beschermen:
- Gebruik uitsluitend wasmiddelen en andere middelen die speciaal bedoeld zijn voor wasmachines. Volg eerst deze algemene regels:
Pagina 27
NEDERLANDS 27
- waspoeder voor alle soorten weefsels, met uitzondering van fijne was. Kies bij voorkeur voor waspoeder met bleekmiddel voor witte was en hygiënisch wassen, – vloeibare wasmiddelen, voor wasprogramma's op lage temperatuur (max. 60 °C) voor alle weefselsoorten of speciale middelen voor wollen artikelen.
- De keuze en hoeveelheid wasmiddel zal afhangen van: type stof (delicaat, wollen, katoen, enz.), de kleur van de kleding, de grootte van de lading, de mate van vervuiling, wastemperatuur en hardheid van het gebruikte water.
- Volg de aanwijzingen op de verpakking van het wasmiddel of de andere toevoegingen zonder het
aangegeven maximumniveau ( ) te overschrijden.
- Vermeng geen verschillende soorten wasmiddel met elkaar.
- Gebruik minder wasmiddel als:
- u een kleine lading wast,
- het wasgoed licht vervuild is,
- er grote hoeveelheden schuim zijn tijdens het wassen.
- Bij het gebruik van wasmiddeltabletten of -pods, plaatst u ze altijd in de trommel, niet in het wasmiddeldoseerbakje.
Onvoldoende wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- onbevredigende wasresultaten,
- het wasgoed dat grijs wordt,
- vettige kleding,
- schimmel in het apparaat.
Overmatig wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- schuimen,
- verminderd waseffect,
- ontoereikend spoelen,
- een grotere impact op het milieu.
13.4 Milieutips
Om water en energie te besparen en om het milieu te helpen beschermen, raden
wij u aan de volgende tips ter harte te nemen
- Normaal vuile waskanzonder voorwas worden gewassen om wasmiddel, water en tijd te besparen (ook het milieu wordt zo beschermd!)
- Door het apparaat te laden tot de maximale capaciteit die voor elk programma is aangegeven, wordt het energie- en waterverbruik verminderd.
- Met de juiste voorbehandeling kunnen vlekken en vuil worden verwijderd; het wasgoed kan dan op een lagere temperatuur worden gewassen.
- Om de juiste hoeveelheid wasmiddel te gebruiken, raadpleegt u de hoeveelheid voorgesteld door de producent van het wasmiddel en controleert u de waterhardheid van uw huishoudelijk systeem. Zie
"Waterhardheid".
- Stel de maximaal mogelijke centrifugeersnelheidin voor het geselecteerde wasprogramma voordat u uw was droogt in een wasdroger. Dit bespaart energie tijdens het drogen!
13.5 Waterhardheid
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterontharder voor wasautomaten aan. In gebieden waar het water zacht is, is het gebruik van een waterontharder niet nodig.
Neem contact op met het plaatselijke waterleidingbedrijf voor de waterhardheid in uw gebied.
Gebruik de juiste hoeveelheid waterontharder. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
Pagina 28
28 www.aeg.com
14. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
14.1 Schema periodieke reiniging
Periodieke reiniging helpt de levensduur van uw apparaat te verlengen.
Houd na elke cyclus de deur en de wasmiddeldispenser een beetje op een kier om luchtcirculatie te krijgen en de vochtigheid in het apparaat te drogen: dit voorkomt schimmels en geurtjes.
Als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt: sluit de waterkraan en trek de stekker uit het stopcontact.
Indicatief schema periodieke reiniging:
| Ontkalken | Twee keer per jaar |
|---|---|
| Onderhoudswasbeurt | Eenmaal ter maand |
| Deurafdichting reinigen | Iedere twee maanden |
| Trommel reinigen | Iedere twee maanden |
| Wasmiddeldoseerbakje reinigen | Iedere twee maanden |
| De filter van de afvoerpomp reinigen | Twee keer per jaar |
| De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen | Twee keer per jaar |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
In de volgende paragrafen wordt uitgelegd hoe u elk onderdeel moet reinigen.
14.2 Vreemde voorwerpen verwijderen
Zorg ervoor dat de zakken leeg zijn en dat alle losse elementen zijn vastgebonden voordat u uw cyclus uitvoert. Raadpleeg 'De waslading' in 'Aanwijzingen en tips'.
Verwijder alle vreemde voorwerpen (zoals metalen clip, knoppen, munten, enz.) die u kunt vinden in de deurafdichting, de filters en de trommel. Raadpleeg de paragrafen 'Deurafdichting met dubbele lip', 'De trommel reinigen', 'De afvoerpomp reinigen' en 'De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen'. Neem indien nodig contact op met een erkend servicecentrum.
14.3 Buitenkant reinigen
Het apparaat alleen schoonmaken met milde zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog. Gebruik geen schuursponsjes of krassend materiaal.
LET OP!
Gebruik geen alcohol, oplosmiddelen of chemische producten.
LET OP!
Reinig de metalen oppervlakken niet met een reinigingsmiddel op chloorbasis.
14.4 Ontkalken
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterontharder voor wasautomaten aan.
Controleer de trommel regelmatig op kalkaanslag.
Pagina 29
NEDERLANDS 29
De normale wasmiddelen bevatten al wateronthardende middelen, maar we raden aan af en toe een cyclus te draaien met een lege trommel en een ontkalkingsproduct.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
14.5 Onderhoudswasbeurt
Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel achterblijft in de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswasbeurt uit. Ga als volgt te werk:
- Haal al het wasgoed uit de trommel.
- Selecteer het katoenprogramma met de hoogste temperatuur of gebruik, indien beschikbaar, het programma Machine Clean. Voeg een kleine hoeveelheid waspoeder toe aan de lege trommel om achtergebleven resten weg te spoelen.
14.6 Deurrubber
Controleer het deurrubber regelmatig en verwijder voorwerpen uit de binnenkant.
14.7 De trommel reinigen
Controleer de trommel regelmatig om roestdeeltjes te voorkomen.
Voor een complete reiniging:
- 1. Reinig de trommel met speciale producten voor roestvrij staal.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
- 2. Laat een kort katoenprogramma op hoge temperatuur draaien of
gebruik, indien beschikbaar, programma Machine Clean. Voeg een kleine hoeveelheid waspoeder toe aan de lege trommel om achtergebleven resten weg te spoelen.
14.8 Het wasmiddeldoseerbakje reinigen
Om mogelijke afzetting van opgedroogd wasmiddel of geklonterde wasverzachter en/of schimmelvorming in de wasmiddellade te voorkomen dient u af en toe de volgende reinigingsprocedure uit te voeren:
- 1. Open de lade. Duw de pal zoals aangegeven in de afbeelding naar beneden en trek de lade uit.
1
2
- 2. Verwijder het bovenste gedeelte van het vak voor toevoegingen om het reinigen te vereenvoudigen en spoel het af onder de kraan met warm water om resten van opgehoopt wasmiddel te verwijderen. Plaats het bovenste gedeelte na reiniging terug op zijn plek.
- 3. Zorg ervoor dat alle wasmiddelresten van de boven- en onderkant van de
Pagina 30
30 www.aeg.com
uitsparing zijn verwijderd. Reinig de uitsparing met gebruik van een kleine borstel.
- 4. Steek de wasmiddellade in de geleiderail en sluit hem. Draai het spoelprogramma zonder wasgoed in de trommel te plaatsen.
14.9 Maak de afvoerpomp schoon.
WAARSCHUWING!
Trek de stekker uit het stopcontact.
Controleer het filter van de afvoerpomp regelmatig en zorg ervoor dat deze schoon is.
Reinig de afvoerpomp wanneer:
- Het apparaat geen water wegpompt.
- De trommel niet ronddraait.
- Het apparaat een ongebruikelijk geluid maakt door een verstopping in de afvoerpomp.
- Op het display verschijnt de
alarmcode .
WAARSCHUWING!
- Verwijder het filter niet als het apparaat in gebruik is.
- Reinig de pomp niet zolang het water in de machine heet is. Wacht tot het water is afgekoeld.
Voor het reinigen van de pomp gaat u als volgt te werk:
- 1. Open het deksel van de pomp.
| 2 1 |
|---|
| 2. 3. Plaats een geschikte bak onder de opening van de afvoerpomp om het uitstromende water op te vangen. Open de afvoerklep naar beneden. Houd altijd een doek bij de hand om het eventueel gemorste water op te kunnen vegen als u het filter verwijdert. |
| 4. Draai het filter 180 graden naar om het te openen, zonder verwijdering. Laat het water wegstromen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
links
Pagina 31
NEDERLANDS 31
180˚
- 5. Als de bak vol met water is, draait u het filter terug en leegt u de bak.
- 6. Herhaal stappen 4 en 5 totdat er geen water meer uitstroomt.
- 7. Draai het filter naar links om het te verwijderen.
- 8. Verwijder, indien noodzakelijk, pluizen en andere voorwerpen uit de filterholte.
- 9. Verzeker u ervan dat de pompwaaier onbelemmerd kan ronddraaien. Als hij niet roteert: neem contact op met een erkend servicecentrum.
- 10. Reinig het filter onder de waterkraan.
- 11. Zet het filter terug in de speciale geleidingen door hem met de klok mee te draaien. Zorg ervoor dat u het filter goed vastdraait om lekkage te voorkomen.
- 12. Sluit het pompdeksel.
14.10 Het filter van de toevoerslang en het klepfilter reinigen
Het wordt aanbevolen beide filters van de toevoerslang en -klep geregeld te reinigen ter verwijdering van aanslag dat met de tijd opgehoopt:
- 1. Verwijder de toevoerslang van de kraan en reinig het filter.
Pagina 32
32 www.aeg.com
- 2. Verwijder de toevoerslang van het apparaat door de ringmoer los te draaien.
- 3. Reinig het klepfilter aan de achterzijde van het apparaat met een tandenborstel.
- 4. Draai de slang bij het weer aansluiten op het apparaat naar links of rechts (niet in verticale positie) afhankelijk van de positie van uw waterkraan.
15. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
14.11 Noodafvoer
Als het apparaat het water niet kan wegpompen, voert u dezelfde procedure uit zoals beschreven in de paragraaf 'Reinigen van de afvoerpomp'. Maak de pomp zo nodig schoon.
14.12 Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als het apparaat is geïnstalleerd op een plek waar de temperatuur 0°C of daaronder kan bereiken, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan dicht.
- 3. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
- 4. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
- 5. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0°C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
Pagina 33
NEDERLANDS 33
15.1 Alarmcodes en mogelijke storingen
Het apparaat start of stopt niet tijdens de werking. Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie tabellen).
WAARSCHUWING!
Voordat u een handeling verricht, de stekker uit het stopcontact trekken.
Bij enkele problemen geeft het display een alarmcode weer en kan de Start/Pauze - knop continu knipperen:
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| Het apparaat wordt niet goed gevuld met water. | • Zorg ervoor dat de waterkraan geopend is. • Ga na of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contactpersoon op met uw plaatselijke waterleidingsbedrijf. • Verzeker u ervan dat de waterkraan niet verstopt is. • Controleer of er geen knikken of bochten in de watertoevoerslang aanwezig zijn. • Zorg dat de positie van de watertoevoerslang correct is. • Zorg dat de filter van de toevoerslang en de filter van de klep niet verstopt zijn. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". |
| Het apparaat pompt geen water weg. | • Verzeker u ervan dat de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Verzeker u ervan dat de aftapslang geen knikken of bochten heeft. • Controleer of de afvoerfilter niet verstopt is. Reinig indien nodig de filter. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". • Zorg dat de aansluiting van de waterafvoerslang correct is. • Stel het afvoerprogramma in als u een programma zonder afvoerfase instelt. • Stel het afvoerprogramma in als u een optie heeft gekozen waarbij water in de kuip blijft. |
| De deur is open of niet goed gesloten. | • Controleer of de deur goed gesloten is. |
| Geen communicatie tussen elektronische elementen van de machine. | • Het programma werd niet juist voltooid of het apparaat is te vroeg gestopt. Schakel het apparaat uit en weer aan. • Als de alarmcode weer verschijnt, neem dan contact op met een erkend servicecentrum. |
| De stroomtoevoer is niet stabiel. | • Wacht tot de stroomtoevoer stabiel is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
Als het display andere alarmcodes aangeeft, schakel het apparaat dat uit en weer in. Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met de Servicedienst.
Raadpleeg onderstaande tabel voor mogelijke oplossingen in geval van een ander probleem met de wasmachine.
Pagina 34
34 www.aeg.com
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| Het programma start niet. | • Controleer of de netstekker is aangesloten op het stopcontact. • Controleer of de deur van het apparaat gesloten is. • Zorg dat er geen zekering in de zekeringenkast is doorgebrand. • Verzeker u ervan dat Start/Pauze bediend is. • Als de uitgestelde start is ingesteld, annuleert u deze functie of wacht u tot de afloop van de afteltijd. • Schakel het kinderslot uit. • Controleer de stand van de knop op het gekozen programma. |
| De machine vult zich met water en pompt dit direct weg. | • Zorg dat de afvoerslang zich op de juiste hoogte bevindt. De slang kan te laag hangen. Raadpleeg 'Montage-instructies'. |
| De centrifugeerfase werkt niet of de wasfase duurt langer dan normaal. | • Stel het centrifugeerprogramma in. • Controleer of de afvoerfilter niet verstopt is. Reinig indien nodig de filter. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". • Verdeel het wasgoed handmatig in de trommel en start de centrifugeerfase opnieuw. Dit probleem wordt mogelijk veroorzaakt door problemen met de balans. |
| Er ligt water op de vloer. | • Zorg dat de aansluitingen van de waterslangen goed vast zitten en dat er geen lekken zijn. • Zorg ervoor dat de watertoevoer- en afvoerslangen niet beschadigd zijn. • Zorg dat u het juiste wasmiddel en de juiste hoeveelheid gebruikt. |
| U kunt de deur van het apparaat niet openen. | • Zorg ervoor dat er geen wasprogramma is gekozen dat eindigt met water in de trommel. • Zorg dat het wasprogramma voltooid is. • Stel het afvoer- of centrifugeerprogramma in als er zich water in de trommel bevindt. • Verzeker u ervan dat er elektrische stroom op de machine staat. • Dit probleem kan veroorzaakt worden door een storing van het apparaat. Neem contact op met een erkend servicecentrum. |
| De machine maakt abnormale geluiden en trilt. | • Zorg dat het apparaat waterpas staat. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Zorg dat de verpakking en/of de transportbouten verwijderd zijn. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Voeg meer wasgoed aan de trommel toe. De lading is te klein. |
| De programmaduur neemt toe of neemt af tijdens het draaien van het programma. | • Het ProSense System kan de duur van het programma aanpassen aan het type en de hoeveelheid wasgoed. Zie 'Beladingsdetectie ProSense System' onder het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. |
Pagina 35
NEDERLANDS 35
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| Het wasresultaat is niet bevredigend. | • Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander middel. • U hebt de hardnekkige vlekken niet voor het wassen uit het wasgoed gehaald. • Zorg dat u de juiste temperatuur instelt. • Verminder de hoeveelheid wasgoed. |
| Te veel schuim in de trommel tijdens de wascyclus. | • Verminder de hoeveelheid wasmiddel. |
| Na de wascyclus is er wat wasmiddel achtergebleven in de wasmiddellade. | • Ga na of de klep zich in de juiste positie bevindt (OMHOOG voor waspoeder - OMLAAG voor vloeibaar wasmiddel). • Verzeker u ervan dat u het wasmiddelvakje heeft gebruikt volgens de instructie in deze gebruiksaanwijzing. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
Schakel na de controle de machine in. Het programma wordt voortgezet vanaf het punt van onderbreking.
Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met het geautoriseerd servicecentrum.
De contactgegevens van het servicecentrum staan op het typeplaatje.
16. VERBRUIKSWAARDEN
16.1 Link naar EU-EPRELdatabank
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een weblink naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de link htps:/eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die u vindt op het typeplaatje van het apparaat. Zie het hoofdstuk 'Beschrijving van het product'.
16.2 Legenda
| kg | Wasgoed. u:mm Programmaduur. |
|---|---|
| kWh | Energieverbruik. °C Temperatuur in de was. |
| Liter | Waterverbruik. tpm Centrifugeersnelheid. |
| % | Resterend vocht aan het einde van de centrifugeerfase. Hoe hoger de centrifugeersnelheid, hoe hoger het geluid en hoe lager het resterende vocht. |
Pagina 36
36 www.aeg.com
Waarden en programmaduur kunnen verschillen afhankelijk van verschillende omstandigheden (bijv. kamertemperatuur, watertemperatuur en - druk, ladinggrootte en type wasgoed, voedingsspanning) en ook als u de standaardinstelling van een programma wijzigt.
16.3 Volgens Verordening (EU) 2019/2023 van de Commissie
| Eco 40-60 pro-kg gramma | kWh | Liter u:mm | % | °C tpm1) |
|---|---|---|---|---|
| Volledige bela-7 ding | 1.050 | 50 3:20 | 52 | 44 1351 |
| Halve belading 3,5 | 0.790 | 42 2:30 | 52 | 41 1351 |
| Kwartbelading 2 | 0.405 | 40 2:30 | 54 | 29 1351 |
| 1) Maximale centrifugesnelheid. Stroomverbruik in verschillende modi | ||||
| Uit (W) | Stand-by (W) | Uitgestelde start (W) | ||
| 0,48 | 0,48 | 4,00 | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
De tijd tot de Uit-/Stand-bymodus is maximaal 15 minuten.
16.4 In overeenstemming met Verordening 1061/2010
| Standaard katoenprogramma's. | Lading (kg) | Energieverbruik (kWh) | Waterverbruik (liter) | Gemiddelde programmaduur (minuten) | Resterend vocht (%)1) |
|---|---|---|---|---|---|
| Voor standaard 60°C katoen: Stel Eco 40-60 in op 60°C | 7 | 0.92 | 44 | 250 | 52 |
| Voor standaard 60°C katoen: Stel Eco 40-60 in op 60°C | 3,5 | 0.68 | 35 | 204 | 52 |
| Voor standaard 40°C katoen: Stel Eco 40-60 in op 30°C | 3,5 | 0.59 | 36 | 189 | 52 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
- 1) Aan het einde van de centrifugeerfase.