AEG L73474NFL, tekst van de handleiding
Pagina's 19–28 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 19
NEDERLANDS 19
- 3. Druk weer op Start/Pauze om het programma direct te starten.
10.10 Onderbreken van een programma en een optie wijzigen
U kunt slechts enkele functies wijzigen voordat ze gaan werken.
- 1. Druk op toets Start/Pauze.
Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Wijzig de ingestelde optie.
- 3. Druk nogmaals op toets Start/Pauze. Het wasprogramma gaat verder.
10.11 Een actief programma annuleren
- 1. Druk op toets Aan/Uit om het programma te annuleren en om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Druk opnieuw op toets Aan/Uit om het apparaat in te schakelen.
U kunt nu een nieuw wasprogramma kiezen.
Het apparaat voert het water af voordat u een nieuw programma start. Zorg er in dit geval voor dat het wasmiddel nog in het doseerbakje zit, zo niet vul het dan bij.
10.12 De deur openen als het programma in werking is
LET OP!
Als de temperatuur en het waterpeil in de trommel te hoog zijn, blijft het symbool voor de deurvergrendeling
aan en kunt u de deur niet openen.
Ga als volgt te werk om de deur te openen:
- 1. Druk een paar seconden op de knop voor Aan/Uit om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Wacht een paar minuten met het openen van de deur.
- 3. Sluit de deur van het apparaat.
- 4. Activeer het apparaat en stel het programma weer in.
10.13 De deur openen als de functie uitgestelde start is ingesteld.
Als het startuitstel in werking is, is de deur van het apparaat vergrendeld. De deur van het apparaat openen:
- 1. Als u op de toets Start/Pauze drukt: Op het display gaat het indicatielampje
van de deurvergrendeling uit.
- 2. Open de deur van het apparaat.
- 3. Sluit de deur en druk op toets Start/ Pauze.
Het startuitstel gaat door.
10.14 Einde programma
Wanneer het programma is voltooid, stopt het apparaat automatisch. Als het geluidssignaal actief is, weerklinkt het signaal.
Op het display gaat aan en het
indicatielampje deur vergrendeld gaat uit.
Het lampje van toets Start/Pauze gaat uit.
- 1. Druk op toets Aan/Uit om het apparaat uit te schakelen.
Vijf minuten na afloop van het programma schakelt energiebesparingsfuncie het apparaat automatisch uit.
Als u het apparaat weer inschakelt, wordt het einde van het als laatste ingestelde programma in het display weergegeven. Draai aan de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.
- 2. Haal het wasgoed uit het apparaat.
- 3. Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
- 4. Laat de deur iets open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen
Pagina 20
20 www.aeg.com
10.15 Laat het water weglopen na afloop van de cyclus
Het wasprogramma is voltooid, maar er staat water in de trommel:
De trommel draait regelmatig om kreukvorming van het wasgoed te voorkomen.
Het indicatielampje van de deur brandt. De deur blijft vergrendeld.
U moet het water afvoeren om de deur te kunnen openen:
- 1. De centrifugeersnelheid zo nodig verlagen.
- 2. Druk op de knop Start/Pauze.
Het apparaat voert het water af en centrifugeert.
- 3. Als het programma is voltooid, gaat
het deurvergrendelingssymbool uit en kunt u de deur openen.
- 4. Druk een paar seconden op Aan/Uit om het apparaat uit te schakelen.
Na ongeveer 18 uur begint het apparaat automatisch met het afvoeren van water en centrifugeren.
10.16 AUTO Stand-by-optie
De AUTO Stand-by-functie schakelt het apparaat automatisch uit om stroom te besparen als:
- Het apparaat is 5 minuten voordat u op de knop Start/Pauze drukt niet gebruikt.
Druk opnieuw op de toets Aan/Uit om het apparaat in te schakelen.
- 5 minuten na afloop van het wasprogramma
Druk opnieuw op de toets Aan/Uit om het apparaat in te schakelen.
De tijd van het laatst ingestelde programma wordt weergegeven op het display.
Draai aan de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.
Als u een programma of optie instelt die eindigt met water in de trommel, wordt het apparaat niet door de AUTO Stand-by functie gedeactiveerd om u eraan te herinneren het water weg te pompen.
11. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
11.1 Voor u het wasgoed in de trommel doet
- Verdeel het wasgoed in: wit, bont, synthetisch, fijne was en wol.
- Volg de wasinstructies die u op de waslabels van het wasgoed vindt.
- Was witte en bonte artikelen niet samen.
- Sommige bonte weefsels kunnen uitlopen als zij de eerste keer worden gewassen. We raden daarom aan om dit soort kleding de eerste keer dan ook apart te wassen.
- Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Rol riemen op.
- Maak alle zakken leeg en vouw alle artikelen open.
- Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met geverfde opdrukken binnenstebuiten.
- Verwijder ingedroogde vlekken met een speciaal wasmiddel.
- Zwaar bevuilde was met vlekken moet gewassen en voorbehandeld worden voordat het in de trommel wordt gedaan
- Wees voorzichtig met gordijnen.
Verwijder de haken of stop de gordijnen in een waszak of kussensloop.
- Was geen wasgoed zonder zomen of met scheuren. Gebruik een waszakje om kleine items te wassen (Bijv. beugelbh's, riemen, panty's, etc.).
- Een zeer kleine lading kan problemen veroorzaken bij de centrifugefase. Als dit gebeurt, kunt u de artikelen
Pagina 21
NEDERLANDS 21
handmatig verdelen in de trommel en de centrifugefase opnieuw starten.
11.2 Hardnekkige vlekken
Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te behandelen voordat u deze artikelen in de machine stopt.
Er zijn speciale vlekkenverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekkenverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.
11.3 Wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen
- Gebruik alleen wasmiddelen en nabehandelingsproducten die bedoeld zijn voor gebruik in een wasautomaat:
- waspoeder voor alle soorten weefsels, – waspoeder voor delicate stoffen (40 °C max) en wol, – vloeibare wasmiddelen, bij voorkeur voor wasprogramma's op lage temperatuur (60 °C max.) voor alle soorten weefsels, of speciaal voor alleen wol.
- Vermeng geen verschillende soorten wasmiddel met elkaar.
- Gebruik niet meer dan de benodigde hoeveelheid wasmiddel om het milieu te beschermen.
- Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van deze producten.
- Gebruik de juiste producten voor het type en de kleur stof, de programmatemperatuur en de mate van vervuiling.
- Als uw machine geen wasmiddeldoseerbakje heeft met klepje, voeg dan het vloeibare wasmiddel toe met een doseerbol (meegeleverd bij het wasmiddel).
11.4 Milieutips
- Start een wasprogramma altijd met de maximum toegestane hoeveelheid wasgoed.
- Gebruik indien nodig een vlekkenverwijderaar als u een programma met een lage temperatuur instelt.
- Controleer de waterhardheid van uw plaatselijke systeem om de juiste hoeveelheid wasmiddel te gebruiken.
Zie "Waterhardheid".
11.5 Waterhardheid
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterverzachter voor wasautomaten aan. In gebieden waar de waterhardheid zacht is, is het gebruik van een waterverzachter niet nodig.
Neem contact op met het plaatselijke waterleidingbedrijf voor de waterhardheid in uw gebied.
Gebruik de juiste hoeveelheid van de waterverzachter. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
12. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Buitenkant reinigen
Het apparaat alleen schoonmaken met zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog.
LET OP!
Gebruik geen brandspiritus, oplosmiddelen of chemische producten.
12.2 Ontkalken
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterontharder voor wasautomaten aan.
Pagina 22
22 www.aeg.com
Controleer de trommel regelmatig om kalk en roestdeeltjes te voorkomen.
Gebruik alleen speciale producten voor wasmachines om roestdeeltjes te verwijderen. Doe dit apart van het wassen van wasgoed.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
- Haal al het wasgoed uit de trommel.
- Kies het katoenprogramma met de hoogste temperatuur met een kleine hoeveelheid wasmiddel.
12.4 Deurrubber
12.3 Onderhoudswasbeurt
Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel achterblijft in de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswasbeurt uit. Ga als volgt te werk:
Controleer het deurrubber regelmatig en verwijder voorwerpen uit de binnenkant.
12.5 Het afwasmiddeldoseerbakje reinigen
- 1. 2.
1
2
- 3. 4.
Pagina 23
NEDERLANDS 23
12.6 Het afvoerfilter schoonmaken
Reinig het afvoerfilter niet als het water in de machine heet is.
Controleer het filter van de afvoerpomp regelmatig en houd het schoon.
Herhaal stap 2 en 3 tot er geen water meer wegstroomt.
| 3. | |
| 1 | 2 |
| 5. |
Pagina 24
24 www.aeg.com
Houd altijd een doek bij de hand om eventueel morsen van water op te nemen.
Verzeker u ervan dat de pompwaaier onbelemmerd kan ronddraaien. Als hij niet roteert: neem contact op met een erkend servicecentrum. Zorg er ook voor dat u het filter goed vastdraait om lekkage te voorkomen.
12.7 Het filter van de toevoerslang en het klepfilter reinigen
| 1 | 2 | 3 |
|---|---|---|
| 3. |
Pagina 25
NEDERLANDS 25
12.8 Noodafvoer
Het apparaat kan geen water afvoeren door een storing.
Als dit optreedt, voert u stappen (1) tot
- (8) uit van "Het afvoerfilter reinigen". Maak de pomp zo nodig schoon.
Als u het water afpompt met gebruikmaking van de noodafpompprocedure, moet u het aftapsysteem opnieuw activeren:
- 1. Giet 2 liter water in het wasvak van de wasmiddellade.
- 2. Start het programma om het water af te pompen.
12.9 Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar de temperatuur lager is dan
0° C, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan dicht.
- 3. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
- 4. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
- 5. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0°C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
13. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
13.1 Introductie
Het apparaat start of stopt niet tijdens de werking.
Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie tabel). Als het probleem aanhoudt, neemt u contact op met de Servicedienst.
Bij sommige problemen werken de geluidssignalen en toont de display een alarmcode:
- - Het apparaat wordt niet goed gevuld met water. Start het apparaat opnieuw door te drukken op de knop Start/Pauze. Na 10 seconden wordt de deur ontgrendeld.
- - Het apparaat pompt geen water weg.
- - De deur is open of niet goed gesloten. Controleer de deur!
- - De stroomtoevoer is onstabiel.
Wacht tot de stroomtoevoer stabiel is.
- - Geen communicatie tussen de elektronische elementen van het apparaat. Schakel uit en terug aan.
Het programma werd niet juist voltooid of het apparaat is te vroeg gestopt. Als het alarmcode weer verschijnt, neem dan contact op met een erkend servicecentrum.
- - Het beschermingssysteem tegen waterlekkage is in werking getreden. Koppel het apparaat los en draai de waterkraan dicht. Neem contact op met een erkend servicecentrum.
WAARSCHUWING!
Schakel het apparaat uit voordat u controles uitvoert.
Pagina 26
26 www.aeg.com
13.2 Mogelijke storingen
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| Het programma start niet. | • Verzeker u ervan dat de netstekker is aangesloten op het stopcontact. • Verzeker u ervan dat de klep van het apparaat gesloten is. • Verzeker u ervan dat er geen beschadigde zekering in het zekeringenkastje is. • Zorg dat de knop Start/Pauze is ingedrukt. • Als uitgestelde start gekozen is: annuleer de instelling of wacht op het einde van de aftelprocedure. • Schakel het kinderslot uit. |
| Het apparaat wordt niet goed met water gevuld. | • Verzeker u ervan dat de waterkraan geopend is. • Ga na of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contactpersoon op met uw plaatselijke waterleidingsbedrijf. • Verzeker u ervan dat de waterkraan niet verstopt is. • Verzeker u ervan dat het filter van de inlaatslang en het filter van het ventiel niet verstopt zijn. Zie het hoofdstuk 'Onderhoud en reiniging'. • Controleer of er geen knikken of bochten in de watertoevoerslang aanwezig zijn. • Verzeker u ervan dat de aansluiting van de waterinlaatslang in orde is. • Verzeker u ervan dat de aansluitingen van de waterinlaatslangen in orde zijn. |
| Het apparaat vult zich niet met water en pompt dit direct weg. | • Verzeker u ervan dat de aftapslang in de juiste positie is. De slang kan te laag hangen. Raadpleeg 'Montage-instructies'. |
| Het water niet wordt afgepompt uit de machine. | • Verzeker u ervan dat de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Verzeker u ervan dat de aftapslang geen knikken of bochten heeft. • Verzeker u ervan dat de aansluiting van de aftapslang in orde is. • Stel het afvoerprogramma in als u een programma zonder afvoerfase instelt. • Stel het afvoerprogramma in als u een optie instelt waarbij water in de trommel blijft. • Verzeker u ervan dat het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig indien nodig het filter. Zie 'Onderhoud en reiniging'. • Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met de Servicedienst. |
Pagina 27
NEDERLANDS 27
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| De centrifugeerfase werkt niet of de wascyclus duurt langer dan normaal. | • Stel de centrifugeersnelheid in. • Stel het afvoerprogramma in als u een optie instelt waarbij water in de trommel blijft. • Verzeker u ervan dat het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig indien nodig het filter. Zie 'Onderhoud en reiniging'. • Verdeel het wasgoed met de hand in de trommel en start de centrifugeerfase opnieuw. Dit probleem kan veroorzaakt zijn door evenwichtsproblemen. |
| Er is water op de vloer. | • Verzeker u ervan dat de koppelingen van de waterslangen goed afgedicht zijn en dat er geen waterlekkage is. • Zorg ervoor dat de watertoevoer- en afvoerslangen niet beschadigd zijn. • Zorg ervoor dat u het juiste wasmiddel in de juiste hoeveelheid gebruikt. |
| U kunt de klep van de machine niet openen. | • Controleer of het wasprogramma is voltooid. • Stel het afvoer- of centrifugeerprogramma in als er zich water in de trommel bevindt. • Houd u zich aan de noodafvoerprocedure. Zie "Voorzorgsmaatregelen bij vorst" (in het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging"). |
| Het apparaat maakt een abnormaal geluid. | • Zorg ervoor dat de machine goed waterpas staat. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Verzeker u ervan dat de verpakking en/of de transportbouten verwijderd zijn. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Leg meer wasgoed in de trommel. De belading kan te gering zijn. |
| De cyclus is korter dan de weergegeven tijd. | • Het apparaat berekent een nieuwe tijd aan de hand van de wasgoedlading. Zie het hoofdstuk 'Verbruikswaarden'. |
| De cyclus is langer dan de weergegeven tijd. | • Een wasgoedlading die niet in balans is verlengt de duur. Dit is normaal gedrag van het apparaat. |
| De wasresultaten laten te wensen over. | • Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander wasmiddel. • Gebruik speciale producten voor het verwijderen van hardnekkige vlekken voordat u het wasgoed wast. • Verzeker u ervan dat u de juiste temperatuur gekozen heeft. • Verminder de wasgoedbelading. |
| U kunt geen optie instellen. | • Zorg dat u alleen op de gewenste tiptoets(en) drukt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Schakel na de controle de machine in. Het programma wordt voortgezet vanaf het punt van onderbreking.
Als het probleem zich nogmaals voordoet: neem contact op met een erkend servicecentrum.
Als het display andere alarmcodes toont. Schakel de machine uit en zet hem weer aan. Als het probleem zich blijft voordoen: neem contact op met een erkend servicecentrum.
Pagina 28
28 www.aeg.com
14. TECHNISCHE GEGEVENS
| Afmetingen Breedte / Hoogte/ Diepte/ Totale diepte | 600 mm/ 850 mm/ 545 mm/ 578 mm |
| Aansluiting op het elek- Spanning triciteitsnet Totaal vermogen Zekering Frequentie | 230 V 2200 W 10 A 50 Hz |
| Niveau van bescherming tegen het binnendringen van vaste deeltjes en vocht gewaarborgd door het beschermdeksel, behalve wanneer de laagspanningsapparatuur geen bescherming tegen vocht heeft | IPX4 |
| Druk watertoevoer Minimum Maximum | 0,5 bar (0,05 MPa) 8 bar (0.8 MPa) |
| Watertoeover 1) | Koud water |
| Toelaatbare maximum Katoen (Cotton) belading | 7 kg |
| Energiebesparingsklasse | A+++ |
| Centrifugeersnelheid Maximum | 1400 tpm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
- 1) Sluit de waterinlaatslang aan op een waterkraan met een 3/4'' -schroefdraad.
15. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het symbool
. Gooi de verpakking in een geschikte verzamelcontainer om het te recyclen. Help om het milieu en de volksgezondheid te beschermen en recycle het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten
gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.