AEG L74800, tekst van de handleiding
Pagina's 4–33 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–3verder op pagina 34 →
Pagina 4
Opstel- en aansluitaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Veiligheidsaanwijzingen voor de installatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Opstelling van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Het apparaat transporteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Uitpakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Plaats van opstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Het apparaat juist afstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Wateraansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Water inlet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Waterafvoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Garantie/Adres service-afdeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Pagina 5
Gebruiksaanwijzing
1 Veiligheid
Voor de eerste ingebruikname
- Volg de “Opstel- en aansluitinstructies” op.
- Als het apparaat in de wintermaanden wordt geleverd bij temperaturen onder het vriespunt: de wasautomaat voor de ingebruikname gedurende 24 uur op kamertemperatuur laten acclimatiseren.
Gebruik volgens de voorschriften
- De wasautomaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik, voor het wassen van wasgoed.
- Constructieve wijzigingen of veranderingen aan het apparaat zijn niet toegestaan.
- Alleen was- en nabehandelingsmiddelen gebruiken die voor huishoudelijke wasautomaten geschikt zijn.
- Het wasgoed mag geen ontvlambare oplosmiddelen bevatten. Explosiegevaar!
- De wasautomaat niet voor chemische reiniging gebruiken.
- Kleur- en ontkleurmiddelen mogen alleen in de wasautomaat worden gebruikt als de fabrikant van dit product dit uitdrukkelijk vermeldt. Voor eventuele schade zijn wij niet aansprakelijk.
Veiligheid van kinderen
- Verpakkingsonderdelen buiten bereik van kinderen houden. Verstikkingsgevaar!
- Kinderen kunnen de gevaren die aan het omgaan met elektrische apparaten verbonden zijn, vaak niet inschatten. Laat kinderen niet zonder toezicht bij de wasautomaat.
- Controleer of kinderen of huisdieren niet in de trommel kunnen klauteren. Levensgevaar!
Pagina 6
Algemene veiligheid
- Reparaties aan wasautomaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd.
- Neem de wasautomaat nooit in gebruik als het aansluitsnoer beschadigd is of als het bedieningspaneel, het bovenblad of de sokkel van het apparaat dermate beschadigd zijn dat de binnenzijde van het apparaat open toegankelijk is.
- Voor reiniging, onderhoud en reparatiewerkzaamheden dient de wasautomaat uitgeschakeld te worden. Bovendien de stekker uit het stopcontact trekken of bij een vaste aansluiting de beveiligingsschakelaar in de zekeringkast uitschakelen of de schroefzekering geheel uitdraaien.
- Als het apparaat gedurende een langere periode niet gebruikt zal gaan worden, dient het apparaat van de stroomvoorziening gescheiden te worden en dient de waterkraan gesloten te worden.
- De netstekker nooit aan het snoer uit het stopcontact trekken, maar aan de stekker.
- Meerwegstekkers, koppelingen en verlengingsnoeren mogen niet worden gebruikt. Brandgevaar door oververhitting!
- De wasautomaat niet met een waterstraal afspuiten. Risico op elektrische schokken!
- Bij wasprogrammaís op hoge temperaturen wordt het glas van de vuldeur heet. Niet aanraken!
- Voor het aftappen van water, het reinigen van de afvoerpomp of noodontgrendeling van de vuldeur dient het sop eerst af te koelen.
- Huisdieren kunnen snoeren en waterslangen doorbijten. Risico op elektrische schokken en gevaar voor wateroverlast! Huisdieren uit de buurt van de wasautomaat houden.
Pagina 7
Apparatuurbeschrijving
| Wasmiddellade | Bedieningspaneel |
|---|---|
| Kenplaatje (achterzijde vuldeur) | |
| Schroefvoeten | Sokkel/ |
| (in hoogte verstelbaar) | Afvoerpomp |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Bedieningspaneel
Toets Centrifugeren/SPOELSTOP Multidisplay
| Toets STARTTIJDKEUZE | Indicatie van het programmaverloop | |
| Extra programmatoetsen | Indicatie DEUR Programmakiezer | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Toets START/PAUZE Indicatie OVERDOSERING
Pagina 8
Programmaoverzicht
| Programma | Extra programma’s | Centrifugetoerental | |||
|---|---|---|---|---|---|
| ECO2) | 6kg | • | |||
| WITTE WAS /BONTE WAS 95, 60, 40, 30 | 6kg | •3) | •4) | ||
| 40-60 MIX | 6kg | • | |||
| KREUKHERSTELLEND 60, 50, 40, 30 | 3kg | • | •4) | ||
| STRIJKVRIJ 40 | 1kg | • | • | ||
| FIJNE WAS 40, 30 | 3kg | • | |||
| WOL/ZIJDE H (handwas) 40, 30, KOUD | 2kg | ||||
| SPOELEN | 3kg | ||||
| POMPEN | |||||
| CENTRIFUGEREN | 6kg | ||||
| 30 MIN. | 3kg | ||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
- 1) Een emmer van 10 liter bevat ongeveer 2,5 kg droog wasgoed (katoen).
- 2) Programma-instellingen voor tests conform resp. in navolging van EN 60 456 en IEC 60 456 zijn in het hoofdstuk “Verbruikswaarden” beschreven.
- 3) Aanbevolen vulgewicht bij korte programma's 3kg; een volle belading is mogelijk, echter met een iets minder reinigingsresultaat.
- 4) VLEKKEN - pas vanaf 40°C instelbaar omdat het vlekkenzout alleen op hogere temperaturen werkzaam wordt.
Pagina 9
| Gebruik/Eigenschappen | Behandelings-symbolen1) |
|---|---|
| Energiesparend programma bij 60 °C voor licht tot normaal vervuild wit of bont wasgoed van katoen/linnen. | M O |
| Programma voor normaal tot sterk vervuild wit of bont wasgoed van katoen/linnen. | J M O |
| Programma voor wit en bont wasgoed dat op verschillende temperaturen moet worden gewassen. Wasgoed dat volgens de behandelingssymbolen op 40 °C of op 60 °C apart gewassen moet worden, kan met dit programma samen worden gewassen. Zo benut u de capaciteit van de trommel beter en bespaart u energie. Het wasresultaat van een normaal programma op 60 °C wordt bereikt. | J M |
| Programma voor kreukherstellende mengweefsels en synthetische weefsels. | I K N |
| Speciaal programma bij 40 °C voor kreukherstellend textiel, dat na dit programma nog slechts licht of zelfs helemaal niet hoeft te worden gestreken. | K N |
| Voorzichtig programma voor fijne weefsels zoals textiel dat uit meer lagen bestaat, microvezels, synthetische stoffen en vitrage (max. 20 bis 25m2 vitrage in de wasmachine doen). Met SPOELSTOP ook geschikt voor textiel met speciaal ademend membraan, bijvoorbeeld outdoorkleding. | I K |
| Bijzonder voorzichtig programma voor met de hand en wasmachine wasbare wol/ zijde. | Q L H |
| Apart voorzichtig spoelen (3 spoelgangen, vloeibaar nabehandelingsmiddel wordt uit het inspoelvak & ingespoeld, voorzichtig centrifugeren). | I K N Q L H |
| Wegpompen van het water na een SPOELSTOP. | |
| Pompen en centrifugeren bijv. na SPOELSTOP of apart centrifugeren van handgewassen witte was/bonte was. | J M O |
| Speciaal programma bij 30 °C, ca. 30 minuten, voor het kort wassen van bijv. eenmaal gedragen, licht vervuilde sportkleding of nieuw wasgoed. | J M O I K N |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
- 1) Het cijfer in het behandelingssymbool geeft de maximale temperatuur aan.
Pagina 10
Voor de eerste keer wassen
Om eventuele bij de fabricage ontstane resten in de trommel en kuip te verwijderen, dient de eerste wasgang zonder wasgoed uitgevoerd te worden. Programma: WITTE WAS/BONTE WAS 95, toets KORT indrukken, ca. 1/4 meetbeker waspoeder toevoegen.
Wasgoed voorbereiden en sorteren
Wasgoed voorbereiden
- Zakken leegmaken. Vreemde voorwerpen (bijv. muntstukken, paperclips, spijkers, enz.) verwijderen.
- Ritssluitingen sluiten, overtrekken dichtknopen, dit om schade aan wasgoed te voorkomen.
- Gordijnrolletjes verwijderen of in een net/waszak binden.
- Kwetsbare delen en klein wasgoed in een net/kussensloop wassen, bijv. vitrage, nylonkousen, sokjes, zakdoeken, beha’s.
Let op! Behaís en ander wasgoed met beugels uitsluitend in een net wassen. Beugels kunnen losraken en het apparaat beschadigen.
Wasgoed sorteren
- Op kleur: Wit en gekleurd wasgoed apart wassen. Wasgoed kan kleurstof afgeven.
- Op temperatuur, soort wasgoed en behandelingsetiket.
Let op! Wasgoed met het behandelingsetiket G (= niet wassen!) niet in de wasautomaat wassen.
Pagina 11
Wasprogramma uitvoeren
Deur openen/Wasgoed in de machine doen
- 1. Vuldeur openen: aan de greep van de vuldeur trekken.
De indicaties DEUR en START/PAUZE geven bij een ingeschakeld apparaat aan of de vuldeur kan worden geopend.
| Indicatie DEUR | Indicatie START/PAUZE | Vuldeur openen mogelijk? |
|---|---|---|
| brandt groen | knippert rood of is uit | ja |
| brandt groen | brandt rood | ja, na het indrukken van de toets START/PAUZE |
| brandt rood of is uit | knippert rood of brandt rood | nee, te hoge waterstand resp. te hoge temperatuur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
- 2. Wasgoed uitvouwen en losjes in de wasmachine doen. Grote en kleine stukken wasgoed mengen.
Let op! Geen wasgoed tussen de vuldeur en de rubberen afdichting inklemmen.
- 3. Vuldeur goed dichtdrukken. De sluiting dient hoorbaar vast te klikken.
Was-/nabehandelingsmiddel doseren
Let op! Alleen was- en nabehandelingsmiddel gebruiken die voor huishoudelijke wasautomaten geschikt zijn.
Was-/nabehandelingsmiddel volgens de aanwijzingen van de fabrikant van het was-/nabehandelingsmiddel doseren. Volg de aanwijzingen op de verpakkingen op.
De dosering is afhankelijk van:
- de mate van vervuiling van het wasgoed,
- de hoeveelheid wasgoed
- en de hardheid van het leidingwater.
- Als de fabrikant geen aanwijzingen voor kleine hoeveelheden wasgoed op de verpakking geeft: bij een halve lading een derde minder wasmiddel, bij de laagste belading slechts de helft van het wasmiddel dat bij een volledige belading wordt geadviseerd.
- Vanaf waterhardheid 2 (=middel) dient waterontharder gebruikt te worden. Het wasmiddel kan dan voor waterhardheid 1 (=zacht) wor-
11
Pagina 12
den gedoseerd. Informatie over de plaatselijke waterhardheid kunt u bij het betreffende waterleidingbedrijf verkrijgen.
- 1. De wasmiddellade zo ver mogelijk uittrekken.
- 2. Was-/nabehandelingsmiddel doseren.
- 3. De wasmiddellade geheel inschuiven.
| Waspoeder/-tabletten voor de hoofdwas | Vlekkenzout/-tabletten |
| Wasverzachter/ stijfsel | Waspoeder/-tabletten voor de voorwas of waterontharder |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
Waspoeder/-tabletten voor de hoofdwas
Als u gebruik maakt van een waterontharder en het rechtervakje voor voorwasmiddel nodig heeft, de waterontharder op het hoofdwasmiddel in het linkervakje doseren.
Wasverzachter, stijfsel
Het vakje ten hoogste tot de markering MAX vullen. Dikvloeibaar concentraat voor het doseren volgens de aanwijzingen van de fabrikant verdunnen. Poedervormig stijfsel oplossen.
Als u vloeibaar wasmiddel gebruikt:
Vloeibaar wasmiddel met de door de wasmiddelfabrikant aangeboden doseerhouder doseren.
Apparaat inschakelen/Programma kiezen
3
Programma en temperatuur met de programmakiezer instellen.
Als u een programma kiest, schakelt u gelijk het apparaat in.
- De indicatie van het programmaverloop geeft de programmastappen aan die door het gekozen programma worden uitgevoerd.
- In de multidisplay verschijnt de vermoedelijke programmaduur (in minuten).
Pagina 13
Centrifugetoerental wijzigen/Spoelstop kiezen
De wasautomaat stelt het maximaal toelaatbare toerental voor dat geschikt is voor het gekozen programma. U kunt het toerental verlagen:
Druk daarvoor zo vaak op de toets
Centrifugeren/SPOELSTOP tot de gewenste indicatie brandt.
3 Het toerental voor het uiteindelijke centrifugeren kan tijdens het programma nog worden gewijzigd. Daarvoor:
- 1. Op de toets START/PAUZE drukken.
- 2. Het toerental wijzigen.
- 3. Nogmaals op de toets START/PAUZE drukken.
SPOELSTOP
Bij SPOELSTOP blijft het wasgoed in het laatste spoelwater staan. Er zal geen centrifugeerproces plaatsvinden, er zal tussentijds gecentrifugeerd worden. Het tussentijds centrifugeren is programma-afhankelijk en kan niet worden gewijzigd.
Extra programma’s kiezen
3
Druk, indien gewenst, toets(en) voor extra programma’s in. De bijbehorende indicatie brandt.
Als “Err“ in de multidisplay knippert is het gekozen extra programma niet met het ingestelde wasprogramma te combineren.
SPOELEN+
Bij de programma’s ECO, WITTE WAS/BONTE WAS, FIJNE WAS, KREUK-HERSTELLEND en STRIJKVRIJ worden twee extra spoelgangen uitgevoerd (bijvoorbeeld bij overgevoeligheid van de huid).
KORT
Kort wasprogramma voor licht vervuilde was.
Pagina 14
VOORWAS
Warme voorwas voor de automatisch volgende hoofdwas; met tussendoor centrifugeren bij WITTE WAS/BONTE WAS en KREUKHERSTELLEND, zonder tussendoor centrifugeren bij FIJNE WAS.
VLEKKEN
Voor sterk vervuild wasgoed of wasgoed met vlekken. Het vlekkenzout wordt op het optimale tijdstip tijdens het verloop van het programma in de wasautomaat gespoeld.
Dit programma kan uitsluitend worden ingesteld vanaf 40°C, aangezien vlekkenmiddelen pas bij hogere temperaturen werkzaam zijn.
BEHOEDZAAM
Verhoogde spoelwerking door extra spoelgang bij gelijktijdig verminderde beweging van de trommel (voorzichtig voor wasgoed). Ideaal wanneer er vaak moet worden gewassen, bijvoorbeeld bij overgevoeligheid van de huid.
Starttijdkeuze instellen
3 Met de toets STARTTIJDKEUZE kunt u de start van een programma 30 minuten (30') tot max. 23 uur (23h) uitstellen.
- 1. Programma kiezen.
- 2. De toets STARTTIJDKEUZE zo vaak indrukken tot het gewenste starttijduitstel in de multidisplay verschijnt, bijv. 12h, als het programma over 12 uur moet starten. De indicatie STARTTIJDKEUZE brandt.
3 Wordt 23h aangegeven en drukt u nogmaals dan is de starttijdkeuze weer opgeheven. Op de indicatie verschijnt 0'en aansluitend de looptijd van het ingestelde programma.
- 3. Om de starttijdkeuze te activeren, op de toets START/PAUZE drukken. De resterende tijd tot de start van het programma wordt doorlopend aangegeven, bijv. 12h, 11h, 10h, ... 30' enz.).
Programma starten
- 1. Controleer of de waterkraan geopend is.
- 2. Druk op toets START/PAUZE. Het wasprogramma wordt gestart of start na afloop van de ingestelde starttijdkeuze.
3 Als na het indrukken van de toets START/PAUZE E40 in de multidisplay knippert, de indicatie EINDE 4x knippert en tegelijkertijd 4x een sig-
14
Pagina 15
naaltoon klinkt, is de vuldeur niet goed gesloten. Druk de vuldeur goed dicht en druk nogmaals op de toets START/PAUZE.
Verloop van het programma
- De indicatie van het programmaverloop geeft de programmafase aan die wordt uitgevoerd.
- De multidisplay geeft de vermoedelijke resterende tijd (in minuten) tot aan het einde van het programma aan.
De resterende looptijd kan tijdens het wasprogramma langer worden of kort blijven staan omdat het programma zich aan de verschillende omstandigheden bij het wassen aanpast (bijv. soort en hoeveelheid wasgoed, onbalansherkenning bij het centrifugeren, extra spoelen, enz.).
3 Programma onderbreken/Wasgoed bijvullen
Programma onderbreken
- Als gevolg van het indrukken van de toets START/PAUZE kan een programma op ieder gewenst moment worden onderbroken en door het opnieuw indrukken van de toets START/PAUZE weer worden voortgezet.
- Voor het voortijdig afbreken van een programma dient de programmakiezer op UIT gedraaid te worden. Let op! Op het water in het apparaat letten!
Was bijvullen
Was bijvullen is mogelijk, zolang de indicatie DEUR groen brandt.
- 1. Druk op de toets START/PAUZE. Vuldeur kan worden geopend.
- 2. De vuldeur sluiten en nogmaals op de toets START/PAUZE drukken. Het programma gaat verder.
Programma beëindigd/Wasgoed uit de machine nemen
Aan het einde van het programma brandt EINDE op de indicatie van het programmaverloop. Zodra de indicatie DEUR groen is kan de vuldeur worden geopend.
- 1. Vuldeur openen en het wasgoed uitnemen.
- 2. Programmakiezer op UIT draaien.
- 3. Na het wassen de wasmiddellade iets naar buiten trekken, zodat deze kan drogen. De vuldeur iets openzetten opdat de wasautomaat kan luchten.
Pagina 16
Als SPOELSTOP is gekozen:
Na spoelstop brandt EINDE op de indicatie van het programmaverloop. Eerst moet het water worden weggepompt:
- de programmakiezer op UIT en aansluitend op POMPEN draaien en op de toets START/PAUZE drukken (er wordt zonder centrifugeren weggepompt),
- of de programmakiezer op UIT en aansluitend op CENTRIFUGEREN draaien. Afhankelijk van het soort wasgoed eventueel het toerental aanpassen en op de toets START/PAUZE drukken (er wordt gepompt en gecentrifugeerd).
Overdosering
Als de indicatie OVERDOSERING brandt, dan is in het afgelopen programma te veel wasmiddel gebruikt. Let de volgende keer op de doseeraanwijzingen van de wasmiddelfabrikant en op het vulgewicht!
Kinderbeveiliging
Bij een geactiveerde kinderbeveiliging kan de vuldeur niet meer gesloten worden.
Kinderbeveiliging instellen: De draaiknop (aan de binnenkant van de vuldeur) met een muntstuk zover mogelijk rechtsom draaien.
Waarschuwing! De draaiknop mag zich na het instellen niet in ingedrukte positie bevinden omdat anders de kinderbeveiliging niet functioneert! De draaiknop moet volgens de afbeelding uitgetrokken zijn.
Kinderbeveiliging opheffen: De draaiknop met een muntstuk zover mogelijk linksom draaien.
Pagina 17
Reiniging en onderhoud
Let op! Gebruik voor het reinigen van het apparaat geen reinigingsmiddelen voor meubels of agressieve reinigingsmiddelen.
Neem het bedieningspaneel en de behuizing met een vochtige doek af.
Reinigingswasgang
Als er overwegend bij lage temperaturen wordt gewassen dient af en toe een kookprogramma te worden gedraaid. Zo wordt eventuele afzetting verminderd. Bovendien wordt het apparaat zo van binnen gereinigd.
Wasmiddellade
De wasmiddellade dient regelmatig gereinigd te worden.
- 1. Trek de wasmiddellade met een krachtige ruk uit het apparaat.
- 2. Neem het inzetstuk voor de wasverzachter uit het middelste vak.
- 3. Reinig alle delen met water.
- 4. Het inzetstuk voor de wasverzachter zo ver mogelijk insteken, zodat het vast zit.
- 5. Maak ook het gehele inspoelgedeelte van de wasautomaat en vooral ook de sproeiers aan de bovenkant van de inspoelvakjes met een borstel schoon.
- 6. De wasmiddellade in de geleidingsrails plaatsen en naar binnen schuiven.
Wastrommel
Als gevolg van roestende voorwerpen in het wasgoed of ijzerhoudend leidingwater kan roestvorming op de trommel ontstaan.
Let op! De trommel niet met zuurhoudende ontkalkingsmiddelen, chloor of ijzer bevattende schuurmiddelen of staalwol reinigen.
- 1. Eventuele roestafzettingen op de trommel met een reinigingsmiddel voor roestvrij staal verwijderen.
Pagina 18
- 2. Wasgang zonder wasgoed uitvoeren en schoonmaakmiddelrestanten uitspoelen. Programma: WITTE WAS/BONTE WAS 95, toets KORT indrukken, ca. 1/4 meetbeker waspoeder toevoegen.
Vuldeur en rubberen ring
Regelmatig controleren, of afzettingen of vreemde voorwerpen zich in de naden van de rubberen ring of aan de binnenkant van het deurvenster hebben afgezet. Deurvenster en rubberen ring regelmatig reinigen.
Wat te doen als...
Kleine storingen zelf oplossen
Als tijdens het gebruik een van de volgende foutmeldingen in de multidisplay wordt aangegeven:
- E10 (probleem met de watertoevoer),
- E20 (probleem met de waterafvoer),
- E40 (vuldeur open), kijk dan in onderstaande tabel.
Druk nadat de storing is opgelost op de toets START/PAUZE.
Bij andere foutmeldingen (E en getal of letter): schakel het apparaat uit en weer in. Het programma opnieuw instellen. Druk op toets START/ PAUZE.
Als de storing nogmaals wordt aangegeven neem dan contact op met de service-afdeling en noem de foutcode.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Wasautomaat werkt niet. | De stekker zit niet in het stopcontact of de zekering is niet in orde. | De stekker in het stopcontact steken. De zekering controleren. |
| De vuldeur is niet goed gesloten. | Sluit de vuldeur tot de sluiting hoorbaar vastklikt. | |
| De toets START/PAUZE is niet lang genoeg ingedrukt. | De toets START/PAUZE langer indrukken. | |
| De vuldeur kan niet gesloten worden. | De kinderbeveiliging is geactiveerd. | De kinderbeveiliging opheffen. |
| Bij het indrukken van een toets verschijnt Err in de multidisplay. | De gekozen functie is niet te combineren met het ingestelde programma. | Maak een andere keuze. |
Pagina 19
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| E40 verschijnt. De indicatie EINDE knippert 4x, tegelijkertijd klinkt er 4x een zoemer. | De vuldeur is niet goed gesloten. | De vuldeur goed sluiten. Het programma nogmaals starten. |
| E10 verschijnt. De indicatie EINDE knippert 1x, tegelijkertijd klinkt er 1x een zoemer. (Problemen met de watertoevoer) | De kraan is gesloten. | Draai de kraan open. |
| De zeef in de schroefverbinding van de toevoerslang is verstopt. | Draai de kraan dicht. Schroef de slang af, neem de zeef uit en reinig deze. | |
| De kraan is verkalkt of is defect. | Controleer de kraan, indien nodig laten repareren. | |
| Wasautomaat trilt tijdens het wassen of staat niet stil. | De transportbeveiliging is niet verwijderd. | De transportbeveiliging verwijderen. |
| De schroefvoeten zijn niet goed ingesteld. | De voeten volgens de opstel- en aansluitaanwijzing afstellen. | |
| Was is niet gecentrifugeerd. | Slechts een paar grote stukken wasgoed in de trommel. | Trommel altijd zo vol mogelijk beladen. Grote en kleine delen door elkaar mengen. |
| Er loopt water loopt onder de wasautomaat uit. | De schroefverbinding van de toevoerslang lekt. | De toevoerslang vastschroeven. |
| De afvoerslang lekt. | De afvoerslang vervangen. | |
| De deksel van de afvoerpomp is niet goed gesloten. | De deksel goed sluiten. | |
| Wasgoed zit tussen de deur geklemd. | De volgende keer de machine zorgvuldig beladen. | |
| De aftapslang lekt. | De aftapslang goed sluiten. | |
| EF0 verschijnt. De indicatie EINDE knippert 15x, tegelijkertijd klinkt er 15x een zoemer. De afvoerpomp loopt voortdurend, ook bij een uitgeschakeld apparaat. | De beveiliging tegen wateroverlast, aqua-control, is in werking getreden. | Draai de kraan dicht, trek vervolgens de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de service-afdeling. |
| Het sop schuimt sterk. Aan het einde van het wasproces breekt het centrifugeren af. Indicatie OVERDOSERING brandt. | Waarschijnlijk is er te veel wasmiddel gebruikt. | Wasmiddel precies volgens de aanwijzingen van de fabrikant doseren. |
Pagina 20
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| E20 verschijnt. De indicatie EINDE knippert 2x, tegelijkertijd klinkt er 2x een zoemer. (Problemen met de waterafvoer) | Er zit een knik in de afvoerslang. | Leg de slang recht. |
| De maximale pomphoogte van 1m is overschreden. | Neem a.u.b. contact op met de service-afdeling. | |
| De afvoerpomp is verstopt. | Het apparaat uitschakelen. De stekker uit het stopcontact trekken. De afvoerpomp reinigen. Vreemde voorwerpen uit het pomphuis verwijderen. | |
| Bij sifonaansluiting: de sifon is verstopt. | De sifon reinigen. | |
| Er is geen wasverzachter ingespoeld, het vakje w voor nabehandelingsmiddel is met water gevuld. | Het inzetbakje voor de wasverzachter in het vakje voor nabehandelingsmiddel is niet goed bevestigd of is verstopt. | De wasmiddellade reinigen, het inzetbakje voor de wasverzachter goed plaatsen. |
| De vuldeur kan bij een ingeschakeld apparaat niet worden geopend. | De vuldeur is vergrendeld. | Wachten tot de indicatie DEUR groen brandt. |
| Stroomuitval! (Alle indicaties zijn uit.) De vuldeur blijft ca. 4 tot 10 minuten vergrendeld. | Het programma gaat verder wanneer de stroomuitval voorbij is. | |
| Voor het uitnemen van het wasgoed: Als water in het apparaat zichtbaar is, dient voor het openen van de vuldeur eerst het water afgevoerd te worden (zie hoofdstuk „Water aftappen“). | ||
| Het wasgoed is erg gekreukt. | Er is mogelijk te veel wasgoed in de machine gedaan. | De maximale vulhoeveelheid dient aangehouden te worden. |
Pagina 21
Als het wasresultaat niet bevredigend is
Het wasgoed is grauw en kalk heeft zich in de trommel vastgezet.
- Er is onvoldoende wasmiddel gebruikt.
- Niet het juiste wasmiddel is gebruikt.
- Speciale vervuilingen zijn niet voorbehandeld.
- Programma of temperatuur zijn niet correct ingesteld.
Op het wasgoed zijn grijze vlekken aanwezig
- Met zalf, vet of olie vervuild wasgoed is met te weinig wasmiddel gewassen.
- Er is op te lage temperatuur gewassen.
- De meest voorkomende oorzaak is dat wasverzachter, en met name in geconcentreerde vorm, op het wasgoed terecht is gekomen. Dergelijke vlekken dienen zo snel mogelijk uitgewassen te worden en de betreffende wasverzachter dient voorzichtig gebruikt te worden.
Na de laatste spoelgang is nog schuim zichtbaar
- Moderne wasmiddelen kunnen ook in de laatste spoelgang nog schuim veroorzaken. Het wasgoed is echter voldoende gespoeld.
Witte restanten op het wasgoed
- Het betreft niet opgeloste bestanddelen van moderne wasmiddelen. Dit is niet het gevolg van onvoldoende spoelen.
Wasgoed uitschudden of afborstelen. Eventueel het wasgoed in de toekomst voor het wassen binnenste buiten keren. Wasmiddelkeuze controleren. Met name bij donker wasgoed is het gebruik van een vloeibaar wasmiddel aan te bevelen.
Pagina 22
Water aftappen
1 Waarschuwing! Voor het aftappen de wasautomaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken!
Waarschuwing! Het sop dat uit de aftapslang komt kan heet zijn. Verbrandingsgevaar! Voor het aftappen het sop laten afkoelen!
- 1. Het klepje van de sokkel open klappen en lostrekken.
- 2. De aftapslang uitnemen.
- 3. Een vlakke opvangbak onder de slang plaatsen. Aansluitend de afsluitstoppen linksom draaien en lostrekken.
- 4. Het sop loopt weg. Indien noodzakelijk de opvangbak meerdere keren legen en de aftapslang tussentijds met de afsluitstoppen sluiten.
Als het sop afgetapt is:
- 5. De afsluitstoppen goed in de aftapslang plaatsen en rechtsom vastdraaien.
- 6. De aftapslang weer in de houder terug plaatsen.
- 7. Het klepje van de sokkel inzetten en sluiten.
Pagina 23
Afvoerpomp
De afvoerpomp is onderhoudsvrij. Het openen van de pompdeksel is alleen in geval van een storing vereist, als er geen water weg wordt gepompt, bijv. bij een geblokkeerd pompwiel.
Controleer altijd voor het vullen met wasgoed of er geen vreemde voorwerpen in de zakken zitten of tussen het wasgoed aanwezig zijn. Paperclips, spijkers, enz. die eventueel met het wasgoed in de wasautomaat terechtkomen blijven in het pomphuis liggen (filter voor vreemde voorwerpen dat het pompwiel beschermt).
1 Waarschuwing! Voor het openen van de pompdeksel de wasautomaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken!
- 1. Tap eerst het water uit de wasautomaat af.
- 2. Leg een doek op de vloer voor het deksel van de afvoerpomp. Er kan restwater uitlopen.
- 3. Het pompdeksel linksom losschroeven en uitnemen.
- 4. Eventuele vreemde voorwerpen en textielpluizen uit het pomphuis en van het pompwiel verwijderen.
- 5. Controleer of het pompwiel helemaal achter in het pomphuis rond kan worden gedraaid. (Het is normaal als het pompwiel stootsgewijs draait.) Als het pompwiel niet kan worden gedraaid dient u contact op te nemen met de service-afdeling.
- 6. Pompdeksel weer terugplaatsen. Lipjes van de deksel zijdelings in de geleidingssleuven inschuiven en de deksel rechtsom vastdraaien.
- 7. De aftapslang sluiten en in de houder plaatsen.
- 8. Klepje van de sokkel sluiten.
Pagina 24
Afvalverwerking
2 Verpakkingsmateriaal
De verpakkingsmaterialen zijn niet schadelijk voor het milieu en herbruikbaar. De kunststoffen hebben de volgende aanduidingen, bijv.
>PE<, >PS<, enz. Verwijder de verpakkingsmaterialen in overeenstemming met de aanduiding bij de gemeentelijke inzamelplaatsen in de daarvoor bestemde containers.
2 Oud apparaat verwijderen
Het symbool W op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.
1
Waarschuwing! Bij afgedankte apparatuur dient de stroomstekker uit het stopcontact genomen te worden. De voedingskabel afsnijden en met de stekker verwijderen.
Het slot van de vuldeur onklaar maken. Als gevolg kunnen kinderen zich niet insluiten en niet in levensgevaar komen.
Pagina 25
Technische gegevens
5 Dit apparaat is in overeenstemming met de volgende EG-richtlijnen:
– 73/23/EEG van 19.02.1973 Laagspanningsrichtlijn
– 89/336/EEG van 03.05.1989 EMC-richtlijn inclusief aangepaste richtlijn 92/31/EEG
– 93/68/EEG van 22.07.93 CE-markeringsrichtlijn
| hoogte x breedte x diepte | 850 x 598 x 603mm |
| Diepte bij geopende vuldeur. | 980 mm |
| In hoogte verstelbaar: | ca. +10/-5mm |
| Vulhoeveelheid (programma-afhankelijk) | max. 6kg |
| Toepassingsgebied | Huishouden |
| Trommeltoerental centrifugeren | zie Programmaoverzicht |
| Waterdruk | 1-10bar (=10–100N/cm2=0,1–1,0MPa) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Verbruikswaarden
De verbruikswaarden zijn onder normomstandigheden bepaald. Ze kunnen bij het gebruik in het huishouden afwijken.
| Programmakiezer (Temperatuur) | Vulhoeveelheid in kg1) | Water in liters |
|---|---|---|
| WITTE WAS/ BONTE WAS 95 | 6 | 62 |
| ECO2) | 6 | 45 |
| WITTE WAS/BONTE WAS 40 | 6 | 58 |
| KREUKHERSTELLEND 40 | 3 | 58 |
| FIJNE WAS 30 | 3 | 58 |
| WOL/ZIJDE H (handwas) 30 | 2 | 54 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Energie in kWh
- 1) De bepaling van de vulhoeveelheid geschiedt volgens EN 60456 Standardload.
- 2) Informatie: Programma-instelling voor tests conform resp. in navolging van EN 60 456 en IEC 60 456.
De verbruikswaarden wijken afhankelijk van waterdruk, -hardheid, -inlooptemperatuur, omgevingstemperatuur, soort en hoeveelheid wasgoed, gebruikt wasmiddel, schommelingen in de netspanning en gekozen extra functies van de aangegeven waarden af.
Pagina 26
Opstel- en aansluitaanwijzing
1 Veiligheidsaanwijzingen voor de installatie
- Deze wasautomaat is niet geschikt voor onderbouw.
- Voor de ingebruikname dient het apparaat op transportschade gecontroleerd te worden. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten. Neem in geval van schade contact op met uw leverancier.
- Voor de ingebruikname dienen alle delen van de transportbeveiliging verwijderd te zijn. Anders kan er bij het centrifugeren schade aan het apparaat of aan naburige meubels ontstaan.
- Voor de inbedrijfname dient de spatwaterbeveiliging op het apparaat tot stand gebracht te zijn (zie “Transportbeveiliging verwijderen”).
- De stekker altijd in een volgens de voorschriften geïnstalleerd geaard stopcontact steken.
- Bij een vaste aansluiting: Een vaste aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd.
- Controleer voor de ingebruikname of de op het typeplaatje van het apparaat vermelde nominale spanning en stroomsoort met netspanning en stroomsoort op de plaats van de opstelling overeenkomen. Ook de elektrische zekering die nodig is kunt u van het typeplaatje aflezen.
- Zijn voor de juiste wateraansluiting van de wasautomaat werkzaamheden aan de waterinstallatie noodzakelijk, dan moeten deze door een erkend installateur worden uitgevoerd.
- Zijn voor de juiste elektrische aansluiting van de wasautomaat werkzaamheden aan het stroomnet noodzakelijk, dan moeten deze door een erkend installateur worden uitgevoerd.
- Het aansluitsnoer van de wasautomaat mag uitsluitend door de service-afdeling of een erkend vakman worden vervangen.
Pagina 27
Opstelling van het apparaat
Het apparaat transporteren
1
Waarschuwing! De wasautomaat heeft een hoog gewicht. Kans op verwonding! Voorzichtig bij het optillen.
- Het apparaat niet op de voorzijde en niet op de rechter zijkant (vanaf de voorzijde gezien) neerleggen. De elektrische componenten kunnen nat worden.
- Het apparaat nooit zonder transportbeveiliging transporteren. De transportbeveiliging dient pas op de plaats van de opstelling verwijderd te worden! Het transporteren zonder transportbeveiliging kan tot beschadigingen aan het apparaat leiden.
- Het apparaat niet aan de geopende vuldeur en ook niet aan de sokkel optillen.
Bij het transporteren met een steekwagen:
- De steekwagen alleen vanaf de zijkant onder het apparaat plaatsen. Het blad van de steekwagen mag niet langer dan 24 cm zijn omdat anders delen van het waterbeveiligingssysteem kunnen worden beschadigd.
Uitpakken
1 Voor het eerste gebruik moet u de beschermingsvoorzieningen die voor het transport aangebracht werden, verwijderen.
Let op!
Bewaar deze beschermingsvoorzieningen: ze zullen pnieuw gebruikt moeten worden bij toekomstige verplaatsingen van het toestel (bijvoorbeeld bij verhuis).
- 1. Na de beschermingen te hebben verwijderd laat u het toestel voorzichtig op de achterkant steunen om het blok polystyreen te verwijderen dat de sokkel van de verpakking vormt.
Pagina's 28–29: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 30
Plaats van opstelling
Let op! Het apparaat mag niet in ruimte waar het kan vriezen worden gebruikt. Vorstschade of negatieve invloed op de functies! Vorstschade valt niet onder de garantie!
- De vloer dient stevig en egaal te zijn. Het apparaat niet op tapijt of zachte vloerbedekking opstellen.
- De vloer dient schoon en droog te zijn en vrij te zijn van vettige aanslag zodat het apparaat niet weg kan glijden.
- Bij opstellingsplaatsen op een vloer voorzien van een klein formaat tegels dient een in de handel verkrijgbare en daarvoor geschikte rubbermat onder het apparaat geplaatst te worden.
Het apparaat juist afstellen
De vier voeten van het apparaat zijn vooraf ingesteld.
Grove oneffenheden kunnen door het individueel instellen van de in hoogte verstelbare schroefvoeten worden gecompenseerd.
Hiervoor dient de bijgeleverde speciale sleutel gebruikt te worden.
Let op! Oneffenheden van het grondoppervlak niet met behulp van stukjes hout, karton of soortgelijke materialen compenseren, maar door het afstellen van de in hoogte verstelbare schroefvoeten.
Elektrische aansluiting
Gegevens over de netspanning, stroomsoort en de vereiste zekering zijn op het typeplaatje aangegeven. Het typeplaatje is bij de vulopening aangebracht.
Pagina 31
Wateraansluiting
Toegestane waterdruk
De waterdruk dient ten minste 1 bar (=10 N/cm² = 0,1 MPa) te zijn en mag ten hoogste 10 bar (= 100 N/cm² =1 MPa) bedragen.
- Bij een druk hoger dan 10bar: een drukverlagingsventiel plaatsen.
- Bij een druk lager dan 1bar: de toevoerslang aan de kant van het apparaat bij de magneetinlaatklep losschroeven en de doorstroomregelaar uitnemen (daarvoor de zeef met een spitse tang verwijderen en de daarachter gelegen rubberen ring uitnemen). De zeef weer terugplaatsen.
Water inlet
Let op!
- De toevoerleiding, die samen met het toestel geleverd wordt, bevindt zich in de trommel.
- Gebruik hiervoor nooit een gebruikte leiding.
- Dit apparaat mag niet aan de warmwatervoorziening worden aangesloten!
- 1. Open de deur en neem de toevoerleiding eruit.
- 2. Sluit het gebogen koppelstuk van de leiding aan op de machine.
Let op!
Richt de toevoerleiding niet naar beneden. Laat de leiding naar links of rechts buigen naargelang de plaats van de watertoevoerkraan.
- 3. Plaats de leiding op de juiste wijze door de klemring los te schroeven.
Na het plaatsen van de toevoerleiding schroeft u de klemring opnieuw goed vast om lekken te vermijden.
Pagina 32
- 4. Schroef het koppelstuk van de toevoerleiding op de getapte uitloop van de waterkraan. Gebruik altijd de leiding die met het toestel geleverd werd.
Waterblokkeersysteem Aqua Control
De toevoerleiding is voorzien van een bescherming tegen waterschade.
Indien de binnenleiding beschadigd zou raken door natuurlijke slijtage, dan zal deze voorziening de watertoevoer naar het toestel blokkeren.
Het defect wordt gemeld door een rode zone in het kleine venster „A".
In dit geval moet u de waterkraan dichtdraaien en contact opnemen met de technische dienst.
Gebruik geen verlengstuk voor de toevoerleiding. Indien ze te kort is en u de kraan niet wilt verplaatsen, moet u een nieuwe, langere leiding kopen die speciaal daarvoor geschikt is.
Waterafvoer
Het hoogteverschil tussen de onderkant van de wasautomaat en de waterafvoer mag ten hoogste 1 meter zijn.
Voor een verlenging mogen uitsluitend originele slangen worden gebruikt. (max. 3 meter, op de vloer gelegd en tot een hoogte van 80 cm). De service-afdeling heeft afvoerslangen in diverse lengtes beschikbaar.
Pagina 33
1 Waterafvoer in een sifon
Het verbindingspunt tuit/sifon met een slangklem (in de vakhandel verkrijgbaar) vastzetten.
Waterafvoer in een wastafel/badkuip
Let op!
- Kleine wastafels zijn hier niet voor geschikt. Het water kan overlopen!
- Het uiteinde van de afvoerslang mag niet in het uitgepompte water ondergedompeld zijn. Anders kan het water in het apparaat teruggezogen worden!
- Bij afvoer in een wastafel of een badkuip dient de afvoerslang met het meegeleverde bochtstuk tegen wegglijden geblokkeerd te worden. Het uitlopende water kan anders de slang uit de wastafel duwen.
- Bij het wegpompen controleren of het water voldoende snel wegloopt.
Afvoerhoogtes van meer dan 1 meter
De afvoerpomp van de wasautomaat voert het sop tot op een hoogte van 1meter af, dit gerekend vanaf de onderkant van het apparaat. Let op! Bij afvoerhoogtes van meer dan 1 meter kunnen storingen en beschadigingen aan het apparaat optreden.
Voor afvoerhoogtes van meer dan 1 meter is een ombouwset verkrijgbaar. Neem hiervoor a.u.b. contact op met de service-afdeling.