AEG L86560TL, tekst van de handleiding
Pagina's 19–32 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 19
- 3. Als het programma is voltooid, gaat het deurvergrendelingssymbool uit en kunt u de deur openen
- 4. Schakel het apparaat uit.
NEDERLANDS 19
Na ongeveer 18 uur begint het apparaat automatisch met het afvoeren van water en centrifugeren.
NUTTIGE AANWIJZINGEN EN TIPS
WASGOED SORTEREN
- Verdeel het wasgoed in: wit, bont, synthetisch, fijne was en wol.
- Volg de wasinstructies die u op de waslabels van het wasgoed vindt.
- Was witte en bonte artikelen niet samen.
- Sommige bonte weefsels kunnen uitlopen als zij de eerste keer worden gewassen. We raden daarom aan om dit soort kleding de eerste keer dan ook apart te wassen.
- Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Maak riemen vast.
- Maak alle zakken leeg en vouw alle artikelen open.
- Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met geverfde opdrukken binnenstebuiten.
- Verwijder hardnekkige vlekken.
- Was delen met zware vervuiling met een speciaal wasmiddel.
- Wees voorzichtig met de gordijnen.
Verwijder de haken of stop de gordijnen in een zak of kussensloop.
- Niet in de machine wassen:
- Wasgoed zonder zomen of met scheuren
- Beugelbeha's.
- Gebruik een waszakje om kleine stuk wasgoed te wassen.
- Een zeer kleine lading kan problemen veroorzaken bij de centrifugefase. Als dit gebeurt, kunt u de artikelen handmatig verdelen in de trommel en de centrifugefase opnieuw starten.
HARDNEKKIGE VLEKKEN
Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te verwijderen voordat u deze artikelen in de machine stopt.
Er zijn speciale vlekverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.
WASMIDDELEN EN NABEHANDELINGSMIDDELEN
- Gebruik alleen wasmiddelen en nabehandelingsproducten die bedoeld zijn voor gebruik in een wasautomaat.
- Vermeng geen verschillende soorten wasmiddel met elkaar.
- Gebruik niet meer dan de benodigde hoeveelheid wasmiddel om het milieu te beschermen.
- Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van deze producten.
- Gebruik de juiste producten voor het type en de kleur stof, de programmatemperatuur en de mate van vervuiling.
- Stel geen voorwasfase in als u vloeibare wasmiddelen gebruikt.
- Als uw machine geen wasmiddellade heeft met klepje, voeg dan het vloeibare wasmiddel toe met een doseerbal.
MILIEUTIPS
Gebruik minder water en energie om het milieu te helpen, volg deze instructies:
- Stel een programma in zonder de voorwasfase om wasgoed dat normaal vervuild is te wassen.
- Start een wasprogramma altijd met de maximum hoeveelheid wasgoed.
- Gebruik indien nodig een vlekkenverwijderaar als u een programma met een lage temperatuur instelt.
- Controleer de waterhardheid om de juiste hoeveelheid wasmiddel te gebruiken.
WATERHARDHEID
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik
Pagina 20
20
van waterverzachter voor wasautomaten aan. In gebieden waar de waterhardheid zacht is, is het gebruik van een waterverzachter niet nodig.
Neem contact op met de plaatselijke waterautoriteit voor de waterhardheid in uw gebied.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van de producten.
Gelijkwaardige eenheden meten de waterhardheid:
- Duitse graden (°dH).
- Franse graden (°TH)
- mmol/l (millimol per liter - een internationale eenheid voor de hardheid van water).
- Clarke-graden.
Waterhardheidstabel
| Niveau | Type | Waterhardheid | |||
|---|---|---|---|---|---|
| °dH | °TH | mmol/l | Clarke | ||
| 1 | zacht | 0-7 | 0-15 | 0-1.5 | 0-9 |
| 2 | medium | 8-14 | 16-25 | 1.6-2.5 | 10-16 |
| 3 | hard | 15-21 | 26-37 | 2.6-3.7 | 17-25 |
| 4 | erg hard | > 21 | > 37 | >3.7 | >25 |
Pagina 21
NEDERLANDS 21
ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt.
ONTKALKEN
Het water dat wij gebruiken, bevat kalk. Als het nodig is dient u waterverzachter te gebruiken om deze kalk te verwijderen. Gebruik een speciaal product voor wasautomaten. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van de producent. Doe dit apart van het wassen van wasgoed.
BUITENKANT REINIGEN
Het apparaat alleen schoonmaken met zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog.
LET OP!
Gebruik geen brandspiritus, oplosmiddelen of chemische producten.
ONDERHOUDSWASBEURT
Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel achterblijft in de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswas uit. Om dit te doen:
- Haal al het wasgoed uit de trommel.
- Stel het heetste wasprogramma in voor katoen
- Gebruik de juiste hoeveelheid poederwasmiddel met biologische eigenschappen.
Houd de deur enige tijd open na elke wasbeurt, om schimmels te voorkomen en onprettige geurtjes te verwijderen.
WASMIDDELDOSEERBAKJE
| Het wasmiddelbakje reinigen: | 1. Verwijder de wasmiddellade en maak de twee delen los. 2. Maak alle onderdelen schoon met water. 3. Monteer de twee delen van de wasmiddellade. 4. Plaats de wasmiddellade terug. |
| AFVOERFILTER | WAARSCHUWING! • Trek de stekker uit het stopcon- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Controleer regelmatig het afvoer- tact.
filter en zorg dat deze schoon is.
- Verwijder het filter niet als het apparaat in gebruik is. Reinig het afvoerfilter niet als het water in de machine heet is. Het water moet koud zijn voordat u het afvoerfilter kunt reinigen.
Het afvoerfilter reinigen:
Pagina 22
22
| 1. | Open het afvoerfilterdeurtje. | |
| 2. | Houd een bak onder de uitsparing van het afvoerfilter om het water op te vangen dat eruit stroomt. Draai het filter naar een verticale stand. | |
| 3. | Draai het filter helemaal en haal het eruit. | |
| 4. | Verwijder alle stof en eventuele voorwerpen. | |
| 5. | Reinig het filter met water. | |
| 6. | Plaats terug en schroef vast. | |
| 7. | Zorg er voor dat het filter stevig vastzit om waterlekkage te voorkomen. | |
| 8. | Sluit het afvoerfilterdeurtje. | |
| DE FILTER VAN DE | ||
| TOEVOERSLANG EN DE | ||
| KLEPFILTER | ||
| WAARSCHUWING! | ||
| • Trek de stekker uit het stopcontact. | ||
| De watertoevoerfilters schoonmaken: | ||
| 1. | Draai de waterkraan dicht. | |
| 2. | Verwijder de watertoevoerslang van de kraan. | |
| 3. | Reinig het filter in de toevoerslang met een harde borstel. |
Pagina 23
NEDERLANDS 23
90˚
NOODAFVOER
Het apparaat kan geen water afvoeren door een storing.
Als dit optreedt, voert u stappen (1) tot (3) uit van 'Het afvoerfilter reinigen'.
Maak indien nodig het filter schoon. Plaats het afvoerkanaal terug en sluit de afvoerfilterklep.
VOORZORGSMAATREGELEN BIJ VORST
Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar de temperatuur lager is dan 0 °C, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- 1. Draai de waterkraan dicht en koppel de toevoerslang los.
- 2. Plaats het uiteinde van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
- 3. Selecteer het programma Pompen en laat dit tot het eind van de cyclus draaien.
- 4. Verwijder de toevoerslang achter de machine.
- 5. Reinig het filter in de klep met een harde borstel of een handdoek.
- 6. Installeer de watertoevoerslang opnieuw. Zorg er voor dat de koppelingen stevig vast zitten om lekkage te voorkomen.
- 7. Draai de waterkraan open.
- 4. Draai de programmaknop naar Stop om het apparaat van de stroomvoorziening los te koppelen.
- 5. Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0 °C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen veroorzaakt is.
Pagina 24
24 PROBLEEMOPLOSSING
| Het apparaat start niet of stopt tijdens het programma. | • | - Het apparaat pompt geen water weg. |
| Probeer eerst het probleem zelf op te los- | ||
| sen (zie tabel). Indien dit niet lukt, neem contact op met de service afdeling. | • | - De deur is open of niet goed gesloten. |
| • | - Anti-overstromingsbeveiliging is | |
| Bij sommige problemen werken de geluidssignalen en toont de display een | aan. | |
| alarmcode: | WAARSCHUWING! | |
| • - Het apparaat wordt niet gevuld met water. | Schakel het apparaat uit voordat u controles uitvoert. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Mogelijke oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat neemt geen water. | De waterkraan is dicht. | Draai de waterkraan open. |
| De watertoevoerslang is beschadigd. | Controleer of de watertoevoerslang niet is beschadigd. | |
| De filters in de watertoevoerslang zijn verstopt. | Reinig de filters Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| De waterkraan is verstopt of aangezet met kalkaanslag. | Maak de waterkraan schoon. | |
| De aansluiting van de watertoevoerslang is niet correct. | Zorg dat de aansluiting altijd correct is. | |
| De waterdruk is te laag. | Neem contact op met het waterleidingbedrijf. | |
| Het apparaat pompt geen water weg. | De waterafvoerslang is beschadigd. | Controleer of de waterafvoerslang niet is beschadigd. |
| Het filter in de afvoerpomp is geblokkeerd. | Reinig het filter of maak de afvoerpomp schoon. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| De aansluiting van de waterafvoerslang is niet correct. | Zorg dat de aansluiting altijd correct is. | |
| Er is een wasprogramma zonder afvoerfase ingesteld. | Stel het afvoerprogramma in. | |
| De functie 'Spoelstop' is aan. | Stel het afpompprogramma in. | |
| De deur is open of niet goed gesloten. | Sluit de deur goed. |
Pagina 25
NEDERLANDS 25
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Mogelijke oplossing |
|---|---|---|
| Anti-overstro-mingsbeveilliging is aan. | • Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact. • Draai de waterkraan dicht. • Neem contact op met het servicecentrum. | |
| Het apparaat centrifugeert niet. | De centrifugafase is uit. | Stel het centrifugeprogramma in. |
| Het filter in de afvoerpomp is geblokkeerd. | Reinig het filter of maak de afvoerpomp schoon. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| Balansproblemen met de waslading. | Verdeel de artikelen handmatig in de trommel en start de centrifugefase opnieuw. | |
| Het programma start niet. | De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Steek de stekker in het stopcontact. |
| De zekering in de meterkast is doorgebrand. | Vervang de zekering. | |
| U heeft niet op toets 4 gedrukt. | Als u op de toets 4 drukt: | |
| De uitgestelde start is ingesteld. | Annuleer de uitgestelde start om het programma direct te starten. | |
| Het kinderslot is geactiveerd. | Het kinderslot uitschakelen. | |
| Er ligt water op de vloer. | Lekkages van de koppelingen van de waterslangen. | Zorg dat de koppelingen goed zijn aangedraaid. |
| Lekkages van de afvoerpomp. | Zorg dat het filter van de afvoerpomp goed is bevestigd. | |
| De waterafvoerslang is beschadigd. | Verzeker u ervan dat de watertoevoerslang niet is beschadigd. | |
| U kunt de deur van het apparaat niet openen. | Het wasprogramma is bezig. | Laat het wasprogramma beëindigen. |
| Er staat water in de trommel. | Kies het programma Pompen of Centrifugeren. | |
| Het apparaat maakt een abnormaal geluid. | Het apparaat staat niet waterpas. | Het apparaat waterpas afstellen. Raadpleeg "Installatie". |
| De verpakking en/of de transportbouten zijn niet verwijderd. | Verwijder de verpakking en/of de transportbouten. Raadpleeg "Installatie". |
Pagina 26
26
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Mogelijke oplossing |
|---|---|---|
| De lading is erg klein. | Meer wasgoed in de machine doen. | |
| Het apparaat vult zich met water en pompt het direct weer af. | Het uiteinde van de afvoerslang is te laag. | Zorg dat de afvoerslang op de juiste hoogte staat. |
| Het wasresultaat is niet bevredigend. | Het door u gebruikte wasmiddel was niet correct of onvoldoende. | Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander middel. |
| U heeft de hardnekkige vlekken niet voor het wassen uit het wasgoed gehaald. | Gebruik speciale producten om hardnekkige vlekken te verwijderen. | |
| Onjuiste temperatuur ingesteld. | Zorg dat u de juiste temperatuur instelt. | |
| Te veel wasgoedbelading. | Verminder de hoeveelheid wasgoed. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
Schakel het apparaat na de controle in. Het programma gaat verder vanaf het punt waar het werd onderbroken.
Als het probleem opnieuw optreedt, neem dan contact op met onze service afdeling.
Indien het display andere alarmcodes meldt, neem dan contact op met onze service afdeling.
TECHNISCHE INFORMATIE
| Afmeting | Breedte /Hoogte / Diepte | 400 / 850 / 600 mm |
| Aansluiting op het elektriciteitsnet: | Spanning Totale stroom Zekering Frequentie | 230 V 2200 W 10 A 50 Hz |
| Waterdruk | Minimaal | 0.5 bar (0.05 MPa) |
| Maximaal | 8 bar (0,8 MPa) | |
| Watertoevoer 1) | Koud water | |
| Maximale belading | Katoen | 6 kg |
| Centrifugetoerental | Maximaal | 1500 Toeren per minuut |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
- 1) Sluit de slang aan op een kraan met 3/4”-schroefdraad.
Pagina 27
NEDERLANDS 27
MONTAGE
UITPAKKEN
- 1. De externe folie eraf trekken. Gebruik zo nodig een mes.
- 2. Verwijder de piepschuim verpakkingsmaterialen.
- 3. Kantel het apparaat naar achteren.
- 4. Draai het apparaat op een van de hoeken om de bescherming van de onderkant te verwijderen.
- 5. Open het deksel
- 6. Verwijder het piepschuim verpakkingsmateriaal.
- 7. Open de trommel en verwijder alle materialen.
Pagina 28
28
- 8. Verwijder het aansluitsnoer en de afvoerslang van de slanghouders.
- 9. Draai de drie transportbouten los.
- 10. Verwijder de piepschuim verpakkingsmaterialen.
- 11. Vervang het plastic tussenstuk met de plastic dop. U vindt deze dop in de zak van de gebruikershandleiding.
- 12. Snijd deze plastic stukken om het apparaat op dezelfde hoogte te installeren als de andere apparatuur.
Pagina 29
NEDERLANDS 29
WAARSCHUWING!
Verwijder alle transportbouten en verpakking voordat u het apparaat installeert.
Wij raden u aan om alle transportbouten en verpakking te bewaren voor als u het apparaat gaat verplaatsen.
PLAATSING EN WATERPAS ZETTEN
- 1. Trek aan de hendel van rechts naar links.
- 2. Plaats de hendel terug als de stand van het apparaat juist is.
- 3. Installeer het apparaat op een vlakke harde vloer.
- 4. Zorg ervoor dat vloerbedekking de luchtcirculatie onder het apparaat niet stopt.
- 5. Zorg ervoor dat het apparaat geen muren of andere apparaten raakt.
- 6. Draai de verstelbare voetjes los om het apparaat waterpas te zetten.
Meet met een waterpas. Draai onderdelen A vast.
- 7. Een juiste afstelling van het apparaat voorkomt trillingen en lawaai en het bewegen van het apparaat als deze in bedrijf is.
- Het apparaat moet waterpas en stabiel staan.
LET OP!
Plaats geen karton, hout of vergelijkbare materialen onder de voeten van het apparaat om deze waterpas te stellen.
Pagina 30
30 DE TOEVOERSLANG
90˚
Gebruik geen verlengslang als de toevoerslang te kort is. Neem contact op met de klantenservice voor vervanging van de toevoerslang.
Waterstop
A
WATERAFVOER
Er zijn verschillende procedures om de afvoerslang aan te sluiten:
- 1. Sluit de slang aan op het apparaat.
Maak de ringmoer los om in de juiste stand te zetten.
- 2. Sluit de watertoevoerslang aan op een koudwaterkraan met 3/4-schroef-draad.
LET OP!
Zorg dat de koppelingen niet lekken.
De watertoevoerslang is voorzien van een waterstop. Dit toestel voorkomt lekkage in de slang door natuurlijke slijtage. Het rode gedeelte in het venster «A» toont deze storing.
Indien dit gebeurt, de kraan dichtdraaien en contact opnemen met de klantenservice om de slang te laten vervangen.
Pagina 31
NEDERLANDS 31
| Met de plastic slanggeleider. | • Op de rand van een gootsteen. • Zorg dat de plastic geleider niet kan bewegen als het apparaat water afvoert. Bevestig de geleider op de waterkraan of wand. • Op een standpijp met ventilatieopening. Raadpleeg de illustratie. Rechtstreeks in een afvoerpijp op een hoogte van niet minder dan 70 cm en niet meer dan 100 cm. Het einde van de afvoerslang moet altijd geventileerd zijn, d.w.z. dat de binnendiameter van de afvoerpijp groter moet zijn dan de buitendiameter van de afvoerslang. |
| Zonder de plastic slanggeleider. | |
| • Op een gootsteenafvoer. Raadpleeg de illustratie. Plaats de afvoerslang in de gootsteenafvoer en draai vast met een clip. Zorg dat de afvoerslang een bocht maakt om te voorkomen dat resterende deeltjes uit de gootsteen in het apparaat komen. |
Pagina 32
32
U kunt de afvoerslang maximaal 400 cm verlengen. Neem contact op met de klantenservice voor de andere afvoerslang en de verlenging.
- Direct op een ingebouwde afvoerpomp in de kamerwand en zet vast met een klem.