AEG L87484EFL, tekst van de handleiding
Pagina's 21–38 van 76 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 21
- 3. De display toont de standaard temperatuur, de centrifugesnelheid en de lege indicatiebalkjes van de beschikbare functies.
- 4. Om de temperatuur en/of de centrifugesnelheid te wijzigen, drukt u op de bijbehorende toetsen.
- 5. Stel de beschikbare functies in.
- 6. Druk op toets 4 om het programma te starten. Het lampje van toets 4 is aan.
De wasmachine past de cyclustijd automatisch aan op het wasgoed dat u in de trommel hebt gedaan, voor perfecte wasresultaten binnen een minimaal benodigde tijd. Na ongeveer 15 minuten vanaf de start van het programma geeft de display de nieuwe tijdwaarde weer.
EEN PROGRAMMA ONDERBREKEN
- 1. Als u op de toets 4 drukt: Het indicatielampje knippert.
- 2. Als u opnieuw op toets 4 drukt.
Het wasprogramma gaat verder.
EEN PROGRAMMA ANNULEREN
- 1. Druk op toets 1 om het programma te annuleren en om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Druk opnieuw op toets 1 om het apparaat in te schakelen. U kunt nu een nieuw wasprogramma kiezen.
Het apparaat pompt geen water weg.
EEN FUNCTIE WIJZIGEN
U kunt slechts enkele functies wijzigen voordat ze gaan werken.
- 1. Als u op de toets 4 drukt: Het indicatielampje knippert.
- 2. De ingestelde functie wijzigen.
NEDERLANDS 21
HET STARTUITSTEL INSTELLEN
- 1. Druk herhaaldelijk op toets 5 tot het aantal minuten of uren op de display verschijnt. De bijbehorende symbolen gaan branden.
- 2. Druk op toets 4 , het apparaat begint met aftellen van de uitgestelde start.
Nadat het aftelproces voltooid is, wordt het wasprogramma automatisch gestart.
Voordat u op toets 4 drukt om het apparaat te starten, kunt u de instelling van de uitgestelde start annuleren of wijzigen.
U kunt de uitgestelde start niet instellen bij het Stoom programma.
DE UITGESTELDE START ANNULEREN
- 1. Als u op de toets 4 drukt: Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Druk herhaaldelijk op toets 5 tot de display 0’ toont.
- 3. Als u op de toets 4 drukt: Het programma wordt gestart.
DEUR OPENEN
Als een programma of het startuitstel in werking is, is de deur van de wasmachine vergrendeld.
De deur van het apparaat openen:
- 1. Druk op toets 4 . Het deurvergrendelingssymbool in de display gaat uit.
- 2. Open de deur van het apparaat.
- 3. Sluit de deur van de machine en druk op toets 4 . Het programma of startuitstel gaat verder.
Pagina 22
22
Als de temperatuur en het waterpeil in de trommel te hoog zijn, blijft het symbool voor de deurvergrendeling aan en kunt u de deur niet openen. U opent in dat geval de deur als volgt:
- 1. Schakel het apparaat uit.
- 2. Wacht enkele minuten.
- 3. Zorg ervoor dat er zich geen water in de trommel bevindt.
Als u het apparaat uit zet, dient u het programma opnieuw in te stellen.
AAN HET EINDE VAN HET PROGRAMMA
- Het apparaat stopt automatisch.
- De geluidssignalen klinken.
- In de display gaat het symbool aan.
- Het indicatielampje van de toets Start/Pauze 4 gaat uit.
- Het deurvergrendelingssymbool gaat uit.
- Druk op toets 1 om het apparaat uit te schakelen. Vijf minuten na het einde van het programma wordt het apparaat door de energiebesparende functie automatisch uitgeschakeld.
Als u het apparaat weer inschakelt, wordt het einde van het als laatste ingestelde programma in de display weergegeven. Draai de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.
- Haal het wasgoed uit de wasmachine. Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
- Laat de deur iets open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen.
- Draai de waterkraan dicht.
Het wasprogramma is voltooid, maar er staat water in de trommel:
- De trommel draait regelmatig om kreukvorming van het wasgoed te voorkomen.
- De deur blijft vergrendeld.
- U moet het water afvoeren om de deur te kunnen openen.
Het water wegpompen:
- 1. Verlaag zo nodig de centrifugesnelheid.
- 2. Druk op de toets Start/Pauze 4 . Het apparaat voert het water af en centrifugeert.
- 3. Als het programma is voltooid, gaat het deurvergrendelingssymbool uit en kunt u de deur openen
- 4. Schakel het apparaat uit.
Na ongeveer 18 uur begint het apparaat automatisch met het afvoeren van water en centrifugeren.
Pagina 23
NEDERLANDS 23
NUTTIGE AANWIJZINGEN EN TIPS
WASGOED SORTEREN
- Verdeel het wasgoed in: wit, bont, synthetisch, fijne was en wol.
- Volg de wasinstructies die u op de waslabels van het wasgoed vindt.
- Was witte en bonte artikelen niet samen.
- Sommige bonte weefsels kunnen uitlopen als zij de eerste keer worden gewassen. We raden daarom aan om dit soort kleding de eerste keer dan ook apart te wassen.
- Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Maak riemen vast.
- Maak alle zakken leeg en vouw alle artikelen open.
- Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met geverfde opdrukken binnenstebuiten.
- Verwijder hardnekkige vlekken.
- Was delen met zware vervuiling met een speciaal wasmiddel.
- Wees voorzichtig met de gordijnen.
Verwijder de haken of stop de gordijnen in een zak of kussensloop.
- Niet in de machine wassen:
- Wasgoed zonder zomen of met scheuren
- Beugelbeha's.
- Gebruik een waszakje om kleine stuk wasgoed te wassen.
- Een zeer kleine lading kan problemen veroorzaken bij de centrifugefase. Als dit gebeurt, kunt u de artikelen handmatig verdelen in de trommel en de centrifugefase opnieuw starten.
HARDNEKKIGE VLEKKEN
Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te verwijderen voordat u deze artikelen in de machine stopt.
Er zijn speciale vlekverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekver-
wijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.
WASMIDDELEN EN NABEHANDELINGSMIDDELEN
- Gebruik alleen wasmiddelen en nabehandelingsproducten die bedoeld zijn voor gebruik in een wasautomaat.
- Vermeng geen verschillende soorten wasmiddel met elkaar.
- Gebruik niet meer dan de benodigde hoeveelheid wasmiddel om het mili-eu te beschermen.
- Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van deze producten.
- Gebruik de juiste producten voor het type en de kleur stof, de programmatemperatuur en de mate van vervuiling.
- Stel geen voorwasfase in als u vloeibare wasmiddelen gebruikt.
- Als uw machine geen wasmiddellade heeft met klepje, voeg dan het vloeibare wasmiddel toe met een doseerbal.
WATERHARDHEID
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterverzachter voor wasautomaten aan. In gebieden waar de waterhardheid zacht is, is het gebruik van een waterverzachter niet nodig. Neem contact op met de plaatselijke waterautoriteit voor de waterhardheid in uw gebied.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van de producten. Gelijkwaardige eenheden meten de waterhardheid:
- Duitse graden (°dH).
- Franse graden (°TH)
- mmol/l (millimol per liter - een internationale eenheid voor de hardheid van water).
- Clarke-graden.
Pagina 24: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 25
NEDERLANDS 25
ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt.
ONTKALKEN
Het water dat wij gebruiken, bevat kalk. Als het nodig is dient u waterverzachter te gebruiken om deze kalk te verwijderen.
Gebruik een speciaal product voor wasautomaten. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van de producent.
Doe dit apart van het wassen van wasgoed.
BUITENKANT REINIGEN
Het apparaat alleen schoonmaken met zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog.
DEURRUBBER
TROMMEL
Controleer de trommel regelmatig om kalk en roestdeeltjes te voorkomen. Gebruik alleen speciale producten om roestdeeltjes uit de trommel te verwijderen.
Ga als volgt te werk:
LET OP!
Gebruik geen brandspiritus, oplosmiddelen of chemische producten.
ONDERHOUDSWASBEURT
Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel achterblijft in de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswas uit. Om dit te doen:
- Haal al het wasgoed uit de trommel.
- Stel het heetste wasprogramma in voor katoen
- Gebruik de juiste hoeveelheid poederwasmiddel met biologische eigenschappen.
Houd de deur enige tijd open na elke wasbeurt, om schimmels te voorkomen en onprettige geurtjes te verwijderen.
Controleer het deurrubber regelmatig en verwijder voorwerpen uit de binnenkant.
- Reinig de trommel met een speciaal product voor roestvrij staal.
- Start een kort programma voor katoen op de maximale temperatuur met een kleine hoeveelheid wasmiddel.
Pagina 26
26 WASMIDDELDOSEERLADE
| De wasmiddeldoseerlade reinigen: | 1. Druk op de hendel. 2. Trek de doseerlade naar buiten. 3. Verwijder het bovenste gedeelte van het vakje voor vloeibare nabehandelingsmiddelen. 4. Maak alle onderdelen schoon met water. 5. Maak de ruimte van de wasmiddeldoseerlade schoon met een borstel. 6. Plaats de wasmiddeldoseerlade terug in de ruimte. |
| 1 2 | |
| AFVOERPOMP Controleer de afvoerpomp regelmatig en zorg dat deze schoon is. De pomp schoonmaken als: | WAARSCHUWING! 1. Trek de stekker uit het stopcontact. 2. Verwijder het filter niet als het apparaat in gebruik is. Reinig de afvoerpomp niet |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
- Het apparaat geen water wegpompt. als het water in de machine heet is. Het water moet
- De trommel niet kan draaien. koud zijn voordat u de af-
- Het apparaat een ongebruikelijk ge- voerpomp kunt reinigen. luid maakt door een blokkade in de afvoerpomp.
- De display een alarmcode weergeeft door een probleem met de waterafvoer.
Pagina 27
NEDERLANDS 27
| De afvoerpomp reinigen: | 1. Open het afvoerpompdeurtje. 2. Trek de klep naar voren om hem te verwijderen. 3. Plaats een bak onder de uitsparing van de afvoerpomp om het uitstromende water op te vangen. 4. Druk de twee hendels in en trek het afvoerkanaal naar voren om het water eruit te laten stromen. 5. Als de bak vol met water is, duwt u het afvoerkanaal terug en leegt u de bak. Herhaal stap 4 en 5 tot er geen water meer uit de afvoerpomp stroomt. 6. Duw het afvoerkanaal terug en draai het filter om het te verwijderen. |
| 1 2 | |
| 7. Verwijder stof en voorwerpen uit de pomp. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
- 8. Zorg dat het schoepenrad op de juiste wijze kan draaien. Neem als dit niet lukt, contact op met de klantenservice.
Pagina 28
- 9. Reinig het filter onder de waterkraan en plaats het terug in de speciale geleiders van de pomp.
- 10. Zorg ervoor dat het filter stevig vastzit om waterlekkage te voorkomen.
- 11. Plaats de klep terug en sluit het afvoerpompdeurtje.
HET FILTER VAN DE • Het lampje van toets 4 knippert en TOEVOERSLANG EN HET de display het bijbehorende alarm KLEPFILTER weergeeft. Raadpleeg 'Probleemoplossing'.
Het kan nodig zijn filters te reinigen als: WAARSCHUWING!
- Het apparaat niet met water wordt Trek de stekker uit het stopcongevuld. tact.
- De machine langdurig water vult.
| De watertoevoerfilters schoonmaken: | 1. Draai de waterkraan dicht. 2. Verwijder de watertoevoerslang van de kraan. 3. Reinig het filter in de toevoerslang met een harde borstel. 4. Verwijder de toevoerslang achter de machine. 5. Reinig het filter in de klep met een harde borstel of een handdoek. 6. Installeer de watertoevoerslang opnieuw. Zorg ervoor dat de koppelingen stevig vast zitten om lekkage te voorkomen. 7. Draai de waterkraan open. |
| 45° 20° | |
| NOODAFVOER Het apparaat kan geen water afvoeren door een storing. | Als dit optreedt, voert u stap (1) tot en met (6) van "De afvoerpomp reinigen" uit. Maak de pomp zo nodig schoon. Plaats het afvoerkanaal terug en sluit de afvoerpompklep. |
Pagina 29
Als u het water afvoert met de noodafvoerprocedure, dient u het afvoersysteem opnieuw te activeren:
- 1. Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddeldoseerlade.
- 2. Start het programma om water af te voeren.
VOORZORGSMAATREGELEN BIJ VORST
Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar de temperatuur lager is dan 0 °C, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
NEDERLANDS 29
- 2. Draai de waterkraan dicht.
- 3. Verwijder de watertoevoerslang.
- 4. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
- 5. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
- 6. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0 °C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
Pagina 30
30 PROBLEEMOPLOSSING
Het apparaat start niet of stopt tijdens • - Het apparaat pompt geen het programma. water weg.
Probeer eerst het probleem zelf op te • - De deur is open of niet goed lossen (zie tabel). Indien dit niet lukt, gesloten.
neem contact op met de service afdeling. • - Anti-overstromingsbeveiliging is aan.
Bij sommige problemen werken de geluidssignalen en toont de display WAARSCHUWING! een alarmcode: Schakel het apparaat uit voordat
- - Het apparaat wordt niet ge- u controles uitvoert.
vuld met water.
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Mogelijke oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat neemt geen water. | De waterkraan is dicht. | Draai de waterkraan open. |
| De watertoevoerslang is beschadigd. | Controleer of de watertoevoerslang niet is beschadigd. | |
| De filters in de watertoevoerslang zijn verstopt. | Reinig de filters Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| De waterkraan is verstopt of aangezet met kalkaanslag. | Maak de waterkraan schoon. | |
| De aansluiting van de watertoevoerslang is niet correct. | Zorg dat de aansluiting altijd correct is. | |
| De waterdruk is te laag. | Neem contact op met het waterleidingbedrijf. | |
| Het apparaat pompt geen water weg. | De waterafvoerslang is beschadigd. | Controleer of de waterafvoerslang niet is beschadigd. |
| Het filter in de afvoerpomp is geblokkeerd. | Reinig het filter of maak de afvoerpomp schoon. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| De aansluiting van de waterafvoerslang is niet correct. | Zorg dat de aansluiting altijd correct is. | |
| Er is een wasprogramma zonder afvoerfase ingesteld. | Stel het afvoerprogramma in. | |
| De functie 'Spoelstop' is aan. | Stel het afpompprogramma in. | |
| De deur is open of niet goed gesloten. | Sluit de deur goed. |
Pagina 31
NEDERLANDS 31
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Mogelijke oplossing |
|---|---|---|
| Anti-overstro-mingsbeveilliging is aan. | • Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact. • Draai de waterkraan dicht. • Neem contact op met het servicecentrum. | |
| Het apparaat centrifugeert niet. | De centrifugafase is uit. | Stel het centrifugeprogramma in. |
| Het filter in de afvoerpomp is geblokkeerd. | Reinig het filter of maak de afvoerpomp schoon. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| Balansproblemen met de waslading. | Verdeel de artikelen handmatig in de trommel en start de centrifugefase opnieuw. | |
| Het programma start niet. | De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Steek de stekker in het stopcontact. |
| De zekering in de meterkast is doorgebrand. | Vervang de zekering. | |
| U heeft niet op toets 4 gedrukt. | Als u op de toets 4 drukt: | |
| De uitgestelde start is ingesteld. | Annuleer de uitgestelde start om het programma direct te starten. | |
| Het kinderslot is geactiveerd. | Het kinderslot uitschakelen. | |
| Er ligt water op de vloer. | Lekkages van de koppelingen van de waterslangen. | Zorg dat de koppelingen goed zijn aangedraaid. |
| Lekkages van de afvoerpomp. | Zorg dat het filter van de afvoerpomp goed is bevestigd. | |
| De waterafvoerslang is beschadigd. | Verzeker u ervan dat de watertoevoerslang niet is beschadigd. | |
| U kunt de deur van het apparaat niet openen. | Het wasprogramma is bezig. | Laat het wasprogramma beëindigen. |
| Er staat water in de trommel. | Kies het programma Pompen of Centrifugeren. | |
| Het apparaat maakt een abnormaal geluid. | Het apparaat staat niet waterpas. | Het apparaat waterpas afstellen. Raadpleeg "Installatie". |
| De verpakking en/of de transportbouten zijn niet verwijderd. | Verwijder de verpakking en/of de transportbouten. Raadpleeg "Installatie". |
Pagina 32
32
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Mogelijke oplossing |
|---|---|---|
| De lading is erg klein. | Meer wasgoed in de machine doen. | |
| Het apparaat vult zich met water en pompt het direct weer af. | Het uiteinde van de afvoerslang is te laag. | Zorg dat de afvoerslang op de juiste hoogte staat. |
| Het wasresultaat is niet bevredigend. | Het door u gebruikte wasmiddel was niet correct of onvoldoende. | Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander middel. |
| U heeft de hardnekkige vlekken niet voor het wassen uit het wasgoed gehaald. | Gebruik speciale producten om hardnekkige vlekken te verwijderen. | |
| Onjuiste temperatuur ingesteld. | Zorg dat u de juiste temperatuur instelt. | |
| Te veel wasgoedbelading. | Verminder de hoeveelheid wasgoed. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
Schakel het apparaat na de controle in. Het programma gaat verder vanaf het punt waar het werd onderbroken. Als het probleem opnieuw optreedt, neem dan contact op met onze service afdeling.
Indien het display andere alarmcodes meldt, neem dan contact op met onze service afdeling.
Pagina 33
NEDERLANDS 33
MONTAGE
UITPAKKEN
- 1. Gebruik de handschoenen. De externe folie eraf trekken. Gebruik zo nodig een mes.
- 2. Verwijder de kartonnen bovenkant.
- 3. Verwijder de piepschuim verpakkingsmaterialen.
- 4. De interne folie eraf trekken.
- 5. Open de deur. Verwijder het piepschuim blok van de deur en alle andere onderdelen uit de trommel.
Pagina 34
- 6. Plaats een van de polystyreen verpakkingselementen op de vloer achter het apparaat. Plaats het apparaat er met de achterzijde voorzichtig op. Zorg dat u de slangen niet beschadigt.
- 7. Verwijder de piepschuim bescherming van de onderkant.
- 8. Zet het apparaat weer rechtop.
- 9. Verwijder het aansluitsnoer en de afvoerslang van de slanghouders.
- 10. Draai de drie transportbouten los. Gebruik de bij het apparaat geleverde moersleutel.
- 11. Trek de bouten met de plastic tussenstukken eruit.
Pagina 35
NEDERLANDS 35
- 12. Doe de plastic dopjes in de gaatjes. U vindt deze dopjes in de zak van de gebruikershandleiding.
WAARSCHUWING!
Verwijder alle transportbouten en verpakking voordat u het apparaat installeert.
Wij raden u aan om alle transportbouten en verpakking te bewaren voor als u het apparaat gaat verplaatsen.
PLAATSING EN WATERPAS ZETTEN
x4
LET OP!
Plaats geen karton, hout of vergelijkbare materialen onder de voeten van het apparaat om deze waterpas te stellen.
- Installeer het apparaat op een vlakke harde vloer.
- Zorg ervoor dat de vloerbedekking de luchtcirculatie onder het apparaat niet stopt.
- Zorg ervoor dat het apparaat geen muren of andere apparaten raakt.
- Gebruik de stelvoetjes om het apparaat waterpas te zetten. Een juiste afstelling van het apparaat voorkomt trillingen en lawaai en het bewegen van het apparaat als deze in bedrijf is.
- Het apparaat moet waterpas en stabiel staan.
Pagina 36
36 DE TOEVOERSLANG
| 20O | 45O | • Sluit de slang aan op het apparaat. Draai de toevoerslang alleen naar links of rechts. Maak de ringmoer los om hem in de juiste stand te zetten. • Sluit de watertoevoerslang aan op een koudwaterkraan met 3/4-schroef-draad. LET OP! Zorg ervoor dat de koppelingen niet lekken. |
| Gebruik geen verlengslang de toevoerslang te kort is. | als |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
Neem contact op met de klantenservice voor vervanging van de toevoerslang.
Waterstop
De watertoevoerslang is voorzien van een waterstop. Dit toestel voorkomt lekkage in de slang door natuurlijke slijtage. Het rode gedeelte in het venster «A» toont deze storing.
Als dit gebeurt, draait u de kraan dicht en neemt u contact op met de klantenservice om de slang te laten vervangen.
A
Pagina 37
NEDERLANDS 37
WATERAFVOER
Er zijn verschillende procedures om de afvoerslang aan te sluiten:
| Met de plastic slanggeleider. | • Op de rand van een gootsteen. • Zorg dat de plastic geleider niet kan bewegen als het apparaat water afvoert. Bevestig de geleider op de waterkraan of wand. • Op een standpijp met ventilatieopening. Raadpleeg de illustratie. Rechtstreeks in een afvoerpijp op een hoogte van niet minder dan 60 cm en niet meer dan 100 cm. Het einde van de afvoerslang moet altijd geventileerd zijn, d.w.z. dat de binnendiameter van de afvoerpijp groter moet zijn dan de buitendiameter van de afvoerslang. |
| Zonder de plastic slanggeleider. | |
| • Op een gootsteenafvoer. Raadpleeg de illustratie. Plaats de afvoerslang in de gootsteenafvoer en draai vast met een clip. Zorg dat de afvoerslang een bocht maakt om te voorkomen dat resterende deeltjes uit de gootsteen in het apparaat komen. |
Pagina 38
38
U kunt de afvoerslang verlengen tot maximaal 400 cm. Neem contact op met het servicecentrum voor de andere afvoerslang en de verlenging.
- Direct op een ingebouwde afvoerpomp in de kamerwand en zet vast met een klem.