naslaan.comZoekenAlle merken

AEG L87484EFL, tekst van de handleiding

Pagina's 21–38 van 76 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–20

Pagina 21

De wasmachine past de cyclustijd automatisch aan op het wasgoed dat u in de trommel hebt gedaan, voor perfecte wasresultaten binnen een minimaal benodigde tijd. Na ongeveer 15 minuten vanaf de start van het programma geeft de display de nieuwe tijdwaarde weer.

EEN PROGRAMMA ONDERBREKEN

Het wasprogramma gaat verder.

EEN PROGRAMMA ANNULEREN

Het apparaat pompt geen water weg.

EEN FUNCTIE WIJZIGEN

U kunt slechts enkele functies wijzigen voordat ze gaan werken.

NEDERLANDS 21

HET STARTUITSTEL INSTELLEN

Nadat het aftelproces voltooid is, wordt het wasprogramma automatisch gestart.

Voordat u op toets 4 drukt om het apparaat te starten, kunt u de instelling van de uitgestelde start annuleren of wijzigen.

U kunt de uitgestelde start niet instellen bij het Stoom programma.

DE UITGESTELDE START ANNULEREN

DEUR OPENEN

Als een programma of het startuitstel in werking is, is de deur van de wasmachine vergrendeld.

De deur van het apparaat openen:

Pagina 22

22

Als de temperatuur en het waterpeil in de trommel te hoog zijn, blijft het symbool voor de deurvergrendeling aan en kunt u de deur niet openen. U opent in dat geval de deur als volgt:

Als u het apparaat uit zet, dient u het programma opnieuw in te stellen.

AAN HET EINDE VAN HET PROGRAMMA

Als u het apparaat weer inschakelt, wordt het einde van het als laatste ingestelde programma in de display weergegeven. Draai de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.

Het wasprogramma is voltooid, maar er staat water in de trommel:

Het water wegpompen:

Na ongeveer 18 uur begint het apparaat automatisch met het afvoeren van water en centrifugeren.

Pagina 23

NEDERLANDS 23

NUTTIGE AANWIJZINGEN EN TIPS

WASGOED SORTEREN

Verwijder de haken of stop de gordijnen in een zak of kussensloop.

HARDNEKKIGE VLEKKEN

Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.

We raden u aan om deze vlekken te verwijderen voordat u deze artikelen in de machine stopt.

Er zijn speciale vlekverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekver-

wijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.

WASMIDDELEN EN NABEHANDELINGSMIDDELEN

WATERHARDHEID

Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterverzachter voor wasautomaten aan. In gebieden waar de waterhardheid zacht is, is het gebruik van een waterverzachter niet nodig. Neem contact op met de plaatselijke waterautoriteit voor de waterhardheid in uw gebied.

Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van de producten. Gelijkwaardige eenheden meten de waterhardheid:

Pagina 24: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 25

NEDERLANDS 25

ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING!

Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt.

ONTKALKEN

Het water dat wij gebruiken, bevat kalk. Als het nodig is dient u waterverzachter te gebruiken om deze kalk te verwijderen.

Gebruik een speciaal product voor wasautomaten. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van de producent.

Doe dit apart van het wassen van wasgoed.

BUITENKANT REINIGEN

Het apparaat alleen schoonmaken met zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog.

DEURRUBBER

TROMMEL

Controleer de trommel regelmatig om kalk en roestdeeltjes te voorkomen. Gebruik alleen speciale producten om roestdeeltjes uit de trommel te verwijderen.

Ga als volgt te werk:

LET OP!

Gebruik geen brandspiritus, oplosmiddelen of chemische producten.

ONDERHOUDSWASBEURT

Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel achterblijft in de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswas uit. Om dit te doen:

Houd de deur enige tijd open na elke wasbeurt, om schimmels te voorkomen en onprettige geurtjes te verwijderen.

Controleer het deurrubber regelmatig en verwijder voorwerpen uit de binnenkant.

Pagina 26

26 WASMIDDELDOSEERLADE

De wasmiddeldoseerlade reinigen:1. Druk op de hendel.
2. Trek de doseerlade naar buiten.
3. Verwijder het bovenste gedeelte van het vakje voor vloeibare nabehandelingsmiddelen.
4. Maak alle onderdelen schoon met water.
5. Maak de ruimte van de wasmiddeldoseerlade schoon met een borstel.
6. Plaats de wasmiddeldoseerlade terug in de ruimte.
1 2
AFVOERPOMP
Controleer de afvoerpomp regelmatig en zorg dat deze schoon is.
De pomp schoonmaken als:
WAARSCHUWING!
1. Trek de stekker uit het stopcontact.
2. Verwijder het filter niet als het apparaat in gebruik is. Reinig de afvoerpomp niet

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

Pagina 27

NEDERLANDS 27

De afvoerpomp reinigen:1. Open het afvoerpompdeurtje.
2. Trek de klep naar voren om hem te verwijderen.
3. Plaats een bak onder de uitsparing van de afvoerpomp om het uitstromende water op te vangen.
4. Druk de twee hendels in en trek het afvoerkanaal naar voren om het water eruit te laten stromen.
5. Als de bak vol met water is, duwt u het afvoerkanaal terug en leegt u de bak. Herhaal stap 4 en 5 tot er geen water meer uit de afvoerpomp stroomt.
6. Duw het afvoerkanaal terug en draai het filter om het te verwijderen.
1 2
7. Verwijder stof en voorwerpen uit de pomp.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

Pagina 28

HET FILTER VAN DE • Het lampje van toets 4 knippert en TOEVOERSLANG EN HET de display het bijbehorende alarm KLEPFILTER weergeeft. Raadpleeg 'Probleemoplossing'.

Het kan nodig zijn filters te reinigen als: WAARSCHUWING!

De watertoevoerfilters schoonmaken:1. Draai de waterkraan dicht.
2. Verwijder de watertoevoerslang van de kraan.
3. Reinig het filter in de toevoerslang met een harde borstel.
4. Verwijder de toevoerslang achter de machine.
5. Reinig het filter in de klep met een harde borstel of een handdoek.
6. Installeer de watertoevoerslang opnieuw. Zorg ervoor dat de koppelingen stevig vast zitten om lekkage te voorkomen.
7. Draai de waterkraan open.
45° 20°
NOODAFVOER
Het apparaat kan geen water afvoeren door een storing.
Als dit optreedt, voert u stap (1) tot en met (6) van "De afvoerpomp reinigen" uit.
Maak de pomp zo nodig schoon.
Plaats het afvoerkanaal terug en sluit de afvoerpompklep.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

Pagina 29

Als u het water afvoert met de noodafvoerprocedure, dient u het afvoersysteem opnieuw te activeren:

VOORZORGSMAATREGELEN BIJ VORST

Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar de temperatuur lager is dan 0 °C, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.

NEDERLANDS 29

WAARSCHUWING!

Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0 °C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.

De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.

Pagina 30

30 PROBLEEMOPLOSSING

Het apparaat start niet of stopt tijdens • - Het apparaat pompt geen het programma. water weg.

Probeer eerst het probleem zelf op te • - De deur is open of niet goed lossen (zie tabel). Indien dit niet lukt, gesloten.

neem contact op met de service afdeling. • - Anti-overstromingsbeveiliging is aan.

Bij sommige problemen werken de geluidssignalen en toont de display WAARSCHUWING! een alarmcode: Schakel het apparaat uit voordat

vuld met water.

ProbleemMogelijke oorzaakMogelijke oplossing
Het apparaat neemt geen water.De waterkraan is dicht.Draai de waterkraan open.
De watertoevoerslang is beschadigd.Controleer of de watertoevoerslang niet is beschadigd.
De filters in de watertoevoerslang zijn verstopt.Reinig de filters Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".
De waterkraan is verstopt of aangezet met kalkaanslag.Maak de waterkraan schoon.
De aansluiting van de watertoevoerslang is niet correct.Zorg dat de aansluiting altijd correct is.
De waterdruk is te laag.Neem contact op met het waterleidingbedrijf.
Het apparaat pompt geen water weg.De waterafvoerslang is beschadigd.Controleer of de waterafvoerslang niet is beschadigd.
Het filter in de afvoerpomp is geblokkeerd.Reinig het filter of maak de afvoerpomp schoon. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".
De aansluiting van de waterafvoerslang is niet correct.Zorg dat de aansluiting altijd correct is.
Er is een wasprogramma zonder afvoerfase ingesteld.Stel het afvoerprogramma in.
De functie 'Spoelstop' is aan.Stel het afpompprogramma in.
De deur is open of niet goed gesloten.Sluit de deur goed.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)

Pagina 31

NEDERLANDS 31

ProbleemMogelijke oorzaakMogelijke oplossing
Anti-overstro-mingsbeveilliging is aan.• Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
• Draai de waterkraan dicht.
• Neem contact op met het servicecentrum.
Het apparaat centrifugeert niet.De centrifugafase is uit.Stel het centrifugeprogramma in.
Het filter in de afvoerpomp is geblokkeerd.Reinig het filter of maak de afvoerpomp schoon. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".
Balansproblemen met de waslading.Verdeel de artikelen handmatig in de trommel en start de centrifugefase opnieuw.
Het programma start niet.De stekker zit niet goed in het stopcontact.Steek de stekker in het stopcontact.
De zekering in de meterkast is doorgebrand.Vervang de zekering.
U heeft niet op toets 4 gedrukt.Als u op de toets 4 drukt:
De uitgestelde start is ingesteld.Annuleer de uitgestelde start om het programma direct te starten.
Het kinderslot is geactiveerd.Het kinderslot uitschakelen.
Er ligt water op de vloer.Lekkages van de koppelingen van de waterslangen.Zorg dat de koppelingen goed zijn aangedraaid.
Lekkages van de afvoerpomp.Zorg dat het filter van de afvoerpomp goed is bevestigd.
De waterafvoerslang is beschadigd.Verzeker u ervan dat de watertoevoerslang niet is beschadigd.
U kunt de deur van het apparaat niet openen.Het wasprogramma is bezig.Laat het wasprogramma beëindigen.
Er staat water in de trommel.Kies het programma Pompen of Centrifugeren.
Het apparaat maakt een abnormaal geluid.Het apparaat staat niet waterpas.Het apparaat waterpas afstellen. Raadpleeg "Installatie".
De verpakking en/of de transportbouten zijn niet verwijderd.Verwijder de verpakking en/of de transportbouten. Raadpleeg "Installatie".

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

Pagina 32

32

ProbleemMogelijke oorzaakMogelijke oplossing
De lading is erg klein.Meer wasgoed in de machine doen.
Het apparaat vult zich met water en pompt het direct weer af.Het uiteinde van de afvoerslang is te laag.Zorg dat de afvoerslang op de juiste hoogte staat.
Het wasresultaat is niet bevredigend.Het door u gebruikte wasmiddel was niet correct of onvoldoende.Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander middel.
U heeft de hardnekkige vlekken niet voor het wassen uit het wasgoed gehaald.Gebruik speciale producten om hardnekkige vlekken te verwijderen.
Onjuiste temperatuur ingesteld.Zorg dat u de juiste temperatuur instelt.
Te veel wasgoedbelading.Verminder de hoeveelheid wasgoed.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

Schakel het apparaat na de controle in. Het programma gaat verder vanaf het punt waar het werd onderbroken. Als het probleem opnieuw optreedt, neem dan contact op met onze service afdeling.

Indien het display andere alarmcodes meldt, neem dan contact op met onze service afdeling.

Pagina 33

NEDERLANDS 33

MONTAGE

UITPAKKEN

Pagina 34

Pagina 35

NEDERLANDS 35

WAARSCHUWING!

Verwijder alle transportbouten en verpakking voordat u het apparaat installeert.

Wij raden u aan om alle transportbouten en verpakking te bewaren voor als u het apparaat gaat verplaatsen.

PLAATSING EN WATERPAS ZETTEN

x4

LET OP!

Plaats geen karton, hout of vergelijkbare materialen onder de voeten van het apparaat om deze waterpas te stellen.

Pagina 36

36 DE TOEVOERSLANG

20O45O• Sluit de slang aan op het apparaat. Draai de toevoerslang alleen naar links of rechts. Maak de ringmoer los om hem in de juiste stand te zetten.
• Sluit de watertoevoerslang aan op een koudwaterkraan met 3/4-schroef-draad.
LET OP!
Zorg ervoor dat de koppelingen niet lekken.
Gebruik geen verlengslang de toevoerslang te kort is.als

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

Neem contact op met de klantenservice voor vervanging van de toevoerslang.

Waterstop

De watertoevoerslang is voorzien van een waterstop. Dit toestel voorkomt lekkage in de slang door natuurlijke slijtage. Het rode gedeelte in het venster «A» toont deze storing.

Als dit gebeurt, draait u de kraan dicht en neemt u contact op met de klantenservice om de slang te laten vervangen.

A

Pagina 37

NEDERLANDS 37

WATERAFVOER

Er zijn verschillende procedures om de afvoerslang aan te sluiten:

Met de plastic slanggeleider.• Op de rand van een gootsteen.
• Zorg dat de plastic geleider niet kan bewegen als het apparaat water afvoert. Bevestig de geleider op de waterkraan of wand.
• Op een standpijp met ventilatieopening.
Raadpleeg de illustratie. Rechtstreeks in een afvoerpijp op een hoogte van niet minder dan 60 cm en niet meer dan 100 cm. Het einde van de afvoerslang moet altijd geventileerd zijn, d.w.z. dat de binnendiameter van de afvoerpijp groter moet zijn dan de buitendiameter van de afvoerslang.
Zonder de plastic slanggeleider.
• Op een gootsteenafvoer.
Raadpleeg de illustratie. Plaats de afvoerslang in de gootsteenafvoer en draai vast met een clip. Zorg dat de afvoerslang een bocht maakt om te voorkomen dat resterende deeltjes uit de gootsteen in het apparaat komen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)

Pagina 38

38

U kunt de afvoerslang verlengen tot maximaal 400 cm. Neem contact op met het servicecentrum voor de andere afvoerslang en de verlenging.

← pagina's 2–20Inhoud