naslaan.comZoekenAlle merken

AEG L87495FL, tekst van de handleiding

Pagina's 16–35 van 72 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–15

Pagina 16

16 www.aeg.com

7. VERBRUIKSWAARDEN

Bij start van het programma toont het display de programmaduur voor de maximale laadcapaciteit.

Tijdens de wasfase wordt de programmaduur automatisch berekend en deze kan flink worden verlaagd als de wasgoedlading lager is dan de maximale laadcapaciteit (bijv. katoen 60°C, maximale laadcapaciteit 9 kg, de programmaduur is langer dan 2 uur, lading 1 kg, de programmaduur is nog geen uur).

Als het apparaat de echte programmaduur berekent, knippert er een punt in het display.

De gegevens van deze tabel zijn gemiddelden. Verschillende oorzaken kunnen de gegevens wijzigen: de hoeveelheid en het type wasgoed, het water en de omgevingstemperatuur.

Programma’sLading (kg)Energieverbruik (kWh)Waterverbruik (liter)Gemiddelde programmaduur (minuten)Resterend vocht (%)1)
Katoen 60 °C91.66916852
Katoen 40 °C91.06916452
Synthetische stoffen 40 °C40.64810535
Fijne was 40 °C40.7588635
Wol/Handwas 30 °C20.35576130
Standaard katoenprogramma's
Standaard 60 °C katoen91.056523352
Standaard 60 °C katoen4.50.754019852
Standaard 40 °C katoen4.50.504017852

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Uit-modus (W)Modus aan laten (W)
0.050.05
De gegevens in de bovenstaande grafieken komen overeen met de regelgeving van de Europese commissie 1015/2010 implementatierichtlijn 2009/125/ EC.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Pagina 17

NEDERLANDS 17

8. VOOR HET EERSTE GEBRUIK

van de wasmiddellade. Stel het programma voor katoen in op de hoogste temperatuur zonder wasgoed en start het programma. Dit verwijdert al het mogelijke vuil uit de trommel en de kuip.

9. BEDIENING VAN HET APPARAAT

9.1 Wasgoed in de machine doen

1.

Open de deur van het apparaat.

Zorg ervoor dat er geen wasgoed tussen de deur blijft klemmen. Er kan waterlekkage of beschadigd wasgoed ontstaan.

Pagina 18

18 www.aeg.com

9.2 Wasmiddel en additieven (wasverzachter, vlekkenmiddel) toevoegen

Het wasmiddelvakje van de voorwasfase en het inweekprogramma.
Voeg inweek- en voorwasmiddelen toe voordat u het programma start.
Het vakje voor het wasmiddel van de wasfase.
Als u een vloeibaar wasmiddel gebruikt, dient u dit direct voor het starten van het programma te plaatsen.
Vakje voor vloeibare nabehandelingsmiddelen (wasverzachter, stijfsel).
Plaats het product in het vakje voordat u het programma start.
Dit is het maximale niveau voor vloeibare nabehandelingsmiddelen.
Het vakje voor de vlekverwijderaar.
Plaats het product in het vakje en stel de vlekfunctie in voordat u het programma start.
Klepje voor poeder of vloeibaar wasmiddel.
Draai het klepje (omhoog of omlaag) in de juiste stand om poeder of vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
Volg altijd de instructies op de verpakking van de wasmiddelen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Pagina 19

NEDERLANDS 19

De stand van de klep controleren

1. Trek de wasmiddeldoseerlade uit tot deze stopt.
2. Druk de hendel in om de lade uit te trekken.
3. Draai de klep omhoog om poederwasmiddel te gebruiken.
4. Draai de klep omlaag om vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
Met de klep in de stand OM-LAAG:
– Gebruik geen gelatineachtige of dikke vloeibare wasmiddelen.
– Giet niet meer vloeibaar wasmiddel in het vakje dan de limiet op de klep.
– Stel de voorwasfase niet in.
– Stel de startuitstelfunctie niet in.
5. Meet het wasmiddel en wasverzachter af.
6. Sluit de wasmiddeldoseerlade voorzichtig. Zorg bij het sluiten van de lade dat de klep geen blokkering veroorzaakt.
9.3 Een programma instellen en starten
1. Draai de programmaschakelaar. Het bijbehorende programma-indicatielampje gaat branden.
2. Het lampje van toets 4 knippert in het rood.
3. De display toont de standaard temperatuur, de centrifugesnelheid en de lege indicatiebalkjes van de beschikbare functies.
4. Om de temperatuur en/of de centrifugesnelheid te wijzigen, drukt u op de bijbehorende toetsen.
5. Stel de beschikbare functies in.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Pagina 20

20 www.aeg.com

De afvoerpomp kan even werken als het apparaat gevuld wordt met water.

De wasmachine past de cyclustijd automatisch aan op het wasgoed dat u in de trommel hebt gedaan, voor perfecte wasresultaten binnen een minimaal benodigde tijd. Na ongeveer 15 minuten vanaf de start van het programma geeft de display de nieuwe tijdwaarde weer.

9.4 Een programma onderbreken

Het wasprogramma gaat verder.

9.5 Een programma annuleren

Het apparaat pompt geen water weg.

9.6 Een functie wijzigen

U kunt slechts enkele functies wijzigen voordat ze gaan werken.

9.7 Het startuitstel instellen

Nadat het aftelproces voltooid is, wordt het wasprogramma automatisch gestart.

Voordat u op toets 4 drukt om het apparaat te starten, kunt u de instelling van de uitgestelde start annuleren of wijzigen.

U kunt de uitgestelde start niet instellen bij het Stoom programma.

9.8 De uitgestelde start annuleren

9.9 Deur openen

Als een programma of het startuitstel in werking is, is de deur van de wasmachine vergrendeld.

De deur van het apparaat openen:

Als de temperatuur en het waterpeil in de trommel te hoog zijn, blijft het symbool voor de deurvergrendeling aan en kunt u de deur niet openen. U opent in dat geval de deur als volgt:

Als u het apparaat uit zet, dient u het programma opnieuw in te stellen.

Pagina 21

9.10 Aan het einde van het programma

Pauze 4 gaat uit.

Als u het apparaat weer inschakelt, wordt het einde van het als laatste ingestelde programma in de display weergegeven. Draai de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.

Zorg ervoor dat de trommel leeg is.

NEDERLANDS 21

Het wasprogramma is voltooid, maar er staat water in de trommel:

Het water wegpompen:

Na ongeveer 18 uur begint het apparaat automatisch met het afvoeren van water en centrifugeren.

10. AANWIJZINGEN EN TIPS

10.1 Wasgoed sorteren

Verwijder de haken of stop de gordijnen in een zak of kussensloop.

10.2 Hardnekkige vlekken

Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.

Pagina 22

22 www.aeg.com

We raden u aan om deze vlekken te verwijderen voordat u deze artikelen in de machine stopt.

Er zijn speciale vlekverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.

10.3 Wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen

10.4 Waterhardheid

Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterverzachter voor wasautomaten aan. In gebieden waar de waterhardheid zacht is, is het gebruik van een waterverzachter niet nodig.

Neem contact op met de plaatselijke waterautoriteit voor de waterhardheid in uw gebied.

Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van de producten.

Gelijkwaardige eenheden meten de waterhardheid:

Waterhardheidstabel

NiveauTypeWaterhardheid
°dH°THmmol/lClarke
1zacht0-70-150-1.50-9
2medium8-1416-251.6-2.510-16
3hard15-2126-372.6-3.717-25
4erg hard> 21> 37>3.7>25

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

11. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING!

Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt.

11.1 Ontkalken

Het water dat wij gebruiken, bevat kalk. Als het nodig is dient u waterverzachter

te gebruiken om deze kalk te verwijderen.

Gebruik een speciaal product voor wasautomaten. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van de producent.

Doe dit apart van het wassen van wasgoed.

Pagina 23

11.2 Buitenkant reinigen

Het apparaat alleen schoonmaken met zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog.

LET OP!

Gebruik geen brandspiritus, oplosmiddelen of chemische producten.

11.3 Onderhoudswasbeurt

Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel

11.4 Deurrubber

11.5 Trommel

Controleer de trommel regelmatig om kalk en roestdeeltjes te voorkomen. Gebruik alleen speciale producten om roestdeeltjes uit de trommel te verwijderen.

11.6 Wasmiddeldoseerlade

De wasmiddeldoseerlade reinigen:

1

NEDERLANDS 23

achterblijft in de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswas uit. Om dit te doen:

Houd de deur enige tijd open na elke wasbeurt, om schimmels te voorkomen en onprettige geurtjes te verwijderen.

Controleer het deurrubber regelmatig en verwijder voorwerpen uit de binnenkant.

Ga als volgt te werk:

Pagina 24

24 www.aeg.com

11.7 Afvoerpomp

Controleer de afvoerpomp regelmatig en zorg dat deze schoon is.

De pomp schoonmaken als:

De afvoerpomp reinigen:

WAARSCHUWING!

Reinig de afvoerpomp niet als het water in de machine heet is. Het water moet koud zijn voordat u de afvoerpomp kunt reinigen.

Pagina 25

NEDERLANDS 25

11.8 Het filter van de toevoerslang en het klepfilter

Het kan nodig zijn filters te reinigen als:

WAARSCHUWING!

Trek de stekker uit het stopcontact.

Pagina 26

26 www.aeg.com

De watertoevoerfilters schoonmaken:1. Draai de waterkraan dicht.
2. Verwijder de watertoevoerslang van de kraan.
3. Reinig het filter in de toevoerslang met een harde borstel.
4. Verwijder de toevoerslang achter de machine.
5. Reinig het filter in de klep met een harde borstel of een handdoek.
6. Installeer de watertoevoerslang opnieuw. Zorg ervoor dat de koppelingen stevig vast zitten om lekkage te voorkomen.
7. Draai de waterkraan open.
45° 20°
11.9 Noodafvoer
Het apparaat kan geen water afvoeren door een storing.
Als dit optreedt, voert u stap (1) tot en met (6) van "De afvoerpomp reinigen" uit.
Maak de pomp zo nodig schoon.
Plaats het afvoerkanaal terug en sluit de afvoerpompklep.
Als u het water afvoert met de noodafvoerprocedure, dient u het afvoersysteem opnieuw te activeren:
1. Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddeldoseerlade.
2. Start het programma om water af te voeren.
11.10 Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar de temperatuur lager is dan 0 °C, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
1. Trek de stekker uit het stopcontact.
2. Draai de waterkraan dicht.
3. Verwijder de watertoevoerslang.
4. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
5. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
6. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de toevoerslang opnieuw.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

Pagina 27

NEDERLANDS 27

WAARSCHUWING!

Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0 °C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.

12. PROBLEEMOPLOSSING

Het apparaat start niet of stopt tijdens het programma.•- Het apparaat pompt geen water weg.
Probeer eerst het probleem zelf op te
lossen (zie tabel). Indien dit niet lukt, neem contact op met de service afde-•- De deur is open of niet goed gesloten.
ling.•- Anti-overstromingsbeveiliging is aan.
Bij sommige problemen werken de
geluidssignalen en toont de displayWAARSCHUWING!
een alarmcode:Schakel het apparaat uit voordat
• - Het apparaat wordt niet gevuld met water.u controles uitvoert.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

ProbleemMogelijke oorzaakMogelijke oplossing
Het apparaat neemt geen water.De waterkraan is dicht.Draai de waterkraan open.
De watertoevoerslang is beschadigd.Controleer of de watertoevoerslang niet is beschadigd.
De filters in de watertoevoerslang zijn verstopt.Reinig de filters Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".
De waterkraan is verstopt of aangezet met kalkaanslag.Maak de waterkraan schoon.
De aansluiting van de watertoevoerslang is niet correct.Zorg dat de aansluiting altijd correct is.
De waterdruk is te laag.Neem contact op met het waterleidingbedrijf.
Het apparaat pompt geen water weg.De waterafvoerslang is beschadigd.Controleer of de waterafvoerslang niet is beschadigd.
Het filter in de afvoerpomp is geblokkeerd.Reinig het filter of maak de afvoerpomp schoon. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

Pagina 28

28 www.aeg.com

ProbleemMogelijke oorzaakMogelijke oplossing
De aansluiting van de waterafvoerslang is niet correct.Zorg dat de aansluiting altijd correct is.
Er is een wasprogramma zonder afvoerfase ingesteld.Stel het afvoerprogramma in.
De functie 'Spoelstop' is aan.Stel het afpompprogramma in.
De deur is open of niet goed gesloten.Sluit de deur goed.
Anti-overstro-mingsbeveilliging is aan.• Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
• Draai de waterkraan dicht.
• Neem contact op met het servicecentrum.
Het apparaat centrifugeert niet.De centrifugafase is uit.Stel het centrifugeprogramma in.
Het filter in de afvoerpomp is geblokkeerd.Reinig het filter of maak de afvoerpomp schoon. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".
Balansproblemen met de waslading.Verdeel de artikelen handmatig in de trommel en start de centrifugefase opnieuw.
Het programma start niet.De stekker zit niet goed in het stopcontact.Steek de stekker in het stopcontact.
De zekering in de meterkast is doorgebrand.Vervang de zekering.
U heeft niet op toets 4 gedrukt.Als u op de toets 4 drukt:
De uitgestelde start is ingesteld.Annuleer de uitgestelde start om het programma direct te starten.
Het kinderslot is geactiveerd.Het kinderslot uitschakelen.
Er ligt water op de vloer.Lekkages van de koppelingen van de waterslangen.Zorg dat de koppelingen goed zijn aangedraaid.
Lekkages van de afvoerpomp.Zorg dat het filter van de afvoerpomp goed is bevestigd.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

Pagina 29

NEDERLANDS 29

ProbleemMogelijke oorzaakMogelijke oplossing
De waterafvoerslang is beschadigd.Verzeker u ervan dat de watertoevoerslang niet is beschadigd.
U kunt de deur van het apparaat niet openen.Het wasprogramma is bezig.Laat het wasprogramma beëindigen.
Er staat water in de trommel.Kies het programma Pompen of Centrifugeren.
Het apparaat maakt een abnormaal geluid.Het apparaat staat niet waterpas.Het apparaat waterpas afstellen. Raadpleeg "Installatie".
De verpakking en/of de transportbouten zijn niet verwijderd.Verwijder de verpakking en/of de transportbouten. Raadpleeg "Installatie".
De lading is erg klein.Meer wasgoed in de machine doen.
Het apparaat vult zich met water en pompt het direct weer af.Het uiteinde van de afvoerslang is te laag.Zorg dat de afvoerslang op de juiste hoogte staat.
Het wasresultaat is niet bevredigend.Het door u gebruikte wasmiddel was niet correct of onvoldoende.Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander middel.
U heeft de hardnekkige vlekken niet voor het wassen uit het wasgoed gehaald.Gebruik speciale producten om hardnekkige vlekken te verwijderen.
Onjuiste temperatuur ingesteld.Zorg dat u de juiste temperatuur instelt.
Te veel wasgoedbelading.Verminder de hoeveelheid wasgoed.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

Schakel het apparaat na de controle in. Het programma gaat verder vanaf het punt waar het werd onderbroken. Als het probleem opnieuw optreedt, neem dan contact op met onze service afdeling.

Indien het display andere alarmcodes meldt, neem dan contact op met onze service afdeling.

13. MONTAGE

13.1 Set bevestigingsplaatjes (4055171146)

Verkrijgbaar bij uw geautoriseerde verkooppunt.

Zet het apparaat goed vast met de bevestigingsplaatjes als u het apparaat op een plint plaatst.

Volg de instructies die bij de set zijn meegeleverd.

Pagina 30

30 www.aeg.com

13.2 Uitpakken

Pagina 31

NEDERLANDS 31

1

2

Pagina 32

32 www.aeg.com

WAARSCHUWING!

Verwijder alle transportbouten en verpakking voordat u het apparaat installeert.

Wij raden u aan om alle transportbouten en verpakking te bewaren voor als u het apparaat gaat verplaatsen.

13.3 Plaatsing en waterpas zetten

x4

LET OP!

Plaats geen karton, hout of vergelijkbare materialen onder de voeten van het apparaat om deze waterpas te stellen.

Pagina 33

NEDERLANDS 33

13.4 De toevoerslang

20O45O• Sluit de slang aan op het apparaat. Draai de toevoerslang alleen naar links of rechts. Maak de ringmoer los om hem in de juiste stand te zetten.
• Sluit de watertoevoerslang aan op een koudwaterkraan met 3/4-schroef-draad.
LET OP!
Zorg ervoor dat de koppelingen niet lekken.
Gebruik geen verlengslangals

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

de toevoerslang te kort is. Neem contact op met de klantenservice voor vervanging van de toevoerslang.

Waterstop

De watertoevoerslang is voorzien van een waterstop. Dit toestel voorkomt lekkage in de slang door natuurlijke slijtage. Het rode gedeelte in het venster «A» toont deze storing.

Als dit gebeurt, draait u de kraan dicht en neemt u contact op met de klantenservice om de slang te laten vervangen.

A

13.5 Waterafvoer

Er zijn verschillende procedures om de afvoerslang aan te sluiten:

Pagina 34

34 www.aeg.com

Met de plastic slanggeleider.

Zonder de plastic slanggeleider.

•

•

•

•

•

Op de rand van een gootsteen.

Zorg dat de plastic geleider niet kan bewegen als het apparaat water afvoert. Bevestig de geleider op de waterkraan of wand.

Op een standpijp met ventilatieopening.

Raadpleeg de illustratie. Rechtstreeks in een afvoerpijp op een hoogte van niet minder dan 60 cm en niet meer dan 100 cm. Het einde van de afvoerslang moet altijd geventileerd zijn, d.w.z. dat de binnendiameter van de afvoerpijp groter moet zijn dan de buitendiameter van de afvoerslang.

Op een gootsteenafvoer.

Raadpleeg de illustratie. Plaats de afvoerslang in de gootsteenafvoer en draai vast met een clip. Zorg dat de afvoerslang een bocht maakt om te voorkomen dat resterende deeltjes uit de gootsteen in het apparaat komen.

Direct op een ingebouwde afvoerpomp in de kamerwand en zet vast met een klem.

Pagina 35

NEDERLANDS 35

U kunt de afvoerslang maximaal 400 cm verlengen. Neem contact op met de klantenservice voor de andere afvoerslang en het verlengstuk.

14. MILIEUBESCHERMING

Recycle de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte verzamelcontainer om het te recyclen.

Help om het milieu en de volksgezondheid te beschermen en recycle het afval van elektrische en

elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.

← pagina's 2–15Inhoud