AEG L87495XFL, tekst van de handleiding
Pagina's 16–34 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 16
16 www.aeg.com
| Programma’s | Lading (kg) | Energieverbruik (kWh) | Waterverbruik (liter) | Gemiddelde programmaduur (minuten) | Resterend vocht (%)1) |
|---|---|---|---|---|---|
| Synthetische stoffen 40 °C | 4 | 0.6 | 48 | 105 | 35 |
| Fijne was 40 °C | 4 | 0.7 | 58 | 86 | 35 |
| Wol/Handwas 30 °C | 2 | 0.35 | 57 | 61 | 30 |
| Standaard katoenprogramma's | |||||
| Standaard 60 °C katoen | 9 | 0.90 | 65 | 233 | 44 |
| Standaard 60 °C katoen | 4.5 | 0.58 | 40 | 198 | 44 |
| Standaard 40 °C katoen | 4.5 | 0.46 | 40 | 178 | 44 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
| 1) Aan het einde van de centrifugeerfase. | |
| Uit-modus (W) | Modus aan laten (W) |
| 0.05 | 0.05 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
De gegevens in de bovenstaande grafieken komen overeen met de regelgeving van de Europese commissie 1015/2010 implementatierichtlijn 2009/125/ EC.
8. VOOR HET EERSTE GEBRUIK
- 1. Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddellade om het afvoersysteem te activeren.
- 2. Giet een klein beetje wasmiddel in het vakje van het hoofdwasmiddel
van de wasmiddellade. Stel het programma voor katoen in op de hoogste temperatuur zonder wasgoed en start het programma. Dit verwijdert al het mogelijke vuil uit de trommel en de kuip.
9. BEDIENING VAN HET APPARAAT
- 1. Draai de waterkraan open.
- 2. Steek de stekker in het stopcontact.
- 3. Druk op toets 1 om het apparaat in te schakelen.
- 4. Plaats het wasgoed in de machine.
- 5. Gebruik de juiste hoeveelheid wasmiddelen en toevoegingen.
- 6. U dient het juiste programma in te stellen en te starten voor het type lading en de mate van vervuiling.
Pagina 17
NEDERLANDS 17
9.1 Wasgoed in de machine doen
- 1. Open de deur van het apparaat.
- 2. Plaats het wasgoed een voor een in de trommel. Schud de items voor u
ze in de wasautomaat plaatst. Zorg ervoor dat u niet te veel was in de trommel plaatst.
- 3. Sluit de deur.
Zorg ervoor dat er geen wasgoed tussen de deur blijft klemmen. Er kan waterlekkage of beschadigd wasgoed ontstaan.
9.2 Wasmiddel en additieven (wasverzachter, vlekkenmiddel) toevoegen
Het wasmiddelvakje van de voorwasfase en het inweekprogramma.
Voeg inweek- en voorwasmiddelen toe voordat u het programma start.
Het vakje voor het wasmiddel van de wasfase.
Als u een vloeibaar wasmiddel gebruikt, dient u dit direct voor het starten van het programma te plaatsen.
Vakje voor vloeibare nabehandelingsmiddelen (wasverzachter, stijfsel).
Plaats het product in het vakje voordat u het programma start.
Dit is het maximale niveau voor vloeibare nabehandelingsmiddelen.
Het vakje voor de vlekverwijderaar.
Plaats het product in het vakje en stel de vlekfunctie in voordat u het programma start.
Pagina 18
18 www.aeg.com
Klepje voor poeder of vloeibaar wasmiddel.
Draai het klepje (omhoog of omlaag) in de juiste stand om poeder of vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
Volg altijd de instructies op de verpakking van de wasmiddelen.
De stand van de klep controleren
- 5. Meet het wasmiddel en wasverzachter af.
- 6. Sluit de wasmiddeldoseerlade voorzichtig. Zorg bij het sluiten van de lade dat de klep geen blokkering veroorzaakt.
- 1. Trek de wasmiddeldoseerlade uit tot deze stopt.
- 2. Druk de hendel in om de lade uit te trekken.
- 3. Draai de klep omhoog om poederwasmiddel te gebruiken.
- 4. Draai de klep omlaag om vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
Met de klep in de stand OM-LAAG:
- Gebruik geen gelatineachtige of dikke vloeibare wasmiddelen.
- Giet niet meer vloeibaar wasmiddel in het vakje dan de limiet op de klep.
- Stel de voorwasfase niet in.
- Stel de startuitstelfunctie niet in.
Pagina 19
9.3 Een programma instellen en starten
- 1. Draai de programmaschakelaar. Het bijbehorende programma-indicatielampje gaat branden.
- 2. Het lampje van toets 4 knippert in het rood.
- 3. De display toont de standaard temperatuur, de centrifugesnelheid en de lege indicatiebalkjes van de beschikbare functies.
- 4. Om de temperatuur en/of de centrifugesnelheid te wijzigen, drukt u op de bijbehorende toetsen.
- 5. Stel de beschikbare functies in.
- 6. Druk op toets 4 om het programma te starten. Het lampje van toets 4 is aan.
De afvoerpomp kan even werken als het apparaat gevuld wordt met water.
De wasmachine past de cyclustijd automatisch aan op het wasgoed dat u in de trommel hebt gedaan, voor perfecte wasresultaten binnen een minimaal benodigde tijd. Na ongeveer 15 minuten vanaf de start van het programma geeft de display de nieuwe tijdwaarde weer.
9.4 Een programma onderbreken
- 1. Als u op de toets 4 drukt: Het indicatielampje knippert.
- 2. Als u opnieuw op toets 4 drukt.
Het wasprogramma gaat verder.
9.5 Een programma annuleren
- 1. Druk op toets 1 om het programma te annuleren en om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Druk opnieuw op toets 1 om het apparaat in te schakelen. U kunt nu een nieuw wasprogramma kiezen.
Het apparaat pompt geen water weg.
NEDERLANDS 19
9.6 Een functie wijzigen
U kunt slechts enkele functies wijzigen voordat ze gaan werken.
- 1. Als u op de toets 4 drukt: Het indicatielampje knippert.
- 2. De ingestelde functie wijzigen.
9.7 Het startuitstel instellen
- 1. Druk herhaaldelijk op toets 5 tot het aantal minuten of uren op de display verschijnt. De bijbehorende symbolen gaan branden.
- 2. Druk op toets 4 , het apparaat begint met aftellen van de uitgestelde start.
Nadat het aftelproces voltooid is, wordt het wasprogramma automatisch gestart.
Voordat u op toets 4 drukt om het apparaat te starten, kunt u de instelling van de uitgestelde start annuleren of wijzigen.
U kunt de uitgestelde start niet instellen bij het Stoom programma.
9.8 De uitgestelde start annuleren
- 1. Als u op de toets 4 drukt: Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Druk herhaaldelijk op toets 5 tot de display 0’ toont.
- 3. Als u op de toets 4 drukt: Het programma wordt gestart.
9.9 Deur openen
Als een programma of het startuitstel in werking is, is de deur van de wasmachine vergrendeld.
De deur van het apparaat openen:
- 1. Druk op toets 4 . Het deurvergrendelingssymbool in de display gaat uit.
- 2. Open de deur van het apparaat.
- 3. Sluit de deur van de machine en druk op toets 4 . Het programma of startuitstel gaat verder.
Pagina 20
20 www.aeg.com
Als de temperatuur en het waterpeil in de trommel te hoog zijn, blijft het symbool voor de deurvergrendeling aan en kunt u de deur niet openen. U opent in dat geval de deur als volgt:
- 1. Schakel het apparaat uit.
- 2. Wacht enkele minuten.
- 3. Zorg ervoor dat er zich geen water in de trommel bevindt.
Als u het apparaat uit zet, dient u het programma opnieuw in te stellen.
9.10 Aan het einde van het programma
- Het apparaat stopt automatisch.
- De geluidssignalen klinken.
- In de display gaat het symbool aan.
- Het indicatielampje van de toets Start/
Pauze 4 gaat uit.
- Het deurvergrendelingssymbool gaat uit.
- Druk op toets 1 om het apparaat uit te schakelen. Vijf minuten na afloop van het programma schakelt energiebesparingsfuncie het apparaat automatisch uit.
Als u het apparaat weer inschakelt, wordt het einde van het als laatste ingestelde programma in de display weergegeven. Draai de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.
- Haal het wasgoed uit de wasmachine. Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
- Laat de deur iets open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen.
- Draai de waterkraan dicht.
Het wasprogramma is voltooid, maar er staat water in de trommel:
- De trommel draait regelmatig om kreukvorming van het wasgoed te voorkomen.
- De deur blijft vergrendeld.
- U moet het water afvoeren om de deur te kunnen openen.
Het water wegpompen:
- 1. Verlaag zo nodig de centrifugesnelheid.
- 2. Druk op de toets Start/Pauze 4 . Het apparaat voert het water af en centrifugeert.
- 3. Als het programma is voltooid, gaat het deurvergrendelingssymbool uit en kunt u de deur openen.
- 4. Schakel het apparaat uit.
Na ongeveer 18 uur begint het apparaat automatisch met het afvoeren van water en centrifugeren.
10. AANWIJZINGEN EN TIPS
10.1 Wasgoed sorteren
- Verdeel het wasgoed in: wit, bont, synthetisch, fijne was en wol.
- Volg de wasinstructies die u op de waslabels van het wasgoed vindt.
- Was witte en bonte artikelen niet samen.
- Sommige bonte weefsels kunnen uitlopen als zij de eerste keer worden gewassen. We raden daarom aan om dit
soort kleding de eerste keer dan ook apart te wassen.
- Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Maak riemen vast.
- Maak alle zakken leeg en vouw alle artikelen open.
- Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met geverfde opdrukken binnenstebuiten.
- Verwijder hardnekkige vlekken.
Pagina 21
NEDERLANDS 21
- Was delen met zware vervuiling met een speciaal wasmiddel.
- Wees voorzichtig met de gordijnen.
Verwijder de haken of stop de gordijnen in een zak of kussensloop.
- Niet in de machine wassen:
- Wasgoed zonder zomen of met scheuren
- Beugelbeha's.
- Gebruik een waszakje om kleine stuk wasgoed te wassen.
- Een zeer kleine lading kan problemen veroorzaken bij de centrifugefase. Als dit gebeurt, kunt u de artikelen handmatig verdelen in de trommel en de centrifugefase opnieuw starten.
10.2 Hardnekkige vlekken
Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te verwijderen voordat u deze artikelen in de machine stopt.
Er zijn speciale vlekverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.
10.3 Wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen
- Gebruik alleen wasmiddelen en nabehandelingsproducten die bedoeld zijn voor gebruik in een wasautomaat.
- Vermeng geen verschillende soorten wasmiddel met elkaar.
- Gebruik niet meer dan de benodigde hoeveelheid wasmiddel om het milieu te beschermen.
- Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van deze producten.
- Gebruik de juiste producten voor het type en de kleur stof, de programmatemperatuur en de mate van vervuiling.
- Stel geen voorwasfase in als u vloeibare wasmiddelen gebruikt.
- Als uw machine geen wasmiddellade heeft met klepje, voeg dan het vloeibare wasmiddel toe met een doseerbal.
10.4 Waterhardheid
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterverzachter voor wasautomaten aan. In gebieden waar de waterhardheid zacht is, is het gebruik van een waterverzachter niet nodig.
Neem contact op met de plaatselijke waterautoriteit voor de waterhardheid in uw gebied.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van de producten.
Gelijkwaardige eenheden meten de waterhardheid:
- Duitse graden (°dH).
- Franse graden (°TH)
- mmol/l (millimol per liter - een internationale eenheid voor de hardheid van water).
- Clarke-graden.
Waterhardheidstabel
| Niveau | Type | Waterhardheid | |||
|---|---|---|---|---|---|
| °dH | °TH | mmol/l | Clarke | ||
| 1 | zacht | 0-7 | 0-15 | 0-1.5 | 0-9 |
| 2 | medium | 8-14 | 16-25 | 1.6-2.5 | 10-16 |
| 3 | hard | 15-21 | 26-37 | 2.6-3.7 | 17-25 |
| 4 | erg hard | > 21 | > 37 | >3.7 | >25 |
Pagina 22
22 www.aeg.com
11. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt.
11.1 Ontkalken
Het water dat wij gebruiken, bevat kalk. Als het nodig is dient u waterverzachter te gebruiken om deze kalk te verwijderen.
Gebruik een speciaal product voor wasautomaten. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van de producent.
Doe dit apart van het wassen van wasgoed.
11.2 Buitenkant reinigen
Het apparaat alleen schoonmaken met zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog.
LET OP!
Gebruik geen brandspiritus, oplosmiddelen of chemische producten.
11.3 Onderhoudswasbeurt
Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel achterblijft in de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswas uit. Om dit te doen:
- Haal al het wasgoed uit de trommel.
- Stel het heetste wasprogramma in voor katoen
- Gebruik de juiste hoeveelheid poederwasmiddel met biologische eigenschappen.
Houd de deur enige tijd open na elke wasbeurt, om schimmels te voorkomen en onprettige geurtjes te verwijderen.
11.4 Deurrubber
Controleer het deurrubber regelmatig en verwijder voorwerpen uit de binnenkant.
11.5 Trommel
Controleer de trommel regelmatig om kalk en roestdeeltjes te voorkomen. Gebruik alleen speciale producten om roestdeeltjes uit de trommel te verwijderen.
Ga als volgt te werk:
- Reinig de trommel met een speciaal product voor roestvrij staal.
- Start een kort programma voor katoen op de maximale temperatuur met een kleine hoeveelheid wasmiddel.
Pagina 23
NEDERLANDS 23
11.6 Wasmiddeldoseerlade
| De wasmiddeldoseerlade reinigen: | 1. Druk op de hendel. 2. Trek de doseerlade naar buiten. 3. Verwijder het bovenste gedeelte van het vakje voor vloeibare nabehandelingsmiddelen. 4. Maak alle onderdelen schoon met water. 5. Maak de ruimte van de wasmiddeldoseerlade schoon met een borstel. 6. Plaats de wasmiddeldoseerlade terug in de ruimte. |
| 1 2 | |
| 11.7 Afvoerpomp | WAARSCHUWING! 1. Trek de stekker uit het stop- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Controleer de afvoerpomp regel- contact.
matig en zorg dat deze schoon is. 2. Verwijder het filter niet als het apparaat in gebruik is. De pomp schoonmaken als: Reinig de afvoerpomp niet als het water in de machine
- Het apparaat geen water wegpompt. heet is. Het water moet koud
- De trommel niet kan draaien. zijn voordat u de afvoer-
- Het apparaat een ongebruikelijk ge- pomp kunt reinigen. luid maakt door een blokkade in de afvoerpomp.
- De display een alarmcode weergeeft door een probleem met de waterafvoer.
Pagina 24
24 www.aeg.com
| De afvoerpomp reinigen: | 1. Open het afvoerpompdeurtje. 2. Trek de klep naar voren om hem te verwijderen. 3. Plaats een bak onder de uitsparing van de afvoerpomp om het uitstromende water op te vangen. 4. Druk de twee hendels in en trek het afvoerkanaal naar voren om het water eruit te laten stromen. 5. Als de bak vol met water is, duwt u het afvoerkanaal terug en leegt u de bak. Herhaal stap 4 en 5 tot er geen water meer uit de afvoerpomp stroomt. 6. Duw het afvoerkanaal terug en draai het filter om het te verwijderen. |
| 1 2 | |
| 7. Verwijder stof en voorwerpen uit de pomp. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- 8. Zorg dat het schoepenrad op de juiste wijze kan draaien. Neem als dit niet lukt, contact op met de klantenservice.
Pagina 25
NEDERLANDS 25
2
- 9. Reinig het filter onder de waterkraan en plaats het terug in de speciale geleiders van de pomp.
- 10. Zorg ervoor dat het filter stevig vastzit om waterlekkage te voorkomen.
- 11. Plaats de klep terug en sluit het afvoerpompdeurtje.
1
11.8 Het filter van de • Het lampje van toets 4 knippert en toevoerslang en het klepfilter de display het bijbehorende alarm weergeeft. Raadpleeg 'Probleemop-Het kan nodig zijn filters te reinigen als: lossing'.
- Het apparaat niet met water wordt ge- WAARSCHUWING!
vuld. Trek de stekker uit het stopcon-
- De machine langdurig water vult. tact.
| De watertoevoerfilters schoonmaken: | 1. Draai de waterkraan dicht. 2. Verwijder de watertoevoerslang van de kraan. 3. Reinig het filter in de toevoerslang met een harde borstel. 4. Verwijder de toevoerslang achter de machine. 5. Reinig het filter in de klep met een harde borstel of een handdoek. 6. Installeer de watertoevoerslang opnieuw. Zorg ervoor dat de koppelingen stevig vast zitten om lekkage te voorkomen. 7. Draai de waterkraan open. |
| 45° 20° | |
| 11.9 Noodafvoer Het apparaat kan geen water afvoeren door een storing. | Als dit optreedt, voert u stap (1) tot en met (6) van "De afvoerpomp reinigen" uit. Maak de pomp zo nodig schoon. |
Pagina 26
26 www.aeg.com
Plaats het afvoerkanaal terug en sluit de afvoerpompklep.
Als u het water afvoert met de noodafvoerprocedure, dient u het afvoersysteem opnieuw te activeren:
- 1. Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddeldoseerlade.
- 2. Start het programma om water af te voeren.
11.10 Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar de temperatuur lager is dan 0 °C, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan dicht.
- 3. Verwijder de watertoevoerslang.
- 4. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
- 5. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
- 6. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0 °C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
12. PROBLEEMOPLOSSING
| Het apparaat start niet of stopt tijdens het programma. | • | - Het apparaat pompt geen water weg. |
| Probeer eerst het probleem zelf op te | ||
| lossen (zie tabel). Indien dit niet lukt, neem contact op met de service afde- | • | - De deur is open of niet goed gesloten. |
| ling. | • | - Anti-overstromingsbeveiliging is aan. |
| Bij sommige problemen werken de | ||
| geluidssignalen en toont de display | WAARSCHUWING! | |
| een alarmcode: | Schakel het apparaat uit voordat | |
| • - Het apparaat wordt niet gevuld met water. | u controles uitvoert. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Mogelijke oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat neemt geen water. | De waterkraan is dicht. | Draai de waterkraan open. |
| De watertoevoerslang is beschadigd. | Controleer of de watertoevoerslang niet is beschadigd. | |
| De filters in de watertoevoerslang zijn verstopt. | Reinig de filters Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| De waterkraan is verstopt of aangezet met kalkaanslag. | Maak de waterkraan schoon. | |
| De aansluiting van de watertoevoerslang is niet correct. | Zorg dat de aansluiting altijd correct is. |
Pagina 27
NEDERLANDS 27
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Mogelijke oplossing |
|---|---|---|
| De waterdruk is te laag. | Neem contact op met het waterleidingbedrijf. | |
| Het apparaat pompt geen water weg. | De waterafvoerslang is beschadigd. | Controleer of de waterafvoerslang niet is beschadigd. |
| Het filter in de afvoerpomp is geblokkeerd. | Reinig het filter of maak de afvoerpomp schoon. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| De aansluiting van de waterafvoerslang is niet correct. | Zorg dat de aansluiting altijd correct is. | |
| Er is een wasprogramma zonder afvoerfase ingesteld. | Stel het afvoerprogramma in. | |
| De functie 'Spoelstop' is aan. | Stel het afpompprogramma in. | |
| De deur is open of niet goed gesloten. | Sluit de deur goed. | |
| Anti-overstro-mingsbeveilliging is aan. | • Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact. • Draai de waterkraan dicht. • Neem contact op met het servicecentrum. | |
| Het apparaat centrifugeert niet. | De centrifugafase is uit. | Stel het centrifugeprogramma in. |
| Het filter in de afvoerpomp is geblokkeerd. | Reinig het filter of maak de afvoerpomp schoon. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| Balansproblemen met de waslading. | Verdeel de artikelen handmatig in de trommel en start de centrifugefase opnieuw. | |
| Het programma start niet. | De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Steek de stekker in het stopcontact. |
| De zekering in de meterkast is doorgebrand. | Vervang de zekering. | |
| U heeft niet op toets 4 gedrukt. | Als u op de toets 4 drukt: | |
| De uitgestelde start is ingesteld. | Annuleer de uitgestelde start om het programma direct te starten. |
Pagina 28
28 www.aeg.com
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Mogelijke oplossing |
|---|---|---|
| Het kinderslot is geactiveerd. | Het kinderslot uitschakelen. | |
| Er ligt water op de vloer. | Lekkages van de koppelingen van de waterslangen. | Zorg dat de koppelingen goed zijn aangedraaid. |
| Lekkages van de afvoerpomp. | Zorg dat het filter van de afvoerpomp goed is bevestigd. | |
| De waterafvoerslang is beschadigd. | Verzeker u ervan dat de watertoevoerslang niet is beschadigd. | |
| U kunt de deur van het apparaat niet openen. | Het wasprogramma is bezig. | Laat het wasprogramma beëindigen. |
| Er staat water in de trommel. | Kies het programma Pompen of Centrifugeren. | |
| Het apparaat maakt een abnormaal geluid. | Het apparaat staat niet waterpas. | Het apparaat waterpas afstellen. Raadpleeg "Installatie". |
| De verpakking en/of de transportbouten zijn niet verwijderd. | Verwijder de verpakking en/of de transportbouten. Raadpleeg "Installatie". | |
| De lading is erg klein. | Meer wasgoed in de machine doen. | |
| Het apparaat vult zich met water en pompt het direct weer af. | Het uiteinde van de afvoerslang is te laag. | Zorg dat de afvoerslang op de juiste hoogte staat. |
| Het wasresultaat is niet bevredigend. | Het door u gebruikte wasmiddel was niet correct of onvoldoende. | Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander middel. |
| U heeft de hardnekkige vlekken niet voor het wassen uit het wasgoed gehaald. | Gebruik speciale producten om hardnekkige vlekken te verwijderen. | |
| Onjuiste temperatuur ingesteld. | Zorg dat u de juiste temperatuur instelt. | |
| Te veel wasgoedbelading. | Verminder de hoeveelheid wasgoed. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
Schakel het apparaat na de controle in. Het programma gaat verder vanaf het punt waar het werd onderbroken. Als het probleem opnieuw optreedt, neem dan contact op met onze service afdeling.
Indien het display andere alarmcodes meldt, neem dan contact op met onze service afdeling.
Pagina 29
NEDERLANDS 29
13. MONTAGE
13.1 Set bevestigingsplaatjes (4055171146)
Verkrijgbaar bij uw geautoriseerde verkooppunt.
13.2 Uitpakken
Zet het apparaat goed vast met de bevestigingsplaatjes als u het apparaat op een plint plaatst.
Volg de instructies die bij de set zijn meegeleverd.
- 1. Gebruik de handschoenen. De externe folie eraf trekken. Gebruik zo nodig een mes.
- 2. Verwijder de kartonnen deksel.
- 3. Verwijder de piepschuim verpakkingsmaterialen.
- 4. De interne folie eraf trekken.
Pagina 30
30 www.aeg.com
- 5. Open de deur. Verwijder het piepschuim blok van de deur en alle andere onderdelen uit de trommel.
- 6. Plaats het piepschuim verpakkingsmateriaal op de vloer achter het apparaat. Plaats het apparaat met de achterzijde voorzichtig op het kartonnen deksel. Zorg dat u de slangen niet beschadigt.
- 7. Verwijder de piepschuim bescherming van de onderkant.
- 8. Zet het apparaat weer rechtop.
- 9. Verwijder het aansluitsnoer en de afvoerslang van de slanghouders.
Pagina 31
NEDERLANDS 31
- 10. Draai de drie transportbouten los. Gebruik de bij het apparaat geleverde moersleutel.
- 11. Trek de bouten met de plastic tussenstukken eruit.
- 12. Doe de plastic dopjes in de gaatjes. U vindt deze doppen in de zak van de gebruikershandleiding.
WAARSCHUWING!
Verwijder alle transportbouten en verpakking voordat u het apparaat installeert.
Wij raden u aan om alle transportbouten en verpakking te bewaren voor als u het apparaat gaat verplaatsen.
13.3 Plaatsing en waterpas zetten
- Installeer het apparaat op een vlakke harde vloer.
- Zorg ervoor dat de vloerbedekking de luchtcirculatie onder het apparaat niet stopt.
- Zorg ervoor dat het apparaat geen muren of andere apparaten raakt.
- Gebruik de stelvoetjes om het apparaat waterpas te zetten. Een juiste afstelling van het apparaat voorkomt trillingen en lawaai en het bewegen van het apparaat als deze in bedrijf is.
x4
Pagina 32
32 www.aeg.com
- Het apparaat moet waterpas en stabiel staan.
LET OP!
Plaats geen karton, hout of vergelijkbare materialen onder de voeten van het apparaat om deze waterpas te stellen.
13.4 De toevoerslang
| 20O | 45O | • Sluit de slang aan op het apparaat. Draai de toevoerslang alleen naar links of rechts. Maak de ringmoer los om hem in de juiste stand te zetten. • Sluit de watertoevoerslang aan op een koudwaterkraan met 3/4-schroef-draad. LET OP! Zorg ervoor dat de koppelingen niet lekken. |
| Gebruik geen verlengslang | als |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
de toevoerslang te kort is. Neem contact op met de klantenservice voor vervanging van de toevoerslang.
Pagina 33
NEDERLANDS 33
Waterstop
A
13.5 Waterafvoer
Er zijn verschillende procedures om de afvoerslang aan te sluiten:
Met de plastic slanggeleider.
De watertoevoerslang is voorzien van een waterstop. Dit toestel voorkomt lekkage in de slang door natuurlijke slijtage. Het rode gedeelte in het venster «A» toont deze storing.
Als dit gebeurt, draait u de kraan dicht en neemt u contact op met de klantenservice om de slang te laten vervangen.
- Op de rand van een gootsteen.
- Zorg dat de plastic geleider niet kan bewegen als het apparaat water afvoert. Bevestig de geleider op de waterkraan of wand.
- Op een standpijp met ventilatieopening.
Raadpleeg de illustratie. Rechtstreeks in een afvoerpijp op een hoogte van niet minder dan 60 cm en niet meer dan 100 cm. Het einde van de afvoerslang moet altijd geventileerd zijn, d.w.z. dat de binnendiameter van de afvoerpijp groter moet zijn dan de buitendiameter van de afvoerslang.
Pagina 34
34 www.aeg.com
Zonder de plastic slanggeleider.
U kunt de afvoerslang maximaal 400 cm verlengen. Neem contact op met de klantenservice voor de andere afvoerslang en het verlengstuk.
- Op een gootsteenafvoer.
Raadpleeg de illustratie. Plaats de afvoerslang in de gootsteenafvoer en draai vast met een clip. Zorg dat de afvoerslang een bocht maakt om te voorkomen dat resterende deeltjes uit de gootsteen in het apparaat komen.
- Direct op een ingebouwde afvoerpomp in de kamerwand en zet vast met een klem.
14. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte verzamelcontainer om het te recyclen.
Help om het milieu en de volksgezondheid te beschermen en recycle het afval van elektrische en
elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.