AEG L98697NFL, tekst van de handleiding
Pagina's 18–32 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 18
18 www.aeg.com
9. VOOR HET EERSTE GEBRUIK
- 1. Giet 2 liter water in het wasmiddeldoseerbakje voor de wasfase.
Dit activeert het afvoersysteem.
- 2. Doe een klein beetje wasmiddel in het doseervakje voor de wasfase.
- 3. Stel het programma voor katoen in op de hoogste temperatuur zonder wasgoed en start het programma. Dit verwijdert al het mogelijke vuil uit de trommel en de kuip.
9.1 Taal instellen
De eerste keer dat u het apparaat inschakelt, geeft de display de standaardtaal weer. U wordt gevraagd de taal te bevestigen of te veranderen:
- 1. Draai aan de programmaknop om de gewenste taal in te stellen.
- 2. Wanneer de display de benodigde taal aangeeft, raakt u toets Start/ Pauze aan om de selectie te bevestigen.
9.2 De taal na de eerste activering wijzigen
- 1. Raak toets TPM en Vlekken/Voorw. enkele seconden tegelijkertijd aan.
- 2. Wanneer de display de ingestelde taal aangeeft, draait u de programmaknop naar de nieuwe taal.
- 3. Raak toets Start/Pauze aan om de selectie te bevestigen.
9.3 Klok instellen
Na het instellen van de taal, wordt u op de display gevraagd de klok in te stellen. De uurcijfers knipperen.
- 1. Draai de programmaknop om het uur te wijzigen.
- 2. Raak toets Start/Pauze aan om de selectie te bevestigen.
De minuutcijfers knipperen.
- 3. Draai de programmaknop om de minuten te wijzigen.
- 4. Raak toets Start/Pauze aan om de selectie te bevestigen.
9.4 Het tijdstip van de dag na eerste activering wijzigen
- 1. Raak toets Extra Spoelen en Tijd Besparen enkele seconden tegelijkertijd aan.
De uurcijfers knipperen.
- 2. Draai de programmaknop om het uur te wijzigen.
- 3. Raak toets Start/Pauze aan om de selectie te bevestigen.
De minuutcijfers knipperen.
- 4. Draai de programmaknop om de minuten te wijzigen.
- 5. Raak toets Start/Pauze aan om de selectie te bevestigen.
10. DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
10.1 Gewichtsensors gebruiken
Voor de correcte werking van de gewichtsensor, zet u het apparaat aan en stelt u het programma in VOORDAT u het wasgoed in de trommel plaatst.
10.2 Voor activering van het apparaat
- 1. Draai de waterkraan open.
- 2. Steek de stekker in het stopcontact.
10.3 Het apparaat activeren en een programma instellen
- 1. Druk op toets Auto Off om het apparaat in te schakelen.
- 2. Draai de programmaknop naar het gewenste programma of raak een van de toetsen Geheugen aan om
Pagina 19
een geheugenprogramma in te stellen.
Het programmalampje gaat branden. Het lampje van toets Start/Pauze knippert in het rood.
De standaard temperatuur, de centrifugesnelheid en de lege indicatiebalkjes van de beschikbare functies worden op de display weergegeven.
- 3. Raak zo nodig toets Temp.°C en TPM aan om de watertemperatuur en centrifugesnelheid te veranderen.
- 4. Druk desgewenst op bijbehorende toetsen voor het toevoegen van functies of een uitgestelde start. Op het display wordt het symbool van de ingestelde functie weergegeven en het cijfer geeft aan hoelang het programma is uitgesteld.
10.4 Wasgoed in de machine doen
- 1. Open de deur van het apparaat. Op het display ziet u de maximale lading van het ingestelde programma en het gewicht van het wasgoed in de trommel.
De tekstbalk op de display geeft aan dat u het wasgoed kunt toevoegen.
- 2. Plaats het wasgoed een voor een in de trommel. Schud de kleren voor u ze in de trommel plaatst.
Op de display wordt het gewicht van het wasgoed in stappen van 0,5 kg bijgewerkt. Het gewicht is indicatief en verandert met het type wasgoed.
NEDERLANDS 19
Als u meer wasgoed in de trommel doet dan de maximale lading, wordt dit op de tekstbalk gemeld. U kunt uw wasgoed wel wassen, maar verbruikt daarbij dan meer water en energie.
Verwijder wat kleding om de beste verbruiks- en wasprestaties te bereiken.
Het aangeven van overlading is alleen beschikbaar bij programma's met een maximale lading die lager ligt dan de maximale lading van de wasmachine.
- 3. Sluit de vuldeur.
De tekstbalk vermeldt het percentage te gebruiken wasmiddel.
Dit percentage is indicatief en verwijst naar de hoeveelheid wasmiddel voor een maximale lading die door de fabrikant wordt aanbevolen.
- 4. Zorg ervoor dat er geen wasgoed tussen de deur blijft klemmen.
Er kan waterlekkage of beschadigd wasgoed ontstaan.
Pagina 20
20 www.aeg.com
10.5 Wasmiddel en additieven (wasverzachter, vlekkenmiddel) toevoegen
Vakje voor voorwasmiddel en weekprogramma.
Wasmiddelvakje voor wasfase.
Vakje voor vloeibare toevoegingen (wasverzachter, stijfsel).
Dit is het maximale niveau voor vloeibare toevoegingen.
Vakje voor vlekverwijderaar.
Klep voor waspoeder of vloeibaar wasmiddel.
Volg altijd de instructies op de verpakking van de wasmiddelen.
10.6 De stand van de klep controleren
- 1. Trek de wasmiddeldoseerlade uit tot deze stopt.
- 2. Druk de hendel in om de lade uit te trekken.
1
2
- 3. Draai de klep omhoog om poederwasmiddel te gebruiken.
A
- 4. Draai de klep omlaag om vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
B
Met de klep in de stand OMLAAG:
- Gebruik geen gelatineachtige of dikke vloeibare wasmiddelen.
- Giet niet meer vloeibaar wasmiddel in het vakje dan de limiet op de klep.
- Stel de voorwasfase niet in.
- Stel de startuitstelfunctie niet in.
- 5. Meet het wasmiddel en wasverzachter af.
- 6. Sluit de wasmiddeldoseerlade voorzichtig.
Zorg bij het sluiten van de lade dat de klep geen blokkering veroorzaakt.
Pagina 21
10.7 Het programma starten zonder een uitgestelde start
Raak toets Start/Pauze aan om het programma te starten.
Het bijbehorende indicatielampje stopt met knipperen en blijft branden.
10.8 Een programma starten met een uitgestelde start
- 1. Raak toets Startuitstel herhaaldelijk aan totdat het gewenste startuitstel verschijnt.
Het verwachte einde van het programma wordt op de display weergegeven.
- 2. Raak toets Start/Pauze aan.
Het aftellen van de uitgestelde start wordt op het display weergegeven. Nadat het aftelproces voltooid is, wordt het wasprogramma automatisch gestart.
Voordat u toets Start/Pauze aanraakt om het apparaat te starten, kunt u de instelling van de uitgestelde start annuleren of wijzigen.
10.9 De uitgestelde start annuleren
- 1. Raak toets Start/Pauze aan. Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Raak toets Startuitstel herhaaldelijk aan totdat op het display gewenste startuitstel verschijnt.
- 3. Raak toets Start/Pauze aan. Het programma wordt gestart.
10.10 Gedrag van het apparaat
Na ongeveer 15 minuten na de start van het programma:
- Het apparaat past de cyclustijd automatisch aan op het wasgoed dat u in de trommel hebt gedaan, voor perfecte wasresultaten binnen een minimaal benodigde tijd.
- Op de display verschijnt de nieuwe tijdwaarde.
21 NEDERLANDS
10.11 Een programma onderbreken en de opties wijzigen
U kunt slechts enkele opties wijzigen voordat ze gaan werken:
- 1. Raak toets Start/Pauze aan.
Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Wijzig de opties.
- 3. Raak toets Start/Pauze nogmaals aan. Het wasprogramma gaat verder.
10.12 Een actief programma annuleren
- 1. Druk op toets Auto Off om het programma te annuleren en om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Druk opnieuw op toets Auto Off om het apparaat in te schakelen.
U kunt nu een nieuw wasprogramma kiezen.
Het apparaat voert het water af voordat u een nieuw programma start. Zorg er in dit geval voor dat het wasmiddel nog in het doseerbakje zit, zo niet vul het dan bij.
10.13 De deur openen
WAARSCHUWING!
Als de temperatuur en het waterniveau in de trommel te hoog zijn en de trommel nog draait, kunt u de deur niet openen.
Als een programma of het startuitstel in werking is, is de deur van de wasmachine vergrendeld.
De deur van het apparaat openen:
- 1. Raak toets Start/Pauze aan.
Het deurvergrendelingssymbool in de display gaat uit.
- 2. Open de deur van het apparaat.
- 3. Sluit de deur van het apparaat en raak toets Start/Pauze aan.
Het programma of startuitstel gaat verder.
Pagina 22
22 www.aeg.com
10.14 Einde van het programma
Wanneer het programma is voltooid, stopt het apparaat automatisch. Als het geluidssignaal actief is, weerklinkt het signaal.
In de display gaat branden en er verschijnt een bericht dat het programma is voltooid.
Het lampje van toets Start/Pauze gaat uit.
- 1. Druk op de toets Auto Off om het apparaat uit te schakelen.
Vijf minuten na afloop van het programma schakelt energiebesparingsfuncie het apparaat automatisch uit.
Als u het apparaat weer inschakelt, wordt het einde van het als laatste ingestelde programma in het display weergegeven. Draai aan de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.
- 2. Haal het wasgoed uit het apparaat.
- 3. Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
- 4. Laat de deur en het luchtfilter iets open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen.
10.15 Laat het water weglopen na afloop van de cyclus
Het wasprogramma is voltooid, maar er staat water in de trommel:
- De trommel draait regelmatig om kreukvorming van het wasgoed te voorkomen.
- De deur blijft vergrendeld.
- U moet het water afvoeren om de deur te kunnen openen:
- 1. De centrifugeersnelheid zo nodig verlagen.
- 2. Druk op toets Start/Pauze.
Het apparaat voert het water af en centrifugeert.
- 3. Als het programma is voltooid, gaat het deurvergrendelingssymbool uit en kunt u de deur openen.
- 4. Druk een paar seconden op Auto Off om het apparaat uit te schakelen.
Na ongeveer 18 uur begint het apparaat automatisch met het afvoeren van water en centrifugeren.
10.16 AUTOMATISCHE UITSCHAKELING-optie
De AUTOMATISCHE UITSCHAKELINGfunctie schakelt het apparaat automatisch uit om stroom te besparen als:
- Het apparaat is 5 minuten voordat u op de knop Start/Pauze drukt niet gebruikt.
Druk opnieuw op de toets Auto Off om het apparaat in te schakelen.
- 5 minuten na afloop van het wasprogramma
Druk opnieuw op de toets Auto Off om het apparaat in te schakelen.
De tijd van het laatst ingestelde programma wordt weergegeven op het display.
Draai aan de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.
Als u een programma of optie instelt die eindigt met water in de trommel, wordt het apparaat niet door de AUTOMATISCHE
UITSCHAKELING functie gedeactiveerd om u eraan te herinneren het water weg te pompen.
11. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
11.1 Voor u het wasgoed in de trommel doet
- Verdeel het wasgoed in: wit, bont, synthetisch, fijne was en wol.
Pagina 23
- Volg de wasinstructies die u op de waslabels van het wasgoed vindt.
- Was witte en bonte artikelen niet samen.
- Sommige bonte weefsels kunnen uitlopen als zij de eerste keer worden gewassen. We raden daarom aan om dit soort kleding de eerste keer dan ook apart te wassen.
- Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Rol riemen op.
- Maak alle zakken leeg en vouw alle artikelen open.
- Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met geverfde opdrukken binnenstebuiten.
- Verwijder hardnekkige vlekken.
- Was delen met zware vervuiling met een speciaal wasmiddel.
- Wees voorzichtig met gordijnen.
Verwijder de haken of stop de gordijnen in een zak of kussensloop.
- Was geen wasgoed in het apparaat zonder zomen of met scheuren.
Gebruik een waszakje om kleine items te wassen (Bijv. beugelbh's, riemen, panty's, etc.).
- Een zeer kleine lading kan problemen veroorzaken bij de centrifugefase. Als dit gebeurt, kunt u de artikelen handmatig verdelen in de trommel en de centrifugefase opnieuw starten.
11.2 Hardnekkige vlekken
Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te verwijderen voordat u deze artikelen in de machine stopt.
Er zijn speciale vlekverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.
11.3 Wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen
- Gebruik alleen wasmiddelen en nabehandelingsproducten die bedoeld zijn voor gebruik in een wasautomaat:
- waspoeder voor alle soorten weefsels,
NEDERLANDS 23
- waspoeder voor delicate stoffen (40 °C max) en wol, – vloeibare wasmiddelen, bij voorkeur voor wasprogramma's op lage temperatuur (60 °C max.) voor alle soorten weefsels, of speciaal voor alleen wol.
- Vermeng geen verschillende soorten wasmiddel met elkaar.
- Gebruik niet meer dan de benodigde hoeveelheid wasmiddel om het milieu te beschermen.
- Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van deze producten.
- Gebruik de juiste producten voor het type en de kleur stof, de programmatemperatuur en de mate van vervuiling.
- Als uw machine geen wasmiddeldoseerbakje heeft met klepje, voeg dan het vloeibare wasmiddel toe met een doseerbol (meegeleverd bij het wasmiddel).
11.4 Milieutips
- Stel een programma in zonder de voorwasfase om wasgoed dat normaal vervuild is te wassen.
- Start een wasprogramma altijd met de maximum hoeveelheid wasgoed.
- Gebruik indien nodig een vlekkenverwijderaar als u een programma met een lage temperatuur instelt.
- Controleer de waterhardheid van uw plaatselijke systeem om de juiste hoeveelheid wasmiddel te gebruiken
11.5 Waterhardheid
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterverzachter voor wasautomaten aan. In gebieden waar de waterhardheid zacht is, is het gebruik van een waterverzachter niet nodig.
Neem contact op met het plaatselijke waterleidingbedrijf voor de waterhardheid in uw gebied.
Gebruik de juiste hoeveelheid van de waterverzachter. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
Pagina 24
24 www.aeg.com
12. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Buitenkant reinigen
Het apparaat alleen schoonmaken met zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog.
LET OP!
Gebruik geen brandspiritus, oplosmiddelen of chemische producten.
achterblijft in de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswas uit. Om dit te doen:
- Haal al het wasgoed uit de trommel.
- Stel het katoenprogramma in met de hoogste temperatuur met een kleine hoeveelheid wasmiddel.
12.4 Deurrubber
12.2 Ontkalken
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterontharder voor wasautomaten aan.
Controleer de trommel regelmatig om kalk en roestdeeltjes te voorkomen.
Gebruik alleen speciale producten voor wasmachines om roestdeeltjes te verwijderen. Doe dit apart van het wassen van wasgoed.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
12.3 Onderhoudswasbeurt
Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel
Controleer het deurrubber regelmatig en verwijder voorwerpen uit de binnenkant.
12.5 De trommel reinigen
Controleer de trommel regelmatig om kalk en roestdeeltjes te voorkomen. Gebruik alleen speciale producten om roestdeeltjes uit de trommel te verwijderen.
Wij adviseren u:
- 1. Reinig de trommel met een speciaal product voor roestvrij staal.
- 2. Start een kort programma voor katoen op de maximale temperatuur met een kleine hoeveelheid wasmiddel.
Pagina's 25–26: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 27
NEDERLANDS 27
12.8 Het filter van de toevoerslang en het klepfilter reinigen
| 1 | 2 | 3 |
|---|---|---|
| 3. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
12.9 Noodafvoer
Het apparaat kan geen water afvoeren door een storing.
Als dit optreedt, voert u stappen (1) tot
- (9) uit van 'Het afvoerfilter reinigen'. Maak de pomp zo nodig schoon.
Als u het water afvoert met de noodafvoerprocedure, dient u het afvoersysteem opnieuw te activeren:
- 1. Als u het water afvoert met de noodafvoerprocedure, dient u het afvoersysteem opnieuw te activeren:
Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddeldoseerbakje.
- 2. Start het programma om water af te voeren.
12.10 Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar de temperatuur lager is dan
0° C, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan dicht.
- 3. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
- 4. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
- 5. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0
°C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
Pagina 28
28 www.aeg.com
13. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
13.1 Inleiding
Het apparaat start niet of stopt niet tijdens de werking.
Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie tabel). Neem indien dit niet lukt contact op met de Servicedienst.
Bij sommige problemen treden de geluidssignalen in werking en geeft de display een alarmcode weer:
LET OP!
Schakel het apparaat uit voordat u controles uitvoert.
13.2 Mogelijke storingen
Problemen zonder alarmbericht
| Bericht | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| De display vraagt om controle van de kraan: het apparaat wordt niet met water gevuld. | Controleer of de waterkraan is geopend. |
| Zorg dat de waterdruk niet te laag is. Neem hiervoor zo nodig contact op met uw lokale waterleidingbedrijf. | |
| Controleer of de waterkraan niet verstopt of verkalkt is. | |
| Zorg ervoor dat de filter van de toevoerslang en de filter van de klep niet verstopt zijn. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| Zorg ervoor dat de toevoerslang niet is beschadigd. | |
| Zorg ervoor dat de positie van de watertoevoerslang correct is. | |
| De display vraagt om controle van het afvoerfilter: het apparaat pompt geen water weg. | Zorg ervoor dat de afvoerslang niet is beschadigd. |
| Controleer of het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig indien nodig het filter. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| Zorg ervoor dat de aansluiting van de waterafvoerslang correct is. | |
| De display vraagt om controle van de deur. | Zorg dat de deur van het apparaat niet open is en goed is gesloten. |
Pagina 29
NEDERLANDS 29
| Bericht | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| De display geeft aan dat er een waterwaarschuwing is. | Het beschermingssysteem tegen lekkage is geactiveerd: • Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact. • Draai de waterkraan dicht. • Neem contact op met de klantenservice. |
| Het display meldt dat de stroomtoevoer onstabiel is. | Wacht tot de stroomtoevoer stabiel is. Het apparaat start automatisch met werken. |
| Problemen zonder alarmbericht | |
| Probleem | Mogelijke oplossing |
| Het programma start niet. | Zorg dat de stekker in het stopcontact zit. |
| Zorg dat er geen zekering in de zekeringenkast is doorgebrand. | |
| Zorg ervoor dat u Start/Pauze aanraakt. | |
| Als de starttijdkeuze is ingesteld, annuleert u deze functie of wacht u tot de afloop van de uitgestelde start. | |
| Schakel het kinderslot uit. | |
| Het apparaat pompt geen water weg. | Zorg ervoor dat u geen programma instelt zonder afvoerfase. |
| Zorg ervoor dat u geen optie instelt waarbij water in de kuip blijft. | |
| Het apparaat vult zich met water en pompt dit direct weg. | Zorg dat de afvoerslang zich op de juiste hoogte bevindt. De slang kan te laag hangen. |
| De centrifugeerfase werkt niet of de wascyclus duurt langer dan normaal. | Controleer of de centrifugefase niet uit staat. |
| Controleer of het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig indien nodig het filter. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| Zorg ervoor dat dit geen balansprobleem is. Verdeel de artikelen handmatig in de trommel en start de centrifugefase opnieuw. | |
| Er ligt water op de vloer. | Zorg ervoor dat de aansluitingen van de waterslangen goed vast zitten en dat er geen lekken zijn. |
| Controleer of de waterafvoerslang niet is beschadigd. | |
| Zorg ervoor dat u het juiste wasmiddel en de juiste hoeveelheid gebruikt. | |
Pagina 30
30 www.aeg.com
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| U kunt de deur van het apparaat niet openen. | Zorg ervoor dat het wasprogramma voltooid is. |
| Stel het afvoer- of centrifugeerprogramma in als er zich water in de trommel bevindt. | |
| Zorg ervoor dat het apparaat stroom krijgt. | |
| Dit probleem kan veroorzaakt worden door een storing van het apparaat. Neem contact op met de erkende servicedienst. Als u de deur moet openen, lees dan zorgvuldig “Nooddeuropening”. | |
| Het apparaat maakt een abnormaal geluid. | Zorg dat het apparaat waterpas staat. Raadpleeg "Montage". |
| Zorg ervoor dat de verpakking en/of de transportbouten verwijderd zijn. Raadpleeg "Montage". | |
| Voeg meer wasgoed aan de trommel toe. De lading is te klein. | |
| Het wasresultaat is niet bevredigend. | Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander middel. |
| Gebruik voor het verwijderen van hardnekkige vlekken speciale producten voordat u het wasgoed wast. | |
| Zorg dat u de juiste temperatuur instelt. | |
| Verminder de hoeveelheid wasgoed. | |
| De wascyclus is korter dan de weergegeven tijd. | Het apparaat berekent een nieuwe tijd aan de hand van de wasgoedlading. |
| De wascyclus is langer dan de weergegeven tijd. | Een wasgoedlading die niet in balans is verlengt de duur. Dit is normaal gedrag van het apparaat. |
| Na een stoomprogramma is de kleding gedeeltelijk nat. | Zorg ervoor dat het apparaat goed waterpas staat. Zet de wasmachine waterpas door de pootjes hoger of lager te zetten. |
| Na een stoomprogramma is de kleding niet voldoende kreukvrij. | Zorg ervoor dat u een correct STOOM-programma instelt (b.v. Synthetica in plaats van Katoen). |
| De trommel is leeg en de display geeft gewicht in de trommel aan. | Druk op de toets Auto UIT om het apparaat uit te schakelen en activeer het opnieuw om een tarra in te stellen. |
| De trommel is vol, maar de display geeft kg aan. | U hebt het wasgoed in de machine gedaan voordat u het apparaat hebt ingeschakeld. Druk op toets Auto Off om het apparaat uit te schakelen. Maak de trommel leeg en volg de benodigde stappen. (Zie "Wasgoed in de machine doen"). |
Pagina 31
NEDERLANDS 31
Schakel het apparaat na de controle in. Het programma gaat verder vanaf het punt waar het werd onderbroken.
Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met de Servicedienst. Als de display andere alarmcodes aangeeft. Het apparaat uit en weer aanzetten. Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met de Servicedienst.
14. NOODDEUROPENING
In het geval van een stroomstoring of apparaatstoring blijft de deur van het apparaat vergrendeld. Het wasprogramma gaat verder als er weer stroom is. Als de deur door een storing vergrendeld blijft, is het mogelijk om de deur te openen met een noodontgrendeling.
Voor het openen van de deur:
LET OP!
Zorg ervoor dat de watertemperatuur en het wasgoed niet heet zijn. Wacht indien nodig tot de watertemperatuur en het wasgoed zijn afgekoeld.
LET OP!
Zorg ervoor dat de trommel niet draait. Wacht indien nodig tot de trommel stopt met draaien.
Zorg ervoor dat het waterpeil in de trommel niet te hoog is. Voer indien nodig een noodafvoerprocedure uit (zie “Water afvoeren in een noodgeval” in het hoofdstuk “Onderhoud en reiniging”).
Ga als volgt te werk om de deur te openen:
- 1. Druk op de knop Auto Off om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Trek de stekker uit het stopcontact.
- 3. Open de filterklep.
- 4. Trek de noodontgrendeling omlaag en open tegelijkertijd de deur van het apparaat.
- 5. Haal het wasgoed uit de trommel en sluit de deur van het apparaat.
- 6. Sluit het klepje.
15. TECHNISCHE GEGEVENS
| Afmetingen | Breedte / hoogte / diepte / totale diepte | 600 mm/ 850 mm/ 605 mm/ 639 mm |
| Aansluiting op het elektriciteitsnet | Spanning Totale stroom Zekering Frequentie | 230 V 2200 W 10 A 50 Hz |
Pagina 32
32 www.aeg.com
| Het beschermdeksel biedt bescherming tegen vaste stoffen en vochtigheid, behalve op plaatsen waar de laagspanningsapparatuur geen bescherming tegen vocht biedt | IPX4 |
| Watertoevoerdruk Minimum Maximum | 0,5 bar (0,05 MPa) 8 bar (0,8 MPa) |
| Watertoevoer 1) | Koud water |
| Maximale belading Katoen | 9 kg |
| Energiebesparingsklasse | A+++ |
| Centrifugeersnelheid Maximum | 1600 tpm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
- 1) Sluit de watertoevoerslang aan op een kraan met 3/4" schroefdraad.
16. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het symbool
. Gooi de verpakking in een geschikte verzamelcontainer om het te recyclen. Help om het milieu en de volksgezondheid te beschermen en recycle het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten
gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.