AEG LF62CW84, tekst van de handleiding
Pagina's 53–66 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 53
Met de klep in de stand OMLAAG:
- Gebruik geen geleiachtige of dikvloeibare wasmiddelen.
- Giet niet meer vloeibaar wasmiddel in het vakje dan de limiet op de klep.
- Stel de voorwasfase niet in.
- Stel de uitgestelde start niet in.
- 5. Doseer het wasmiddel en de wasverzachter.
- 6. Sluit de wasmiddeldispenserlade zorgvuldig.
Zorg ervoor dat de klep geen verstopping veroorzaakt wanneer u de lade sluit.
10.5 Een programma instellen
- 1. Draai de programmaknop op het gewenste wasprogramma. Het bijbehorende indicatielampje gaat branden.
Het lampje van de knop Start/Pauze knippert. Op het display verschijnt de geschatte programmaduur.
- 2. Om de temperatuur en/of de centrifugesnelheid te wijzigen, raakt u de bijbehorende toetsen aan.
- 3. Stel indien gewenst een of meer opties in door de desbetreffende knoppen aan te raken. De bijhorende aanduidingen gaan vervolgens aan in het display en de aangegeven informatie wijzigt.
Als een keuze niet mogelijk is gaat de aanwijzing niet aan en klinkt er en geluidssignaal.
10.6 Aanvullende informatie over dagelijks gebruik
De ProSense-ladingdetectie
Het apparaat detecteert de lading in de eerste 30 seconden, tijdens de detectie knippert het indicatielampje. Het indicatielampje stopt met knipperen aan het einde van de ladingdetectie een overladen
trommel blijkt te zijn, zal het lampje op het display knipperen: Het is mogelijk om het apparaat te pauzeren en de overtollige kledingstukken te verwijderen. Als de hoeveelheid wasgoed niet wordt verminderd, start het wasprogramma toch. Circa 20 minuten na de start van het programma kan de programmaduur afhankelijk van de capaciteit van de wateropname van de stoffen weer worden aangepast. De ProSense System is niet beschikbaar in programma's met korte cycli.
Een programma starten
Raak de Start/Pauze-toets aan om het programma te starten. Het bijbehorende indicatielampje stopt met knipperen en blijft aan. Het programma start, de deur wordt vergrendeld. De display toont het
indicatielampje .
Een programma starten met uitgestelde start
- 1. Druk herhaaldelijk op de toets Startuitstel totdat het display de gewenste uitsteltijd weergeeft.
- 2. Druk op de Start/Pauze-knop. De deur van het apparaat wordt vergrendeld en het aftellen voor de uitgestelde start begint. Nadat het aftelproces voltooid is, wordt het programma automatisch gestart.
Een programma onderbreken en de opties wijzigen.
- 1. U kunt als er een programma bezig is maar een paar opties wijzigen. Druk op de Start/ Pauze-knop.
- 2. Wijzig de opties. De weergegeven informatie in het display wijzigt overeenkomstig.
- 3. Raak de Start/Pauze opnieuw aan. Het wasprogramma gaat verder.
Pagina 54
Een actief programma stoppen
- 1. Druk op de toets Aan/Uit om het programma te annuleren en om het apparaat uit te schakelen
- 2. Je kunt nu een nieuw wasprogramma instellen. Druk opnieuw om het apparaat in te schakelen.
De deur openen - kledingstukken toevoegen
Als een programma of het startuitstel in werking is, wordt het deksel van het apparaat vergrendeld.
- 1. Druk op de Start/Pauze-knop
- 2. Open de deur van het apparaat. Indien nodig kunt u items toevoegen of uitnemen.
- 3. Sluit de deur en raak de Start/Pauze weer aan. Het programma of het startuitstel gaat verder.
Einde van het programma
- 1. Het apparaat stopt automatisch. De akoestische signalen werken (als deze actief zijn).
- 2. Het lampje van toets Start/Pauze gaat uit.
De deur ontgrendelt en de aanduiding gaat uit.
- 3. Druk op de Aan/Uit-knop om het apparaat uit te zetten. Laat de deur en de
wasmiddeldoseerlade iets openstaan om de vorming van schimmel en onaangename geuren te voorkomen.
Water afvoeren na het einde van de cyclus
Indien u een programma of een optie hebt gekozen die het water van de laatste spoelbeurt niet wegpompt, moet u het water laten aflopen om de deur te kunnen openen.
- 1. Raak toets Start/Pauze aan.
- Indien u heeft ingesteld, pompt het apparaat het water weg en gaat centrifugeren.
- Indien u heeft ingesteld, pompt het apparaat alleen het water weg.
- 2. Druk op toets Centrifugeren om de centrifugeersnelheid te verlagen die door het apparaat wordt voorgesteld. Als het programma is voltooid en het deur
vergrendeld-indicatielampje uit gaat, kunt u de deur openen.
- 3. Druk op de Aan/Uit-knop om het apparaat uit te zetten.
Stand-by-functie
De stand-by-functie schakelt het apparaat automatisch uit om stroom te besparen.
11. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
11.1 Schema periodieke reiniging
Periodiek reinigen helpt de levensduur van je apparaat te verlengen.
Houd na elke cyclus de deur en het wasmiddeldoseerbakje een beetje open om luchtcirculatie te krijgen en de vochtigheid in het apparaat te drogen.
Als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt: sluit de waterkraan en trek de stekker uit het stopcontact.
Indicatief schema voor periodiek reinigen:
Ontkalken Twee keer per jaar
| Onderhoudswas | Eenmaal ter maand |
|---|---|
| Deurafdichting reinigen | Iedere twee maanden |
| Trommel reinigen | Iedere twee maanden |
| Wasmiddeldoseerbakje reinigen | Iedere twee maanden |
| De filter van de afvoerpomp reinigen | Twee keer per jaar |
| De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen | Twee keer per jaar |
Pagina 55
11.2 Vreemde voorwerpen verwijderen
Zorg ervoor dat de zakken leeg zijn en dat alle losse elementen zijn vastgebonden voordat u uw wascyclus uitvoert.
Verwijder alle vreemde voorwerpen (zoals metalen clip, knoppen, munten, enz.) die u kunt vinden in de deurafdichting, de filters en de trommel. Raadpleeg de paragrafen 'Deurafdichting met dubbele lip', 'De trommel reinigen', 'De afvoerpomp reinigen' en 'De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen'. Neem indien nodig contact op met het erkende servicecentrum.
11.3 Buitenkant reinigen
Het apparaat alleen schoonmaken met milde zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog. Gebruik geen schuursponsjes of krassend materiaal.
LET OP!
Gebruik geen alcohol, oplosmiddelen of chemische producten.
LET OP!
Reinig de metalen oppervlakken niet met een reinigingsmiddel op chloorbasis.
11.4 Ontkalken
Als het water in uw omgeving hard of medium hard is, raden we u aan om een waterontharder voor wasmachines te gebruiken (zo af en toe ontkalken).
Controleer de trommel regelmatig op kalkaanslag.
Volg altijd de instructies die je op de verpakking van het product vindt.
11.5 Onderhoudswasbeurt
Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel achterblijft in de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswasbeurt uit. Ga als volgt te werk:
- Haal al het wasgoed uit de trommel.
- Selecteer het katoenprogramma met de hoogste temperatuur of gebruik, indien beschikbaar, het programma Machine clean. Voeg een kleine hoeveelheid waspoeder toe aan de lege trommel om achtergebleven resten weg te spoelen.
11.6 Deurrubber
Dit apparaat is ontworpen met een zelfreinigend afvoersysteem, waardoor lichte pluisvezels die van de kleding vallen met het water kunnen worden afgevoerd. Controleer het deurrubber regelmatig en reinig het indien nodig zoals beschreven in het volgende diagram. Munten, knoppen en andere kleine voorwerpen kunnen aan het einde van de cyclus worden teruggevonden.
Maak schoon indien nodig met een ammoniakmiddel zonder het oppervlak van de afdichting te bekrassen.
Volg altijd de instructies die je op de verpakking van het product vindt.
11.7 De trommel reinigen
Controleer de trommel regelmatig om roestdeeltjes te voorkomen.
Voor een complete reiniging:
- 1. Reinig de trommel met speciale producten voor roestvrij staal.
Pagina 56
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
- 2. Laat een kort katoenprogramma op hoge temperatuur draaien of gebruik, indien beschikbaar, programma Machine clean. Voeg een kleine hoeveelheid waspoeder toe aan de lege trommel om achtergebleven resten weg te spoelen.
11.8 Het wasmiddelbakje reinigen
Om mogelijke afzetting van opgedroogd wasmiddel of geklonterde wasverzachter en/of schimmelvorming in de wasmiddellade te voorkomen, dient u elke twee maanden de volgende reinigingsprocedure uit te voeren, zoals uitgelegd in de volgende diagrammen:
- 1. Open de lade. Duw de pal zoals aangegeven in de afbeelding naar beneden en trek de lade uit.
1
2
- 2. Verwijder het bovenste gedeelte van het vak voor toevoegingen om het reinigen te vereenvoudigen en spoel het af onder de kraan met warm water om resten van opgehoopt wasmiddel te verwijderen. Plaats het bovenste gedeelte na reiniging terug op zijn plek.
- 3. Zorg ervoor dat achtergebleven wasmiddel volledig is verwijderd uit het bovenste en onderste gedeelte van de holte. Gebruik een klein borsteltje om de holte te reinigen.
- 4. Plaats de wasmiddellade in de geleiders en sluit de lade. Draai het spoelprogramma zonder kleding in de trommel.
Pagina 57
11.9 Het filter van de afvoerpomp reinigen
Controleer het filter van de afvoerpomp regelmatig en houd het schoon.
Het filter van de afvoerpomp reinigen indien:
- de machine geen water wegpompt,
- de trommel niet ronddraait,
- het apparaat een ongebruikelijk geluid maakt door de blokkering van de afvoerpomp.
- Op het display verschijnt de alarmcode .
WAARSCHUWING!
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Verwijder het filter niet als het apparaat in werking is.
- Reinig de pomp niet zolang het water in de machine heet is. Wacht tot het water afgekoeld is.
- Herhaal stap 3 verschillende keren door de klep te openen en te sluiten totdat er geen water meer uitloopt.
Houd altijd een oude doek bij de hand om het eventueel gemorste water te kunnen opvegen als je het filter verwijdert.
Ga te werk zoals beschreven in de volgende diagrammen om het pompfilter te reinigen:
2
1
- 1. 2.
180˚ 1 2
- 3. 4.
Pagina 58
- 5. 6.
2
- 7. 8.
WAARSCHUWING!
Controleer of de pompwaaier onbelemmerd kan ronddraaien. Als deze niet roteert, neem dan contact op met onze servicedienst. Zorg er ook voor dat u het filter goed vastdraait om lekkage te voorkomen.
1
11.10 De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen
Het wordt aanbevolen om de filters van de inlaatslang en -klep twee keer per jaar te reinigen om eventuele afzettingen te verwijderen die zich in de loop van de tijd hebben opgehoopt. Ga te werk zoals beschreven in de volgende diagrammen om filters te reinigen:
- 1. Verwijder de toevoerslang van de kraan en reinig het filter.
- 2. Verwijder de toevoerslang van het apparaat door de ringmoer los te draaien.
Pagina 59
- 3. Reinig het klepfilter aan de achterzijde van het apparaat met een tandenborstel.
- 4. Draai de slang bij het weer aansluiten op het apparaat naar links of rechts (niet in verticale positie) afhankelijk van de positie van uw waterkraan.
20°
45°
11.11 Noodafvoer
Als het apparaat het water niet kan wegpompen, voert u dezelfde procedure uit zoals beschreven in de paragraaf 'Reinigen van de afvoerpomp'. Maak de pomp zo nodig schoon.
11.12 Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als het apparaat is geïnstalleerd op een plek waar de temperatuur 0°C of daaronder kan bereiken, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan dicht.
- 3. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
- 4. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
- 5. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0°C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
Pagina 60
12. VERBRUIKSWAARDEN
12.1 Opmerking
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een internetkoppeling naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de link https:// eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die je vindt op het typeplaatje van het apparaat.
Waarden en programmaduur kunnen verschillen afhankelijk van verschillende omstandigheden (bijv. kamertemperatuur, watertemperatuur en -druk, ladinggrootte en type wasgoed, voedingsspanning) en ook als je de standaardinstelling van een programma wijzigt.
In overeenstemming met Verordening van de Commissie (EU) 2019/2023
| Eco 40-60 pro‐ | % | ||||||
| kg | kWh | Liter | uu:mm | °C | |||
| gramma | 1) | tpm2) | |||||
| Volledige belading | 8 | 0.790 | 52.0 | 3:25 | 53.00 | 39.0 | 1351 |
| Halve belading | 4 | 0.420 | 42.0 | 2:40 | 53.00 | 30.0 | 1351 |
| Kwartbelading | 2 | 0.165 | 33.0 | 2:35 | 54.00 | 22.0 | 1351 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 60)
- 1) Resterend vocht aan het einde van de centrifugeerfase. Hoe hoger de centrifugeersnelheid, hoe hoger het geluid en hoe lager het resterende vocht.
- 2) Maximale centrifugesnelheid.
Gebruikelijke programma's
| Deze waarden zijn slechts indicatief. | ||||||
| Programma kg | kWh | Liter | uu:mm | % 1) | °C | tpm2) |
| Katoen 3) 8 95 °C | 2.450 | 80.0 | 4:05 | 52.00 | 85.0 | 1400 |
| Katoen 8 60 °C | 1.750 | 75.0 | 3:50 | 52.00 | 55.0 | 1400 |
| Katoen 20° 4) 8 20 °C | 0.300 | 75.0 | 2:50 | 52.00 | 20.0 | 1400 |
Pagina 61
| Programma kg kWh Liter uu:mm | % 1) | °C tpm2) | |
|---|---|---|---|
| Synthetica 3 0.600 55.0 2:15 40 °C | 35.00 | 40.0 | 1200 |
| Fijne was 5) 2 0.400 50.0 1:15 30 °C | 35.00 | 30.0 | 1200 |
| Wol/Zijde 1,5 0.300 60.0 1:05 30 °C | 30.00 | 30.0 | 1200 |
| 1) Resterend vocht aan het einde van de centrifugeerfase. Hoe hoger de centrifugeersnelheid, hoe hoger luid en hoe lager het resterende vocht. 2) Referentie-indicator van de centrifugeersnelheid. 3) Geschikt voor het wassen van zwaar vervuild textiel. 4) Geschikt voor het wassen van licht vervuilde katoenen, synthetische en gemengde stoffen. 5) Het werkt ook als een snelle wascyclus voor licht vervuild wasgoed. Stroomverbruik in verschillende modi | het ge‐ | ||
| Uit (W) Stand-by (W) | Uitgestelde start (W) | ||
| 0.50 0.50 | 4.00 | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)
De tijd tot de Uit-/Stand-bymodus is maximaal 15 minuten.
13. SNELHANDLEIDING
13.1 Dagelijks gebruik
Steek de stekker in het stopcontact.
Draai de waterkraan open.
Doe het wasgoed in de machine.
Plaats het wasmiddel en andere behandelmiddelen in de juiste vakken van de wasmiddeldoseerbakje.
- 1. Druk op de Aan/Uit toets om het apparaat aan te zetten. Draai de
programmaknop om het gewenste wasprogramma in te stellen.
- 2. Stel de gewenste opties (1) in met de corresponderende tiptoetsen. Om het programma te starten, drukt u op de Start/Pauze -toets (2).
- 3. Het apparaat start.
Neem aan het einde van het programma het wasgoed er uit.
Pagina 62
Druk op de Aan/Uit -toets om het apparaat uit te zetten.
13.2 Onderhoud en reiniging
Een planning voor periodiek reinigen helpt de levensduur van je apparaat te verlengen.
Houd na elke cyclus de deur en het wasmiddeldoseerbakje een beetje op een kier om luchtcirculatie te krijgen en de vochtigheid in het apparaat te drogen: dit voorkomt schimmels en geurtjes.
Als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt: sluit de waterkraan en trek de stekker uit het stopcontact.
| Ontkalken | Twee keer per jaar |
|---|---|
| Onderhoudswas | Eenmaal ter maand |
| Deurafdichting reinigen | Iedere twee maanden |
| Trommel reinigen | Iedere twee maanden |
| Wasmiddeldoseerbakje reinigen | Iedere twee maanden |
| De filter van de afvoerpomp reinigen | Twee keer per jaar |
| De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen | Twee keer per jaar |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 62)
In de volgende paragrafen wordt uitgelegd hoe u elk onderdeel moet reinigen.
Deurafdichting met val met dubbele lip
Dit apparaat is ontworpen met een zelfreinigend afvoersysteem, waardoor lichte pluisvezels die van de kleding vallen met het water kunnen worden afgevoerd. Controleer het deurrubber regelmatig en reinig het indien nodig zoals beschreven in het volgende diagram. Munten, knoppen en andere kleine voorwerpen kunnen aan het einde van de cyclus worden teruggevonden.
Maak schoon indien nodig met een ammoniakmiddel zonder het oppervlak van de afdichting te bekrassen.
Volg altijd de instructies die je op de verpakking van het product vindt.
Controleer en verwijder voorwerpen (indien aanwezig) die in de vouw vast kunnen komen te zitten.
Controleer of er geen wasgoed tussen het deurrubber en de deur is achtergebleven.
Gebruik een vochtige doek om achtergebleven vuil of waterresten in het deurrubber weg te vegen nadat het programma is voltooid.
Vreemde voorwerpen verwijderen
Zorg ervoor dat de zakken leeg zijn en dat alle losse elementen zijn vastgebonden voordat u uw wascyclus uitvoert. Zie "De wasgoedlading" in "Type en hoeveelheid wasmiddel".
Verwijder alle vreemde voorwerpen (zoals metalen clip, knoppen, munten, enz.) die u kunt vinden in de deurafdichting, de filters en de trommel. Raadpleeg de paragrafen 'Deurafdichting met dubbele lip', 'De trommel reinigen', 'De afvoerpomp reinigen' en 'De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen'. Neem indien nodig contact op met het erkende servicecentrum.
Pagina 63
Het filter van de afvoerpomp reinigen
1
180˚
Reinig het filter regelmatig en in het bijzonder als de alarmcode op het display verschijnt.
13.3 Programma’s
| Programma’s | Belading | Productbeschrijving |
|---|---|---|
| Eco 40-60 1) | 8 kg | Wit en bont katoen. Normaal vervuilde kledingstukken. |
| Katoen | 8 kg | Wit katoen en bont katoen. |
| Synthetica | 3 kg | Synthetische of gemengde stoffen.. |
| Fijne was | 2 kg | Delicate stoffen zoals acryl, viscose en polyester. |
| Wol/Zijde | 1,5 kg | Machinewasbare wol, handwasbare wol en fijne was. |
| 20 min. - 3 kg | 3 kg | Katoenen en synthetische kledingstukken, licht vervuild of slechts eenmaal gedragen. |
| Katoen 20° | 8 kg | Gemengde stoffen. Katoen en synthetische stoffen. |
| Strijkvrij | 3 kg | Synthetische stoffen die voorzichtig gewassen moeten worden. |
| Anti-allergie | 8 kg | Witte katoenen kleding. Dit programma verwijdert meer dan 99,99% van alle bacteriën en virussen2). Het zorgt ook voor een goede vermindering van allergenen. |
| Centrifugeren/Pompen | 8 kg | Alle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen. Programma voor centrifugeren en wegpompen van water. |
Pagina 64
Programma’s Belading Productbeschrijving
Het lande van het apparaat tot de maximale capaciteit die voor elk programma is aangegeven, helpt het energie- en waterverbruik verminderen
- 1) Volgens Verordening (EU) 2019/2023 van de Com missie kan dit programma bij 40 °C normaal bevuild katoenen wasgoed dat wasbaar is verklaard bij 40 °C of 60 °C, samen in dezelfde cyclus reinigen.
Voor de bereikte temperatuur in het wasgoed, de duur van het programma en andere gegevens wordt verwezen naar het hoofdstuk 'Verbruikswaarden'.
De meest efficiënte programma's op het gebied van energieverbruik zijn over het algemeen programma's die presteren bij lagere temperaturen en een langere duur.
- 2) Getest op Staphylococcus aureus, Enterococcus faecium, Candida albicans, Pseudomonas aeruginosa en MS2 Bacteriofaag in externe test uitgevoerd door Swissatest Testmaterialien AG in 2021 (testrapport nr. 202120117).
Geschikte wasmiddelen voor wasprogramma’s
| Programma | Universeel poe-der1) | Universele vloeistof (Liquid Universal) | Vloeistof voor gekleurde was | Fijne was en wol | Speciaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Eco 40-60 | ▲ | ▲ | ▲ | -- | -- |
| Katoen | ▲ | ▲ | ▲ | -- | -- |
| Synthetica | ▲ | ▲ | ▲ | -- | -- |
| Fijne was | -- | -- | -- | ▲ | ▲ |
| Wol/Zijde | -- | -- | -- | ▲ | ▲ |
| 20 min. - 3 kg | -- | ▲ | ▲ | -- | -- |
| Katoen 20° | ▲ | ▲ | ▲ | -- | -- |
| Strijkvrij | ▲ | ▲ | ▲ | -- | -- |
| Anti-allergie | ▲ | ▲ | ▲ | -- | -- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 64)
- 1) Bij een temperatuur hoger dan 60 °C wordt het gebruik van waspoeder aanbevolen.
-- = Niet aanbevolen ▲ = Aanbevolen
13.4 Type en hoeveelheid wasmiddel.
- Gebruik uitsluitend wasmiddelen en andere middelen die speciaal bedoeld zijn voor wasmachines. Volg eerst deze algemene regels:
- waspoeder (ook tabletten en wasmiddelen met een enkele dosis) voor alle soorten stoffen, met uitzondering van delicate stoffen. Kies bij voorkeur voor waspoeder met
bleekmiddel voor witte was en hygiënisch wassen, – vloeibare wasmiddelen (ook wasmiddelen voor eenmalig gebruik), bij voorkeur voor wasprogramma's op lage temperatuur (max. 60 °C) voor alle weefselsoorten of speciale middelen voor wollen artikelen.
- Meng geen verschillende soorten wasmiddelen.
- Gebruik minder wasmiddel als:
- je een kleine lading wast, – het wasgoed licht vervuild is,
Pagina 65
- er grote hoeveelheden schuim zijn tijdens het wassen.
- Wanneer je wasmiddeltabs of -pods gebruikt, plaats deze dan altijd in de trommel, niet in het wasmiddeldoseerbakje en volg de aanbevelingen van de fabrikant op.
Onvoldoende wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- onbevredigende wasresultaten,
- het wasgoed dat grijs wordt,
- vettige kleding,
- schimmel in het apparaat.
Overmatig wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- schuimen,
- verminderd waseffect,
- ontoereikend spoelen,
- een grotere impact op het milieu.
13.5 Alarmcodes en mogelijke storingen
Het apparaat start niet of stopt tijdens de werking. Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie tabellen).
WAARSCHUWING!
Voordat je controles uitvoert, moet je de stekker uit het stopcontact trekken.
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| Het apparaat wordt niet goed gevuld met water. | • Controleer of de waterkraan geopend is. • Controleer of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contact op met je plaatselijke waterleidingbedrijf. • Controleer of de waterkraan niet verstopt is. • Controleer of er geen knikken, beschadigingen of bochten in de watertoevoerslang aanwezig zijn. • Zorg ervoor dat de aansluiting van de watertoevoerslang correct is. • Zorg ervoor dat het filter van de toevoerslang en het filter van de klep niet verstopt zijn. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'. |
| de machine geen water wegpompt, | • Controleer of de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Controleer of de afvoerslang geen knikken of bochten heeft. • Zorg ervoor dat het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig het filter indien nodig. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'. • Zorg ervoor dat de aansluiting van de afvoerslang correct is. • Stel het afvoerprogramma in als je een programma instelt zonder afvoerfase. • Stel het afvoerprogramma in als je een optie instelt die eindigt met water in de kuip. |
| De deur is open of niet goed gesloten. | • Controleer of de deur goed gesloten is. |
| Interne fout. Geen communicatie tussen de elektronische elementen van het apparaat. | • Het programma werd niet juist voltooid of het apparaat is te vroeg gestopt. Schakel het apparaat uit en weer aan. • Als de alarmcode weer wordt weergegeven, neem je contact op met een erkende servicedienst. |
| De stroomtoevoer is niet stabiel. | • Wacht totdat de stroomtoevoer stabiel is. |
Pagina 66
De anti-overstromingsbeveiliging is ingeschakeld.
•
Koppel het apparaat los en draai de waterkraan dicht. Neem contact op met de erkende servicedienst.
Als het probleem aanhoudt, neemt dan contact op met een erkende servicedienst. De contactgegevens van de servicedienst staan op het typeplaatje
*Sommige alarmcodes komen mogelijk niet voor. Onderhevig aan wijziging zonder kennisgeving.
14. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren.
Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten.
Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.