naslaan.comZoekenAlle merken

AEG LWF62842, tekst van de handleiding

Pagina's 16–39 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–15verder op pagina 40 →

Pagina 16

Door deze optie kan het programma langer duren.

Deze optie is niet beschikbaar bij een temperatuur lager dan 40 °C.

7.8 Startuitstel

Met deze optie kun je het starten van een programma uitstellen naar een handiger tijdstip.

Tik herhaaldelijk op de toets om de gewenste uitsteltijd in te stellen. De tijd wordt met stappen van 30 minuten verhoogd tot 90' en van 2 tot maximaal 20 uur.

Na het starten van de cyclus met de toets

Start/Pauze geeft het display de gekozen uitsteltijd weer en begint het apparaat met aftellen.

7.9 Droogtijd

Raak in het programma waar het selecteerbaar is deze toets aan om de tijd in te stellen die past bij de stoffen die Je moet drogen (zie tabel 'Tijddrogen'). Het display toont de ingestelde waarde.

Telkens als je op deze toets drukt, wordt de tijdswaarde met 5 minuten verlengd.

Je kunt niet alle tijdwaarden instellen voor verschillende soorten stoffen.

7.10 Kinderslot

Met deze optie kun je voorkomen dat kinderen met het bedieningspaneel spelen.

Je kunt deze optie activeren:

: het apparaat kan niet starten. Het apparaat behoudt de keuze van deze optie nadat je het hebt uitgeschakeld.

7.11 Start/Pauze

Raak de toets Start/Pauze aan om het apparaat te starten, te pauzeren of het draaiende programma te onderbreken.

Pagina 17

8. PROGRAMMA’S

8.1 Programmatabel

Programma
Standaardtemperatuur Temperatuurbereik
Maximale lading Referentie centrifugeersnelheidProgrammabeschrijving (Soort lading en mate van vervuiling)
Eco 40-60 (Alleen wassen-modus)
40 °C1)
8 kg 1600 tpmWit katoen en kleurvast katoen. Normaal vervuilde kledingstukken.
Eco 40-60 + Kastdroogniveau (modus Wassen en drogen) 40 °C2)4 kg 1600 tpm
Eco 40-60 + Kastdroogniveau (Alleen drogen-modus)4 kgWit katoen en kleurvast katoen.
Katoen
40 °C
95 °C - Koud
8 kg 1600 tpmWit katoen en bont katoen. Voor normaal, zwaar en licht bevuild wasgoed.
Synthetica 30 °C
60 °C - Koud
3 kg 1200 tpmSynthetische of gemengde stoffen. Normaal vervuilde kledingstukken.
Fijne was 30 °C 40°C - Koud2 kg 1200 tpmFijne stoffen zoals acryl, viscose en gemengde stoffen hebben een milde wasbeurt nodig. Voor normaal en licht bevuild wasgoed.
Wol
40 °C 40°C - Koud
1.5 kg 1200 tpmMachinewasbestendige wol, handwasbestendige wol en andere stoffen met «handwas»-symbool3).
20 min. - 3 kg 30 °C
40 °C - 30 °C
3 kg 1200 tpmKatoen en synthetische stoffen . Licht vervuild of slechts eenmaal gedragen.
Centrifugeren/Pompen 4)8 kg 1600 tpmAlle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen.
Om het wasgoed te centrifugeren en het water uit de trommel af te voeren.
Spoelen Koud8 kg 1600 tpmHet wasgoed spoelen en centrifugeren. Alle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen. Verlaag de centrifugeersnelheid afhankelijk van het type wasgoed.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Pagina 18

Programma
Standaardtemperatuur Temperatuurbereik
Maximale lading Programmabeschrijving Referentie centri‐ (Soort lading en mate van vervuiling) fugeersnelheid
® Wol1 kg Droogprogramma voor wol. Voorzichtig drogen voor wol die met de hand gewassen moet worden. Het wasgoed onmiddellijk na het voltooien van het programma uit het apparaat halen.
Fijne was2 kg Droogprogramma voor fijne was.
Synthetica3 kg Droogprogramma voor synthetische artikelen en gemengde stoffen.
Katoen4 kg Droogprogramma voor katoenen kledingstukken.
Nonstop 1h/1kg 30 °C
40 °C - 30 °C
1 kg Compleet programma samengesteld uit een wasfase 1200 tpm en een droogfase voor een kleine belading van gemengde overhemden.
Stoom1 kg Katoen, synthetische en gemengde artikelen. Speciale stoomcyclus zonder wassen, die gebruikt kan worden om uw gedroogde was te bereiden voor het strijken of opfrissen van kleding die eenmaal gedragen is. Dit programma vermindert kreuken, geurtjes en ontspant de vezels. Gebruik geen wasmiddel.
1) In overeenstemming met Verordening van de Commissie EU 2019/2023. Dit programma bij standaard temperatuur en centrifugeersnelheid, in wasmodus, met een nominale capaciteit van 8 kg, is in staat om normaal bevuild katoenen wasgoed dat wasbaar is verklaard bij 40°C of 60°C, samen in dezelfde cyclus te reinigen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Voor de bereikte temperatuur in het wasgoed, de duur van het programma en andere gegevens wordt verwezen naar het hoofdstuk 'Verbruikswaarden'.

De meest efficiënte programma's op het gebied van energieverbruik zijn over het algemeen programma's die presteren bij lagere temperaturen en een langere duur.

Pagina 19: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 20

Katoen■ ■
Nonstop 1h/1kg
Stoom

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

▲ = Alleen Kastdroog optie is beschikbaar.

Geschikte wasmiddelen voor elk programma

ProgrammaUniverseel poeder1)Universele vloeistof (Liquid Universal)Vloeistof voor gekleurde wasFijne was en wolSpeciaal
Eco 40-60▲▲▲----
Katoen▲▲▲----
Synthetica▲▲▲----
Fijne was------▲▲
Wol------▲▲
20 min. - 3 kg--▲▲----
Nonstop 1h/1kg--▲▲----

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

▲ = Aanbevolen. -- = Niet aanbevolen.

Pagina 21: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 22

DroogtegraadSoort stofLading (kg)Centrifugeersnelheid (tpm)Voorgestelde duur (min)
Synthetische en gemengde stoffen.
(truien, blouses, ondergoed, huishoudlinnen en beddengoed)
31200135 - 150
1120045 - 55
Fijne was
(acryl, viscose en fijne gemengde stoffen)
21200155 - 165
1120095 - 105
Wol
(wollen truien)
1120080 - 100
Strijkdroog
Geschikt voor kledingstukken die gestreken moeten worden.
Katoen en linnen
(lakens, tafelkleden, overhemden, enz.)
41600110 - 125
2160065 - 75
1160040 - 80

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

8.4 Woolmark Premium Wool Care - Blauw

Woolmark Company voor het wassen van

wollen kleding met een wasetiket voor handwas, mits de kledingstukken worden gewassen volgens de instructies op het etiket in het kledingstuk en die van de fabrikant van deze wasmachine. M1380.

M1381.

Pagina 23

9. VOOR HET EERSTE GEBRUIK

Tijdens de installatie of voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, kunt u wat water in het apparaat waarnemen. Dit is restwater dat in het apparaat is achtergebleven nadat in de fabriek een volledige functietest werd uitgevoerd om te garanderen dat het apparaat in perfect functionerende staat aan de klant wordt geleverd, en is geen reden voor ongerustheid.

met .

Deze handeling activeert het afvoersysteem.

het vak dat wordt aangegeven met .

10. DAGELIJKS GEBRUIK

10.1 Wasgoed in de machine doen

Zorg ervoor dat u niet te veel was in de trommel plaatst.

LET OP!

Zorg ervoor dat er geen wasgoed tussen het rubber en de deur terechtkomt. Er kan waterlekkage of beschadigd wasgoed ontstaan.

10.2 Vullen met wasmiddel en toevoegingen

Vakje voor voorwasmiddel, weekprogramma of vlekkenverwijderaar.

Wasmiddelvakje voor wasfase.

Vakje voor vloeibare toevoegingen (textielversteviger, stijfsel).

Dit is het maximale niveau voor vloeibare toevoegingen.

Klep voor waspoeder of vloeibaar wasmiddel.

Pagina 24

Gebruik wasmiddelen altijd volgens de aanwijzingen op de verpakking.

10.3 De stand van de klep controleren

A

B
Met de klep in de stand OMLAAG:
• Gebruik geen gelatineachtige of dikke vloeibare wasmiddelen.
• Giet niet meer vloeibaar wasmiddel in het vakje dan de limiet op de klep.
• Stel de voorwasfase niet in.
• Stel de startuitstelfunctie niet in.
5. Meet het wasmiddel en wasverzachter
6. Sluit de wasmiddeldoseerlade voorzichtig.
Zorg bij het sluiten van de lade dat de klep geen blokkering veroorzaakt.
af.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

10.4 Het apparaat inschakelen

Er klinkt een korte toon.

10.5 Een programma kiezen

knippert.

Pagina 25

indicatielampje van de ingestelde optie branden.

Als een keuze niet mogelijk is, gaat het controlelampje niet aan en klinkt er een geluidssignaal.

10.6 Een programma starten zonder uitgestelde start

Druk op de toets Start/Pauze om het programma te starten.

Het desbetreffende indicatielampje stopt met knipperen en blijft branden.

Het programma start, de deur is vergrendeld.

De display toont het indicatielampje .

De afvoerpomp kan een korte tijd werken als het apparaat water vult.

10.7 De ProSense System ladingdetectie

Na op de toets Start/Pauze te hebben gedrukt:

Tijdens deze fase knipperen de twee punten die uren van minuten scheiden.

Het apparaat past de programmaduur automatisch aan de lading aan om in de kortst mogelijke tijd zo perfect mogelijke wasresultaten te krijgen.

De ProSense System is niet beschikbaar bij alle programma's, bijvoorbeeld: Wol en bij programma's met korte cycli.

Het apparaat kan een dubbele pieptoon laten horen om overbelasting of ongelijk verdeelde lading aan te geven. Het geluid klinkt als de geluidssignalen niet zijn uitgeschakeld.

10.8 Een programma starten met Uitgestelde start

Het bijbehorende indicatielampje gaat branden.

Nadat het aftelproces voltooid is, wordt het programma automatisch gestart.

Voordat je op de toets Start/Pauze drukt om het apparaat te starten, kun je de instelling van de uitgestelde start annuleren of wijzigen.

10.9 De uitgestelde start annuleren

De uitgestelde start annuleren:

Het bijbehorende indicatielampje knippert.

display verschijnt.

10.10 Onderbreken van een programma en een optie wijzigen

Je kunt slechts enkele functies wijzigen voordat ze gaan werken.

.

Het programma gaat verder.

10.11 Een actief programma stoppen

Pagina 26

Je kunt nu een nieuw wasprogramma instellen.

Voordat je het nieuwe programma start, kan het apparaat het water afvoeren. Zorg er in dat geval voor dat het wasmiddel nog in het wasmiddelbakje zit, als je het wasmiddel niet opnieuw bijvult.

10.12 De deur openen

Als de temperatuur en het waterniveau in de trommel te hoog zijn en/of de trommel nog draait, kun je de deur niet openen.

Als een programma of het startuitstel in werking is, is de deur van het apparaat vergrendeld.

Pauze .

Het programma (of startuitstel) gaat verder.

10.13 Einde programma

Als het programma is afgelopen, stopt het apparaat automatisch. Het geluidssignaal werkt.

Op het display gaat branden en de

aanduiding deur vergrendeld gaat uit.

Het lampje van toets Start/Pauze gaat uit.

Vijf minuten na afloop van het programma schakelt energiebesparingsfunctie het apparaat automatisch uit.

Als je het apparaat weer inschakelt, wordt het einde van het als laatste gekozen programma in het display weergegeven. Draai aan de programmatoets om een nieuwe cyclus in te stellen.

10.14 Water afvoeren na het einde van de cyclus

Het afwasprogramma is voltooid, maar er bevindt zich water in de trommel:

De trommel draait regelmatig om kreuken in het wasgoed te voorkomen.

Het deurvergrendelingssymbool brandt. De deur blijft vergrendeld.

Je moet het water afvoeren om de deur te openen:

deurvergrendelingssymbool uit waarna je de deur kunt openen.

Het apparaat pompt en centrifugeert automatisch na ongeveer 18 uur.

10.15 Stand-by optie

De stand-by-functie schakelt het apparaat automatisch uit om stroom te besparen als:

Druk opnieuw op de toets Aan/Uit om het apparaat in te schakelen.

Druk opnieuw op de toets Aan/Uit om het apparaat in te schakelen.

Het einde van het laatst ingestelde programma wordt weergegeven op het display.

Draai aan de programmatoets om een nieuwe cyclus in te stellen.

Pagina 27

Als je een programma of optie instelt die eindigt met water in de trommel, wordt het apparaat niet gedeactiveerd door de stand-by-functie om je eraan te herinneren dat je het water weg moet pompen.

11. DAGELIJKS GEBRUIK - WASSEN & DROGEN

WAARSCHUWING!

Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

Dit apparaat is een automatische wasdroogcombinatie.

11.1 Gecombineerd programma wassen en drogen

Voor goede droogprestaties niet de maximale droogladingen overschrijden die in de gebruikershandleiding worden aanbevolen. Stel geen centrifugeersnelheid in die lager is dan de automatische snelheid van het ingestelde programma.

Het display toont de indicatielampjes van de verschillende wasfases.

Het Nonstop 1h/1kgprogramma is al een compleet was- en droogprogramma en het is niet nodig om de Droogtegraad of de Droogtijd .

11.2 Wassen en automatisch drogen

Op het display verschijnt het indicatielampje

. De tijdswaarde op het display is de duur van de was- en droogcycli, berekend op een standaardlading.

Om een goed droogresultaat te krijgen, is het niet mogelijk om een te lage centrifugeersnelheid in te stellen voor de kledingstukken die moeten worden gewassen en gedroogd.

Op het display blijft het indicatielampje van het ingestelde droogniveau branden.

De aanduiding deur vergrendeld gaat branden.

Het display toont regelmatig een nieuwe tijdswaarde.

De laatste minuten van de droogcyclus voert het apparaat de antikreukbeveiliging en de koelfasen uit.

11.3 Wassen en tijdgestuurd drogen

Voor een goede droging laat het apparaat jou niet een te lage centrifugeersnelheid instellen

Pagina 28

voor de te wassen en te drogen kledingstukken.

Op het display verschijnt het lampje . Het display toont de ingestelde droogwaarde.

Bijvoorbeeld: .Na enkele seconden toont

het display de definitieve tijdwaarde , d.w.z. de totale duurtijd van de was- en droogcycli (wassen + drogen + anti-kreuk + koelfasen).

Als je na het wassen slechts 10 minuten droogtijd instelt, berekent het apparaat ook de duur van de anti-kreukbeveiliging en de koelfasen.

Op het display verschijnt het lampje . De deur wordt vergrendeld. Het display toont regelmatig een nieuwe tijdswaarde.

11.4 Einde van het programma

Het apparaat stopt automatisch. De geluidssignalen werken.

Voor meer informatie, raadpleeg "Aan het einde van het droogprogramma" van het vorige hoofdstuk.

12. DAGELIJKS GEBRUIK - ALLEEN DROGEN

WAARSCHUWING!

Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

Dit apparaat is een automatische wasdroogcombinatie.

12.1 Instelling drogen

WAARSCHUWING!

Controleer of de waterkraan geopend is.

gewenste droogprogramma . Het

display toont de droogindicatie .

Voor goede droogprestaties niet de maximale droogladingen overschrijden die in de gebruikershandleiding worden aanbevolen. Stel geen centrifugeersnelheid in die lager is dan de automatische snelheid van het ingestelde programma.

12.2 Drogen bij automatische niveaus

Het wasgoed kan worden gedroogd op vooraf ingestelde droogniveaus:

Het display toont een tijdswaarde, berekend op de standaardlading. Als de hoeveelheid wasgoed meer of minder is dan de standaardafmetingen, past het apparaat automatisch de tijdswaarde tijdens de cyclus aan.

Pagina 29

Het display toont de aanduiding deur

vergrendeld . De droogindicator gaat knipperen.

Je kunt niet alle droogniveaus gebruiken voor ieder type wasgoed.

12.3 Tijdgestuurd drogen

Het wasgoed kan ook worden gedroogd met een handmatig tijdgestuurd droogprogramma:

tijdwaarde: bijv. . Telkens als je op deze toets drukt, wordt de tijdswaarde met 5 minuten verlengd.

. Het apparaat berekent ook de duur van de anti-kreukbeveiliging en de koelfasen.

.

Als je slechts 10 minuten droogt, voert het apparaat alleen een afkoelfase uit. Als het wasgoed niet voldoende droog is, stel dan een korte droogtijd in.

12.4 Einde van het droogprogramma

Het apparaat stopt automatisch.

Als de deur vergrendeld is en gaat uit op het display, kun je de deur openen.

13. PLUIS IN DE STOFFEN

Tijdens de was- en/of droogfase geven bepaalde soorten stoffen (spons, wol, sweaterstof) pluisjes af.

De vrijgekomen pluisjes kunnen tijdens de volgende cyclus aan de stoffen blijven kleven.

Dit ongemak is nog groter bij technische stoffen.

Om het pluisjes in uw wasgoed te voorkomen:

Pagina 30

Ga als volgt te werk om pluisjes uit de trommel te verwijderen:

Gebruik, als het apparaat veelvuldig wordt gebruikt, regelmatig het programma CLE.

14. AANWIJZINGEN EN TIPS

WAARSCHUWING!

Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

14.1 Voor u het wasgoed in de trommel doet

14.2 Hardnekkige vlekken

Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.

We raden u aan om deze vlekken te behandelen voordat u deze artikelen in de machine stopt.

Er zijn speciale vlekkenverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekkenverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.

Spuit geen vlekkenverwijderaar op kledingstukken in de buurt van het apparaat,

Pagina 31

omdat het corrosief is voor de plastic onderdelen.

14.3 Type en hoeveelheid wasmiddel

De keuze van het wasmiddel en het gebruik van de juiste hoeveelheden beïnvloedt niet alleen uw wasprestaties, maar helpt ook om verspilling te voorkomen en het milieu te beschermen:

maximumniveau ( ) te overschrijden.

Onvoldoende wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:

Overmatig wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:

14.4 Tips voor besparen

Om water, energie en wasmiddel te besparen, raden we u aan deze tips te volgen:

Pagina 32

14.5 Waterhardheid

Als het water in uw omgeving hard of medium hard is, raden we u aan om een waterontharderadditief voor wasmachines te gebruiken.

In gebieden waar het water zacht is, is het niet nodig om een waterontharder te gebruiken.

Neem contact op met het plaatselijke waterleidingbedrijf voor de waterhardheid in uw gebied.

Gebruik de juiste hoeveelheid van de waterontharder. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.

14.6 De droogfase voorbereiden

14.7 Items die niet geschikt zijn voor de droger

Stel voor dit wasgoed geen droogprogramma in:

14.8 Wasvoorschriften in de kleding

Bij het drogen van uw wasgoed moet u zich houden aan de voorschriften van de fabrikant:

14.9 Duur van het droogprogramma

De droogtijd kan variëren afhankelijk van:

14.10 Extra drogen

Als het wasgoed aan het einde van het droogprogramma nog steeds vochtig is, stelt u nogmaals een korte droogfase in.

WAARSCHUWING!

Om kreuken en krimpen te voorkomen dient u het wasgoed niet te lang te drogen.

14.11 Algemene tips

Raadpleeg de tabel "Droogprogramma's" om de gemiddelde droogtijden op te zoeken. Het drogen van wasgoed zal beter gaan naarmate u het vaker doet. Houd bij hoe lang uw droogprogramma's duren.

Statische lading na het drogen voorkomen:

Na afloop van het droogprogramma dient u het wasgoed meteen uit de trommel te halen.

Pagina 33

15. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING!

Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

15.1 Schema periodieke reiniging

Periodiek reinigen helpt de levensduur van je apparaat te verlengen.

Houd na elke cyclus de deur en het wasmiddeldoseerbakje een beetje op een kier om luchtcirculatie te krijgen en de vochtigheid in het apparaat te drogen: dit voorkomt schimmels en geurtjes.

Als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt: sluit de waterkraan en trek de stekker uit het stopcontact.

Indicatief schema voor periodiek reinigen:

OntkalkenTwee keer per jaar
OnderhoudswasEenmaal ter maand
Deurafdichting reinigenIedere twee maanden
Trommel reinigenIedere twee maanden
Pluis in de trommel verwijderenTwee keer per maand1)
Wasmiddeldoseerbakje reinigenIedere twee maanden
De filter van de afvoerpomp reinigenTwee keer per jaar
De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigenTwee keer per jaar
1) Raadpleeg het hoofdstuk''Pluis in de stoffen''.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

In de volgende paragrafen wordt uitgelegd hoe u elk onderdeel moet reinigen.

15.2 Vreemde voorwerpen verwijderen

Zorg ervoor dat de zakken leeg zijn en dat alle losse elementen zijn vastgebonden voordat u uw wascyclus uitvoert. Raadpleeg 'De waslading' in 'Aanwijzingen en tips'.

Verwijder alle vreemde voorwerpen (zoals metalen clip, knoppen, munten, enz.) die u kunt vinden in de deurafdichting, de filters en de trommel. Raadpleeg de paragrafen 'Deurafdichting met dubbele lip', 'De trommel reinigen', 'De afvoerpomp reinigen' en 'De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen'. Neem indien nodig contact op met het erkende servicecentrum.

15.3 Buitenkant reinigen

Het apparaat alleen schoonmaken met zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog. Gebruik geen schuursponsjes of krassend materiaal.

LET OP!

Gebruik geen alcohol, oplosmiddelen of chemische producten.

LET OP!

Gebruik de metalen oppervlakken niet met een reinigingsmiddel op chloorbasis.

15.4 Ontkalken

Als het water in uw omgeving hard of medium hard is, raden we u aan om een waterontharder voor wasmachines te gebruiken.

Controleer de trommel regelmatig op kalkaanslag.

Normale wasmiddelen bevatten al wateronthardende middelen, maar we raden aan om af en toe een cyclus te draaien met een lege trommel en een ontkalkingsproduct.

Volg altijd de instructies die u op de verpakking van het product vindt.

15.5 Onderhoudswas

Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel achterblijft in

Pagina 34

de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswasbeurt uit. Ga als volgt te werk:

15.6 Deurafdichting met val met dubbele lip

Dit apparaat is ontworpen met een zelfreinigend afvoersysteem, waardoor lichte pluisvezels die van de kleding vallen met het water kunnen worden afgevoerd. Controleer de afdichting regelmatig. Munten, knoppen en andere kleine voorwerpen kunnen aan het einde van de cyclus worden teruggevonden.

15.7 Het wasmiddelbakje reinigen

1.

Maak schoon indien nodig met een ammoniakmiddel zonder het oppervlak van de afdichting te bekrassen.

Volg altijd de instructies die je op de verpakking van het product vindt.

Controleer en verwijder voorwerpen (indien aanwezig) die in de vouw vast kunnen komen te zitten.

Controleer of er geen wasgoed tussen het deurrubber en de deur blijft zitten.

Gebruik een vochtige doek om vuil of waterresten die na afloop van de programmacyclus in de deurafdichting achterblijven, weg te vegen.

2.

Pagina 35

15.8 Het afvoerfilter reinigen

Controleer het filter van de afvoerpomp regelmatig en houd het schoon.

Reinig het afvoerfilter niet als het water in het apparaat heet is. Verwijder het filter niet als het apparaat in werking is.

Reinig de afvoerpomp als:

de machine geen water wegpompt, de trommel niet ronddraait, het apparaat een ongebruikelijk geluid maakt als gevolg van de blokkering van de afvoerpomp.

Zorg ervoor dat u het filter goed vastdraait om lekkage te voorkomen.

180°

Pagina 36: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 37

15.9 Het filter van de toevoerslang en het klepfilter reinigen

123
3.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)

15.10 Noodafvoer

Het apparaat kan geen water afvoeren door een storing.

Als dit optreedt, voert u stappen (1) tot (8) uit van "Het afvoerfilter reinigen". Maak de pomp zo nodig schoon.

Als u het water afpompt met gebruikmaking van de noodafpompprocedure, moet u het aftapsysteem opnieuw activeren:

15.11 Voorzorgsmaatregelen bij vorst

Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar de temperatuur lager is dan 0°

C, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.

WAARSCHUWING!

Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0°C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.

De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.

Pagina 38

16. PROBLEEMOPLOSSING

WAARSCHUWING!

Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

16.1 Alarmcodes en mogelijke storingen

Het apparaat start niet of stopt tijdens de werking. Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie tabellen).

WAARSCHUWING!

Voordat je controles uitvoert, moet je de stekker uit het stopcontact trekken.

Bij sommige problemen wordt op de display een alarmcode

weergegeven en kan de Start/Pauze -knop continue knipperen:

Als de machine te vol geladen is, moet je een aantal items uit de trommel verwijderen en/of tegen de deur duwen en tegelijkertijd op de toets Start/Pauze drukken totdat het controlelampje stopt met knipperen (zie de onderstaande afbeelding).

Probleem

Het apparaat wordt niet goed gevuld met water.

Mogelijke oplossing

Pagina 39

De machine pompt geen water weg.• Controleer of de gootsteenafvoer niet verstopt is.
• Controleer of de afvoerslang geen knikken of bochten heeft.
• Zorg ervoor dat het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig het filter indien nodig. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'.
• Zorg ervoor dat de aansluiting van de afvoerslang correct is.
• Stel het afvoerprogramma in als je een programma instelt zonder afvoerfase.
• Stel het afvoerprogramma in als je een optie instelt die eindigt met water in de kuip.
De deur is open of niet goed gesloten.• Controleer of de deur goed gesloten is.
Interne fout. Geen communicatie tussen de elektronische elementen van het apparaat.• Het programma werd niet juist voltooid of het apparaat is te vroeg gestopt. Schakel het apparaat uit en weer aan.
• Als de alarmcode weer wordt weergegeven, neem je contact op met een erkende servicedienst.
De stroomtoevoer is niet stabiel.• Wacht totdat de stroomtoevoer stabiel is.
De anti-overstromingsbeveiliging is ingeschakeld.• Koppel het apparaat los en draai de waterkraan dicht. Neem contact op met de erkende servicedienst.
Als de display andere alarmcodes aangeeft, schakel je het apparaat uit en weer in. Als het probleem aanhoudt, neem je contact op met de erkende servicedienst.
Raadpleeg onderstaande tabel voor mogelijke oplossingen in geval van een ander probleem met de drogertrommel.
ProbleemMogelijke oplossing
Het programma start niet.• Controleer of de stekker is aangesloten op het stopcontact.
• Controleer of de deur van het apparaat gesloten is.
• Controleer of er geen beschadigde zekering in het zekeringenkastje is.
• Verzeker je ervan dat Start/Pauze bediend is.
• Als de optie voor uitgestelde start ingesteld is, annuleer je de instelling of wacht je tot het aftellen voorbij is.
• Schakel de kinderbeveiliging uit, als deze actief is.
• Controleer de stand van de knop op het gekozen programma.
Het apparaat wordt met water gevuld, maar dat wordt onmiddellijk afgetapt.• Zorg ervoor dat de afvoerslang zich in de juiste positie bevindt. De slang kan te laag hangen. Raadpleeg 'Montage-instructies'.
De centrifugeerfase werkt niet of de wasfase duurt langer dan normaal.• Stel het centrifugeprogramma in.
• Zorg ervoor dat het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig het filter indien nodig. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'.
• Pas de kleding in de kuip handmatig aan en start de centrifugeerfase opnieuw. Dit probleem kan worden veroorzaakt door problemen met de balans.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)

← pagina's 2–15verder op pagina 40 →Inhoud