AEG LWR76144, tekst van de handleiding
Pagina's 37–54 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 37
13.2 Drogen - automatische niveaus
Het standaardniveau is het kastdroog niveau
. Bij sommige programma's kunt u het droogniveau wijzigen.
- 1. Tik herhaaldelijk op de knop Droogtegraad totdat de display de gewenste droogte weergeeft. De lampjes in de display branden als volgt:
- a. Strijkdroog: voor katoenen artikelen;
- b. Kastdroog: voor katoenen en synthetische artikelen;
- c. Extra droog: voor katoenen artikelen.
De tijd op de display is de duur van beide cycli wassen en drogen.
Voor een goede droging met verbruik van minder energie in een kortere tijd laat de machine u niet toe een lage centrifugeersnelheid in te stellen voor de te wassen en drogen items.
- 2. Druk op de toets Start/Pauze om het programma te starten.
In de display gaat het indicatielampje voor
vergrendelde deur aan en het indicatielampje van de lopende fase begint te knipperen.
Op de display wordt ook de resterende programmatijd weergegeven.
13.3 Tijdgestuurd drogen
U kunt ook de automatische droogmodus uitsluiten en handmatig een droogtijd kiezen:
- 1. Tik herhaaldelijk op de knop Droogtijd om de gewenste tijd in te stellen (zie de
"Drogen op tijd"-tabel in het hoofdstuk "Programma's"). Het indicatielampje Droogtegraad l gaat uit en het
indicatielampje gaat aan.
De minimale droogtijd is 10 minuten. Telkens als u deze toets aantikt, wordt de droogtijd met 5 minuten verlengd. Op de display verschijnt de nieuwe ingestelde tijdwaarde.
- 2. Raak de toets Start/Pauze aan om het programma te starten.
In de display gaat het indicatielampje voor
vergrendelde deur aan en het indicatielampje van de lopende fase begint te knipperen.
Op de display wordt ook de resterende programmatijd weergegeven.
13.4 Aan het einde van het droogprogramma
- Het apparaat stopt automatisch.
- De akoestische signalen werken (als deze actief zijn).
- Op het display gaat branden.
- De led van de knop Start/Pauze gaat
uit. De deur vergrendeld gaat uit.
- Druk een paar seconden op de toets Aan/Uit om het apparaat uit te schakelen.
Een paar minuten na afloop van het programma schakelt de energiebesparende functie het apparaat automatisch uit.
- 1. Haal het wasgoed uit het apparaat.
- 2. Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
Na de droogfase reinigt u de trommel, de pakking en de binnenkant van de deur met een natte doek.
Pagina 38
14. PLUIS IN DE STOFFEN
Tijdens de was- en/of droogfase geven bepaalde soorten stoffen (spons, wol, sweaterstof) pluisjes af.
De vrijgekomen pluisjes kunnen tijdens de volgende cyclus aan de stoffen blijven kleven.
Dit ongemak is nog groter bij technische stoffen.
Om het pluisjes in uw wasgoed te voorkomen:
- Was geen donkere stoffen na het wassen en drogen van lichtgekleurde stoffen (handdoeken, wol en sweaterstof) en vice versa.
- Laat dit soort stoffen in de open lucht drogen wanneer ze voor het eerst zijn gewassen.
- Reinig het afvoerfilter.
- Na de droogfase reinigt u de lege trommel, de pakking en de deur met een natte doek.
Ga als volgt te werk om pluisjes uit de trommel te verwijderen:
- Maak de trommel leeg.
- Reinig de trommel, de pakking en de deur met een natte doek.
- Stel het Machine clean programma en de Drogen modus in .
- Druk op de toets Start/Pauze om het programma te starten.
15. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
15.1 Voor u het wasgoed in de trommel doet
- Verdeel het wasgoed in: wit, gekleurd, synthetisch, fijne was en wol.
- Volg de wasinstructies die u op de waslabels van het wasgoed vindt.
- Was witte en bonte artikelen niet samen.
- Sommige bonte items kunnen verkleuren met de eerste wasbeurt. We raden je aan ze apart te wassen voor de eerste paar keren.
- Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met opdrukken binnenstebuiten.
- Behandel hardnekkige vlekken voor.
- Was hardnekkige vlekken met een speciaal wasmiddel.
- Wees voorzichtig met gordijnen. Verwijder de haken of stop de gordijnen in een waszak of kussensloop.
- Een zeer kleine lading kan problemen veroorzaken bij de centrifugefase die leiden tot overmatige trillingen. Als dit voorkomt:
- a. onderbreek het programma en open de deur (raadpleeg hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'); b. herverdeel de lading met de hand zodat de items gelijkmatig over de trommel zijn verdeeld; c. druk op de toets Start/Pauze. De centrifugeerfase gaat door.
- Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Bind riemen, koorden, veters, linten en andere losse elementen vast.
- Was geen wasgoed zonder zomen of met scheuren. Gebruik een waszakje om kleine items te wassen (bijv. beugelbh's, riemen, panty's, veters, linten, etc.).
- Maak de zakken leeg en vouw de artikelen open.
Pagina 39
15.2 Hardnekkige vlekken
Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te behandelen voordat u deze artikelen in de machine stopt.
Er zijn speciale vlekkenverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekkenverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.
Spuit geen vlekkenverwijderaar op kledingstukken in de buurt van het apparaat, omdat het corrosief is voor de plastic onderdelen.
15.3 Type en hoeveelheid wasmiddel
De keuze van het wasmiddel en het gebruik van de juiste hoeveelheden beïnvloedt niet alleen uw wasprestaties, maar helpt ook om verspilling te voorkomen en het milieu te beschermen:
- Gebruik uitsluitend wasmiddelen en andere middelen die speciaal bedoeld zijn voor wasmachines. Volg eerst deze algemene regels:
- waspoeder (ook tabletten en wasmiddelen met een enkele dosis) voor alle soorten stoffen, met uitzondering van delicate stoffen. Kies bij voorkeur voor waspoeder met
bleekmiddel voor witte was en hygiënisch wassen, – vloeibare wasmiddelen (ook wasmiddelen voor eenmalig gebruik), bij voorkeur voor wasprogramma's op lage temperatuur (max. 60 °C) voor alle weefselsoorten of speciale middelen voor wollen artikelen.
- De keuze en hoeveelheid wasmiddel zal afhangen van: type stof (delicaat, wollen, katoen, enz.), de kleur van de kleding, de grootte van de lading, de mate van vervuiling, wastemperatuur en hardheid van het gebruikte water.
- Volg de aanwijzingen op de verpakking van het wasmiddel of de andere toevoegingen zonder het aangegeven
maximumniveau ( ) te overschrijden.
- Meng geen verschillende soorten wasmiddelen.
- Gebruik minder wasmiddel als:
- je een kleine lading wast,
- het wasgoed licht vervuild is,
- er grote hoeveelheden schuim zijn tijdens het wassen.
- Wanneer je wasmiddeltabs of -pods gebruikt, plaats deze dan altijd in de trommel, niet in het wasmiddeldoseerbakje en volg de aanbevelingen van de fabrikant op.
Onvoldoende wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- onbevredigende wasresultaten,
- het wasgoed dat grijs wordt,
- vettige kleding,
- schimmel in het apparaat.
Overmatig wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- schuimen,
- verminderd waseffect,
- ontoereikend spoelen,
- een grotere impact op het milieu.
15.4 Tips voor besparen
Om water, energie en wasmiddel te besparen, raden we u aan deze tips te volgen:
- Normaal vuile was kan zonder voorwas worden gewassen om wasmiddel, water en tijd te besparen.
- Door het apparaat te laden tot de maximale capaciteit die voor elk
Pagina 40
programma is aangegeven, wordt het energie- en waterverbruik verminderd.
- Met de juiste voorbehandeling kunnen vlekken en beperkte vervuiling worden verwijderd; het wasgoed kan vervolgens op een lagere temperatuur worden gewassen.
- Om de juiste hoeveelheid wasmiddel te gebruiken, raadpleegt u de hoeveelheid voorgesteld door de producent van het wasmiddel en controleert u de waterhardheid van uw huishoudelijk systeem. Zie "Waterhardheid".
- Stel de maximaal mogelijke centrifugeersnelheid in voor het geselecteerde programma om energie te besparen tijdens het drogen.
- Gebruik bij voorkeur korte cycli bij lagere temperaturen.
15.5 Waterhardheid
Als het water in uw omgeving hard of medium hard is, raden we u aan om een waterontharderadditief voor wasmachines te gebruiken.
In gebieden waar het water zacht is, is het niet nodig om een waterontharder te gebruiken.
Neem contact op met het plaatselijke waterleidingbedrijf voor de waterhardheid in uw gebied.
Gebruik de juiste hoeveelheid van de waterontharder. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
15.6 De droogfase voorbereiden
- Draai de waterkraan open.
- Controleer of de afvoerslang goed is aangesloten. Zie het hoofdstuk over de installatie voor meer informatie.
- Raadpleeg voor informatie over de maximale wasgoedlading bij droogprogramma's de droogprogrammatabel.
15.7 Items die niet geschikt zijn voor de droger
Stel voor dit wasgoed geen droogprogramma in:
- Synthetische gordijnen.
- Kledingstukken met metalen invoegstukken.
- Nylon kousen.
- Dekbedden.
- Bedspreien.
- Dekbedovertrekken.
- Anoraks.
- Slaapzakken.
- Stoffen met restjes haarspray, nagellakremover of iets dergelijks.
- Kledingstukken met schuimrubber of met materialen die hierop lijken.
15.8 Wasvoorschriften in de kleding
Bij het drogen van uw wasgoed moet u zich houden aan de voorschriften van de fabrikant:
- = Het artikel is geschikt voor de droogtrommel
- = Droogprogramma op hoge temperatuur
- = Droogprogramma op lage temperatuur
- = Het artikel is niet geschikt voor de droogtrommel.
15.9 Duur van het droogprogramma
De droogtijd kan variëren afhankelijk van:
- snelheid van de laatste keer centrifugeren
- droogheidsniveau
- soort wasgoed
- het gewicht van het wasgoed
15.10 Extra drogen
Als het wasgoed aan het einde van het droogprogramma nog steeds vochtig is, stelt u nogmaals een korte droogfase in.
WAARSCHUWING!
Om kreuken en krimpen te voorkomen dient u het wasgoed niet te lang te drogen.
15.11 Algemene tips
Raadpleeg de tabel "Tijddrogen" om de gemiddelde droogtijden op te zoeken. Het drogen van wasgoed zal beter gaan naarmate u het vaker doet. Houd bij hoe lang uw droogprogramma's duren.
Pagina 41
Statische lading na het drogen voorkomen:
- 1. Gebruik wasverzachter tijdens de wasfase.
- 2. Gebruik speciale wasverzachter voor droogautomaten.
- 3. Schenk geen wasmiddel of wasverzachter in het apparaat voor het uitvoeren van een droogcyclus.
- 4. Droog geen ruwe en gladde textiel samen om te voorkomen dat de gladde kledingstukken worden verschroeid.
- 5. Verwijder alle voorwerpen uit de zakken van de kledingstukken, in het bijzonder voorwerpen die kunnen smelten.
Zorg dat u uw wasgoed aan het einde van het droogprogramma zo snel mogelijk uit het apparaat haalt.
16. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
16.1 Schema periodieke reiniging
Periodiek reinigen helpt de levensduur van je apparaat te verlengen.
Houd na elke cyclus de deur en het wasmiddeldoseerbakje een beetje open om luchtcirculatie te krijgen en de vochtigheid in het apparaat te drogen: dit voorkomt schimmels en geurtjes.
Als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt: sluit de waterkraan en trek de stekker uit het stopcontact.
Indicatief schema voor periodiek reinigen:
| Ontkalken | Twee keer per jaar |
|---|---|
| Onderhoudswas | Eenmaal ter maand |
| Deurafdichting reinigen | Iedere twee maanden |
| Trommel reinigen | Iedere twee maanden |
| Pluis in de trommel verwijderen | Twee keer per maand1) |
| Wasmiddeldoseerbakje reinigen | Iedere twee maanden |
| De filter van de afvoerpomp reinigen | Twee keer per jaar |
| De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen | Twee keer per jaar |
| 1) Raadpleeg het hoofdstuk | ''Pluis in de stoffen''. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)
In de volgende paragrafen wordt uitgelegd hoe u elk onderdeel moet reinigen.
16.2 Vreemde voorwerpen verwijderen
Zorg ervoor dat de zakken leeg zijn en dat alle losse elementen zijn vastgebonden voordat u uw wascyclus uitvoert. Raadpleeg 'De waslading' in 'Aanwijzingen en tips'.
Verwijder alle vreemde voorwerpen (zoals metalen clip, knoppen, munten, enz.) die u kunt vinden in de deurafdichting, de filters en de trommel. Raadpleeg de paragrafen 'Deurafdichting met dubbele lip', 'De trommel reinigen', 'De afvoerpomp reinigen' en 'De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen'. Neem indien nodig contact op met het erkende servicecentrum.
16.3 Buitenkant reinigen
Het apparaat alleen schoonmaken met milde zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog.
Gebruik geen schuursponsjes of krassend materiaal.
LET OP!
Gebruik geen alcohol, oplosmiddelen of chemische producten.
Pagina 42
LET OP!
Reinig de metalen oppervlakken niet met een reinigingsmiddel op chloorbasis.
16.4 Ontkalken
Als het water in uw omgeving hard of medium hard is, raden we u aan om een waterontharder voor wasmachines te gebruiken.
Controleer de trommel regelmatig op kalkaanslag.
De normale wasmiddelen bevatten al wateronthardende middelen, maar we raden aan af en toe een cyclus te draaien met een lege trommel en een ontkalkingsproduct.
Volg altijd de instructies die je op de verpakking van het product vindt.
16.5 Onderhoudswas
Bij herhaald en langdurig gebruik op lage temperatuur en korte programma's kunnen er afzettingen en pluisjes worden afgezet en kunnen bacteriële groei en biofilm in de trommel en het inwendige compartiment van de machine ontstaan. Dit kan slechte geurtjes en meeldauw veroorzaken.
Om deze afzettingen te verwijderen en de hygiëne in de machine te bevorderen dient u minstens éénmaal per maand een onderhoudswas uit te voeren.
- 1. Haal al het wasgoed uit de trommel.
- 2. Draai een katoenprogramma op de hoogste temperatuur met een geringe hoeveelheid waspoeder of draai, indien beschikbaar het programma Machine clean.
16.6 Deurrubber
Dit apparaat is ontworpen met een zelfreinigend afvoersysteem, waardoor lichte pluisvezels die van de kleding vallen met het water kunnen worden afgevoerd. Controleer regelmatig de afdichting. Munten, knoppen en andere kleine voorwerpen
kunnen aan het einde van de cyclus worden teruggevonden.
| van | |
| Maak schoon indien nodig met een ammoniakmiddel zonder het oppervlak de afdichting te bekrassen. | |
| Volg altijd de instructies die u vindt op verpakking van het product. | de |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)
16.7 Het wasmiddeldoseerbakje reinigen
Om mogelijke afzetting van opgedroogd wasmiddel of geklonterde wasverzachter en/of schimmelvorming in de wasmiddellade te voorkomen dient u af en toe de volgende reinigingsprocedure uit te voeren:
- 1. Open de lade. Duw de pal zoals aangegeven in de afbeelding naar beneden en trek de lade uit.
1
2
- 2. Verwijder het bovenste deel van het additievencompartiment om reiniging te vergemakkelijken. Zorg ervoor dat achtergebleven wasmiddel volledig is verwijderd uit het bovenste en onderste gedeelte van de holte. Gebruik een klein borsteltje om de holte te reinigen.
Pagina 43
- 3. Spoel de wasmiddellade uit onder stromend warm water om eventuele sporen van opgehoopt wasmiddel te verwijderen. Plaats het bovenste gedeelte na reiniging terug op zijn plek.
- 4. Plaats de wasmiddellade in de geleiders en sluit de lade. Draai het spoelprogramma zonder kleding in de trommel.
16.8 De afvoerpomp reinigen
WAARSCHUWING!
Haal de stekker uit het stopcontact.
Controleer het filter van de afvoerpomp regelmatig en houd het schoon.
Reinig de afvoerpomp als:
- de machine geen water wegpompt,
- de trommel niet ronddraait,
- het apparaat een ongebruikelijk geluid maakt door de blokkering van de afvoerpomp.
- Op het display verschijnt de alarmcode
.
WAARSCHUWING!
- Verwijder het filter niet als het apparaat in werking is.
- Reinig de pomp niet zolang het water in de machine heet is. Wacht tot het water is afgekoeld
Voor reiniging van de pomp ga je als volgt te werk:
- 1. Open het pompdeksel.
2
1
- 2. Plaats een geschikte bak onder de afvoerpompopening om het afgepompte water op te vangen.
- 3. Open de afvoerklep naar beneden. Houd altijd een oude doek bij de hand om het eventueel gemorste water te kunnen opvegen als je het filter verwijdert.
Pagina 44
niet roteert, neem dan contact op met onze servicedienst.
- 4. Draai het filter 180 graden naar links om het te openen, zonder verwijdering. Laat het water wegstromen.
- 5. Als de bak vol is met water, draait u het filter terug en leegt u de bak.
- 6. Herhaal stappen 4 en 5 totdat er geen water meer uitloopt.
- 7. Draai het filter naar links om het te verwijderen.
- 8. Verwijder indien noodzakelijk pluizen en andere voorwerpen uit de filterholte.
- 9. Controleer of de pompwaaier onbelemmerd kan ronddraaien. Als deze
- 10. Reinig het filter onder de waterkraan.
- 11. Zet het filter terug in de speciaal geleidingen door hem met de klok mee te draaien. Zorg ervoor dat u het filter goed vastdraait om lekkage te voorkomen.
- 12. Sluit het pompdeksel.
Pagina 45
Als u het water afvoert met de noodafvoerprocedure, moet u het afvoersysteem opnieuw activeren:
- a. Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddellade.
- b. Start het programma om het water af te voeren.
16.9 De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen
Het wordt aanbevolen beide filters van de toevoerslang en -klep geregeld te reinigen ter verwijdering van aanslag dat met de tijd opgehoopt:
- 1. Verwijder de toevoerslang van de kraan en reinig het filter.
- 2. Verwijder de toevoerslang van het apparaat door de ringmoer los te draaien.
- 3. Reinig het klepfilter aan de achterzijde van het apparaat met een tandenborstel.
- 4. Draai de slang bij het weer aansluiten op het apparaat naar links of rechts (niet in verticale positie) afhankelijk van de positie van uw waterkraan.
16.10 Noodafvoer
Als het apparaat het water niet kan wegpompen, voert u dezelfde procedure uit zoals beschreven in de paragraaf 'Reinigen van de afvoerpomp'. Maak de pomp zo nodig schoon.
Als u het water met de noodafvoerprocedure afvoert, dient u het afvoersysteem opnieuw te activeren:
Pagina 46
- 1. Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddeldoseerbakje.
- 2. Start het programma om het water weg te pompen.
16.11 Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als het apparaat is geïnstalleerd op een plek waar de temperatuur 0°C of daaronder kan bereiken, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan dicht.
- 3. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
- 4. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
- 5. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0°C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
17. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
17.1 Alarmcodes en mogelijke storingen
Het apparaat start niet of stopt tijdens de werking. Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie tabellen).
WAARSCHUWING!
Voordat je controles uitvoert, moet je de stekker uit het stopcontact trekken.
Pagina 47
Bij sommige problemen wordt op de display een alarmcode
weergegeven en kan de Start/Pauze -knop continue knipperen:
Als de machine te vol geladen is, moet je een aantal items uit de trommel verwijderen en/of tegen de deur duwen en tegelijkertijd op de toets Start/Pauze drukken totdat het controlelampje stopt met knipperen (zie de onderstaande afbeelding).
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| Het apparaat wordt niet goed gevuld met water. | • Controleer of de waterkraan geopend is. • Controleer of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contact op met je plaatselijke waterleidingbedrijf. • Controleer of de waterkraan niet verstopt is. • Controleer of er geen knikken, beschadigingen of bochten in de watertoevoerslang aanwezig zijn. • Zorg ervoor dat de aansluiting van de watertoevoerslang correct is. • Zorg ervoor dat het filter van de toevoerslang en het filter van de klep niet verstopt zijn. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'. |
| De machine pompt geen water weg. | • Controleer of de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Controleer of de afvoerslang geen knikken of bochten heeft. • Zorg ervoor dat het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig het filter indien nodig. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'. • Zorg ervoor dat de aansluiting van de afvoerslang correct is. • Stel het afvoerprogramma in als je een programma instelt zonder afvoerfase. • Stel het afvoerprogramma in als je een optie instelt die eindigt met water in de kuip. |
| De deur is open of niet goed gesloten. | • Controleer of de deur goed gesloten is. |
| Interne fout. Geen communicatie tussen de elektronische elementen van het apparaat. | • Het programma werd niet juist voltooid of het apparaat is te vroeg gestopt. Schakel het apparaat uit en weer aan. • Als de alarmcode weer wordt weergegeven, neem je contact op met een erkende servicedienst. |
Pagina 48
| De stroomtoevoer is niet stabiel. | • Wacht totdat de stroomtoevoer stabiel is. |
| De anti-overstromingsbeveiliging is ingeschakeld. | • Koppel het apparaat los en draai de waterkraan dicht. Neem contact op met de erkende servicedienst. |
| Als de display andere alarmcodes aangeeft, schakel je het apparaat uit en weer in. Als het probleem aanhoudt, neem je contact op met de erkende servicedienst. Raadpleeg onderstaande tabel voor mogelijke oplossingen in geval van een ander probleem met de drogertrommel. | |
| Probleem | Mogelijke oplossing |
| Het programma start niet. | • Controleer of de stekker is aangesloten op het stopcontact. • Controleer of de deur van het apparaat gesloten is. • Controleer of er geen beschadigde zekering in het zekeringenkastje is. • Verzeker je ervan dat Start/Pauze bediend is. • Als de optie voor uitgestelde start ingesteld is, annuleer je de instelling of wacht je tot het aftellen voorbij is. • Schakel de kinderbeveiliging uit, als deze actief is. • Controleer de stand van de knop op het gekozen programma. |
| Het apparaat wordt met water gevuld, maar dat wordt onmiddellijk afgetapt. | • Zorg ervoor dat de afvoerslang zich in de juiste positie bevindt. De slang kan te laag hangen. Raadpleeg 'Montage-instructies'. |
| De centrifugeerfase werkt niet of de wasfase duurt langer dan normaal. | • Stel het centrifugeprogramma in. • Zorg ervoor dat het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig het filter indien nodig. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'. • Pas de kleding in de kuip handmatig aan en start de centrifugeerfase opnieuw. Dit probleem kan worden veroorzaakt door problemen met de balans. |
| Er is water op de vloer. | • Verzeker je ervan dat de koppelingen van de waterslangen stevig vastzitten en dat er geen waterlekkage is. • Verzeker je ervan dat de watertoevoerslang en de afvoerslang niet beschadigd zijn. • Zorg ervoor dat je het juiste wasmiddel en in de juiste hoeveelheid gebruikt. |
| Je kunt de deur van het apparaat niet openen. | • Verzeker je ervan dat er geen wasprogramma is gekozen dat eindigt met water in de trommel. • Verzeker je ervan dat het afwasprogramma is afgelopen. • Stel het afvoerprogramma of het centrifugeprogramma in als er water in de trommel zit. • Verzeker je ervan dat het apparaat elektriciteit krijgt. • Dit probleem kan worden veroorzaakt door een storing in het apparaat. Neem contact op met de erkende servicedienst. Als je de deur moet openen, lees je zorgvuldig 'Nooddeuropening'. |
Pagina 49
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| De machine maakt abnormale geluiden en trilt. | • Verzeker je ervan dat deze waterpas staat. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Verzeker je ervan dat de verpakking en/of de transportbouten verwijderd zijn. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Voeg meer wasgoed toe aan de trommel. De lading is mogelijk te klein. |
| De programmaduur neemt toe of af tijdens het draaien van het programma. | • Het ProSense System kan de duur van het programma aanpassen aan het type en de hoeveelheid wasgoed. Zie 'Beladingsdetectie ProSense System' onder het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. |
| De wasresultaten zijn niet bevredigend. | • Verhoog de hoeveelheid wasmiddel of gebruik een ander wasmiddel. • Gebruik speciale producten om hardnekkige vlekken te verwijderen voordat je het wasgoed wast. • Zorg ervoor dat je de juiste temperatuur instelt. • Verminder de wasgoedlading. |
| Te veel schuim in de trommel tijdens de wascyclus. | • Verminder de hoeveelheid wasmiddel of het aantal tabletten of wasmiddelen voor eenmalig gebruik. |
| Na de wascyclus is er wat wasmiddel achtergebleven in de wasmiddellade. | • Ga na of de klep zich in de juiste positie bevindt (OMHOOG voor waspoeder - OMLAAG voor vloeibaar wasmiddel). • Verzeker je ervan dat je het wasmiddelvakje hebt gebruikt volgens de instructies in deze gebruiksaanwijzing. |
| Het apparaat droogt niet of droogt niet goed. | • Draai de waterkraan aan. • Verzeker je ervan dat het afvoerfilter niet verstopt is. • Verminder de wasgoedlading. • Verzeker je ervan dat je de juiste cyclus hebt ingesteld. Stel zo nodig een korte droogtijd opnieuw in. |
| Het wasgoed zit vol met verschillende kleuren. | De stoffen die zijn gewassen in de vorige cyclus hebben pluisjes van een andere kleur afgegeven: • De droogfase helpt bij het verwijderen van pluisjes. • Reinig de kleding met een pluisjesverwijderaar. Raadpleeg de paragraaf "Pluis in de stoffen" voor meer informatie als er veel pluis in de trommel zit. |
| Schakel na de controle de machine in. Het programma wordt voortgezet vanaf het punt van onderbreking. Als het probleem opnieuw optreedt, neem je contact op met een erkende servicedienst. De contactgegevens van de servicedienst staan op het typeplaatje. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)
17.2 Nooddeur openen LET OP!
In het geval van een stroomstoring of apparaatstoring blijft de deur van het Gevaar voor brandwonden! Zorg apparaat vergrendeld. Het wasprogramma ervoor dat de watertemperatuur niet te gaat verder als er weer stroom is. Als de deur hoog is en dat het wasgoed niet heet door een storing vergrendeld blijft, is het is. Wacht indien nodig tot de mogelijk om de deur te openen met een watertemperatuur en het wasgoed zijn noodontgrendeling. afgekoeld.
Voordat je de deur opent:
Pagina 50
LET OP!
Gevaar voor verwonding! Zorg ervoor dat de trommel niet draait. Wacht indien nodig tot de trommel stopt met draaien.
Zorg ervoor dat het waterpeil in de trommel niet te hoog is. Voer indien nodig een noodafvoerprocedure uit (zie 'Water afvoeren in een noodgeval' in het hoofdstuk 'Onderhoud en reiniging').
Ga als volgt te werk om de deur te openen:
- 1. Druk op de toets Aan/Uit om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Haal de stekker uit het stopcontact.
- 3. Open de filterklep.
- 4. Trek de noodvergrendelingstrekker eenmaal naar beneden. Trek die
nogmaals naar beneden, houd hem gespannen en open in de tussentijd de deur van het apparaat.
- 5. Verwijder het wasgoed en sluit vervolgens de deur van het apparaat.
- 6. Sluit de filterklep.
18. VERBRUIKSWAARDEN
18.1 Inleiding
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een internetkoppeling naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPRELdatabase. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de link https://eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die je vindt op het typeplaatje van het apparaat. Raadpleeg het hoofdstuk 'Productbeschrijving' voor de positie van het typeplaatje.
18.2 Legenda
| kg | Wasgoed. | uu:mm | Duur programma. |
|---|---|---|---|
| kWh | Energieverbruik. | °C | Temperatuur in de was. |
| Liter | Waterverbruik. | tpm | Centrifugeersnelheid. |
Pagina 51
%
Resterend vocht aan het einde van de cyclus. Hoe hoger de centrifugeersnelheid, hoe hoger het geluid en hoe lager het resterende vocht aan het einde van de wascyclus.
Waarden en programmaduur kunnen verschillen afhankelijk van verschillende omstandigheden (bijv. kamertemperatuur, watertemperatuur en -druk, ladinggrootte en type wasgoed, voedingsspanning) en ook als je de standaardinstelling van een programma wijzigt.
18.3 In overeenstemming met Verordening van de Commissie (EU) 2019/2023
Alleen wassen
| Eco 40-60 pro-kg gramma | kWh | Liter uu:mm | % | °C tpm1) |
|---|---|---|---|---|
| Volledige belading 11.0 | 0.890 | 74.0 03:59 | 53.0 | 35.0 1400 |
| Halve belading 5.5 | 0.585 | 54.0 02:59 | 53.0 | 31.0 1400 |
| Kwartbelading 3.0 | 0.260 | 36.0 02:59 | 54.0 | 25.0 1400 |
| 1) Maximale centrifugesnelheid. Was- en droogcyclus | ||||
| Eco 40-60program-ma en kastdroog‐ kg niveau | kWh | Liter uu:mm | % | °C tpm1) |
| Volledige belading 7 | 4.270 | 105.0 07:30 | 0.00 | 25.0 1400 |
| Halve belading 3.5 | 2.138 | 56.0 05:05 | 0.00 | 24.0 1400 |
| 1) Maximale centrifugesnelheid. Stroomverbruik in verschillende | modi | |||
| Uit (W) | Stand-by (W) | Uitgestelde start (W) | ||
| 0.50 | 0.50 | 4.00 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 51)
De tijd tot de Uit-/Stand-bymodus is maximaal 15 minuten.
18.4 Veelvoorkomende programma's - Alleen wassen
Deze waarden zijn slechts indicatief.
Pagina 52
| Programma | kg | kWh | Liter | uu:mm | % | °C | tpm1) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Katoen 2) 95 °C | 11.0 | 3.200 | 100.0 | 04:10 | 52.0 | 85.0 | 1400 |
| Katoen 60 °C | 11.0 | 2.200 | 100.0 | 04:00 | 52.0 | 55.0 | 1400 |
| Katoen 3) 20 °C | 11.0 | 0.350 | 100.0 | 03:10 | 52.0 | 20.0 | 1400 |
| Synthetica 40 °C | 5.0 | 0.900 | 65.0 | 02:35 | 35.0 | 40.0 | 1200 |
| Fijne was 4) 30 °C | 2.0 | 0.350 | 55.0 | 01:05 | 35.0 | 30.0 | 1200 |
| Wol 30 °C | 2.0 | 0.300 | 70.0 | 01:15 | 30.0 | 30.0 | 1200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 52)
- 1) Maximale centrifugesnelheid.
- 2) Geschikt voor het wassen van zwaar vervuild textiel.
- 3) Geschikt voor het wassen van licht vervuilde katoenen, synthetische en gemengde stoffen.
- 4) Het werkt ook als een snelle wascyclus voor licht vervuild wasgoed.
18.5 Veelvoorkomende programma's - Wassen en drogen
Deze waarden zijn slechts indicatief.
| Programma | kg | kWh | Liter | uu:mm | % | °C | tpm1) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Synthetica 40°C | 5.0 | 3.000 | 100.0 | 05:30 | 1.00 | 40.0 | 1200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 52)
- 1) Maximale centrifugesnelheid.
Pagina 53
19. SNELSTARTGIDS
19.1 Dagelijks gebruik
- Steek de stekker in het stopcontact.
- Open de waterkraan.
- Druk op de Aan/Uit -toets om het apparaat aan te zetten (1).
- Draai de programmaknop om het gewenste wasprogramma in te stellen (2).
- Stel de gewenste opties in met de overeenkomstige tiptoetsen (3).
- Plaats het wasgoed in de trommel, één item tegelijk zonder overschrijding van de maximale voorgestelde lading. Sluit de deur en zorg ervoor dat er geen wasgoed tussen de deur blijft klemmen.
- Plaats het wasmiddel en andere behandelmiddelen in de juiste vakken van de wasmiddeldoseerbakje.
- Om het programma te starten, druk op de
Start/Pauze -toets (4).
- Het apparaat start.
- Neem aan het einde van het programma het wasgoed er uit.
- Druk op deAan/Uit -toets om het apparaat uit te zetten.
19.2 Reinigen van het filter van de afvoerpomp
180˚
Reinig het filter regelmatig en in het bijzonder
als de alarmcode op het display verschijnt.
Pagina 54
19.3 Programma’s
| Programma’s | Belading | Productbeschrijving |
|---|---|---|
| Eco 40-60 | 11.0 kg 1) | Lage energiecyclus voor katoen. Verlaagt de temperatuur en verlengt de tijd om goede wasresultaten te bereiken. |
| Katoen | 11.0 kg 2) | Witte en gekleurde katoenen stoffen. Ideaal voor normaal en zwaar bevuild wasgoed. |
| Synthetica | 5.0 kg | Synthetische of gemengde stoffen. |
| Fijne was | 2.0 kg | Delicate stoffen zoals acryl, viscose en polyester. |
| Wol/Handwas | 2.0 kg | Machinewasbare wol, handwasbare wol en fijne was. |
| Outdoor | 2.0 kg | Moderne outdoorsportkleding. |
| Machine clean | - | Onderhoudscyclus voor reinigen van trommel. |
| Snel 20' - Was&Droog 60' | 1.0 kg | Kort programma voor de behandeling van gemengde synthetische overhemden tot 1 kg. |
| MixLoad | 8.0 kg | Katoen en synthetische stoffen. Dit programma zorgt in een korte tijd voor goede wasprestaties. |
| Hygiëne | 11.0 kg 2) | Witte katoenen stoffen. Dit programma verwijdert meer dan 99,99% van de bacteriën en virussen 3) Het zorgt ook voor een goede vermindering van allergenen. |
| Spoelen | 11.0 kg 2) | Alle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen. Programma voor spoelen en centrifugeren. |
| Centrifugeren/Pompen | 11.0 kg 2) | Om het wasgoed te centrifugeren en het water uit de trommel af te voeren. Alle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
- 1) De lading van dit programma is niet zichtbaar op het display.
- 2) De lading van dit programma is niet zichtbaar op het display.
- 3) Getest op Staphylococcus aureus, Enterococcus faecium, Candida albicans, Pseudomonas aeruginosa en MS2 Bacteriophage in een externe test uitgevoerd door Swissatest Testmaterialien AG in 2021 (Testrapport nr. 202120117).
20. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren.
Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten.
Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.