AEG RCB736D7MG, tekst van de handleiding
Pagina's 16–24 van 76 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 16
16
www.aeg.com
- Open de deur niet te vaak of laat deze niet langer open staan dan noodzakelijk.
- Vriezer: Hoe kouder de temperatuurinstelling, hoe hoger het energieverbruik.
- Koelkast: Stel de temperatuur niet te hoog in om energie te besparen, tenzij dit nodig is vanwege het soort voedsel.
- Als de omgevingstemperatuur hoog is, de temperatuurregeling op een lage temperatuur staat en het apparaat volledig gevuld is, kan de compressor continu aanstaan waardoor er ijs op de verdamper ontstaat. Stel in dit geval de temperatuurregeling in op een hogere temperatuur, om automatisch ontdooien mogelijk te maken en zo energie te besparen.
- Zorg voor een goede ventilatie. Dek de ventilatieroosters of -gaten niet af.
- Zorg ervoor dat voedingsmiddelen in het apparaat lucht door speciale gaten in de achterzijde van het apparaat laten circuleren.
6.2 Tips voor het invriezen
- Activeer de Super Freeze-functie ten minste 3 uur voordat u het voedsel in het vriesvak legt.
- Vóór het invriezen verpakken en verzegelen van vers voedsel in: aluminiumfolie, plastic folie of zakken, luchtdichte containers met deksel.
- Verdeel voor efficiënter invriezen en ontdooien het voedsel in kleine porties.
- Het wordt aanbevolen om etiketten en datums op al uw diepvriesproducten te plakken. Dit zal helpen voedingsmiddelen te identificeren en te weten wanneer ze moeten worden gebruikt voordat ze bederven.
- Het voedsel moet vers zijn wanneer het wordt ingevroren om een goede kwaliteit te behouden. Vooral groenten en fruit moeten na de oogst worden ingevroren om al hun voedingsstoffen te behouden.
- Flessen of blikken met vloeistoffen niet invriezen, in het bijzonder dranken die kooldioxide bevatten - ze
kunnen exploderen tijdens het invriezen.
- Plaats geen warm voedsel in het koelvak. Koel het af bij kamertemperatuur voordat u het in het vak plaatst.
- Om te voorkomen dat de temperatuur van al ingevroren voedsel toeneemt, dient u vers voedsel hier niet direct naast te plaatsen. Plaats voedsel op kamertemperatuur in het deel van het vriesvak waar geen bevroren voedsel is.
- IJsblokjes, ingevroren water of waterijsjes niet meteen nadat ze uit de vriezer zijn gehaald opeten.
Gevaar voor bevriezing.
- Ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen. Als het voedsel ontdooid is, kook het dan, koel het af en vries het dan in.
6.3 Tips voor het bewaren van ingevroren voedsel
- Het vriesvak is het vak gemarkeerd
met .
- Een goede temperatuurinstelling die de conservering van ingevroren voedsel garandeert is een temperatuur lager dan of gelijk aan -18°C.
Een hogere temperatuurinstelling in het apparaat kan leiden tot een kortere houdbaarheid.
- Het hele vriesvak is geschikt voor de opslag van diepvriesproducten.
- Laat voldoende ruimte rond het voedsel om de lucht vrij te laten circuleren.
- Raadpleeg voor adequate opslag het etiket van de voedselverpakking om de houdbaarheid van voedsel te bekijken.
- Het is belangrijk om het voedsel zodanig in te pakken dat er geen water, vocht of condens bij kan komen.
6.4 Winkeltips
Na het boodschappen doen:
- Zorg ervoor dat de verpakking niet beschadigd is - het voedsel kan bedorven zijn. Als de verpakking
Pagina 17
NEDERLANDS 17
gezwollen of nat is, is deze mogelijk niet in de optimale omstandigheden opgeslagen en is het ontdooien mogelijk al begonnen.
- Om het ontdooiproces te beperken, koopt u diepvriesproducten aan het einde van uw boodschappen en vervoert u ze in een thermische en geïsoleerde koeltas.
- Plaats de diepvriesproducten onmiddellijk na terugkomst uit de winkel in de vriezer.
- Als voedsel zelfs gedeeltelijk ontdooid is, mag u het niet opnieuw invriezen.
Consumeer het zo snel mogelijk.
- Respecteer de vervaldatum en de bewaarinformatie op de verpakking.
6.5 Houdbaarheid voor vriescompartiment
| Soort voedsel | Houdbaarheid (maanden) |
|---|---|
| Brood | 3 |
| Fruit (met uitzondering van citrusvruchten) | 6 - 12 |
| Groenten | 8 - 10 |
| Restjes zonder vlees | 1 - 2 |
| Zuivelproducten: | |
| Boter Zachte kaas (zoals mozzarella) Harde kaas (zoals Parmezaanse kaas, cheddar) | 6 - 9 3 - 4 6 |
| Vis/Zeevruchten: | |
| Vette vis (zoals zalm, makreel) Magere vis (zoals kabeljauw, bot) Garnalen Gepelde mosselen en mosselen Gekookte vis | 2 - 3 4 - 6 12 3 - 4 1 - 2 |
| Vlees: | |
| Gevogelte Rundvlees Varkensvlees Lamsvlees Worst Ham Restjes met vlees | 9 - 12 6 - 12 4 - 6 6 - 9 1 - 2 1 - 2 2 - 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
6.6 Tips voor het koelen van vers voedsel
- Een goede temperatuurinstelling die de conservering van vers voedsel garandeert is een temperatuur lager dan of gelijk aan +4°C.
Een hogere temperatuurinstelling in het apparaat kan leiden tot een kortere houdbaarheid van voedsel.
- Bedek het voedsel met een verpakking om de versheid en het aroma te behouden.
- Gebruik altijd gesloten containers voor vloeistoffen en voor voedsel, om smaken of geuren in het vak te voorkomen.
- Om kruisbesmetting tussen gekookt en rauw voedsel te voorkomen,
Pagina 18
18 www.aeg.com
bedekt u het gekookte voedsel en scheidt u het van het rauwe.
- Het wordt aanbevolen om het voedsel in de koelkast te ontdooien.
- Plaats geen warm voedsel in het apparaat. Zorg ervoor dat het is afgekoeld bij kamertemperatuur voordat u het in het apparaat plaatst.
- Om voedselverspilling te voorkomen moet de nieuwe voorraad voedsel altijd achter de oude worden geplaatst.
6.7 Tips voor het koelen van voedsel
- Het vak voor vers voedsel is het vak met de markering (op het typeplaatje)
met .
- Vlees (alle soorten): verpakken in geschikt materiaal en op de glazen plaat leggen, boven de groentelade.
Bewaar vlees maximaal 1-2 dagen.
- Groente en fruit: grondig reinigen (het zand verwijderen) en in een speciale lade (groentelade) bewaren.
- Het is raadzaam om exotische vruchten zoals bananen, mango’s, papaja’s, etc. niet in de koelkast te bewaren.
- Groenten zoals tomaten, aardappelen, uien en knoflook mogen niet in de koelkast worden bewaard.
- Boter en kaas: in een luchtdicht bakje leggen of in aluminiumfolie of plastic zakjes wikkelen, om zoveel mogelijk lucht uit te sluiten.
- Flessen: afsluiten met een dop en op de flessenplank van de deur plaatsen of (indien beschikbaar) in het flessenrek.
- Raadpleeg altijd de houdbaarheidsdatum van de producten, om te weten hoelang ze bewaard kunnen worden.
7. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Zie de hoofdstukken over veiligheid.
7.1 Het reinigen van de binnenkant
Voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, moet u de binnenkant en de interne accessoires wassen met lauwwarm water en een beetje neutrale zeep om de typische geur van een nieuw product te verwijderen. Daarna moet u het grondig drogen.
LET OP!
Gebruik geen reinigingsmiddelen, schuurpoeders, chloor of reinigers op oliebasis. Deze beschadigen de afwerking.
LET OP!
De accessoires en onderdelen van het apparaat zijn niet vaatwasserbestendig.
7.2 Periodieke reiniging
De apparatuur moet regelmatig worden gereinigd:
- 1. Reinig de binnenkant en de accessoires met lauw water en wat neutrale zeep.
- 2. Controleer de afdichtingen regelmatig en wrijf ze schoon om u ervan te verzekeren dat ze schoon en vrij van resten zijn.
- 3. Reinig de condensor ten minste tweemaal per jaar met een borstel.
- 4. Reinig de verdamperbak regelmatig om opgehoopt water te verwijderen.
- 5. Spoel en droog grondig.
7.3 Het apparaat ontdooien
Rijp wordt elke keer als de motorcompressor tijdens normale werking stopt, automatisch van de verdamper van het koelvak verwijderd. Het dooiwater wordt via een gootje afgevoerd naar een speciale opvangbak aan de achterkant van het apparaat, boven de compressor, waar het verdampt.
Pagina 19
NEDERLANDS 19
7.4 Periodes dat het apparaat niet gebruikt wordt
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen als het apparaat gedurende lange periodes niet gebruikt wordt:
- 1. Koppel het apparaat los van de stroomtoevoer.
- 2. Verwijder alle etenswaren.
- 3. Reinig het apparaat en alle accessoires.
- 4. Laat de deuren open staan om onaangename luchtjes te voorkomen.
8. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Zie de hoofdstukken over veiligheid.
8.1 Foutcodes
WAARSCHUWING!
Voordat je controles uitvoert, moet je de stekker uit het stopcontact trekken.
Waarschuwingscodes worden op het display weergegeven.
| Fouttype | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| E01 - E07 | Neem contact op met de dichtstbijzijnde klantenservice. | |
| E08 | De stroomtoevoer naar het apparaat is gedaald tot onder 170 V. | De spanning moet weer worden verhoogd tot de vereiste niveaus. |
| E09 | Het vriesvak is niet koud genoeg. | • Verwijder alle producten die tijdens deze fout kunnen zijn ontdooid. • Voeg geen verse producten toe totdat de vereiste temperatuur is bereikt. • Bewaar geen hete producten. • Houd de deuren gesloten. |
| E10 | Het koelvak is niet koud genoeg. | • Stel een lagere temperatuur in het koel vak in. • Voeg geen verse producten toe totdat de vereiste temperatuur is bereikt. • Bewaar geen hete producten. • Houd de deuren gesloten. |
| E11 | Het koelvak is te koud. | • Schakel de Super Cool-functie uit. • Stel een hogere temperatuur in het koel vak in. • Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen vrij en niet verstopt zijn. |
Pagina 20
20 www.aeg.com
Als het probleem aanhoudt, neem je contact op met de erkende servicedienst.
Raadpleeg onderstaande tabel voor mogelijke oplossingen in geval van een ander probleem met de drogertrommel.
8.2 Wat te doen als...
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | Het apparaat werd uitgeschakeld. | Schakel het apparaat in. |
| De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Steek de stekker goed in het stopcontact. | |
| Er staat geen spanning op het stopcontact. | Sluit het apparaat aan op een ander stopcontact. Neem contact op met een erkend elektrotechnisch installateur. | |
| Het apparaat is lawaaiig. | Het apparaat staat niet stabiel. | Controleer of het apparaat stabiel staat. |
| De compressor werkt voortdurend. | De temperatuur is verkeerd ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk "Bediening". |
| Er werden veel voedingsproducten in een keer opgeborgen. | Wacht een paar uur en controleer dan de temperatuur opnieuw. | |
| De temperatuur in de ruimte is te hoog. | Raadpleeg het hoofdstuk "Installeren". | |
| De temperatuur van de voedingsproducten in het apparaat was te hoog. | Laat voedingsproducten afkoelen tot kamertemperatuur voordat je ze opbergt. | |
| De deur is niet goed gesloten. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". | |
| De Super Freeze-functie is ingeschakeld. | Zie de rubriek over ‘Super Freeze-functie’. | |
| De compressor start niet onmiddellijk na het drukken op de ‘Super Freeze’, of na het veranderen van de temperatuur. | De compressor start niet direct. | Dit is normaal en geen storing. |
| De deur is niet goed gemonteerd of dekt het ventilatierooster af. | Het apparaat staat niet waterpas. | Raadpleeg de installatie-instructies. |
| Deur gaat moeilijk open. | Je probeerde de deur direct nadat je die sloot opnieuw te openen. | Wacht even met de deur openen nadat je die hebt gesloten. |
Pagina 21
NEDERLANDS 21
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De verlichting werkt niet. | De stand-bystand van de verlichting is ingeschakeld. | Sluit en open de deur. |
| De lamp is defect. | Neem contact op met de dichtstbijzijnde klantenservice. | |
| Er is te veel bevroren rijp en ijs. | De deur is niet goed gesloten. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". |
| Het deurrubber is vervormd of vuil. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". | |
| De voedingsproducten is niet goed verpakt. | Verpak de voedingsproducten beter. | |
| De temperatuur is verkeerd ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk "Bediening". | |
| Apparaat is volledig geladen en is ingesteld op de laagste temperatuur. | Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bediening". | |
| De ingestelde temperatuur in het apparaat is te laag en de omgevingstemperatuur is te hoog. | Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bediening". | |
| Er stroomt water over de achterwand van de koelkast. | Tijdens automatisch ontdooi- en smelt rijp op de achterwand. | Dit is correct. Droog het water af met een zachte doek. |
| Er condenseert teveel water op de achterwand van de koelkast. | De deur stond te vaak open. | Open de deur alleen als het nodig is. |
| De deur is niet volledig gesloten. | Zorg ervoor dat de deur volledig gesloten is. | |
| Het bewaarde voedsel was niet ingepakt. | Verpak voedsel in geschikt materiaal voordat je het in het apparaat plaatst. | |
| Er stroomt water op de vloer. | De smeltwaterafvoer is niet aangesloten op de verdampschaal boven de compressor. | Sluit de smeltwaterafvoer aan op de verdampschaal. |
Pagina 22
22 www.aeg.com
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De temperatuur kan niet worden ingesteld. | De Super Freeze-functie is ingeschakeld. | Schakel de Super Freezefunctie handmatig uit of wacht tot de functie automatisch uitschakelt om de temperatuur in te stellen. Zie de rubriek over ‘Super Freezefunctie’. |
| De temperatuur in het apparaat is te laag/te hoog. | De temperatuur is niet correct ingesteld. | Stel een hogere/lagere temperatuur in. |
| De deur is niet goed gesloten. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". | |
| De temperatuur van de voedingsproducten is te hoog. | Laat de voedingsproducten afkoelen tot kamertemperatuur voordat je ze opbergt. | |
| Er worden veel voedingsproducten in een keer opgeborgen. | Berg minder voedingsproducten in een keer op. | |
| De deur werd vaak geopend. | Open de deur alleen als dat nodig is. | |
| De Super Freeze-functie is ingeschakeld. | Zie de rubriek over ‘Super Freeze-functie’. | |
| Er wordt geen koude lucht gecirculeerd in het apparaat. | Zorg ervoor dat er koude lucht in het apparaat circuleert. Raadpleeg het hoofdstuk "Tips en advies". |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Bel, wanneer het advies niet tot resultaten leidt, de dichtstbijzijnde servicedienst voor dit merk.
8.3 Het lampje vervangen
Het apparaat is uitgerust met een LEDlampje aan de binnenkant met een lange levensduur.
Alleen service mag het verlichtingsapparaat vervangen. Neem
contact op met onze erkende servicedienst.
8.4 De deur sluiten
- 1. Reinig de deurpakkingen.
- 2. Pas zo nodig de deur aan. Zie hoofdstuk Installeren.
- 3. Vervang indien nodig de defecte deurpakkingen. Neem contact op met de erkende servicedienst.
Pagina 23
NEDERLANDS 23
9. GELUIDEN
SSSRRR!
BRRR!
CLICK!
HISSS!
BLUBB!
10. TECHNISCHE GEGEVENS
De technische gegevens staan op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat en op het energielabel.
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een internetkoppeling naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPRELdatabase. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de koppeling htps:/eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die u vindt op het typeplaatje van het apparaat.
Zie de koppeling www.theenergylabel.eu voor gedetailleerde informatie over het energielabel.
11. INFORMATIE VOOR TESTINSTITUTEN
De installatie en voorbereiding van het toestel voor elke EcoDesign-verificatie moet in overeenstemming zijn met EN 62552. De ventilatievoorschriften, de afmetingen van de uitsparingen en de
minimale open afstanden aan de achterzijde moeten voldoen aan de voorschriften van deze gebruikershandleiding in hoofdstuk 3. Neem contact op met de fabrikant voor verdere informatie, inclusief laadplannen.
Pagina 24
24 www.aeg.com
12. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het
symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi
apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.