AEG S70170TK, tekst van de handleiding
Koelkast · AEG · 22 pagina's in het Nederlands · pdf: 25 pagina's, 0,4 MB
Storingen op pagina 19
Pagina 19
Vanaf de titel; het begin van pagina 19 staat in de pdf.
Hulp bij storingen
Het kan bij een storing om kleine defecten gaan die u zelf aan de hand van de volgende aanwijzingen kunt oplossen. Voer zelf geen verdere werkzaamheden uit als de volgende informatie in concrete gevallen niet verder helpt.
Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen door vakmensen uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wend u bij reparatie altijd tot onze service-afdeling.
Storing
Apparaat werkt niet.
Het apparaat koelt te sterk.
De temperatuur in de koelruimte is niet laag genoeg.
Binnenverlichting werkt niet.
Mogelijke oorzaken
Apparaat is niet ingeschakeld.
Stekker zit niet in het stopcontact of zit los.
Zekering is doorgeslagen of defect.
Stopcontact is defect.
Temperatuur is te koud ingesteld.
Temperatuur is niet juist ingesteld.
Deur heeft te lang opengestaan.
In de laatste 24 uur zijn grotere hoeveelheden warme levensmiddelen opgeslagen.
Het apparaat staat naast een warmtebron.
Lamp is defect.
Oplossing
Het apparaat inschakelen.
Stekker in stopcontact steken.
Zekering controleren, eventueel vervangen.
Een elektricien het defect aan het stroomnet laten verhelpen.
Temperatuurregelaar tijdelijk op warmere instelling draaien.
Zie hoofdstuk “Ingebruikname”.
Deur slechts zo lang open laten als nodig is.
Temperatuurregelaar tijdelijk op een koudere stand zetten.
Zie hoofdstuk “Opstelplaats”.
Zie hoofdstuk “Lamp vervangen”.
Pagina 20
Wat te doen als ...
Storing
Sterke rijpvorming in het apparaat, eventueel ook aan de deurafdichting.
Ongewone geluiden.
Water op de bodem van de koelruimte of op de legvlakken.
Nadat u op de toets COOL-MATIC gedrukt heeft of nadat de temperatuurinstelling gewijzigd is, start de compressor niet gelijk.
Temperatuurinstelling niet mogelijk.
Mogelijke oorzaken
Deurafdichting is lek (eventueel na het overzetten van het deurscharnier).
Apparaat staat niet recht.
Apparaat komt tegen de muur of tegen andere voorwerpen aan.
Een onderdeel, bijv. een leiding, aan de achterkant van het apparaat komt tegen een ander onderdeel van het apparaat aan of tegen de muur.
Dooiwaterafvoer is verstopt.
Dit is normaal, er zijn geen storingen.
COOLMATIC-functie ingeschakeld.
Oplossing
Op de ondichte plaatsen de deurafdichting voorzichtig met een haardroger verwarmen (niet heter dan ca. 50 °C).
Tegelijkertijd de verwarmde deurafdichting met de hand zo in vorm trekken dat hij weer helemaal sluit.
Stelvoetjes bijstellen.
Apparaat iets wegtrekken.
Dit onderdeel voorzichtig wegbuigen.
Zie hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”.
De compressor start na een tijdje automatisch.
COOLMATIC met de hand uitschakelen of met de temperatuurinstelling wachten, tot de functie automatisch is uitgeschakeld (zie ook hoofdstuk COOLMATIC).
Pagina 21
Lamp vervangen
Waarschuwing! Gevaar voor elektrische schok! Voor het vervangen van de lamp het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen. Lampgegevens: 220-240 V, max. 15 W, fitting: E14.
- 1. Om het apparaat uit te schakelen toets AAN/UIT indrukken, tot het netspanninglampje uitgaat.
- 2. Stekker uit het stopcontact trekken.
- 3. Voor het vervangen van de lamp de bevestigingsschroef eruit draaien, volgens de afbeelding (pijl) op de lampafdekking drukken en deze naar achteren losnemen.
- 4. Defecte lamp vervangen.
- 5. Lampafdekking weer monteren en de bevestigingsschroef aandraaien.
- 6. Apparaat weer in gebruik nemen.
Geluiden tijdens de werking
De volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten:
- Klikken
Elke keer als de compressor in- of uitschakelt, hoort u een klik.
- Zoemen
Zodra de compressor functioneert, hoort u gezoem.
- Borrelen/klotsen
Wanneer het koelmiddel door smalle leidingen stroomt, kunt u een borrelend of klotsend geluid horen. Ook na het uitschakelen van de compressor is dit geluid nog korte tijd te horen.
Pagina 22
Bepalingen, normen, richtlijnen
Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is met inachtneming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt. Bij de fabricage zijn speciaal die maatregelen genomen die vereist zijn volgens de Duitse wet op de veiligheid van apparaten (GSG), de Duitse voorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koude-installaties (VBG 20) en de bepalingen van de vereniging van Duitse elektrotechnici (VDE). De koudecirculatie is op dichtheid getest.
Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:
- 73/23/EG van 19.2.1973 - laagspanningsrichtlijn
- 89/336/EG van 3.5.1989 (met inbegrip van wijzigingsrichtlijn 92/31/EG) - EMC-richtlijn.
- 94/2/EG van 21. 01. 1994 - richtlijn voor energie-etikettering
- 96/57 EG van 3. 9. 1996 - vereiste met betrekking tot de energie-efficiëntie van elektrische huishoudelijke koel- en vriesapparaten en de betreffende combinaties.
Pagina 23
Vaktermen
- Koelmiddel
Vloeistoffen die gebruikt kunnen worden voor koudeproductie, worden koelmiddelen genoemd. Deze stoffen hebben verhoudingsgewijs een laag kookpunt, zo laag dat de warmte van de aanwezige levensmiddelen in het koelapparaat, het koelmiddel tot koken ofwel tot verdampen kan brengen.
- Koelmiddelkringloop
Gesloten kringloopsysteem waarin het koelmiddel zich bevindt. De koelmiddelkringloop bestaat hoofdzakelijk uit verdamper, compressor, condensor en leidingen.
- Verdamper
In de verdamper verdampt het koelmiddel. Net als alle vloeistof, heeft het koelmiddel warmte nodig om te kunnen verdampen. Deze warmte wordt onttrokken aan de binnenruimte van het koelapparaat, de ruimte koelt daardoor af. Daarom is de verdamper in de binnenruimte geplaatst of direct achter de binnenwand ingeschuimd en daardoor niet zichtbaar.
- Compressor
De compressor ziet eruit als een tonnetje. Hij wordt aangedreven door een ingebouwde elektromotor en is achter, aan de onderkant van het apparaat geplaatst. De compressor zorgt ervoor dat het dampvormige koelmiddel aan de verdamper onttrokken wordt en vervolgens verdicht en naar de condensor geleid wordt.
- Condensor
De condensor heeft meestal de vorm van een rooster. In de condensor wordt het koelmiddel dat door de compressor verdicht is, gecondenseerd. Hierbij komt warmte vrij die door de oppervlakte van de condensor aan de omgevingslucht afgegeven wordt. De condensor is daarom aan de buitenkant, meestal aan de achterkant van het apparaat, aangebracht.
Voor België: U kan onderdelen, toebehoren en verbruiksprodukten online bestellen op adres http://www.aeg.be
Voor het online bestellen van onderdelen en accessoires, kijk op http://www.aeg.nl
66
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
Geachte klant,
Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw nieuwe koelapparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatie over een veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud van het apparaat.
De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren om later nog eens iets na te kunnen lezen. Aan eventuele volgende bezitters van het apparaat doorgeven. Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbare modellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de aanwijzingen letten die op uw apparaat betrekking hebben.
Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden (Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!) wordt de aandacht gevestigd op aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het juist functioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.
- 1. Dit symbool leidt u stap voor stap door de bediening van het apparaat.
- 2. ....
Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het praktisch gebruik van het apparaat.
Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economisch en milieuvriendelijk gebruik van het apparaat aangegeven.
Verklaringen van vaktermen die in de gebruiksaanwijzing gebruikt worden, vindt u aan het eind in het hoofdstuk "Vaktermen".
Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding aanwijzingen om deze zelf op te lossen, zie hoofdstuk "Wat te doen als...". Als deze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat onze service-afdeling u te allen tijde ter beschikking.
Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papier wie ecologisch denkt, handelt ook zo ...
Pagina 3
Inhoud
Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
Weggooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Informatie over de verpakking van het apparaat. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Weggooien van oude apparaten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Transportbescherming verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
Opstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
Opstelplaats . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
Het apparaat heeft lucht nodig . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
Apparaat richten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
Overzetten van het deurscharnier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52
Beschrijving van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
Vooraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
Bedieningspaneel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
Toetsen voor temperatuurinstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
Temperatuurindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Voor ingebruikname . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Ingebruikname - Temperatuur instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
COOLMATIC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
COOLMATIC-toets . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
Functiestoringen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
Apparaat uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
Binnenuitrusting. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
Legvlakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
Variabele binnendeur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
Flessenhouder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
Variabele box. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
Juist bewaren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
Ontdooien. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
De koelruimte wordt automatisch ontdooid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
Tips om energie te besparen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61
Wat te doen als .... . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
Hulp bij storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
Lamp vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Geluiden tijdens de werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Bepalingen, normen, richtlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Vaktermen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
46
Pagina 4
Veiligheid
De veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de Europese en Nederlandse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt u met de volgende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:
Toepassing volgens de voorschriften
- Het apparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is geschikt voor het koelen van levensmiddelen. Als het apparaat voor andere doeleinden gebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoording nemen voor eventuele schade.
- Constructieve wijzigingen of veranderingen aan het apparaat zijn uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.
- Als het apparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voor het koelen van levensmiddelen gebruikt wordt, s.v.p. letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelijke bepalingen.
Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt
- Controleer het apparaat op transportschade. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten! Wend u in geval van schade tot de leverancier.
- Overtuig u er van dat het apparaat na de installatie niet op het aansluitsnoer staat. Belangrijk: Het aansluitsnoer mag alleen door vakmensen vervangen worden; deze onderdelen zijn verkrijgbaar bij de fabrikant of onze service-afdeling.
Koelmiddelen
Het apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof isobutaan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel brandbaar is.
- Waarschuwing - Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit beschadigd worden.
- Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:
- open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;
- het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.
Veiligheid van kinderen
- Verpakkingsdelen (bijv. folies, piepschuim) kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn. Verstikkingsgevaar! Verpakkingsmateriaal van kinderen weghouden!
- Oude apparaten voor het weggooien onbruikbaar maken. Stekker uit het stopcontact trekken, aansluitsnoer doorknippen, eventueel 47
Pagina 5
Veiligheid
aanwe-zige snap– of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Daardoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten raken (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terecht komen.
- Kinderen kunnen gevaren die in het omgaan met huishoudelijke apparaten schuilen vaak niet herkennen. Zorg daarom voor de nodige toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen.
In het dagelijks gebruik
- Bussen of flessen met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken door de inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen bussen of flessen met brandbare stoffen zoals spuitbussen, navullingen voor aanstekers etc. in het koelapparaat.
- Waarschuwing - Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsmachines, mixers etc.) in het koelapparaat gebruiken.
- Waarschuwing - Om het functioneren van het apparaat niet nadelig te beïnvloeden, mogen de ventilatie-openingen van het apparaat of het inbouwmeubel niet worden afgedekt of versperd.
- Waarschuwing - Als u boven op het apparaat bevroren producten legt kan zich door de kou in de holle ruimte van het bovenblad condenswater vormen. In deze holle ruimte zitten elektronische onderdelen. Als er condenswater op deze onderdelen druppelt, kan kortsluiting het apparaat beschadigen. Leg daarom geen bevroren producten boven op het apparaat.
- Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
- De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken, nooit aan het snoer.
Bij storing
- Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaanwijzing kijken onder “Wat te doen als ...”. Als de daar gegeven aanwijzingen niet verder helpen zelf verder geen werkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
- Koelapparaten mogen alleen door vakmensen gerepareerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan. Wend u bij reparaties tot uw vakhandel of tot onze service-afdeling.
Pagina 6
Weggooien
Informatie over de verpakking van het apparaat
Gooi het verpakkingsmateriaal van uw apparaat op de juiste wijze weg. Alle gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en kunnen hergebruikt worden!
De materialen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt worden en hebben de volgende aanduidingen:
>PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken binnenin.
>PS< voor schuimpolystyreen, bijv. bij de bekledingsdelen, volkomen CFK-vrij.
De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en moeten ook weer in een container voor oud papier gedeponeerd worden.
Weggooien van oude apparaten
Wegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld te worden. Dit geldt voor uw huidige apparaat en - als het ook aan vervanging toe is - ook voor uw nieuwe apparaat.
Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze weggegooid worden. Stekker uit het stopcontact trekken, aansluitsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.
Aanwijzingen voor het weggooien:
- Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.
- Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de achterkant, mag niet beschadigd worden.
- Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.
49
Pagina 7
Transportbescherming verwijderen
Het apparaat en de onderdelen van het interieur zijn voor het transport beschermd.
- 1. Plakband links en rechts aan de buitenkant van de deur er af trekken.
- 2. Alle plakband en bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.
Opstellen
Opstelplaats
Het apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten. De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik. Het apparaat daarom
- niet aan directe straling van de zon blootstellen;
- niet bij radiatoren, naast een fornuis of andere warmtebronnen plaatsen;
- alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het apparaat is ontworpen.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje dat zich links aan de binnenkant van het apparaat bevindt.
De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke klimaatklasse behoort:
| Klimaatklasse | voor een omgevingstemperatuur van |
|---|---|
| SN | +10 tot +32 °C |
| N | +16 tot +32 °C |
| ST | +18 tot +38 °C |
| T | +18 tot +43 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaatsen, aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:
- tot elektrische fornuizen 3 cm;
- tot olie- en kolenfornuizen 30 cm.
Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isolerende plaat tussen kachel en koelapparaat aan te bevelen.
Als het koelapparaat naast een ander koel- of diepvriesapparaat staat,
50
Pagina 8
is een afstand van 5 cm aan weerszijden aan te bevelen, zodat zich geen condens vormt aan de buitenkant van de apparaten.
Het apparaat heeft lucht nodig
Het apparaat behoeft geen onderhoud. Wat echter nooit mag ontbreken is een goede ventilatie.
De luchttoevoer geschiedt onder de deur, door de ventilatiesleuf tussen apparaat en vloer. De luchtafvoer vindt plaats via het bovenste ventilatierooster. Let u erop, dat deze openingen niet door sokkelpanelen en dergelijke worden afgedekt.
Apparaat richten
Het apparaat moet waterpas en stabiel staan. Eventuele oneffenheden in de vloer compenseren door in- of uitdraaien van de twee stelvoetjes voor.
Overzetten van het deurscharnier
Het deurscharnier kan van rechts (stand waarin het wordt afgeleverd) naar links overgezet worden als dat voor de opstelplaats nodig is. Waarschuwing! Bij het overzetten van het deurscharnier mag het apparaat niet op het lichtnet aangesloten zijn. Van te voren de stekker uit het stopcontact halen.
- 1. Apparaat schuin naar achteren kantelen.
- 2. Deurscharnierschroeven (K) uitdraaien en deurscharnier (1) naar beneden uit de scharnierbus nemen.
- 3. Deur iets openen en naar beneden uit- 1 nemen.
K
AEG97
Pagina 9
Opstellen
12
- 4. Bovenste scharnierstift (A) uitdraaien en op de tegenoverliggende zijde weer monteren.
- 5. Deur in de bovenste scharnierstift (A) zetten en deur sluiten.
- 6. Scharnierstift van het deurscharnier
- (1) in de linker scharnierbus van de deur zetten en deurscharnier met de schroeven (K) goed vastdraaien.
AEG98
A
- 7. Deurgreep losnemen en op de tegenoverliggende zijde monteren (de schroefgaatjes zijn reeds geboord).
AEG75
Elektrische aansluiting
Voor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde vereist.
Het stopcontact moet zodanig worden geïnstalleerd, dat de stekker altijd uit het stopcontact kan worden getrokken.
De elektrische zekering dient minstens 10 ampère te zijn. Indien het stopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegankelijk is, dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zorgen dat het apparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv. zekering, beveiligingsschakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met een contactopeningsbreedte van minimaal 3 mm).
Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controleren of de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden van het lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.
Bijv.: AC 220 ... 240 V 50 Hz of
220 ... 240 V ~50 Hz (d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 hertz)
Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat.
52
Pagina 10
Beschrijving van het apparaat
Vooraanzicht
1 = Boter-/kaasvak met klep
2 = Variabele box (uitvoering afhankelijk van model, niet bij alle modellen)
3 = Deurvak
4 = Flessenvak
Flessenhouder (niet bij alle modellen)
5 = Fruit-/groentebak
6 = Legvlakken
7 = Binnenverlichting
8 = Bedieningspaneel
9 = Typeplaatje
Pagina 11
Beschrijving apparaat
Bedieningspaneel
1 Netspanninglampje (groen)
2 AAN/UIT-toets
3 Toets voor temperatuurinstelling (voor warmere temperaturen)
4 Temperatuurindicatie
5 Toets voor temperatuurinstelling (voor koudere temperaturen)
6 Lampje voor ingeschakelde COOLMATIC-functie (geel)
- COOLMATIC voor intensief koelen in de koelruimte 7 COOLMATIC-toets
Toetsen voor temperatuurinstelling
De temperatuur wordt ingesteld met de toetsen „+“ (WARMER) en „-“ (KOUDER).
De toetsen zijn verbonden met de lampjes van de temperatuurindicatie.
- Door te drukken op één van de twee toetsen „+“ (WARMER) of „-“ (KOUDER) wordt de temperatuurindicatie van de WERKELIJKE temperatuur (een lampje brandt) op de GEWENSTE temperatuur (een lampje knippert) omgeschakeld.
- Elke keer als er opnieuw op een van beide toetsen wordt gedrukt, wordt de GEWENSTE temperatuur steeds een indicatievakje verder gezet.
- Als geen toets wordt ingedrukt, schakelt de temperatuurindicatie na korte tijd (ca. 5 sec.) automatisch weer op de WERKELIJKE temperatuur terug.
GEWENSTE temperatuur betekent:
De temperatuur die in de koelruimte bereikt moet worden, kan ingesteld worden op een in de indicatie aanwezige temperatuur. De GEWENSTE temperatuur wordt knipperend aangegeven.
WERKELIJKE temperatuur betekent:
De temperatuurindicatie geeft de temperatuur aan die nu in de koelruimte heerst. De WERKELIJKE temperatuur wordt aangegeven door het continu branden van een lampje.
54
Pagina 12
Temperatuurindicatie
De temperatuurindicatie kan meerdere soorten informatie aangeven.
- Bij normaal gebruik wordt de temperatuur aangegeven die op dit ogenblik in de koelruimte heerst (WERKELIJKE temperatuur), het overeenkomstige lampje brandt.
- Als de temperatuur in de koelruimte hoger is dan het bereik van de temperatuurindicatie, zijn alle lampjes van de temperatuurindicatie uit.
- Als de temperatuur in de koelruimte lager is dan het bereik van de temperatuurindicatie, blijft het lampje voor de laagste indicatie branden.
- Tijdens de temperatuurinstelling wordt knipperend de op dat moment ingestelde temperatuur aangegeven (GEWENSTE temperatuur).
Voor ingebruikname
Het interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voor het eerste gebruik (zie hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”).
Ingebruikname - Temperatuur instellen
- 1. Stekker in het stopcontact steken.
- 2. Toets AAN/UIT indrukken. Het groene lichtnetlampje gaat branden.
- 3. Druk op één van de toetsen „+“ (WARMER) of „-“ (KOUDER). De temperatuurindicatie schakelt om en geeft knipperend de op dat moment ingestelde GEWENSTE temperatuur aan.
- 4. Gewenste temperatuur door indrukken van de toetsen „+“ (WARMER) en „-“ (KOUDER) instellen (zie hoofdstuk "Toetsen voor temperatuurinstelling"). De temperatuurindicatie geeft onmiddellijk de gewijzigde instelling aan.
Bij elke druk op een toets wordt de temperatuur een indicatievakje verder gezet.
Instelbaar temperatuurbereik: +2°C tot +8°C
Aanwijzing: Uit voedingswetenschappelijk oogpunt is een bewaartemperatuur van ca. +5°C in de koelruimte in de regel koud genoeg.
55
Pagina 13
- 5. Wanneer na het instellen van de temperatuur de toetsen niet meer ingedrukt worden, dan schakelt de temperatuurindicatie na korte tijd (ongeveer 5 seconden) om en geeft opnieuw de op dat moment in de koelruimte heersende, WERKELIJKE temperatuur aan. De indicatie gaat van knipperen naar constant branden over.
De compressor start en loopt dan automatisch.
Aanwijzing: als de instelling veranderd wordt, start de compressor niet direct, als op dat ogenblik automatisch ontdooid wordt.
In de fabriek is de temperatuur ingesteld op +5°C.
Omdat de bewaartemperatuur in de koelruimte snel wordt bereikt, kunt u direct na het inschakelen levensmiddelen in de koelruimte leggen.
COOLMATIC
COOLMATIC-toets
De COOLMATIC-functie is uitermate geschikt voor het snel koelen van grotere hoeveelheden in de koelruimte bijvoorbeeld dranken en salades voor een feestje.
- 1. Door te drukken op de COOLMATIC toets wordt de COOLMATIC-functie ingeschakeld. Het gele lampje gaat branden.
De COOLMATIC-functie zorgt nu voor intensief koelen. Daarbij wordt automatisch een GEWENSTE temperatuur van +2°C ingesteld. Na verloop van 6 uur wordt de COOLMATIC-functie automatisch beëindigd. Het gele lampje gaat uit. De oorspronkelijk ingestelde GEWENSTE temperatuur geldt dan weer en de temperatuurindicatie geeft weer de temperatuur aan die op dat moment in de koelruimte heerst.
- 2. Door opnieuw op de COOLMATIC toets te drukken kan de COOLMATICfunctie te allen tijde handmatig beëindigd worden. Het gele lampje gaat uit.
Als de COOLMATIC-functie is ingeschakeld, kan de temperatuurinstelling niet worden gewijzigd.
Functiestoringen
Als de elektronica van het apparaat een defect bemerkt dat verhindert dat de WERKELIJKE temperatuur bepaald kan worden, dan gaan alle lampjes van de temperatuurindicatie knipperen. Het apparaat schakelt over op een noodprogramma totdat de service-afdeling de storing verholpen heeft.
56
Pagina 14
Apparaat uitschakelen
Het apparaat is beschermd tegen abusievelijk inschakelen.
Om uit te schakelen toets AAN/UIT ca. 5 seconden ingedrukt houden. De temperatuurindicatie en het groene netspanninglampje gaan uit. Aanwijzing: De instelling van het apparaat kan niet veranderd worden, als de stekker uit het stopcontact getrokken is of als er anderszins geen stroom aanwezig is.
Na aansluiting op het stroomnet start het apparaat weer op de stand waar het voor de stroomonderbreking op stond.
Als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt:
- 1. Apparaat uitschakelen door toets AAN/UIT in te drukken tot de indicatie uitgaat (zie boven).
- 2. Stekker uit het stopcontact trekken of zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
- 3. Apparaat goed schoonmaken (zie hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”).
- 4. Deur daarna open laten om geurvorming te voorkomen.
Binnenuitrusting
Legvlakken
Afhankelijk van model en uitrusting zijn legvlakken van glas of roosters meegeleverd.
Het glazen legvlak boven de groente- en fruitbakken moet altijd blijven liggen, opdat fruit en groente langer vers blijven.
De overige legvlakken zijn in hoogte verstelbaar:
- 1. Daartoe het legvlak zover naar voren trekken tot het naar boven of onderen bewogen kan worden en eruit gehaald kan worden.
- 2. Om de legvlakken op een andere hoogte te zetten in omgekeerde volgorde te werk gaan.
Pagina 15
Binnenuitrusting
Plaatsen van grote verpakkingen (niet bij alle modellen):
De voorste helft van het tweedelige glazen legvlak eruit halen en op een andere hoogte erin schuiven.
Hierdoor wordt ruimte gewonnen om op het daaronder gelegen legvlak grote verpakkingen te plaatsen.
Variabele binnendeur
Naargelang de behoefte kunnen de deurvakken er naar boven uitgenomen worden en op andere plaatsen gezet worden.
Flessenhouder (niet bij alle modellen)
Sommige modellen hebben een flessenhouder in het flessenvak. Hij dient als bescherming tegen het omvallen van losse flessen en kan aan de zijkant verschoven worden worden.
Variabele box (niet bij alle modellen, uitvoering afhankelijk van model)
Sommige modellen hebben een variabele box die naar de zijkant verschoven kan worden en onder een deurvak is aangebracht. De box kan onder ieder deurvak worden aangebracht.
- 1. Voor het omzetten het deurvak met de variabele box naar boven uit de houders in de deur tillen en de beugel uit de geleider onder het deurvak nemen.
- 2. Inzetten op een andere hoogte geschiedt in omgekeerde volgorde.
Pagina 16
De variabele box kan ook in de koelruimte aan de zijkant van een legvlak gehangen worden:
- 1. Trek daartoe het legvlak zo ver naar voren tot het naar boven of naar beneden weggedraaid en er uit gehaald kan worden.
- 2. De beugel aan de zijkant aan het legvlak hangen en het legvlak weer in de geleiders schuiven.
Juist bewaren
In de koelruimte heersen, fysisch bepaald, diverse temperaturen. De laagste temperatuur heerst op de onderste legvlakken. Warmer is het op de bovenste legvlakken en in de vakken in de deur. Waar in de koelruimte de juiste temperatuur heerst voor de diverse soorten levensmiddelen laat het voorbeeld hiernaast zien.
Tip: Levensmiddelen dienen altijd afgedekt of verpakt in de koelruimte gezet te worden om uitdrogen en geur- of smaakoverdracht op andere artikelen te voorkomen.
Voor het verpakken zijn geschikt:
- vershoudzakken en -folies van polyethyleen;
- kunststof dozen met deksel;
- speciale kappen van kunststof met rubber band;
- aluminiumfolie.
Pagina 17
Ontdooien
De koelruimte wordt automatisch ontdooid
Het ontdooien van de verdamper in de achterwand van de koelruimte geschiedt automatisch.
Het dooiwater wordt in het afvoergootje aan de achterwand van de koelruimte opgevangen, door het afvoergat naar een bakje aan de compressor gevoerd en verdampt daar.
Het dooiwaterafvoergat moet regelmatig worden gereinigd (zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").
Reiniging en onderhoud
Om hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant met toebehoren geregeld gereinigd te worden.
Waarschuwing!
- Het apparaat mag tijdens het schoonmaken niet op het elektriciteitsnet aangesloten zijn. Gevaar voor schokken! Zet voor het schoonmaken het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering uit.
- Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Er kan vocht in de elektrische onderdelen komen. Gevaar voor schokken! Hete damp kan kunststof onderdelen beschadigen.
- Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik genomen wordt.
Let op!
- Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof onderdelen aantasten, bijv.
- sap van citroen– of sinaasappelschillen; - boterzuur; - schoonmaakmiddelen die azijnzuur bevatten.
Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonderdelen.
- Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- 1. Koelartikelen er uit halen. Alles afgedekt op een koele plaats leggen.
- 2. Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen
Pagina 18
- 3. Verwijder rijp met een zachte kunststof schraper, bijv. een deegkrabber. Gebruik in geen geval harde of spitse voorwerpen.
- 4. Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken. Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.
- 5. Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.
- 6. Het dooiwaterafvoergat aan de achterzijde van de koelruimte schoonmaken m.b.v. de in het afvoergat geplaatste groene reinigingsstift.
- 7. Als alles droog is, de levensmiddelen er weer in doen en het apparaat weer in bedrijf nemen.
Stof op de condensor verhoogt het energieverbruik. Daarom eenmaal per jaar de condensor aan de achterkant van het apparaat met een zachte borstel of met de stofzuiger voorzichtig schoonmaken.
Tips om energie te besparen
- Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen of andere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstemperatuur werkt de compressor vaker en langer.
- Zorgen voor voldoende ventilatie van het apparaat.
Ventilatieopeningen nooit afdekken.
- Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten afkoelen.
- Deur slechts zo lang open laten als nodig is.
- De temperatuur niet lager dan nodig instellen.
- Houd de verdamper, het metalen rooster aan de achterzijde van het apparaat, schoon.
Pagina 19: zie Storingen hierboven.
Pagina 20: zie hierboven.
Pagina 21: zie hierboven.
Pagina 22: zie hierboven.
Pagina 23: zie hierboven.