AEG SCE818D3FS, tekst van de handleiding
Pagina's 16–23 van 72 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 16
16 www.aeg.com
invriezen. Consumeer het zo snel mogelijk.
- Respecteer de vervaldatum en de bewaarinformatie op de verpakking.
6.5 Houdbaarheid voor vriesvak
| Soort gerecht | Houdbaarheid (maanden) |
|---|---|
| Brood | 3 |
| Fruit (met uitzondering van citrusvruchten) | 6 - 12 |
| Groenten | 8 - 10 |
| Restjes zonder vlees | 1 - 2 |
| Zuivelproducten: | |
| Boter Zachte kaas (bijv. mozzarella) Harde kaas (bijv. parmezaanse kaas, cheddar) | 6 - 9 3 - 4 6 |
| Vis/Zeevruchten: | |
| Vette vis (bv. zalm, makreel) Magere vis (bv. kabeljauw, bot) Garnalen Schelpdieren en mosselen Gekookte vis | 2 - 3 4 - 6 12 3 - 4 1 - 2 |
| Vlees: | |
| Gevogelte Rundvlees Varkensvlees Lamsvlees Worst Ham Restjes met vlees | 9 - 12 6 - 12 4 - 6 6 - 9 1 - 2 1 - 2 2 - 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
6.6 Tips voor het koelen van vers voedsel
- Een goede temperatuurinstelling die de conservering van vers voedsel garandeert is een temperatuur lager dan of gelijk aan +4°C.
Een hogere temperatuurinstelling in het apparaat kan leiden tot een kortere houdbaarheid van voedsel.
- Bedek het voedsel met een verpakking om de versheid en het aroma te behouden.
- Gebruik altijd gesloten containers voor vloeistoffen en voor voedsel, om smaken of geuren in het vak te voorkomen.
- Om kruisbesmetting tussen gekookt en rauw voedsel te voorkomen, bedekt u het gekookte voedsel en scheidt u het van het rauwe.
- Het wordt aanbevolen om het voedsel in de koelkast te ontdooien.
- Plaats geen warm voedsel in het apparaat. Zorg ervoor dat het is afgekoeld bij kamertemperatuur voordat u het in het apparaat plaatst.
- Om voedselverspilling te voorkomen moet de nieuwe voorraad voedsel altijd achter de oude worden geplaatst.
Pagina 17
NEDERLANDS 17
6.7 Tips voor het koelen van voedsel
- Vlees (alle soorten): in plastic zakken verpakken en op het glazen schap leggen, boven de groentelade.
Bewaar vlees maximaal 1-2 dagen.
- Groenten en fruit: grondig reinigen (grond verwijderen) en in een speciale lade (groentelade) plaatsen.
- Het is raadzaam om exotische vruchten zoals bananen, mango's, papaja's, etc. niet in de koelkast te bewaren.
- Groenten zoals tomaten, aardappelen, uien en knoflook mogen niet in de koelkast worden bewaard.
- Boter en kaas: in een luchtdicht bakje leggen of in aluminiumfolie of plastic zakjes wikkelen om zoveel mogelijk lucht uit te sluiten.
- Flessen: afsluiten met een dop en in de deur plaatsen of (indien beschikbaar) in het flessenrek.
- Om de koeling van de goederen te versnellen, is het raadzaam om de ventilator aan te zetten. De activering van dynamische lucht maakt een grotere homogenisatie van de interne temperaturen mogelijk.
- Raadpleeg altijd de vervaldatum van de producten om te weten hoelang ze bewaard kunnen worden.
7. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
7.1 De binnenkant schoonmaken
Voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, wast u de binnenkant en de interne accessoires met lauwwarm water en een beetje neutrale zeep om de typische geur van een nieuw product weg te nemen. Droog daarna grondig af.
LET OP!
Gebruik geen reinigingsmiddelen, schuurpoeders, chloor of reinigers op oliebasis. Deze beschadigen de afwerking.
LET OP!
De toebehoren en onderdelen van het apparaat zijn niet geschikt om in een afwasmachine gewassen te worden.
7.2 Periodieke reiniging
Het apparaat moet regelmatig worden schoongemaakt:
- 1. Maak de binnenkant en de accessoires schoon met lauw water en wat neutrale zeep.
- 2. Controleer de afdichtingen regelmatig en wrijf ze schoon om u ervan te verzekeren dat ze schoon en vrij van resten zijn.
- 3. Afspoelen en goed afdrogen.
7.3 Het ontdooien van de koelkast
Rijp wordt tijdens normaal gebruik automatisch van de verdamper van het koelvak verwijderd. Het dooiwater loopt via een gootje in een speciale opvangbak aan de achterkant van het apparaat, boven de compressormotor, waar het verdampt.
Het is belangrijk om het afvoergaatje van het dooiwater in het midden van het koelvak regelmatig schoon te maken om te voorkomen dat het water overloopt en op het voedsel in de koelkast gaat druppelen.
Gebruik hiervoor de buisreiniger die werd meegeleverd met het apparaat.
Pagina 18
18 www.aeg.com
7.4 De vriezer ontdooien
LET OP!
Gebruik nooit scherpe metalen hulpmiddelen om de rijp van de verdamper te krabben, deze zou beschadigd kunnen raken. Gebruik geen mechanische of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve die middelen die door de fabrikant zijn aanbevolen.
Stel ongeveer 12 uur voordat u gaat ontdooien een lagere temperatuur in om voldoende koudereserve op te bouwen in geval van onderbrekingen tijdens de werking.
Een zekere hoeveelheid rijp zal zich altijd vormen op de schappen van de vriezer en rond het bovenste vak.
Ontdooi de vriezer wanneer de rijplaag een dikte van ongeveer 3-5 mm bereikt heeft.
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact of schakel het apparaat uit.
- 2. Verwijder al het ingevroren voedsel en leg het op een koele plaats.
8. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
LET OP!
Een temperatuurstijging tijdens het ontdooien van de ingevroren levensmiddelen, kan de veilige bewaartijd verkorten.
Raak ingevroren voedsel niet met natte handen aan. Uw handen kunnen hieraan vastvriezen.
- 3. Laat de deur open staan. Bescherm de vloer tegen het ontdooiwater met bijv. een doek of een platte opvangbak.
- 4. Om het ontdooiproces te versnellen kunt u een bak warm water in het vriesvak zetten. Verwijder bovendien stukken ijs die afbreken voordat het ontdooien voltooid is.
- 5. Na afloop van het ontdooien, de binnenkant grondig droog maken.
- 6. Zet het apparaat aan en doe de deur dicht.
- 7. Zet de thermostaatknop op de maximale koude en laat het apparaat minstens drie uur in deze instelling werken.
Pas na deze tijd plaatst u het eten terug in het vriesvak.
7.5 Periode dat het apparaat niet gebruikt wordt
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen als het apparaat gedurende lange tijd niet gebruikt wordt:
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
- 2. Verwijder al het voedsel
- 3. Ontdooi het apparaat.
- 4. Maak het apparaat en alle toebehoren schoon.
- 5. Laat de deuren open staan om onaangename luchtjes te voorkomen.
Pagina 19
NEDERLANDS 19
8.1 Wat te doen in de volgende gevallen...
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | Het apparaat is uitgeschakeld. | Schakel het apparaat in. |
| De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Steek de stekker goed in het stopcontact. | |
| Er staat geen spanning op het stopcontact. | Sluit een ander elektrisch apparaat op het stopcontact aan. Bel een gekwalificeerd elektricien. | |
| Het apparaat maakt lawaai. | Het apparaat is niet stevig en stabiel geplaatst. | Controleer of het apparaat stabiel staat. |
| Er is een hoorbaar of zichtbaar alarm. | De kast recent is ingeschakeld. | Zie "Deur open alarm" of "Alarm hoge temperatuur". |
| De temperatuur in het apparaat is te hoog. | Zie "Deur open alarm" of "Alarm hoge temperatuur". | |
| De deur is open gelaten. | Sluit de deur. | |
| De compressor werkt continu. | De temperatuur is fout ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Bedieningspaneel'. |
| Er worden veel producten tegelijk geplaatst. | Wacht een paar uur en controleer dan nogmaals de temperatuur. | |
| De kamertemperatuur is te hoog. | Raadpleeg het hoofdstuk “Installatie”. | |
| Het voedsel dat in het apparaat werd geplaatst, was te warm. | Laat voedsel afkoelen tot kamertemperatuur voordat u het opslaat. | |
| De deur is niet goed gesloten. | Zie de rubriek over 'De deur sluiten'. | |
| De functie Frostmatic is ingeschakeld. | Zie de rubriek over "Frostmatic-functie". | |
| De functie Coolmatic is ingeschakeld. | Zie de rubriek over "Coolmatic-functie". | |
| De compressor start niet onmiddellijk na het drukken op "Frostmatic" of "Coolmatic", of na het veranderen van de temperatuur. | De compressor start na enige tijd. | Dit is normaal, er is geen storing. |
Pagina 20
20 www.aeg.com
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De deur is verkeerd uitgelijnd of komt tegen het ventilatierooster aan. | Het apparaat staat niet waterpas. | Raadpleeg 'Installatie-instructies'. |
| Deur gaat niet makkelijk open. | U probeerde de deur na het sluiten meteen weer te openen. | Wacht een paar seconden tussen het sluiten en weer openen van de deur. |
| Het lampje werkt niet. | Het lampje staat in de standby-stand. | Sluit en open de deur. |
| Het lampje is stuk. | Neem contact op met de dichtsbijzijnde klantenservice. | |
| Er is te veel vorst en ijs. | De deur is niet goed gesloten. | Zie de rubriek over 'De deur sluiten'. |
| De pakking is vervormd of vuil. | Zie de rubriek over 'De deur sluiten'. | |
| De producten zijn niet op de juiste wijze verpakt. | Pak de producten beter in. | |
| De temperatuur is fout ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Bedieningspaneel'. | |
| Apparaat is volledig geladen en is ingesteld op de laagste temperatuur. | Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk 'Bedieningspaneel'. | |
| De ingestelde temperatuur in het apparaat is te laag en de omgevingstemperatuur is te hoog. | Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk 'Bedieningspaneel'. | |
| Er loopt water over de achterkant van de koelkast. | Tijdens het automatische ontdooiproces, ontdooit de rijp tegen de achterwand. | Dat is juist. |
| Er bevindt zich teveel condenswater op de achterwand van de koelkast. | De deur is te vaak geopend. | Open de deur alleen als het nodig is. |
| De deur is niet volledig gesloten. | Zorg ervoor dat de deur volledig gesloten is. | |
| Het bewaarde voedsel was niet ingepakt. | Verpak voedsel in geschikt materiaal voordat u het in het apparaat plaatst. | |
| Er loopt water in de koelkast. | Producten verhinderen dat het water in de wateropvangbak loopt. | Zorg ervoor dat de producten de achterwand niet raken. |
Pagina 21
NEDERLANDS 21
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De waterafvoer is verstopt. | Reinig de waterafvoer. | |
| Er ligt water op de vloer. | De dooiwaterafvoer is niet aangesloten op de verdamperbak boven de compressor. | Maak de dooiwaterafvoer vast op de verdamperbak. |
| De temperatuur kan niet worden ingesteld. | De "Frostmatic-functie" of"Coolmatic-functie" is ingeschakeld. | Schakel "Frostmatic-functie" of"Coolmatic-functie" handmatig uit of wacht tot de functie automatisch deactiveert om de temperatuur in te stellen. Raadpleeg de rubriek over "Frostmatic-functie" of"Coolmatic-functie". |
| De temperatuur in het apparaat is te laag/hoog. | De temperatuur is niet goed ingesteld. | Stel een hogere/lagere temperatuur in. |
| De deur is niet goed gesloten. | Zie de rubriek over 'De deur sluiten'. | |
| De temperatuur van het voedsel is te hoog. | Laat het voedsel afkoelen tot kamertemperatuur voordat u het conserveert. | |
| Er worden veel producten tegelijk bewaard. | Conserveer minder producten tegelijk. | |
| De dikte van de rijp is meer dan 4-5 mm. | Ontdooi het apparaat. | |
| De deur is te vaak geopend. | Open de deur alleen als het nodig is. | |
| De functie Frostmatic is ingeschakeld. | Zie de rubriek over "Frostmatic-functie". | |
| De functie Coolmatic is ingeschakeld. | Zie de rubriek over "Coolmatic-functie". | |
| Er is geen koude luchtcirculatie in het apparaat aanwezig. | Zorg ervoor dat er koude luchtcirculatie in het apparaat is. Zie het hoofdstuk 'Nuttige aanwijzingen en tips'. | |
| DEMO verschijnt op het display. | Het apparaat staat in demonstratiemodus. | Houd de OK -toets ongeveer 10 seconden ingedrukt tot een lang geluid klinkt en het display even uitschakelt. |
Pagina 22
22 www.aeg.com
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Er verschijnt een of of -symbool in plaats van getallen op het temperatuurdisplay. | Probleem met de temperatuur van de sensor. | Neem contact op met de dichtsbijzijnde klantenservice (het koelsysteem blijft werken om uw levensmiddelen koud te houden, maar de temperatuur kan niet aangepast worden). |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Bel, wanneer het advies niet tot resultaten leidt, de dichtstbijzijnde klantenservice voor dit merk.
8.2 Het lampje vervangen
Het apparaat is uitgerust met een ledbinnenlampje dat een lange levensduur heeft.
Alleen een onderhoudsmonteur mag de verlichting vervangen. Neem contact op met de klantenservice.
8.3 De deur sluiten
- 1. Maak de afdichtingen van de deur schoon.
- 2. Stel de deur, indien nodig, af.
Raadpleeg 'Installatie-instructies'.
- 3. Vervang, indien nodig, de defecte deurafdichtingen. Neem contact op met een erkend servicecentrum.
9. GELUIDEN
SSSRRR!
BRRR!
CLICK!
HISSS!
BLUBB!
Pagina 23
NEDERLANDS 23
10. TECHNISCHE GEGEVENS
De technische gegevens staan op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat en op het energielabel.
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een weblink naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de link htps:/eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die u vindt op het typeplaatje van het apparaat.
Zie de link www.theenergylabel.eu voor gedetailleerde informatie over het energielabel.
11. AANWIJZINGEN VOOR TESTINSTITUTEN
De installatie en voorbereiding van het toestel voor elke EcoDesign-verificatie moet in overeenstemming zijn met EN 62552. De ventilatievoorschriften, de afmetingen van de uitsparingen en de minimale open afstanden aan de
achterzijde moeten voldoen aan de voorschriften van deze gebruikershandleiding in hoofdstuk 3. Neem contact op met de fabrikant voor verdere informatie, inclusief laadplannen.
12. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het
symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi
apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.