ATAG DX6211L, tekst van de handleiding
Pagina's 21–51 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–20verder op pagina 52 →
Pagina 21
De oven gebruiken (vervolg)
NL
Bovenste oven
Alleen het bovenste verwarmingselement is in werking. De verdeelplaat moet gebruikt worden.
Hetelucht
Maxigrill
Hetelucht + Bovenwarmte
De onderste sectie kan gelijktijdig met de bovenste sectie in werking gesteld worden (zie dubbeloven).
Onderste oven
Alleen het onderste verwarmingselement is in werking. De verdeelplaat moet gebruikt worden.
Hetelucht Hetelucht + Onderwarmte
De bovenste sectie kan gelijktijdig met de onderste sectie in werking gesteld worden (zie dubbeloven).
Pagina 22
De oven gebruiken (vervolg)
NL
Dubbeloven
De bovenste en onderste sectie zijn gelijktijdig in werking. Het is mogelijk om in te stellen welke van de twee het eerste activeert. Wanneer één van de gerechten klaar is in dubbelovenstand, dan kan de kookduur of temperatuur van de andere sectie gewijzigd worden. Kies met behulp van de sectiekeuzeknop de sectie (boven of onder) die geactiveerd moet blijven. De verdeelplaat moet gebruikt worden.
Dubbeloven, bovenste oven
Hetelucht
Maxigrill
Hetelucht + Bovenwarmte
Dubbeloven, onderste oven
Hetelucht Hetelucht + Onderwarmte
- Indien u eerst een Automatisch kookprogramma heeft gekozen voor de Dubbeloven, kan voor de andere sectie ook alleen een Automatisch kookprogramma voor de Dubbeloven gekozen worden.
- Indien u eerst een handmatig kookprogramma gekozen heeft (bijvoorbeeld de Maxigrill), kan voor de andere sectie ook alleen een handmatig kookprogramma gekozen worden.
Pagina 23: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 24
De oven gebruiken (vervolg)
NL
Temperatuur instellen in de grote, bovenste, en onderste oven
1 Druk op de temperatuurtoets
2 Draai aan de Functieknop om de temperatuur in stappen van 5 °C in te stellen.
| Grote oven (Maxigrill en kleine grill) | 40 °C – 250 °C (40 °C – 300 °C) |
| Bovenste oven | 40 °C – 250 °C |
| Onderste oven | 40 °C – 250 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- U kunt de temperatuur ook tijdens het bakken of braden wijzigen.
- In de ovenfuncties worden de bovenste en onderste verwarmingselementen afwisselend geactiveerd om de juiste temperatuur te behouden.
- Gedurende de opwarmtijd van de oven knippert “°C”. Wanneer de oven de ingestelde temperatuur heeft bereikt blijft “°C” branden.
Temperatuur instellen in de Dubbeloven
1 Druk één maal op de temperatuurtoets (Bovenste oven). Druk tweemaal op de temperatuurtoets (onderste oven).
2 Draai aan de Functieknop om de temperatuur in stappen van 5 °C in te stellen.
Dubbel oven
40 °C~250 °C (ruimte 20 °C~80 °C) 200 °C-250 °C
(Maxigrill)
- U kunt de temperatuur ook tijdens het bakken of braden wijzigen.
Pagina 25
De oven gebruiken (vervolg)
NL
De oven uitschakelen
Om de oven uit te schakelen moet u de sectiekeuzeknop in de ‘UIT’-stand draaien.
Instellen van de eindtijd in de grote, bovenste, en onderste oven.
U kunt de eindtijd ook tijdens het bakken of braden wijzigen.
1 Druk op de eindtijdtoets.
Voorbeeld: de huidige tijd is 12:00.
3 Druk op de eindtijdtoets.
De oven houdt automatisch de geselecteerde eindtijd aan tenzij er binnen 5 seconden nogmaals op de eindtijdtoets gedrukt wordt
2 Draai aan de Funktieknop om de gewenste eindtijd in te stellen.
- Tijdens het bakken of braden kunt u de vooraf ingestelde eindtijd wijzigen met de Selectieknop voor betere resultaten.
Pagina 26
De oven gebruiken (vervolg)
NL
Instellen van de eindtijd in de dubbeloven
U kunt de eindtijd ook tijdens het bakken of braden wijzigen.
De eindtijd voor de bovenste- en onderste oven kan geselecteerd worden met behulp van de eindtijdtoets en de Functieknop.
1 Druk twee maal op de eindtijdtoets (onderste oven).
Voorbeeld: de huidige tijd is 12:00.
3 Druk op de eindtijdtoets.
De oven houdt automatisch de geselecteerde eindtijd aan tenzij er binnen 5 seconden nogmaals op de eindtijdtoets gedrukt wordt.
2 Draai aan de Functieknop om de gewenste eindtijd in te stellen.
- Tijdens het bakken of braden kunt u de vooraf ingestelde eindtijd wijzigen met de Selectieknop voor betere resultaten.
Pagina 27
De oven gebruiken (vervolg)
NL
Instellen van de kookduur in de grote-, bovenste-, en onderste oven.
U kunt de kookduur ook tijdens het bakken of braden wijzigen.
1 Druk op de kookduurtoets.
3 Druk op de kookduurtoets.
De oven houdt automatisch de geselecteerde kookduur aan tenzij er binnen 5 seconden nogmaals op de kookduurknop gedrukt wordt.
2 Draai aan de Functieknop om de gewenste kookduur in te stellen.
- Tijdens het bakken of braden kunt u de vooraf ingestelde kookduur wijzigen met de Selectieknop voor betere resultaten.
Pagina 28
De oven gebruiken (vervolg)
NL
Instellen van de kookduur in de dubbeloven
U kunt de kookduur ook tijdens het bakken of braden wijzigen.
De kookduur voor de bovenste- en onderste oven kan geselecteerd worden met behulp van de kookduurtoets en de Functieknop.
1 Druk twee maal op de kookduurtoets (onderste oven).
3 Druk op de kookduurtoets.
De oven houdt automatisch de geselecteerde eindtijd aan tenzij er binnen 5 seconden nogmaals op de kookduurknop gedrukt wordt.
2 Stel met de Functieknop de gewenste kookduur in.
- Tijdens het bakken of braden kunt u de vooraf ingestelde kookduur wijzigen met de Selectieknop voor betere resultaten.
Pagina 29
De oven gebruiken (vervolg)
NL
Uitgestelde starttijd
Voorbeeld 1 - Kookduur wordt eerst ingesteld
Als de eindtijd wordt ingesteld nadat de kookduur is ingesteld (zie pagina 23), dan worden de kookduur en de eindtijd berekend en zal de oven wanneer nodig een latere starttijd instellen.
1 Druk op de eindtijdtoets.
Voorbeeld: de huidige tijd is 15:00 uur en de gewenste kookduur is 5 uur. Het gerecht is om 20:00 uur klaar.
2 Stel met de Functieknop de gewenste eindtijd in.
Voorbeeld: De gewenste kookduur duurt 5 uur en het gerecht moet om 20:30 uur klaar zijn.
3 Druk op de eindtijdtoets.
Pagina 30
De oven gebruiken (vervolg)
NL
Uitgestelde starttijd
Voorbeeld 2 - Eindtijd wordt eerst ingesteld
Als de kookduur wordt ingesteld nadat de eindtijd is ingesteld, dan worden de kookduur en de eindtijd berekend en zal de oven wanneer nodig een latere starttijd instellen.
1 Druk op de kookduurtoets.
Voorbeeld: de huidige tijd is 15:00 uur en de gewenste eindtijd is 17:00 uur.
2 Stel met de Functieknop de gewenste eindtijd in.
Voorbeeld: De gewenste kookduur is 1,5 uur en het gerecht moet om 17:00 klaar zijn.
3 Druk op de eindtijdtoets.
Pagina 31
De oven gebruiken (vervolg)
NL
Kookwekker
1 DE OVEN IS UIT!
Druk op de kookwekkertoets. Het symbool ‘ ‘ gaat knipperen.
3 Druk nogmaals op de kookwekkertoets om de kookwekker te starten. Wanneer de tijd verstreken is hoort u een signaal.
2 Stel met de Functieknop de gewenste tijd in
Bijvoorbeeld: 5 minuten.
- Druk op de kookwekkertoets en houd de toets 2 seconden ingedrukt om een ingestelde tijd te wissen.
Verlichting aan/uit
| 1 | ||
| Druk op de verlichtingstoets. | ● | De verlichting schakelt aan en uit in de aangegeven volgorde, ongeacht de oven- |
| 1e Bovenste en | functie. | |
| onderste oven | ● | De verlichting schakelt automatisch uit na |
| 2e Bovenste oven 3e Onderste oven 4e Uit | 2 minuten. | |
| 31 |
Pagina 32
De oven gebruiken (vervolg)
NL
Kinderslot
1 Druk de Temperatuurtoets en de Gewichttoets tegelijk in. Houd deze 3 seconden ingedrukt.
2 Een symbool verschijnt in de display. Druk de Temperatuurtoets en de
Gewichttoets nog een keer tegelijk in om te ontgrendelen. Houd deze 3 seconden ingedrukt.
- Indien het kinderslot ingeschakeld is, zijn alle knoppen en toetsen buiten werking (behalve de Temperatuurtoets en de Gewichttoets). Het kinderslot is altijd te gebruiken, ook als de oven in werking is.
Geluidssignaal uitschakelen
1 Druk op de Menuknop en draai de Functieknop. op ‘Geluid’.
2 Druk op toets ‘Volgende’ om de instellingen te bevestigen.
3 Draai aan de Functieknop om de instelling te wijzigen (aan of uit).
4 Druk op toets ‘Volgende’ om de instellingen op te slaan.
Pagina 33
Ovenfuncties
NL
1. Boven- en onderwarmte
Boven- en onderwarmte is geschikt voor het bakken en braden op 1 niveau. Zowel het bovenals het onderelement zijn ingeschakeld. U kunt de oven het beste voorverwarmen voordat u gerechten in de oven plaatst.
| Gerecht | Niveau | Toebehoren | Temperatuur (°C) | Tijd (min.) |
|---|---|---|---|---|
| Diepvrieslasagne (500-1000g) Vis, heel (bijv. dorade) (300-1000 g), beide zijden 3-4 keer insnijden, besprenkelen met olie. Vis, fi let (500-1000 g), beide zijden 3-4 keer insnijden, besprenkelen met olie. Diepgevroren vleesproducten (350-1000 g), met ham-, kaas- of champignonvulling, besprenkelen met olie. Diepgevroren groente, wortel, rode biet of aardappel, gesneden (350- 1000 g), besprenkelen met olie. Karbonade (500-1000 g), bestrooien met zout en peper, besprenkelen met olie. Gebakken aardappelhelften (500-1000g) Diepgevroren rollade met champignonvulling (500-1000 g), besprenkelen met olie. Biscuitgebak (250-500g) Gemarmerde cake (500-1000g) Gistdeeg met vruchtenvulling of kruimeltaart (1000-1500g) Muffi ns (500-800 g) | 3 | Ovenrooster | 180 - 200 | 40-50 15-20 13-20 25-35 20-30 40-50 30-45 40-50 20 - 30 40 - 50 25 - 35 25 - 30 |
| 3 | Grillrooster / Diepe braadslede | 240 | ||
| 3 | Bakplaat | 200 | ||
| 3 | Bakplaat | 200 | ||
| 3 | Bakplaat | 200 | ||
| 3 / 2 | Grillrooster / Diepe braadslede | 200 | ||
| 3 | Bakplaat | 180 - 200 | ||
| 3 | Bakplaat | 180 - 200 | ||
| 2 | Ovenrooster | 160 - 180 | ||
| 2 | Ovenrooster | 170 - 190 | ||
| 2 | Bakplaat | 160 - 180 | ||
| 2 | Ovenrooster | 190 - 200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
33
Pagina 34
Ovenfuncties (vervolg)
NL
2. Bovenwarmte met hetelucht
Het bovenelement en het element in de achterzijde van de oven zijn ingeschakeld. Ventilatoren laten de hete lucht circuleren. U kunt de oven het beste voorverwarmen voordat u gerechten in de oven plaatst.
| Gerecht | Niveau | Toebehoren | Temperatuur (°C) | Tijd (min.) |
|---|---|---|---|---|
| Beenham (1000 g), bestrijken met olie en kruiden. Schouderkarbonade in aluminiumfolie (1000-1500 g,) marineren. Kip, heel (800-1300 g), bestrijken met olie en kruiden. Vissticks of vleessnacks(400- 800g,) bestrooien met zout en peper besprenkelen met olie. Gevogelte, delen (500-1000 g, bestrijken met olie en kruiden. Vis, gebraden (500-1000 g), gebruik een ovenvaste schaal, bestrijken met olie en kruiden. Rundvlees (800-1200 g), Bestrijken met olie en kruiden. Eendenborst (300-500g) | 3 | Grillrooster / Diepe braadslede | 180 - 200 | 50-65 80 - 120 45 - 65 15 - 35 25 - 35 30 - 40 45 - 60 25 - 35 |
| 2 | Bakplaat | 180 - 230 | ||
| 2 | Grillrooster / Diepe braadslede | 190 - 200 | ||
| 3 | Grillrooster / Diepe braadslede | 180 - 200 | ||
| 4 | Grillrooster / Diepe braadslede | 200 - 220 | ||
| 2 | Ovenrooster | 180 - 200 | ||
| 2 | Grillrooster / Diepe braadslede Een kopje water toevoegen | 200 - 220 | ||
| 4 | Grillrooster / Diepe braadslede Een kopje water toevoegen | 180 - 200 |
Pagina 35
Ovenfuncties (vervolg)
NL
3. Hetelucht
Met deze ovenfunctie kunt u bakken of braden tot op maximaal 3 niveaus. Hetelucht is ook geschikt voor het braden. De verwarmingselementen boven- en onderin en in de achterwand verwarmen de lucht die door een ventilator in de ovenruimte wordt geblazen. U kunt de oven het beste voorverwarmen voordat u gerechten in de oven plaatst.
| Gerecht | Niveau | Toebehoren | Temperatuur (°C) | Tijd (min.) |
|---|---|---|---|---|
| Lamsbout (350-700 g), bestrijken met olie en kruiden. Gebakken banaan (3-5 stuks), insnijden met een mes, 10-15 g, chocolade toevoegen, 5-10 g, gehakte noten en suikerwater toevoegen. In aluminiumfolie rollen. Gebakken appel, 5-8 stuks, 150-200 g per stuk klokhuis verwijderen, gebruik een ovenvaste schaal. Hamburgers (300-600 g), besprenkelen met olie. Gehaktbrood met eiervulling (500-1000 g), bestrijken met olie en kruiden. Diepvrieskroketten (500-1000g) Diepgevroren ovenfrites (300-700g) Diepvries Pizza (300-1000g) Appel- en amandelcake (500-1000 g) Croissants van kant-en-klaar deeg (200-400g) | 3 | Grillrooster / Diepe braadslede | 190 - 200 | 40-50 15-25 15-25 18-25 50-65 25 - 35 20 - 30 15 - 25 35 - 45 15 - 25 |
| 3 | Ovenrooster | 220 - 240 | ||
| 3 | Ovenrooster | 200 - 220 | ||
| 3 | Bakplaat | 190 - 200 | ||
| 3 | Bakplaat | 180 - 200 | ||
| 2 | Bakplaat | 180 - 200 | ||
| 2 | Bakplaat | 180 - 200 | ||
| 2 | Ovenrooster | 200 - 220 | ||
| 2 | Ovenrooster | 170 - 190 | ||
| 3 | Bakplaat | 180 - 200 |
Pagina 36
Ovenfuncties (vervolg)
NL
4. Maxigrill
De maxigrill is uitermate geschikt voor het grillen van grotere hoeveelheden vlakke gerechten, zoals biefstuk, schnitzel en vis. De maxigrill is tevens geschikt voor het bereiden van toast. Beide bovenelementen en het grillelement zijn ingeschakeld wanneer u deze ovenfunctie kiest. Het is aan te bevelen de oven voor te verwarmen wanneer u de maxigrill gebruikt.
| Gerecht | Niveau | Toebehoren | Temperatuur (°C) | Tijd (min.) |
|---|---|---|---|---|
| Worstjes (dik) 5-10 stuks Worstjes (dun) 8-12 stuks Toast 5-10 stuks Tosti’s 4-6 stuks Gevulde pannenkoek (200- 500g) Biefstuk (400-800 g) | 4 | Grillrooster / Diepe braadslede | 220 | 5 - 8 keren 5 - 8 4 - 6 keren 4 - 6 1 - 2 keren 1 - 2 4 - 8 20 - 30 8 - 10 keren 5 - 7 |
| 4 | Grillrooster / Diepe braadslede | 220 | ||
| 5 | Ovenrooster | 240 | ||
| 4 | Grillrooster / Diepe braadslede | 200 | ||
| 3 | Bakplaat | 200 | ||
| 4 | Grillrooster / Diepe braadslede | 240 |
Pagina 37
Ovenfuncties (vervolg)
NL
5. Kleine grill
Deze functie is bedoeld voor het grillen van kleinere hoeveelheden vlakke gerechten zoals biefstuk, schnitzel, vis en toast. Plaats de gerechten in het midden op het rooster. Alleen het bovenelement is ingeschakeld
| Gerecht | Niveau | Toebehoren | Temperatuur (°C) | Tijd (min.) |
|---|---|---|---|---|
| Camembert smelten (2 – 4 elk 75 g), de oven niet voorverwarmen. Diepvries stokbrood met beleg (tomaat-mozzarella of ham & kaas) Vissticks, diepvries (300-700 g), de oven niet voorverwarmen, besprenkelen met olie. Visburger, diepvries (300-600 g,) de oven niet voorverwarmen, besprenkelen met olie. Pizza, diepvries (300-500 g), de oven niet voorverwarmen. | 3 | Ovenrooster | 200 | 10 - 12 15 - 20 15 - 25 20 - 35 23 - 30 |
| 3 | Grillrooster / Bakplaat | 200 | ||
| 3 | Grillrooster / Bakplaat | 200 | ||
| 3 | Bakplaat | 180 - 200 | ||
| 3 | Grillrooster / Bakplaat | 180 - 200 |
Pagina 38
Ovenfuncties (vervolg)
NL
6. Onderwarmte met hetelucht
Onderwarmte met hetelucht geeft gebak een krokante en goed doorbakken bodem terwijl de vulling veel vocht bevat. Bijvoorbeeld pizza, appeltaart, quiche Lorraine en kwarktaart. U kunt de oven het beste voorverwarmen.
| Gerecht | Niveau | Toebehoren | Temperatuur (°C) | Tijd (min.) |
|---|---|---|---|---|
| Appeltaart, diepvries (350-700g) Bladerdeeg, met diepvriesvulling (300-600 g,) bestrijken met eidooier, de oven niet voorverwarmen. Gehaktballen in saus (250-500 g), gebruik een ovenvaste schaal. Vlaai van bladerdeeg (500-1000 g), bestrijken met eidooier. Cannelloni (250-500 g), Gebruik een ovenvaste schaal. Gebak van gistdeeg met vulling (600-1000 g), bestrijken met eidooier. Pizza, zelfgemaakt (500-1000g) Brood, zelfgekneed (700-900g) | 3 | Ovenrooster | 180-200 | 15 - 20 20 - 25 25 - 35 15 - 23 22 - 30 20 - 30 15 - 25 45 - 55 |
| 3 | Bakplaat | 180-200 | ||
| 3 | Ovenrooster | 180-200 | ||
| 3 | Bakplaat | 180 | ||
| 3 | Ovenrooster | 180 | ||
| 3 | Bakplaat | 180-200 | ||
| 2 | Bakplaat | 200 - 220 | ||
| 2 | Ovenrooster | 170 - 180 |
Pagina 39
Ovenfuncties (vervolg)
NL
7. Dubbeloven
In de dubbeloven kunt u gelijktijdig twee verschillende gerechten bereiden in uw oven. Als u zowel de bovenste als de onderste sectie van de oven gebruikt kunt u per gerecht verschillende temperaturen, ovenfuncties en kookduur instellen. U kunt bijvoorbeeld op hetzelfde moment biefstuk grillen en groenten bakken. Na het inschuiven van de verdeelplaat kunt u de groenten in de onderste sectie bakken en de biefstuk grillen in de bovense sectie.
Schuif altijd de verdeelplaat in niveau 3 voordat u begint met bakken of braden.
Voorbeeld 1: Gerechten bereiden met verschillende temperaturen
| Sectie | Gerecht | Niveau | Ovenfunctie | Temperatuur (°C) | Toebehoren | Tijd (min.) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| BOVENSTE ONDERSTE | Diepvriespizza (300-400g) | 4 | Hetelucht | 200-220 | Ovenrooster | 15 - 25 50 - 60 |
| Cake (500-700g) | 1 | Hetelucht | 170 - 180 | Bakplaat |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
| Let op: Gerechten in koude oven plaatsen. Voorbeeld 2: Gerechten bereiden met verschillende ovenfuncties | |||
| Sectie Gerecht Niveau | Temperatur Ovenfunctie (°C) | Toebehoren | Tijd (min.) |
| Stukjes kipfilet BOVENSTE 4 (400-600g) | Bovenwarmte 200-220 + hetelucht | Grillrooster + Diepe braadslede | 25 - 35 |
| Aardappel ONDERSTE gratin 1 (500-1000g) | Hetelucht 170-180 | Ovenrooster | 30 - 40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
Let op: Gerechten in koude oven plaatsen.
Pagina 40
Ovenfuncties (vervolg)
NL
8. Automatische kookprogramma’s
Uw oven heeft verschillende automatische kookprogramma’s voor de Grote Oven, de Onderste oven, de Bovenste oven en de Dubbeloven.Op de volgende pagina’s vindt u meer informatie over de automatische kookprogramma’s
U kunt ook eigen gerechten inprogrammeren. Zie pagina 48 + 49 voor meer informatie.
Automatisch kookprogramma instellen
1 Draai aan de Sectiekeuzeknop om de gewenste sectie in te stellen.
2 Kies ‘Auto’ met de Functieknop. Druk op toets ‘Volgende’ om de instelling te bevestigen.
3 Kies een categorie met de Functieknop. Druk op toets ‘Volgende’ om de instelling te bevestigen.
4 Kies een gerecht met de Functieknop. Druk op toets ‘Volgende’ om de instelling te bevestigen.
5 Kies een gewicht met de Functieknop. (U kunt het gewicht aanpassen door op de Gewicht toets te drukken en daarna aan de Functieknop te draaien. Druk opnieuw op de Gewicht toets om te bevestigen).
6 Druk op toets ‘Volgende’ om het automatische kookprogramma te bevestigen.
- Tijdens het kiezen van een automatisch kookprogramma kunt u een stap terug gaan met de Vorige Toets.
Pagina 41
Ovenfuncties (vervolg)
NL
9. Automatische kookprogramma’s voor de Grote oven
In de onderstaande tabel vindt u 27 automatische bak- en braadprogramma’s voor ovengerechten. Tevens zijn de hoeveelheden aangegeven waarop het programma is gebaseerd en aanbevelingen om het beste resultaat te krijgen. Het programma kiest zelf de meest geschikte ovenfunctie en kookduur. Plaats de gerechten altijd in een niet voorverwarmde, koude oven
De automatische kookprogramma’s voor de Grote oven zijn ingedeeld in 7 categorieën:
- 1. Kant en klaar
- 2. Vlees
- 3. Gevogelte
- 4. Vis
- 5. Groenten
- 6. Deegwaren
- 7. Eigen gerechten
Categorie 1-7 zijn voorgeprogrammeerd, categorie 8 bevat de door uzelf geprogrameerde kookprogramma’s (zie pagina 48 - 49).
Categorie: Kant en klaar
| Nr. | Gerecht | Portie | Gewicht/kg | Toebehoren | Niveau |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Pizza, diepvries | Italiaans Amerikaans | 0.3 - 0.4 0.4 - 0.5 | Ovenrooster | 2 |
| Leg de bevroren pizza op het midden van het ovenrooster. Stand 1 is voor dunne Italiaanse pizza, stand 2 voor dikke Amerikaase pizza. | |||||
| 2 | Ovenfrites, diepvries | Dun Dik | 0.3 - 0.5 0.6 - 0.8 | Bakplaat | 2 |
| Verdeel de diepvriesfrites over de bakplaat. Stand 1 is voor dunne Franse frites, stand 2 is voor dikke frites. Gebruik bakpapier. Keer de frites na het verstrijken van 2/3 van de kookduur. | |||||
| 3 | Aardappelkroketten, diepvries | Klein Groot | 0.3 - 0.5 0.6 - 0.8 | Bakplaat | 2 |
| Verdeel de aardappelkroketten egaal over de bakplaat. Keer de aardappelkroketten na het verstrijken van 2/3 van de kookduur | |||||
| 4 | Lasagne, kant-en-klaar | Klein Groot | 0.3 - 0.5 0.8 - 1.0 | Ovenrooster | 3 |
| Doe de lasagne in een passende ovenschaal. Plaats de schaal in het midden van de oven. | |||||
Pagina 42
Ovenfuncties (vervolg)
NL
| Nr. | Gerecht | Portie | Gewicht/kg | Toebehoren | Niveau |
|---|---|---|---|---|---|
| 5 | Biefstuk | Dun Dik | 0.3 - 0.6 0.6 - 0.8 | Grillrooster / Diepe braadslede | 4 3 |
| Leg 2-6 stukken vlees naast elkaar op het grillrooster. Stand 1 is voor dunne biefstuk, stand 2 voor dikkere stukken vlees. Het vlees keren na het geluidssignaal. | |||||
| 6 | Rosbief | Klein Middelgroot | 0.6 - 0.8 0.9 - 1.1 | Grillrooster / Diepe braadslede | 2 1 |
| Marineer de rosbief en leg het op het grillrooster. Schenk een kopje water in de diepe braadslede. Keer het vlees zodra u het signaal hoort. Nadat de kookduur verstreken is, het vlees in aluminiumfolie wikkelen en 5-10 minuten laten rusten. | |||||
| 7 | Rollade | Klein Groot | 0.6 - 0.8 0.9 - 1.1 | Grillrooster / Diepe braadslede | 2 1 |
| Leg de gemarineerde rollade op het grillrooster. Het vlees keren zodra het signaal klinkt. | |||||
| 8 | Lamskotelet | Dun Dik | 0.3 - 0.4 0.5 - 0.6 | Grillrooster / Diepe braadslede | 4 3 |
| Leg de gemarineerde lamskotelet op het grillrooster. Het vlees keren zodra het signaal klinkt. Stand 1 is voor dunne koteletten, stand 2 voor dikke. | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)
| Categorie: | Vlees | |
|---|---|---|
| Categorie: | Gevogelte | |
| Nr. | Gerecht Portie Gewicht/kg Toebehoren Niveau | |
| 9 | 2 stuks 0.5 - 0.7 Grillrooster / 4 Kippenbouten 4 stuks 1.0 - 1.2 Diepe braadslede 3 | |
| Bestrijk de kip met kruiden en olie. Leg de delen naast elkaar op het grillrooster. | ||
| 10 | 1 hele 1.0 - 1.1 Grillrooster / 2 Hele kip 1 hele 1.2 - 1.3 Diepe braadslede 1 | |
| Bestrijk de gekoelde kip met olie en kruiden. Daarna met op het grillrooster plaatsen. Omkeren wanneer er een geluidssignaal klinkt. | ||
| 11 | Dik 0.3 - 0.5 Grillrooster / 4 Eendenborstfi let Zeer dik 0.6 - 0.8 Diepe braadslede 3 | |
| De eendenborstfi let voorbereiden en met het vet naar boven op het grillrooster leggen. Stand 1 is voor dunne eendenborst, stand 2 voor dikke. | ||
| 12 | Klein 0.6 - 0.8 Grillrooster / 2 Kalkoenrollade Groot 0.9 - 1.1 Diepe braadslede 1 | |
| Leg de rollade op het grillrooster. Keren zodra het signaal klinkt. | ||
Pagina 43
Ovenfuncties (vervolg)
NL
| Nr. | Gerecht | Portie | Gewicht/kg | Toebehoren | Niveau |
|---|---|---|---|---|---|
| 13 | Vis, gestoomd | 2 vissen 4 vissen | 0.5 - 0.7 0.8 - 1.0 | Ovenrooster | 2 |
| Leg de schoongemaakte vis (bijv. forel, schelvis, kabeljauw) in een passende, glazen ovenschaal. Voeg hier een laagje water met 3-4 eetlepels citroensap of witte wijn aan toe. Doe het deksel op de schaal en zet de schaal op het ovenrooster. | |||||
| 14 | Vis, gegrild | 2 vissen 4 vissen | 0.5 - 0.7 0.8 - 1.0 | Grillrooster / Diepe braadslede | 4 3 |
| Leg de vissen om en om op het grillrooster. Stand 1 is voor 2 vissen, stand 2 is voor 4 vissen. Het programma is afgestemd op hele vis, bijvoorbeeld forel of snoek. | |||||
| 15 | Zalmsteaks | Dun Dik | 0.3 - 0.4 0.7 - 0.8 | Grillrooster / Diepe braadslede | 4 3 |
| Leg de zalmsteaks op het ovenrooster. Keren zodra u het signaal hoort. | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
| Categorie: | Vis | |
|---|---|---|
| Categorie: | Groenten | |
| Nr. | Gerecht Portie Gewicht/kg Toebehoren Niveau | |
| 16 | Klein 1. 0.4 - 0.5 Aardappel Bakplaat 2 Groot 2. 0.8 - 1.0 | |
| Was de aardappelen en snijd ze doormidden. Bestrijk ze met olie en kruiden. Verdeel de aardappelen over de bakplaat. Stand 1 is voor kleine aardappelen, stand 2 voor grote (200 gram per stuk). | ||
| 17 | Geroosterde Gesneden 1. 0.4 - 0.5 Diepe braadslede 4 groente Gesneden 2. 0.8 - 1.0 | |
| Verdeel de groente zoals gesneden courgette, paprika, aubergine, champignon en cherrytomaat in de diepe braadslede. Besprenkelen met een mengsel van olie en kruiden. | ||
| 18 | Klein 1. 0.4 - 0.6 Groentegratin Ovenrooster 2 Groot 2. 0.8 - 1.0 | |
| Bereid de groentegratin in een ovenvaste schaal. Zet de ovenschaal op het ovenrooster in het midden van de oven. | ||
Pagina 44
Ovenfuncties (vervolg)
NL
Categorie: Deegwaren
| Nr. | Gerecht | Portie | Gewicht/kg | Toebehoren | Niveau |
|---|---|---|---|---|---|
| 19 | Cake | Rechthoekig | 0.7 - 0.8 | Ovenrooster | 2 |
| Doe het deeg in een ingevette cakevorm van ca. 30 cm lengte. | |||||
| 20 | Appeltaart | 24 cm rond blik | 1.2 - 1.4 | Ovenrooster | 1 |
| Bak de appeltaart in een ronde springvorm met een diameter van 24 cm. | |||||
| 21 | Tulband | Klein Middelgroot Groot | 0.5 - 0.6 0.7 - 0.8 0.9 - 1.0 | Ovenrooster | 2 |
| Doe het deeg in een ingevette bakvorm. | |||||
| 22 | Bodem voor een open vruchtentaart (gebaseerd op cakebeslag) | grote taart 6 gebakjes | 0.3 - 0.4 0.2 - 0.3 | Ovenrooster | 2 |
| De eerste instelling is voor één grote vruchtentaart, de tweede instelling is voor 5-6 kleine gebakjes. | |||||
| 23 | Biscuitdeeg | middelgroot klein | 0.4 - 0.5 0.2 - 0.3 | Ovenrooster | 2 |
| Doe deeg in een rond, metalen bakblik. De eerste instelling is voor een bakblik met een diameter van 26 cm, de tweede instelling is voor een klein bakblik met een diameter van 18 cm. | |||||
| 24 | Muffins | 12 klein 12 groot | 0.5 - 0.6 0.7 - 0.8 | Ovenrooster | 2 |
| Doe het muffi ndeeg in een bakvorm die geschikt is voor 12 muffins. Zet de vorm op het rooster. Stand 1 is geschikt voor muffins met een gewicht van 45 gram, stand 2 is geschikt voor muffins met een gewicht van 65 gram. | |||||
| 25 | Brood | Wit Volkoren | 0.7 - 0.8 0.8 - 0.9 | Ovenrooster | 2 |
| Dit programma is geschikt voor 500 gram volkoren meel. Volg de instructies op de verpakking van het meel. Bak het (zuur)deeg in een vorm. U kunt de bovenzijde in de lengterichting insnijden met een mes en bestrijken met water. | |||||
| 26 | Pizza, zelfgemaakt | Dun Dik | 1.0 - 1.2 1.3 - 1.5 | Bakplaat | 2 |
| Stand 1 is geschikt voor een dunne pizza. Stand 2 is geschikt voor een grotere dikke pizza. Het aangegeven gewicht is inclusief beleg. Door aansluitend 5 minuten onderwarmte met hetelucht te kiezen krijgt de bodem een meer krokante korst. | |||||
| 27 | Rijzen van gistdeeg | Pizza deeg Cake/brood deeg | 0.3 - 0.5 0.6 - 0.8 | Ovenrooster | 2 |
| Stand 1, 0.2-0.4 kg, is vooral geschikt voor pizzadeeg of het voorrijzen van brooddeeg. Het deeg afdekken met vershoudfolie. Stand 2, 0.4-0.6 kg is speciaal voor brooddeeg. Stand 3, 0.6-0.8 kg is voor zuurdeeg. Kneed het deeg met de hand, doe het in een vorm en dek de vorm af met vershoudfolie. | |||||
Pagina 45
Ovenfuncties (vervolg)
NL
10. Automatische kookprogramma’s voor de bovenste oven
Kies uit 5 voorgeprogrammeerde ontdooiprogramma’s voor de bovenste oven. Onderstaande tabel bevat hoeveelheden waarop het programma is gebaseerd. Het programma kiest zelf de meest geschikte ovenfunctie en kookduur. Plaats de gerechten altijd in een niet voorverwarmde, koude oven
De automatische kookprogramma’s voor de bovenste oven zijn verdeeld in 2 categoriën:
- 1. Bevroren
- 2. Eigen gerechten
De eerste categorie is voorgeprogrammeerd, categorie 2 bevat de door u geprogrammeerde gerechten (zie pagina 48 + 49).
Categorie: Bevroren
| Nr. | Gerecht | Portie | Gewicht/kg | Toebehoren | Niveau |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Broodjes | 4 stuks | 0.2 - 0.3 | Ovenrooster | 4 |
| 8 stuks | 0.4 - 0.5 | Ovenrooster | 4 | ||
| 2 | Bevroren Pizza | Klein | 0.1 - 0.2 | Ovenrooster | 5 |
| Middelgroot | 0.3 - 0.4 | Ovenrooster | 5 | ||
| 3 | Bevroren Pizza Snacks | 6 stuks | 0.2 - 0.3 | Ovenrooster | 5 |
| 12 stuks | 0.4 - 0.5 | Ovenrooster | 5 | ||
| 4 | Bevroren vissticks | 10 stuks | 0.2 - 0.3 | Bakplaat | 5 |
| 15 stuks | 0.4 - 0.5 | Bakplaat | 5 | ||
| 5 | Bevroren ovenpatat | Kleine zak | 0.4 - 0.5 | Bakplaat | 5 |
| Grote zak | 0.6 - 0.7 | Bakplaat | 5 |
Pagina 46
Ovenfuncties (vervolg)
NL
11. Automatische kookprogramma’s voor de onderste oven
Kies uit 5 voorgeprogrammeerde ontdooiprogramma’s voor de onderste oven. Onderstaande tabel bevat hoeveelheden waarop het programma is gebaseerd. Het programma kiest zelf de meest geschikte ovenfunctie en kookduur.
De automatische kookprogramma’s voor de onderste oven zijn verdeeld in 3 categoriën.
- 1. Kant en klaar
- 2. Deegwaren
- 3. Eigen gerechten
Categorie 1 en 2 zijn voorgeprogrammeerd, categorie 3 bevat de door u geprogrammeerde gerechten (zie pagina 48 + 49).
Categorie: Kant en klaar
| Nr. | Gerecht | Portie | Gewicht/kg | Toebehoren | Niveau |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Bevroren zalm in bladerdeeg | 2 stuks | 0.2 - 0.3 | Bakplaat | 1 |
| 4 stuks | 0.5 - 0.6 | Bakplaat | 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)
| Categorie: Deegwaren | ||||
|---|---|---|---|---|
| Nr. Gerecht | Portie | Gewicht/kg | Toebehoren | Niveau |
| 2 Quiche, zelfgemaakt (oven voorverwarmen) | Kleine ronde schaal | 0.5 - 0.6 | Ovenrooster | 1 |
| Grote ronde schaal | 0.9 - 1.0 | Ovenrooster | 1 | |
| 3 Pizza, zelfgemaakt | Rond | 0.2 - 0.6 | Bakplaat | 1 |
| Vierkante schaal | 0.8 - 1.2 | Bakplaat | 1 | |
| 4 Muffins | Klein | 0.5 - 0.6 | Ovenrooster | 1 |
| Groot | 0.7 - 0.8 | Ovenrooster | 1 | |
| 5 Zoet bladerdeeg met fruit | 4 stuks / klein | 0.2 - 0.3 | Bakplaat | 1 |
| 4 stuks / middelgroot | 0.4 - 0.5 | Bakplaat | 1 |
Pagina 47
Ovenfuncties (vervolg)
NL
12. Automatische kookprogramma’s voor de dubbeloven
Kies uit 5 voorgeprogrammeerde ontdooiprogramma’s voor de dubbeloven. Onderstaande tabel bevat hoeveelheden waarop het programma is gebaseerd. Het programma kiest zelf de meest geschikte ovenfunctie en kookduur.
| Nr. | Gerecht | Bovenste | Onderste | Gewicht/ kg | Toebehoren | Niveau |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Kippenbouten & aardappelgratin | Kippenbouten | 0.3 - 0.5 | Grillrooster / Diepe braadslede | 4 | |
| 0.8 - 1.0 | Grillrooster / Diepe braadslede | 4 | ||||
| Aardappelgratin | 0.4 - 0.6 | Ovenrooster | 1 | |||
| 0.8 - 1.0 | Ovenrooster | 1 | ||||
| 2 | Geroosterde groenten & pizza brood | Geroosterde groenten | 0.4 - 0.5 | Diepe braadslede | 4 | |
| 0.7 - 0.8 | Diepe braadslede | 4 | ||||
| Pizza brood | 0.1 - 0.2 | Bakplaat | 1 | |||
| 0.3 - 0.4 | Bakplaat | 1 | ||||
| 3 | Geroosterde vis & aardappelschijfjes | Geroosterde vis | 0.3 - 0.5 | Grillrooster / Diepe braadslede | 4 | |
| 0.6 - 0.8 | Grillrooster / Diepe braadslede | 4 | ||||
| Aardappel schijfjes | 0.3 - 0.4 | Bakplaat | 1 | |||
| 0.5 - 0.6 | Bakplaat | 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)
| 4 | Geroosterde eendenborst-fi let & gebakken appels | Geroosterde Eenden-borstfi let | 0.3 - 0.5 | Grillrooster / Diepe braadslede | 4 | |
| 0.6 - 0.8 | Grillrooster / Diepe braadslede | 4 | ||||
| Gebakken appels | 0.4 - 0.5 | Ovenrooster | 1 | |||
| 0.9 - 1.0 | Ovenrooster | 1 | ||||
| 5 | Muffins & zelfgemaakte pizza | Muffins | 0.5 - 0.6 | Ovenrooster | 4 | |
| 0.7 - 0.8 | Ovenrooster | 4 | ||||
| Zelfgemaakte Pizza | 0.2 - 0.6 | Bakplaat | 1 | |||
| 0.8 - 1.2 | Bakplaat | 1 |
Pagina 48
Ovenfuncties (vervolg)
NL
13. Eigen gerecht toevoegen
U kunt 10 eigen kookprogramma’s maken voor de Grote oven, de Bovenste oven en de Onderste oven en opslaan als ‘eigen gerecht’.
Een eigen gerecht toevoegen
| 1 Druk op de Menu Toets en kies ‘Eigen gerechten’ met de Functieknop | 2 Druk op toets ‘Volgende’ om de instellingen te bevestigen. |
| 3 Kies ‘Toevoegen’ met de Functieknop. | 4 In de display ziet u ‘Kies naam’. Draai |
| Druk toets ‘Volgende’ in om de instellingen te bevestigen. | aan de Functieknop om de eerste letter van de naam van uw gerecht te kiezen. Druk op toets ‘Volgende’ en kies de volgende letter, etc. Wacht, nadat de hele naam van het gerecht ingevoerd is op ‘twee pijltjes’ in de display. Druk op toets ‘Volgende’ om de instelling te bevestigen. |
| 5 Kies ‘Grote oven’, Bovenste oven’ of ‘Onderste oven’ met de Functieknop. | 6 Kies een ovenfunctie met de Functieknop. Alleen de functies van de |
| Druk op toets ‘Volgende’ om de instellingen te bevestigen. | gekozen ovensectie zijn beschikbaar! |
Pagina 49
Ovenfuncties (vervolg)
NL
7 Druk op de Kookduur Toets om de 8 Druk op de Temperatuur Toets indien kookduur in te stellen. Draai aan de u de temperatuur wilt wijzigen. Draai
Functieknop om de tijd in te stellen en aan de Functieknop om de temperadruk opnieuw op de Kookduur Toets. tuur aan te passen en druk daarna opnieuw op de Temperatuur Toets om te bevestigen.
9 Druk op toets ‘Volgende’ om te bevestigen dat alle instellingen gekozen zijn. Uw eigen kookprogramma is nu toegevoegd aan de automatische kookprogramma’s van de Grote oven, de Bovenste oven en de Onderste oven.
- Tijdens het instellen van uw eigen gerecht kunt u een stap terug gaan door op de Vorige
Toets te drukken.
- Het is niet mogelijk om de instellingen van toegevoegde gerechten te wijzigen nadat op de Toets “Volgende” gedrukt is. In dit geval moet u het programma verwijderen (zie pagina 51) en opnieuw toevoegen met de juiste instelling.
Pagina 50
Ovenfuncties (vervolg)
NL
14. Eigen gerecht kiezen
1 Draai aan de Sectiekeuzeknop om de gewenste ovensectie te kiezen.
2 Kies ‘Auto’ met de Functieknop. Druk op toets ‘Volgende’ om de instellingen te bevestigen.
3 Kies ‘Eigen gerechten’ met de Functieknop. Druk op toets ‘Volgende’ om de instellingen te bevestigen.
4 Kies een gerecht met de Functieknop. Druk op toets ‘Volgende’ om het koken te starten.
- Indien er geen eigen kookprogramma’s zijn ingesteld voor de gekozen ovensectie, ziet u ‘Geen gerechten’ in de display.
Pagina 51
Ovenfuncties (vervolg)
NL
15. Eigen gerecht verwijderen
1 Druk op de Menu Toets en kies ‘Eigen gerechten’ met de Functieknop.
2 Druk op toets ‘Volgende’ om de instellingen te bevestigen.
3 Kies ‘Verwijderen’ met de Functieknop. Druk op toets ‘Volgende’ om de instellingen te bevestigen.
4 Kies met de Functieknop de ovensectie waarvan u een eigen kookprogramma wilt verwijderen (Grote oven, Bovenste oven of Onderste oven). Druk op toets ‘Volgende’ om de instellingen te bevestigen.
5 Kies de naam van het eigen gerecht dat u wilt verwijderen met de Functieknop. Druk op toets ‘Volgende’ om de instellingen te bevestigen.
6 Kies ‘Verwijderen’ met de Functieknop. Druk op toets ‘Volgende’ om de instellingen te bevestigen. Het gerecht is nu verwijderd!