naslaan.comZoekenAlle merken

ATAG FG6055E, tekst van de handleiding

Pagina's 3–26 van 74 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← begin van de handleidingverder op pagina 27 →

Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 3

Vrijstaand gecombineerd fornuis NL

Geachte koper

Aansluitinstructies

Typeplaatje

Hartelijk dank voor uw aankoop. Overtuig u zelf, op onze producten kunt u vertrouwen. Om het gebruik van ons product te vergemakkelijken, hebben wij een uitvoerige gebruiksaanwijzing bijgevoegd. Met behulp hiervan zult u snel vertrouwd zijn met uw nieuwe apparaat. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig voordat u het apparaat gaat gebruiken.

Controleer in ieder geval direct of u een onbeschadigd apparaat heeft ontvangen. Neem direct contact op met uw winkelier als u transportschade vaststelt.

Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe fornuis!

Dit toestel mag alleen door een erkend installateur worden aangesloten. De gasaansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften. Belangrijke aanwijzingen hieromtrent staan vermeld in het hoofdstuk »Aanwijzingen voor het opstellen en aansluiten«.

Het typeplaatje met aansluitgegevens bevindt zich achter de ovendeur.

Beschrijving van het apparaat ................................... 4

Beschrijving van de gaskookplaat............................. 5

Werking van de gasbranders ..................................... 6

De oven......................................................................... 8

Het bereiden van gerechten ..................................... 18

Reiniging en onderhoud ........................................... 26

Het verhelpen van kleine storingen ......................... 32

Aanwijzingen voor het opstellen en aansluiten ...... 34

Technische gegevens ............................................... 37

Pagina 4

Beschrijving van het apparaat

Pagina 5

Elektrische ontsteking

U kunt de branders met behulp van de elektrische vonkontsteking aansteken. De vonkontsteking werkt alleen wanneer de stekker van de aansluitkabel in het stopcontact zit. Wanneer de elektrische ontsteking wegens stroomuitval of een vochtige bougie niet werkt, kunt u de brander ook met een lucifer of een gasaansteker aansteken.

Voordat u het sierdeksel opent, moet u er zeker van zijn dat het deksel schoon is en er geen vloeistof op ligt. Het sierdeksel van het fornuis is van glas. Sluit het pas wanneer het kookgedeelte volledig is afgekoeld.

Lees de separate veiligheidsvoorschriften voordat u het toestel in gebruik neemt!

Glazen sierdeksel

Pagina 6

Beschrijving van de gaskookplaat

Vóór het ingebruiknemen van de gasbranders

Belangrijke waarschuwingen

Pannen

Fout

Goed

Gasbranders

Voor het eerste gebruik van de gasbranders hoeft u geen speciale maatregelen te treffen.

Zorg ervoor dat de openingen van in de branderkop altijd vrij zijn.

BranderDoorsnede van de pan
Sterkbrander (4.0 kW)220-300 mm
Normaalbrander (2.0 kW)180-220 mm
Sudderbrander (1.0 kW)120-180 mm

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)

Pagina 7

Werking van de gasbranders

Knop van de kookplaat

Aansteken en werking van de gasbranders

De gaskraan is dicht

Volstand

Kleinstand

Druk de knop in voordat u deze naar de volstand draait.

Aansteken met één hand

Waneer de brander niet binnen 15 seconden ontsteekt eerst een minuut wachten voordat u het opnieuw probeert.

Als de brander om welke reden dan ook dooft eerst een minuut wachten voordat u de brander opnieuw ontsteekt.

Pagina 8

De oven

Voor ingebruikname van de oven

Belangrijke waarschuwingen

Elektronische schakelklok

•

•

•

•

•

•

Neem al het toebehoren uit de oven en reinig de oven met warm water en een gewoon schoonmaakmiddel. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen!

Wanneer u de oven voor de eerste keer verwarmt komt er een typische reuk van »nieuwheid« vrij. De ruimte daarom goed ventileren.

Gebruik geëmailleerde braadsleden of bakplaten. Deze nemen de warmte van de oven goed op.

Verwarm de oven alleen voor wanneer dit in het recept of de tabellen wordt aangegeven.

Het voorverwarmen van een lege oven kost energie. Er kan energie bespaard worden door de gerechten tijdens het opwarmen van de oven al in de oven te plaatsen.

Zet de oven ongeveer 10 minuten voor het einde van het bakproces uit. Hierdoor bespaart u energie en maakt u effectief gebruik van de nawarmte van het bakproces.

Functieomschrijving van de toetsen: A Functie selecteren en bevestigen B Temperatuur selecteren

C Verhogen (+)

D Verlagen (-)

Display:

Pagina 9

De tiptoetsen werken het beste waneer u deze met een groot oppervlak van uw vinger aanraakt.

Instellen dagtijd (klok)

Instellen kookwekker

De elektronische schakelklok kan ook gebruikt worden om een kookwekker (3) in te stellen. Zowel de temperatuur als de kooktijd kunnen zichtbaar zijn in hetzelfde display. Het gewenste display kiest u met de toetsen A en B.

De automatische schakelklok kan gebruikt worden om de oven op drie manieren te laten in en uitschakelen:

Pagina 10

Instellen bereidingstijd

Met dit programma kunt u de bereidingstijd van de oven instellen. De maximale bereidingstijd is 10 uur.

Als u door wil gaan met bakken/braden kunt u opnieuw een bereidingstijd instellen.

Instellen eindtijd

Met dit programma kunt u het tijdstip instellen waarop de oven moet uitschakelen. De maximale bereidingstijd is 10 uur.

Als u door wil gaan met bakken/braden kunt u opnieuw een bereidingstijd instellen.

Instellen voorgeprogrammeerde bereidingstijd

Voor dit programma stelt u twee tijden in; de bereidingstijd en de eindtijd (de tijd waarop u het gerecht gaar wilt hebben).

De eindtijd van de oven kan maximaal 24 uur vooruit liggen.

De dagtijd verschijnt op het display. Gebruik toetsen C en D om de eindtijd in te stellen.

10

Pagina 11

u kunt stoppen door een willekeurige toets aan te raken. Het geluidssignaal zal na één minuut automatisch stoppen.

Instellen van de kookwekker

De kookwekker kan ook afzonderlijk van de oven worden ingesteld.

Bij de kookwekker wordt de laatste minuut op het display in seconden weergegeven.

Instellen van het volume van het geluidssignaal

Het volume van het geluidssignaal kan worden ingesteld. Dit kan alleen wanneer er geen andere functie is ingesteld. (Alleen de dagtijd staat in het display)

Gebruik toets D om het gewenste volume in te stellen.

Instellen van het kinderslot

Inschakelen: Druk op toets A en vervolgens op symbool 5. Gebruik de toetsen C en D om het kinderslot te activeren. Op het display verschijnt de tekst ‘ON’. Bevestig uw keuze met de toets A. Uitschakelen: Gebruik de toetsen C en D om het kinderslot uit te schakelen Op het display verschijnt de tekst ‘OFF’. Bevestig uw keuze door op toets A te drukken.

Displaydimmer

Tussen middernacht en 6.00 uur in de morgen zal de lichtsterkte van het display automatisch dimmen. Dit gebeurt niet wanneer er een programma actief is.

Pagina 12

Bedienen van de oven

Oventemperatuur instellen

Het verwijderen van de timerinstellingen

U kunt de oven instellen met de functieknop en de elektronische schakelklok.

Kies met de functieknop de gewenste ovenfunctie en stel met de tempermostaatknop de gewenste temperatuur in. De oven start. De gekozen ovenfunctie en de ingestelde temperatuur worden op het display weergegeven.

Gebruik de elektronisch schakelklok om de gewenste temperatuur in te stellen.

Pagina 13

Ovenknoppen

Met de functieknop kunt u de oven in- en uitschakelen en de gewenste ovenfunctie instellen.

Met de thermostaatknop kunt u de temperatuur verhogen of verlagen ('+' voor verhogen, '-' voor verlagen).

Pagina 14

De verschillende ovenfuncties

Ovenverlichting

De oven wordt verlicht door 1 lamp: linksachter aan de bovenkant. U kunt de ovenverlichting inschakelen, zonder daarbij een andere functie te selecteren. Dit is vooral handig bij het reinigen van de oven of, aan het einde van het bakproces, bij het benutten van de nawarmte. Bij alle andere ovenfuncties schakelt de ovenverlichting automatisch in.

Boven- en onderwarmte

De verwarmingselementen boven en onder in de oven geven gelijkmatig warmte af. Bakken van gebak of braden van vlees is maar op één niveau mogelijk.

Grill

Het grill-element dat bovenin de oven is bevestigd, straalt warmte uit. Grillen is vooral geschikt voor het braden van kleine stukken vlees zoals biefstukken, worstjes, schnitzels, karbonades enz.

Maxi grill

Het grill-element wordt gelijktijdig met het bovenste ovenelement ingeschakeld. Het grill-element straalt direct op het gerecht. Om het verwarmingsproces te optimaliseren wordt het bovenelement ook ingeschakeld. Deze verwarmingsmethode is ideaal voor het bereiden van kleine stukken vlees zoals steaks, biefstukken, worstjes en karbonades.

Hetelucht grill

Het grill-element en de ventilator werken tegelijkertijd. Deze verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor het grillen van vlees en het braden van grote stukken vlees of gevogelte op één niveau van de oven. Het is ook geschikt voor het gratineren. De hetelucht grill zorgt voor een knapperig korstje.

Pagina 15

Hetelucht en onderwarmte

Bij deze verwarmingsmethode werken het onderelement en de hetelucht ventilator tegelijkertijd. Deze methode is bijzonder geschikt voor het bakken van pizza's. Bij vochtig of zwaar gebak op 2 niveaus, zoals vruchtentaart of plaatkoekdeeg en kaassouffl és, geeft deze ovenfunctie het beste resultaat.

Hetelucht

De ventilator in de achterwand van de oven zorgt voor een voortdurende circulatie van hetelucht rond het te braden vlees of gebak. Deze ovenfunctie is met name geschikt voor het braden van vlees en gebak op meerdere niveaus.

Ontdooien

Bij deze ovenfunctie circuleert de lucht in de oven zonder dat de verwarmingselementen zijn ingeschakeld. Deze methode wordt gebruikt voor langzaam ontdooien van bevroren levensmiddelen.

Onderwarmte met ventilator

Bij deze ovenfunctie zijn de ventilator en het onderelement tegelijkertijd insgeschakeld. Deze methode is vooral bruikbaar voor het bakken van dun gebak.

Gebruik de 1e richel van onder af en niet te hoge bakvormen, zodat de warme lucht ook over de bovenkant van het gerecht kan circuleren.

Aqua Clean

Gebruik deze ovenfunctie voor het reinigen van de oven. Stel de temperatuurkeuzeknop in op 50 °C. Giet 0,6 l water in het bakblik en plaats het op de onderste richel. Na een half uur worden de voedselresten op het email van de oven zacht en kunt u ze met een vochtige doek afvegen.

De richtlijnen voor het voorverwarmen, de niveaukeuze en de bak/braadtijd vindt u in de tabel voor de ovenfunctie met het boven- en onderwarmte. Stel de thermostaatknop in op de gewenste temperatuur. De oven is voorverwarmd, wanneer het rode lampje uitgaat.

15

Pagina 16

Snel voorverwarmen

Gebruik deze functie als u de oven snel wilt voorverwarmen. Deze functie is niet geschikt voor het bereiden van voedsel.

Bakniveaus

Uittrekbare telescopische geleiders

Waarschuwing: de uittrekbare telescopische geleiders en andere delen van het toebehoren worden warm! Gebruik daarom altijd ovenwanten!

Pagina 17

Easy Clean inzetstuk

Het Easy Clean inzetstuk voorkomt afzetting van vetspatten op de zijkanten in de oven.

Het Easy Clean inzetstuk is als volgt te installeren:

Gebruik bij het installeren van de uittrekbare telescopische geleiders en het Easy Clean inzetstuk de vier bijgeleverde klemmetjes. Plaats deze in het laagste gaatje in de binnenwand van de oven. Plaats de geleiders in deze klemmetjes. De klemmetjes zijn bedoeld om de geleiders te beschermen.

Het ovenrooster is geschikt om er ovenschotels en bakvormen op te plaatsen. Uiteraard kunt u ook gerechten rechtsreeks plaatsen.

Bakblik voor het bakken van plaatgebak en koekjes en voor het opvangen van vet.

Oventoebehoren

Pagina 18

Vetfilter

Het vetfilter in de achterwand van de oven beschermt de ventilator en het hetelucht element tegen ongewenst vet. Plaats het vetfilter altijd in de oven wanneer u vlees braadt of grilt.

Verwijder het vetfilter altijd wanneer u gebak bakt! Het vetfilter kan bij het bakken slechte resultaten geven.

Het bereiden van gerechten

Bakken van gebak

,

Aanwijzingen

Het bakken van gebak met boven- en onderwarmte

Pagina 19

Raadgevingen voor het bakken van gebak

Bakken van gebak met hetelucht

Het bakken van gebak met hetelucht is bijzonder geschikt voor het bakken op meerdere niveaus, voor vochtig gebak en vruchtentaarten. U kunt ook lichte bakvormen gebruiken.

Is het gebak door en door gaar?

Prik met een houten stokje in het hoogste gedeelte. Wanneer er geen deeg op het stokje achterblijft, is het gebak gaar. U kunt de oven uitschakelen en de nawarmte benutten.

Het gebak is ingezakt

Controleer het recept. Gebruik minder vloeistof de volgende keer. Neem de tijd voor het mixen in acht, vooral bij het gebruik van keukenmachines.

Het gebak is te licht aan de onderkant

Gebruik de volgende keer een donkere bakvorm voor het bakken en plaats het gebak één richel lager of schakel tegen het einde van het bakken de onderverwarming aan.

Gebak met een vochtige vulling, bijvoorbeeld kwarktaart, is niet helemaal gaar.

Verlaag de volgende keer de temperatuur en verleng de baktijd.

Waarschuwingen bij de tabel voor het bakken van gebak:

Pagina 20

Tabel voor bakken van gebak met boven- en onderwarmte en de heteluchtoven

Soort gebakRichel (van onderaf)Temperatuur (in °C)Richel (van onderaf)Temperatuur (in °C)Baktijd (in min.)
Zoet gebak
Marmercake, tulband1160-1701150-16050-70
Rechthoekige cake1160-1701150-16055-70
Cake in springvorm1160-1702150-16045-60
Kwarkgebak in springvorm1170-1802150-16065-85
Vruchtentaart, zandtaartdeeg1180-1902160-17050-70
Vruchtentaart met garnering1170-1802160-17060-70
Biscuittaart*1170-1802150-16030-40
Taart met suikerglazuur2180-1902160-17025-35
Vruchtentaart, roerbeslag2170-1802150-16045-65
Kersencake2180-2002150-16030-50
Biscuitrollade*2180-1902160-17015-25
Gebak van roerbeslag2160-1702150-16025-35
Broodvlecht, krans2180-2002160-17035-50
Kerststol2170-1802150-16045-70
Appeltaart2180-2002170-18040-60
Donuts1170-1802150-16040-55
Hartig gebak
Quiche1190-2102170-18050-65
Pizza*2210-2302190-21025-45
Brood2190-2102170-18050-60
Broodjes*2200-2202180-19030-40
Klein gebak en koekjes
Koekjes van zandtaartdeeg*2160-1702150-16015-25
Spritskoekjes*2160-1702150-16015-28
Koekjes van gistdeeg2180-1902170-18020-35
Koekjes van bladerdeeg2190-2002170-18020-30
Soesjes2180-1902180-19025-45
Soufflés
Rijstsouffl é1190-2002180-19035-50
Kaassouffl é1190-2002180-19040-50
Diepvriesgebak
Appel- en kwarktaart2180-2002170-18050-70
Kwarktaart2180-1902160-17065-85
Pizza2200-2202170-18020-30
Ovenfrites*2200-2202170-18020-35
Ovenkroketten2200-2202170-18020-35

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

Let op: Het nummer in de kolom 'Richel' geeft de inschuifhoogte van het bakblik aan.

Pagina 21

Tabel voor het bakken van deegwaren met onderwarmte en heteluchtoven

Soort gebakRichel (van onderaf)Temperatuur (in °C)Baktijd (in min.)
Kwarktaart, kleine taarten2150-16065-80
Pizza*, gistdeeg2200-21015-20
Quiche Loraine, koekjes2180-20035-40
Appeltaart met suikerglazuur, koekjes van gistdeeg2150-16035-40
Vruchtentaart van roerbeslag2150-16045-55
Appeltaart, gevulde taarten2170-18045-65

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Braden van vlees

Raadgevingen in verband met het serviesgoed

Waarschuwingen voor het braden van vlees

21

Pagina 22

Tabel voor het braden met boven- en onderwarmte en de heteluchtoven

Soort vleesGewicht (in g)Richel (van onderaf)Temperatuur (°C)Richel (van onderaf)Temperatuur (°C)Braadtijd (in min.)
Rundvlees
Gebraden rundvlees10002200-2202180-190100-120
Gebraden rundvlees15002200-2202170-180120-150
Rosbief, rosé10002220-2302180-20030-50
Rosbief, doorbakken10002220-2302180-20040-60
Varkensvlees
Speklappen15002180-1902170-180140-160
Buikstuk15002190-2002170-180120-150
Buikstuk20002180-2002160-170150-180
Schouderstuk15002200-2102160-170120-140
Varkensrollade15002200-2102160-170120-140
Casselerrib15002180-2002160-170100-120
Gehakt15002210-2202170-18060-70
Kalfsvlees
Kalfsrollade15002180-2002170-19090-120
Kalfsschenkel17002180-2002170-180120-130
Lamsvlees
Lamsrug15002190-2002170-180100-120
Hamelbout15002190-2002170-180120-130
Wildbraad
Hazenrug15002190-2102180-190100-120
Reebout15002190-2102170-180100-120
Wild zwijnbout15002190-2102170-180100-120
Gevogelte
Hele kip12002200-2102180-19060-70
Slachtkuiken15002200-2102180-19070-90
Eend17002180-2002160-170120-150
Gans40002160-1702150-160180-200
Kalkoen50002150-1602140-150180-240
Vis
Hele vis10002200-2102170-18050-60
Vissouffl é15002180-2002150-17050-70

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Let op: Het nummer in de kolom 'Richel' geeft de inschuifhoogte van het bakblik aan.

Pagina 23

Grillen en gratineren

Tips voor het grillen

Pagina 24

Tabel voor de maxi grill

Soort gerechtGewicht (g)Richel (van onderaf)Temperatuur (°C)Temperatuur (°C)Grilleertijd (in min.)
Vlees en worstjes
4 Runderfi letschnitzels, rood180 g/stuk4240-14-16
4 Runderfi letschnitzels, rosé“4240-16-20
4 Runderfi letschnitzels, doorbakken“4240-18-21
4 Varkensschnitzels - nekstuk“4240-19-23
4 Karbonades“4240-20-24
4 Kalfsschnitzels“4240-19-22
6 Lamskarbonades100 g/stuk4240-15-19
8 Grillworstjes100 g/stuk4240-11-14
3 Stukken leverkaas200 g/stuk4240-9-15
Halve haan600 g2-180-19025 (1e kant) 20 (2e kant)
Vis
Zalmmoten6003240-19-22
4 Forellen200 g/stuk2-170-18045-50
Toast
6 Witte boterhammen/4240-1,5-3
4 Bruine boterhammen/4240-2-3
Belegde broodjes/4240-3,5-7
Vlees/gevogelte
Eend20002210150-17080-100
Kip15002210-220160-17060-85
Gebraden varkensvlees15002-150-16090-120
Varkensschouder15002-150-160120-160
Varkensschenkel10002-150-160120-140
Rosbief/biefstuk15002-170-18040-80
Groente
Bloemkool, boerenkool7502-210-23015-25
Asperges7502-210-23015-25

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

Let op: Het nummer in de kolom 'Richel' geeft de inschuifhoogte van het rooster aan.

Wanneer u vlees braad in een braadslede, zorg er dan voor dat er genoeg water in de braadslede aanwezig is. Dit is om aanbranden te voorkomen. Keer het vlees halverwege het braadproces om.

Plaats een bakblik in de eerste of tweede richel bij het grillen van vlees op het rooster. Deze zal het afdruipend vet opvangen zodat dit niet op de bodem van de oven komt en daar kan inbranden.

Pagina 25

Tabel voor de grill

Soort gerechtGewicht (in g)Richel (van onderaf)Temperatuur (°C)Temperatuur (°C)Grilleertijd (in min.)
Vlees en worstjes
2 Runderfi letschnitzels, doorbakken180 g/stuk4240-180-21
2 Karbonades4240-20-22
2 Varkensschnitzels - nekstuk180 g/stuk424018-22
4 Grillworstjes100 g/stuk4240-11-14
4 Getoaste broodjes4240-5-7
Toast – gebruind42403-4
3 Forellen200 g/stuk2-160-17040-50
Haantje1500 g2-160-17060-80
Varkensschouder1500 g2-150-160120-160

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Defrosting Ontdooien

Pagina 26

Reiniging en onderhoud

U mag het fornuis niet reinigen met een stoom- of hogedrukstoomreiniger. Voor het reinigen het fornuis altijd uitschakelen en af laten koelen.

Voorzijde van het fornuis

Voor het schoonmaken en het onderhoud van de voorkant van het fornuis gebruikt u een huishoud reinigingsmiddel, waarbij u de aanwijzingen van de fabrikant in acht neemt. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen, scherpe voorwerpen of sponsjes met een schuurlaag. Deze kunnen krassen veroorzaken.

Aluminium oppervlakten

Voor het reinigen van aluminium delen gebruikt u een reinigingsmiddel dat bedoeld is voor aluminium. Doe het reinigingsmiddel op een doek, verwijder het vuil en spoel af met water. Breng het reinigingsmiddel niet rechtstreeks op de oppervlakten aan. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen, scherpe voorwerpen of sponsjes met een schuurlaag. Deze kunnen krassen veroorzaken. De aluminium delen mogen niet rechtstreeks in contact komen met reinigingssprays voor ovens.

Roestvrijstalen voorkant van het fornuis (FG6011E)

Reinig de oppervlakte alleen met een zacht reinigingmiddel (sopje) en een zacht sponsje dat geen krassen kan veroorzaken. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen, die een oplosmiddel bevatten. Door het niet opvolgen van de aanwijzingen kan de buitenkant van het fornuis beschadigen.

Gelakte oppervlakten en kunststofdelen

Reinig de knoppen en de handgreep van de ovendeur met een zachte doek en een vloeibaar reinigingsmiddel voor gelakte oppervlakten.

LET OP: De hierboven genoemde oppervlakten mogen nooit in contact komen met reinigingssprays voor ovens. Deze sprays kunnen het oppervlak aantasten.

← begin van de handleidingverder op pagina 27 →Inhoud