ATAG FG9011EA, tekst van de handleiding
Pagina's 3–22 van 64 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 23 →
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
INHOUD
Uw fornuis
Inleiding
Beschrijving
Bedieningspaneel
Vóór het eerste gebruik
Gebruik van de oven Bak- en braadtips Gebruik van de gaskookplaat Gebruik van de teppan yaki
Bediening van de oven
Instellen van de klok Handbediening van de grote oven Ovenfuncties grote oven Bediening van de kleine oven Ovenfuncties kleine oven Bediening van de oven met klok Tussentijds uitschakelen van de oven Het geluidssignaal instellen Kookwekker
Bediening gaskookplaat
Ontsteken en instellen
Bediening teppan yaki
Inschakelen en uitschakelen
Comfortabel koken
De kookplaat optimaal gebruiken Wokbrander
Onderhoud
Storingen
Installatie
Milieuaspecten
Pagina 4
UW FORNUIS
Inleiding
U heeft gekozen voor een fornuis van ATAG. Optimaal gebruikscomfort en een eenvoudige bediening stonden voorop bij de ontwikkeling van dit product. De uitgebreide instelmogelijkheden maken het mogelijk exact dìe bereidingswijze te kiezen die u voor ogen staat.
De gaskookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. De verschillen in brandercapaciteit zorgen ervoor dat u ieder gerecht kunt bereiden. Dankzij de geïntegreerde vonkontsteking ontsteekt én bedient u de branders met één hand. Tevens is de gaskookplaat voorzien van een vlambeveiliging die ervoor zorgt dat de gastoevoer gesloten wordt als de vlam tijdens het kookproces dooft.
De ovenfuncties zijn in een logische volgorde op de functieknop ondergebracht. Daarnaast heeft de oven een schakelklok. Deze schakelt de oven automatisch uit als de bereidingstijd verstreken is. Doelmatig en zonder poespas.
De teppan yaki biedt u de mogelijkheid in korte tijd lekkere lichte maaltijden te bereiden. De kleingesneden ingrediënten worden onder voortdurend roeren in zeer weinig olie gebakken. Alles blijft fris, smaakvol en de vitamines blijven behouden. Precies zoals in de moderne keuken past. Met de teppan yaki zult u merken dat gezond en lekker heel goed samen gaan.
In deze handleiding staat beschreven op welke manier u het fornuis zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die u van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product.
Lees eerst de gebruiksaanwijzing geheel en aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging.
De handleiding dient bovendien als referentie voor de servicedienst. Het gegevensplaatje bevat alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
Veel kookplezier!
Pagina 5
UW FORNUIS
Beschrijving
FG1211DA
FG1011DA/FG1070DA 6 1 2 11 6 12
12
FG9011EA/FG9070EA 1 2 11 6
- 1. Normaalbrander linksachter
- 2. Wokbrander linksvoor
- 3. Wokbrander midden
- 4. Teppan yaki achter
- 5. Teppan yaki voor
- 6. Sterkbrander rechtsachter
- 7. Sudderbrander rechtsvoor
- 8. Stelvoeten
- 9. Bedieningspaneel
- 10. Oven
- 11. Wokbrander middenachter
- 12. Normaalbrander middenvoor
Pagina 6
UW FORNUIS
Bedieningspaneel
FG1211DA
FG1011DA/FG1070DA
FG9011EA/FG9070EA
- 1. Bedieningsknop brander linksvoor
- 2. Bedieningsknop brander linksachter
- 3. Bedieningsknop duo-wokbrander binnenste ring
- 4. Bedieningsknop duo-wokbrander buitenste ring
- 5. Bedieningsknop brander rechtsvoor
- 6. Bedieningsknop brander rechtsachter
- 7. Bedieningsknop teppan yaki voorste deel 9a 9b 9c 9d 9e 9f
- 8. Bedieningsknop teppan yaki achterste deel
- 9. Display oven met toetsen 9a. Toets kookwekker 9b. Toets tijdsduur 10. Functieknop oven 9c. Toets eindtijd 11. Thermostaatknop oven 9d. Toets handmatig 12. Functieknop kleine oven 9e. - toets 13. Bedieningsknop brander middenvoor 9f. + toets 14. Bedieningsknop brander middenachter
Pagina 7
VÓÓR HET EERSTE GEBRUIK
Gebruik van de oven
- Verwijder alle delen van het toebehoren uit de oven en reinig ze met een warm sopje. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen.
- Schakel de oven één uur lang in op de hoogste temperatuur met boven- en onderwarmte. Tijdens de fabricage gebruikte beschermingsvetten worden dan verwijderd.
- Als de oven voor de eerste maal sterk verhit wordt, zult u een ‘nieuwigheidsluchtje’ ruiken. Dit is normaal. Schakel eventueel de wasemkap in.
- Na het afkoelen de oven met warm water reinigen.
- Verwarm de oven alleen voor als dit in het recept of in de tabellen van deze gebruiksaanwijzing is vermeld.
Bak- en braadtips
Energiebewust ovengebruik
- Open de ovendeur zo weinig mogelijk.
- Bereid gerechten met ongeveer dezelfde bereidingstemperatuur (bijvoorbeeld appeltaart en een ovenschotel) tegelijk op hetzelfde rooster of met een hete lucht functie boven elkaar. Vlees laten meestoven kan ook.
- Bereid meer gerechten na elkaar, bijvoorbeeld een ovenmaaltijd na een cake. Vaak kan de bereidingstijd van het tweede gerecht dan 10 minuten korter zijn omdat de oven nog veel warmte in zich heeft.
- Dankzij de ovenisolatie kunnen gerechten met een langere bereidingstijd (vanaf 1 uur) nagaren op de restwarmte van de oven. Schakel de oven 10 minuten eerder uit dan aangegeven staat, maar laat de deur dicht.
- Voorverwarmen is in het algemeen niet nodig, met uitzondering van gerechten waarvan de bereidingstijd korter dan 30 minuten is of wanneer een recept dit aangeeft.
- Haal alles wat u niet nodig heeft voor de bereiding uit de oven.
- Schakel de oven uit voordat u het gare gerecht eruit haalt.
Ovenservies
- In principe kunt u elk soort hittebestendig servies gebruiken.
- Spoel glazen servies niet direct na gebruik af onder koud water. Door het plotselinge temperatuurverschil kan het glas barsten.
- Gebruik donkere of zwarte bakvormen. Deze geleiden de warmte beter en laten het gerecht gelijkmatiger garen.
Pagina 8
VÓÓR HET EERSTE GEBRUIK
Bodem niet afdekken
- Het afdekken van de ovenbodem met bijvoorbeeld aluminiumfolie of een bakplaat kan tot oververhitting en beschadiging van het email leiden.
- Vervuiling van de ovenbodem door het lekken uit een springvorm wordt voorkomen door van aluminiumfolie een bakje te vouwen en dat onder de vorm op het rooster te zetten of door bakpapier onder de vorm te leggen.
Tijdinstelling
- Kies een 5 minuten kortere bereidingstijd dan in het recept staat aangegeven. Daardoor kunt u in de laatste fase controleren of het gerecht of gebak gaar en goed van kleur is. Zo niet, sluit dan de ovendeur en controleer na enige tijd opnieuw. Het openen en sluiten van de deur moet langzaam gebeuren. Bij voorkeur niet voordat driekwart van de bereidingstijd is verstreken.
Warm houden
- U kunt de oven gebruiken voor het warm houden van reeds bereide gerechten. Kies hiervoor de hete lucht functie en een temperatuur van 75 °C. Dek gerechten die u warm wilt houden af om uitdrogen te voorkomen.
Vlees braden
- Het meest geschikt is ‘groot vlees’ vanaf 1 kg. Het vlees krijgt een regelmatig gevormde, krokante korst, waarbij vrijwel geen gewichtsverlies optreedt.
- Wrijf het vlees een kwartier van tevoren in met zout en kruiden. Gebruik voor het braden 80 tot 100 g boter of vet (of een mengsel hiervan) per 500 g vlees.
Braadtijden
- Platte, dunne stukken hebben gemiddeld 5 minuten minder braadtijd nodig dan dikke of opgerolde stukken vlees. Bij gebruik van grotere stukken vlees moet per 500 gram meer een 15 tot 20 minuten langere braadtijd worden aangehouden.
Pagina 9
VÓÓR HET EERSTE GEBRUIK
- Leg het vlees in een braadslede en overgiet het met hete boter en/ of vet. Als het vlees een vette kant heeft, dan legt u deze tijdens het braden boven. Vlees zonder vette kant om de 15 minuten bedruipen. Vlees met vette kant om de 30 minuten bedruipen.
- Voeg, als de jus te donker wordt, tijdens het braden nu en dan enkele lepels water toe.
- Laat het vlees na de bereiding 10 minuten rusten, afgedekt met aluminiumfolie, voordat u het aansnijdt.
Gebruik van de gaskookplaat
- Controleer regelmatig of de branderdoppen en branderringen juist op de branderkelken liggen; onjuiste positionering kan slechte ontsteking, ongunstige verbranding of beschadiging van de doppen tot gevolg hebben.
- De pandrager wordt door de kookbrander zeer sterk verhit, waardoor na verloop van tijd het email op de dragerpunt kan inbranden. Dit is niet te voorkomen en valt dan ook niet onder de garantie.
Gebruik van de teppan yaki
De teppan yaki wordt bediend met behulp van twee bedieningsknoppen. Met de bedieningsknoppen kunt u per zone (voor en achter) de temperatuur regelen.
Verwarm de teppan yaki vóór tot de gewenste temperatuur bereikt is. Smeer de grillplaat dun in met (plantaardige) olie voordat u het eerste gerecht gaat bakken. Daarna is het toevoegen van olie niet meer nodig. De grillplaat is in het midden warmer dan aan de zijkanten. De zijkanten kunnen daarom heel goed gebruikt worden voor het warmhouden of doorgaren.
De combinatie van twee zones met apart instelbare temperaturen is kenmerkend voor de teppan yaki bereidingswijze. U kunt hierbij de ingrediënten op de hete zone aanbraden, roerbakken en daarna verschuiven naar de warme zone. Op de warme zone kunnen de gerechten verder smoren en zacht doorgaren met of zonder toevoeging van kruiden en sauzen.
Pagina 10
BEDIENING VAN DE OVEN
Instellen van de klok
Als u het toestel voor de eerste keer aansluit, knipperen ‘auto’ en ‘0 00’ in de display. De juiste dagtijd moet nog worden ingesteld.
- 1. Druk op de toets ‘handmatig’.
‘0 00’ stopt met knipperen en het kooksymbool verschijnt.
- 2. Druk binnen 5 seconden op de + toets of - toets om de tijd in te stellen.
De dagtijd is vastgelegd en het toestel is ingesteld op handbediening (voor de grote oven).
▷ Elke druk op de toets verhoogt/verlaagt de tijd met een minuut. ▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
Handbediening van de grote oven
- 1. Selecteer een temperatuur met de thermostaatknop en een ovenfunctie met de functieknop.
Het rode programmalampje en het oranje lampje van de temperatuur gaan branden; de oven is ingeschakeld.
▷ Zie de volgende tabel voor meer informatie over de verschillende ovenfuncties die u kunt kiezen.
- 2. Zet de thermostaatknop en de functieknop na afloop van de bereidingstijd op ‘0’ om de oven uit te schakelen.
Ovenfuncties grote oven
| Ovenverlichting | ||
|---|---|---|
| De | ovenverlichting gaat branden. | |
| Boven- en onderwarmte (conventioneel) | ||
| Een boven- en onderelement verwarmen het gerecht, geschikt voor de bereiding van één gerecht. Deze functie wordt gebruikt voor luchtig gebak en taarten, waarbij de warmtetoevoer van boven en onder gelijk moet zijn om een luchtig resultaat te krijgen. Het gerecht bij voorkeur in een voorverwarmde oven plaatsen, d.w.z. als het indicatielampje naast de thermostaatknop uitgegaan is. | ||
| Bovenwarmte | ||
| Deze functie is geschikt voor het kortstondig extra doorbakken van soufflé’s, schuimgebak etc. Aan het einde van het bakproces draait u de functieknop op bovenwarmte. | ||
Pagina 11
| BEDIENING VAN DE OVEN | |||||||||
| Onderwarmte | |||||||||
| Deze functie wordt aanbevolen voor gerechten waarbij de bodem goed gaar moet worden. De bodems van gerechten worden goed doorbakken.Vóór het einde van het bakproces (met nog een kwart van de baktijd te gaan) draait u de functieknop op onderwarmte. Stel de temperatuurknop in op de maximale stand. Het gerecht wordt dan voornamelijk door het onderelement verwarmd, | |||||||||
| maar kleurt wel door aan de bovenzijde. | |||||||||
| Grill | |||||||||
| Het bovenelement verhit het gerecht. Deze functie is geschikt voor het grillen van biefstuk, worstjes en tosties. De ventilator verspreidt de warmte van het grillelement door de | oven. | ||||||||
| Hierdoor worden de gerechten gelijkmatig gaar. Ideaal voor grotere grillgerechten | zoals | gevogelte | |||||||
| en grotere stukken vlees. Zet een | ovenschaal onder het gerecht om afdruipend | vet | op te vangen. | ||||||
| Ventilator met grill | |||||||||
| U kunt grillen met ingeschakelde ventilator. De stralingswarmte wordt door | de ventilator | rondom | |||||||
| het gerecht geblazen. | |||||||||
| Conventioneel met | ventilator | ||||||||
| Het boven- en onderelement zijn ingeschakeld. De ventilator door de ovenruimte. Deze functie is geschikt voor het braden taarten. Met deze functie kunt u ook voedsel ontdooien. Zet | verspreidt van vlees hiervoor de | de warmte gelijkmatig en het bakken van thermostaatknop op ‘0’. | |||||||
| Hetelucht | |||||||||
| De lucht in de oven wordt verwarmd door het heteluchtelement. blaast hete lucht in de oven. Hiermee worden de tegelijk bakken, waardoor u energie kunt besparen. een ca. 20 - 30 °C lagere temperatuur kiezen dan | gerechten verwarmd. Door de bij conventionele | De ventilator in de achterwand U kunt op meer niveaus intensieve warmte overdracht kunt u recepten staat aangegeven. | |||||||
| Ontdooien | |||||||||
| Deze temperatuur | functie wordt gebruikt voor langzaam ontdooien in te stellen. De ventilator gaat draaien | van levensmiddelen. U hoeft geen en de lucht circuleert in de oven. | |||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Bediening van de kleine oven (FG1011/FG1070/FG1211) Bij deze oven stelt u alles met 1 knop in. De meest geschikte temperatuur is bij de verschillende functies automatisch ingesteld. Stelt u zelf een temperatuur in, dan zullen het boven- en onderelement worden ingeschakeld. De display met elektronische schakelklok heeft geen invloed op de werking van de kleine oven.
- 1. Selecteer een temperatuur of een functie met de functieknop. Het oranje indicatielampje van de kleine oven gaat branden; de oven is ingeschakeld.
▷ Zie de volgende tabel voor meer informatie over de verschillende ovenfuncties die u kunt kiezen.
- 2. Zet de thermostaatknop en de functieknop na afloop van de bereidingstijd op ‘0’ om de oven uit te schakelen.
Pagina 12
BEDIENING VAN DE OVEN
Ovenfuncties kleine oven
| Ovenverlichting De ovenverlichting gaat branden. | ||
| 60 - | Boven- en onderwarmte (conventioneel) | |
| 265 °C | Een boven- en onderelement verwarmen het gerecht, geschikt voor de bereiding van één gerecht. Deze functie wordt gebruikt voor luchtig gebak en taarten, waarbij de warmtetoevoer van boven en onder gelijk moet zijn om een luchtig resultaat te krijgen. Het gerecht bij voorkeur in een voorverwarmde oven plaatsen, d.w.z. als het indicatielampje naast de thermostaatknop uitgegaan is. | |
| Onderwarmte | ||
| Deze functie wordt aanbevolen voor gerechten waarbij de bodem goed gaar moet bodems van gerechten worden goed doorbakken.Vóór het einde van het bakproces | worden. De (met nog een | |
| kwart van de baktijd te gaan) draait u de functieknop op onderwarmte. Stel de temperatuurknop in op de maximale stand. Het gerecht wordt dan voornamelijk door het onderelement verwarmd, | ||
| maar kleurt wel door aan de bovenzijde. | ||
| Bovenwarmte | ||
| Deze functie is geschikt voor het kortstondig extra doorbakken van soufflé’s, schuimgebak etc. Aan het einde van het bakproces draait u de functieknop op bovenwarmte. | ||
| Grill | ||
| Het bovenelement verhit het gerecht. Deze functie is geschikt voor het grillen van biefstuk, worstjes en tosties. De ventilator verspreidt de warmte van het grillelement door de oven. Hierdoor worden de gerechten gelijkmatig gaar. Ideaal voor grotere grillgerechten zoals gevogelte | ||
| en grotere stukken vlees. Zet een ovenschaal onder het gerecht om afdruipend vet op te vangen. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
Bediening van de oven met klok (niet voor de kleine oven) De elektronische schakelklok kunt u op twee manieren gebruiken:
- U kunt de tijdsduur van het bakken/braden/grillen bepalen. De oven schakelt uit zodra de ingestelde tijd is verstreken. Is de tijd verstreken, dan klinkt er een geluidssignaal.
- Tevens kunt u zowel een tijdsduur als ook een eindtijd ingeven (een automatisch bakproces). De oven start automatisch en eindigt automatisch. Als het automatische bakproces is afgelopen, klinkt er een geluidssignaal.
De duur van de baktijd programmeren
- 1. Druk op de toets ‘tijdsduur’.
In de display verschijnt ‘0 00’.
- 2. Druk binnen 5 seconden op de + toets of - toets om de tijdsduur in te stellen.
▷ Bij de eerste druk op de + of - toets verschijnt ‘auto’ in de display.
▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
Pagina 13
BEDIENING VAN DE OVEN
▷ Wanneer de toets ‘tijdsduur’ wordt losgelaten, begint het aftellen van de geprogrammeerde baktijd en verschijnt de huidige tijd weer in de display.
- 3. Selecteer een temperatuur met de thermostaatknop en een ovenfunctie met de functieknop.
Het rode programmalampje en het oranje lampje van de temperatuur gaan branden; de oven is ingeschakeld.
- 4. Zodra de ingestelde baktijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal en de oven schakelt automatisch uit.
- 5. Schakel het geluidssignaal uit door op de toets ‘handmatig’ te drukken.
- 6. Zet de thermostaatknop en de functieknop na afloop van de bereidingstijd op ‘0’ om ook de indicatielampjes van de oven uit te schakelen.
▷ U kunt op elk gewenst moment de resterende baktijd in de display zien door op de toets ‘tijdsduur’ te drukken.
▷ Wilt u de tijdsduur aanpassen, dan drukt u op de toets ‘tijdsduur’ en meteen daarna op de + toets of - toets om de tijd aan te passen.
Programmering van het automatische bakproces
U kunt de oven automatisch laten in- en uitschakelen door een tijdsduur en een eindtijd in te stellen. De oven berekent zelf de starttijd, en schakelt na het verstrijken van de bereidingstijd automatisch uit.
- 1. Druk op de toets ‘tijdsduur’.
In de display verschijnt ‘0 00’.
- 2. Druk binnen 5 seconden op de + toets of - toets om de tijdsduur in te stellen.
▷ Bij de eerste druk op de + of - toets verschijnt ‘auto’ in de display.
▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
- 3. Druk op de toets ‘eindtijd’.
In de display verschijnt de huidige tijd vermeerderd met de ingestelde tijdsduur.
- 4. Druk binnen 5 seconden op de + toets of - toets om de eindtijd in te stellen.
▷ Bij de eerste druk op de + of - toets verdwijnt het kooksymbool in de display.
Pagina 14
BEDIENING VAN DE OVEN
▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
▷ Wanneer de toets ‘eindtijd’ wordt losgelaten, begint het aftellen van de geprogrammeerde tijd en verschijnt de huidige tijd weer in de display.
- 5. Selecteer een temperatuur met de thermostaatknop en een ovenfunctie met de functieknop.
Het rode programmalampje en het oranje lampje van de temperatuur gaan branden zodra de berekende begintijd is bereikt; de oven wordt ingeschakeld.
- 6. Zodra de ingestelde baktijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal en de oven schakelt automatisch uit.
- 7. Schakel het geluidssignaal uit door op de toets ‘handmatig’ te drukken.
- 8. Zet de thermostaatknop en de functieknop na afloop van de bereidingstijd op ‘0’ om ook de indicatielampjes van de oven uit te schakelen.
▷ U kunt op elk gewenst moment de resterende baktijd in de display zien door op de toets ‘tijdsduur’ te drukken.
▷ U kunt op elk gewenst moment de eindtijd in de display zien door op de toets ‘eindtijd’ te drukken.
▷ Wilt u de tijdsduur aanpassen, dan drukt u op de toets ‘tijdsduur’ en meteen daarna op de + toets of - toets om de tijd aan te passen.
- Voorbeeld:
Huidige tijd: 17.30, ingestelde duur van het bakproces: 1 uur en 15 minuten, ingestelde eindtijd van het bakproces: 19.45 uur. De oven start om 18.30 uur met het bakproces op de vooringestelde temperatuur en functie en zal om 19.45 uur stoppen.
Tussentijds uitschakelen van de oven
- 1. Druk op de toets ‘tijdsduur’.
- 2. Druk op de - toets totdat de tijd in de display op 0.00 staat. Er klinkt een geluidssignaal.
- 3. Schakel het geluidssignaal uit door op de toets ‘handmatig’ te drukken.
Pagina 15
BEDIENING VAN DE OVEN
Het geluidssignaal instellen
Als u geen ovenfunctie hebt ingesteld, kunt u met de - toets het geluidssignaal aanpassen. Er zijn drie verschillende signalen.
- 1. Druk twee keer op de - toets.
U hoort een geluidssignaal.
- 2. Druk meteen daarna een derde keer op de - toets.
U hoort een ander geluidssignaal.
- 3. Druk meteen daarna een vierde keer op de - toets.
U hoort weer een ander geluidssignaal.
- 4. Maak een keuze uit deze drie signalen door (meerdere keren) op de - toets te drukken.
Kookwekker
De kookwekker geeft alleen een signaal na het verstrijken van de ingestelde tijd. De kookwekker schakelt de oven niet uit.
- 1. Druk op de toets ‘kookwekker’.
In de display verschijnt ‘0 00’.
- 2. Druk nogmaals op de toets ‘kookwekker’ en houd deze ingedrukt.
- 3. Stel met de + toets en de - toets de gewenste tijd in.
▷ Bij de eerste druk op de + of - toets verschijnt het kookwekkersymbool in de display.
▷ U kunt de + of - toets ingedrukt houden om sneller de gewenste tijd in te stellen.
▷ Wanneer de toets ‘kookwekker’ wordt losgelaten, begint het aftellen van de tijd en verschijnt de huidige tijd weer in de display.
- 4. Zodra de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal en verdwijnt het kookwekkersymbool.
- 5. Schakel het geluidssignaal uit door op de toets ‘handmatig’ te drukken.
▷ U kunt op elk gewenst moment de resterende tijd in de display zien door op de toets ‘kookwekker’ te drukken.
▷ Wilt u de tijd aanpassen, dan drukt u op de toets ‘kookwekker’ en meteen daarna op de + toets of - toets om de tijd aan te passen.
Pagina 16
BEDIENING GASKOOKPLAAT
Ontsteken en instellen
Een symbool bij de bedieningsknop geeft aan welke brander wordt bediend. Elke brander kan traploos worden geregeld tussen vol- en
| 0-stand Volstand Kleinstand | kleinstand. Aansteken met vonkontsteking Druk de bedieningsknop in en draai deze linksom naar de volstand. De brander ontsteekt. ▷ De bedieningsknop moet ongeveer 10 seconden ingedrukt gehouden worden in verband met de vlambeveiliging. |
| Zone-aanduiding | Vlambeveiliging Uw gaskookplaat is uitgerust met vlambeveiliging. Deze zorgt ervoor dat de gastoevoer gesloten wordt als de vlam tijdens het kookproces dooft. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Ontsteekt de brander niet, controleer dan of:
- de branderdop goed op de brander ligt;
- de brander/bougie schoon en droog is.
Wokbrander (FG1211DA)
De FG1211DA heeft twee bedieningsknoppen voor de middelste wokbrander. U kunt hiermee de vlammen van de binnenring en buitenring apart bedienen.
| 0-stand Volstand | |
| Kleinstand | |
| NL | Binnenring Buitenring 16 |
Pagina 17
BEDIENING TEPPAN YAKI
Inschakelen en uitschakelen
- 1. Selecteer een stand met de bedieningsknop.
| 1 - 4 | Warmhouden op de plaat |
|---|---|
| 5 - 7 | Zachtjes bakken |
| 8 - 9 | Grillen |
| 10 - 11 | Grillen van dik vlees |
| 11 | Voor een snelle opwarming en voor reiniging |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Het rode controlelampje gaat branden en de teppan yaki schakelt in.
- 2. Leg het voedsel dat u wilt bereiden op de bakplaat.
- 3. Draai na afloop de bedieningsknop weer op ‘0’.
▷ Let op: denkt u er bij het uitschakelen van de teppan yaki aan, dat het nog enige tijd duurt voordat deze is afgekoeld.
Temperatuurbeveiling
Als de teppan yaki is ingeschakeld controleert een sensor ononderbroken de temperatuur van de onderdelen van de bakplaat. Bij een te hoge temperatuur wordt het vermogen automatisch verlaagd.
Lekgoot
De lekgoot aan de voorkant is speciaal bedoeld om bakresten, vocht en overtollige olie of vet eenvoudig af te voeren. Grotere bakresten kunnen tijdens het gebruik in de lekgoot worden geschoven.
De bakplaat is uitneembaar, zodat de bakresten na het bakken in de vuilnisbak gedaan kunnen worden.
Pagina 18
COMFORTABEL KOKEN
De kookplaat optimaal gebruiken
Zorg er altijd voor dat de vlammen onder de pan blijven. Als vlammen om de pan heen spelen gaat veel energie verloren. Bovendien kunnen de handgrepen dan te heet worden. Gebruik geen pannen met een kleinere bodemdiameter dan 12 cm. Deze staan niet stabiel.
Fout
Goed
- (Roer)bakken, doorkoken van grote hoeveelheden en frituren kunt u het beste op de sterk- of wokbrander.
- Gebruik de sudderbrander voor het bereiden van sauzen, sudderen en doorkoken van gerechten. Op de volstand is deze brander groot genoeg voor het doorkoken.
- Kook met het deksel op de pan. U bespaart dan tot 50% energie.
- Gebruik pannen met een vlakke, schone en droge bodem. Pannen met een vlakke bodem staan stabiel en pannen met een schone bodem dragen de warmte beter over op het gerecht.
Wokbrander
Met de wokbrander kunt u gerechten op een zeer hoge temperatuur bereiden. Het is hierbij van belang dat u:
- van te voren de ingrediënten in reepjes, plakjes of stukjes snijdt.
- bij het roerbakken olie van goede kwaliteit gebruikt, zoals olijf-, maïs-, zonnebloem- of arachideolie. Een klein beetje is al genoeg. Boter en margarine verbranden door de grote hitte.
- de gerechten met de langste bereidingstijd het eerst in de pan doet, zodat aan het eind van de bereidingstijd alle ingrediënten tegelijk (beet)gaar zijn.
Pagina 19
ONDERHOUD
Let op
Algemeen
Maak het toestel spanningsloos voordat met reparatie of schoonmaken wordt gestart. Bij voorkeur door de stekker uit het stopcontact te halen of de schakelaar in de meterkast op nul te zetten. Draai de gaskraan in de toevoerleiding dicht.
Gebruik geen stoomreiniger of hogedruk-stoomreiniger om het toestel te reinigen.
Voorzijde van toestel
Reinig het oppervlak met een vloeibaar, niet-schurend schoonmaakmiddel voor gladde oppervlakken en een zachte doek. Breng het schoonmaakmiddel aan op de doek en veeg het vuil weg; spoel daarna met water. Breng het schoonmaakmiddel niet rechtstreeks op het oppervlak aan. Gebruik geen agressieve of schurende reinigingsmiddelen, scherpe voorwerpen of staalwol, want hierdoor ontstaan er krassen op het toestel.
Aluminium oppervlakken
Aluminium oppervlakken moeten worden gereinigd met niet-schurende, vloeibare schoonmaakmiddelen die voor dergelijke materialen bedoeld zijn. Breng het schoonmaakmiddel aan op een vochtige doek en reinig het oppervlak; spoel het oppervlak vervolgens met water. Breng het reinigingsmiddel niet rechtstreeks op het aluminium oppervlak aan. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of schuursponsjes. Het oppervlak mag niet in contact komen met ovensprays.
Roestvrijstalen frontpanelen
Reinig het oppervlak met een zacht reinigingsmiddel (zeepsop) en een zacht sponsje dat het materiaal niet krast. Gebruik geen schurende of op oplosmiddelen gebaseerde reinigingsmiddelen. Als u deze instructies niet opvolgt, kan de behuizing beschadigd raken.
Gelakte en kunststof oppervlakken
Reinig de knoppen / toetsen en de deurhandgreep met een zachte doek en vloeibare schoonmaakmiddelen die geschikt zijn om gladde,
Pagina 20
ONDERHOUD
gelakte oppervlakken te reinigen. U kunt ook reinigingsmiddelen gebruiken die speciaal voor dit soort oppervlakken werden ontwikkeld. In dit geval volgt u de instructies van de fabrikant.
Geëmailleerde delen
De binnenkant van de ovendeur, de gehele binnenoven alsook de bak- en braadplaat zijn geheel geëmailleerd. U kunt ze het beste reinigen met een warm sopje.
Glas
Reinig onderdelen van glas met een sopje of met Glassex.
Reinigen van de oven
- De binnenkant van de oven kan op de klassieke manier worden gereinigd (met schoonmaakmiddelen, ovenspray), maar alleen wanneer de oven zeer vuil is en wanneer de vlekken zeer hardnekkig zijn.
- Om de oven regelmatig te reinigen (na elk gebruik), wordt de volgende procedure aanbevolen:
▷ Gebruik de ovenfunctie ‘onder- en bovenwarmte’. Stel de thermostaatknop in op 50 °C.
▷ Giet 0,6 l water in het bakblik en plaats het op de onderste richel. Na een half uur worden de voedselresten op het email van de oven zacht en kunt u ze met een vochtige doek afvegen.
Voor hardnekkige vlekken dient u rekening te houden met het volgende:
De oven moet afgekoeld zijn voor u hem reinigt.
- Reinig de oven en de accessoires na elk gebruik, om te voorkomen dat het vuil inbrandt in de oven.
- De eenvoudigste manier om vet te verwijderen, is met behulp van warm zeepsop terwijl de oven nog warm is.
- Bij zeer hardnekkig vuil gebruikt u de klassieke ovenreinigingsmiddelen. Spoel de oven daarna grondig met schoon water om alle resten van het reinigingsmiddel te verwijderen.
- Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals staalwol, schuursponsjes, vlekverwijderaars enz.
Pagina 21
ONDERHOUD
- Gelakte, roestvrijstalen en verzinkte oppervlakken en aluminium onderdelen mogen nooit in contact komen met ovensprays, want daardoor raken ze beschadigd en verkleuren ze. Hetzelfde geldt voor de thermostaatsensor (als het toestel uitgerust is met een timer met een sensor) en voor de verwarmingselementen die aan de bovenzijde toegankelijk zijn.
- Wanneer u schoonmaakmiddelen aankoopt en gebruikt, dient u rekening te houden met het milieu en met de instructies van de fabrikant van het reinigingsmiddel.
Let op: gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of scherpe metalen schrapers om het glas van de ovendeur te reinigen. Deze kunnen krassen op het oppervlak veroorzaken, waardoor het glas zou kunnen breken.
Praktische tips
- Wanneer u grote stukken vetrijk vlees bereidt, is het aan te bevelen ze in aluminiumfolie of een geschikte braadzak te plaatsen, zodat het vet niet op de ovenwanden kan spatten.
- Wanneer u vlees op het rooster grilt, dient u een druipschaal onder het vlees te plaatsen.
Accessoires
Was de accessoires (bakplaten, rooster, enz.) met warm water en een klassiek afwasmiddel.
Speciale emailcoating
De oven, de binnenzijde van de deur en de bakplaten zijn behandeld met speciaal email, dat een glad en sterk oppervlak vormt. Dankzij deze speciale coating is reinigen bij kamertemperatuur gemakkelijker.
Het ovenlampje vervangen
- U heeft een lampje nodig met de volgende specificaties: fitting E 14, 230 V / 15 Hz, 15 W, geschikt voor hoge temperaturen (300 °C).
- Draai het glazen kapje los (tegen de wijzers van de klok in), verwissel de ovengloeilamp en draai het glazen kapje weer vast.
Pagina 22
ONDERHOUD
Demontage van de ovendeur
Bij normaal gebruik hoeft de ovendeur niet uitgenomen te worden. Mocht u dit toch willen doen, volg dan de onderstaande instructies op.
Let op! De ovendeur is erg zwaar en moet goed ondersteund worden.
- 1. Open de deur en kantel de vergrendeling A in beide scharnieren volledig naar buiten.
- 2. Sluit de ovendeur half, zodat de spanning van de veren weggenomen wordt (de ovendeur zal een hoek van circa 30° vormen).
- 3. Pak de deur aan weerszijden goed vast, beweeg mee met de sluitende beweging van de deur en til de deur gelijktijdig op.
- 4. Draai het onderste deel van de deur met de scharnieren B naar u toe. De deur is nu gedemonteerd.
- 5. Maak de deur schoon. De deur kan eventueel gekanteld worden om zo met een zachte flessenwisser de tussenruimte tussen de glazen schoon te maken.
Om de deur opnieuw te monteren gaat u in omgekeerde volgorde te werk. De deurscharnieren zijn in uitgeklapte stand.
- 6. Schuif de deurscharnieren in de scharnieropeningen.
- 7. Kantel de deur in horizontale positie en klik de scharnieren vast door de vergrendeling A weer naar binnen te kantelen.
Let op: na de hernieuwde montage van de ovendeur moeten de beveiligingen van de scharnieren altijd opnieuw vastgezet worden.