ATAG FI6011E, tekst van de handleiding
Pagina's 27–39 van 77 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 27
Tabel voor de maxi grill
| Soort gerecht | Gewicht (g) | Richel (van onderaf) | Temperatuur (°C) | Temperatuur (°C) | Grilleertijd (in min.) |
|---|---|---|---|---|---|
| Vlees en worstjes | |||||
| 4 Runderfi letschnitzels, rood | 180 g/stuk | 4 | 240 | - | 14-16 |
| 4 Runderfi letschnitzels, rosé | “ | 4 | 240 | - | 16-20 |
| 4 Runderfi letschnitzels, doorbakken | “ | 4 | 240 | - | 18-21 |
| 4 Varkensschnitzels - nekstuk | “ | 4 | 240 | - | 19-23 |
| 4 Karbonades | “ | 4 | 240 | - | 20-24 |
| 4 Kalfsschnitzels | “ | 4 | 240 | - | 19-22 |
| 6 Lamskarbonades | 100 g/stuk | 4 | 240 | - | 15-19 |
| 8 Grillworstjes | 100 g/stuk | 4 | 240 | - | 11-14 |
| 3 Stukken leverkaas | 200 g/stuk | 4 | 240 | - | 9-15 |
| Halve haan | 600 g | 2 | - | 180-190 | 25 (1e kant) 20 (2e kant) |
| Vis | |||||
| Zalmmoten | 600 | 3 | 240 | - | 19-22 |
| 4 Forellen | 200 g/stuk | 2 | - | 170-180 | 45-50 |
| Toast | |||||
| 6 Witte boterhammen | / | 4 | 240 | - | 1,5-3 |
| 4 Bruine boterhammen | / | 4 | 240 | - | 2-3 |
| Belegde broodjes | / | 4 | 240 | - | 3,5-7 |
| Vlees/gevogelte | |||||
| Eend | 2000 | 2 | 210 | 150-170 | 80-100 |
| Kip | 1500 | 2 | 210-220 | 160-170 | 60-85 |
| Gebraden varkensvlees | 1500 | 2 | - | 150-160 | 90-120 |
| Varkensschouder | 1500 | 2 | - | 150-160 | 120-160 |
| Varkensschenkel | 1000 | 2 | - | 150-160 | 120-140 |
| Rosbief/biefstuk | 1500 | 2 | - | 170-180 | 40-80 |
| Groente | |||||
| Bloemkool, boerenkool | 750 | 2 | - | 210-230 | 15-25 |
| Asperges | 750 | 2 | - | 210-230 | 15-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Let op: Het nummer in de kolom 'Richel' geeft de inschuifhoogte van het rooster aan.
Wanneer u vlees braad in een braadslede, zorg er dan voor dat er genoeg water in de braadslede aanwezig is. Dit is om aanbranden te voorkomen. Keer het vlees halverwege het braadproces om.
Plaats een bakblik in de eerste of tweede richel bij het grillen van vlees op het rooster. Deze zal het afdruipend vet opvangen zodat dit niet op de bodem van de oven komt en daar kan inbranden.
Pagina 28
Tabel voor de grill
| Soort gerecht | Gewicht (in g) | Richel (van onderaf) | Temperatuur (°C) | Temperatuur (°C) | Grilleertijd (in min.) |
|---|---|---|---|---|---|
| Vlees en worstjes | |||||
| 2 Runderfi letschnitzels, doorbakken | 180 g/stuk | 4 | 240 | - | 180-21 |
| 2 Karbonades | 4 | 240 | - | 20-22 | |
| 2 Varkensschnitzels - nekstuk | 180 g/stuk | 4 | 240 | 18-22 | |
| 4 Grillworstjes | 100 g/stuk | 4 | 240 | - | 11-14 |
| 4 Getoaste broodjes | 4 | 240 | - | 5-7 | |
| Toast – gebruind | 4 | 240 | 3-4 | ||
| 3 Forellen | 200 g/stuk | 2 | - | 160-170 | 40-50 |
| Haantje | 1500 g | 2 | - | 160-170 | 60-80 |
| Varkensschouder | 1500 g | 2 | - | 150-160 | 120-160 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
Ontdooien Defrosting
- De luchtcirculatie in de oven versnelt het ontdooien van bevroren levensmiddelen. Stel hiervoor de oven in op »Ontdooien« .
- Slagroom en crèmegebak, koekjes en ander gebak, brood en broodjes, vruchten enz. zijn geschikt om te ontdooien.
- Uit hygiënisch oogpunt is het beter vlees en gevogelte niet in de oven te ontdooien.
- Indien mogelijk de levensmiddelen meerdere malen keren of doorroeren, zodat ze gelijkmatig ontdooien.
Pagina 29
Reiniging en onderhoud
U mag het fornuis niet reinigen met een stoom- of hogedrukstoomreiniger. Voor het reinigen het fornuis altijd uitschakelen en af laten koelen.
Voorzijde van het fornuis
Voor het schoonmaken en het onderhoud van de voorkant van het fornuis gebruikt u een huishoud reinigingsmiddel, waarbij u de aanwijzingen van de fabrikant in acht neemt. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen, scherpe voorwerpen of sponsjes met een schuurlaag. Deze kunnen krassen veroorzaken.
Aluminium oppervlakten
Voor het reinigen van aluminium delen gebruikt u een reinigingsmiddel dat bedoeld is voor aluminium. Doe het reinigingsmiddel op een doek, verwijder het vuil en spoel af met water. Breng het reinigingsmiddel niet rechtstreeks op de oppervlakten aan. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen, scherpe voorwerpen of sponsjes met een schuurlaag. Deze kunnen krassen veroorzaken. De aluminium delen mogen niet rechtstreeks in contact komen met reinigingssprays voor ovens.
Roestvrijstalen voorkant van het fornuis (FG6011E)
Reinig de oppervlakte alleen met een zacht reinigingmiddel (sopje) en een zacht sponsje dat geen krassen kan veroorzaken. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen, die een oplosmiddel bevatten. Door het niet opvolgen van de aanwijzingen kan de buitenkant van het fornuis beschadigen.
Gelakte oppervlakten en kunststofdelen
Reinig de knoppen en de handgreep van de ovendeur met een zachte doek en een vloeibaar reinigingsmiddel voor gelakte oppervlakten.
LET OP: De hierboven genoemde oppervlakten mogen nooit in contact komen met reinigingssprays voor ovens. Deze sprays kunnen het oppervlak aantasten.
Pagina 30
Onderhoud Inductiekookgedeelte
Afbeelding 1
Afbeelding 2
Afbeelding 3
Afbeelding 4
Afbeelding 5
Maak het kookgedeelte (nadat deze iets is afgekoeld) direct na gebruik schoon. Voedselresten kunnen anders aankoeken en zijn dan moeilijker te verwijderen. Voor regelmatig onderhoud zijn speciale schoonmaak- en onderhoudsmiddelen voor inductiekookplaten verkrijgbaar die een beschermlaagje op het kookvlak achterlaten. Veeg voordat u gaat koken de kookplaat schoon. Een klein zandkorreltje kan door een schuivende panbodem al een kras achterlaten (afb.1).
Let op: Staalwol, schuursponsjes en schuurmiddelen kunnen het oppervlak ernstig beschadigen. Ook agressieve sprays en het onvoldoende schudden of mengen van vloeibare reinigers kan schade veroorzaken.
De lijnen en teksten op het oppervlak kunnen beschadigd raken door agressieve schoonmaakmiddelen of een beschadigde panbodem.
Lichte verontreiniging is het makkelijkst te verwijderen met een vochtige doek. Het oppervlak altijd droog wrijven met een schone doek.
Watervlekken kun u verwijderen met een oplossing van azijn. Let op dat het azijn de metalen delen niet aantast. Gebruik nooit agressieve ontkalkingsmiddelen of sprays.
Sterke verontreiniging kunt u verwijderen met speciale reinigingsmiddelen voor inductiekookplaten. Volg altijd de instructies van de fabrikant wanneer u deze middelen gebruikt.
Zorg ervoor dat u resten van schoonmaakmiddelen zorgvuldig verwijderd. Deze kunnen bij verwarming het oppervlak ernstig beschadigen.
Aangekoekte etensresten kunt u verwijderen met een glasschraper. Pas op dat het kunststof van de schraper niet in contact komt met een heet oppervlak. Pas op dat u zichzelf niet snijdt.
Suiker en suikerhoudende gerechten kunnen blijvende schade veroorzaken aan het oppervlak en moeten daarom zo snel mogelijk, wanneer het oppervlak nog warm is, verwijderd worden. Een kleurafwijking in het oppervlak heeft geen invloed op de werking van de kookplaat of sterkte van het keramisch glas. Deze verkleuringen zijn vaak het gevolg aangebrande voedselresten, of vlekken veroorzaak door slijtage van pannen van bijvoorbeeld koper of aluminium.
32
Pagina 31
Let op: alle hierboven vermelde beschadigingen hebben uitsluitend betrekking op het uiterlijk van het apparaat en hebben geen invloed op de werking van het fornuis. Deze beschadigingen vallen dan ook niet onder de garantie.
ATAG Shine
Atag heeft een serie schoonmaakmiddelen samengesteld onder de naam ATAG Shine. Deze zijn te verkrijgen via de website www.atagservice.nl. Hier vindt u ook diverse schoonmaak- en gebruikerstips.
Oven
- U kunt de oven reinigen zoals u gewend bent (eventueel met reinigings-middelen of ovenspray). Gebruik alleen oversprays wanneer de oven erg vuil is en wanneer de vlekken hardnekkig zijn.
- Om de oven regelmatig (na elk gebruik) te reinigen bevelen wij de volgende procedure aan: Draai de keuzeknop van de afgekoelde oven in de stand (Aqua Clean). Stel de temperatuurkeuzeknop in op 50 °C. Giet 0,6 l water in het bakblik en plaats het op de onderste richel. Na een half uur worden de voedselresten op het email van de oven zacht en kunt u ze met een vochtige doek afvegen.
Tips tegen hardnekkige vervuiling:
De oven moet voor iedere reiniging afgekoeld zijn.
- Reinig de oven en het toebehoren na elk gebruik, zodat het vuil niet inbrandt.
- Vet kunt u het gemakkelijkste met een sopje verwijderen terwijl de oven nog wat warm is.
- Gebruik bij hardnekkige of sterke vervuiling een ovenreiniger. Neem de oven daarna grondig af met schoon water, zodat u alle resten van het reinigingsmiddel verwijdert.
- Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen, zoals schuurmiddelen, sponsjes met een schuurlaag, roest- en vlekken-verwijderingsmiddelen en dergelijke.
- Gelakte, roestvrijstalen en verzinkte oppervlakten of aluminiumdelen mogen niet met de ovenspray in aanraking komen. Dit om het aantasten van het oppervlak en kleurveranderingen te voorkomen. Hetzelfde geldt voor het verwarmingselement boven in het fornuis.
- Let op de dosering van de reinigingsmiddelen. Denk aan het milieu en volg de aanwijzingen van de fabrikant op.
Pagina 32
Praktische tips
- Grote stukken vlees kunt u het best in aluminiumfolie of een ovenzak plaatsen. Dit voorkomt vetspetters aan de binnenzijde van de oven.
- Plaats het bakblik onder het rooster om het druipende vet en vleessap op te vangen.
Het schoonmaken van het plafond van de oven
- Om het schoonmaken van het plafond van de oven te vergemakkelijken, beschikt de oven over een gedeeltelijk demonteerbaar bovenelement.
- Voordat het bovenelement wordt gedemonteerd, moet de stekker van de oven uit het stopcontact getrokken worden of de zekering in de meterkast uitgeschakeld worden.
- Het verwarmingselement moet zijn afgekoeld; anders bestaat het risico dat u zich brandt.
- Schakel de oven niet in zonder bovenelement!
Verwijder het bakblik, het ovenrooster en de geleiders voordat u de oven schoonmaakt. Trek daarna het bovenelement naar u toe. Trek met beide handen aan het bovenelement totdat deze los raakt uit de linker- en rechterklemmen (zie afbeelding). Monteer het bovenelement na het schoonmaken volgens dezelfde procedure. Het element moet weer in de klemmen terug geplaatst worden.
Toebehoren
Was het toebehoren, zoals bijvoorbeeld bakblikken, roosters en dergelijke, af met heet water en een afwasmiddel.
Vetfilter
Aanbevolen wordt, het vetfilter na elk gebruik met een zacht borsteltje in heet water met wat afwasmiddel schoon te maken. U kunt het vetfilter ook in de afwasmachine doen.
Easy Clean inzetstuk
Maak na elk gebruik de Easy Clean inzetstukken schoon in water met reinigingsmiddel. Gebruik hiervoor een zachte borstel. De inzetstukken kunt u ook in de afwasmachine reinigen.
Speciaal email
De oven, de binnenkant van de ovendeur en de bakblikken zijn voorzien van een speciale emaillaag, waarvan de oppervlakte glad en bestendig is. Deze speciale laag vereenvoudigt het schoonmaken ervan.
Pagina 33
Onderhoud
afbeelding 1
afbeelding 2
afbeelding 3
Demonteren van het rekje met de telescopisch uittrekbare geleiders
Om de zijwanden van de oven beter te reinigen, kunt u het rekje met de uittrekbare telescopisch geleiders demonteren.
- Draai de rekjes aan de onderkant naar binnen en trek ze boven uit de openingen.
- Reinig de rekjes met een mild reinigingsmiddel.
- U mag de uittrekbare telescopisch geleiders niet in de afwasmachine reinigen.
De uittrekbare telescopisch geleiders niet invetten.
U kunt de geleiders daarna gewoon in de daarvoor bestemde openingen terug hangen en naar beneden trekken.
Demonteer het glas aan de binnenzijde van de oven
Het glas aan de binnenzijde van de ovendeur kan alleen worden schoongemaakt wanneer deze uit de ovendeur is genomen.
- Demonteer de ovendeur (zie de volgende pagina).
- Hou het glas van de deur bij de hoeken aan de onderkant vast. Trek het voorzichtig naar u toe en til het op (tot een hoek van ongeveer 10 graden) tot de hoeken van het glas vrijkomen uit de opening (afbeelding 1).
- Verwijder het glas (in de richting van pijl 3) en verwijder de beschermhoekjes.
- Verwijder het binnenste derde glas door de schroefjes in de klemmetjes te verwijderen. Til hierna het glas op (afbeelding 2). Verwijder de klemmetjes voor het schoonmaken.
- Monteer de deur in omgekeerde volgorde.
Let op: Zet het glas met de beschermhoekjes in de opening en druk deze aan (afbeelding 3).
Pagina 34
afbeelding 1
Verwijderen en plaatsen van de ovendeur
Open de ovendeur volledig en draai de pallen tot het einde terug (afbeelding 1).
- Sluit de deur dan langzaam, zodat de pallen in de houder zitten. Bij ongeveer 15° (ten aanzien van een gesloten positie van de deur) tilt u de deur enigszins op en tilt u hem uit beide scharnierhouders (afbeelding 2).
- Het monteren kan in omgekeerde volgorde. Plaats de deur onder een hoek van 15° in de scharnieren aan de voorkant van het apparaat en schuif de deur naar voren en naar beneden, zodat de scharnieren in de inkepingen vallen. Controleer of de inkepingen van de scharnieren goed op hun plaats zitten.
- Open de deur daarna volledig en draai de pallen weer in de beginpositie. Sluit de deur langzaam en controleer of hij goed sluit. Als de deur niet goed open of dicht gaat, controleer dan of de inkepingen van de scharnieren goed in de scharnierhouders geplaatst zijn.
Let op!
Controleer of de ringetjes van de deurscharnieren goed vastzitten bij het monteren van de deur. De ringetjes van de deurscharnieren mogen er nooit uitspringen. Door de sterke veerkracht kunnen er beschadigingen optreden.
- De ovenlade is tegen ongewenst openen beveiligd. Wanneer u hem wilt openen, moet u deze aan de voorzijde een beetje optillen. Als u hem uit het fornuis wilt verwijderen, trek hem dan eerst zo ver mogelijk uit, til hem dan nogmaals op en trek hem uit.
- Bewaar geen brandbare, explosieve en niet temperatuurbestendige voorwerpen in de ovenlade.
- Plaats de lade door de wieltjes in de geleiders te plaatsen en de lade dicht te schuiven.
afbeelding 2
Ovenlade
Pagina 35
Vervangen van het ovenlampje
De fitting van het ovenlampje staat onder spanning. Er bestaat gevaar van een elektrische schok!
Ovenlampje
Schakel voor het vervangen van de ovenlamp het fornuis volledig uit door de stekker uit het stopcontact te trekken of door de zekering in de meterkast uit te schakelen.
Het lampje is verbruiksmateriaal en valt niet onder de garantie. Voor het vervangen heeft u een ovenlampje met de volgende specificatie nodig: fitting E 14, 230 V, 25W, 300 °C.
- Schroef het glazen kapje tegen de wijzers van de klok in los en vervang het ovenlampje. Draai dan het glazen kapje weer vast.
Het verhelpen van kleine storingen
Reparaties mogen alleen door een geautoriseerd vakman worden verricht. Onvakkundige reparaties kunnen ernstig gevaar voor de gebruiker opleveren.
Alvorens aan een reparatie te beginnen moet u altijd de stekker uit het stopcontact trekken en de zekering in de meterkast uitschakelen.
Onvakkundige ingrepen en reparaties kunnen een elektrische schok of kortsluiting veroorzaken. Laat daarom zulke werkzaamheden alleen aan een geautoriseerd vakman of de servicedienst over.
Controleer, in geval van storingen, met behulp van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken zelf kunt verhelpen.
Belangrijk
Een bezoek van de servicedienst tijdens de garantieperiode is niet gratis wanneer bij deze controle blijkt dat het apparaat niet goed werkt door onjuiste behandeling.
Bewaar de gebruiksaanwijzing altijd binnen handbereik. Geef deze gebruiksaanwijzing aan een volgende gebruiker wanneer u het apparaat van de hand doet.
Onderstaand vindt u enkele tips in verband met het verhelpen van kleine storingen.
Pagina 36
| Het display reageert niet | • Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering uit. Sluit het fornuis dan weer aan en stel de juiste dagtijd in. |
| De zekering in de meterkast schakelt vaak uit | • Bel de servicedienst of een geauroriseerd vakman! |
| Ovenverlichting werkt niet | • Het vervangen van het lampje in de oven is beschreven op pagina 37. |
| De oven wordt niet warm | • Is de juiste temperatuur en ovenfunctie ingesteld? • Is de deur van de oven gesloten? |
| Gebak is niet gaar | • Heeft u het vetfilter verwijderd? • Heeft u de aanwijzingen en raadgevingen van het hoofdstuk »Bakken van gebak« opgevolgd? • Heeft u de aanwijzingen uit de baktabel nauwkeurig opgevolgd? |
| De automatische schakelklok geeft ongewone waarden aan of schakelt ongecontroleerd in of uit | • In het geval van foutieve werking van de schakelklok moet u de stekker van het fornuis enkele minuten uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. Sluit het fornuis dan weer op het elektriciteitsnet aan en stel de juiste dagtijd in. |
| Display van de programmeerklok knippert | • De stroom is uitgevallen of het fornuis is zojuist op het elektriciteitsnet aangesloten. Alle ingestelde tijden zijn gewist. • Stel de juiste tijd in. • Nadat de schakelklok de oven heeft uitgeschakeld, wordt de tijd aangegeven en klinkt er een geluidssignaal. Neem het gerecht uit de oven en zet de functieknop en de therostaatknop terug in de beginstand. |
| Controlelampje brandt niet | • Heeft u alle nodige knoppen geactiveerd? • Is de huiszekering uitgeschakeld? • Is de temperatuurknop en selectieknop juist ingesteld? |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
Als de problemen niet te verhelpen zijn met behulp van bovenstaande instructies, bel dan een geautoriseerd vakman.
Storingen die veroorzaakt zijn door onjuist gebruik van het fornuis vallen niet onder onze garantievoorwaarden. In deze gevallen zijn de kosten van de reparatie voor rekening van de gebruiker.
Pagina 37
Aanwijzingen voor het opstellen en aansluiten
Belangrijke waarschuwingen
- De aansluiting mag uitsluitend door een gastechnisch installteur, een bevoegde servicedienst of een geautoriseerd vakman worden verricht. De opstelling en aansluiting van het fornuis moet overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften worden verricht. Voldoende ventilatie is van groot belang.
- De ruimte waarin het apparaat staat moet regelmatig worden geventileerd.
- Overtuig u er voor de aansluiting van het apparaat van, dat de plaatselijke aansluitingseisen (gassoort en gasdruk) overeenkomen met die van het apparaat.
- Het apparaat mag niet op een installatie voor de afvoer van verbrandingsproducten (bijvoorbeeld een schoorsteen worden aangesloten). Het moet overeenkomstig de geldende voorschriften voor de inbouw en aansluiting geplaatst en aangesloten zijn. Speciale aandacht moet worden gewijd aan de ventilatie-eisen.
- De afstand tussen het apparaat en de afzuigkap moet minstens even groot zijn als in de aanwijzingen voor de montage van de afzuigkap is beschreven.
- Het fornuis is geschikt voor inbouw tussen twee meubelelementen (klasse 2/1). Aan de ene kant van het apparaat kunt u een meubelelement plaatsen, dat hoger is dan het fornuis. De horizontale afstand tot de hoge kast of wand moet minstens 100 mm bedragen. Aan de andere kant mag alleen een meubelelement van gelijke hoogte worden geplaatst. De hangende elementen moeten op een hoogte zijn gemonteerd, dat ze niet hinderen bij het gebruik van het fornuis. De minimale verticale afstand tot het apparaat moet minstens 650 mm bedragen.
- Alle ingrepen aan het fornuis, waarbij gebruik van gereedschap nodig is, mogen alleen door een geautoriseerd vakman worden verricht.
- De gebruiker mag alleen reparaties zonder het gebruik van gereedschap verrichten.
- Fineer, lijm of kunststof van meubels, naast het fornuis opgesteld, moeten temperatuurbestendig zijn (>90°C). Wanneer het fi neer en de kunststofbekleding niet voldoende temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen.
- De aansluitkabel aan de achterkant van het apparaat moet zo geleid worden, dat hij de achterwand van het fornuis niet raakt. Tijdens de werking van het fornuis wordt de achterwand warm.
Het fornuis op de juiste hoogte brengen
Aan de voor en achterzijde bevinden zich twee stelvoetjes. De voetjes zijn bereikbaar nadat u de ovenlade uittrekt. Naar wens kunt u ze in- of uitdraaien totdat het apparaat horizontaal staat. U kunt de verstelbare stelvoetjes makkelijker draaien wanneer u het fornuis een beetje laat hellen.
Pagina 38
Elektrische aansluiting
3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N a.c. 400 V / 50 Hz / 10,7 kW): De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ac. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V.
De elektrische aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
Wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.
Als u een vaste aansluiting wilt maken, moet u er voor zorgen dat er een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht.
Let op
Dit toestel moet altijd geaard zijn.
Indien de aansluitkabel beschadigd is mag deze alleen worden vervangen door de fabrikant, zijn serviceorganisatie of gelijkwaardig gekwalificeerde personen, teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
Pagina 39
Technische gegevens
Type plaatje
A Serienummer
B Model
C Type
D Merk
E Codenummer
F Technische informatie G Veiligheidssymbolen
WIJ BEHOUDEN ONS HET RECHT OM ZONDER VOORAFGAANDE MEDEDELING WIJZIGINGEN DOOR TE VOEREN AAN HET FORNUIS. DEZE WIJZIGINGEN HEBBEN GEEN INVLOED WWOP DE WERKING VAN HET APPARAAT.