ATAG KD8178BF, tekst van de handleiding
Pagina's 11–16 van 64 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 11
- Draagplateau met de aanslagrand achter naar boven wijzend inschuiven.
- De levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast.
5.5.5 Deelbare draagplateaus gebruiken
Fig. 25
- De glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen.
5.5.6 Opbergvakken in de deur verplaatsen
Boter- en kaasvak altijd tegelijkertijd met het deksel verwijderen.
- Deksel verwijderen: een zijkant van het boter- en kaasvak naar buiten drukken, tot de dekseltap vrij is, dan deksel zijdelings verwijderen.
5.5.7 Flessenhouder uitnemen
- Flessenhouder altijd bij het kunststof gedeelte vastnemen.
5.6 Climat-Freshbox-gedeelte
Het Climat-Freshbox-gedeelte maakt het mogelijk om verschillende soorten verse levensmiddelen driemaal langer dan bij normaal koelen met behoud van kwaliteit te bewaren.
Voor levensmiddelen met een vervaldatum geldt altijd de datum vermeld op de verpakking.
5.6.1 HydroSafe
De HydroSafe is bij een instelling op hoge luchtvochtigheid geschikt voor het bewaren van onverpakte sla, groenten en fruit die zelf veel vocht bevatten. Bij een goed gevulde schuiflade ontstaat een dauwfris klimaat met een luchtvochtigheid tot maximaal 90 %. De luchtvochtigheid in het vak hangt af van het vochtgehalte van de ingelegde producten en van hoe vaak het vak wordt geopend. U kunt de vochtigheid zelf instellen.
Bediening
5.6.2 DrySafe
De DrySafe is geschikt voor het bewaren van droge of verpakte levensmiddelen (bijv. zuivelproducten, vlees, vis, vleeswaren). Hier ontstaat een relatief droog bewaarklimaat.
5.6.3 Levensmiddelen bewaren
Aanwijzing
- Niet in het Climat-Freshbox-gedeelte horen kougevoelige groenten als komkommers, aubergines, halfrijpe tomaten, courgettes en alle kougevoelige zuidvruchten.
- Zorg ervoor dat levensmiddelen niet bederven door overgedragen bacteriën: bewaar onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen gescheiden van elkaar in de laden. Dat geldt ook voor verschillende soorten vlees.
Als u levensmiddelen omwille van plaatsgebrek samen moet bewaren:
de levensmiddelen verpakken.
5.6.4 Bewaartijden
| Richtwaarden voor de bewaartijd bij lage luchtvochtigheid | |||
|---|---|---|---|
| Boter | tot | 90 | dagen |
| Harde kazen | tot | 110 | dagen |
| Melk | tot | 12 | dagen |
| Vleeswaren, beleg | tot | 9 | dagen |
| Gevogelte | tot | 6 | dagen |
| Varkensvlees | tot | 7 | dagen |
| Rundsvlees | tot | 7 | dagen |
| Wild | tot | 7 | dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
| Aanwijzing • Denk erom dat eitwitrijke levensmiddelen sneller bederven. D.w.z. schaal- en schelpdieren bederven sneller dan vis, vis sneller dan vlees. | ||
| Richtwaarden voor de bewaartijd bij hoge luchtvochtigheid | ||
| Groenten, salades | ||
| Artisjokken tot | 14 | dagen |
| Selderij tot | 28 | dagen |
| Bloemkool tot | 21 | dagen |
| Broccoli tot | 13 | dagen |
| Witlof tot | 27 | dagen |
| Veldsla tot | 19 | dagen |
| Erwten tot | 14 | dagen |
| Groene kool tot | 14 | dagen |
| Wortelen tot | 80 | dagen |
| Knoflook tot | 160 | dagen |
| Koolrabi tot | 55 | dagen |
| Kropsla tot | 13 | dagen |
| Kruiden tot | 13 | dagen |
| Prei tot | 29 | dagen |
| Champignons tot | 7 | dagen |
Pagina 12
Bediening
| • Op het temperatuurdisplay aangegeven. | wordt | weer | de | temperatuur | |
| Richtwaarden voor de bewaartijd bij hoge luchtvochtigheid |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
5.6.6 De vochtigheid instellen in de HydroSafe lage luchtvochtigheid: schuifregelaar naar links schuiven.
hoge luchtvochtigheid: schuifregelaar naar rechts schuiven.
5.6.7 Schuifladen
Fig. 26
| Radijsjes | tot | 10 | dagen |
|---|---|---|---|
| Spruitjes | tot | 20 | dagen |
| Asperges | tot | 18 | dagen |
| Spinazie | tot | 13 | dagen |
| Savooikool | tot | 20 | dagen |
| Fruit | |||
| Abrikozen | tot | 13 | dagen |
| Appels | tot | 80 | dagen |
| Peren | tot | 55 | dagen |
| Braambessen | tot | 3 | dagen |
| Dadels | tot | 180 | dagen |
| Aardbeien | tot | 7 | dagen |
| Vijgen | tot | 7 | dagen |
| Bosbessen | tot | 9 | dagen |
| Frambozen | tot | 3 | dagen |
| Aalbessen | tot | 7 | dagen |
| Kersen, zoet | tot | 14 | dagen |
| Kiwi's | tot | 80 | dagen |
| Perziken | tot | 13 | dagen |
| Pruimen | tot | 20 | dagen |
| Vossenbessen | tot | 60 | dagen |
| Rabarber | tot | 13 | dagen |
| Kruisbessen | tot | 13 | dagen |
| Druiven | tot | 29 | dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
- Schuiflade uittrekken, achterkant optillen en naar voren eruit lichten.
- Rails weer inschuiven!
Fig. 27
- Rails uitschuiven.
- Schuiflade op de rails plaatsen en inschuiven tot deze aan de achterkant hoorbaar vastklikt.
5.6.8 Vochtreguleringsplaat
5.6.5 Temperatuur instellen
De temperatuur wordt automatisch geregeld. Bij een temperatuur in het koelgedeelte van 5 °C ligt de temperatuur in het Climat-Freshbox-gedeelte tussen 0 °C en 3 °C.
U kunt de temperatuur iets lager of hoger instellen. De temperatuur is instelbaar van b1 (laagste temperatuur) tot b9 (hoogste temperatuur). De waarde b5 is vooringesteld. Bij de waarden b1 tot b4 kan de temperatuur onder 0 ° C vallen, zodat de levensmiddelen lichtjes kunnen bevriezen.
- Instelmodus activeren: toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) ca. 5 s indrukken.
- Toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) knippert. In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: c
- Insteltoets “+” vriesgedeelte Fig. 2 (5) zo vaak indrukken, tot het display b knippert.
- Bevestigen: toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) kort indrukken.
- Temperatuur warmer instellen: insteltoets “+” vriesgedeelte Fig. 2 (5) indrukken.
- Temperatuur kouder instellen: insteltoets “-” vriesgedeelte Fig. 2 (4) indrukken.
- Bevestigen: toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) indrukken.
- De temperatuur past zich langzaam aan de nieuwe instelling aan.
- Instelmodus deactiveren: toets On/Off vriesgedeelte Fig. 2 (3) indrukken.
-of-
- Wacht 5 minuten.
Fig. 28
- Vochtreguleringsplaat verwijderen: plaat bij verwijderde schuifladen voorzichtig naar voren trekken en naar beneden eruit lichten.
- Vochtreguleringsplaat terugplaatsen: dekselranden van de plaat van onder in de achterste houder Fig. 28 (1) plaatsen en aan de voorkant in de houder Fig. 28 (2) vastklikken.
5.7 Vriesgedeelte
In het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevroren levensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmiddelen invriezen.
5.7.1 Levensmiddelen invriezen
De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast.
Na het sluiten van de deur ontstaat er een vacuüm. Na het sluiten ongeveer 1 min. wachten, dan is de deur gemakkelijker te openen.
VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding door glasscherven!
Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken.
Flessen en blikjes met drinken niet invriezen!
Pagina 13
Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen, mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden:
- fruit, groente max. 1 kg - vlees max. 2,5 kg
- Verdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvrieszakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal of aluminium.
5.7.2 Levensmiddelen ontdooien
- in het koelgedeelte - bij kamertemperatuur - in een magnetron - in een oven/heteluchtoven
- Ontdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzondering weer invriezen.
5.7.3 Temperatuur instellen in het vriesgedeelte
Het apparaat is standaard ingesteld voor een normale werking.
De temperatuur is instelbaar tussen -16 °C en -26 °C, aanbevolen wordt -18 °C.
- Temperatuur hoger instellen: insteltoets “+” vriesgedeelte indrukken Fig. 2 (5).
- Temperatuur lager instellen: insteltoets “-” vriesgedeelte indrukken Fig. 2 (4).
- De eerste keer dat u drukt toont het temperatuurdisplay vriesgedeelte de huidige waarde.
- Temperatuur laten verspringen in stapjes van 1 °C: toets kort indrukken.
-of-
- Temperatuur doorlopend veranderen: toets ingedrukt houden.
- Tijdens het instellen knippert de waarde.
- Ca. 5 sec. na de laatste druk op toets wordt de daadwerkelijke temperatuur getoond. De temperatuur past zich langzaam aan de nieuwe instelling aan.
5.7.4 Fast-Freeze
Met deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op de kern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelvermogen, daardoor kunnen geluiden van de koelaggregaat tijdelijk luider zijn.
U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 h invriezen, als op het typeplaatje onder "invriescapaciteit ... kg/ 24h" is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse van het apparaat.
Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die worden ingevroren, moet FastFreeze bijtijds worden ingeschakeld: bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h, bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24h voordat u de levensmiddelen in de vriezer legt.
Fast-Freeze hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:
- wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt - bij het invriezen van max. ca. 2 kg nieuwe levensmiddelen per dag
Met Fast-Freeze invriezen
Toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) eenmaal kort indrukken. De toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) is verlicht.
De vriestemperatuur daalt, het apparaat werkt met maximaal koelvermogen.
Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen: ca. 6 u wachten.
- De nieuwe levensmiddelen in de bovenste vakken leggen. Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen: ca. 24 u wachten.
Bediening
verpakte levenmiddelen direct op de draagplateaus leggen en eerst na het invriezen in de schuifladen leggen.
- Fast-Freeze schakelt automatisch uit. Naargelang hoeveelheid nieuwe levensmiddelen op zijn vroegst na 30 h uiterlijk na 65 h.
- Het invriezen is afgesloten.
- De toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) is donker.
- Het apparaat werkt in de energiebesparende normale modus verder.
5.7.5 Laden
Aanwijzing
Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bij onvoldoende ventilatie.
Bij apparaten met NoFrost:
- Laat de onderste schuiflade in het apparaat zitten!
- Houd de luchtspleet binnen aan de achterkant steeds vrij!
- Om diepvriesgoed direct op de draagplateaus te bewaren: trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit.
5.7.6 Plateaus
- Plateau uitnemen: vooraan optillen en uittrekken.
- Plateau terugplaatsen: tot aanslag inschuiven.
5.7.7 VarioSpace
Naast de schuifladen kunt u tevens de plateaus verwijderen. Zo creëert u plaats voor levensmiddelen van groot formaat. Gevogelte, vlees, groot wild en hoog gebak kunnen geheel en al worden ingevroren en later verder verwerkt.
- De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast.
5.7.8 Info-systeem
Fig. 29
- (1) Kant-en-klare (4) Vleeswaren, brood gerechten, ijs
- (2) Varkensvlees, vis (5) Wild, paddestoelen
- (3) Fruit, groenten (6) Gevogelte, rund-/kalfs-vlees
De getallen geven telkens voor meerdere soorten ingevroren levensmiddelen de bewaartijd in maanden aan. De vermelde bewaartijden zijn richtwaarden.
Pagina 14
Onderhoud
5.7.9 Koudeaccu's
De koudeaccu's verhinderen bij stroomuitval, dat de temperatuur te snel stijgt.
Koudeaccu's gebruiken
- De koudeaccu's ruimtebesparend in het bovenste vriesvak leggen.
- De bevroren koudeaccu's boven in het voorste vriesgedeelte op de ingevroren levensmiddelen leggen.
6 Onderhoud
6.1 Ontdooien met NoFrost
Het NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch.
Koelgedeelte:
Het dooiwater verdampt door de warmte van de compressor.
- Afvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kan weglopen (zie 6.2) .
Vriesgedeelte:
Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt regelmatig ontdooid en verdampt dan.
- U hoeft het apparaat niet handmatig te ontdooien.
6.2 Apparaat reinigen
Voor het reinigen:
VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brandwonden veroorzaken.
- Gebruik geen stoomreinigers!
LET OP
Verkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen!
Gebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. Gebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. Gebruik geen schoonmaakmiddelen die zand, chloor, chemicaliën of zuren bevatten.
Gebruik geen chemische oplosmiddelen.
Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de Technische Dienst.
Kabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken of beschadigen.
- Laat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatieroosters en elektrische delen terecht komen.
- Apparaat leegmaken. Trek de stekker uit.
- Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met een neutrale pH-waarde.
- Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkel levensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten.
Interieur:
Buiten- en binnenkant van kunststof reinigen:
- Onderdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddel met de hand reinigen.
- Afvoeropening reinigen: vuil met een dun hulpmiddeltje, bijv. een wattenstaafje, verwijderen.
Onderdelen:
- Botervloot in de vaatwasmachine reinigen.
- Andere onderdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddel met de hand reinigen.
- Om schoon te maken de geleiders voor de halve glasplaten afnemen.
- Plateaus uit elkaar nemen: lijsten en zijkanten afhalen.
- Deurvakken uit elkaar nemen:
beschermfolie van de sierlijst afhalen.
Na het reinigen:
- Apparaat en onderdelen droogwrijven.
- Apparaat weer aansluiten en inschakelen. Fast-Freeze inschakelen (zie 5.7.4) .
Wanneer de temperatuur voldoende koud is: de levensmiddelen er weer in leggen.
6.3 Technische Dienst
Probeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zie Storingen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact op met de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegd overzicht.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie!
- Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onderhoud), uitsluitend door de Technische Dienst laten uitvoeren.
Apparaataanduiding Fig. 30 (1), servicenr. Fig. 30 (2) en serie-nr. Fig. 30 (3) van het typeplaatje aflezen. Het typeplaatje bevindt zich aan de linkerkant binnen in het apparaat.
Fig. 30
Contact opnemen met de Technische Dienst en het probleem, apparaataanduiding Fig. 30 (1), service-nr. Fig. 30 (2) en serie-nr. Fig. 30 (3) mededelen.
- Dit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. Het apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienst komt.
- De levensmiddelen blijven langer koel.
- Trek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan het snoer trekken) of de draai de zekering uit.
7 Storingen
Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige werking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht desondanks storing optreden, eerst controleren of de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:
Pagina 15
Het apparaat functioneert niet.
→ Het apparaat is niet ingeschakeld.
- Apparaat inschakelen.
→ De stekker zit niet goed in het stopcontact.
- Stekker controleren.
→ De zekering in het stopcontact is niet in orde.
- Zekering controleren.
De compressor blijft lopen.
→ De compressor schakelt bij een verminderde koudebehoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daardoor langer is, wordt energie bespaard.
- Dat is bij energiebesparende modellen normaal.
→ Fast-Freeze is ingeschakeld.
- Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait de compressor langer. Dit is normaal.
→ Fast-Cool is ingeschakeld.
- Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait de compressor langer. Dit is normaal.
De inverter knippert regelmatig om de 15 seconden*.
→ De inverter is met een foutdiagnose LED uitgevoerd.
- Het knipperen is normaal.
Geluiden zijn te luid.
→ Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanleiding van de verschillende draaisnelheden verschillende geluiden veroorzaken.
- Het geluid is normaal.
Een borrelen en klateren
→ Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuit stroomt.
- Het geluid is normaal.
Een zacht klikken
→ Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelen van de koelaggregaat (de motor).
- Het geluid is normaal.
Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn, wanneer de koelaggregaat (de motor) inschakelt.
→ Bij ingeschakelde Fast-Freeze, nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd.
- Het geluid is normaal.
→ Bij ingeschakelde Fast-Cool, nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd.
- Het geluid is normaal.
→ De omgevingstemperatuur is te hoog.
- Oplossing: (zie 1.2)
Vibratiegeluiden.
→ Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Daardoor worden aangrenzende meubels of voorwerpen door de lopende koelaggregaat in vibratie gezet.
- Flessen en containers uit elkaar zetten.
In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: F0 tot F5.
→ Het betreft een storing.
- Contact opnemen met de Technische Dienst (zie Onderhoud).
In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: nA
→ De vriestemperatuur was door stroomuitval of een stroomonderbreking in de afgelopen uren of dagen te hoog. Zodra de stroomonderbreking voorbij is, werkt het apparaat weer verder met de laatste temperatuurinstelling.
- Toets Alarm Fig. 2 (1) indrukken.
- In de temperatuurdisplay wordt voor ca. 60 s de warmste temperatuur aangegeven, die tijdens de stroomuitval werd bereikt. Daarna geeft de elektronica weer de daadwerkelijke vriestemperatuur aan.
- Aanduiding van de warmste temperatuur voortijdig wissen: toets Alarm Fig. 2 (1) indrukken.
Afzetten
- De kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven levensmiddelen niet meer nuttigen. Ontdooide levensmiddelen niet meer opnieuw invriezen.
Temperatuur is niet laag genoeg.
→ De deur is niet goed gesloten.
- Deur van het apparaat sluiten.
→ Niet voldoende be- en ontluchting.
- Luchtrooster schoonmaken.
→ De omgevingstemperatuur is te hoog.
- Oplossing: (zie 1.2) .
→ Het apparaat werd te vaak of te lang geopend.
- Afwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de Technische Dienst. (zie Onderhoud).
→ U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder FastFreeze opgeslagen.
- Oplossing: (zie 5.7.4) → De temperatuur is verkeerd ingesteld.
- Stel de temperatuur lager in en controleer na 24 u.
→ Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron.
- Oplossing: (zie In gebruik nemen).
De binnenverlichting brandt niet.
→ Het apparaat is niet ingeschakeld.
- Apparaat inschakelen.
→ De deur was langer dan 15 min. open.
- De binnenverlichting schakelt bij geopende deur na ca. 15 min. automatisch uit.
→ De LED-verlichting is defect of de afdekking is beschadigd:
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding door een elektrische schok!
Onder de afdekking bevinden zich stroomgeleidende delen.
- LED-binnenverlichting uitsluitend door de Technische Dienst of daarvoor geschoold personeel laten vervangen of repareren.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding door laserstraling klasse 1M.
- Kijk niet naar binnen als de afdekking open is.
8 Afzetten
8.1 Apparaat uitschakelen
Aanwijzing
- Om het volledige apparaat uit te schakelen, moet u alleen het vriesgedeelte uitschakelen.
8.1.1 Vriesgedeelte uitschakelen
- Toets On/Off vriesgedeelte Fig. 2 (3)ca. 2 sec. indrukken.
- De temperatuurdisplays zijn uit. Het apparaat is uitgeschakeld.
8.1.2 Koel- met Climat-Freshbox-gedeelte uitschakelen
- Toets On/Off koelgedeelte Fig. 2 (11) ca. 2 sec. indrukken.
- Het temperatuurdisplay koelgedeelte Fig. 2 (7) is uit. Koel- en Climat-Freshbox-gedeelte zijn uitgeschakeld.
8.2 Buiten werking stellen
- Apparaat leegmaken.
Pagina 16
Apparaat afdanken
- Stekker uittrekken.
- Apparaat reinigen (zie 6.2) .
- Laat de deur wat open staan zodat er geen onaangename geuren kunnen ontstaan.
9 Apparaat afdanken
Het apparaat bevat nog waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meegegeven. Het recyclen van afgedankte apparaten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften en wetten.
Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel (informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrijkomen.
- Apparaat onbruikbaar maken.
- Trek de stekker uit.
- Snijd het aansluitsnoer door.