naslaan.comZoekenAlle merken

ATAG KD8178BF, tekst van de handleiding

Pagina's 11–16 van 64 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–10

Pagina 11

5.5.5 Deelbare draagplateaus gebruiken

Fig. 25

5.5.6 Opbergvakken in de deur verplaatsen

Boter- en kaasvak altijd tegelijkertijd met het deksel verwijderen.

5.5.7 Flessenhouder uitnemen

5.6 Climat-Freshbox-gedeelte

Het Climat-Freshbox-gedeelte maakt het mogelijk om verschillende soorten verse levensmiddelen driemaal langer dan bij normaal koelen met behoud van kwaliteit te bewaren.

Voor levensmiddelen met een vervaldatum geldt altijd de datum vermeld op de verpakking.

5.6.1 HydroSafe

De HydroSafe is bij een instelling op hoge luchtvochtigheid geschikt voor het bewaren van onverpakte sla, groenten en fruit die zelf veel vocht bevatten. Bij een goed gevulde schuiflade ontstaat een dauwfris klimaat met een luchtvochtigheid tot maximaal 90 %. De luchtvochtigheid in het vak hangt af van het vochtgehalte van de ingelegde producten en van hoe vaak het vak wordt geopend. U kunt de vochtigheid zelf instellen.

Bediening

5.6.2 DrySafe

De DrySafe is geschikt voor het bewaren van droge of verpakte levensmiddelen (bijv. zuivelproducten, vlees, vis, vleeswaren). Hier ontstaat een relatief droog bewaarklimaat.

5.6.3 Levensmiddelen bewaren

Aanwijzing

Als u levensmiddelen omwille van plaatsgebrek samen moet bewaren:

de levensmiddelen verpakken.

5.6.4 Bewaartijden

Richtwaarden voor de bewaartijd bij lage luchtvochtigheid
Botertot90dagen
Harde kazentot110dagen
Melktot12dagen
Vleeswaren, belegtot9dagen
Gevogeltetot6dagen
Varkensvleestot7dagen
Rundsvleestot7dagen
Wildtot7dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Aanwijzing
• Denk erom dat eitwitrijke levensmiddelen sneller bederven. D.w.z. schaal- en schelpdieren bederven sneller dan vis, vis sneller dan vlees.
Richtwaarden voor de bewaartijd bij hoge luchtvochtigheid
Groenten, salades
Artisjokken tot14dagen
Selderij tot28dagen
Bloemkool tot21dagen
Broccoli tot13dagen
Witlof tot27dagen
Veldsla tot19dagen
Erwten tot14dagen
Groene kool tot14dagen
Wortelen tot80dagen
Knoflook tot160dagen
Koolrabi tot55dagen
Kropsla tot13dagen
Kruiden tot13dagen
Prei tot29dagen
Champignons tot7dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Pagina 12

Bediening

• Op het temperatuurdisplay aangegeven.wordtweerdetemperatuur
Richtwaarden voor de bewaartijd bij hoge luchtvochtigheid

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

5.6.6 De vochtigheid instellen in de HydroSafe lage luchtvochtigheid: schuifregelaar naar links schuiven.

hoge luchtvochtigheid: schuifregelaar naar rechts schuiven.

5.6.7 Schuifladen

Fig. 26

Radijsjestot10dagen
Spruitjestot20dagen
Aspergestot18dagen
Spinazietot13dagen
Savooikooltot20dagen
Fruit
Abrikozentot13dagen
Appelstot80dagen
Perentot55dagen
Braambessentot3dagen
Dadelstot180dagen
Aardbeientot7dagen
Vijgentot7dagen
Bosbessentot9dagen
Frambozentot3dagen
Aalbessentot7dagen
Kersen, zoettot14dagen
Kiwi'stot80dagen
Perzikentot13dagen
Pruimentot20dagen
Vossenbessentot60dagen
Rabarbertot13dagen
Kruisbessentot13dagen
Druiventot29dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

Fig. 27

5.6.8 Vochtreguleringsplaat

5.6.5 Temperatuur instellen

De temperatuur wordt automatisch geregeld. Bij een temperatuur in het koelgedeelte van 5 °C ligt de temperatuur in het Climat-Freshbox-gedeelte tussen 0 °C en 3 °C.

U kunt de temperatuur iets lager of hoger instellen. De temperatuur is instelbaar van b1 (laagste temperatuur) tot b9 (hoogste temperatuur). De waarde b5 is vooringesteld. Bij de waarden b1 tot b4 kan de temperatuur onder 0 ° C vallen, zodat de levensmiddelen lichtjes kunnen bevriezen.

-of-

Fig. 28

5.7 Vriesgedeelte

In het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevroren levensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmiddelen invriezen.

5.7.1 Levensmiddelen invriezen

De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast.

Na het sluiten van de deur ontstaat er een vacuüm. Na het sluiten ongeveer 1 min. wachten, dan is de deur gemakkelijker te openen.

VOORZICHTIG

Gevaar voor verwonding door glasscherven!

Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken.

Flessen en blikjes met drinken niet invriezen!

Pagina 13

Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen, mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden:

- fruit, groente max. 1 kg - vlees max. 2,5 kg

5.7.2 Levensmiddelen ontdooien

- in het koelgedeelte - bij kamertemperatuur - in een magnetron - in een oven/heteluchtoven

5.7.3 Temperatuur instellen in het vriesgedeelte

Het apparaat is standaard ingesteld voor een normale werking.

De temperatuur is instelbaar tussen -16 °C en -26 °C, aanbevolen wordt -18 °C.

-of-

5.7.4 Fast-Freeze

Met deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op de kern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelvermogen, daardoor kunnen geluiden van de koelaggregaat tijdelijk luider zijn.

U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 h invriezen, als op het typeplaatje onder "invriescapaciteit ... kg/ 24h" is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse van het apparaat.

Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die worden ingevroren, moet FastFreeze bijtijds worden ingeschakeld: bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h, bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24h voordat u de levensmiddelen in de vriezer legt.

Fast-Freeze hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:

- wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt - bij het invriezen van max. ca. 2 kg nieuwe levensmiddelen per dag

Met Fast-Freeze invriezen

Toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) eenmaal kort indrukken. De toets Fast-Freeze Fig. 2 (2) is verlicht.

De vriestemperatuur daalt, het apparaat werkt met maximaal koelvermogen.

Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen: ca. 6 u wachten.

Bediening

verpakte levenmiddelen direct op de draagplateaus leggen en eerst na het invriezen in de schuifladen leggen.

5.7.5 Laden

Aanwijzing

Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bij onvoldoende ventilatie.

Bij apparaten met NoFrost:

5.7.6 Plateaus

5.7.7 VarioSpace

Naast de schuifladen kunt u tevens de plateaus verwijderen. Zo creëert u plaats voor levensmiddelen van groot formaat. Gevogelte, vlees, groot wild en hoog gebak kunnen geheel en al worden ingevroren en later verder verwerkt.

5.7.8 Info-systeem

Fig. 29

De getallen geven telkens voor meerdere soorten ingevroren levensmiddelen de bewaartijd in maanden aan. De vermelde bewaartijden zijn richtwaarden.

Pagina 14

Onderhoud

5.7.9 Koudeaccu's

De koudeaccu's verhinderen bij stroomuitval, dat de temperatuur te snel stijgt.

Koudeaccu's gebruiken

6 Onderhoud

6.1 Ontdooien met NoFrost

Het NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch.

Koelgedeelte:

Het dooiwater verdampt door de warmte van de compressor.

Vriesgedeelte:

Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt regelmatig ontdooid en verdampt dan.

6.2 Apparaat reinigen

Voor het reinigen:

VOORZICHTIG

Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan de oppervlakken beschadigen en brandwonden veroorzaken.

LET OP

Verkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen!

Gebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. Gebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. Gebruik geen schoonmaakmiddelen die zand, chloor, chemicaliën of zuren bevatten.

Gebruik geen chemische oplosmiddelen.

Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de Technische Dienst.

Kabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken of beschadigen.

- Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met een neutrale pH-waarde.

- Gebruik in de binnenruimte van het apparaat enkel levensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten.

Interieur:

Buiten- en binnenkant van kunststof reinigen:

Onderdelen:

beschermfolie van de sierlijst afhalen.

Na het reinigen:

Wanneer de temperatuur voldoende koud is: de levensmiddelen er weer in leggen.

6.3 Technische Dienst

Probeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zie Storingen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact op met de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegd overzicht.

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie!

Apparaataanduiding Fig. 30 (1), servicenr. Fig. 30 (2) en serie-nr. Fig. 30 (3) van het typeplaatje aflezen. Het typeplaatje bevindt zich aan de linkerkant binnen in het apparaat.

Fig. 30

Contact opnemen met de Technische Dienst en het probleem, apparaataanduiding Fig. 30 (1), service-nr. Fig. 30 (2) en serie-nr. Fig. 30 (3) mededelen.

7 Storingen

Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige werking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht desondanks storing optreden, eerst controleren of de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:

Pagina 15

Het apparaat functioneert niet.

→ Het apparaat is niet ingeschakeld.

→ De stekker zit niet goed in het stopcontact.

→ De zekering in het stopcontact is niet in orde.

De compressor blijft lopen.

→ De compressor schakelt bij een verminderde koudebehoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daardoor langer is, wordt energie bespaard.

→ Fast-Freeze is ingeschakeld.

→ Fast-Cool is ingeschakeld.

De inverter knippert regelmatig om de 15 seconden*.

→ De inverter is met een foutdiagnose LED uitgevoerd.

Geluiden zijn te luid.

→ Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanleiding van de verschillende draaisnelheden verschillende geluiden veroorzaken.

Een borrelen en klateren

→ Dit geluid stamt van het koelmiddel, dat door het koelcircuit stroomt.

Een zacht klikken

→ Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelen van de koelaggregaat (de motor).

Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn, wanneer de koelaggregaat (de motor) inschakelt.

→ Bij ingeschakelde Fast-Freeze, nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd.

→ Bij ingeschakelde Fast-Cool, nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd.

→ De omgevingstemperatuur is te hoog.

Vibratiegeluiden.

→ Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Daardoor worden aangrenzende meubels of voorwerpen door de lopende koelaggregaat in vibratie gezet.

In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: F0 tot F5.

→ Het betreft een storing.

In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: nA

→ De vriestemperatuur was door stroomuitval of een stroomonderbreking in de afgelopen uren of dagen te hoog. Zodra de stroomonderbreking voorbij is, werkt het apparaat weer verder met de laatste temperatuurinstelling.

Afzetten

Temperatuur is niet laag genoeg.

→ De deur is niet goed gesloten.

→ Niet voldoende be- en ontluchting.

→ De omgevingstemperatuur is te hoog.

→ Het apparaat werd te vaak of te lang geopend.

→ U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder FastFreeze opgeslagen.

→ Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron.

De binnenverlichting brandt niet.

→ Het apparaat is niet ingeschakeld.

→ De deur was langer dan 15 min. open.

→ De LED-verlichting is defect of de afdekking is beschadigd:

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwonding door een elektrische schok!

Onder de afdekking bevinden zich stroomgeleidende delen.

WAARSCHUWING

Gevaar voor verwonding door laserstraling klasse 1M.

8 Afzetten

8.1 Apparaat uitschakelen

Aanwijzing

8.1.1 Vriesgedeelte uitschakelen

8.1.2 Koel- met Climat-Freshbox-gedeelte uitschakelen

8.2 Buiten werking stellen

Pagina 16

Apparaat afdanken

9 Apparaat afdanken

Het apparaat bevat nog waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meegegeven. Het recyclen van afgedankte apparaten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften en wetten.

Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel (informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrijkomen.

← pagina's 2–10Inhoud