ATAG VA6111AT, tekst van de handleiding
Pagina's 22–39 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 22
Afwasprogramma kiezen (programmatabel)
| Afwasprogramma | Geschikt voor: | Soort vervuiling | Programmaverloop | Verbruiks-waarden¹) | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Servies en pannen | sterk vervuild, opgedroogde etensresten, met name eiwit en zetmeel | • | ||||||
| Servies en pannen | normaal vervuild aangekoekte etensresten | • | • | |||||
| 2) | Servies en pannen | normaal vervuild, opgedroogde etensresten | • | |||||
| 3) | Servies en pannen, temperatuur-gevoelig servies | normaal vervuild | • | • | ||||
| Dessert- en koffieservies, kwetsbare glazen | licht vervuild | - | ||||||
| (koud)⁴) | Alle soorten servies | Gebruikt servies dat in de afwasautomaat wordt opge-spaard en pas later moet worden afgewassen. | • | - | - | - | - | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
- 1) De verbruikswaarden zijn onder normomstandigheden bepaald. Deze zijn van de belading van de korven afhankelijk. In de praktijk zijn afwijkingen daarom mogelijk.
- 2) Bij dit programma wordt aan de hand van de vertroebeling van het spoelwater vastgesteld hoe sterk het servies vervuild is. Programmaduur, water- en energieverbruik kunnen sterk variëren - afhankelijk van de belading en de mate van vervuiling. Afhankelijk van de vervuiling wordt automatisch de temperatuur van het spoelwater tussen 50°C en 65°C aangepast.
- 3) Testprogramma voor proefinstituten
- 4) Voor dit afwasprogramma is geen afwasmiddel nodig.
Pagina 23
Afwasprogramma starten
- 1. Controleren of de sproeiarmen vrij kunnen draaien.
- 2. De kraan helemaal opendraaien.
- 3. De toets AAN/UIT indrukken.
- 4. Het gewenste programma kiezen.
De programma-indicatie brandt. In het multidisplay wordt de te verwachten resterende looptijd van het programma aangegeven. 3 De resterende looptijd in het multidisplay wordt tijdens het afwassen eventueel aangepast aan de belading, de mate van vervuiling, enzovoort.
- 5. De deur sluiten. Het afwasprogramma begint.
Aan de onderkant verschijnt een puntvormig lichtsignaal.
3 Bij een hoge inbouw met een direct aansluitende kastdeur is het lichtsignaal niet meer zichtbaar.
Het puntvormige lichtsignaal is niet gevaarlijk (geen laser). Het brandt altijd als een afwasprogramma loopt en dooft zodra het programma is beëindigd.
Afwasprogramma onderbreken of afbreken
Onderbreek een lopend afwasprogramma alleen als het absoluut noodzakelijk is.
Afwasprogramma onderbreken door het openen van de deur van de afwasautomaat
1 Bij het openen van de deur kan hete damp naar buiten komen. Verbrandingsgevaar!
- 1. De deur voorzichtig openen. Het afwasprogramma stopt.
- 2. De deur sluiten. Het afwasprogramma loopt verder.
Afwasprogramma afbreken
- 1. De functietoetsen 2 en 3 indrukken en ingedrukt houden.
De LED-indicaties van alle toetsen die u nu kunt kiezen branden. Uitzondering: de 3in1-toets brandt alleen wanneer deze functie is geactiveerd.
- 2. De functietoetsen loslaten. Het afwasprogramma is afgebroken.
- 3. Als u een nieuw afwasprogramma wilt starten, controleer dan eerst of er afwasmiddel in het vakje aanwezig is.
- 4. Uitschakelen met de toets AAN/UIT.
Pagina 24
Starttijdkeuze instellen
3 Met de starttijdkeuze kunt u het begin van een afwasprogramma 1 tot 19 uur uitstellen.
- 1. De toets starttijdkeuze zo vaak indrukken tot het gewenste startuitstel in de multidisplay verschijnt, bijv. 12h, als het afwasprogramma over 12 uur moet starten. De indicatie starttijdkeuze brandt.
- 2. Afwasprogramma kiezen.
- 3. De resterende tijd tot de start van het afwasprogramma wordt doorlopend aangegeven, bijv. 12h, 11h, 10h, ... 1h enz.).
Starttijdkeuze wijzigen:
Als het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u door het indrukken van de toets starttijdkeuze de instelling nog wijzigen:
Starttijdkeuze annuleren:
Druk zo vaak op de toets starttijdkeuze tot in de multidisplay de looptijd van het gekozen programma verschijnt. Het gekozen programma start direct.
Afwasprogramma wijzigen
Als het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u het nog wijzigen: eerst het afwasprogramma onderbreken, vervolgens een nieuwe starttijdkeuze instellen en als laatste een nieuw afwasprogramma kiezen.
Pagina 25
Afwasautomaat uitschakelen
Aan het einde van het afwasprogramma gaat het puntvormige lichtsignaal onder de apparaatdeur uit.
Wanneer de signaaltoon is ingeschakeld, klinkt aan het einde van het afwasprogramma een ca. 15 seconde lange, aanhoudende toon. Als de deur van de afwasautomaat niet wordt geopend, dan wordt het signaal na 3 minuten en na 6 minuten herhaald.
Bij veel afwasprogramma's loopt de droogventilator ook na het einde van het programma door.
1 De deur voorzichtig openen, er kan hete damp naar buiten komen. Heet servies is gevoelig voor stoten. Daarom het servies voor het uitruimen eerst ca. 15 minuten laten afkoelen. Daardoor ontstaat er tevens een beter droogresultaat.
- 1. De toets AAN/UIT indrukken. Alle indicaties doven.
- 2. De kraan dichtdraaien!
3 Machine leeghalen
Het is normaal dat de binnendeur en het vakje voor afwasmiddel vochtig zijn.
- Eerst de onderste korf, dan de bovenste korf uitruimen. Daardoor voorkomt u dat restwater van de bovenste korf op servies in de onderste korf druppelt.
Onderhoud en reiniging
1 Geen meubelreinigingsmiddel of agressieve reinigingsmiddelen gebruiken.
- De bedieningselementen van de afwasautomaat met een zachte doek en warm, schoon water reinigen.
- De vakjes voor reinigingsmiddel, deurafdichting en watertoevoerslang (indien aanwezig) af en toe op vervuiling controleren en eventueel reinigen.
Pagina 26
Reiniging van de zeven
3 De zeven moeten regelmatig worden gecontroleerd en gereinigd. Vervuilde zeven beïnvloeden het afwasresultaat.
- 1. Deur openen, onderste korf uitnemen.
- 2. Greep ongeveer een kwart slag linksom (A) draaien en het zeefsysteem uitnemen (B).
- 3. Fijne zeef (1) aan het greepoog vastpakken en uit de microfilter (2) trekken.
- 4. Alle zeven onder stromend water grondig reinigen.
- 5. Platte zeef (3) uit de bodem van de afwasautomaat nemen en aan beide zijden grondig reinigen.
- 6. Platte zeef weer plaatsen.
- 7. Fijne zeef in de microfilter plaatsen en in elkaar drukken.
- 8. Zeefsysteem inzetten en door het zo ver mogelijk rechtsom draaien van de greep vergrendelen. Opletten dat de platte zeef niet buiten de kuipbodem uitsteekt.
1 Zonder zeven mag de afwasautomaat onder geen enkele voorwaarde worden gebruikt.
Pagina 27
Wat te doen als...
Kleine storingen zelf oplossen
Bij storingen knippert het vloer-lichtsignaal.
Wanneer de signaaltoon is ingeschakeld, klinkt bij een storing een waarschuwingssignaal.
Als tijdens het gebruik een van de volgende foutcodes in de multidisplay wordt aangegeven:
- Foutcode Å10 (problemen met de watertoevoer),
- Foutcode Å20 (problemen met de waterafvoer), kijk dan in de onderstaande tabel.
Druk nadat de storing is opgelost op de toets van het begonnen afwasprogramma. Het afwasprogramma loopt verder.
Bij andere foutcodes (“Å“ gevolgd door een getal):
- Afwasprogramma onderbreken.
- Apparaat uit- en weer inschakelen.
- Het afwasprogramma opnieuw instellen.
Als de storing nogmaals wordt aangegeven neem dan contact op met de service-afdeling en noem de foutcode.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Er klinkt 1 kort waarschuwingssignaal, dat voortdurend wordt herhaald. Programma-indicatie van het gekozen afwasprogramma knippert: de controle-indicatie brandt, de multidisplay geeft de foutcode Å10 aan (problemen met de watertoevoer). | De kraan is verkalkt of is defect. | Controleer de kraan, indien nodig laten repareren. |
| De kraan is gesloten. | Open de kraan. | |
| Zeef (indien aanwezig) in de slangkoppeling aan de kraan is verstopt. | Zeef in de slangkoppeling reinigen. | |
| De zeven in de kuipbodem zijn verstopt. | Druk op de toets van het gestarte afwasprogramma; onderbreek vervolgens het programma (zie hoofdstuk: Afwasprogramma starten); reinig de zeven (zie hoofdstuk: Reiniging van de zeven). | |
| Watertoevoerslang ligt niet goed. | De ligging van de toevoerslang controleren. |
Pagina 28
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Er klinken 2 korte waarschuwingssignalen, die voortdurend worden herhaald. De programma-indicatie van het gekozen afwasprogramma knippert, de multidisplay geeft de foutcode Å20 aan (afwaswater staat in de kuip van de afwasautomaat). | De sifon is verstopt. | De sifon reinigen. |
| Waterafvoerslang ligt niet goed. | De ligging van de afvoerslang controleren. | |
| Er klinken 3 korte waarschuwingssignalen, die voortdurend worden herhaald. De multidisplay geeft de foutcode Å30 aan. | Het beveiligingssysteem tegen wateroverlast is in werking getreden. | Draai eerst de kraan dicht, schakel vervolgens het apparaat uit en neem contact op met de service-afdeling. |
| Het programma start niet. | De stekker zit niet in het stopcontact. | De stekker in het stopcontact steken. |
| De zekering in de huisinstallatie is niet in orde. | De zekering vervangen. | |
| Bij modellen met starttijdkeuze: er is een starttijdkeuze ingesteld. | Als het servies direct afgewassen moet worden, de starttijdkeuze uitschakelen. | |
| In de kuip zijn roestvlekken zichtbaar. | De kuip is van roestvrij staal. Roestvlekken in de kuip zijn op vreemd roest terug te voeren (roestdelen afkomstig uit de waterleiding, van pannen, bestek, enz.). Verwijder vlekken met gangbare reinigingsmiddelen voor edelstaal. | Alleen daarvoor geschikt bestek en servies in de afwasautomaat reinigen. |
| Fluitend geluid tijdens het afwassen. | Het fluiten geeft geen reden tot zorgen. | Een ander merk afwasmiddel gebruiken. |
Pagina 29
Als het afwasresultaat niet bevredigend is
Het servies wordt niet schoon.
- Onjuiste keuze van het afwasprogramma.
- Het servies was zo geplaatst dat het water niet alle delen heeft bereikt. De korven mogen niet overbeladen worden.
- De zeven in de kuipbodem zijn niet schoon of op onjuiste wijze geplaatst.
- Er is geen merkproduct afwasmiddel gebruikt of er is te weinig gedoseerd.
- Bij kalkafzetting op het servies: het voorraadvakje voor het zout is leeg of de wateronthardingsinstallatie is onjuist ingesteld.
- De afvoerslang ligt niet goed.
Het servies is niet droog en glanst niet.
- Er is geen merkproduct glansmiddel gebruikt.
- Het voorraadvakje voor het glansmiddel is leeg.
Op glazen en servies zijn vegen, strepen, melkachtige vlekken of een blauwachtige aanslag zichtbaar.
- De dosering voor het glansmiddel lager instellen.
Op glazen en servies zijn opgedroogde waterdruppels zichtbaar.
- De dosering voor het glansmiddel hoger instellen.
- Het afwasmiddel kan de oorzaak zijn. Neem contact op met de service-afdeling van de afwasmiddelfabrikant.
Glascorrosie
- Neem contact op met de service-afdeling van de afwasmiddelfabrikant.
Pagina 30
Afvalverwerking
2 Verpakkingsmateriaal
De verpakkingsmaterialen zijn niet schadelijk voor het milieu en herbruikbaar. De kunststoffen hebben de volgende aanduidingen, bijv.
>PE<, >PS<, enz. Verwijder de verpakkingsmaterialen in overeenstemming met de aanduiding bij de gemeentelijke inzamelplaatsen in de daarvoor bestemde containers.
2 Oud apparaat verwijderen
Verwijder afgedankte apparatuur conform de in uw woonplaats geldende richtlijnen.
1
Waarschuwing! Als u het apparaat afdankt dient de stekker uit het stopcontact getrokken te worden. Het aansluitsnoer afsnijden en met de stekker verwijderen.
Het slot van de deur onklaar maken zodat de deur niet meer gesloten kan worden. Daardoor kunnen kinderen zich niet insluiten en zo in levensgevaar komen.
Technische gegevens
| Capaciteit: | 12 standaardcouverts inclusief dienbestek |
|---|---|
| Toegestane waterdruk: | 1-10 bar (=10-100 N/cm² = 0,1-1,0 MPa) |
| Elektrische aansluiting: | 230 V, 10 A, zie ook het typeplaatje aan de rechterbinnenzijde van de deur van de afwasautomaat. |
| Volledig integreerbare afwasautomaat | |
| Afmetingen: | 820 - 880 x 596 x 546 (H x B x D in mm) |
| Max. gewicht: | 50 kg |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
5 Dit apparaat is in overeenstemming met de volgende EG-richtlijnen:
- 73/23/EEG van 19.02.1973 Laagspanningsrichtlijn
- 89/336/EEG van 03.05.1989 EMC-richtlijn inclusief aangepaste richtlijn 92/31/EEG
- 93/68/EEG van 22.07.93 CE-markeringsrichtlijn
Pagina 31
Aanwijzingen voor testinstituten
De test volgens EN 60704 moet bij een volle belading met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.
De testen volgens EN 50242 moeten met een volledig gevuld zoutvakje van de waterontharder, met een volledig gevuld vakje voor glansmiddel en met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.
| Volle belading: | Halve belading: | |
|---|---|---|
| 12 standaardcouverts incl. dienbestek | 6 standaardcouverts incl dienbestek, steeds de 2e plaats vrijlaten | |
| Dosering van het afwasmiddel: | 5 g + 25 g (type B) | 20 g (type B) |
| Instelling van het glansmiddel: | 4 (type III) | 4 (type III) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
Voorbeelden voor het beladen van de afwasautomaat: Bovenste korf zonder bestekgedeelte *) Bovenste korf met bestekgedeelte*)
*) Kopjesrek eventueel van rechts naar links verplaatsen. Daarbij absoluut op de gelijke inhanghoogte letten!
Pagina 32: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 33
Opstel- en aansluitaanwijzing
1 Veiligheidsaanwijzingen voor de installatie
- De afwasautomaat alleen staand transporteren omdat anders zout water uit de machine kan lopen.
- Voor de ingebruikname de afwasautomaat op transportschade controleren. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten. Neem in geval van schade contact op met uw leverancier.
- Neem de afwasautomaat nooit in gebruik als het aansluitsnoer, de toe- of afvoerslang beschadigd zijn of als het bedieningspaneel, het bovenblad of de sokkel dermate beschadigd zijn dat het apparaat open toegankelijk is.
- De stekker altijd in een volgens de voorschriften geïnstalleerd randgeaard stopcontact steken.
- Bij vaste aansluiting: een vaste aansluiting mag alleen door een erkende elektro-vakman worden uitgevoerd.
- Controleer vóór de ingebruikname of de op het typeplaatje van het apparaat aangegeven netspanning en stroomsoort met de netspanning en stroomsoort op de opstellingsplaats overeenkomen. De vereiste elektrische zekering is eveneens op het typeplaatje aangegeven.
- Meerwegstekkers/-verbindingen en verlengsnoeren mogen niet worden gebruikt. Brandgevaar als gevolg van oververhitting!
- Het aansluitsnoer van de afwasautomaat mag alleen door de serviceafdeling of een erkend vakman worden vervangen.
- Een toevoerslang met veiligheidsventiel mag alleen door de serviceafdeling worden vervangen.
Pagina 34
Opstellen van de afwasautomaat
- De afwasautomaat dient op een vaste vloer opgesteld te worden, stabiel en horizontaal te staan en in alle richtingen uitgelijnd te worden.
- Om oneffenheden in de vloer te compenseren en de apparaathoogte t.o.v. andere meubels aan te passen, kunnen de schroefvoeten met een schroevendraaier worden uitgedraaid.
- Afvoerslang, toevoerslang en aansluitsnoer moeten binnen de sokkeluitsparing achter vrij beweeglijk liggen opdat ze niet afgeklemd of platgedrukt worden.
- De afwasautomaat moet bovendien aan het doorlopende keukenwerkblad of de aangrenzende meubels vastgeschroefd zijn. Deze maatregel is absoluut noodzakelijk opdat de kiepveiligheid volgens VDEvoorschrift gegarandeerd is.
Volledig integreerbare afwasautomaat
3
(zie bijgevoegd montagesjabloon)
De apparaatdeur kan van een houten plaat/meubelplaat in de volgende afmetingen worden voorzien:
| Breedte: | 591 mm – 594 mm |
| Dikte: | 16 mm – 24 mm |
| Hoogte: | max. 715 mm |
| Gewicht: | max. 10 kg |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
De meegeleverde montageplaat is bedoeld voor het eenvoudig monteren en stabiel bevestigen van gedeelde meubelplaten.
Pagina 35
Aansluiten van de afwasautomaat
Wateraansluiting
- De afwasautomaat kan zowel aan koud water als aan warm water tot max. 60 °C aangesloten worden.
- De afwasautomaat mag niet aan open warmwaterapparatuur of een geiser worden aangesloten.
Toegestane waterdruk
| Laagste toegestane waterdruk: 1 bar (=10 N/cm2 =100 kPa) | Bij een waterdruk van minder dan 1 bar verzoeken wij u contact met uw installateur op te nemen. |
| Hoogste toegestane waterdruk: 10 bar (=100 N/cm2 =1 MPa) | Bij een waterdruk die hoger is dan 10 bar dient een drukverlagingsklep voorgeschakeld te worden (verkrijgbaar bij uw vakhandel). |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
1 Toevoerslang aansluiten
De toevoerslang mag bij het aansluiten niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn.
De toevoerslang met de slangkoppeling (ISO 228-1:2000) aan een kraan met buitenschroefdraad (¾ inch) aansluiten. De toevoerslang is of van een kunststof of van een metalen aansluitmoer voorzien:
- De kunststof aansluitmoer van de slangkoppeling alleen met de hand aandraaien.
- De metalen aansluitmoer van de slangkoppeling moet te allen tijde m.b.v. gereedschap worden aangedraaid.
Vervolgens de dichtheid visueel controleren (controleren of de kraan niet druppelt).
Opdat de beschikbaarheid van water in de keuken niet wordt beperkt adviseren wij om een extra kraan te installeren of om aan de beschikbare kraan een aftakstuk te laten installeren.
Als u een langere toevoerslang dan de meegeleverde slang nodig hebt, dan de volgende, bij de vakhandel verkrijgbare VDE-goedgekeurde, complete slangsets gebruiken:
- Slangset “WRflex 100“ (E-Nr.: 911 239 034)
- Slangset “WRflex 200“ (E-Nr.: 911 239 035)
3
Pagina 36
1 Waterafvoer
Afvoerslang
De afvoerslang mag niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn.
- Aansluiting van de afvoerslang: maximale toegestane hoogte boven de onderkant van het apparaat: 60 cm.
Verlengslangen
- Verlengslangen zijn via de vakhandel of onze service-afdeling te verkrijgen. De binnendiameter van de verlengslang moet 19 mm zijn, opdat de functie van het apparaat niet wordt verstoord.
- De totale lengte incl. verlengingsslang mag max. 4 meter bedragen.
Sifonaansluiting
- De tuit van de afvoerslang (ø 19 mm) past op alle gangbare sifontypes. De buitendiameter van de sifonaansluiting moet ten minste 15 mm zijn.
- De afvoerslang moet met de bijgeleverde slangklem aan de sifonaansluiting worden bevestigd.
Beveiliging tegen wateroverlast
Ter voorkoming van waterschade is de afwasautomaat met een systeem ter beveiliging tegen wateroverlast uitgerust.
In geval van storing onderbreekt het veiligheidsventiel in de toevoerslang direct de watertoevoer en schakelt de afvoerpomp in. Daardoor kan het water niet uit- of overlopen. Het restwater dat zich in het apparaat bevindt wordt automatisch weggepompt.
Wanneer het apparaat is ingeschakeld, is bij storingen tevens een signaaltoon hoorbaar.
Pagina 37
Elektrische aansluiting
Gegevens over netspanning, stroomsoort en vereiste zekering zijn op het typeplaatje aangegeven. Het typeplaatje is aan de rechterbinnenkant van de deur van de afwasautomaat aangebracht.
Om de afwasautomaat van het net te scheiden dient de stekker uit het stopcontact getrokken te worden.
Let op:
- De stekker moet na de opstelling van het apparaat toegankelijk blijven.
- Na de inbouw mogen spanningvoerende delen en bedrijfsgeïsoleerde bedradingen met de controlevinger volgens DIN EN 60335-1 niet aanraakbaar zijn.
Aansluittechniek
De toevoer- en afvoerslangen evenals het aansluitsnoer moeten aan de zijkant van de afwasautomaat aangesloten worden omdat daar aan de achterkant van het apparaat geen plaats voor is.
Dubbel ventiel Water- Water-
2 steunen 45° of recht, buiten ø 19 mm, lengte 30 mm
afvoer toevoer
Aansluitsnoer
Water- Aansluitsnoer Water- Elektrische aansluiting toevoer afvoer
Pagina 38: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 39
Service
Controleer bij technische storingen eerst of u met behulp van de gebruiksaanwijzing (hoofdstuk ”Wat u moet doen als…“) het probleem zelf kunt oplossen.
Wanneer u het probleem niet kunt oplossen, neemt u contact op met onze klantenservice of met een van onze servicepartners.
Om u snel te kunnen helpen, hebben wij de volgende gegevens nodig:
- Modelaanduiding
- Productnummer (PNC)
- Serienummer (S-No.) (u vindt deze nummers op het typeplaatje)
- Soort storing
- Eventuele foutmelding die het apparaat weergeeft
Om ervoor te zorgen dat u de benodigde identificatienummers van uw apparaat bij de hand heeft, raden wij u aan deze hier te noteren:
| Modelaanduiding: | ..................................... |
|---|---|
| PNC: | ..................................... |
| S-No: | ..................................... |