ATAG VA9511ST, tekst van de handleiding
Vaatwasser · ATAG · 26 pagina's in het Nederlands · pdf: 28 pagina's, 0,8 MB
Storingen op pagina 20
Pagina 20
Vanaf de titel; het begin van pagina 20 staat in de pdf.
20 Kleine storingen zelf verhelpen
De meeste storingen die in het dagelijks gebruik voorkomen, kunt u zelf verhelpen zonder de hulp van de Servicedienst in te roepen. Hiermee bespaart u natuurlijk kosten en bent u er zeker van dat de machine snel weer gebruikt kan worden. Het volgende overzicht kan u erbij helpen de oorzaken van de ontstane storing te vinden.
Attentie
Als op de cijferindicatie 9 een foutcode verschijnt (E:01 tot E:30), moet altijd eerst de stekker van het apparaat uit het stopcontact getrokken resp. de zekering uitgeschakeld worden en de kraan worden dichtgedraaid.
Bepaalde storingen (zie de volgende beschrijving van storingen) kunt u zelf verhelpen; bij alle andere storingen a.u.b. de Servicedienst inschakelen en de aangegeven storing E:XX aangeven.
Attentie
Attentie: reparaties mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd. Mocht het uitwisselen van een onderdeel noodzakelijk zijn, let er dan op dat alleen originele onderdelen gebruikt worden. Ondeskundige reparatie of gebruik van niet-originele onderdelen kan aanzienlijke schade en gevaar voor de gebruiker opleveren.
Pagina 21
... bij het inschakelen
Het apparaat start niet.
Zekering van de huisinstallatie niet in orde.
De stekker zit niet in het stopcontact.
De deur van het apparaat is niet goed dicht.
... aan het apparaat
De onderste sproeiarm draait moeilijk.
Sproeiarm geblokkeerd.
De deur kan niet alleen moeilijk geopend worden. *
Kinderbeveiliging is geactiveerd. De gebruiksaanwijzing voor de deactivering bevindt zich achterin in de omslag.
* afhankelijk van het model
De deur kan niet sluiten.
Het deurslot is omgesprongen. Om het slot terug te zetten de deur met grote kracht sluiten.
... bij het instellen
De instelling kan niet gewijzigd worden, een programma start.
Verkeerde programmatoets ingedrukt.
Het programma afbreken (zie hoofdstuk „Programma afbreken (Reset)”) en van voren af aan beginnen.
Einde van het programma niet afgewacht.
Deksel van het afwasmiddelbakje kan niet gesloten worden.
Afwasmiddelbakje te vol of mechanisme door vastgeplakte afwasmiddelresten geblokkeerd.
Afwasmiddelresten in het afwasmiddelbakje.
Afwasmiddelbakje was tijdens het vullen vochtig.
nl
Indicatie „Watertoevoer controleren” 3 brandt.
Kraan dicht.
Watertoevoer onderbroken. Watertoevoerslang geknikt. Zeef aan de kraan verstopt. Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken.
Kraan dichtdraaien.
Zeef in de toevoerslang schoonmaken.
Stroom weer inschakelen. Kraan opendraaien.
Apparaat inschakelen.
Na afloop van het programma blijft er water in het apparaat staan.
(E24) Waterafvoerslang verstopt of geknikt.
(E25) Waterafvoerpomp geblokkeerd, afdekking van de waterafvoerpomp niet vastgeklikt (zie Schoonmaken en onderhoud).
Zeven verstopt.
Programma nog niet beëindigd. Wachten op het einde van het programma (de cijferindicatie geeft 0:00 aan) of functie „Reset” uitvoeren.
Pagina 22
nl
Bijvulindicatie voor zout 4 en/of glansspoelmiddel 5 brandt niet.
Bijvulindicatie(s) uitgeschakeld. Voldoende zout/glansspoelmiddel aanwezig.
De navulindicatie voor speciaal zout 4 brandt.
Het zout ontbreekt.
Onthardingszout bijvullen.
Sensor herkent de zouttabletten niet.
Ander speciaal zout gebruiken.
... bij de afwas
Abnormale schuimvorming
Handafwasmiddel in het reservoir voor glansspoelmiddel.
Gemorst glansspoelmiddel leidt tot overmatige schuimvorming. Daarom moet u het gemorste glansspoelmiddel met een doekje verwijderen.
Het programma stopt tijdens de afwas.
Stroomtoevoer onderbroken. Watertoevoer onderbroken.
Klappende/kletterende geluiden tijdens de afwas.
De sproeiarm slaat tegen het serviesgoed.
Het serviesgoed is niet goed ingeruimd.
Klappende geluiden van de vulventielen.
Wordt veroorzaakt door de ligging van de waterleiding maar heeft geen invloed op het functioneren van het apparaat. Deze geluiden kunnen niet verholpen worden.
... aan het serviesgoed
Etensresten op het serviesgoed.
Serviesgoed te dicht op elkaar ingeruimd, servieskorf te vol. Te weinig afwasmiddel.
Te zwak afwasprogramma gekozen.
Sproeiarmen konden niet ongehinderd ronddraaien.
Sproeiers van sproeiarmen verstopt.
Zeven verstopt.
Zeven verkeerd ingezet.
Afvoerpomp geblokkeerd.
Bovenste servieskorf rechts en links niet op dezelfde hoogte erin gezet.
Er zijn resten thee of lippenstift achtergebleven.
Het afwasmiddel heeft te weinig bleekwerking.
Te lage afwaswatertemperatuur. Te weinig/ongeschikt afwasmiddel
Witte vlekken op het serviesgoed/de glazen blijven melkkleurig.
Bij het gebruik van afwasmiddel zonder fosfaat kan er bij hard leidingwater eerder witte aanslag op het serviesgoed en de binnenwanden van de machine ontstaan. Te weinig/ongeschikt afwasmiddel. Te zwak programma gekozen. Geen/te weinig glansspoelmiddel. Geen/te weinig onthardingszout. Onthardingsinstallatie op een verkeerde waarde ingesteld. Deksel van het zoutreservoir niet vastgedraaid.
Neem contact op met de fabrikant van het reinigingsproduct, vooral als:
het serviesgoed na afloop van het programma erg nat is. er kalkaanslag ontstaat.
Pagina 23
Doffe, verkleurde glazen, aanslag kan niet worden afgewassen.
Ongeschikt afwasmiddel.
Glazen niet geschikt voor afwasmachine.
Strepen op glazen en bestek, glazen zien er metaalachtig uit.
Te veel glansspoelmiddel.
Verkleuringen op kunststof delen.
Te weinig/ongeschikt afwasmiddel. Te zwak programma gekozen.
Roestsporen op het bestek.
Bestek niet roestbestendig. Zoutgehalte in het afwaswater te hoog doordat het deksel van het zoutreservoir niet goed is vastgedraaid of bij het bijvullen zout gemorst werd.
Serviesgoed niet droog.
De deur van het apparaat werd te vroeg geopend en het serviesgoed werd er te snel uitgehaald.
Een programma zonder drogen gekozen.
Te weinig glansspoelmiddel.
nl
Servicedienst
Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, roep dan de hulp van de Servicedienst in. Het dichtstbijzijnde adres van de Servicedienst vindt u in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met serviceadressen. Geef aan de Servicedienst typenummer (1) en het FD-Nummer (2) op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje 32 op de deur van het apparaat.
1 FD
2 Attentie
Als u om een monteur vraagt en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen.
Pagina 24
nl
Installatie
Om de afwasautomaat goed te laten functioneren moet hij vakkundig worden aangesloten. De gegevens van watertoevoer en waterafvoer en de elektrische aansluitwaarden moeten met de vereiste criteria overeenkomen zoals deze in de volgende alinea’s resp. in het montagevoorschrift zijn beschreven.
Bij de montage de juiste volgorde van de handelingen aanhouden:
Bij aflevering controleren Plaatsen
Aansluiten op de waterafvoer Aansluiten op de watertoevoer Elektrische aansluiting
Veiligheidsvoorschriften
Het apparaat volgens het installatie- en montagevoorschrift plaatsen en aansluiten.
Tijdens het installeren mag de afwasautomaat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten.
Overtuig u ervan dat het aardingssysteem van de elektrische huisinstallatie volgens de elektrotechnische voorschriften is geïnstalleerd.
De elektrische aansluitvoorwaarden moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van de afwasautomaat.
Als de elektrische aansluitkabel van het apparaat beschadigd wordt, dan moet deze door een speciale aansluitkabel vervangen worden.
Om gevaren te voorkomen mag deze alleen door de Servicedienst vervangen worden.
Als de afwasmachine in een hoge kast moet worden ingebouwd, dan moet deze volgens de voorschriften bevestigd worden.
Voor een goede stabiliteit van het apparaat mogen integreerbare of onderbouwapparaten alleen onder een doorlopend werkblad worden ingebouwd dat aan de kasten ernaast is vastgeschroefd.
Het apparaat niet in de buurt van een warmtebron (radiator, boiler, fornuis of andere apparaten die warmte afgeven) installeren en niet onder een kookplateau inbouwen.
Na het plaatsen van het apparaat moet de stekker gemakkelijk te bereiken zijn. Bij sommige modellen:
In de kunststof behuizing aan de wateraansluiting bevindt zich een elektrisch ventiel, in de toevoerslang bevinden zich de aansluitingsleidingen. De slang niet doorsnijden, de kunststof behuizing niet in water onderdompelen.
Attentie
Als het apparaat niet in een nis staat waardoor een zijwand toegankelijk is, dan moeten de deurscharnieren om veiligheidsredenen aan de zijkant afgedekt worden (kans op verwondingen).
De afdekkingen zijn als extra toebehoren tegen meerprijs bij de Servicedienst of bij uw leverancier verkrijgbaar.
Aflevering
Uw afwasmachine werd in de fabriek grondig gecontroleerd op correct functioneren. Hierbij zijn kleine watervlekken achtergebleven. Deze zijn na de eerste afwas verdwenen.
Pagina 25
Plaatsing
De vereiste inbouwmaten vindt u in het montagevoorschrift.
Het apparaat met behulp van de verstelbare voetjes waterpas zetten.
Let erop dat het apparaat stevig staat. Geïntegreerde en onderbouwapparaten die naderhand als vrijstaand apparaat worden opgesteld, moeten beveiligd worden tegen kantelen, bijv. door vastschroeven aan de wand of door inbouw onder een doorlopend werkblad dat aan de kasten ernaast is vastgeschroefd.
Het apparaat kan zonder problemen tussen wanden van hout of kunststof in een rij keukenmeubelen worden ingebouwd. Als de stekker na het inbouwen niet gemakkelijk bereikbaar is, dan moet er volgens de veiligheidsvoorschriften een meerpolige scheidingsinstallatie met een contactopening van minimaal 3 mm aanwezig zijn.
Aansluiten op de waterafvoer
De noodzakelijke handelingen vindt u in het montagevoorschrift. Eventueel een sifon met aansluitnippel monteren. Afvoerslang met behulp van de meegeleverde onderdelen op de aansluitnippel van de sifon aansluiten. Let erop dat de waterafvoerslang niet geknikt, ingedrukt of ineen gestrengeld is en dat een stop in de afvoer het wegstromen van het water niet belemmert!
nl
Aansluiten op de watertoevoer
Aansluiting volgens het montagevoorschrift. De toevoerslang met behulp van de meegeleverde onderdelen op de kraan aansluiten.
Let erop dat de toevoerslang niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld is.
Bij vervanging van het apparaat moet altijd een nieuwe watertoevoerslang in gebruik worden genomen.
Waterdruk:
minimaal 0,05 MPa (0,5 bar), maximaal 1 MPa (10 bar). Bij hogere waterdruk een drukreduceerventiel ervoor installeren.
Hoeveelheid binnenstromend water:
minimaal 10 liter per minuut
Temperatuur van het water:
Bij voorkeur koud water, bij warm water max. temperatuur 60 C.
Pagina 26
nl
Elektrische aansluiting
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact op 220 V tot 240 V en 50 Hz of 60 Hz aansluiten. Zie het typeplaatje 32 voor de vereiste zekering.
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het inbouwen gemakkelijk bereikbaar zijn.
Veranderingen in de aansluiting mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd.
Een verlenging van de elektrische aansluitkabel mag alleen door de Servicedienst geleverd worden.
Bij gebruik van een aardlekschakelaar
mag alleen een type met het teken geïnstalleerd worden. Alleen deze voldoet aan de nu geldende voorwaarden.
Het apparaat is voorzien van een waterbeveiligingssysteem.
Let op: het functioneert alleen als het apparaat op de stroom is aangesloten.
Demontage
Neem ook hier de volgorde van de handelingen in acht.
Apparaat van het elektriciteitsnet loskoppelen.
Kraan dichtdraaien.
Aansluiting op de waterafvoer en -toevoer loskoppelen.
Bevestigingsschroeven onder het werkblad eruit draaien.
De plint – indien aanwezig – demonteren.
Apparaat eruit halen en daarbij de slang voorzichtig naar voren trekken.
Transport
Afwasmachine leeg laten lopen en losse onderdelen vastzetten.
Het apparaat in de volgende stappen legen:
Kraan opendraaien.
Deur openen.
AAN/UIT-schakelaar 1 inschakelen.
De indicaties van het laatst gekozen programma gaan branden.
Programma met de hoogste temperatuur kiezen.
Op de cijferindicatie 9 verschijnt de vermoedelijke duur van het programma.
START-toets 8 indrukken.
Deur sluiten.
Het programmaverloop start.
Na ca. 4 minuten de deur openen. START-toets 8 net zolang indrukken tot deze de cijferindicatie aangeeft.
Deur sluiten.
Na ca. 1 minuut de deur openen. Op de cijferindicatie verschijnt .
Apparaat uitschakelen 1 en kraan dichtdraaien.
Apparaat alleen rechtop vervoeren. (Om te voorkomen dat resterend water in het besturingsmechanisme terechtkomt wat tot een verkeerd programmaverloop leidt).
Bescherming tegen vorst
Als het apparaat in een voor vorst gevoelige ruimte staat (bijv. in een vakantiehuisje), dan moet u het apparaat helemaal leeg laten lopen (zie Transport). Kraan dichtdraaien, toevoerslang losmaken en laten leeglopen.
Pagina 27
nl
Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat
Zowel de verpakking van het nieuwe apparaat als het oude apparaat bevat waardevolle grondstoffen en materiaal dat hergebruikt kan worden.
De afzonderlijke delen a.u.b. gesorteerd afvoeren.
U kunt bij uw leverancier of bij de gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal kunt (laten) afvoeren.
Verpakking
Alle kunststof delen van het apparaat zijn gemerkt met een gestandaardiseerd afkortingsteken (bijv. >PS< polystyreen). Hierdoor is bij het afvoeren van het apparaat een scheiding per soort van de kunststof afvaldelen mogelijk.
Neem a.u.b. de aanwijzingen voor de veiligheid onder „Bij levering” in acht.
Uw oude apparaat
Neem a.u.b. de aanwijzingen voor de veiligheid onder „Bij het afvoeren” in acht.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EC betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment
- WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.
Pagina 28
Kinderbeveiliging *
- 40 Kinderbeveiliging inschakelen
- 41 Deur openen bij ingeschakelde kinderbeveiliging
- 42 Kinderbeveiliging uitschakelen
Zorg dat de deur van het apparaat altijd goed gesloten is als u het apparaat verlaat. Alleen zo kunt u uw kinderen tegen eventuele gevaren beschermen.
Bakplaat-sproeikop *
Grote bakplaten of roosters en borden met een doorsnede van meer dan 30 cm (gourmetborden, pastaborden, onderborden) kunt u met behulp van deze sproeikop reinigen.
Hiertoe de bovenste servieskorf eruit halen en de sproeikop zoals afgebeeld erin zetten.
De bakplaten zoals afgebeeld inruimen zodat de sproeistraal alle delen kan bereiken (maximaal 4 bakplaten en 2 roosters).
De afwasautomaat altijd met de bovenste servieskorf of de bakplaat-sproeikop gebruiken!
* niet bij alle modellen
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
nl Inhoud
Veiligheidsvoorschriften . . 4
Bij aflevering . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Bij de installatie . . . . . . . . . . . . . 4
Dagelijks gebruik . . . . . . . . . . . . 4
Bij kinderen in het huishouden 4
Kinderbeveiliging (deurvergrendeling) 4
Bij schade . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Bij het afvoeren van het apparaat 5
Kennismaking met het apparaat 5
Bedieningspaneel . . . . . . . . . . . 5
Binnenkant van het apparaat . . 5
Wateronthardingsinstallatie 6
Instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Onthardingszout . . . . . . . . . 7
Gebruik van onthardingszout . . 7
Indicatie zout bijvullen/ ontharding uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Glansspoelmiddel . . . . . . . . 8
Hoeveelheid glansspoelmiddel instellen 8
Indicatie glansspoelmiddel bijvullen uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Serviesgoed . . . . . . . . . . . . . 9
Ongeschikt servies . . . . . . . . . . 9
Schade aan glas en serviesgoed 9
Inruimen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Uitruimen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Kopjes en glazen . . . . . . . . . . . . 9
Pannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Bestekkorf . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Omklapbare bordensteunen . . 10
Houder voor kleingoed . . . . . . . 10
Messenrek . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Verstellen van de korfhoogte . . 11
Afwasmiddel . . . . . . . . . . . . . 12
Vul afwasmiddel . . . . . . . . . . . . . 13
Programma-overzicht . . . . . 14
Programmakeuze . . . . . . . . . . . 14
Aanwijzingen voor vergelijkende tests 14
Extra functies . . . . . . . . . . . . 15
Tijdverkorting/Tijd besparen* . . 15
Halve belading . . . . . . . . . . . . . . 15
Hygiëne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Intensief Zone . . . . . . . . . . . . . . 15
Extra drogen . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Afwassen . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Programmagegevens . . . . . . . . 15
Aqua-Sensor . . . . . . . . . . . . . . . 15
Inschakelen van het apparaat . 15
Optische indicatie tijdens het programmaverloop . . . . . . . 16
Resttijdindicatie . . . . . . . . . . . . . 16
Starttijd kiezen . . . . . . . . . . . . . . 16
Einde van het programma . . . . 17
Uitschakelen van het apparaat 17
Onderbreken van het programma 17
Afbreken van het programma (Reset) 17
Wijzigen van het programma . . 18
Intensief drogen . . . . . . . . . . . . . 18
Schoonmaken en onderhoud 18
Algemene toestand van de machine 18
Zeven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Sproeiarmen . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Afvoerpomp . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Kleine storingen zelf verhelpen 20
... bij het inschakelen . . . . . . . . 21 ... aan het apparaat . . . . . . . . . . 21 ... bij het instellen . . . . . . . . . . . . 21 ... bij de afwas . . . . . . . . . . . . . . 22 ... aan het serviesgoed . . . . . . . 22
Servicedienst . . . . . . . . . . . . 23
Installatie . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Veiligheidsvoorschriften . . . . . . 24
Aflevering . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Plaatsing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Aansluiten op de waterafvoer . 25
Aansluiten op de watertoevoer 25
Elektrische aansluiting . . . . . . . 26
Demontage . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Bescherming tegen vorst . . . . . 26
Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat . . . . . . . . 27
Verpakking . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Uw oude apparaat . . . . . . . . . . . 27
Pagina 4
nl
Veiligheidsvoorschriften
Bij aflevering
Controleer onmiddellijk of de verpakking en de afwasautomaat tijdens het transport beschadigd zijn. Een beschadigd apparaat niet in gebruik nemen maar contact opnemen met uw leverancier.
Het verpakkingsmateriaal milieuvriendelijk volgens de geldende voorschriften afvoeren.
Laat kinderen niet met de verpakking en de onderdelen daarvan spelen. Kans op stikken door vouwdozen en folie.
Bij de installatie
Hoe het apparaat volgens de voorschriften geplaatst en aangesloten moet worden, kunt u nalezen in het hoofdstuk „Installatie”.
Dagelijks gebruik
De afwasautomaat alleen in het huishouden gebruiken en alleen voor het aangegeven doel: het afwassen van huishoudelijk serviesgoed.
Niet op de geopende deur gaan zitten of staan. Het apparaat kan kantelen. Bij vrijstaande apparaten erop letten dat het apparaat naar voren kan kiepen bij te vol geladen servieskorven.
Doe geen oplosmiddel in de spoelruimte. Kans op explosie.
Tijdens het programmaverloop de deur alleen heel voorzichtig openen. Er kan namelijk heet water uit het apparaat spuiten.
Om verwondingen bijv. door struikelen te voorkomen: de afwasautomaat tijdens het in- en uitladen zo kort mogelijk openen.
Let op de veiligheidsvoorschriften resp. de aanwijzingen bij het gebruik op de verpakkingen van het afwas- en glansspoelmiddel.
Attentie
Messen en andere voorwerpen met scherpe punten met de punten naar beneden in de bestekkorf zetten of plat in het messenrek * leggen.
* Afhankelijk van het model
Bij kinderen in het huishouden
Maak gebruik – indien aanwezig – van de kinderbeveiliging. Een nauwkeurige beschrijving vindt u achter in de omslag.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen of het bedienen.
Kinderen uit de buurt van afwasmiddel en glansspoelmiddel houden. Deze kunnen irritaties in mond, keel en ogen veroorzaken of tot verstikking leiden. Kinderen uit de buurt van de geopende afwasautomaat houden, Het water in het apparaat is geen drinkwater. Er kunnen nog resten afwasmiddel in het apparaat zijn achtergebleven. Let op dat kinderen niet in de tab-opvangschaal 22 grijpen.
De vingertjes kunnen in de sleuven beklemd raken.
Bij een hoog ingebouwd apparaat bij het openen en sluiten van de deur erop letten dat kinderen zich niet tussen de deur van het apparaat en de kastdeur eronder wringen en/of bekneld raken.
Kinderbeveiliging (deurvergrendeling)
De beschrijving van de kinderbeveiliging bevindt zich achterin in de omslag.
Pagina 5
Bij schade
Reparaties en ingrepen mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd. Hierbij mag het apparaat niet op het lichtnet zijn aangesloten. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp.
uitschakelen. Kraan dichtdraaien.
Bij het afvoeren van het apparaat
Het afgedankte apparaat onmiddellijk onbruikbaar maken om eventuele ongelukken te voorkomen.
Het apparaat op een milieuvriendelijke wijze (laten) afvoeren.
Attentie
Kinderen kunnen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten (kans op stikken) of in een andere gevaarlijke situatie geraken.
Trek daarom de stekker uit het stopcontact. Aansluitkabel doorknippen en verwijderen. Deurslot onklaar maken zodat de deur niet meer sluit.
nl
Kennismaking met het apparaat
De afbeeldingen van het bedieningspaneel en van de binnenruimte van het apparaat vindt u vooraan in de omslag van deze gebruiksaanwijzing.
In de tekst wordt op de verschillende posities gewezen.
Bedieningspaneel
- 1 AAN/UIT-schakelaar
- 2 Programmatoetsen **
- 3 Indicatie „Watertoevoer controleren”
- 4 Indicatie zout bijvullen
- 5 Indicatie glansspoelmiddel bijvullen
- 6 Starttijd kiezen *
- 7 Extra functies **
- 8 START-toets
- 9 Cijferindicatie
- 10 Toets om de deur te openen
* afhankelijk van het model
** Aantal afhankelijk van het model
Binnenkant van het apparaat
- 20 Bovenste servieskorf
- 21 Messenrek *
- 22 Tab-opvangschaal
- 23 Bovenste sproeiarm
- 24 Onderste sproeiarm
- 25 Reservoir voor onthardingszout
- 26 Zeven
- 27 Bestekkorf
- 28 Onderste servieskorf
- 29 Voorraadreservoir voor glansspoelmiddel
- 30 Afwasmiddelbakje
- 31 Vergrendeling voor afwasmiddelbakje
- 32 Typeplaatje
* afhankelijk van het model
Pagina 6
Tabel voor de waterhardheid
nl
Wateronthardingsinstallatie
Voor een goed afwasresultaat heeft de afwasautomaat zacht water, d.w.z. water met weinig kalk nodig. Anders zetten zich witte kalkresten op het serviesgoed en de binnenkant van de spoelruimte af. Leidingwater met een hardheidsgraad boven 7 dH (vanaf instelwaarde ) moet onthard worden.
Dit gebeurt met behulp van onthardingszout (regenereerzout) in de wateronthardingsinstallatie van de afwasmachine. De instelling en daarmee de benodigde hoeveelheid zout zijn afhankelijk van de hardheidsgraad van het leidingwater.
Instellen
De hoeveelheid onthardingszout is van tot instelbaar.
Bij de instelwaarde is geen onthardingszout nodig.
Vraag de hardheidsgraad van het water bij het waterleidingbedrijf of bij de Servicedienst op.
De instelwaarde vindt u in de tabel voor de waterhardheid.
Deur openen.
AAN/UIT-schakelaar 1 inschakelen. Programmatoets A ingedrukt houden en de START-toets 8 net zolang indrukken tot de cijferindicatie brandt.
Beide toetsen loslaten.
De indicatie van toets A knippert en op de cijferindicatie brandt de door de fabriek ingestelde waarde . Om de instelling te wijzigen:
programmatoets C indrukken.
Bij elke druk op de toets wordt de instelwaarde met één cijfer verhoogd. Als de waarde is bereikt, dan springt de indicatie weer op (uit). START-toets 8 indrukken.
De ingestelde waarde is in het geheugen opgeslagen.
Deur sluiten.
6
Pagina 7
Onthardingszout
Gebruik van onthardingszout
Onmiddellijk vóór het inschakelen van het apparaat zout bijvullen. Hiermee bereikt u dat de overgelopen zoutoplossing onmiddellijk wordt uitgespoeld en corrosie aan het spoelreservoir wordt voorkomen. De schroefdop van het voorraadreservoir 25 eraf draaien. Het reservoir met water vullen (alleen nodig bij het eerste gebruik). Daarna met voor afwasmachines geschikt, speciaal zout vullen
(geen keukenzout of tabletten).
Hierdoor wordt het water verdrongen en loopt weg.
Zodra de indicatie zout bijvullen 4 op het bedieningspaneel brandt, moet opnieuw zout worden bijgevuld.
* afhankelijk van het model
Gebruik van reinigingsproducten met zoutcomponenten
Bij gebruik van gecombineerde reinigingsproducten met zoutcomponenten hoeft in het algemeen tot een waterhardheid van 21 dH (37 fH, 26 Clarke, 3,7 mmol/l) geen onthardingszout gebruikt te worden. Bij een waterhardheid boven 21 dH is het gebruik van onhardingszout noodzakelijk.
nl
Indicatie zout bijvullen/ ontharding uitschakelen
Als de indicatie zout bijvullen 4 stoort (bijv. bij gebruik van gecombineerde reinigingsproducten met zoutcomponenten), dan kan deze uitgeschakeld worden.
Ga te werk zoals onder „Onthardingsinstallatie instellen” is beschreven en de waarde op zetten.
Hiermee zijn de onthardingsinstallatie en de indicatie zout bijvullen uitgeschakeld.
Waarschuwingen
Het zoutreservoir nooit met afwasmiddel vullen. Hierdoor gaat de onthardingsinstallatie kapot.
Zout moet altijd onmiddellijk vóór het inschakelen van het apparaat worden bijgevuld om schade door corrosie te voorkomen.
Pagina 8
nl
Glansspoelmiddel
Zodra de glansspoelmiddelindicatie 5 op het bedieningspaneel brandt, moet glansspoelmiddel worden bijgevuld.
Glansspoelmiddel hebt u nodig voor streeploos gedroogd serviesgoed en heldere glazen.
Gebruik alleen glansspoelmiddel voor huishoudelijke afwasautomaten.
Gecombineerde reinigingsproducten met glansspoelcomponenten kunnen alleen tot een waterhardheid van 21 dH (37 fH, 26 Clarke, 3,7 mmol/l) gebruikt worden. Bij een waterhardheid boven 21 dH is ook hier het gebruik van glansspoelmiddel noodzakelijk.
Het voorraadreservoir 29 openen door het lipje op het deksel in te drukken en op te tillen.
Glansspoelmiddel voorzichtig tot de max. markering in de vulopening gieten.
Deksel sluiten tot u een klik hoort. Eventueel gemorst glansspoelmiddel met een doekje verwijderen om overmatige schuimontwikkeling bij de volgende afwasbeurt te voorkomen. 8
Hoeveelheid glansspoelmiddel instellen
De hoeveelheid glansspoelmiddel is van tot instelbaar. De stand is in de fabriek ingesteld.
Verander de hoeveelheid glansspoelmiddel alleen als er strepen (lagere stand instellen) of watervlekken (hogere stand instellen) op het serviesgoed achterblijven. Deur openen.
AAN/UIT-schakelaar 1 inschakelen. Programmatoets A ingedrukt houden en de START-toets 8 net zolang indrukken tot de cijferindicatie brandt.
Beide toetsen loslaten.
De indicatie van toets A knippert en op de cijferindicatie brandt de door de fabriek ingestelde waarde . Programmatoets A net zolang indrukken tot op de cijferindicatie 9 de in de fabriek ingestelde waarde verschijnt.
Om de instelling te wijzigen:
programmatoets C indrukken.
Bij elke druk op de toets wordt de instelwaarde met één cijfer verhoogd. Als de waarde is bereikt, dan springt de indicatie weer op (uit). START-toets 8 indrukken.
De instelwaarde is opgeslagen.
Deur sluiten.
Indicatie glansspoelmiddel bijvullen uitschakelen
Als de glansspoelmiddelindicatie 5 stoort (bijv. bij gebruik van gecombineerde reinigingsmiddelen met glansspoelcomponenten) dan kan deze worden uitgeschakeld.
Ga te werk zoals onder „Dosering glansspoelmiddel instellen” is beschreven en de waarde op zetten.
Hiermee is de indicatie glansspoelmiddel 5 bijvullen uitgeschakeld.
Pagina 9
Serviesgoed
Ongeschikt servies
Bestek en servies met houten onderdelen.
Gevoelige gedecoreerde glazen, kunst-nijverheidsservies en -vazen en antiek servies. De decoraties zijn niet bestand tegen afwassen in een afwasautomaat. Niet hittebestendige kunststof voorwerpen/onderdelen.
Koperen en tinnen serviesgoed.
Serviesgoed dat bevuild is met as, kaarsvet, smeerolie of verf.
Geglazuurd serviesgoed en voorwerpen van aluminium en zilver kunnen bij het afwassen gaan verkleuren of verbleken. Ook sommige soorten glas (bijv. voorwerpen van kristal) kunnen dof worden nadat ze vele malen zijn afgewassen.
Schade aan glas en serviesgoed
Oorzaken:
Glassoort en fabricagewijze van het glas.
Chemische samenstelling van het afwasmiddel.
Temperatuur van het water tijdens de afwas.
Advies:
Gebruik alleen glas en porselein dat volgens de fabrikant geschikt is voor de afwasautomaat.
Gebruik afwasmiddel waarop staat aangegeven dat het het serviesgoed ontziet.
Glas en bestek na afloop van het programma zo snel mogelijk uit de afwasmachine halen.
nl
Inruimen
Grove etensresten verwijderen.
Voorspoelen onder stromend water is niet nodig.
Het serviesgoed zodanig inruimen dat het stevig staat en niet kan omvallen.
alle soorten serviesgoed met de opening naar beneden staan. serviesgoed met een ronding of een holte schuin staat zodat het water er vanaf kan lopen.
het de twee sproeiarmen 23 en 24 tijdens het ronddraaien niet belemmert.
Hele kleine voorwerpen niet in de machine afwassen. Ze kunnen gemakkelijk uit de servieskorven vallen.
Uitruimen
Om te vermijden dat waterdruppels van de bovenste servieskorf op het serviesgoed in de onderste servieskorf vallen, is het aan te raden het apparaat van onder naar boven uit te ruimen.
Kopjes en glazen
Bovenste servieskorf 20
* afhankelijk van het model
Pagina 10
nl
Pannen
Onderste servieskorf 28
Bestekkorf
Bestek altijd ongesorteerd met de scherpe kant naar beneden inruimen.
Om verwondingen te voorkomen: lange, puntige bestekdelen en messen in het messenrek leggen.
Omklapbare bordensteunen *
* afhankelijk van het model De bordensteunen zijn omklapbaar waardoor pannen, schalen en glazen praktischer kunnen worden ingeruimd.
Houder voor kleingoed *
* afhankelijk van het model
Hierdoor kunnen lichte kunststof voorwerpen zoals bekers, deksels enz. vastgeklemd worden.
Pagina 11
Messenrek *
* afhankelijk van het model
Lange messen en andere lange voorwerpen kunnen horizontaal ingeruimd worden.
U kunt het messenrek eruit halen om hoger serviesgoed af te wassen. Let bij het inbouwen op de juiste positie van het messenrek.
Verstellen van de korfhoogte *
* afhankelijk van het model
De bovenste servieskorf kan – indien gewenst – in de hoogte versteld worden om in de bovenste of in de onderste servieskorf meer ruimte te maken voor hoger serviesgoed.
Hoogte van het apparaat 81,5 cm
| Bovenste korf | Onderste korf | |
| Stand 1 max. ∅ | 22 cm | 30 cm |
| Stand 2 max. ∅ | 24,5 cm | 27,5 cm |
| Stand 3 max. ∅ | 27 cm | 25 cm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
nl
Hoogte van het apparaat 86,5 cm
| Bovenste korf | Onderste korf | |
| Stand 1 max. ∅ | 24 cm | 33 cm |
| Stand 2 max. ∅ | 26,5 cm | 30,5 cm |
| Stand 3 max. ∅ | 29 cm | 28 cm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Afhankelijk van de uitvoering van de bovenste servieskorf in uw model afwasautomaat kunt u kiezen uit een van de volgende manieren om te werk te gaan:
Bovenste servieskorf met hendels aan de zijkant (Rackmatic)
De bovenste servieskorf 20 uittrekken.
Om de korf te laten zakken de twee hendels links en rechts aan de buitenkant van de korf een voor een naar binnen drukken. Hierbij de korf aan de zijkant aan de bovenste rand vasthouden om te voorkomen dat hij plotseling naar beneden valt.
Pagina 12
nl
Om de korf op te tillen de korf aan de zijkant aan de bovenste rand vastpakken en naar boven trekken. Overtuig u ervan dat de korf – voordat u hem weer in het apparaat schuift – aan beide zijden op dezelfde hoogt ligt. Anders kan de deur van het apparaat niet dicht en heeft de bovenste sproeiarm geen verbinding met het aansluitpunt van de watertoevoer.
bovenste servieskorf met boven en onder een paar rollen
De bovenste servieskorf uittrekken. De bovenste servieskorf eruit halen en op de bovenste (stand 3) resp. onderste (stand 1) rollen weer erin hangen.
Afwasmiddel
U kunt zowel tabletten als poedervormige of vloeibare afwasmiddelen voor de wasmachine gebruiken, maar nooit handafwasmiddel. Tabs bevatten behalve afwasmiddel vaak ook glansspoelmiddel en zout (3in1) en afhankelijk van de combinatie (4in1, 5in1 enz.) nog andere componenten zoals glasbescherming of roestvrijstaalglans. Als het afwasmiddel glansspoelmiddel en zout bevat, dan vervalt normaal gesproken tot een bepaalde waterhardheidsgraad de extra dosering van glansspoelmiddel en zout. Bij hogere hardheidsgraden en bij gebruik van losse afwasmiddelen (poedervormige of vloeibare reinigingsmiddelen resp. tabletten zonder glansspoelmiddel en zout) moeten glansspoelmiddel en zout worden toegevoegd. Het apparaat doseert deze automatisch volgens de tevoren ingestelde waarden voor de waterhardheid en de hoeveelheid glansspoelmiddel.
Zodra gecombineerde reinigingsproducten gebruikt worden past het afwasprogramma zich automatisch zodanig aan dat altijd het best mogelijke afwas- en droogresultaat bereikt wordt.
Tip
Het in acht nemen van de gebruiksaanwijzing of van de aanwijzingen op de verpakking van de reinigingsproducten is van groot belang voor de effectiviteit van deze middelen.
Hebt u nog andere vragen, dan raden wij u aan contact op te nemen met de fabrikant van het afwasmiddel.
Afwasmiddelbakje met doseerhulp
De indeling in het afwasmiddelbakje 30 biedt hulp bij de juiste dosering van poedervormig of vloeibaar afwasmiddel. Onderste lijn: 15 ml Middelste lijn: 25 ml Helemaal vol: 50 ml
Pagina 13
Vul afwasmiddel
Afwasmiddelbakje 30 met afwasmiddel vullen (tablet plat neerleggen, niet op zijn kant).
Dosering: zie de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
Deksel van het bakje omhoog schuiven tot de sluiting hoorbaar vastklikt.
Het afwasmiddelbakje gaat, afhankelijk van het programma, op het juiste tijdstip automatisch open. Het poedervormige of vloeibare afwasmiddel wordt in het apparaat verdeeld en opgelost, het tablet valt in de tab-opvangschaal en wordt daar gedoseerd opgelost.
Tip
Als het serviesgoed niet erg vuil is, kunt u normalerwijze volstaan met minder afwasmiddel dan is aangegeven.
Waarschuwingen
Leg geen kleine voorwerpen om af te wassen in de tab-opvangschaal 22 ; hierdoor kan het tablet niet gelijkmatig oplossen.
Als u na de start van het programma serviesgoed wilt bijvullen, gebruik de tab-opvangschaal 22 dan niet als handgreep voor de bovenste servieskorf. Het tablet kan er al in liggen waardoor u met het gedeeltelijk opgeloste tablet in contact komt.
nl
Aanwijzingen
Optimale afwas- en droogresultaten bereikt u door het gebruik van losse afwasmiddelen in combinatie met (apart) gebruik van onthardingszout en glansspoelmiddel.
Bij korte programma’s kunnen tabletten door een verschillende manier van oplossen eventueel niet de volle reinigingskracht ontwikkelen waardoor er onopgeloste afwasmiddeldeeltjes achterblijven. Voor deze programma’s is een reinigingsmiddel in poedervorm beter geschikt.
Bij het programma „Intensief” (niet bij alle modellen) is de dosering van één tablet voldoende. Bij gebruik van poedervormig afwasmiddel kunt u nog wat extra afwasmiddel op de binnenkant van de deur strooien.
Ook als de indicatie glansspoelmiddel en/of zout bijvullen brandt, verloopt het afwasprogramma bij gebruik van gecombineerde reinigingsmiddelen vlekkeloos (neem bij gebruik van deze producten het bijvullen van glansspoelmiddel bij een waterhardheid boven 21 dH in acht – zie hoofstuk „Glansspoelmiddel”).
Als u van gecombineerde reinigingsmiddelen op losse afwasmiddelen omschakelt, let er dan op dat de wateronthardingsinstallatie en de hoeveelheid glansspoelmiddel op de juiste waarde zijn ingesteld.
Bij gebruik van afwasmiddelen met in water oplosbaar beschermend omhulsel: Het omhulsel alleen met droge handen vastpakken. Het afwasmiddelbakje moet vóór het vullen absoluut droog zijn, anders kan het afwasmiddel eraan vastplakken.
Pagina 14
nl
Programma-overzicht
In dit overzicht staat het maximaal mogelijke aantal programma’s vermeld. De bij uw apparaat behorende programma’s kunt u op het bedieningspaneel aflezen.
| Programma | Soort serviesgoed en mate van vervuiling | Programmaverloop | Eventuele extra functies |
|---|---|---|---|
| Intensief 70 | Pannen, serviesgoed en bestek Erg vuil | Voorspoelen Reinigen 70 Tussenspoelen Glansspoelen 70 Drogen | alle |
| Normaal 65 | Serviesgoed en bestek Normaal vervuild | Voorspoelen Reinigen 65 Tussenspoelen Glansspoelen 65 Drogen | alle |
| Auto 45 –65 | Serviesgoed en bestek Normaal vervuild | Wordt naar mate van de vervuiling met behulp van het sensorsysteem geoptimaliseerd. | alle |
| Eco 50 | Serviesgoed en bestek Normaal vervuild | Voorspoelen Reinigen 50 Tussenspoelen Glansspoelen 65 Drogen | alle |
| Glas 40 | Serviesgoed en bestek Licht vervuild | Voorspoelen Reinigen 40 Tussenspoelen Glansspoelen 55 Drogen | Intensief Zone Tijd besparen Halve belading Extra drogen |
| Snel 45 | Serviesgoed en bestek Licht vervuild | Reinigen 45 Tussenspoelen Glansspoelen 55 | Extra drogen |
| Voorspoelen | Licht vervuild | Voorspoelen | geen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Programmakeuze
Aan de hand van het soort serviesgoed en de mate van vervuiling kunt u een passend programma uitzoeken.
Aanwijzingen voor vergelijkende tests
De voorwaarden voor de vergelijkende tests vindt u op het extra blad „Aanwijzingen voor vergelijkende tests”.
Verder lezen op pagina 15Inhoud