Bosch BFL550MS0, tekst van de handleiding
Pagina's 60–72 van 76 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 60
nl Uw apparaat leren kennen
| Deuropener | Deur openen. |
|---|---|
| Tijdschakelaar | Tijdsduur in minuten instellen. |
| Vermogensknop | Magnetronvermogen in watt instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 60)
4.2 Verwarmingsmethoden
Hier vindt u een overzicht van de verwarmingsmethoden. U krijgt aanbevelingen over het gebruik van de verwarmingsmethoden.
| Symbool | Naam | Gebruik |
|---|---|---|
| 90-900 | Magnetron | Gerechten en vloeistoffen ontdooien, bereiden of verwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 60)
4.3 Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Bij het gebruik van de magnetronfunctie blijft de binnenruimte koud. De koelventilator wordt echter toch ingeschakeld.
Opmerking: De koelventilator kan doorlopen, ook wanneer het apparaat al uitgeschakeld is.
4.4 Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
Pagina 61
Voor het eerste gebruik nl
5 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
5.1 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. Zorg ervoor dat er zich in de binnenruimte geen verpakkingsresten, toebehoren of andere voorwerpen bevinden.
- 2. De gladde oppervlakken in de binnenruimte met een zachte, vochtige doek reinigen.
- 3. Om de geur van het nieuwe te verwijderen, neemt u de lege, gesloten binnenruimte af met warm zeepsop. "Binnenruimte reinigen", Pagina 63
5.2 Draaischijf
Gebruik uw apparaat alleen met draaischijf.
- 1. De rolring in het verlaagde deel van de binnenruimte leggen.
- 2. De draaischijf in de aandrijving in het midden van de bodem van de binnenruimte vergrendelen.
- 3. Controleren of de draaischijf correct is vergrendeld.
Opmerking: De draaischijf kan naar links of rechts draaien.
6 De Bediening in essentie
6.1 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en een aanbeveling voor het gebruik ervan.
| Magnetronvermogen in watt | Gebruik |
|---|---|
| 90 | Gevoelige gerechten ontdooien. |
| 180 | Gerechten ontdooien en verder bereiden. |
| 360 | Vlees en vis bereiden of gevoelige gerechten opwarmen. |
| 600 | Gerechten verwarmen en bereiden. |
| 900 | Vloeistoffen verwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)
6.2 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Opmerking: Voordat u vormen voor de magnetron gebruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit.
Geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires | Toelichting |
|---|---|
| Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: | Deze materialen laten microgolven door. Microgol- |
| Glas | ven beschadigen hittebe- |
| Glaskeramiek | stendige vormen niet. |
| Porselein | |
| Temperatuurbestendige kunststof | |
| Volledig geglaceerd keramiek zonder barsten | |
| Bestek van metaal | Opmerking: Om kookvertraging te voorkomen kunt u metalen bestek gebruiken, bijv. een lepel in een glas. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Niet geschikt voor de magnetron
Vormen en accessoires
Vormen van metaal
Toelichting
Metaal laat geen microgolven door. De gerechten warmen nauwelijks op.
Pagina 62
nl Reiniging en onderhoud
| Vormen en accessoires | Toelichting |
|---|---|
| Servies met goud- of zilverdecor | Microgolven kunnen gouddecor en zilverdecor beschadigen. Tip: Wanneer door de fabrikant wordt gegarandeerd dat de vorm geschikt is voor de magnetron, kunt u de vorm gebruiken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 62)
6.3 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut op het maximale magnetronvermogen instellen.
- 3. In werking stellen.
- 4. De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
6.4 Magnetron instellen
LET OP
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte ser-
viestest vormt hierop een uitzondering.
Tip: Om uw apparaat optimaal te gebruiken, kunt u zich aan de informatie in de insteladviezen oriënteren. "Zo lukt het", Pagina 65
- 1. De veiligheidsaanwijzingen in acht nemen.
Pagina 57
- 2. De aanwijzingen voor het vermijden van materiële schade in acht nemen. Pagina 59
- 3. De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormen en accessoires in acht nemen. Pagina 61
- 4. Met de vermogensknop het gewenste magnetronvermogen instellen.
- 5. Met de tijdschakelaar de gewenste tijdsduur instellen. Als de gewenste tijdsduur minder dan 2 minuten bedraagt, eerst op een langere en dan meteen weer op de gewenste tijdsduur zetten.
Opmerking: Als u tijdens de werking de deur van de binnenruimte opent, onderbreekt de magnetron de werking en het ingestelde tijdsverloop. Als u de deur van de binnenruimte sluit, wordt de werking hervat.
6.5 Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- Met de tijdschakelaar de gewenste tijdsduur instellen. Als de gewenste tijdsduur minder dan 2 minuten bedraagt, eerst op een langere en dan meteen weer op de gewenste tijdsduur zetten.
6.6 Werking onderbreken
- 1. Open de deur van het apparaat.
- 2. Om de werking voort te zetten, de deur van het apparaat sluiten.
De ingestelde tijdsduur loopt verder.
6.7 Werking afbreken
- De tijdschakelaar op 0 zetten.
7 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
7.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Pagina 63
Reiniging en onderhoud nl
- Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen.
Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit kan oppervlakken beschadigen.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
7.2 Apparaat reinigen
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 62
- 2. De aanwijzingen voor de reiniging van de onderdelen en oppervlakken van het apparaat in acht nemen.
- 3. Indien niet anders vermeld:
- De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Droog na met een zachte doek.
7.3 Binnenruimte reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadigen.
- Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of andere agressieve reinigingsproducten voor de oven.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 62
- 2. Met warm zeepsop of azijnwater reinigen.
- 3. Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken.
Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden altijd een lepel er in plaatsen.
- 4. De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- 5. De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
Draaischijf reinigen
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 62
- 2. De draaischijf verwijderen.
- 3. De draaischijf met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje reinigen.
- 4. Met een zachte doek nadrogen.
- 5. De draaischijf weer plaatsen.
Erop letten dat de draaischijf juist vastklikt.
7.4 Voorzijde van het apparaat reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het apparaat beschadigen.
- Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken.
- Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen.
- Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmiddelen voor warme oppervlakken gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 62
- 2. De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en een vaatdoek reinigen.
Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- 3. Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek.
Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel.
- 4. Met een zachte doek nadrogen.
7.5 Bedieningspaneel reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel beschadigen.
- Het bedieningspaneel nooit nat afnemen.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 62
- 2. Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een zachte, vochtige doek reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
7.6 Ruiten van de deur schoonmaken
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadigen.
- Geen schraper gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 62
- 2. Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek een glasreiniger.
Opmerking: Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de verlichting van de binnenruimte.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
Pagina 64
nl Storingen verhelpen
7.7 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Reinigingsfunctie instellen
- 1. Doe een paar druppels afwasmiddel in een kopje met water.
- 2. Doe er ook een lepel in, om kookvertraging te voorkomen.
- 3. Zet het kopje in het midden van de binnenruimte.
- 4. Magnetronvermogen op 600 W instellen.
- 5. Tijdsduur op 3 minuten instellen.
- 6. Magnetron starten.
- 7. Na het verstrijken van de tijdsduur de deur nog 3 minuten gesloten laten.
- 8. De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- 9. De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
8 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 65
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
8.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▸ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▸ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. "Servicedienst", Pagina 65 | |
| Deur is niet helemaal gesloten. ▸ Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpen tussen de deur klem zitten. | |
| Tijdschakelaar is niet ingesteld. ▸ Stel de tijdschakelaar in. Pagina 62 | |
| De gerechten worden langzamer warm dan voorheen. | Magnetronvermogen is te laag ingesteld. ▸ Stel een hoger magnetronvermogen in. Pagina 62 |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het apparaat gedaan. ▸ Stel een langere tijdsduur in. Voor de dubbele hoeveelheid hebt u twee keer zoveel tijd nodig. | |
| Gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. ▸ Keer de gerechten of roer de gerechten tussendoor om. |
Pagina 65
Afvoeren nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Draaischijf krast of schuurt. | Vuil of vreemde voorwerpen bevinden zich in het bereik van de aandrijving van de draaischijf. ▸ Reinig de rolring en het verlaagde deel in de binnenruimte. |
| Magnetronfunctie breekt af. | Apparaat heeft een storing. ▸ Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de servicedienst. |
| Het toestel is niet in gebruik. Op het display wordt een tijdsduur weergegeven. | Er is per ongeluk aan de draaiknop gedraaid. ▸ Druk op . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 65)
9 Afvoeren
9.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
10 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
De informatie conform verordening (EU) 2023/826 vindt u online op www.bosch-home.com op de productpagina en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.
10.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
11 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
11.1 Zo kunt u het best te werk gaan
Opmerking
De insteladviezen gelden altijd voor de koude en lege binnenruimte.
Pagina 66
nl Zo lukt het
De opgegeven tijden in de overzichten zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen.
- Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
- Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken.
- Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
- 1. Vóór het gebruik niet benodigde vormen uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Kies een gewenst gerecht uit de insteladviezen.
- 3. De gerechten in een geschikte vorm doen.
"Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron", Pagina 61
- 4. De vorm op de draaischijf plaatsen.
- 5. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies. Eerst de kortste tijdsduur instellen. Indien nodig de tijdsduur verlengen. Als in de tabellen twee magnetronvermogens en tijdsduren zijn aangegeven, eerst het eerste magnetronvermogen en de eerste tijdsduur instellen en na het signaal het het tweede magnetronvermogen en de tweede tijdsduur.
Als u van de tabellen afwijkende hoeveelheden wilt bereiden, stel dan voor de dubbele hoeveelheid ongeveer de dubbele tijdsduur in.
- 6. Gebruik pannenlappen wanneer u hete vormen uit de binnenruimte neemt.
11.2 Tips om te ontdooien en op te warmen
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Het gerecht moet na het verstrijken van de tijdsduur ontdooid, heet of gaar zijn. | Stel een langere tijdsduur in. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meer tijd nodig. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 66)
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Het gerecht mag na het verstrijken van de tijdsduur aan de rand niet oververhit zijn en in moet in het midden gaar zijn. | Het gerecht tussendoor omroeren. Een lager magnetronvermogen en een langere tijdsduur instellen. |
| Gevogelte of vlees mag na het ontdooien niet alleen van buiten gebakken, maar in het midden nog bevroren zijn. | Een lager magnetronvermogen instellen. Het te ontdooien gerecht bij grote hoeveelheden meerdere malen keren. |
| Het gerecht mag niet te droog zijn. | Een lager magnetronvermogen instellen. Een kortere tijdsduur instellen. Gerecht afdekken. Meer vloeistof toevoegen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 66)
11.3 Ontdooien
Met uw apparaat kunt u diepvriesproducten ontdooien.
Gerechten ontdooien
- 1. De bevroren levensmiddelen in een open vorm op de draaischijf plaatsen.
Gevoelige delen kunt u met kleine stukken aluminiumfolie afdekken, bijv. kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken. De folie mag de ovenwanden niet raken.
- 2. In werking stellen.
Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen.
- 3. Opmerking: Als u vlees en gevogelte ontdooit, ontstaat vloeistof.
De vloeistof tijdens het keren verwijderen en in geen geval verder gebruiken of met andere levensmiddelen in aanraking laten komen.
- 4. De gerechten tussendoor één tot twee keer omroeren of keren.
Grote stukken meerdere malen keren.
- 5. Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de ontdooide gerechten ca. 10 tot 20 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Bij gevogelte kunt u de ingewanden verwijderen. Het vlees kunt u ook met een kleine bevroren kern verder verwerken.
Ontdooien met de magnetron
Neem de insteladviezen voor het ontdooien van diepgevroren gerechten met de magnetron in acht.
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 800 | 1. 180 2. 90 | 1. 15 2. 10 - 20 |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 1000 | 1. 180 2. 90 | 1. 20 2. 15 - 25 |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 1500 | 1. 180 2. 90 | 1. 30 2. 20 - 30 |
Pagina 67
Zo lukt het nl
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 200 | 1. 180 2. 90 | 1. 2 ¹ 2. 4 - 6 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 ¹ 2. 5 - 10 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 800 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 ¹ 2. 10 - 15 |
| Gehakt, gemengd ²,3 | 200 | 90 | 10 ⁴ |
| Gehakt, gemengd ²,3 | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 ⁴ 2. 10 - 15 |
| Gehakt, gemengd ²,3 | 800 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 ⁴ 2. 10 - 20 |
| Gevogelte of stukken gevogelte ⁵ | 600 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 2. 10 - 20 |
| Gevogelte of stukken gevogelte ⁵ | 1200 | 1. 180 2. 90 | 1. 15 2. 10 - 20 |
| Visfilet, viskotelet of plakken vis ⁵ | 400 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10 - 15 |
| Groente, bijv. erwten | 300 | 180 | 10 - 15 |
| Fruit, bijv. frambozen ⁵ | 300 | 180 | 7 - 10 ⁶ |
| Fruit, bijv. frambozen ⁵ | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 ⁶ 2. 5 - 10 |
| Boter, ontdooien ⁷ | 125 | 1. 180 2. 90 | 1. 1 2. 2 - 3 |
| Boter, ontdooien ⁷ | 250 | 1. 180 2. 90 | 1. 1 2. 3 - 4 |
| Heel brood | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 6 2. 5 - 10 |
| Heel brood | 1000 | 1. 180 2. 90 | 1. 12 2. 10 - 20 |
| Gebak, droog, bijv. cake ⁸,9 | 500 | 90 | 10 - 15 |
| Gebak, droog, bijv. cake ⁸,9 | 750 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10 - 15 |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart ⁸ | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 15 - 20 |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart ⁸ | 750 | 1. 180 2. 90 | 1. 7 2. 15 - 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 67)
11.4 Opwarmen
Met uw apparaat kunt u gerechten opwarmen.
Gerechten opwarmen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
- Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorko-
1 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
2 Het voedsel vlak invriezen.
3 Het reeds ontdooide vlees verwijderen.
4 Het voedsel herhaaldelijk keren.
5 De ontdooide delen van elkaar losmaken.
6 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
7 De verpakking volledig verwijderen.
8 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
9 De stukken gebak van elkaar scheiden.
67
Pagina 68
nl Zo lukt het
men.
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de bin-
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
- 1. De kant-en-klaargerechten uit de verpakking nemen en in een vorm doen die geschikt is voor de magnetron.
- 2. De gerechten vlak in de vorm verdelen.
- 3. De gerechten met een passend deksel, een bord of speciale folie voor de magnetron afdekken.
- 4. In werking stellen.
- 5. De gerechten tussendoor meerdere malen keren of omroeren.
De snelheid waarmee de verschillende componenten van de gerechten warm worden kan verschillen.
- 6. Controleer de temperatuur.
- 7. Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de opgewarmde gerechten 2-5 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Opwarmen van diepgevroren gerechten met magnetron
Neem de insteladviezen voor het opwarmen van diepgevroren gerechten met de magnetron in acht.
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht met 2-3 componenten | 300 - 400 | 600 | 8 - 11 |
| Soep | 400 | 600 | 8 - 10 |
| Eenpansgerecht | 500 | 600 | 10 - 13 |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash | 500 | 600 | 12 - 17 ¹ |
| Ovenschotels, bijv. lasagne of cannelloni | 450 | 600 | 10 - 15 |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta ² | 250 | 600 | 2 - 5 |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta ² | 500 | 600 | 8 - 10 |
| Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels ³ | 300 | 600 | 8 - 10 |
| Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels ³ | 600 | 600 | 14 - 17 |
| Spinazie a la crème ⁴ | 450 | 600 | 11 - 16 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 68)
Opwarmen met de magnetron
Neem de insteladviezen voor het opwarmen met de magnetron in acht.
| Gerecht | Hoeveelheid | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Dranken ⁵ | 200 ml | 800 | 2 - 3 ⁶,7 |
| Dranken ⁵ | 500 ml | 800 | 3 - 4 ⁶,7 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk ⁸ | 50 ml | 360 | ca. 0,5 ⁹,10 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk ⁸ | 100 ml | 360 | ca. 1 ⁹,10 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk ⁸ | 200 ml | 360 | 1,5 ⁹,10 |
| Soep 1 kop | 200 g | 600 | 2 - 3 |
| Soep 2 koppen | 400 g | 600 | 4 - 5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 68)
1 Bij het doorroeren de stukken vlees van elkaar losmaken.
2 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.
3 Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
4 Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water.
5 Doe een lepel in het glas.
6 Alcoholische dranken niet verwarmen.
7 Het voedsel tussendoor controleren.
8 Babyvoedsel zonder speen of deksel verwarmen.
9 Na het verwarmen het voedsel altijd goed schudden.
10 Beslist de temperatuur controleren.
68
Pagina 69
Montagehandleiding nl
| Gerecht | Hoeveelheid | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht met 2-3 componenten | 350 - 500 g | 600 | 4 - 8 |
| Vlees in saus ¹ | 500 g | 600 | 8 - 11 |
| Eenpansgerecht | 400 g | 600 | 6 - 8 |
| Eenpansgerecht | 800 g | 600 | 8 - 11 |
| Groente, 1 portie ² | 150 g | 600 | 2 - 3 |
| Groente, 2 porties ² | 300 g | 600 | 3 - 5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 69)
11.5 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN
60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakkelijken.
Bereiden met magnetron
| Gerecht | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min | Aanwijzing |
|---|---|---|---|
| Kandeel, 750 g | 1. 360 2. 90 | 1. 12 - 17 2. 20 - 25 | Pyrexvorm 20 x 25 cm op de draaischijf plaatsen. |
| Biscuitgebak | 600 | 8 - 10 | Pyrexvorm Ø 22 cm op de draaischijf plaatsen. |
| Gehaktbrood | 600 | 20 - 25 | Pyrexvorm op de draaischijf plaatsen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 69)
Ontdooien met de magnetron
Insteladvies voor het ontdooien met de magnetron.
| Gerecht | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min | Aanwijzing |
|---|---|---|---|
| Vlees | 1. 180 2. 90 | 1. 5 - 7 2. 10 - 15 | Pyrexvorm Ø 22 cm op de draaischijf plaatsen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 69)
12 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
12.1 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.
- De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
1 De lapjes vlees van elkaar scheiden.
2 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- De transparante folie aan de binnenkant van de deur nooit verwijderen.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot maximaal 95°C, aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
69
Pagina 70
nl Montagehandleiding
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
- Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Onderdelen die tijdens de montage toegankelijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden.
- Veiligheidshandschoenen dragen.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niettoegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
12.2 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Alleen een elektricien mag rekening houdende met de desbetreffende voorschriften een stopcontact plaatsen of een aansluitkabel vervangen.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact aansluiten.
- Wanneer de stekker na het inbouwen niet meer toegankelijk is, moet een schakelaar met een contactafstand van minstens 3 mm worden geïnstalleerd. De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- 1. Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
- 2. Zie voor de spanning het typeplaatje.
- 3. De aders van de elektrische aansluitleiding overeenkomstig de kleurcodering aansluiten:
- groen-geel = aarddraad
- blauw = neutraal- ("nul-") leiding
- bruin = fase (buitendraad)
12.3 Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
12.4 Inbouwmeubel
Hier vindt u aanwijzingen voor de veilige inbouw.
LET OP
Spanen kunnen de werking van elektrische componenten hinderen.
- De uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uitvoeren voordat het apparaat wordt geplaatst.
- De spanen verwijderen.
De minimale inbouwhoogte bedraagt 850 mm. De inbouwkast mag achter het apparaat geen achterwand hebben.
De ventilatiesleuven en de aanzuigopeningen mogen niet afgedekt zijn.
Inbouwmeubels moeten tot 90 °C hittebestendig zijn, aangrenzende meubelfronten tot 65 °C.
Dit apparaat is niet geschikt voor de inbouw in een greeploos keukenmeubel met verticale greeplijst.
12.5 Inbouwafmetingen in hoge kast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.
Pagina 71
Montagehandleiding nl
12.6 Inbouw van twee apparaten boven elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht. Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
Om voldoende ventilatie van de apparaten te waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal 200 cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is gewaarborgd.
Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebehoren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
12.7 Hoge kast voorbereiden
- 1. De wanddikte van het meubel bepalen.
Aan de wanddikte is een x-waarde toegewezen.
- 2. Opmerking: De x-waarde komt overeen met de afstand van het onderste gat van de aansluitplaat tot aan de bodem van het inbouwmeubel.
De aansluitplaat aan de hoge kast vastschroeven. Hierbij de vastgestelde x-waarde in acht nemen.
12.8 Apparaat monteren
- 1. De afstandshouders overeenkomstig de wanddikte aan het apparaat bevestigen.
- 2. Opmerking: De aansluitkabel niet inklemmen of knikken.
Het apparaat in de kast plaatsen en naar rechts schuiven.
- 3. Het apparaat zo lang vastschroeven tot het apparaat in het midden is uitgelijnd.
=
=
Pagina 72
nl Montagehandleiding
- 4. De afstand tot de aanliggende apparaten controleren.
De afstand tot de aanliggende apparaten moet minstens 3 mm bedragen.
- 5. Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie uit de binnenruimte en van de deur verwijderen.