Bosch BFR7221B1, tekst van de handleiding
Pagina's 82–93 van 108 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 80–81verder op pagina 94 →
Pagina 82
nl Veiligheid
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Neem contact op met de klantenservice.
Pagina 96
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
1.6 Magnetron
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDE-RE GEBRUIK BEWAREN
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Oneigenlijk gebruik van het apparaat is gevaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarmde pantoffels, granen- pittenkussens kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
- Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat.
- Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kunnen ontbranden.
- Nooit levensmiddelen opwarmen in verpakkingen die bestemd zijn om ze warm te houden.
- Levensmiddelen nooit zonder toezicht verwarmen in voorwerpen van kunststof, papier of ander brandbaar materiaal.
- Bij de magnetron nooit een te groot vermogen of te lange tijdsduur instellen. Houd u aan de opgaven in deze gebruiksaanwijzing.
- Nooit levensmiddelen drogen met de magnetron.
- Levensmiddelen die weinig water bevatten, zoals bijv. brood, nooit met een te hoog magnetronvermogen of gedurende een te lange tijd ontdooien of verwarmen.
Spijsolie kan vlam vatten.
- Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de magnetron.
In de magnetron bewaarde voorwerpen kunnen ontbranden.
- Controleer of zich in de ovenruimte geen voorwerpen bevinden die niet voor het gebruik met magnetron geschikt zijn voordat u het apparaat in gebruik neemt.
- Gebruik de ovenruimte niet voor het bewaren van brandbare voorwerpen, kookgerei of levensmiddelen en dergelijke als de magnetron niet in gebruik is.
WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!
Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormen kunnen gemakkelijk exploderen.
- Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen verhitten in dicht afgesloten vormen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen.
- Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
- Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken.
- Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in de babyvoeding.
- Warm nooit babyvoeding op in gesloten verpakkingen.
- Verwijder altijd het deksel of de speen.
- Na het verwarmen goed roeren of schudden.
- Voordat de voeding aan het kind wordt gegeven dient de temperatuur te worden gecontroleerd.
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Pagina 83
Veiligheid nl
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen.
- Houd altijd de opgaven op de verpakking aan.
- Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Het onjuiste gebruik van het apparaat is gevaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantoffels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding tot gevolg hebben.
- Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat.
- Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
- Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein en keramiek kunnen kleine gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Ach-
ter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen.
- Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen vormen van metaal of vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd.
- Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik van uitsluitend de magnetron.
- Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Het apparaat werkt met hoogspanning.
- Nooit de behuizing verwijderen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig tot dodelijk letsel!
Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernietigen, de gebruiksduur verkorten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals bijvoorbeeld naar buiten komende magnetronenergie.
- Het apparaat regelmatig schoonmaken en resten van voedingsmiddelen direct verwijderen.
- Kookcompartiment, deurafdichting, deur en scharnier altijd schoon houden.
"Reiniging en onderhoud", Pagina 93
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of deurdichting beschadigd is. Er kan energie van de microgolven naar buiten komen.
- Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte, de deurafdichting of de kunststof omlijsting van de deur beschadigd is.
- Alleen door de servicedienst laten repareren. Bij apparaten waarvan de behuizing niet is afgedekt komt energie van microgolven vrij.
- De afdekking van de behuizing nooit verwijderen.
- Neem voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden contact op met de klantenservice.
Pagina 84
nl Materiële schade vermijden
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ontvlammen en tot een permanente beschadiging van het apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar binnen sterk vervormen.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Veeg het condenswater na elk bereiding af.
- Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte.
- Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt.
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken veroorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het apparaat beschadigd.
- Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat. Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn direct na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte.
- Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdere minuten afkoelen.
- Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in.
- Gebruik maximaal 600 Watt.
- Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Twee kopjes met vloeistof tegelijkertijd opwarmen. Het opwarmen van meerdere gerechten tegelijkertijd vraagt minder energie dan het verwarmen van meerdere gerechten na elkaar.
Het display in de basisinstellingen uitschakelen. Het apparaat bespaart energie in de spaarstand.
Opmerkingen
Het display vermindert de helderheid in de spaarstand automatisch naar stand 1.
Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakelde toestand sprake van een andere toestand. Deze wordt hierna als spaarstand aangeduid.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het apparaat energie nodig voor:
- Detectie van de bediening van de sensortoetsen
- Bewaking van de deuropening
- Bewerking van de tijd (zonder display) Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog van een "standby-stand", en daarom wordt de aanduiding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaarstand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden gebruikt.
Pagina 85
Uw apparaat leren kennen nl
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
1
- 2 2
Tiptoets
Functie
Functiekeuze-menu openen.
4.3 Touch-display
In het touchdisplay ziet u de keuzemogelijkheden en de instellingen bij de actuele functie.
Om een van de punten uit te kiezen op het betreffende tekstveld tippen.
Digitale instelring
Met de digitale instelring van buiten rond het display verandert u de instelwaarden.
Wanneer u bij een instelling de minimale of maximale waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display staan. Draai indien nodig de waarde met de instelring weer terug. Door langzame bewegingen met de vingers kunnen waarden met de instelring nauwkeurig worden ingesteld. Bij tijdinstellingen kunt u ook direct het punt op de instelring selecteren, dat overeenkomt met het gewenste aantal minuten en uren, bijv. onder drukken voor 30 minuten/seconden.
Instelgebied
Display met instelring
Via het display stelt u met behulp van de digitale instelring het apparaat in.
U ziet de actuele instelwaarden, keuzemogelijkheden of aanwijzingsteksten.
"Touch-display", Pagina 85
Touchvelden
Met de tiptoetsen stelt u de verschillende functies direct in.
"Touchvelden", Pagina 85
4.2 Touchvelden
Touch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren.
| Tiptoets | Functie |
|---|---|
| Apparaat in- of uitschakelen. "De Bediening in essentie", Pagina 87 | |
| Directe toegang tot de magnetron "Magnetron", Pagina 87 | |
| Een instelling teruggaan. | |
| Werking starten of onderbreken. "De Bediening in essentie", Pagina 87 | |
| Timer selecteren. | |
| Kinderslot activeren of deactiveren. | |
| Apparaatdeur openen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 85)
In het midden van het display is het instelbereik. In het instelbereik ziet u actuele keuzemogelijkheden en reeds uitgevoerde instellingen.
Het menu en andere instelmogelijkheden zijn horizontaal gerangschikt. Keuzelijsten bij functies zijn verticaal gerangschikt. Om in het instelbereik te bladeren, veegt u over het display. Druk om een functie te kiezen, op die functie op het display.
Mogelijke symbolen in het instelbereik
| Symbool | Betekenis |
|---|---|
| Instelwaarde bevestigen. | |
| Instelwaarde resetten. | |
| Tijdens het gebruik instelwaarde wijzigen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 85)
4.4 Automatische deuropener
Als u de automatische deuropening bedient, dan springt de apparaatdeur open. U kunt de apparaatdeur volledig met de hand openen.
Opmerkingen
Bij een stroomuitval werkt de automatische deuropening niet. U kunt de deur met de hand openen. Als u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, wordt de werking onderbroken.
Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking niet automatisch voortgezet. Start de werking.
Als het apparaat langere tijd is uitgeschakeld, dan gaat de apparaatdeur bij het indrukken van de deur-openingstotes open met een kleine vertraging.
4.5 Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij uitleg over de verschillen en toepassingen.
Pagina 86
nl Voor het eerste gebruik
| Naam | Vermogen/standen | Gebruik |
|---|---|---|
| Magnetron | 90/180/360/600/"boost" | Voor het ontdooien, bereiden en verwarmen van gerechten en vloeistoffen. "Magnetron", Pagina 87 |
| Gerechten | Voor vele gerechten zijn er voorgeprogrammeerde instellingen. | |
| Reiniging | Reinigingsfunctie voor de binnenruimte kiezen. "Reinigingsondersteuning", Pagina 93 | |
| Basisinstellingen | Basisinstellingen aanpassen. "Basisinstelingen", Pagina 92 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 86)
4.6 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Verlichting van de binnenruimte
Wanneer u de apparaatdeur opent, gaat de verlichting van de binnenruimte aan. Wanneer de apparaatdeur langer dan ca. 15 minuten is geopend, dan schakelt de verlichting van de binnenruimte uit.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de verlichting van de binnenruimte aan als het programma loopt. Wanneer het gebruik eindigt, gaat de verlichting van de binnenruimte uit.
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Warme lucht komt vrij via de ventilatiesleuven boven de apparaatdeur.
LET OP
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit.
- Dek de ventilatiesleuven niet af.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt. Wanneer het apparaat in de magnetronfunctie wordt gebruikt, blijft het apparaat koud, de koelventilator schakelt niettemin in. De koelventilator kan blijven draaien, ook wanneer het gebruik van de magnetron reeds is beëindigd.
4.7 Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
4.8 Apparaatdeur
De apparaatdeur kunt u met openen. Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Wanneer de apparaatdeur weer is gesloten, kunt u het gebruik met hervatten.
5 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
5.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uitvoeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Eerste keer in gebruik nemen
- 1. Schakel het apparaat in met .
De eerste instelling verschijnt.
- 2. Druk wanneer het nodig is de instelling te veranderen, op een waarde in de lijst of wijzig de waarde met de instelring.
Mogelijke instellingen:
- Taal
- Tijd
- 3. Druk op en ga naar de volgende instelling.
- 4. De instellingen doorlopen en wijzigen indien gewenst. Na de laatste instelling verschijnt een aanwijzing op het display dat de instellingen afgesloten zijn.
5.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. Zorg ervoor dat er zich in de binnenruimte geen verpakkingsresten, toebehoren of andere voorwerpen bevinden.
- 2. De gladde oppervlakken in de binnenruimte met een zachte, vochtige doek reinigen.
Pagina 87
De Bediening in essentie nl
6 De Bediening in essentie
6.1 Apparaat inschakelen
- Op drukken.
Het apparaat is klaar voor gebruik.
6.2 Apparaat uitschakelen
- Op drukken.
Het apparaat breekt de lopende functies af. Het display geeft gedurende enkele minuten de tijd aan.
6.3 In werking stellen
- Op drukken.
6.4 Werking onderbreken
- 1. Open de apparaatdeur of druk op .
De werking wordt onderbroken.
- 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
De werking wordt voortgezet.
6.5 Werking afbreken
- Op drukken.
Het apparaat breekt de lopende functies af.
7 Magnetron
Met de magnetron kunt u gerechten bijzonder snel bereiden, verwarmen of ontdooien.
7.1 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en een aanbeveling voor het gebruik ervan.
| Magnetronvermogen in watt Maximale duur in uur | Gebruik |
|---|---|
| 90 W 1:30 | Gevoelige gerechten ontdooien. |
| 180 W 1:30 | Gerechten ontdooien en verder bereiden. |
| 360 W 1:30 | Vlees en vis bereiden of gevoelige gerechten opwarmen. |
| 600 W 1:30 | Gerechten verwarmen en bereiden. |
| boost 0:30 | Vloeistoffen verwarmen. |
| Opmerkingen Geschikt voor de Ter bescherming van het apparaat wordt het maximale vermogen van de magnetron "boost" gedurende de Servies | magnetron |
| Toelichting | |
| eerste minuten trapsgewijs tot 600 W gereduceerd. Vormen van hitte- | en mag- Deze materialen laten mi- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 87)
Het maximale vermogen is na een afkoelperiode weer netronbestendig materiaal: crogolven door. Microgol-beschikbaar. Glas ven beschadigen hittebe-De magnetronvermogens komen niet overeen met Glaskeramiek stendige vormen niet. het daadwerkelijke opgenomen vermogen van het ap- Porselein paraat. Temperatuurbestendige kunststof 7.2 Vormen en accessoires die geschikt zijn Volledig geglazuurd ke-voor de magnetron ramiek zonder barsten Bestek van metaal Opmerking: Om kookver-Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het ap-traging te voorkomen kunt paraat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en u metalen bestek gebruiaccessoires te gebruiken.
ken, bijv. een lepel in een Opmerking: Voordat u vormen voor de magnetron ge- glas.
bruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit. LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de bin-
Pagina 88
nl Magnetron
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Niet geschikt voor de magnetron
| Servies | Toelichting |
|---|---|
| Vormen van metaal | Metaal laat geen microgolven door. De gerechten warmen nauwelijks op. |
| Servies met goud- of zilverdecor | Microgolven kunnen gouddecor en zilverdecor beschadigen. Tip: Wanneer door de fabrikant wordt gegarandeerd dat de vorm geschikt is voor de magnetron, kunt u de vorm gebruiken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 88)
7.3 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut op het maximale magnetronvermogen instellen.
- 3. In werking stellen.
- 4. De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
7.4 QuickStart
- 1. Druk op .
- 2. Start de werking met .
Het vooringestelde magnetronvermogen wordt gedurende 1 minuut gestart.
Opmerking: De voorinstelling van het magnetronvermogen kunt u wijzigen in de basisinstellingen.
Pagina 92
7.5 Magnetron instellen
Opmerking
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: De veiligheidsaanwijzingen in acht nemen.
Pagina 82
De aanwijzingen voor het vermijden van materiële schade in acht nemen. Pagina 84
De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormen en accessoires in acht nemen.
- 1. Druk in het menu op "Magnetron".
- Of kies direct de magnetron met de tiptoets
- 2. Druk op het magnetronvermogen in Watt.
.
- 3. Stel het magnetronvermogen in met de instelring.
- 4. Druk in het display op om het magnetronvermogen te bevestigen
- 5. Druk op "Tijdsduur".
Voor gebruik van de magnetron is altijd een tijdsduur nodig.
- 6. Druk om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen op de betreffende tijdswaarde, bijv. minutendisplay "m" of secondendisplay "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 7. Stel de tijdsduur in met de instelring.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 8. Druk om de ingestelde tijdsduur te bevestigen op in het display.
- 9. Start de werking met .
De magnetron start en de tijdsduur loopt af. Bij het maximale magnetronvermogen "boost" geeft het display de vermogensreductie aan.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 10. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 11. Droog de binnenruimte.
Tip: Om uw apparaat optimaal te gebruiken, kunt u zich aan de informatie in de insteladviezen oriënteren. "Zo lukt het", Pagina 96
7.6 Magnetronvermogen wijzigen
U kunt het magnetronvermogen tijdens het gebruik wijzigen.
- 1. Druk op .
- 2. Op het ingestelde magnetronvermogen drukken.
- 3. Stel het magnetronvermogen in met de instelring.
- 4. Op drukken.
7.7 Tijdsduur wijzigen
- 1. Druk op .
- 2. Druk op de ingestelde "Tijdsduur".
- 3. Druk om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen op de betreffende tijdswaarde, bijv. minutenaanwijzing "m" of secondenaanwijzing "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 4. Stel de tijdsduur in met de instelring.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 5. Op drukken.
7.8 Gerechten nagaren
Na het verstrijken van de tijdsduur kunt u een gerecht nagaren.
- 1. Druk op "Voeg extra kooktijd toe".
- 2. Stel de gewenste duur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 90
Met kunt u de ingestelde duur resetten.
- 3. Druk op .
- 4. Start de werking met .
Pagina 89
Gerechten nl
7.9 Werking onderbreken
- 1. Open de apparaatdeur of druk op .
De werking wordt onderbroken.
- 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
De werking wordt voortgezet.
7.10 Werking afbreken
- Op drukken.
Het apparaat breekt de lopende functies af.
8 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
8.1 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen volgt u deze aanwijzingen op:
Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijke kwaliteit.
De levensmiddelen uit de verpakking nemen en afwegen. Wanneer u het exacte gewicht op het apparaat niet kunt instellen, dan rondt u het gewicht naar boven af.
Gebruik uitsluitend voor magnetron geschikte vormen, bijv. van glas of keramiek.
Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte.
Ontdooien
De levensmiddelen vlak en verdeeld in porties bij -18°C invriezen en bewaren.
Leg de diepvriesproducten op een vlakke vorm, bijvoorbeeld een glazen of porseleinen bord.
Het kan zijn dat levensmiddelen na beëindigen van het programma nog niet volledig zijn ontdooid. De levensmiddelen kunnen echter goed verder worden verwerkt.
Laat de ontdooide voedingsproducten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt. Bij het ontdooien van vlees of gevogelte ontstaat vloeistof. Verwijder bij het keren de vloeistof. De vloeistof verder niet gebruiken of met andere levensmiddelen in contact laten komen.
Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen. Gevogelte in zijn geheel eerst met de borstzijde en stukken gevogelte eerst met de kant van het vel op de vorm leggen.
Groente
Verse groente: in stukken van gelijke grootte snijden. Voeg per 100 géén eetlepel water toe.
Diepvriesgroente: alleen geblancheerde, niet voorgekookte groente is geschikt. Diepvriesgroente met roomsaus is niet geschikt. 1 tot 3 eetlepels water toevoegen. Bij spinazie en rode kool geen water toevoegen.
Aardappelen
Aardappels om te koken: snijd deze in stukken van gelijke grootte. Voeg per 100 g twee eetlepels water en een beetje zout toe.
Aardappels in de schil: gebruik aardappels van gelijke grootte. Wassen en meerdere gaatjes in de schil prikken. Aardappelen nog vochtig in een vorm zonder water doen.
Rijst
Gebruik geen zilvervliesrijs of rijst in kookzakjes. Twee tot twee en een half keer de hoeveelheid water bij de rijst doen.
8.2 Programma instellen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Druk op "Gerechten".
- 2. Een programma selecteren.
- 3. Druk op het vooringestelde gewicht.
- 4. Stel het gewenste gewicht in met de bedieningsring.
- 5. Bevestig het gewicht met .
- 6. Stel de eindtijd in wanneer een eindtijd is gewenst.
- Druk op "Einde".
- Stel de gewenste tijd in.
- Bevestig de eindtijd met .
- 7. De gerechten in de binnenruimte plaatsen.
- 8. Sluit de deur van het apparaat.
- 9. Op drukken.
Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal.
Opmerking: Bij vele programma's verschijnen tijdens de bereiding aanwijzingen op het display. Volg deze aanwijzingen op.
Gerechten nagaren
Na het verstrijken van de tijdsduur kunt u een gerecht nagaren.
- 1. Druk op "Voeg extra kooktijd toe".
- 2. Stel de gewenste duur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 90
Met kunt u de ingestelde duur resetten.
- 3. Druk op .
- 4. Start de werking met .
Werking onderbreken
- 1. Open de apparaatdeur of druk op .
De werking wordt onderbroken.
- 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
De werking wordt voortgezet.
Werking afbreken
- Op drukken.
Het apparaat breekt de lopende functies af.
Pagina 90
nl Tijdfuncties
8.3 Overzicht van de gerechten
| Gerecht | Geschikte levensmiddelen | Gewichtsbereik in kg | Vormen/Toebehoren |
|---|---|---|---|
| Brood ontdooien ¹ | Brood, heel, rond of langwerpig, brood in sneetjes, cake, gistgebak, vruchtengebak, taart zonder glazuur, slagroom of gelatine | 0,20-1 | Vlakke open vorm |
| Vlees ontdooien ¹ | Braadstukken, platte stukken vlees, kip, gehakt | 0,20-2 | Vlakke open vorm |
| Vis ontdooien ¹ | Hele vis, visfilet, viskotelet | 0,10-1 | Vlakke open vorm |
| Groente, vers ² | Bijv. bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, prei, paprika, courgette | 0,15-1 | Gesloten vorm |
| Groente, diepvries ² | Bijv. bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, rode kool, spinazie | 0,15-1 | Gesloten vorm |
| Rijst ² | Rijst met lange korrel | 0,05-0,3 | Hoge, gesloten vorm |
| Gekookte aardappelen ² | Aardappels met of zonder schil, aardappelpartjes even groot | 0,20-1 | Gesloten vorm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 90)
9 Tijdfuncties
Het apparaat beschikt over tijdfuncties waarmee u de tijdsduur, het einde van het programma en de wekker kunt instellen.
| Tijdfuncties | Gebruik |
|---|---|
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Deze beïnvloedt het apparaat niet. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 90)
9.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking met "boost" kunt u instellen tot 30 minuten. De duur voor alle andere standen kunt u tot 90 minuten instellen.
Vereiste: Een functie en een stand zijn ingesteld.
- 1. Druk op "Tijdsduur".
- 2. Druk om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen op de betreffende tijdswaarde, bijv. minutenaanwijzing "m" of secondenaanwijzing "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de tijdsduur in met de instelring.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Op drukken.
- 5. Start de werking met .
1 Let op het keersignaal.
2 Let op het roersignaal.
90 Gerechten nagaren
Na het verstrijken van de tijdsduur kunt u een gerecht nagaren.
- 1. Druk op "Voeg extra kooktijd toe".
- 2. Stel de gewenste duur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 90
Met kunt u de ingestelde duur resetten.
- 3. Druk op .
- 4. Start de werking met .
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Druk op "Tijdsduur".
- 2. Druk om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen op de betreffende tijdswaarde, bijv. minutenaanwijzing "m" of secondenaanwijzing "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de tijdsduur in met de instelring.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Op drukken.
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
- 1. Druk op de tijdsduur.
- 2. Reset de tijdsduur met .
Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat de tijdsduur naar de vooringestelde waarde.
- 3. Druk op .
9.2 Eindtijd instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moet zijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven.
Pagina 91
Kinderslot nl
Opmerkingen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart.
Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
Een functie en een stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Druk op "Einde".
- 2. Druk om de vooringestelde eindtijd te wijzigen op de betreffende tijdswaarde, bijv. urenaanwijzing h of minutenaanwijzing m.
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de eindtijd in met de instelring.
- 4. Op drukken.
- 5. Druk op .
Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint de werking en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 6. Voer wanneer de tijdsduur is verstreken één van de volgende acties uit:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Eindtijd veranderen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u de ingestelde tijd alleen wijzigen voordat de werking gestart is en de tijdsduur afloopt.
.
- 1. Druk op "Einde".
- 2. Stel de eindtijd in met de instelring. Reset indien nodig de instelwaarde met
- 3. Op drukken.
Eindtijd afbreken
- 1. Druk op "Einde".
- 2. Reset de instelwaarde met
- 3. Op drukken.
.
9.3 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de wekker tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Druk op .
- 2. Druk om de timer in te stellen in het display op de betreffende tijdswaarde, bijv. minuten "m" of seconden "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de timer in met de instelring.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Om de timer te starten, op het display op drukken. De timer loopt af.
Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de timer op het display zichtbaar.
Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellingen van de lopende werking op het display. De timer wordt in de statusindicatie weergegeven.
Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de timer is beëindigd.
Timer beëindigen
Vereiste: Er klinkt een signaal.
- Op een willekeurig veld drukken. De timer is uitgeschakeld.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
- 1. Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de timer met selecteren.
- 2. Druk op .
- 3. Wijzig de timer met de instelring.
- 4. Bevestig met .
Timer annuleren
U kunt de timer altijd annuleren.
- 1. Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de timer met selecteren.
- 2. Druk op .
- 3. De timer met resetten.
10 Kinderslot
| Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen. | strijken van de timertijd, te beëindigen op een willekeurige toets drukken. |
| 10.1 Kinderslot activeren | 10.2 Kinderslot deactiveren |
| ▸ Toets ca. 4 seconden ingedrukt houden. | 1. De ring 360° draaien. |
| De bedieningselementen zijn geblokkeerd. | 2. Als alternatief de toets ca. 4 seconden ingedrukt |
| Wanneer een timertijd is ingesteld, dan loopt deze | houden. |
| door. Zolang het kinderslot actief is, kunt u de timertijd niet wijzigen. Om geluidssignalen, bijv. na het ver- | 3. De bedieningselementen zijn gedeblokkeerd. |
Pagina 92
nl Basisinstellingen
11 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
11.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
Opmerkingen
Wijzigingen van de instellingen van de taal, de sensortoetstoon en de display-helderheid hebben direct effect. Alle andere instellingen zijn pas actief wanneer u de instellingen opslaat.
Uw wijzigingen van de basisinstellingen blijven ook na een stroomstoring bewaard.
| Basisinstellingen | Keuze |
|---|---|
| Taal | Zie de selectie op het apparaat |
| Tijd | "Tijd" in het 24 uursformaat |
| Display | Keuze |
| Helderheid | Standen 1 t/m 8 ¹ |
| Tijdsindicatie | Aan (deze instelling verhoogt het energieverbruik) tijdslimiet ¹ Uit |
| Tijd | Digitaal ¹ Analoog |
| Afstelling | Display horizontaal en verticaal stellen. |
| Aardewerk | Keuze |
| Toetssignaal | Aan ¹ Uit |
| Geluidssignaal | Zeer kort Korte duur Gem. duur ¹ Lange duur |
| Instellingen van het apparaat | Keuze |
| Verlichting | Aan ¹ Uit |
| Magnetronvermogen voorinst. | 90 W 180 W 360 W 600 W boost |
| Personalisering | Keuze |
| Merklogo | Display ¹ Niet weergeven |
| Werking na inschakelen | Hoofdmenu ¹ Magnetron Gerechten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 92)
| Personalisering | Keuze |
|---|---|
| Kinder-slot | Beschikbaar Gedeactiv. |
| Fabrieksinstellingen | Keuze |
| Fabrieksinstellingen | Herstellen Afbreken |
| Apparaat informatie | "Apparaat informatie" weergeven |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 92)
11.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Druk op "Basisinstellingen".
- 2. Druk op de gewenste basisinstelling.
- 3. Wijzig de gewenste instellingen op het display.
- 4. Keer met terug naar het overzicht of het hoofdmenu.
11.3 Tijd wijzigen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Druk op "Basisinstellingen".
- 2. Druk op de basisinstelling "Tijd".
Het display toont de ingestelde waarde.
- 3. Stel de uren in met de instelring.
- 4. Druk op de minuten.
- 5. Stel de minuten in met de instelring.
- 6. Op drukken.
- 7. Keer met terug naar het overzicht of het hoofdmenu.
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
92
Pagina 93
Reinigingsondersteuning nl
12 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
LET OP
Het apparaat kan beschadigd raken door een ondeskundige reiniging.
- Nooit vloeistof in het kookcompartiment gieten.
12.1 Reinigingsondersteuning instellen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Druk op "Reiniging".
- 2. Volg de aanwijzingen op het display.
- 3. Druk op .
Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal.
- 4. Volg de aanwijzingen op het display.
13 Reiniging en onderhoud
13.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
- Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen.
Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit kan oppervlakken beschadigen.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
13.2 Apparaat reinigen
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. De aanwijzingen voor de reiniging van de onderdelen en oppervlakken van het apparaat in acht nemen.
- 3. Indien niet anders vermeld:
- De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Droog na met een zachte doek.
13.3 Binnenruimte reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadigen.
- Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of andere agressieve reinigingsproducten voor de oven.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Met warm zeepsop of azijnwater reinigen.
- 3. Bij sterke verontreiniging voor roestvrijstalen oppervlakken geschikte ovenreiniger gebruiken.
Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken.
Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden altijd een lepel er in plaatsen.
- 4. De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- 5. De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
13.4 Ruiten van de deur schoonmaken
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadigen.
- Geen schraper gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen.