Bosch CMA485GS0, tekst van de handleiding
Pagina's 141–152 van 156 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 141
Zo lukt het nl
Bereiden met magnetron
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of een magnetron-afdekkap gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. De gerechten na het opwarmen 1-2 minuten laten rusten.
De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate.
Snij de groenten en aardappelen in stukken van gelijke grootte. Voor elke 100 g 1-2 el water toevoegen. Tussentijds doorroeren.
Bij de rijst de dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen.
| Gerecht | Toebehoren / vormen | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|
| Hele kop, vers, zonder ingewanden, 1,3 kg | Gesloten servies | 600 | 30-35 |
| Visfilet, vers 400 g | Gesloten servies | 600 | 10-15 |
| Groente, vers, 250 g | Gesloten servies | 600 | 5-10 |
| Groente, vers, 500 g | Gesloten servies | 600 | 10-15 |
| Aardappels, 250 g | Gesloten servies | 600 | 8-10 |
| Aardappels, 500 g | Gesloten servies | 600 | 10-15 |
| Rijst, 125 g + 250 ml water | Gesloten servies | 1. 600 2. 180 | 1. 7-9 2. 15-20 |
| Rijst, 250 g + 500 ml water | Gesloten servies | 1. 600 2. 180 | 1. 8-10 2. 20-25 |
| Zoete gerechten, bijv. pudding (instant) 500 ml ¹ | Gesloten servies | 600 | 5-8 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 141)
Pudding van puddingpoeder
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
- 1. Een pakje puddingpoeder volgens de aanwijzingen op de verpakking met suiker en een beetje melk in een voor de magnetron geschikte hoge schaal door elkaar roeren, zodat er geen klontjes aanwezig zijn.
- 2. De rest van de melk toevoegen en nogmaals doorroeren.
- 3. De schaal in de binnenruimte plaatsen en de apparaatdeur sluiten.
- 4. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
- 5. Na 3 minuten voor de eerste keer omroeren. Dan steeds na één minuut omroeren, tot de gewenste consistentie is bereikt.
De tijdsduur is afhankelijk van de temperatuur van de melk en de gebruikte kom.
Popcorn voor de magnetron
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik een platte, hittebestendige vorm. Gebruik geen porselein of sterk gewelfde borden.
De duur afhankelijk van de hoeveelheid aanpassen.
Om te voorkomen dat de popcorn aanbrandt, de popcornzak na 1 minuut en 30 seconden even uit de oven nemen en schudden. Let op: heet!
| Gerecht | Toebehoren / vormen | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|
| Popcorn voor de magnetron, 100 g | Glazen schaal | 600 | 3-5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 141)
Tips voor het de volgende keer ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron
Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ontdooien, opwarmen en bereiden met de magnetron.
1 Tussendoor met de gard 2-3 keer roeren.
141
Pagina 142
nl Zo lukt het
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gerecht is te droog. | Verkort de tijdsduur of kies een lager magnetronvermogen. Het gerecht afdekken en meer vloeistof toevoegen. |
| Uw gerecht is na het verstrijken van de tijd nog niet ontdooid, opgewarmd of gaar. | Verleng de tijdsduur. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meer tijd nodig. |
| Uw gerecht is na het verstrijken van de tijd van binnen nog niet klaar, maar van de buitenkant reeds oververhit. | Tussentijds doorroeren. Verlaag het magnetronvermogen en verleng de tijdsduur. |
| Uw vlees of gevogelte is na het ontdooien van binnen nog steeds niet ontdooid, maar van buiten al gegaard. | Verlaag het magnetronvermogen. Grote te ontdooien producten meerdere malen keren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 142)
17.3 Taart en gebak
Insteladvies voor taart en gebak.
De temperatuur en de bakduur zijn afhankelijk van de aard en de hoeveelheid deeg. Daarom zijn in de tabellen bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel deze zo nodig de volgende keer hoger in. Een lagere temperatuur zorgt ervoor een gelijkmatiger bruin worden.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gebak moet gelijkmatig rijzen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Maak het gebak na het bakken voorzichtig met een mes los uit de bakvorm. |
| Klein gebak mag tijdens de bereiding niet aan elkaar plakken. | Houd rondom elk stuk een minimale afstand van 2 cm aan. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
| Vaststellen of het gebak afgebakken is. | Steek met een houten prikker op het hoogste punt plaats in het gebak. Wanneer er geen deeg aan het hout blijft kleven, dan is het gebak klaar. |
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Stem het bakken dan af op soortgelijk gebak in de baktabellen. |
| Gebruik bakvormen van siliconen, glas of kunststof. | De vorm moet tot 250°C hittebestendig zijn. In deze vormen wordt het gebak minder bruin. Wanneer u de magnetron bijschakelt, wordt de tijdsduur eventueel korter dan wat in de tabel staat aangegeven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 142)
Tips voor het bakken
Voor een goed bakresultaat hebben wij hier tips voor u verzameld.
Gebak in vormen
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de taartvorm altijd in het midden van het rooster.
Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
Bakvormen van metaal zijn uitsluitend geschikt voor het bakken zonder magnetron.
Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig ¹ | Krans- of rechthoekige vorm | 170-180 | 90 | 40-50 | ||
| Cake, fijn bijv. zandgebak ¹ | Krans- of rechthoekige vorm | 150-170 | - | 70-90 | ||
| Taartbodem van beslag | Taartbodemvorm | 160-180 | - | 30-40 | ||
| Vruchtentaart, fijn, van roerdeeg | Springvorm/tul-bandvorm | 170-190 | 90 | 30-45 | ||
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 170-180 | - | 30-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 142)
1 Het gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen.
142
Pagina 143
Zo lukt het nl
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vruchten- of kwarktaart met kruimeldeegbodem ¹ | Springvorm Ø 26 cm | 170-180 | 180 | 35-45 | ||
| Pizza | Ronde pizzaplaat | 220-230 | - | 15-25 | ||
| Hartig gebak, bijv. quiche | Springvorm Ø 26 cm | 200-220 | - | 50-70 | ||
| Notentaart | Springvorm Ø 26 cm | 170-180 | 90 | 30-35 | ||
| Gistdeeg met vochtige bedekking | Ronde pizzaplaat | 170-190 | - | 55-65 | ||
| Broodvlecht van 500 g bloem | Ronde pizzaplaat | 170-190 | - | 35-45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 143)
Klein gebak
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de taartvorm altijd in het midden van het rooster.
Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Koekjes | Ronde pizzaplaat | 150-170 | 20-35 | ||
| Macarons | Ronde pizzaplaat | 110-130 | 35-45 | ||
| Schuimgebak | Ronde pizzaplaat | 100 | 80-100 | ||
| Muffins | Muffinplaat op het rooster | 160-180 | 35-40 | ||
| Bladerdeeggebak | Ronde pizzaplaat | 190-200 | 35-45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 143)
Brood en broodjes
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de vorm altijd in het midden van het rooster.
Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Brood, 1,5 kg | Langwerpige bakvorm | 1. 230 2. 200-210 | 1. 10-15 2. 40-50 | ||
| Broodjes, bijv. tarwebroodjes | Ronde pizzaplaat | 210-230 | 25-35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 143)
Tips voor de volgende keer dat er gebakken wordt
Wanneer er bij het bakken iets niet lukt, dan vindt u hier tips.
1 Het gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen.
Vraag
Uw gebak zakt in.
Tip
Houd de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept aan.
Gebruik minder vloeistof. Of:
Verlaag de baktemperatuur met 10°C en verleng de baktijd.
143
Pagina 144
nl Zo lukt het
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gebak is te droog. | Verhoog de baktemperatuur met 10°C en verkort de baktijd. |
| Uw gebak is over het geheel te licht. | Controleer de inschuifhoogte en de accessoires. Verhoog de baktemperatuur met 10°C. Of: Verleng de baktijd. |
| Uw gebak is over het geheel te donker. | Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd. |
| Uw gebak is aan de bovenkant te licht, maar aan de onderkant te donker. | Plaats het gebak één niveau hoger. |
| Uw gebak is aan de bovenkant te donker, maar aan de onderkant te licht. | Plaats het gebak één niveau lager. Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd |
| Uw gebak is onregelmatig gebruind. | Verlaag de baktemperatuur. Knip het bakpapier in de juiste afmetingen. Plaats de bakvorm in het midden. Kleine stukken gebak qua grootte en dikte zoveel mogelijk eenvormig maken. |
| Uw gebak is van buiten gaar, maar van binnen nog niet goed doorbakken. | Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd. Minder vloeistof toevoegen. Bij gebak met vochtige bedekking: De bodem voorbakken. Bestrooi de gebakken bodem met amandelen of paneermeel. Leg de bedekking op de bodem. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken 5 - 10 minuten afkoelen. Maak de rand van het gebak voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi deze met paneermeel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 144)
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Tussen vorm en rooster ontstaan vonken. | Controleer of de vorm van buiten schoon is. Wijzig de positie van de vorm in de binnenruimte. Bak zonder magnetronfunctie verder en verleng de bakduur. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 144)
17.4 Braden en grillen
Temperatuur en braadtijd zijn afhankelijk van de aard en de hoeveelheid van de gerechten. Daarom zijn in de tabellen bereiken aangegeven.
Begin met de laagste waarde en stel deze zo nodig de volgende keer hoger in.
Braden in vormen
Maakt u gerechten in servies klaar, dan kunt u ze eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en direct in het servies opdienen. Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
Braad- en bakvormen van metaal zijn alleen geschikt voor gebruik zonder de magnetronfunctie.
Plaats de vorm op het rooster.
Controleer van tevoren of de vorm in de binnenruimte past.
Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter. Wanneer de ondergrond nat of koud is, dan kan het glas knappen.
De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen wanneer u hem uit de oven haalt.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan.
Open vorm
Gebruik een hoge braadvorm.
Gesloten servies
Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
Bij vlees moet er tussen het te braden product en het deksel minimaal 3 cm afstand zijn. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere temperatuur in.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van het lichaam kan ontsnappen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerkingen
Mager vlees of stoofvlees
- Ca. 1/2 cm hoog vloeistof in de vorm doen, bijv. water, wijn, azijn of iets soortgelijks.
Pagina 145
Zo lukt het nl
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees, van het materiaal van de vorm en van het feit of u een deksel gebruikt.
In geëmailleerde of donkere metalen ovenschotels is meer vloeistof nodig dan in glazen servies. Voor stoofvlees iets meer vloeistof toevoegen.
- Tijdens het braden verdampt de vloeistof. Indien nodig nog wat vloeistof erbij schenken.
- Keer stukken vlees na de helft van de bereidingstijd.
Vis
- Doe voor het stomen van vis 1-3 eetlepels vloeistof in de vorm, bijv. citroensap of azijn.
Grillen
Grill de gerechten die knapperig moeten worden.
LET OP
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten niet direct op het rooster.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
Grill altijd met een gesloten apparaatdeur.
Niet voorverwarmen.
Grillstukken met gelijksoortig gewicht en gelijksoortige dikte gebruiken.
Dan worden ze gelijkmatig bruin en blijven lekker mals.
De grillstukken direct op het rooster leggen.
De grillstukken keren met een grilltang.
Wanneer u met een vork in het vlees prikt, dan verliest dit sap en wordt het droog.
Vlees pas na het grillen zouten.
Zout onttrekt water aan het vlees.
Opmerking: Donker vlees, bijv. van het rund, bruint sneller dan licht vlees, bijv. van het kalf of het varken. Grillstukken van licht vlees of vis zijn vaak aan het oppervlak slechts lichtbruin, maar van binnen toch al gaar en sappig.
De grill schakelt telkens weer in en uit. Dit is normaal. De frequentie is afhankelijk van de ingestelde grillstand. Bij het grillen kan rook ontstaan.
Tips voor het braden en stoven
Houd deze tips aan voor goede resultaten bij braden en stoven.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Mager vlees moet niet uitdrogen. | Bestrijk het vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op. |
| U wilt een braadstuk met zwoerd bereiden. | Snij de zwoerd kruislings in. Braad het braadstuk eerst met de zwoerd naar onder. |
| De binnenruimte moet zo schoon mogelijk blijven. | Bereid het product in een gesloten braadslede bij een hoge temperatuur. |
| Vlees moet heet en sappig blijven, bijv. rosbief. | Wanneer het braadstuk klaar is, dit 10 minuten in de gesloten binnenruimte van de uitgeschakelde oven laten rusten. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen. Wikkel het product na de bereiding in aluminiumfolie. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 145)
Rundvlees
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Keer de rosbief en de rundersteaks na de helft van de bereidingstijd. Laat de gerechten tot slot nog ca. 10 minuten staan.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gestoofd rundvlees, ca. 1 kg | Rooster Gesloten servies | 180-200 | 180 | 120-145 | ||
| Rosbief, medium, ca. 1 kg | Rooster Open vorm | 210-230 | 180 | 30-40 | ||
| Rundersteak, medium, 2-3 stuks, 2-3 cm dik, elk 200 g | Rooster Glazen schaal | 3 | - | 20-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 145)
Varkensvlees
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat.
Pagina 146
nl Zo lukt het
Keer het braadstuk zonder zwoerd na de helft van de bereidingstijd. Laat het braadstuk tot slot nog ca.10 minuten staan.
Leg het vlees met het zwoerd naar boven in de vorm. Snij de zwoerd in. Keer het braadstuk niet. Laat het braadstuk tot slot nog ca.10 minuten staan.
Keer de halsstukken na 2/3 van de bereidingstijd.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vlees zonder zwoer, bijv. halsstuk, ca. 750 g | Rooster Gesloten servies | 220-230 | 180 | 40-50 | ||
| Vlees met zwoer, bijv.schouder, ca. 1 kg | Rooster Open vorm | 190-210 | - | 130-150 | ||
| Halsstuk, 2-3 stuks, 2-3 cm dik | Rooster Glazen schaal | 3 | - | 25-35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 146)
Overige vleesgerechten
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Laat het gehakt tot slot nog ca. 10 minuten staan.
Keer de worstjes na 2/3 van de bereidingstijd.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gebraden gehakt, ca. 750 g | Rooster Open vorm | 180-200 | 600 | 15-20 | ||
| Worstjes om te grillen, 4 tot 6 stuks, elk ca. 150 g | Rooster Glazen schaal | 3 | - | 25-35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 146)
Gevogelte
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Leg hele kippen met de borstzijde naar beneden. Keer deze halverwege de bereidingstijd. Leg kipdelen en eendenborst met de huidzijde naar boven. Keer de gerechten niet.
Keer ganzenbouten halverwege de bereidingstijd. Prik in de huid.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kip, heel, ca. 1,2 kg | Rooster Gesloten servies | 220-230 | 360 | 35-45 | ||
| Kipdelen, ca. 800 g | Rooster Open vorm | 210-230 | 360 | 20-30 | ||
| Eendenborst, ca. 500 g | Rooster Glazen schaal | 3 | 90 | 20-30 | ||
| Ganzenborst, ganzenbouten, 700-900 g | Rooster Open vorm | 210-230 | 90 | 30-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 146)
Vis
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Leg voor het grillen de hele vis, bijv. zalm of forel, in het midden van het rooster.
Vet het rooster van te voren in met olie.
Pagina 147
Zo lukt het nl
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Viskotelet, 2-3 stuks, elk 150 g | Rooster Glazen schaal | 3 | 20-25 | ||
| Hele vis, 2-3 stuks, elk 300 g | Rooster Glazen schaal | 3 | 20-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 147)
Tips voor de volgende keer braden
Wanneer er bij het braden een keer iets niet direct lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw braadstuk is te donker en de korst op sommige plekken verbrand. | Kies een lagere temperatuur. Verkort de braadduur. |
| Uw braadstuk is te droog. | Kies een lagere temperatuur. Verkort de braadduur. |
| De korst van uw braadstuk is te dun. | Verhoog de temperatuur. Of: Schakel na het einde van de braadduur kort de grill in. |
| Uw braadsaus is aangebrand. | Kies een kleinere vorm. Voeg bij het braden meer vloeistof toe. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 147)
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw braadsaus is te licht en te waterig. | Kies een grotere vorm om ervoor te zorgen dat er meer vloeistof verdampt. Voeg bij het braden minder vloeistof toe. |
| Wanneer u vlees stooft, brandt het vlees aan. | Controleer of de braadvorm en het deksel bij elkaar passen en goed sluiten. Verlaag de temperatuur. Voeg bij het stoven vloeistof toe. |
| Uw braadstukken zijn niet gaar. | Snij het braadvlees in stukken. Maak de saus in de braadvorm klaar. Leg de braadstukken in de saus. Met de magnetron de braadstukken gaar maken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 147)
17.5 Ovenschotels, gratins en toast
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Gebruik voor ovenschotels en aardappelgratins een 4 tot 5 cm hoge magnetron- en hittebestendige ovenschotel. Laat ovenschotels en gratins nog 5 minuten in de uitgeschakelde oven nagaren.
Toast de sneetjes toast voor.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ovenschotel, zoet, ca. 1,5 kg | Open vorm | 140-160 | 360 | 25-30 | ||
| Ovenschotel, hartig, van bereide ingrediënten, ca. 1 kg | Open vorm | 150-170 | 600 | 20-25 | ||
| Aardappelgratin van rauwe ingrediënten, ca. 1,1 kg | Open vorm | 210-220 | 600 | 20-25 | ||
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 3 | - | 8-10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 147)
17.6 Diepvries kant-en-klaar-producten
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Houd de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking aan.
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Patat, aardappelkroketten en rösti niet over elkaar leggen en na de helft van de bereidingstijd keren.
Pagina 148
nl Zo lukt het
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Pizza met dunne bodem | Rooster | 220-230 | - | 10-15 | ||
| Pizza-baguette | Rooster | 1. - 2. 220-230 | 1. 600 2. - | 1. 2 2. 13-18 | ||
| Patat | Ronde pizzaplaat | 220-230 | 90 | 10-15 | ||
| Aardappelkroketten | Ronde pizzaplaat | 210-220 | - | 10-15 | ||
| Rösti, gevulde aardappelvormpjes | Ronde pizzaplaat | 200-220 | 90 | 15-20 | ||
| Strudel | Ronde pizzaplaat | 220-230 | - | 20-30 | ||
| Ovenschotels, bijv. lasagne, ca. 450 g | Gesloten servies | 220-230 | 600 | 10-15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 148)
17.7 Testgerechten 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakke-Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, lijken.
om het testen van het apparaat conform EN
Ontdooien met de magnetron
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|
| Vlees, 500 g | Open vorm | Bodem van de binnenruimte | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10-15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 148)
Bereiden met magnetron
Instellingstemperaturen voor het bereiden van testgerechten met de magnetron.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|
| Vla, 1 kg | Open vorm | Bodem van de binnenruimte | 1. 600 2. 180 | 1. 10-13 2. 20-30 |
| Biscuittaart, 475 g | Open vorm | Bodem van de binnenruimte | 600 | 8-10 |
| Gehakt, 900 g | Open vorm | Bodem van de binnenruimte | 18-23 | 18-23 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 148)
Bereiden in combinatie met magnetron
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik voor de kip een hoge vorm.
Leg de kip met de borst naar onderen. Keer deze halverwege de bereidingstijd.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aardappelgratin | Rooster Open vorm | 210-220 | 600 | 20-25 | ||
| Gebak | Rooster Open vorm | 190-200 | 180 | 20-27 | ||
| Kip | Rooster Open vorm | 190 | 360 | 30-45 |
Pagina 149
Montagehandleiding nl
Bakken
Opmerking: De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat.
| Gerecht | Accessoires / Inschuifhoog-vormen te | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|
| Biscuit | Rooster Springvorm Ø 26 cm | 170-180 | 30-40 | |
| Bedekte appeltaart | Rooster Springvorm Ø 20 cm | 170-190 | 80-100 | |
| Spritsgebak | Glazen schaal | 160-170 | 30-35 | |
| Kleine cakes | Glazen schaal | 160-170 | 25-30 | |
| Grillen Opmerking: Keer de beefburger na de helft van de bereidingstijd. | ||||
| Gerecht | Accessoires / Inschuifhoog-vormen te | Verwar-mingsmethode | Grillstand | Tijdsduur in min. |
| Toast bruinen | Rooster | 3 | 4-5 | |
| Beefburgers, 9 stuks | Rooster Glazen schaal | 3 | 35-45 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 149)
18 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
18.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
18.2 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.
- De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
- De deurgreep niet voor het transport of de inbouw gebruiken.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot maximaal 95°C, aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
149
Pagina 150
nl Montagehandleiding
- Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Onderdelen die tijdens de montage toegankelijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden.
- Veiligheidshandschoenen dragen.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niettoegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
LET OP
Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.
- Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen.
18.3 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt. De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.
Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
- De stekker van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
Als het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn. Als de vrije toegang tot de netstekker niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting voor alle polen volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- 1. Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
- 2. Zie voor de spanning het typeplaatje.
- 3. De aders van de elektrische aansluitleiding overeenkomstig de kleurcodering aansluiten:
- groen-geel = aarddraad
- blauw = neutraal- ("nul-") leiding
- bruin = fase (buitendraad)
18.4 Inbouwmeubel
Dit apparaat is uitsluitend voor inbouw bedoeld. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik op tafel of in een kast.
De inbouwkast mag achter het apparaat geen achterwand hebben. Houd tussen de wand en de bodem van de kast of de achterwand van de kast erboven een afstand van minstens 35 mm aan.
De inbouwkast moet aan de voorkant een ventilatieopening van 50 cm² hebben. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen. Ventilatiesleuven en aanzuigopeningen niet afdekken.
De installatie van het apparaat is voor een hoogte van minder dan 850 mm van de vloer toegestaan.
18.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de accessoires er zonder probleem uitgenomen kunnen worden.
Pagina 151
Montagehandleiding nl
18.6 Inbouw van twee apparaten boven elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
Om voldoende ventilatie van de apparaten te waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal 200 cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is gewaarborgd.
Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebehoren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
18.7 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de veiligheidsafstanden bij de inbouw onder een werkblad in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.
Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden bevestigd.
Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van de kookplaat in acht nemen.
Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de kookplaat in acht nemen.
Om een voldoende ventilatie van het apparaat te waarborgen, is een ventilatie-opening van minimaal 100 cm² noodzakelijk. Bijvoorbeeld de plint bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Pagina 152
nl Montagehandleiding
18.8 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen, eventueel inclusief onderbouw.
18.10 Apparaat inbouwen
- 1. Het apparaat gecentreerd uitlijnen.
- 2. Schroef het apparaat op het meubel vast.
Op basis van de vereiste minimale afstand wordt de minimale dikte van het werkblad berekend .
| Type kookplaat | opbouw in mm | vlak gemonteerd in mm | in mm |
|---|---|---|---|
| Inductiekookplaat | 45 | 46 | 5 |
| Zoneloze inductiekookplaat | 55 | 56 | 5 |
| Gaskookplaat | 35 | 46 | 5 ¹ |
| Elektrische kookplaat | 35 | 38 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 152)
De montagehandleiding van de kookplaat in acht nemen.
18.9 Hoekinbouw
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden bij hoekinbouw in acht.
18.11 Bij greeploze keuken met verticale greeplijst:
- 1. Breng aan beide zijden een geschikt vulstuk aan om eventuele scherpe randen af te dekken en een veilige montage te waarborgen.
- 2. Het vulstuk op het meubel bevestigen.
- 3. Het vulstuk en het meubel voorboren, m een schroefverbinding te realiseren.
1 Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de kookplaat in acht nemen.
152