naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch CMG856RS1, tekst van de handleiding

Pagina's 15–27 van 64 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 3–14verder op pagina 28 →

Pagina 15

Voor het eerste gebruik nl

Voor het eerste gebruik

Voordat u uw nieuwe apparaat kunt gebruiken moet u enkele instellingen uitvoeren: Reinig daarnaast de binnenruimte en de toebehoren.

Eerste gebruik

Na de stroomaansluiting of een stroomonderbreking verschijnen op het display de instellingen voor het eerste gebruik. Het kan enkele seconden duren tot de melding verschijnt.

Aanwijzing: U kunt deze instellingen op elk moment weer in de basisinstellingen wijzigen.

"Basisinstellingen" op pagina 24

Taal instellen

Als eerste verschijnt de taal. De taal “Deutsch” is standaard ingesteld.

Tijd instellen

De tijd start bij “12:00 uur”.

Op het display verschijnt een melding dat het eerste gebruik is afgesloten

Binnenruimte en toebehoren reinigen

Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de toebehoren te reinigen.

Binnenruimte reinigen

Om de geur van het nieuwe te verwijderen, warmt u de lege, gesloten binnenruimte op.

Let erop dat zich geen verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim, in de binnenruimte bevinden. Neem voor het opwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek. Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.

Voer de opgegeven instellingen uit. In het volgende hoofdstuk kunt u lezen hoe u een verwarmingsmethode en temperatuur instelt. "Apparaat bedienen" op pagina 16

Instellingen
VerwarmingsmethodeBoven- en onderwarmte
Temperatuur240 °C
Tijdsduur1 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

Schakel het apparaat na de opgegeven tijdsduur uit met de toets on/off .

Wanneer de binnenruimte afgekoeld is, reinigt u de gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje.

Toebehoren reinigen

Reinig de toebehoren grondig met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel.

Pagina 16: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 17

Tijdfuncties nl

Het apparaat begint op te warmen.

Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u het apparaat uit met de toets on/off .

Aanwijzing: U kunt op het apparaat ook de tijdsduur en het einde van de werking instellen. "Tijdfuncties" op pagina 17

Wijzigen

Na de start blijft de temperatuur in de focus. Wanneer u de bedieningsring beweegt, wordt de temperatuur direct veranderd en overgenomen.

Om de verwarmingstijd te veranderen onderbreekt u eerst het gebruik met de toets start/stop en tipt u op het tekstveld van de verwarmingsmethode. De keuzelijst verschijnt. Tip op de gewenste verwarmingsmethode. Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.

Aanwijzing: Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.

Snel voorverwarmen

Met de functie Snel voorverwarmen kunt bij enkele verwarmingsmethoden de opwarmtijd verkorten.

Geschikte verwarmingsmethoden voor het snel voorverwarmen zijn:

Om een gelijkmatig resultaat te krijgen, plaatst u het gerecht en de accessoires pas in de binnenruimte wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.

Instellen

Let erop dat u een geschikte verwarmingsmethode en een ingestelde temperatuur van minstens 100 °C. kiest. Anders kan de functie Snel voorverwarmen niet worden geactiveerd.

Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt een signaal en er verschijnt een aanwijzing op het display. In het tekstveld staat “uit”. Plaats het gerecht in de binnenruimte.

Aanwijzing: De functie Tijdsduur start tegelijk met het snel voorverwarmen. Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.

Afbreken

Om het snel voorverwarmen te beëindigen tipt u opnieuw op het tekstveld “Snel voorverwarmen”. In het tekstveld staat “uit”.

Tijdfuncties

Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties.
TijdfunctieGebruik
• TijdsduurNa afloop van een ingestelde tijdsduur eindigt de werking automatisch.
• EindeVoer een tijdsduur en een gewenste eindtijd in. Het apparaat start automatisch, zodat de werking op het gewenste tijdstip beëindigd is.
• KookwekkerDe kookwekker functioneert als een eierwekker. Hij loopt onafhankelijk van de werking van het apparaat en andere tijdfuncties.Na afloop van de ingestelde tijd schakelt het apparaat niet automatisch in of uit.
U kunt tijdsduur eneinde na het instellen van een

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

functie via de touch-displays oproepen. De kookwekker heeft een eigen veld en kan op elk moment worden ingesteld.

Na afloop van een tijdsduur of wekkertijd klinkt een signaal. U kunt het signaal voortijdig beëindigen door op een veld of touch-display te tippen.

Aanwijzing: In de basisinstellingen kunt u instellen hoelang een signaal klinkt. "Basisinstellingen" op pagina 24

Tijdsduur instellen

U kunt voor uw gerecht op het apparaat de bereidingsduur instellen. Zo wordt de bereidingsduur niet ongewild overschreden en u hoeft andere werkzaamheden niet te onderbreken om het gebruik te beëindigen.

Instellen

Afhankelijk van de richting waarin u de bedieningsring eerst draait, begint de tijdsduur bij een voorgestelde waarde: links 10 minuten, rechts 30 minuten.

De tijdsduur kan tot een uur in stappen van een minuut worden ingesteld, daarna in stappen van 5 minuten.

U kunt maximaal 23 uur en 59 minuten instellen.

Voorbeeld in de afbeelding: het is 10:00 uur, tijdsduur 45 minuten.

P V
P V

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Pagina 18

nl Tijdfuncties

P V P V
P V

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Het apparaat begint op te warmen.

Wanneer de tijdsduur beëindigd is, klinkt er een signaal.Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat de tijdsduur 00m 00s.

U kunt via het tekstveld “Tijdsduur” opnieuw een tijdsduur instellen of met de toets start/stop de werking voortzetten zonder tijdsduur.

Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u het apparaat met de toets on/off uit.

Wijzigen en afbreken

Om de tijdsduur te veranderen tipt u op het tekstveld “Tijdsduur”. De tijdsduur staat in de focus en kan met de bedieningsring worden gewijzigd. De wijziging wordt direct overgenomen.

Wilt u de tijdsduur afbreken, zet hem dan weer helemaal terug op nul. Nadat de wijziging is overgenomen wordt de werking zonder tijdsduur voortgezet.

Einde instellen

U kunt het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt op een later tijdstip zetten. U kunt het gerecht bijv. 's morgens in de binnenruimte plaatsen en zo instellen dat het 's middags klaar is.

Aanwijzingen

Instellen

Het einde van de tijdsduur kan maximaal 23 uur en 59 minuten worden uitgesteld.

Voorbeeld in de afbeelding: het is 10:00 uur, de ingestelde tijdsduur is 45 minuten en het gerecht moet om 12:00 uur klaar zijn.

Op het display staat de berekende eindtijd wit in de focus.

P V
P V

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Op het display staat het tijdstip waarop het apparaat start.

P V
P V

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Het apparaat bevindt zich in de wachtstand. Wanneer het apparaat start, loopt op het display de tijdsduur af.

Wanneer de tijdsduur beëindigd is, klinkt er een signaal.Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat de tijdsduur 00m 00s.

U kunt via het tekstveld “Tijdsduur” opnieuw een tijdsduur instellen of met de toets start/stop de werking voortzetten zonder tijdsduur.

Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u het apparaat met de toets on/off uit.

Wijzigen en afbreken

Na de start kan de eindtijd niet meer veranderd worden.

Wilt u tijdsduur en einde wissen, onderbreek de werking dan met de toets start/stop . U kunt de werking dan zonder tijdsduur en einde voortzetten.

Pagina 19

De magnetron nl

Kookwekker instellen

De wekker loopt parallel met de andere instellingen.U kunt hem op elk moment instellen, ook wanneer het apparaat uitgeschakeld is. Hij heeft een eigen signaal. Zo hoort u of de wekker of een tijdsduur afgelopen is.

Instellen

De wekkertijd begint altijd bij nul minuten.

Hoe hoger de waarde, des te groter worden de tijdstappen bij het instellen.

U kunt maximaal 24 uur instellen.

Het symbool is rood verlicht. Op het display staat de wekkertijd wit in de focus.

Aanwijzing: Na enkele seconden start de wekker ook automatisch.

De wekkertijd loopt af.

De wekker blijft zichtbaar op het display wanneer het apparaat uitgeschakeld is: Wanneer het apparaat in werking is, staan de instellingen van de actieve functie op de voorgrond. Wanneer u op het veld tipt, wordt de wekkertijd enkele seconden weergegeven.

Wanneer de wekkertijd beëindigd is, klinkt er een signaal en verschijnt er een aanwijzing op het display. Het symbool is niet meer verlicht.

Tip: Geldt de ingestelde wekkertijd voor de looptijd van het apparaat, gebruik dan de tijdsduur. De tijd is zichtbaar op de voorgrond en het apparaat gaat automatisch uit.

Wijzigen en afbreken

Om de wekkertijd te veranderen tipt u op het veld . De wekkertijd staat wit in de focus en kan met de bedieningsring worden veranderd.

Wilt u de wekkertijd afbreken, zet de wekkertijd dan weer helemaal op terug. Als de verandering is overgenomen is het symbool niet meer verlicht.

De magnetron

Met de magnetron kunt u de gerechten bijzonder snel bereiden, verwarmen of ontdooien. U kunt de magnetron alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.

Om de magnetron optimaal te kunnen gebruiken, dient u de aanwijzingen voor de vormen in acht te nemen. Zie ook de opgaven in de toepassingstabellen aan het einde van de gebruiksaanwijzing.

Vormen

Niet alle vormen zijn geschikt voor de magnetron. Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de magnetron. Dan worden de gerechten warm en raakt het apparaat niet beschadigd.

Geschikt zijn hittebestendige vormen van glas, glaskeramiek, porselein of temperatuurbestendige kunststof. Deze materialen laten microgolven door. U kunt ook keramiek gebruiken, wanneer dit volledig geglazuurd is en geen barsten vertoont.

U kunt ook servies gebruiken.Zo hoeft u de gerechten niet over te brengen. Gebruik alleen servies met goud- of zilverdecor wanneer de fabrikant garandeert dat het geschikt is voor de magnetron.

Om te bakken en voor gecombineerd gebruik kunt u normale bakvormen van metaal gebruiken. Zo wordt het gebak ook aan de onderkant bruin.

Metalen vormen zijn niet geschikt voor andere toepassingen. Metaal laat geen microgolven door. In gesloten metalen vormen blijven de gerechten koud.

Attentie!

Het ontstaan van vonken: metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm verwijderd zijn van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur. Vonken kunnen de binnenste deurruit aantasten.

Vormtest

Schakel de magnetron nooit in als er geen gerecht in staat. De enige uitzondering hierop is de korte vormtest.

Wanneer u niet zeker weet of een vorm geschikt is voor de magnetron, doet u deze test:

Wordt hij heet of ontstaan er vonken, dan is hij niet geschikt.

Breek de test af.

Waarschuwing – Risico van verbranding!

Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

Pagina 20

nl De magnetron

Meegeleverde accessoires

Voor gebruik met alleen de magnetron is uitsluitend het meegeleverde rooster geschikt. Door het gebruik van de braadslede of bakplaat kunnen vonken ontstaan en de binnenruimte wordt beschadigd.

Bij gebruik in combinatie met de magnetron of de functie Gerechten kunt u ook gebruikmaken van de braadslede, de bakplaat of andere meegeleverde accessoires.

Bij gebruik met de magnetron kunt u de accessoires, indien niet anders aangegeven, het best op hoogte 1 plaatsen.

Magnetronstanden

U kunt m.b.v. diverse standen verschillende magnetronvermogens gebruiken, geschikt voor uiteenlopende soorten gerechten en manieren van bereiden.

Voor gebruik van de magnetron is altijd een tijdsduur nodig. U kunt de voorgestelde tijdsduur overnemen of in het betreffende bereik veranderen.

StandGebruikmaximale tijdsduur
90 Wvoor het ontdooien van kwetsbare gerechten1 uur 30 min.
180 Wvoor het ontdooien en verder bereiden1 uur 30 min.
360 Wvoor het bereiden van vlees en het opwarmen van kwetsbare gerechten1 uur 30 min.
600 Wvoor het opwarmen en bereiden van gerechten1 uur 30 min.
max.voor het verwarmen van vloeistoffen30 min.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

De maximale instelling is bestemd voor het verwarmen van vloeistoffen. Ter bescherming van het apparaat wordt het maximale vermogen van de magnetron na enige tijd gereduceerd. Nadat het apparaat enige tijd is afgekoeld is het volle vermogen weer beschikbaar.

Magnetron instellen

Lees voordat u de magnetron instelt de aanwijzingen over de juiste vormen.

De keuzelijst met de functies verschijnt.

Op het display staat de tijdsduur wit in de focus.

De tijdsduur loopt af op het display. Bij de magnetron verschijnt de opwarmlijn niet.

Het apparaat start.

Wanneer de tijdsduur beëindigd is, klinkt er een signaal.De actuele functie van het apparaat wordt beëindigd. Op het display staat de tijdsduur 00m 00s.

Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u het apparaat met de toets on/off uit.

Wijzigen en afbreken

Na de start blijft de tijdsduur in de focus.Wanneer u de bedieningsring beweegt, wordt de tijdsduur direct veranderd en overgenomen.

Om het magnetronvermogen te veranderen de werking met de toets start/stop onderbreken. Op het tekstveld van het gewenste vermogen tippen en de werking met de toets start/stop voortzetten. De tijdsduur blijft behouden.

Wanneer u de magnetron wilt afbreken, de werking met de toets start/stop onderbreken en een andere functie kiezen.

CombiSpeed instellen

Bij enkele verwarmingsmethoden kunt u de magnetron erbij inschakelen.

Geschikte verwarmingsmethoden zijn:

Bij CombiSpeed zijn de magnetron-vermogens 90 watt, 180 watt en 360 watt beschikbaar.

Lees voordat u CombiSpeed instelt de informatie over de juiste vormen.

De keuzelijst met de functies verschijnt.

Op het display staat de temperatuur of de stand wit in de focus.

Op het display staat de tijdsduur wit in de focus.

De tijdsduur loopt af op het display.

Het apparaat start.

Wanneer de tijdsduur beëindigd is, klinkt er een signaal.De actuele functie van het apparaat wordt beëindigd. Op het display staat de tijdsduur 00m 00s.

Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u het apparaat met de toets on/off uit.

Wijzigen en afbreken

Na de start blijft de temperatuur in de focus. Wanneer u de bedieningsring beweegt, wordt de temperatuur of de stand veranderd en overgenomen.

Om de tijdsduur te veranderen op het tekstveld “Tijdsduur” tippen en de wijziging doorvoeren met de bedieningsring. De wijziging wordt direct overgenomen.

Pagina 21

Braadthermometer nl

Om de verwarmingstijd of het magnetronvermogen te veranderen dient u de werking eerst met de toets start/ stop te onderbreken. Op het tekstveld met de verwarmingsmethode of het gewenste magnetronvermogen tippen en de wijziging doorvoeren.

Aanwijzing: Verandert u de verwarmingsmethode of het magnetronvermogen, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.

Wilt u CombiSpeed afbreken, onderbreek de werking dan met de toets start/stop en kies een andere functie.

Drogen

U dient de binnenruimte na afloop van het programma droog te maken, zodat er geen vocht achterblijft.

Drogen starten

Tijdens het drogen wordt de binnenruimte verwarmd, zodat er vocht in de binnenruimte verdampt. Open vervolgens de apparaatdeur, zodat de waterdamp uit de binnenruimte verdwijnt.

Attentie!

Schade aan het email: start geen programma of functie wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt. Dit water dient voor gebruik te worden verwijderd.

De keuzelijst met de functies verschijnt.

De tijdsduur wordt weergegeven. Deze kan niet worden veranderd.

Het drogen wordt gestart en na 10 minuten automatisch beëindigd.

De binnenruimte handmatig schoonmaken

Braadthermometer

Met de braadthermometer kunt u het eindresultaat exact op uw wensen afstellen. Hij meet de temperatuur binnen in het gerecht. Zodra de ingestelde temperatuur is bereikt, schakelt het apparaat automatisch uit.

Verwarmingsmethoden

Niet alle verwarmingsmethoden zijn geschikt voor gebruik met de braadthermometer.

Wanneer u de braadthermometer in de binnenruimte heeft gestoken staan u de volgende verwarmingsmethoden ter beschikking.

4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Hetelucht Eco
Boven- en onderwarmte Eco
7Circulatiegrillen
Pizzastand

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Aanwijzingen

Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!

Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken. Gebruik alleen de braadthermometer die bestemd is voor het toestel.

Temperatuur van de binnenruimte

Stel de temperatuur niet hoger in dan 250°C, zodat de braadthermometer niet beschadigd raakt.

De ingestelde temperatuur van de binnenruimte moet minstens 10°C hoger zijn dan de ingestelde kerntemperatuur.

De braadthermometer in het gerecht steken

Steek de braadthermometer in het gerecht voordat u het in de binnenruimte plaatst.

De braadthermometer heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat het middelste meetpunt in het gerecht steekt.

Attentie!

Wanneer u ook de magnetron inschakelt, moet de punt van de braadthermometer in het gerecht steken.

Vlees: bij grotere stukken steekt u de thermometer van boven schuin tot de aanslag in het vlees.

Bij kleinere stukken steekt u hem aan de zijkant in, op de dikste plaats.

Pagina 22

nl Braadthermometer

Gevogelte: steek de braadthermometer in door de dikste plaats van de borst van het gevogelte tot de aanslag. Steek de braadthermometer schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. Draai het gevogelte vervolgens en leg het met de borstzijde naar beneden op het rooster.

Vis: steek de braadthermometer in achter de kop, in de richting van de middelste graten tot de aanslag. Hele vis met behulp van een halve aardappel in de ''zwemstand'' op het rooster plaatsen.

Product keren: Wilt u het product keren, verwijder de braadthermometer dan niet. Controleer na het keren van het product of de braadthermometer goed geplaatst is.

Verwijdert u de braadthermometer tijdens het gebruik, dan worden alle instellingen teruggezet en moeten vervolgens opnieuw worden uitgevoerd.

Attentie!

Zorg ervoor dat het snoer van de braadthermometer niet ingeklemd raakt.

Gebruik geen gesloten vormen.

Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.

Kerntemperatuur instellen

De braadthermometer moet in de bus links in de binnenruimte zijn gestoken.

Op het display staat de voorgestelde waarde bij de temperatuur van de binnenruimte wit in de focus.

Op het display staat de voorgestelde waarde bij de kerntemperatuur wit in de focus.

De tijd op het display geeft aan hoelang het apparaat al in werking is.

Het apparaat begint op te warmen.

Op het display staat de kerntemperatuur wit in de focus, links de actuele en rechts de ingestelde temperatuur, bijv. “ 15|80°C”. De opwarmlijn geeft ook de kerntemperatuur aan.

Als de ingestelde kerntemperatuur in het product bereikt is, klinkt er een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display is de actuele kerntemperatuur gelijk aan de ingestelde, bijv. “ 80|80°C”. Het aflopen van de tijd wordt onderbroken.

Schakel het apparaat uit met de toets on/off en neem de thermometer uit de bus.

Waarschuwing – Risico van verbranding!

Binnenruimte, toebehoren en braadthermometer worden zeer heet. Neem hete toebehoren en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.

Wijzigen

Na de start staat de kerntemperatuur in de focus. Wanneer u de bedieningsring beweegt, wordt de kerntemperatuur direct veranderd en overgenomen.

Wilt u de temperatuur van de binnenruimte wijzigen, tip dan eerst op het tekstveld “Temperatuur”.

Om de verwarmingstijd te veranderen dient u de werking eerst met de toets start/stop te onderbreken.

Aanwijzing: Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.

Afbreken

Wilt u het proces afbreken, neem dan de braadthermometer uit de bus en het vlees. Met de toets start/stop kunt u de werking zonder braadthermometer voortzetten.

Pagina 23

Kinderslot nl

Kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen

Gebruik geen diepvriesproducten.De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.

Uitgebreide opgaven over de verwarmingsmethode en temperatuur vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing. "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 35

Levensmiddelen GevogelteKerntemperatuur in °C
Kip80-85
Kipfilet75-80
Eend80-85
Eendenborst, rosé55-60
Kalkoen80-85
Kalkoenfilet80-85
Gans80-90
Varkensvlees
Varkensnek85-90
Varkensfilet, rosé62-70
Varkensrug, doorbakken72-80
Rundvlees
Rosbief of rundvlees, kort gebakken45-52
Rosbief of runderfilet, rosé55-62
Rosbief of runderfilet, doorbakken65-75
Kalfsvlees
Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager75-80
Gebraden kalfsvlees, schouder75-80
Kalfsschenkel85-90
Lamsvlees
Lamsbout, rosé60-65
Lamsbout, doorbakken70-80
Lamsrug, rosé55-60
Vis
Vis, heel65-70
Visfilet60-65
Diversen
Gebraden gehakt, alle vleessoorten80-90
Gerechten opwarmen, regenereren65-75

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Kinderslot

Om te voorkomen dat kinderen het apparaat per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen, is het voorzien van een kinderslot.

Het bedieningsveld wordt geblokkeerd en er kan niets worden ingesteld. Het apparaat kan alleen met de toets on/off worden uitgeschakeld.

Activeren en deactiveren

U kunt het kinderslot activeren of deactiveren terwijl het apparaat uitgeschakeld is.

Druk ca. 4 seconden lang op het veld .

Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging. Wanneer het apparaat ingeschakeld is, is het veld rood verlicht. Is het apparaat uitgeschakeld, dan is het veld niet verlicht.

Pagina 24

nl Basisinstellingen

Basisinstellingen

Er zijn verschillende instellingen beschikbaar om uw apparaat optimaal en eenvoudig te kunnen bedienen. U kunt nu deze instellingen naar wens wijzigen:

Basisinstellingen wijzigen

Het apparaat moet ingeschakeld zijn.

De keuzelijst met de functies verschijnt.

In de touch-displays verschijnen de instellingen.

Op het display staat de bijbehorende waarde.

Om te bladeren in de instellingen op het tekstveld “Andere instellingen” tippen.

Er wordt gevraagd of de wijzigingen opgeslagen moeten worden.

Op het display verschijnt een melding dat de instellingen zijn opgeslagen.

Afbreken

Wilt u de instellingen niet opslaan, tip dan op het veld menu en vervolgens op het tekstveld “Niet opslaan”. Er verschijnt een melding op het display dat de eerste instellingen niet opgeslagen zijn.Wanneer u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan met de toets on/off uit.

Lijst met basisinstellingen

Afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat zijn niet alle basisinstellingen beschikbaar.

InstellingKeuze
TaalAndere talen mogelijk
TijdTijd in 24 h formaat
FabrieksinstellingenTerugzetten Niet terugzetten*
GeluidssignaalKorte duur (30 sec.) Gemiddelde duur (1 min.)* Gemiddelde duur (5 min.)
GeluidsvolumeSchaal met 5 standen
ToetssignaalIngeschakeld
Uitgeschakeld* (geluid bij on/off
blijft)
Display-helderheid5 standen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

TijdsindicatieUit
Digitaal* Analoog
VerlichtingIn gebruik uit In gebruik aan*
Automatisch voortzettenNiet automatisch voortzetten* Bij deur sluiten (Alleen voor de functie Magnetron)
KinderslotAlleen toetsblokkering*
Deurvergendeling en toetsblokkering
Werking na inschakelenHoofdmenu
Verwarmingsmethoden* Magnetron
CombiSpeed
Assist
NachtverduisteringUitgeschakeld* Ingeschakeld
MerklogoIndicaties*
Niet weergeven.
Ventilator-nalooptijdAanbevolen* Minimaal
Sabbatinstelling Ingeschakeld
Uitgeschakeld*
* Fabrieksinstelling (afhankelijk van het apparaattype kunnen de fabrieksinstellingen afwijken)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

--------

Aanwijzing: Wijzigingen aan de instellingen van de taal, het toetssignaal en de display-helderheid hebben direct effect. Alle andere gaan pas in nadat de instellingen zijn opgeslagen.

Stroomuitval

De door u gewijzigde instellingen blijven ook na een stroomuitval behouden.

Alleen de instellingen voor het eerste gebruik moet u bij een langere stroomonderbreking opnieuw uitvoeren. Het apparaat kan een korte stroomonderbreking overbruggen.

Tijd wijzigen

Wilt u de tijd aanpassen, bijv. veranderen van zomer- in wintertijd, wijzig dan de basisinstelling.

Het apparaat moet ingeschakeld zijn.

Op het display de te kiezen functies.

In de touch-displays verschijnen de instellingen.

Op het display verschijnt de tijd.

Op het display verschijnt een melding dat de instellingen zijn opgeslagen.

Pagina 25

Sabbatinstelling nl

Sabbatinstelling

Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur tot 74 uur instellen.De gerechten in de oven blijven warm, zonder dat u deze hoeft in of uit te schakelen.

Sabbatinstelling starten

Voordat u de sabbatinstelling kunt gebruiken, dient u deze in de basisinstelling te activeren.

"Basisinstellingen" op pagina 24

Is de basisinstelling aangepast, dan wordt de sabbatinstelling bij de verwarmingsmethoden als laatste weergegeven.

Het apparaat warmt op met boven- en onderwarmte. Er kan een temperatuur tussen 85 °C en 140 °C worden ingesteld.

De functie Verwarmingsmethoden moet gekozen zijn. De keuzelijst van de verwarmingsmethoden verschijnt in de touch-displays.

Op het display staat de voorgestelde waarde voor de temperatuur wit in de focus.

Aanwijzing: De eindtijd wordt automatisch berekend maar kan niet worden uitgesteld.

De tijdsduur loopt af op het display.

Het apparaat begint op te warmen.

Wanneer de tijdsduur van de sabbatinstelling beëindigd is, klinkt er een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat de tijdsduur 00m 00s.

Schakel het apparaat met de toets on/off uit.

Aanwijzing: Wanneer u de apparaatdeur opent, wordt de werking niet onderbroken.

Wijzigen en afbreken

Na de start kunnen de instellingen niet meer worden gewijzigd.

Wilt u de sabbatinstelling afbreken, schakel het apparaat dan met de toets on/off uit. Met de toets start/stop kunt u de werking niet meer stopzetten.

Schoonmaakmiddelen

Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen we uit hoe u het apparaat goed onderhoudt en schoonmaakt.

Geschikte schoonmaakmiddelen

Let op de opgaven in de tabellen om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen worden beschadigd. Afhankelijk van het apparaattype zijn bij uw apparaat niet alle voorzieningen beschikbaar.

Attentie!

Oppervlakteschade

Gebruik geen

Was nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uit.

Tip: Bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en verzorgingsmiddelen kunt u kopen bij de servicedienst. Houd u aan de betreffende aanwijzingen van de fabrikant.

Waarschuwing – Risico van verbranding!

Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

BereikSchoonmaken
Buitenzijde apparaat
Voorzijde van roestvrij staalWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan corrosie ontstaan.
Bij de servicedienst of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek.
KnststofWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Geen glasreiniger of schraper gebruiken.
Gelakte oppervlakkenWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
BedieningspaneelWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Geen glasreiniger of schraper gebruiken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Pagina 26

nl Schoonmaakmiddelen

Ruiten van de deurWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Geen schraper of schuursponsjes van roestvrij staal gebruiken.
DeurgreepWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Als er ontkalkingsmiddel op de deurgreep komt, direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden.
Binnenzijde apparaat
Emaillen oppervlakken en zelfreinigende oppervlakkenLet op de aanwijzingen voor de oppervlakken van de binnenruimte aan het einde van de tabel.
Glazen kapje van de binnenruimteverlichtingWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Bij sterke vervuiling ovenspray gebruiken.
Deurdichting Niet afnemen!Warm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen. Niet schuren.
Deurafscherming van roestvrij staalReinigingsmiddelen voor roestvrij staal:
Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken.
Deurafscherming afnemen om hem schoon te maken.
Ramen van roestvrij staal aan de binnenkant van de deurReinigingsmiddelen voor roestvrij staal:
Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. Verkleuringen kunnen hier niet mee worden verwijderd.
Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken.
RekjesWarm zeepsop:
Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.
UittreksysteemWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken.
Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. Niet afwassen in de vaatwasmachine.
ToebehorenWarm zeepsop:
Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.
Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal gebruiken.
BraadthermometerWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken.
Niet afwassen in de vaatwasmachine.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

--------

Aanwijzingen

De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.

Oppervlakken in de binnenruimte

Achterwand, plafond en zijwanden van de binnenruimte zijn zelfreinigend. Dit kunt u zien aan het ruwe oppervlak.

De bodem van de binnenruimte is geëmailleerd en heeft een gladoppervlak.

Emaillen vlakken reinigen

Reinig de gladde emaillen vlakken met een schoonmaakdoekje en warm zeepsop of azijnwater. Met een zachte doek nadrogen.

Ingebrande voedselresten met een vochtige doek en zeepsop losweken. Bij sterke verontreiniging een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken.

De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen.

Aanwijzing: Door voedselresten kan een witte aanslag ontstaan.Dit is een normaal verschijnsel en de werking wordt hierdoor niet beïnvloed.U kunt de voedselresten zo nodig met citroenzuur verwijderen.

Zelfreinigende oppervlakken schoonmaken

De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreuze, matte keramiek. Spatten van het bakken en braden worden door deze laag opgezogen en afgebroken terwijl het apparaat in gebruik is.

Wanneer de zelfreinigende oppervlakken zichzelf niet meer voldoende reinigen en er donkere vlekken ontstaan, kunnen ze met de reinigingsfunctie worden schoongemaakt. Volg hiervoor de aanwijzingen in het betreffende hoofdstuk op. "Reinigingsfunctie" op pagina 27

Attentie!

Gebruik geen ovensprays voor de zelfreinigende oppervlakken. De oppervlakken raken dan beschadigd. Wanneer er toch ovenreiniger op deze oppervlakken komt, direct afnemen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven en geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken.

Pagina 27

Reinigingsfunctie nl

Apparaat schoon houden

Om te voorkomen dat er hardnekkig vuil ontstaat, dient u het apparaat altijd schoon te houden en vuil direct te verwijderen.

Tips

Reinigingsfunctie

Met de reinigingsfunctie “EcoClean” worden de zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte gereinigd.

EcoClean

De zelfreinigende oppervlakken (achterwand, plafond en zijwanden) zijn voorzien van een laagje poreuze, matte keramiek. Spetters tijdens het bakken, braden en grillen worden door deze laag opgezogen en afgebroken als de oven in bedrijf is. Als de oppervlakken niet meer voldoende worden gereinigd en er donkere vlekken ontstaan, kunnen de oppervlakken m.b.v. de reinigingsfunctie worden gereinigd.

Aanwijzing: De toepassingen worden door het apparaat geregistreerd. Het apparaat geeft aan wanneer er een reiniging wordt aanbevolen. Deze melding wordt weergegeven tot de reiniging volledig is uitgevoerd.

Wanneer u hieraan geen gehoor geeft, kan er schade aan de zelfreinigende oppervlakken ontstaan.

Is uw apparaat al voortijdig sterk vervuild of ziet u donkere vlekken op de achterwand, wacht dan niet met de reiniging tot deze melding verschijnt. Hoe vaker de reiniging namelijk wordt uitgevoerd, des te langer is gegarandeerd dat de zelfreinigende oppervlakken gereinigd kunnen worden. U kunt uw apparaat op elk moment naar wens reinigen m.b.v. de reinigingsfunctie.

Voor de reiniging

Neem de rekjes, uitschuifrails, toebehoren en vormen uit de binnenruimte.

De bodem van de binnenruimte en de binnendeur van het apparaat reinigen

Verwijder grove verontreiniging die zich op de bodem en bij de verlichting van de binnenruimte en op de binnendeur van het apparaat bevindt.Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden.

Attentie!

Gebruik geen ovensprays voor de zelfreinigende oppervlakken. De oppervlakken raken dan beschadigd. Wanneer er toch ovenspray op deze oppervlakken terechtkomt, direct afnemen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven en geen schurende reingingshulp gebruiken.

← pagina's 3–14verder op pagina 28 →Inhoud