Bosch CMG978NB1, tekst van de handleiding
Pagina's 13–23 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–12verder op pagina 24 →
Pagina 13
Accessoires nl
6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | Bakvormen Ovenschalen Vormen Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten |
| Braadslede | Vochtig gebak Gebak Brood Grote braadstukken Diepvriesgerechten Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
| Bakplaat | Plaatgebak Klein gebak |
| Air Fry & Grillplaat, geëmailleerd met gaatjes | Gerechten knapperig bakken, die doorgaans in olie worden gefrituurd, bijv. frites. Gerechten grillen. |
| Braadthermometer | Nauwkeurig braden of garen. "Kerntemperatuurmeter", Pagina 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren
Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies geschikt.
Magnetrontoebehoren
Voor de zuivere magnetronfunctie is alleen het meegeleverde rooster geschikt.
Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat, kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt.
Neem de aanwijzingen m.b.t. de magnetron in acht. "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 18
6.2 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.
6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
- 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.
- 2. De accessoire altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
| Rooster | Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven. |
| Plaat bijv. braadslede of bakplaat | De plaat met de afschuining gericht naar de ovendeur in de oven schuiven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Plaats het accessoire op de ingeschoven telescooprail.
13
Pagina 14
nl Voor het eerste gebruik
Rooster of
De accessoire er zo opleggen, dat het accessoire op de achterste aanslag van het uittreksysteem wordt ingelegd.
plaat
Opmerking: Wanneer de telescooprails volledig zijn ingeschoven of uitgeschoven, klikt u deze afhankelijk van het apparaattype in. De telescooprails met een lichte druk uit hun positie halen.
- 3. Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
6.4 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Eerste keer in gebruik nemen
Nadat je het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten, moet je de instellingen voor de eerste ingebruikname van het apparaat vastleggen. Het kan enkele minuten duren tot op het display de instellingen verschijnen.
- 1. Schakel het apparaat in met .
De eerste instelling verschijnt.
- 2. Druk wanneer het nodig is de instelling te veranderen, op een waarde in de lijst of wijzig de waarde met de instelring.
Mogelijke instellingen:
- Taal
- Home Connect "Home Connect ", Pagina 27
- Tijd "Tijd instelen", Pagina 26
- 3. Op "Volgende" drukken en naar de volgende instelling gaan.
- 4. De instellingen doorlopen en wijzigen indien gewenst. Na de laatste instelling verschijnt een aanwijzing op het display dat de eerste ingebruikname is afgesloten.
- 5. Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich vóór het eerste verwarmen controleert, de deur van het apparaat een keer openen en sluiten.
7.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De productinformatie en de toebehoren uit de binnenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde van het apparaat verwijderen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen met een zachte, vochtige doek.
- 3. Schakel het apparaat in met .
- 4. Volgende instellingen uitvoeren:
| Verwarmingsmethode | 4D hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | maximaal |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
"De Bediening in essentie", Pagina 14
- 5. In werking stellen.
- Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat verwarmt.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 6. Schakel het apparaat uit met .
- 7. Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het apparaat is afgekoeld.
- 8. Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel.
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
- Schakel het apparaat in met . Op het display verschijnt het menu.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het automatisch uit.
Pagina 15
De Bediening in essentie nl
- Schakel het apparaat uit met .
Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afgebroken.
Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
- Start de werking met .
Op het display verschijnen de instellingen.
8.4 Werking onderbreken
U kunt de werking onderbreken en weer hervatten.
- 1. Druk op om de werking te onderbreken.
- 2. Druk opnieuw op om de werking te hervatten.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het menu op het display.
- 1. Om in de verschillende keuzemogelijkheden te bladeren, over het display vegen.
- Om in het menu en andere instelmogelijkheden te bladeren, naar rechts of links vegen.
- Om in keuzelijsten te bladeren, omlaag of omhoog vegen.
- 2. Om een functie te kiezen, op de functie in het display drukken.
Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke instelwaarden of andere opties waaruit kan worden gekozen.
- 3. Om indien nodig een instelling terug te gaan, op drukken.
- 4. Om instelwaarden te wijzigen, de digitale instelring gebruiken:
- Over de instelring vegen, al naar gelang de gewenste instelling rechts- of linksom.
- Of op een bepaalde positie aan de instelring drukken.
- Of, zodra de instelring wordt bediend, op het symbool drukken dat verschijnt en de waarde direct via het numerieke veld invoeren.
- 5. Start de werking met .
- 6. Wanneer de werking is beëindigd:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Opmerking: Uw instellingen kunt u als "Favorieten" opslaan en opnieuw gebruiken.
"Favorieten", Pagina 24
8.6 Gebruik verlengen
Wanneer een gebruik is beëindigd, dan kunt u het gebruik verlengen of verdere instellingen invoeren en opnieuw starten.
- 1. Druk op "Verlengen".
- Al naar gelang de functie kunt u indien nodig de instellingen wijzigen.
- 2. Start de werking met .
8.7 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- 1. Druk in het menu op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 3. De temperatuur of stand met de instelring instellen. Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
- "Snel voorverwarmen", Pagina 16
- "Tijdfuncties", Pagina 16
- "Magnetron", Pagina 18
- "Ventilatiefunctie Knapperig laagje", Pagina 19
- "Kerntemperatuurmeter", Pagina 20
- 4. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoelang het programma al loopt.
- 5. Wanneer de werking is beëindigd:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Opmerking: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
"Verwarmingsmethoden", Pagina 11
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Op drukken.
- 2. Op drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Op de temperatuur drukken.
- 2. De temperatuur met de instelring wijzigen. De wijziging wordt overgenomen.
8.8 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.
- 1. Op "Info" drukken.
Informatie wordt gedurende enkele seconden weergegeven.
- 2. Om bij veel inhoud in de aanwijzing te bladeren, over het display vegen.
- 3. Indien gewenst de aanwijzing met verlaten.
Pagina 16
nl Snel voorverwarmen
8.9 Warmhouden gedurende een langere periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot 24 uur warmhouden, zonder dat het gedrag van het apparaat wijzigt. Gebruik de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingen.
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder. Om er zeker van te zijn dat het gedrag van het apparaat tijdens bedrijf niet verandert, de apparaatdeur pas na het verstrijken van de ingestelde tijd openen.
- 1. Basisinstellingen wijzigen.
"Basisinstelingen", Pagina 25
- De basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit" wijzigen.
- De basisinstelling "Tijdsweergave" in "Aan" wijzigen.
- De basisinstelling "Geluidssignaal" wijzigen naar "Zeer korte duur".
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd uit. De weergave van de klok wijzigt niet. De tijdsduur van het geluidssignaal aan het einde van het gebruik is gereduceerd.
- 2. Stel de gewenste functie in.
"Functie instelen", Pagina 15 "Verwarmingsmethode en temperatuur instelen", Pagina 15
- 3. Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 16 "Tijdfuncties", Pagina 16
- 4. Stel met "Eindtijd" het tijdstip in, waarop de werking moet eindigen.
"Einde instelen", Pagina 17 "Tijdfuncties", Pagina 16
- 5. Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het apparaat begint te verwarmen.
- 6. Start de werking met .
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 7. Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is beëindigd. Na ca. 15 tot 20 minuten schakelt het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking: Indien nodig de verschillende basisinstellingen weer wijzigen.
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen bij ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen mogelijk:
4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Intensieve warmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100 °C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
- 2. Druk op "Snel voorverwarmen".
Het symbool is rood verlicht.
- 3. Start de werking met .
Het snel voorverwarmen start.
Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt er een signaal. Het symbool wisselt weer naar wit.
- 4. Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Snel voorverwarmen afbreken
- Druk op "Snel voorverwarmen". Het symbool wisselt weer naar wit.
10 Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
10.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot 24 uur.
Vereiste: Een functie en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Op "Tijdsduur" drukken.
Pagina 17
Tijdfuncties nl
- 2. Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende tijdswaarde, bijv. uurindicatie "h" of minutenindicatie "m".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. De tijdsduur met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 5. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. De tijdsduur met de instelring wijzigen. De wijziging wordt overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. Reset de tijdsduur met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de vooringestelde waarde.
De wijziging wordt overgenomen.
10.2 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moet zijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven.
Opmerkingen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u de tijd niet meer als de werking eenmaal is gestart. Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
Een functie en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Druk op "Eindtijd".
- 2. Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de minutenindicatie drukken.
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. De tijd met de instelring verschuiven.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Start de werking met .
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 5. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u de ingestelde eindtijd alleen wijzigen voordat de werking gestart is en de tijdsduur afloopt.
- 1. Op de eindtijd drukken.
- 2. De eindtijd met de instelring wijzigen. De wijziging wordt overgenomen.
Einde annuleren
U kunt de ingestelde eindtijd altijd wissen.
- 1. Op de eindtijd drukken.
- 2. De eindtijd met resetten.
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijdsduur eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijdstip. De wijziging wordt overgenomen.
10.3 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de wekker tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. In de statusindicatie op drukken.
- 2. Druk op .
- 3. Druk om de timer in te stellen, op het display op de betreffende tijdswaarde, bijv. minutenindicatie "m" of secondenindicatie "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 4. De timer met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 5. Om de timer te starten, op het display op "Start" drukken.
De timer loopt af.
Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de timer op het display zichtbaar.
Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellingen van de lopende werking op het display. De timer wordt in de statusindicatie weergegeven.
Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de timer is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
- 1. Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de timer met selecteren.
- 2. Op drukken.
- 3. De timer met de instelring wijzigen.
- 4. Bevestig met .
Timer annuleren
U kunt de timer altijd annuleren.
- 1. Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de timer met selecteren.
- 2. Druk op .
- 3. De timer met resetten.
Pagina 18
nl Magnetron
11 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien.
11.1 Vormen en accessoires met magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u uitsluitend geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw vormen in acht.
Indien niet anders aangegeven, de vormen en accessoires inschuiven op hoogte 1.
Magnetronbestendig servies
Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: Glas
Glaskeramiek
Porselein
Temperatuurbestendige kunststof
Volledig geglazuurd keramiek zonder barsten Serveervormen
Vormen met gouddecor of zilverdecor alleen gebruiken als de fabrikant de geschiktheid voor gebruik in de magnetron garandeert.
Meegeleverd rooster
Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat, kunnen bij puur magnetrongebruik vonken vormen en zijn niet geschikt.
Deze materialen laten microgolven door en worden niet beschadigd.
Vormen en accessoires die niet geschikt zijn voor de magnetron
Opmerking: Neem de gegevens over het vermijden van materiële schade in acht.
"Magnetron", Pagina 8
Vormen en bakvormen van metaal
Metaal laat geen microgolven door. Hierdoor worden de gerechten niet of nauwelijks opgewarmd. Metaal kan bij het puur magnetrongebruik vonken vormen.
Vormen bij bijgeschakelde magnetron bij een functie
Wanneer u bij een andere functie de magnetron bijschakelt, dan is naast servies en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron ook metaal mogelijk:
Vormen en bakvormen van metaal
Voorwerpen die metaal bevatten dienen minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd te zijn.
Bakvormen en vormen van metaal altijd op het meegeleverde rooster plaatsen.
Meegeleverde accessoires:
Rooster
Braadslede
Bakplaat
Air Fry & Grillplaat
Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Als u niet zeker bent of uw vormen geschikt zijn voor het gebruik in de magnetron, voert u een test van de vormen uit.
LET OP
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op de maximale vermogensstand.
- 3. In werking stellen.
- 4. De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm blijft, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wanneer de vorm heet wordt of als r vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
11.2 Instelmogelijkheden met magnetron
De magnetron kunt u alleen of gecombineerd met een andere functie gebruiken.
Pure magnetronfunctie
Alleen de elektromagnetische golven van de magnetron genereren energie, welke bijv in levensmiddelen in warmte omgezet kunnen worden.
Om condens te vermijden, schakelt bij de magnetronvermogens 600 watt en "Boost" het apparaat automatisch een verwarmingselement in. De binnenruimte en het toebehoren worden heet. Het bereidingsresultaat wordt hierdoor niet beïnvloed.
Deze automatische droogfunctie kunt u in de basisinstellingen uitschakelen.
"Basisinstelingen", Pagina 25
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de magnetronfunctie schakelt automatisch een verwarmingselement bij en verhit de binnenruimte.
- Raak nooit de hete oppervlakken in de binnenruimte of de verwarmingselementen aan.
- Houd kinderen uit de buurt.
Bijgeschakelde magnetron
Door de bijgeschakelde magnetron bij een functie verkort de bereidingsduur van gerechten.
Pagina 19
Ventilatiefunctie Knapperig laagje nl
De magnetron kunt u met volgende functies combineren:
Verwarmingsmethoden Pagina 15
- 4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Grill, groot
- Grill, klein "Gerechten", Pagina 22 "Kerntemperatuurmeter", Pagina 20 "Ventilatiefunctie Knapperig laagje", Pagina 19
Mogelijke magnetronvermogens in combinatie met een functie zijn:
90 watt
180 watt
360 watt
11.3 Magnetron instellen
Opmerking
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: "Veiligheid", Pagina 2 "Materiële schade vermijden", Pagina 7 "Magnetronvermogen", Pagina 12 "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 18
- 1. Druk in het menu op "Magnetron".
- Of direct met de toets de magnetron selecteren.
- 2. Stel het magnetronvermogen in met de instelring.
- 3. Druk op "Tijdsduur".
Voor gebruik van de magnetron is altijd een tijdsduur nodig.
- 4. Druk om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen op de betreffende tijdswaarde, bijv. minutendisplay "m" of secondendisplay "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 5. Stel de tijdsduur in met de instelring.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 6. Start de werking met .
De magnetron start en de tijdsduur loopt af. Bij het maximale magnetronvermogen "Boost" geeft het display de vermogensreductie aan.
"Magnetronvermogen", Pagina 12
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 7. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 8. Als u de droogfunctie voor de magnetron in de basisinstellingen hebt uitgeschakeld en zich in de binnen-
ruimte condens heeft gevormd, dan de binnenruimte drogen.
"Drogen", Pagina 32
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Als u de apparaatdeur sluit, moet u de werking voortzetten. Heeft u de basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er dan voor dat de magnetron niet verder loopt terwijl hij leeg is. "Basisinstelingen", Pagina 25
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. De tijdsduur met de instelring wijzigen. De wijziging wordt overgenomen.
11.4 Magnetron bijschakelen instellen
Opmerking
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: "Veiligheid", Pagina 2 "Materiële schade vermijden", Pagina 7 "Magnetronvermogen", Pagina 12 "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 18
Vereiste: Let op de informatie bij de betreffende functie.
"Instelmogelijkheden met magnetron", Pagina 18
- 1. In het menu op de gewenste functie drukken.
- 2. De instellingen voor de functie invoeren, bijv. verwarmingsmethode en temperatuur.
- 3. Op "Bijgeschakelde magnetron" drukken.
- 4. Het magnetronvermogen met de instelring instellen.
- 5. Op "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur instellen.
- 6. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 7. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Bijgeschakelde magnetron wijzigen
U kunt de bijgeschakelde magnetron altijd wijzigen of deactiveren.
- 1. Op het magnetronvermogen drukken.
- 2. De bijgeschakelde magnetron met de instelring wijzigen of deactiveren.
De wijziging wordt overgenomen.
12 Ventilatiefunctie "Knapperig laagje"
De ventilatiefunctie "Knapperig laagje" onttrekt vocht uit de binnenruimte, zodat uw gerecht knapperig wordt. De hoeveelheid hete stoom welke kan ontspannen bij het openen van de deur, wordt gereduceerd.
12.1 Geschikte verwarmingsmethoden met ventilatiefunctie
Voor de ventilatiefunctie zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Pagina 20
nl Kerntemperatuurmeter
Bij de volgende verwarmingsmethoden kunt u de ventilatiefunctie gebruiken:
4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Circulatiegrillen
Pizzastand
Intensieve warmte
12.2 Ventilatiefunctie instellen
U kunt de ventilatiefunctie te allen tijde bijschakelen, ook na aanvang van de werking.
- 1. Stel een geschikte verwarmingsmethode en temperatuur in.
Indien nodig kunt u meer instellingen invoeren en met de ventilatiefunctie combineren.
- 2. Op "Knapperig laagje" drukken.
- 3. In de instelring op "Aan" drukken.
- 4. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Het display geeft de instelwaarden weer.
- 5. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Opmerking: Tijdens de werking kunnen luidere ventilatorgeluiden hoorbaar zijn.
Ventilatiefunctie annuleren
U kunt de ventilatiefunctie te allen tijde uitschakelen.
- 1. Op "Knapperig laagje" drukken.
- 2. In de instelring op "Uit" drukken.
De werking wordt zonder ventilatiefunctie voortgezet.
13 Kerntemperatuurmeter
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een kerntemperatuurmeter in te steken en op het apparaat een kerntemperatuur in te stellen. De kerntemperatuurmeter meet de temperatuur in het binnenste van het product. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te verwarmen.
13.1 Geschikte verwarmingsmethoden met kerntemperatuurmeter
Voor het gebruik met de kerntemperatuurmeter zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de kerntemperatuurmeter gebruiken:
4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Milde hetelucht
Milde boven- en onderwarmte
Circulatiegrillen
Pizzastand
Intensieve warmte
Langzaam garen
Onderwarmte
Warmhouden
13.2 Steek de kerntemperatuurmeter in het vlees
Gebruik de meegeleverde kerntemperatuurmeter of bestel een geschikte kerntemperatuurmeter via onze klantenservice.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Gebruik geen gesloten vormen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de af-
stand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Als bij het gebruik met magnetron de punt van de braadthermometer niet volledig in het gerecht steekt, dan ontstaan er vonken.
- De braadthermometer volledig in het gerecht steken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De kerntemperatuurmeter is puntig.
- Ga voorzichtig om met de kerntemperatuurmeter.
- 1. Steek de kerntemperatuurmeter in het product. De kerntemperatuurmeter heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat minstens het middelste meetpunt in het product steekt.
| Dunne stukken vlees | Steek de kerntemperatuurmeter in de zijkant van het vlees op het dikste punt. |
| Dikke stukken vlees | Steek de kerntemperatuurmeter van boven schuin tot de aanslag in het vlees. Opmerking: Wanneer u het product wilt keren, steek dan de kerntemperatuurmeter in de zijkant van het product, zodat deze bij het keren niet verwijdert hoeft te worden. |
| Gevogelte | Steek de kerntemperatuurmeter in de dikste plek van de gevogelteborst steken tot de aanslag. Steek de kerntemperatuurmeter schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. |
Pagina 21
Kerntemperatuurmeter nl
Het gevogelte keren en met de borstzijde naar beneden op het rooster leggen.
Vis
Bij hele vis de kerntemperatuurmeter achter de kop in de richting van de graat tot de aanslag insteken.
De vis zonder hem te keren in de zwemstand op het rooster plaatsen, bijv. met een halve aardappel als steun.
- 2. Plaats het product samen met de kerntemperatuurmeter in de binnenruimte.
- 3. Steek de aansluiting van de kerntemperatuurmeter in de bus links in de binnenruimte.
Opmerking: Wilt u het product keren, verwijder de kerntemperatuurmeter dan niet. Controleer na het keren van het product of de kerntemperatuurmeter nog goed in het gerecht zit.
13.3 Kerntemperatuurmeter instellen
U kunt een kerntemperatuur tussen de 30°C en 99°C instellen.
Vereisten
Het product met de kerntemperatuurmeter staat in de binnenruimte.
De kerntemperatuurmeter is in de binnenruimte ingeplugd.
- 1. Druk in het menu op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 3. De temperatuur van de binnenruimte met de instelring instellen.
Stel de temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C hoger in dan de kerntemperatuur.
Stel de temperatuur van de binnenruimte niet hoger in dan 250°C.
- 4. Druk op "Kerntemperatuurmeter".
- 5. De kerntemperatuur met de instelring instellen. Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 6. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoelang het programma al loopt.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt, dan klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd. Het apparaat verwarmt niet langer. Bij de methode langzaam garen, blijft het apparaat verwarmen.
- 7. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit de aansluiting in de binnenruimte.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit het product en uit de binnenruimte.
Tips
U kunt de kerntemperatuurmeter ook met een andere functie combineren, bijv.:
- "Magnetron", Pagina 18
- "Gerechten", Pagina 22
U kunt de kerntemperatuurmeter ook zonder een ingestelde kerntemperatuur gebruiken. Zo kunt u de kerntemperatuur van het gerecht op het display aflezen en handmatig de werking indien gewenst beëindigen.
Temperatuur wijzigen
Na de start van de werking kunt u de temperatuur van de binnenruimte en de kerntemperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Druk op de temperatuur van de binnenruimte of de kerntemperatuur.
- 2. De temperatuur met de instelring wijzigen.
De wijziging wordt overgenomen.
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Op drukken.
- 2. Op drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met .
13.4 Kerntemperatuur van verschillende levensmiddelen
Hier vindt u richtwaarden voor kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen.
De richtwaarden hangen af van de kwaliteit en de soort levensmiddelen. Gebruik geen diepvriesproducten.
| Gevogelte | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Kip | 80 - 85 |
| Kipfilet | 75 - 80 |
| Eend | 80 - 85 |
| Eendenborst, rosé | 55 - 60 |
| Kalkoen | 80 - 85 |
| Kalkoenfilet | 80 - 85 |
| Gans | 80 - 90 |
Pagina 22
nl Gerechten
| Lamsvlees | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Lamsbout, rosé | 60 - 65 |
| Lamsbout, doorbakken | 70 - 80 |
| Lamsrug, rosé | 55 - 60 |
| Vis | Kerntemperatuur in °C |
| Vis, heel | 65 - 70 |
| Visfilet | 60 - 65 |
| Diversen | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden gehakt, alle vleessoorten | 80 - 90 |
| Gerechten opwarmen, regenereren | 65 - 75 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
| Varkensvlees | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Varkensnek | 85 - 90 |
| Varkensfilet, rosé | 62 - 70 |
| Varkensrug, doorbakken | 72 - 80 |
| Rundvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Runderfilet of rosbief, Engels | 45 - 52 |
| Runderfilet of rosbief, rosé | 55 - 62 |
| Runderfilet of rosbief, doorbakken | 65 - 75 |
| Kalfsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager | 75 - 80 |
| Gebraden kalfsvlees, schouder | 75 - 80 |
| Kalfsschenkel | 85 - 90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
14 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
Opmerking: Al naar gelang het apparaattype of softwareversie van uw apparaat, leidt de zoekfunctie "Assist Plus" u naar het meest geschikte geprogrammeerde gerecht.
"Zoekfunctie Assist Plus", Pagina 24
Wanneer u handmatig door de geprogrammeerde gerechten wilt bladeren, wijzig dan de basisinstelling "Assist Plus" overeenkomstig. Zo verschijnt in het menu in plaats van de zoekfunctie "Assist Plus", de functie "Gerechten".
"Basisinstelingen", Pagina 25
14.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
Opmerking: Bij sommige gerechten schakelt het apparaat de magnetron in. Er verschijnt een aanwijzing op het display dat een voor de magnetron geschikte vorm dient te worden gebruikt.
"Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 18
14.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat, al naar gelang het gerecht, verschillende instellingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaalde instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen op het display.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
Geschikte inschuifhoogte
Geschikte accessoires of vormen
Toevoegen van vloeistof
Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op "Info" om informatie op te roepen. Sommige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet u tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid instellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode vast vooringesteld.
De vooringestelde temperatuur en de tijdsduur kunt u aanpassen.
Gerechten met kerntemperatuurmeter
Bij sommige gerechten kunt u de kerntemperatuurmeter gebruiken.
Pagina 23
Gerechten nl
De temperatuur en de kerntemperatuur kunt u aanpassen.
"Kerntemperatuurmeter", Pagina 20
Gerechten met magnetron
Bij enkele gerechten kunt u een bereidingsmethode met magnetron kiezen. De bereidingsduur wordt korter. Neem de informatie over het gebruik met de magnetron in acht.
"Magnetron", Pagina 18
Baksensor
Enkele gerechten zijn geschikt voor de bereiding met de baksensor . U hoeft verder geen instellingen in te voeren.
De baksensor bewaakt het bakproces in de binnenruimte. Het apparaat regelt de instellingen zelfstandig en beëindigt de werking wanneer het gerecht klaar is.
Opmerkingen
Gebruik de baksensor niet wanneer het gerecht al is voorgebakken. Het bakresultaat zal dan niet meer kloppen.
De apparaatdeur ca. 5 minuten na aanvang van het gebruik met de baksensor niet meer openen. De werking met baksensor wordt geannuleerd.
Wanneer u de apparaatdeur moet openen, start de werking daarna dan zonder baksensor of annuleer de werking en stel handmatig in. Houd de bereiding in de gaten, tot het gerecht klaar is.
Om een optimaal bakresultaat te bereiken, gebruikt u donkere bakvormen van metaal.
LET OP
Door siliconenvormen, afdekkingen, accessoires of folie die silicone bevatten kan de baksensor beschadigd raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt, kan er schade ontstaan.
- Gebruik geen vormen van silicone of silicone-houdende, folie, afdekkingen of accessoires.
- Nooit voorwerpen van silicone in de binnenruimte bewaren.
Voorspelling resterende tijd voor gebruik
Wanneer uw apparaat is verbonden met Home Connect, dan kan het apparaat de vermoedelijke resterende duur van het bereidingsproces voorspellen.
De eerste resterende tijd verschijnt na ca. 1 minuut op het display. De resterende tijd wordt continu opnieuw berekend en geactualiseerd.
Opmerking: De prognose voor de resterende tijd is niet bij alle gerechten beschikbaar.
14.3 Overzicht van de gerechten
Welke afzonderlijke gerechten voor u ter beschikking staan, ziet u op het apparaat wanneer u de functie oproept. De selectie van gerechten is afhankelijk van de uitrusting van uw apparaat.
De gerechten zijn in categorieën en gerechten ingedeeld.
Opmerking: In de basisinstellingen kunt u de weergegeven gerechten regionaal specialiseren.
"Basisinstelingen", Pagina 25
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Baksensor | Gebak |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Klein gebak Brood, broodjes Hartig gebak, pizza, quiche Opmerking: Hier worden alleen gerechten genoemd voor bereiding met baksensor. | |
| Gebak | Gebak in vormen Gebak op de bakplaat Klein gebak Koekjes |
| Brood, broodjes | Brood Broodjes |
| Pizza, hartig gebak | Pizza Hartig gebak, quiche |
| Ovenschotels, soufflés | Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediënten Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog Lasagne, vers Lasagne, gekoeld Ovenschotel, zoet, vers Fruitcrumble Soufflé in portievormen Yorkshire Pudding |
| Gevogelte | Kip Eend, gans Kalkoen |
| Vlees | Varkensvlees Rundvlees Kalfsvlees Lamsvlees Wildbraad Vleesgerechten |
| Vis | Vis, heel Visfilet |
| Diepvriesproducten | Pizza Ovenschotels Aardappelproducten Vlees, gevogelte Broodjes |
| Bijgerechten, groente | Aardappelen Rijst Granen Groente |
| Etenswaar ontdooien | Gebak Brood, broodjes Vlees, gevogelte Vis |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
14.4 Gerecht instellen
- 1. Druk in het menu op "Gerechten".
- 2. Druk op de gewenste categorie.
- 3. Druk op het gewenste voedsel.
- 4. Druk op het gewenste gerecht.
Tip: Bij enkele gerechten kunt u een voorkeursbereidingsmethode kiezen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina 22
Op het display verschijnen de instellingen bij het gerecht.
23