Bosch HBA513BS1, tekst van de handleiding
Oven · Bosch · 24 pagina's in het Nederlands · pdf: 28 pagina's, 3,3 MB
Storingen op pagina 17
Pagina 17
Vanaf de titel; het begin van pagina 17 staat in de pdf.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
14.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Het apparaat schakelt na het verstrijken van een tijdsduur niet volledig uit. | Na het verstrijken van een tijdsduur houdt het apparaat op met verwarmen. Ovenlamp en koelventilator schakelen niet uit. Bij verwarmingsmethoden met circulatielucht blijft de ventilator in de achterwand van het apparaat draaien. ▶ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. • Het apparaat is uitgeschakeld. • Ovenlamp en ventilator in de achterwand zijn uitgeschakeld. • De koelventilator schakelt automatisch uit, zodra het apparaat is afgekoeld. |
| Op het display knippert de tijd. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Stel de tijd opnieuw in. → "Tijd instellen", Pagina 11 |
| Op het display brandt en het apparaat kan niet worden ingesteld. | Kinderslot is geactiveerd. ▶ Deactiveer het kinderslot met de toets . → "Kinderslot", Pagina 11 |
| Op het display verschijnt een melding met , bijv. - . | Elektronicastoring 1. Druk op de toets . ‒ Indien nodig stelt u de tijd opnieuw in. • Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding. 2. Als de foutmelding opnieuw verschijnt, neemt u contact op met de servicedienst. Geef de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op. → "Servicedienst", Pagina 18 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
14.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 25 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend originele lampen. Pak nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een schone, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
- Het apparaat moet zijn losgekoppeld van de voedingsspanning.
- De binnenruimte is afgekoeld.
- Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadiging te voorkomen.
- 2. Het glazen kapje er naar links uitdraaien .
Pagina 18
nl Afvoeren
.
- 3. Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit
- 4. De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
- 5. Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
- 6. Het glazen kapje erin schroeven.
- 7. Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
- 8. Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
15 Afvoeren
Wij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op de juiste manier afvoert.
15.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Pagina 19
Zo lukt het nl
17 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
17.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerechten.
- Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden.
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
- Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
17.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoogtes.
| Bakken op één niveau | Hoogte |
|---|---|
| hoog gebak of vorm op het rooster | 2 |
| plat gebak resp. op bakplaat | 3 |
| Bakken op twee niveaus | Hoogte |
| Braadslede Bakplaat | 3 1 |
| Vormen op het rooster: eerste rooster tweede rooster | Hoogte 3 1 |
| Bakken op drie niveaus | Hoogte |
| Bakplaat Braadslede Bakplaat | 5 3 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
Opmerkingen
- Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete lucht. Gebak dat gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
- Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
17.3 Aanwijzingen voor het braden en grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
- Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
- Gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van de opgegeven tijd keren.
- Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de vorm. De bodem van de vorm dient ca. 1-2 cm bedekt te zijn.
- Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
Braden en grillen op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk
- Giet afhankelijk van de grootte en het soort product tot 1/2 liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus bereiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de binnenruimte wordt minder verontreinigd.
- Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten.
Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
- Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats bovendien de braadslede, met de schuine kant naar de apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eronder. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan. Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Open vorm
- Gebruik een hoge braadvorm.
- De vorm op het rooster plaatsen.
- Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
- De vorm op het rooster plaatsen.
- Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere temperatuur in.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
- Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van het lichaam kan ontsnappen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Pagina 20
nl Zo lukt het
17.4 Selectie van gerechten
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, fijn | Langwerpige bakvorm | 2 | 150-170 | 60-80 | |
| Cake, 2 niveaus | Langwerpige bakvorm | 3+1 | 140-150 | 70-85 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 170-190 | 55-80 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 150-160¹ | 30-40 | |
| Cakerol | Bakplaat | 3 | 180-200¹ | 10-15 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 2 | 160-180 | 55-95 | |
| Gebak van gistdeeg met vochtige bedekking | Braadslede | 3 | 180-200 | 30-55 | |
| Muffins | Muffinplaat op het rooster | 2 | 170-190 | 20-40 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 3 | 150-170 | 20-30 | |
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 140-160 | 15-25 | |
| Koekjes, 2 of 3 niveaus | Braadslede Bakplaat | 3+1 5+3+1 | 140-160 | 15-25 | |
| Brood, 1000 g (in rechthoekige vorm, op de plaat) | Braadslede Langwerpige bakvorm | 2 | 200-220 | 35-50 | |
| Pizza, vers | Bakplaat | 2 | 200-220 | 25-35 | |
| Pizza, vers, dunne bodem | Ronde pizzaplaat | 2 | 250-270¹ | 15-20 | |
| Quiche | Taartvorm | 1 | 210-230 | 30-40 | |
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten. | Ovenschaal | 2 | 200-220 | 30-60 | |
| Kip, 1,3 kg, ongevuld | Open vorm | 2 | 200-220 | 60-70 | |
| Kleine kipdelen, à 250 g | Open vorm | 3 | 220-230 | 30-35 | |
| Gans, niet gevuld, 3 kg | Open vorm | 2 | 1. 140 2. 160 | 1. 130-140 2. 50-60 | |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 160-170 | 150-160 | |
| Runderfilet, medium, 1 kg | Rooster Braadslede | 3 | 210-220 | 40-50² | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten servies | 2 | 200-220 | 140-160³ | |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Rooster Braadslede | 3 | 200-220 | 60-70² | |
| Burger, 3-4 cm hoog | Rooster | 4 | 3 | 25-30⁴ | |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,0 kg | Open vorm | 2 | 170-190 | 70-80⁵ | |
| Vis, gegrild, heel, 300 g, bijv. forel 1 Het apparaat voorverwarmen. 2 Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale | Rooster tijd keren. | 2 | 160-180 | 20-30⁶ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
3 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
4 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
5 Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
6 De braadslede onder het rooster inschuiven.
| 17.5 Yoghurt | 2. De eerder voorbereide yoghurtmassa in kleine vormen gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen. |
| Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken. | 3. De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo- |
| Yoghurt maken | lie. |
| 4. Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim- | |
| 1. De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte nemen. | te. |
Pagina 21
Zo lukt het nl
- 5. Stel het apparaat in overeenkomstig de instellingsaanbevelingen.
- 6. De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Insteladvies voor yoghurt
Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuifhoogte Temperatuur in Tijdsduur
Verwar-mingsmethode
°C in min.
- 1. 100
- 2. -
| Yoghurt Portievormen | Bodem van de binnen- 1. | 1. -¹ |
| ruimte 2. | 2. 8-9 uur | |
| 1 Het apparaat voorverwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
17.6 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testgerechten.
Algemene opmerkingen
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
- Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
- Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus: Opmerking: Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede, hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:
- Bakplaat: hoogte 5
Braadslede, hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:
Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Insteladvies voor bakken
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Spritsgebak | Bakplaat | 3 | 140-150¹ | 25-35 | |
| Spritsgebak | Bakplaat | 3 | 140-150¹ | 20-30 | |
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3 + 1 | 140-150¹ | 25-35 | |
| Sprits, 3 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 5 + 3 + 1 | 130-140¹ | 35-55 | |
| Kleine cakes | Bakplaat | 3 | 150-160¹ | 25-35 | |
| Kleine cakes | Bakplaat | 3 | 140-150¹ | 20-30 | |
| Kleine cakes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3 + 1 | 140-150¹ | 25-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
1 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2 Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Pagina 22
nl Montagehandleiding
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Kleine cakes, 3 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 5 + 3 + 1 | 140¹ | 30-40 | |
| Biscuit | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-170² | 25-35 | |
| Biscuit | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-170 | 30-35 | |
| Biscuitgebak, 2 niveaus | Springvorm Ø 26 cm | 3 + 1 | 150-160² | 35-50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
| 1 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. 2 Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. | ||
| Insteladvies bij grillen | ||
| Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif- Verwarhoogte mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
| Toast bruinen Rooster 5 1 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. | 3¹ | 0,5-1,5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
18 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
18.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met het inbouwen van het apparaat begint.
- Alleen als de inbouw op deskundige wijze en conform dit installatievoorschrift wordt uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk voor schade als gevolg van een verkeerde inbouw.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot maximaal 95°C, aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
- De contactdoos van het apparaat dient zich in het gebied van het gearceerde vlak of buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een gebruikelijke, in de handel verkrijgbare montagebeugel aan de wand worden bevestigd.
- Draag werkhandschoenen ter voorkoming van snijwonden. Onderdelen die tijdens het inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe randen hebben.
Pagina 23
Montagehandleiding nl
- Maataanduidingen van de afbeeldingen in mm.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
- Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn gecertificeerd, een minimale aderdiameter van 1,5 mm² hebben en die voldoen aan de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
- Neem contact op met de service wanneer het netsnoer te kort is.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.
- Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen.
18.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
18.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw onder een werkblad in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.
- In combinatie met inductiekookplaten mag de spleet tussen werkblad en apparaat niet door extra lijsten worden afgesloten.
- Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden bevestigd.
- Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van de kookplaat in acht nemen.
18.4 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw in een hoge kast in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatie-opening.
- Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
- Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toebehoren er zonder probleem uitgenomen kunnen worden.
18.5 Inbouw van twee apparaten boven elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
- Om een voldoende ventilatie van de apparaten te waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal 200 cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Pagina 24
nl Montagehandleiding
- Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is gewaarborgd.
- Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebehoren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
18.6 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij hoekinbouw aan.
- Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat kan worden geopend, dient u zich bij de hoekinbouw te houden aan de minimale afmetingen. De maat is afhankelijk van de dikte van het meubelfront en de greep.
18.7 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
- Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
- De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.
- Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.
- Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aansluitkabel worden aangesloten.
- De aansluitkabel moet op de achterzijde worden ingestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
- De aansluitkabel mag alleen worden vervangen door een originele kabel. Die is bij de service verkrijgbaar.
- De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
- Steek de stekker in het stopcontact met randaarde. Wanneer het apparaat is ingebouwd moet de stekker van de aansluiting op het net vrij toegankelijk zijn. Als de vrije toegang neer de netstekker niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Alleen een daartoe bevoegd vakman mag het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. In de vast geplaatste elektrische installatie moet een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- 1. Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
- 2. Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
- 3. De aders van de elektrische aansluitleiding dienen overeenkomstig de kleurcodering te worden aangesloten:
‒ groen-geel = aarddraad ‒ blauw = neutraal- ("nul-") leiding ‒ bruin = fase (buitendraad)
18.8 Apparaat inbouwen
- 1. Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlijnen.
- 2. Het apparaat vastschroeven.
Pagina 25
Montagehandleiding nl
- 3. Bij greeploze keuken met verticale greeplijst: ‒ Breng een geschikt vulstuk aan om eventuele scherpe randen af te dekken en een veilige montage te waarborgen.
‒ Aluminiumprofielen voorboren, om een schroefverbinding te maken .
‒ Apparaat met adequate schroeven bevestigen .
Opmerking: De spleet tussen werkblad en apparaat mag niet door extra lijsten worden afgesloten. Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen isolatieprofielen worden aangebracht.
18.9 Apparaat demonteren
- 1. Maak het apparaat spanningsloos.
- 2. De bevestigingsschroeven losdraaien.
- 3. Het apparaat iets optillen en helemaal naar buiten trekken.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl Veiligheid
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
- 1 Veiligheid.............................................................. 2
- 2 Materiële schade vermijden ................................ 4
- 3 Milieubescherming en besparing........................ 5
- 4 Uw apparaat leren kennen................................... 5
- 5 Accessoires.......................................................... 8
- 6 Voor het eerste gebruik ....................................... 9
- 7 De Bediening in essentie..................................... 9
- 8 Snel voorverwarmen.......................................... 10
- 9 Tijdfuncties......................................................... 10
- 10 Kinderslot ........................................................... 11
- 11 Reiniging en onderhoud.................................... 12
- 12 Rekjes ................................................................. 13
- 13 Apparaatdeur...................................................... 14
- 14 Storingen verhelpen .......................................... 17
- 15 Afvoeren ............................................................. 18
- 16 Servicedienst...................................................... 18
- 17 Zo lukt het........................................................... 19
- 18 MONTAGEHANDLEIDING.................................. 22
18.1 Algemene montage-instructies......................... 22
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.
Gebruik het apparaat niet:
met een externe schakelklok of een afstandsbediening.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
Pagina 3
Veiligheid nl
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.
→ "Accessoires", Pagina 8
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire.
- Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten.
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Open de apparaatdeur voorzichtig.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Pagina 4
nl Materiële schade vermijden
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 18
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel heet. Ook enige tijd na het uitschakelen bestaat er nog een risico van verbranding.
- Glazen kapje niet aanraken.
- Tijdens het schoonmaken contact met de huid vermijden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
- Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
- Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
- Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
- Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.
- Na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt.
- Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
- De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken.
- Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Pagina 5
Milieubescherming en besparing nl
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.
- Niets op de open deur zetten of leggen en niet eraan hangen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.
- Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
- Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
- De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
- De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
- De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
- Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.
- Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
in gebruik met ingeschakeld display max. 1 W in gebruik met uitgeschakeld display max. 0,5 W
4 Uw apparaat leren kennen
1
4.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
- 2 3
Toetsen en display
De toetsen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien.
→ "Toetsen en display", Pagina 6
1
Pagina 6
nl Uw apparaat leren kennen
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in.
De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draaien.
Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken.
→ "Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 6
Temperatuurkiezer
Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies.
De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts draaien tot aan de aanslag, niet verder.
Afhankelijk van het apparaattype is de temperatuurknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de temperatuurknop drukken.
→ "Temperatuur en instelstanden", Pagina 7
4.2 Toetsen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.
| Symbool | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Tijdfuncties | Timer , tijdsduur , einde en tijd selecteren. Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op de toets drukken. | |
| Min Plus | Instelwaarden verlagen. Instelwaarden verhogen. | |
| Kinderslot | Kinderslot activeren of deactiveren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
4.3 Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
| Symbool | Verwarmingsmethode | Gebruik en werkwijze |
|---|---|---|
| 3D hetelucht | Op één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| Eco hetelucht | Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Kies een temperatuur tussen 120°C en 230°C. Houd de deur van het apparaat tijdens het garen gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. | |
| Grill, groot | Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Circulatiegrillen | Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Boven- en onderwarmte | Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Meer functies
Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.
Verder lezen op pagina 7Inhoud