naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch HBF134EB1, tekst van de handleiding

Pagina's 5–18 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 1–4verder op pagina 19 →

Pagina 5

Milieubescherming en besparing nl

Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.

Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.

Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.

Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente verkleuringen ontstaan.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept of de instellingsadviezen dat aangeven.

Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot wel 20% energie.

Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.

Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.

Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.

De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.

Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.

De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.

Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.

Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.

Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.

Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi- en.

Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.

Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakelde toestand sprake van een andere toestand. Deze wordt hierna als spaarstand aangeduid.

Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het apparaat energie nodig voor:

Detectie van de bediening van de sensortoetsen Bewaking van de deuropening

Bewerking van de tijd (zonder display) Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog van een "standby-stand", en daarom wordt de aanduiding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaarstand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden gebruikt.

4 Uw apparaat leren kennen

4.1 Bedieningsvelden

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Bedieningselementen

Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Pagina 6

nl Uw apparaat leren kennen

Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.

3 Knoppen en display

De knoppen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken.

Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien.

"Knoppen en display", Pagina 6

Functiekeuzeknop

Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in.

De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draaien.

Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken.

"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 6

Temperatuurknop

Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies.

De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts draaien tot aan de aanslag, niet verder. Afhankelijk van het apparaattype kan de temperatuurknop worden verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de temperatuurknop drukken.

"Temperatuur en instelstanden", Pagina 7

Knoppen en display

Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen. Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. brandt alleen wanneer u de tijd wijzigt.

SymboolFunctieGebruik
KinderslotKinderslot activeren of deactiveren.
TijdfunctiesTijd , wekker , duur en einde selecteren.
Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op drukken.
Min PlusInstelwaarden verlagen. Instelwaarden verhogen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)

Verwarmingsmethoden en functies

Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.

SymboolVerwarmingsmethodeGebruik en werkwijze
3D heteluchtOp één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Hetelucht zachtGekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Kies een temperatuur tussen 120 °C en 230 °C.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
PizzastandPizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld.
OnderwarmteGerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen.
Grill, grootPlatte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)

Pagina 7

Uw apparaat leren kennen nl

SymboolVerwarmingsmethodeGebruik en werkwijze
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
CirculatiegrillenGevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Boven- en onderwarmteTraditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus.
Overige functies
Hier vindt ueen overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.
SymboolFunctieGebruik
Snel verwarmenDe binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen. "Snel voorverwarmen", Pagina 10
OvenlampDe binnenruimte zonder verwarming verlichten. "Verlichting", Pagina 8

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

Temperatuur en instelstanden

Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.

Opmerking: Bij temperatuurinstellingen boven 250 °C verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 10 minuten tot ca. 240 °C.

SymboolFunctieGebruik
NulstandHet apparaat warmt niet op.
50 - 275TemperatuurbereikDe temperatuur in °C in de binnenruimte instellen.
1, 2, 3 of
I, II, III
GrillstandenDe grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het groot vlak en de grill of voor het klein vlak instellen.
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

Opwarmindicatie

Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.

Wanneer het apparaat opwarmt, is op het display verlicht. In de verwarmingspauzes dooft het symbool. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het symbool de eerste keer dooft.

Opmerking: Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.

U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen. "Rekjes", Pagina 15

4.2 Binnenruimte

Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.

Rekjes

U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte schuiven.

De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld. Afhankelijk van het type apparaat zijn de accessoires met uitschuif- of clip-telescooprails voorzien. De telescooprails zijn vast gemonteerd en kunnen niet worden verwijderd. De clip-telescooprails kunt u volgens uw wensen op alle vrije inschuifhoogtes aanbrengen.

Zelfreinigende oppervlakken

De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af.

Pagina 8

nl Uw apparaat leren kennen

Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.

"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken", Pagina 14

Verlichting

De ovenlamp verlicht de binnenruimte.

Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de verlichting aan als het programma loopt. Als u de werking met de functiekeuzeschakelaar beëindigt, schakelt de verlichting uit.

Met de stand ovenlamp aan de functiekeuzeschakelaar kunt u de verlichting zonder verwarming inschakelen.

Apparaatdeur

Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking voortgezet.

Koelventilator

De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.

LET OP

De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken.

Het apparaat raakt oververhit.

De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.

Condenswater

Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.

4.3 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.

Opmerking: De accessoires kunnen door hitte vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.

De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat.

AccessoiresGebruik
RoosterBakvormen
Ovenschalen
Vormen
Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten
BraadsledeVochtig gebak
Koekjes
Brood
Grote braadstukken
Diepvriesgerechten
Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster.
BakplaatPlaatgebak
Cake eenvoudig

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

Rooster

Vergrendelingsfunctie

De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.

U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.

Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven.

Accessoire in de binnenruimte schuiven

Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.

Plaat De plaat met de afschuining gericht bijv. braad- naar de ovendeur in de oven schuislede of ven.

bakplaat

Pagina 9

Voor het eerste gebruik nl

Rooster of

De accessoires zo plaatsen dat de rand van de accessoires achter het lipje op de telescooprail zit.

plaat

Opmerking: Volledig uitgetrokken klikken de telescooprails in. De telescooprails met een lichte druk terugschuiven in de binnenruimte.

Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.

Accessoires combineren

Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.

Rooster op braadslede

Meer accessoires

Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.

U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:

www.bosch-home.com

Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.

Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.

5 Voor het eerste gebruik

Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.

5.1 Eerste gebruik

Stel de opties voor het eerste gebruik in.

5.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt

Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.

Verwarmingsmethode3D‑hetelucht
TemperatuurMaximum
Tijdsduur1 uur
Het apparaat na len.de aangegeven tijdsduur uitschake-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)

5.

6 De Bediening in essentie

draaien.

6.1 Inschakelen van het apparaat

Het apparaat is ingeschakeld.

6.2 Apparaat uitschakelen

Pagina 10

nl Snel voorverwarmen

6.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.

Tips

De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.

U kunt op het apparaat ook de tijdsduur en het einde van de werking instellen.

"Tijdfuncties", Pagina 10

Verwarmingsmethode wijzigen

U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.

Temperatuur wijzigen

U kunt de temperatuur altijd wijzigen.

7 Snel voorverwarmen

Om tijd te sparen, kunt u met de functie snel voorverwarmen de opwarmingsduur verkorten.

Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde temperaturen van boven de 100 °C.

Na het snel voorverwarmen het best volgende verwarmingsmethoden gebruiken:

3D‑hetelucht

Boven- en onderwarmte

7.1 Snelvoorverwarming instellen

Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.

Na enkele seconden start het snel voorverwarmen. Als het snel voorverwarmen eindigt, klinkt een signaal en dooft de indicatie voor voorverwarmen.

8 Tijdfuncties

Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.

8.1 Overzicht van de tijdfuncties

Met de toets de verschillend tijdfuncties kiezen.

TijdfunctieGebruik
TimerDe timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld. Hij beïnvloedt het apparaat niet.
TijdsduurWanneer voor de werking een tijdsduur werd ingesteld, dan houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen.
EindeVoor de tijdsduur kan men een tijd instellen, waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip eindigt.
TijdTijd instellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

8.2 Timer instellen

De timer loopt onafhankelijk van de werking. De timer kan bij in- of uitgeschakeld apparaat worden ingesteld tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.

De timer heeft een eigen signaal zodat men kan horen of de timer of een tijdsduur is verstreken.

Opmerking: De time en een tijdsduur kunnen niet tegelijk lopen. Wanneer er al een tijdsduur is ingesteld, dan kan de timer niet worden ingesteld.

KnopAanbevolen waarde
5 minuten
10 minuten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

Tot 10 minuten kan de timertijd worden ingesteld in stappen van 30 seconden. Daarna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is. Na enkele seconden start de timer en loopt de timertijd af.

Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een signaal en op het display staat de timertijd op nul.

Timer wijzigen

De timertijd kan te allen tijde worden gewijzigd.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Pagina 11

Tijdfuncties nl

Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.

Timer afbreken

De timertijd kan te allen tijden worden afgebroken.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

8.3 Tijdsduur instellen

De tijdsduur voor de werking kan tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.

Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.

Extra programmaAanbevolen waarde
10 minuten
30 minuten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.

Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.

Tijdsduur wijzigen

De tijdsduur kan te allen tijde worden gewijzigd.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.

Tijdsduur afbreken

De tijdsduur kan te allen tijde worden afgebroken.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

8.4 Einde instellen

Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kan tot 23 uur en 59 minuten worden verschoven.

Opmerkingen

Bij verwarmingsmethoden met grillfunctie kan het einde niet worden ingesteld.

Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, het einde niet meer verschuiven als de werking eenmaal is gestart.

Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.

Vereisten

Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.

Er is een tijdsduur ingesteld.

Op het display wordt het berekende einde weergegeven.

Na enkele seconden neemt het apparaat de instelling over en het display toont het ingestelde einde. Als de berekende starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.

Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.

Eindtijd veranderen

Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kan het ingestelde einde alleen worden gewijzigd als de werking start en de tijdsduur verstrijkt.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.

Einde afbreken

Het ingestelde einde kan te allen tijde worden gewist.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en begint het apparaat op te warmen. De tijdsduur loopt af.

8.5 Tijd instellen

Na het aansluiten van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.

te

Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand staan.

Het display toont de ingestelde tijd.

Pagina 12

nl Kinderslot

9 Kinderslot

Het apparaat beveiligen, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.

Opmerking: Na een stroomonderbreking is het kinderslot niet meer actief.

9.1 Kinderslot activeren en deactiveren

Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.

10 Reiniging en onderhoud

10.1 Reinigingsmiddelen

Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat de verschillende oppervlakken van het apparaat niet beschadigd raken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

LET OP

Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

Geschikte schoonmaakmiddelen

Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat. Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.

"Reiniging van het apparaat", Pagina 13

Apparaat

Oppervlak Geschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
RVS Warm zeepsop Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakkenOm corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Email, kunststof, Warm zeepsop gelakte of van zeefdruk voorziene oppervlakken bijv. bedieningspaneelGebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Knoppen Warm zeepsopMet een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Niet afnemen en niet schuren.
Apparaatbedekking
Gebied Geschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Ruiten van de Warm zeepsop deurGebruik geen schraper of rvs-schuursponsje.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. "Apparaatdeur", Pagina 15

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

Pagina 13

Reiniging en onderhoud nl

GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
DeurafschermingVan roestvaststaal: RVS-reiniger:
Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Tip: Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het deksel.
"Apparaatdeur", Pagina 15
DeurgreepWarm zeepsopOm hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
DeurafdichtingWarm zeepsopNiet afnemen en niet schuren.
Kookplaat
GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Geëmailleerde oppervlakkenWarm zeepsop Azijnwater
Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken.
Om ervoor te zorgen dat de kookplaat nat het reinigen kan drogen, de apparaatbedekking open laten.
Opmerkingen
Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Door resten van voedingsmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende oppervlakken-Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden. "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken", Pagina 14
Glazen kapje op de ovenlampWarm zeepsopGebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
RekjesWarm zeepsopBij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons. Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
"Rekjes", Pagina 15
TelescoopsysteemWarm zeepsopGebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Reinig de telescooprails in ingeschoven toestand reinigen, om het smeervet niet te verwijderen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Tip: Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen. "Rekjes", Pagina 15
ToebehorenWarm zeepsop OvenreinigerBij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

10.2 Reiniging van het apparaat

Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorkomen, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.

Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.

"Reinigingsmiddelen", Pagina 12

Pagina 14

nl Reinigingsondersteuning

"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 12

10.3 Bedieningselementen reinigen

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken leiden.

10.4 Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken

De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.

LET OP

Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig worden gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de oppervlakken.

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.

Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kunnen er roodachtige vlekken ontstaan. Dat is geen roest, maar het zijn resten van gerechten die zout bevatten. Voedingsbestanddelen zoals suiker en eiwit worden door de oppervlaktecoating niet afgebroken en kunnen aan het oppervlak vastplakken. Deze vlekken zijn niet schadelijk voor de gezondheid en hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.

"Rekjes", Pagina 15

10.5 Roestvrijstalen oppervlakken reinigen

Tip: Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de online-shop.

11 Reinigingsondersteuning

De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning verdampt zeepsop en maakt op deze manier het vuil los. Zo kan vuil gemakkelijker worden verwijderd.

11.1 Reinigingsondersteuning instellen

WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!

Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.

Vereiste: De binnenruimte dient volledig afgekoeld te zijn.

Geen gedestilleerd water gebruiken.

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.

Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.

Pagina 15

Rekjes nl

11.2 Binnenruimte na gebruik reinigen

LET OP

Als de binnenruimte te lang vochtig blijft, ontstaat er corrosie.

Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.

hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.

12 Rekjes

Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen kunnen deze worden verwijderd.

12.1 Rekjes verwijderen

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De rekjes kunnen zeer heet zijn.

12.2 Rekjes inhangen

De rekjes passen links en rechts. De inschuifhoogten 1 en 2 bevinden zich onder, de inschuifhoogten 3, 4 en 5 boven. De telescooprail naar voren uittrekken.

13 Apparaatdeur

Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de appa-

raatdeur van buiten en van binnen sterk is verontreinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en reinigen.

15

Pagina 16

nl Apparaatdeur

13.1 Deurscharnieren

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.

Deze kan dan niet worden verwijderd.

De scharnieren kunnen niet dichtklappen.

13.2 Apparaatdeur verwijderen

13.3 Deurruiten verwijderen

Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de ovendeur demonteren.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.

De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.

"Apparaatdeur verwijderen", Pagina 16

Pagina 17

Apparaatdeur nl

13.4 Deurruiten inbouwen

Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right above" niet ondersteboven staat.

De ruit in de beide openingen aan de onderkant invoeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan de buitenkant bevinden.

De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.

"Apparaatdeur inhangen", Pagina 17

Opmerking: De oven pas gebruiken als de ruiten correct zijn ingebouwd.

13.5 Apparaatdeur inhangen

De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een scharnier kan plotseling dichtklappen.

Pagina 18

nl Storingen verhelpen

13.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de ovendeur

Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn extra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale accessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet worden.

14 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

"Servicedienst", Pagina 20

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

14.1 Functiestoringen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet.Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▸ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▸ Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▸ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

← pagina's 1–4verder op pagina 19 →Inhoud