Bosch HBG4795B7, tekst van de handleiding
Pagina's 14–28 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–13verder op pagina 29 →
Pagina 14
nl Programma's
- 3. Steek de aansluiting van de kerntemperatuurmeter in de bus links in de binnenruimte.
Opmerkingen
Verwijdert u de kerntemperatuurmeter tijdens het gebruik, dan worden alle instellingen gereset.
Wilt u het product keren, verwijder de kerntemperatuurmeter dan niet. Controleer na het keren van het product of de kerntemperatuurmeter nog goed in het gerecht zit.
10.3 Kerntemperatuurmeter instellen
De braadthermometer meet de temperatuur in het binnenste van het product tussen 30 °C en 99 °C.
Vereisten
Het product met de kerntemperatuurmeter staat in de binnenruimte.
De kerntemperatuurmeter is in de binnenruimte ingeplugd.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
Op het display verschijnt en de kerntemperatuuraanwijzing.
- 2. Stel de kerntemperatuur in met de temperatuurknop.
- 3. Op de toets drukken.
- 4. Stel de temperatuur van de binnenruimte in met de temperatuurknop.
Stel de temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C hoger in dan de kerntemperatuur.
Stel de temperatuur van de binnenruimte niet hoger in dan 250°C.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
Links verschijnt de actuele kerntemperatuur in het product, rechts staat de ingestelde, bijv. 15°C|75°C. De actuele kerntemperatuur verschijnt pas vanaf 10°C.
Als de kerntemperatuur in het product is bereikt, weerklinkt een signaal en op het display is de actuele kerntemperatuur gelijk aan de ingestelde kerntemperatuur, bijv. 75°C|75°C.
- 5. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt:
- Het apparaat uitschakelen.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit de aansluiting in de binnenruimte.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit het product en uit de binnenruimte.
11 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
11.1 Vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium
Niet geglazuurde klei Kunststof of kunststof grepen
11.2 Instellingen bij programma's
Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de tijdsduur.
Om een optimaal kookresultaat te behalen, hoeft u slechts het gewicht van uw gerecht in te stellen.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur.
11.3 Programmatabel
| Nr. | Voedingswaar | Servies | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 01 | Eén diepvriespizza, dunne bodem voorgebakken | Braadslede met bakpapier | 0,28-0,4 kg Totaalgewicht | nee | 3 | voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan |
| 02 | Eén diepvriespizza, dikke bodem voorgebakken | Braadslede met bakpapier | 0,28-0,6 kg Totaalgewicht | nee | 3 | voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan |
| 03 | Diepvrieslasagne | Originele verpakking | 0,3-1,2 kg Totaalgewicht | nee | 3 | - |
Pagina 15
Programma's nl
| Nr. | Voedingswaar | Servies | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 04 | Diepvriesfrites | Braadslede met bakpapier | 0,2-0,75 kg Totaalgewicht | nee | 3 | naast elkaar op de braadslede leggen |
| 05 | Afbakbroodjes / -baguette diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | 0,1-0,8 kg Totaalgewicht | nee | 3 | - |
| 06 | Aardappelgratin van rauwe aardappels | Ovenschaal zonder deksel | 0,5-3,0 kg Totaalgewicht | nee | 2 | - |
| 07 | Pastaschotel met voorgegaarde pasta | Ovenschaal zonder deksel | 0,4-3,0 kg Totaalgewicht | nee | 2 | - |
| 08 | Crumble Verse of diepvriesvruchten met kruimels bedekt | Vorm op rooster | 0,5-2,5 kg Totaalgewicht | nee | 3 | Kruimels met havervlokken of noten toebereid worden bijzonder knapperig |
| 09 | Hele aardappels uit de oven ongeschilde, kruimige aardappels | Braadslede | 0,3-1,5 kg Totaalgewicht | nee | 3 | - |
| 10 | Eenpansgerecht + groente vegetarisch | hoge braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Groente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. tomaten) |
| 11 | Eenpansgerecht met vlees | hoge braadpan met deksel | 0,5-3,0 kg Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 12 | Goulash Rund- of varkensvlees in blokjes, met groente | hoge braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Eerst het vlees erin doen en daarop de groente leggen Het vlees niet eerst aanbraden |
| 13 | Hele vis panklaar, gekruid | Braadpan met deksel | 0,3-1,5 kg Gewicht van de vis | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | - |
| 14 | Niet gevulde kip panklaar, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,6-2,5 kg Gewicht kip | nee | 2 | met de borst naar boven in de vorm leggen |
| 15 | Stukken kip panklaar, gekruid | Braadpan met deksel | 0,1-0,8 kg Gewicht van het zwaarste deel | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | - |
| 16 | Niet gevulde eend panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 1,0-2,7 kg Gewicht eend | nee | 2 | - |
| 17 | Niet gevulde gans panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 2,5-3,5 kg Gewicht gans | nee | 2 | - |
| 18 | Ganzenbouten panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 0,3-0,8 kg Gewicht kip | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | - |
| 19 | Ongevulde, kleine kalkoen panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 2,0-3,5 kg Gewicht van het vlees | nee | 2 | - |
Pagina 16
nl Programma's
| Nr. | Voedingswaar | Servies | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 20 | Kalkoenfilet van het stuk, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht kalkoenfilet | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | - |
| 21 | Gestoofd rundvlees bijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Vlees met vloeistof bedekken | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 22 | Roastbeef, Engels panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | nee | 2 | met de vetzijde naar boven in de vorm leggen Het vlees niet eerst aanbraden |
| 23 | Rosbief, medium panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | nee | 2 | met de vetzijde naar boven in de vorm leggen Het vlees niet eerst aanbraden |
| 24 | Runderrollade gevuld met groente of vlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van alle gevulde rollades | Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 25 | Gebraden gehakt van vers gehakt Gehakt van rund-, varkens- of lamsvlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht gehakt | nee | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 26 | Lamsbout zonder been, medium panklaar gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 27 | Lamsbout zonder been, doorbakken panklaar gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 28 | Lamsbout met been, doorbakken panklaar gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 29 | Gebraden kalfsvlees, doorregen bijv. rug of heup | Braadpan met deksel | 0,5-3,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
Pagina 17
Programma's nl
| Nr. | Voedingswaar | Servies | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 30 | Gebraden kalfsvlees, mager bijv. lendestuk of fricandeau | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 31 | Kalfsschenkel | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 32 | Osso buco van kalfsvlees | Braadpan met deksel | 0,5-3,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 33 | Hertenvlees zonder been | Braadpan met deksel | 0,5-2,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | - |
| 34 | Reebout zonder been gezouten | Braadpan met deksel | 0,5-2,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | - |
| 35 | Heel konijn panklaar, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 1,0-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | - |
| 36 | Wild zwijn, braadstuk panklaar gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-3,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | - |
| 37 | Gebraden varkenshals zonder been panklaar gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-3,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 38 | Gebraden varkensvlees met korstje bijv. schouder, gekruid en zwoerd ingesneden | Braadpan met glazen deksel | 0,5-3,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen, het zwoerd goed zouten |
Pagina 18
nl Kinderslot
| Nr. | Voedingswaar | Servies | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 39 | Gebraden varkenshaas gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 40 | Varkensrollade panklaar gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-3,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
11.4 Programma instellen
Opmerking: Na de programmastart kunt u het programma en het gewicht niet meer wijzigen.
- 1. Op de toets drukken.
- 2. Het gewenste programma met de functiekeuzeknop instellen.
- 3. Stel het gewicht van uw gerecht in met de temperatuurknop.
Altijd op het volgende hogere gewicht instellen. Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
- 4. Het ingestelde gewicht met de knop bevestigen. Op het display verschijnt een aanwijzing betreffende het ingestelde programma.
- 5. Op de toets drukken.
Na enkele seconden start het programma en de tijdsduur loopt af.
Wanneer het programma is beëindigd, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 6. Wanneer het programma is beëindigd:
- Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- Om een duur voor het nagaren in te stellen, op de toets drukken. Het apparaat warmt verder op met de instellingen van het programma.
- Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
12 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.
12.1 Kinderslot activeren en deactiveren
- 1. Houd de toets ingedrukt tot op het display verschijnt.
Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat kan alleen met worden uitgeschakeld.
- 2. Om het kinderslot te deactiveren, de toets ingedrukt houden tot op het display dooft.
13 Warmhouden gedurende een langere periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot max. 70 uur tussen de 85°C en 140°C met Boven- en onderwarmte warmhouden, zonder dat u het apparaat hoeft in- of uit te schakelen.
13.1 Warmhouden gedurende een langere periode instellen
Opmerkingen
Wanneer u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder.
Na de start kunt u niet meer wijzigen of onderbreken. U kunt het einde niet verschuiven.
Vereiste: De betreffende basisinstelling is geactiveerd.
"Basisinstelingen", Pagina 19
- 1. Op de toets drukken.
- 2. Warmhouden - langere periode met de functiekeuzeknop instellen.
- 3. Stel de temperatuur in met de temperatuurknop.
- 4. Op de toets drukken.
- 5. Met de functiekeuzeknop de tijdsduur selecteren.
- 6. De tijdsduur met de temperatuurknop instellen.
- 7. Met de knop bevestigen.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
Pagina 19
Basisinstellingen nl
- 8. Wanneer de tijdsduur is verstreken, stopt het apparaat met verwarmen en reageert weer zoals gebruikelijk.
- Het apparaat uitschakelen.
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat automatisch uit.
14 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
14.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Basisinstelling | Keuze |
|---|---|
| Taal | Taal kiezen |
| Home Connect | Instellingen voor Home Connect uitvoeren en apparaat verbinden Apparaatinfo |
| Wi-Fi | Uit Aan |
| Tijd | Actuele tijd instellen |
| Geluidssignaal | Korte duur Gemiddelde duur ¹ Lange duur |
| Sensortoetstoon | Uitgeschakeld ¹ Ingeschakeld |
| Display-helderheid | In 5 stappen instelbaar |
| Verlichting bij gebruik | Aan ¹ Uit |
| Kinderslot | Alleen toets-blokkering ¹ Deurvergrendeling + toetsblokkering Gedeactiveerd |
| Verstreken bereidingstijd | Niet weergeven Vanaf start ¹ Na opwarmen |
| Inschakelanimatie | Displays ¹ Niet weergeven |
| Nalooptijd ventilator | Minimaal Gemiddeld Aanbevolen ¹ Lang |
| Uittreksysteem ² | Niet achteraf aangebracht (bij rekjes en 1-voudig uittreksysteem) ¹ Achteraf aangebracht (bij 2‑ en 3‑vou-dig uittreksysteem) |
| Warmhouden - langere periode | Displays Niet weergeven ¹ |
| Gerechten | Geen varkensvlees Alleen koosjer Alle ¹ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
| Basisinstelling | Keuze |
|---|---|
| Terugzetten naar fabrieksinstellingen | Nee ¹ Ja |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
14.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1. De knop ca. 3 seconden ingedrukt houden. Op het display verschijnt de eerste basisinstelling.
- 2. Indien gewenst de instelling met de temperatuurknop wijzigen.
- 3. Met de functieknop naar de volgende of vorige instelling gaan.
- 4. Om wijzigingen op te slaan, de knop ca. 3 seconden lang ingedrukt houden.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
- Het apparaat met in- en uitschakelen.
Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
19
Pagina 20
nl Home Connect
15 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app, basisinstellingen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te bewaken.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen en houd u aan de instructies in de Home Connect app.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient.
"Veiligheid", Pagina 2
De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het apparaat max. 2 W nodig.
15.1 Home Connect instellen
Vereisten
Het apparaat is verbonden met het stroomnet en ingeschakeld.
U beschikt over een mobiel eindapparaat met een actuele versie van het iOS- of Android-besturingssysteem, bijvoorbeeld een smartphone.
Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ontvangst van het thuisnetwerk (wifi).
Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw thuisnetwerk.
- 1. Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de Home Connect app installeren en uw apparaat verbinden.
- 2. De aanwijzingen van de Home Connect app opvolgen.
15.2 Home Connect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor Home Connect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen. Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of Home Connect geïnstalleerd is en of het apparaat met het thuisnetwerk is verbonden.
| Basisinstelling | Mogelijke instellingen | Toelichting |
|---|---|---|
| Met assistent instellen | - | Een assistent voert u door de configuratie en de instellingen van Home Connect. |
| Apparaatinfo | - | Wanneer u Apparaatinfo kiest, dan toont het display informatie over het netwerk of het apparaat. |
| Wi-Fi | Aan Uit | Wanneer Wi-Fi is geactiveerd, dan kunt u gebruik maken van Home Connect. Bij netwerkgebonden stand-by heeft het apparaat maximaal 2 W nodig. |
| Netwerkverbinding verbreken | - | Wanneer u de netwerkverbinding verbreekt, dan blijft de netwerkinformatie bewaard. Na het inschakelen kan het een paar seconden duren totdat het apparaat de verbinding met het netwerk heeft gerealiseerd. |
| Met app verbinden Met andere app verbinden | - | De instelling start de verbinding tussen de Home Connect app en het apparaat. |
| Software-update | - | De instelling wordt alleen weergegeven wanneer er een update beschikbaar is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
15.3 Apparaat met Home Connect app bedienen
Wanneer het starten op afstand is geactiveerd, dan kunt u met de Home Connect app kunt u het apparaat op afstand instellen en starten.
Opmerking: Sommige functies kunt u alleen op de oven zelf starten.
Vereisten
Het apparaat is ingeschakeld.
Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Home Connect app verbonden.
Pagina 21
Reiniging en onderhoud nl
- 1. Houd ingedrukt om start op afstand te activeren. Wanneer starten op afstand is geactiveerd, dan verschijnt op het display.
- 2. Een instelling in de Home Connect app invoeren en naar het apparaat sturen.
In de volgende gevallen deactiveert het apparaat de start op afstand:
- Wanneer u binnen 15 minuten na het activeren de ovendeur opent.
- Wanneer u binnen 15 minuten na het einde van de werking de ovendeur opent.
- 24 uur na het activeren van de start op afstand. Opmerking: Wanneer u de ovenfunctie direct op het apparaat start, wordt Starten op afstand automatisch geactiveerd. U kunt de instellingen via de Home Connect app wijzigen of een nieuw programma starten.
15.4 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhelpen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates alsmede voor extra functies en diensten.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Home Connect gebruiker bent, de app op uw mobiele eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Home Connect server hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u hierover via de Home Connect app geïnformeerd en kunt u de software-update via de app starten. Na het succesvol downloaden kunt u de installatie via de Home Connect app starten als u in uw WLAN-thuisnetwerk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde installatie wordt u via de Home Connect app geïnformeerd. De actuele softwareversie is in de Home Connect app onder de apparaatinformatie van het betreffende huishoudapparaat te vinden.
Opmerkingen
De software-update bestaat uit twee stappen.
- In de eerste stap van de download.
- In de tweede stap de installatie op uw apparaat. Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke instellingen in de app kunnen software-updates ook automatisch worden gedownload.
De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de installatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
In geval van een veiligheidsrelevante update is het raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
15.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toegang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de desbetreffende wens tot de klantenservice richt, uw apparaat met de Home Connect server verbonden is en de diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de beschikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land vindt u in het gedeelte service/support van de lokale website: www.home-connect.com.
15.6 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie): Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde WiFi communicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de WiFi-communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudapparaat.
Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.
16 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
16.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes gebruiken.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
Pagina 22
nl Reiniging en onderhoud
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
16.2 Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat. Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
Voorzijde van het apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | Warm zeepsop Speciale RVS-onderhoudsmiddelen voor warme oppervlakken | Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden. Verzorgingsmiddel voor roestvrij staal dun aanbrengen. |
| Kunststof of gelakte oppervlakken bijv. bedieningspaneel | Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Apparaatdeur | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop RVS-spiraalspons | Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. "Apparaatdeur", Pagina 25 |
| Deurafscherming | Van roestvaststaal: RVS-reiniger van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen. "Apparaatdeur", Pagina 25 |
| Deurgreep | Warm zeepsop | Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen. |
| Binnenruimte | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Emaille oppervlakken | Warm zeepsop Azijnwater Ovenreiniger RVS-spiraalspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open. Tip: Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie. "Pyrolyse", Pagina 23 Opmerkingen Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Glazen kapje van de ovenlamp | Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | Warm zeepsop Inox schuurspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of inox schuurspons gebruiken. |
Pagina 23
Pyrolyse nl
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen. "Rekjes", Pagina 28 | ||
| Uittreksysteem | Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het beste in ingeschoven toestand reinigen. Niet in de vaatwasser reinigen. Tip: Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen. "Rekjes", Pagina 28 |
| Toebehoren | Warm zeepsop Ovenreiniger RVS-spiraalspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of inox schuurspons gebruiken. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
| Kerntemperatuurmeter | Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Niet in de vaatwasser reinigen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
16.3 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.
"Reinigingsmiddelen", Pagina 21
- 1. Het apparaat met heet zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 22 "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 22
- 2. Drogen met een zachte doek.
17 Pyrolyse
Met de reinigingsfunctie Pyrolyse reinigt de binnenruimte zich vrijwel zelfstandig.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desgewenst vaker gebruiken.
De reinigingsfunctie heeft ca. 2,7 - 4,8 kilowattuur nodig.
17.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten.
- Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte voordat de reiniging start.
- Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
- Voorkant van het apparaat vrijhouden.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur.
- De dichting niet schuren en niet afnemen.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
- 1. Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
- 2. De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen. "Rekjes", Pagina 28
- 3. Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte. Grove verontreinigingen kunnen inbranden en daardoor alleen nog met moeite worden verwijderd.
- 4. De binnenkant van de apparaatdeur en de randoppervlakken bij de deurafdichting met zeepsop en een zachte doek reinigen.
De deurafdichting niet verwijderen en niet schuren. Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit met ovenreiniger.
- 5. Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnenruimte moet leeg zijn.
Pagina 24
nl Reinigingsondersteuning
17.2 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
- Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren.
- Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
- Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur openen.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur aanraken.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking: De ovenlamp brandt niet tijdens de reinigingsfunctie.
Vereiste: Het apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden. Pagina 23
- 1. Op de toets drukken.
- 2. De reinigingsstand met de temperatuurkeuzeknop instellen.
| Reinigingsgraad | Mate van reiniging | Tijdsduur in uren |
|---|---|---|
| 1 | Licht | Ca. 1:15 |
| 2 | Gemiddeld | Ca. 1:30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
| Reinigingsgraad | Mate van reiniging | Tijdsduur in uren |
|---|---|---|
| 3 | Hoog | Ca. 2:00 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Bij sterkere of oudere verontreiniging een hogere reinigingsstand kiezen.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 3. Op de toets drukken.
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de voorbereidingen die nodig zijn voor het reinigen.
- 4. Start de werking met .
Na enkele seconden start de reinigingsfunctie en de tijdsduur verstrijkt.
Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur van de binnenruimte vanaf een bepaalde temperatuur. Op het display verschijnt .
Als de reinigingsfunctie is beëindigd, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 5. Het apparaat uitschakelen.
Wanneer het apparaat voldoende is afgekoeld, ontgrendelt de apparaatdeur en dooft.
- 6. Het apparaat gebruiksklaar maken. Pagina 24
17.3 Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar maken
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Achtergebleven as in het kookcompartiment en bij de apparaatdeur verwijderen.
"Reiniging en onderhoud", Pagina 21
- 3. Witte aanslag met citroenzuur verwijderen.
Opmerking: Witte aanslag op de emaille vlakken kan door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze levensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat.
- 4. De rekjes inhangen.
"Rekjes", Pagina 28
18 Reinigingsondersteuning
De Reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor het tussendoor reinigen van het kookcompartiment. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
18.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
- 1. De accessoires uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. 0,4 l water met een druppel afwasmiddel mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten. Sluit de deur van het apparaat.
Gebruik geen gedestilleerd water.
- 3. De verwarmingsmethode Onderwarmte met de functiekeuzeknop instellen.
- 4. 80°C met de temperatuurknop instellen.
- 5. Op de toets drukken.
- 6. Met de functiekeuzeknop de tijdsduur selecteren.
- 7. Stel de tijdsduur met de temperatuurknop in op 4 minuten.
- 8. Met de knop bevestigen.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt een signaal en op het display staat 'Werking beëindigt'.
- 9. Het apparaat uitschakelen en het kookcompartiment ca. 20 minuten laten afkoelen.
18.2 Binnenruimte na de reinigingsondersteuning reinigen
LET OP
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
Pagina 25
Apparaatdeur nl
- 1. Het resterende water in de binnenruimte met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
- 2. Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruimte met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 3. Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte doek en daarna met schoon water afnemen.
- 4. De binnenruimte drogen met een zachte doek.
- 5. Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
- Om het kookcompartiment te laten drogen, de apparaatdeur in de grendelstand (ca. 30°) ca. 1 uur openen.
19 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de apparaatdeur demonteren.
Opmerking: Meer informatie:
19.1 Apparaatdeur verwijderen
Opmerking: Al naar gelang het apparaattype zijn de deurgrepen verschillend.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen .
- 2. De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier opklappen.
Blokkeerhendel opgeklapt
Het scharnier is beveiligd en kan niet dichtklappen.
Blokkeerhendel dichtgeklapt
De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. Sluit de apparaatdeur tot de aanslag . De apparaatdeur met beide handen links en rechts vastpakken en er naar boven uit trekken .
- 4. De apparaatdeur voorzichtig op een vlakke ondergrond leggen.
19.2 Apparaatdeur inhangen
- 1. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Opmerking: Let erop dat u de apparaatdeur zonder weerstand op de scharnieren schuift.
Pagina 26
nl Apparaatdeur
- 2. Schuif de apparaatdeur met beide handen tot de aanslag.
- 3. De apparaatdeur helemaal openen.
- 4. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier dichtklappen.
De vastzethendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
- 5. Sluit de deur van het apparaat.
19.3 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Opmerking: Al naar gelang het apparaattype heeft het apparaat een metalen strip die kan worden opengeklapt.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier opklappen
De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. Sluit de apparaatdeur tot de aanslag.
- 4. Druk op het linker en rechter drukvlak , totdat het hoorbaar klikt.
- 5. Schuif de twee schuifkappen in de richting van de pijl naar boven .
- 6. De binnenruit schuin naar boven er uit trekken en voorzichtig op een vlakke ondergrond leggen.
- 7. Al naar gelang het apparaattype de linker en rechter metalen strip in de richting van de pijl open klappen .
Pagina 27
Apparaatdeur nl
- 8. De eerste en tweede binnenruit schuin naar boven er uit trekken en voorzichtig op een vlakke ondergrond leggen.
Let er bij de tussenruiten op dat de pijl zich linksboven bevindt.
- 9. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glasreiniger en een zachte doek reinigen.
- 10. De apparaatdeur reinigen.
- 11. De deurruiten drogen en weer inbouwen.
Opmerking: Tijdens de reinigingsfunctie verkleurt de binnenlijst van de apparaatdeur of andere delen van RVS van de apparaatdeur. Deze verkleuringen hebben geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. De verkleuringen kunnen met een reinigingsmiddel voor RVS worden verwijderd.
19.4 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Opmerking
Al naar gelang het apparaattype heeft het apparaat een metalen strip om dicht te klappen, of twee verschillende tussenruiten.
De tussenruiten zijn met een driehoeksymbool gemarkeerd.
Eerst de tussenruit met een niet gevulde driehoek inbouwen, daarna de tussenruit met een gevulde driehoek .
- 1. De eerste tussenruit in de onderste houder schuiven en aan de bovenkant aanleggen.
De tussenruit positioneert zich automatisch door de draaibeweging van de afstandshouder.
- 2. De tweede tussenruit in de middelste houder schuiven en boven aanleggen.
Pagina 28
nl Rekjes
- 3. Al naar gelang het apparaattype de metalen strip links en rechts dichtklappen. .
- 4. De binnenste ruit onder in de houder schuiven en boven aanleggen.
De tekst "Pyro" moet boven, zoals in de afbeelding, leesbaar zijn.
20 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte te reinigen of om de rekjes te wisselen, kunnen deze worden verwijderd.
20.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
- Nooit de hete rekjes aanraken.
- Het apparaat altijd laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Het rekje aan de voorkant licht optillen en losmaken .
- 5. De binnenste ruit boven aandrukken . Schuif twee schuifkappen in de richting van de pijl naar beneden.
- 6. De apparaatdeur helemaal openen.
- 7. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier dichtklappen
- 8. Sluit de deur van het apparaat.
Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.