Bosch HBG8755C0, tekst van de handleiding
Pagina's 30–35 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 30
nl Zo lukt het
- 4. De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen.
- 5. De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfolie.
- 6. Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte.
- 7. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
- 8. Laat de yoghurt na de bereiding minimaal 12 uur lang rusten in de koelkast.
Insteladvies voor desserts en compote
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode → Pagina 8 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Yoghurt | Portievormen | Bodem van de binnenruimte | 40 - 45 | 8-9 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
23.7 Bijzondere bereidingswijzen en andere toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidingswijzen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen of inkoken.
Langzaam garen
Bereid fijn vlees, bijv. zachte delen van rund, kalf, varken, lam, of gevogelte, langzaam bij lage temperatuur.
Gevogelte of vis langzaam garen
Opmerking: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vereiste: De binnenruimte is koud.
- 1. Gebruik vers en hygiënisch perfect vlees, zonder bot.
- 2. De vorm op het rooster op niveau 2 in de binnenruimte plaatsen.
- 3. De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voorverwarmen.
- 4. Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet aanbraden.
- 5. Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de binnenruimte van de oven doen.
Houd om ervoor te zorgen dat het klimaat in de binnenruimte gelijk blijft, de deur van de oven tijdens het langzaam garen gesloten.
- 6. Verwijder na het langzaam garen het vlees uit de binnenruimte.
Insteladvies voor langzaam garen
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Aanbraadduur in min. | Verwarmingsmethode → Pagina 8 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eendenborst, rosé à 300 g | Open vorm | 2 | 6 - 8 | 90 ¹ | 45 - 60 | |
| Varkenshaas, heel | Open vorm | 2 | 4 - 6 | 80 ¹ | 45 - 70 | |
| Runderfilet, 1 kg | Open vorm | 2 | 4 - 6 | 80 ¹ | 90 - 120 | |
| Kalfsmedaillons, 4 cm dik | Open vorm | 2 | 4 | 80 ¹ | 30 - 50 | |
| Lamsrack, zonder been, à 200 g | Open vorm | 2 | 4 | 80 ¹ | 30 - 45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
1 Het apparaat voorverwarmen.
Ontdooien
Ontdooi diepvriesproducten met uw apparaat.
Aanwijzingen voor het ontdooien
- Ontdooi diepvries fruit, groente of gebak met het apparaat.
- Gevogelte, vlees en vis kunt u beter in de koelkast ontdooien.
- Neem het diepvriesproduct uit de verpakking om te ontdooien.
- De insteladviezen gelden voor gerechten met diepvriestemperatuur (-18 °C).
- Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het ontdooien:
- 1 rooster: hoogte 2
- 2 roosters: hoogte 3+1
- Keer of roer het voedsel tussendoor 1-2 keer.
Keer grote stukken meerdere malen. Deel het voedsel tussendoor in stukken.
Neem reeds ontdooide stukken uit de binnenruimte.
- Laat de ontdooide producten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt.
Pagina 31
Zo lukt het nl
Warmhouden
Aanwijzingen voor het warmhouden
- Voorkom condensvorming wanneer u de verwarmingsmethode "Warmhouden" gebruikt. U hoeft de binnenruimte niet af te nemen.
- U kunt het voedsel afdekken om het uitdrogen te vermijden.
- Houd voedsel niet langer dan 2 uur warm.
- Houd er rekening mee dat vele gerechten bij het warmhouden verder garen.
23.8 Testgerechten
De informatie in dit deel is bedoeld voor testinstituten, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.
| Bakken | ||
| • De instelwaarden gelden voor producten die in de | Bakplaat: hoogte 1 | |
| onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. | – Vormen op het rooster: | |
| • Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in | Eerste rooster: hoogte 3 | |
| het insteladvies in acht. De instelwaarden gelden | Tweede rooster: hoogte 1 | |
| zonder snel voorverwarmen. | • | Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus: |
| • Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven | – Bakplaat: hoogte 5 | |
| temperatuur. | – Braadslede, hoogte 3 | |
| • Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in | – Bakplaat: hoogte 1 | |
| de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde | • | Biscuitgebak |
| moment klaar te zijn. | – Wanneer u op 2 niveaus bakt, de springvormen | |
| • Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus: | diagonaal boven elkaar op het rooster plaatsen. | |
| – Braadslede, hoogte 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
Insteladvies voor bakken
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode → Pagina 8 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Spritskoekjes | Bakplaat | 3 | 140 - 150 ¹ | 25 - 40 | |
| Spritskoekjes | Bakplaat | 3 | 140 - 150 ¹ | 25 - 40 | |
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 140 - 150 ¹ | 30 - 40 | |
| Sprits, 3 niveaus | 2x Bakplaat + 1x Braadslede | 5+3+1 | 130 - 140 ¹ | 35 - 55 | |
| Kleine cakes | Bakplaat | 3 | 160 ¹ | 20 - 30 | |
| Kleine cakes | Bakplaat | 3 | 150 ¹ | 25 - 35 | |
| Kleine cakes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 150 ¹ | 25 - 35 | |
| Kleine cakes, 3 niveaus | 2x Bakplaat + 1x Braadslede | 5+3+1 | 140 ¹ | 35 - 45 | |
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160 - 170 ² | 25 - 35 | |
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160 - 170 ² | 30 - 40 | |
| Biscuitgebak, 2 niveaus | Springvorm Ø 26 cm | 3+1 | 150 - 170 ² | 30 - 50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
1 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2 Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Pagina 32
nl Montagehandleiding
Insteladvies bij grillen
Gerecht Accessoires / vor- Hoogte Verwar- Temperatuur in Tijdsduur in men mingsme- °C / grillstand min.
| thode → Pagina 8 | |
|---|---|
| Toast bruinen Rooster | 5 3 ¹ 4 - 6 |
| 1 Het apparaat niet voorverwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
24 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
24.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met het inbouwen van het apparaat begint.
- Alleen als de inbouw op deskundige wijze en conform dit installatievoorschrift wordt uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk voor schade als gevolg van een verkeerde inbouw.
- Gebruik de deurgreep niet voor transport of inbouw.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot maximaal 95°C, aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
- De contactdoos van het apparaat dient zich in het gebied van het gearceerde vlak of buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een gebruikelijke, in de handel verkrijgbare montagebeugel aan de wand worden bevestigd.
- Draag werkhandschoenen ter voorkoming van snijwonden. Onderdelen die tijdens het inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe randen hebben.
- Maataanduidingen van de afbeeldingen in mm.
WAARSCHUWING ‒ Gevaar:
magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals bijvoorbeeld pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
- Dragers van elektronische implantaten dienen een afstand van minstens 10 cm tot de bedieningselementen aan te houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
- Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn gecertificeerd, een minimale aderdiameter
Pagina 33
Montagehandleiding nl
van 1,5 mm² hebben en die voldoen aan de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
- Neem contact op met de service wanneer het netsnoer te kort is.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.
- Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen.
24.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw onder een werkblad in acht.
24.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
- Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.
- Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden bevestigd.
- Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van de kookplaat in acht nemen.
24.4 Inbouw onder een kookplaat
wordt de
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen, eventueel inclusief onderbouw.
Op basis van de vereiste minimale afstand minimale dikte van het werkblad berekend
.
| Type kookplaat | a opbouw in mm | a vlak gemonteerd in mm | b in mm |
|---|---|---|---|
| Inductiekookplaat | 37 | 38 | 5 |
| Inductiekookplaat met doorlopend kookoppervlak | 47 | 48 | 5 |
| Gaskookplaat | 27 | 38 | 5 |
| Elektrische kookplaat | 27 | 30 | 2 |
Pagina 34
nl Montagehandleiding
24.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw in een hoge kast in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatie-opening.
- Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
- Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toebehoren er zonder probleem uitgenomen kunnen worden.
24.6 Inbouw van twee apparaten boven elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
- Om een voldoende ventilatie van de apparaten te waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal 200 cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
- Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is gewaarborgd.
- Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebehoren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
24.7 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij hoekinbouw aan.
- Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat kan worden geopend, dient u zich bij de hoekinbouw te houden aan de minimale afmetingen. De maat is afhankelijk van de dikte van het meubelfront en de greep.
24.8 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
- Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
- De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.
- Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.
- Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aansluitkabel worden aangesloten.
- De aansluitkabel moet op de achterzijde worden ingestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
- De aansluitkabel mag alleen worden vervangen door een originele kabel. Die is bij de service verkrijgbaar.
- De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
Pagina 35
Montagehandleiding nl
Apparaat met geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
- Steek de stekker in het stopcontact met randaarde. Wanneer het apparaat is ingebouwd moet de stekker van de aansluiting op het net vrij toegankelijk zijn. Als de vrije toegang neer de netstekker niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Alleen een daartoe bevoegd vakman mag het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. In de vast geplaatste elektrische installatie moet een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- 1. Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
- 2. Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
- 3. De aders van de elektrische aansluitleiding dienen overeenkomstig de kleurcodering te worden aangesloten:
‒ groen-geel = aarddraad ‒ blauw = neutraal- ("nul-") leiding ‒ bruin = fase (buitendraad)
24.9 Apparaat inbouwen
- 1. Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlijnen.
- 2. Het apparaat vastschroeven.
- 3. Bij greeploze keuken met verticale greeplijst: ‒ Breng een geschikt vulstuk aan om eventuele scherpe randen af te dekken en een veilige montage te waarborgen.
‒ Aluminiumprofielen voorboren, om een schroefverbinding te maken .
‒ Apparaat met adequate schroeven bevestigen .
Opmerking: De spleet tussen werkblad en apparaat mag niet door extra lijsten worden afgesloten. Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen isolatieprofielen worden aangebracht.
24.10 Apparaat demonteren
- 1. Maak het apparaat spanningsloos.
- 2. De bevestigingsschroeven losdraaien.
- 3. Het apparaat iets optillen en helemaal naar buiten trekken.