Bosch HGV745224N, tekst van de handleiding
Pagina's 39–50 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 28–38verder op pagina 51 →
Pagina 39
Oven instellen
U heeft verschillende mogelijkheden om de oven in te stellen. Hier geven wij u uitleg over de manier waarop u de gewenste verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand instelt. U kunt voor uw gerecht de tijdsduur en eindtijd instellen.
Wijzen van verwarmen en temperatuur
Voorbeeld op de afbeelding: 190 °C, boven-/onderwarmte .
- 1. Met de functiekiezer de gewenste wijze van verwarmen instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop kunt u de temperatuur of de grillstand instellen.
De oven wordt opgewarmd.
Oven uitschakelen.
Functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Instellingen veranderen
U kunt de verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand op elk moment met de daarvoor bestemde keuzeknop veranderen.
De oven moet automatisch uitschakelen
Voer nu nog een bereidingstijd (tijdsduur) voor uw gerecht in.
Voorbeeld in de afbeelding: instelling voor boven- en onderwarmte , 190 °C, tijdsduur 45 minuten.
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of de grillstand instellen.
- 3. De toets Klok 0 indrukken.
Het symbool Tijdsduur knippert.
- 4. Met de toets of de toets de tijdsduur instellen. De toets voorgestelde waarde = 30 minuten De toets voorgestelde waarde = 10 minuten
De bereidingstijd is afgelopen
Er klinkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. De toets 0 tweemaal indrukken en de functiekeuzeknop uitzetten.
Instelling wijzigen
De toets Klok 0 indrukken. Met de toets + of de toets - de tijdsduur veranderen.
Het instellen afbreken
De toets Klok 0 indrukken. De toets - indrukken tot de indicatie op nul staat. De functiekeuzeknop uitzetten.
Tijdsduur instellen wanneer de tijd niet meer weergegeven wordt
De toets Klok 0 twee keer indrukken en instellen, zoals beschreven bij punt 4.
De oven schakelt automatisch in en uit
Let er op dat levensmiddelen die snel bederven niet te lang in de oven mogen staan.
Het voorbeeld in de afbeelding: instelling voor boven- en onderwarmte , 190 °C. Het is 10:45 uur. De bereidingstijd van het gerecht bedraagt 45 minuten en het moet om 12:45 uur klaar zijn.
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of de grillstand instellen.
- 3. De toets Klok 0 indrukken.
- 4. Met de toets of de toets de tijdsduur instellen.
Pagina 40
- 5. De toets Klok 0 zo vaak indrukken tot het symbool Einde knippert.
Op het display ziet u wanneer het gerecht klaar is.
De bereidingstijd is afgelopen
Er klinkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. De toets 0 tweemaal indrukken en de functiekeuzeknop uitzetten.
Aanwijzing: Zolang er een symbool knippert kunt u wijzigen. Wanneer het symbool verlicht is, is de instelling overgenomen.
Snelvoorverwarming
- 6. Met de toets de eindtijd op een later tijdstip zetten. Na enkele seconden wordt de instelling overgenomen. Op het display staat de eindtijd, totdat de oven start.
Met de snelvoorverwarming bereikt de oven de ingestelde temperatuur bijzonder snel.
Gebruik de snelvoorverwarming bij een ingestelde temperatuur boven 100 °C.
Om een gelijkmatig resultaat te krijgen, doet u het gerecht pas in de binnenruimte wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. De functiekeuzeknop op zetten.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste temperatuur instellen.
Op het display is het symbool verlicht. De oven begint op te warmen.
Het snel voorverwarmen is beëindigd
Het symbool verdwijnt van het display. Plaats uw gerecht in de oven en stel de gewenste verwarmingsmethode in.
Tijd instellen
Na de eerste aansluiting of na een stroomonderbreking knipperen op het display het symbool 0 en drie nullen. Stel de tijd in. De functiekeuzeknop dient uitgeschakeld te zijn.
Zo stelt u in
- 1. De toets Klok 0 indrukken.
Op het display verschijnt 12.00 uur en het symbool 0 knippert.
- 2. Met de toets + of de toets - de tijd instellen.
Na enkele seconden wordt de tijd overgenomen. Het symbool 0 verdwijnt.
Wijzigen van bijv. zomer- in wintertijd
De toets Klok 0 twee keer indrukken en wijzigen met de toets + of de toets -.
Kookwekker instellen
U kunt de wekker gebruiken als een kookwekker. Hij loopt onafhankelijk van de oven. De wekker heeft een speciaal signaal. Zo hoort u of de wekker of een tijdsduur van de oven afgelopen is. U kunt de wekker ook instellen wanneer het kinderslot actief is.
Zo stelt u in
- 1. De toets Kookwekker indrukken. Het symbool knippert.
- 2. Met de toets + of de toets - de wekkertijd instellen. Toets + voorgestelde waarde = 10 minuten. Toets + voorgestelde waarde = 5 minuten.
Na enige seconden start de wekker. Op het display is het symbool verlicht. De tijd loopt zichtbaar af.
Aan het einde van de ingestelde tijd
Er klinkt een signaal. De toets Kookwekker indrukken. De indicatie van de wekker gaat uit.
Wekkertijd veranderen
De toets Kookwekker indrukken. Met de toets + of de toets - de tijd veranderen.
Instelling wissen
De toets Kookwekker indrukken. De toets - indrukken tot de indicatie op nul staat.
De wekker en tijdsduur lopen gelijktijdig af
De symbolen zijn verlicht. De wekkertijd loopt zichtbaar op het display af.
Resterende tijd , Eindtijd of Tijd 0 opvragen:
de toets Tijd 0 zo vaak indrukken tot het betreffende symbool verschijnt.
De opgevraagde waarde verschijnt enkele seconden op het display.
Pagina 41
Kinderslot
Oven
Om te voorkomen dat kinderen per ongeluk de oven inschakelen, is deze voorzien van een kinderslot.
Kinderslot in- en uitschakelen
De functiekeuzeknop dient uitgeschakeld te zijn.
Inschakelen: de toets Sleutel indrukken tot op het display het symbool verschijnt. Dit duurt ca. 4 seconden.
Uitschakelen: de toets Sleutel indrukken tot het symbool verdwijnt.
Aanwijzingen
- De wekker en de tijd kunt u altijd instellen.
- Na een stroomonderbreking is het ingestelde kinderslot opgeheven.
Onderhoud en reiniging
Wanneer u de kookplaat en de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijven ze lang mooi en intact. Hieronder leggen wij u uit hoe u beide op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.
Aanwijzingen
- Geringe kleurverschillen op de voorzijde van de oven zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Bovenste glasafdekking
Voordat u de bovenste afdekking opent, moet u eerst eventueel gemorst vuil met een doek verwijderen.
Voor de reiniging kan het beste een glasreiniger worden gebruikt
Verwijder de bovenste afdekking voor de reiniging. Houd de afdekking aan weerszijden vast en trek deze naar boven.
Indien de scharnieren van de afdekking losraken, moet u op de letters op de scharnieren letten. Het scharnier met de letter R moet rechts, het scharnier met de letter L moet links worden gemonteerd.
Monteer na het reinigen de bovenste afdekking weer in omgekeerde volgorde.
Sluit de bovenste afdekking pas als de kookplaat is afgekoeld.
Schoonmaakmiddelen
Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde reinigingsmiddelen beschadigd raken, moet u zich aan het volgende houden.
Gebruik bij de reiniging van de kookplaat
- geen onverdund afwasmiddel of reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine,
- geen schuursponsjes,
- geen agressieve reinigingsmiddelen zoals ovensprays of middelen om vlekken te verwijderen,
- geen hogedrukreiniger of stoomstraler.
- Reinig losse onderdelen niet in de vaatwasmachine.
Gebruik bij de reiniging van de oven
- geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen,
- geen reinigingsmiddelen met een hoog alcoholpercentage,
- geen schuursponsjes,
- geen hogedrukreiniger of stoomstraler.
- Reinig losse onderdelen niet in de vaatwasmachine.
Was nieuwe sponsen voor het eerste gebruik goed uit.
Roestvrijstalen fron- Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Veeg bij roestvrijstalen fronten altijd in de slijprichten ting. Anders kunnen er krassen ontstaan. Droog met een zachte doek af. Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken moeten altijd onmiddellijk worden verwijderd. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of grove reinigingsdoeken. De roestvrijstalen oppervlakken kunnen met speciale onderhoudsmiddelen gepoetst worden. Neem de instructies van de fabrikant in acht. Speciale reinigingsmiddelen voor roestvrij staal zijn bij de servicedienst of in de speciaalzaak verkrijgbaar.
Geëmailleerde en Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. geglazuurde oppervlakken
Pagina 42
| Gasbranders en roosters van de kookzones | Niet in de vaatwasmachine reinigen. Neem het rooster van zijn plaats en reinig het met een spons, afwasmiddel en warm water. Verwijder de branderkelk en het branderdeksel. Maak deze schoon met een spons met wat warm water en afwasmiddel. Let erop dat de openingen van de branderkelken waar het gas uitstroomt schoon en niet verstopt zijn. Maak de ontstekers schoon met een klein, zacht borsteltje. De gasbranders functioneren alleen als de ontstekers schoon zijn. Verwijder etensresten met een vochtige doek en wat afwasmiddel uit de branderkommen. Gebruik hierbij weinig water. Er mag geen water in het apparaat komen. Let erop dat de opening van de sproeier tijdens het schoonmaken niet verstopt of beschadigd raakt. Droog alle onderdelen na het schoonmaken af en plaats de branderdeksels exact op de branderkelken. Als de onderdelen niet op de juiste wijze worden geplaatst, zal dat het ontsteken van de branders bemoeilijken. De branderdeksels zijn met een laag zwart email bedekt. Door de grote hitte kan deze kleur met de tijd veranderen. Dit zal de werking van de branders echter niet beïnvloeden. Leg het rooster weer op zijn plaats. |
| Elektrische kookplaat (optie) | Reinig deze met de harde kant van een schuursponsje en met wat vloeibaar schuurmiddel. Schakel na het reinigen de kookplaat kort in om deze te laten drogen. Vochtige kookplaten gaan op den duur roesten. Smeer er vervolgens een onderhoudsmiddel op. Overgekookt voedsel en etensresten moeten altijd direct worden verwijderd. |
| Metalen ring van de elektrische kookplaat (optie) | De metalen ring kan op den duur verkleuren. Het is mogelijk om de oorspronkelijke kleur te herstellen. Maak de ring schoon met de harde kant van een schuurspons en met wat vloeibaar schuurmiddel. Let hierbij op dat de aangrenzende oppervlakken niet afgeschuurd worden. De oppervlakken kunnen anders beschadigd raken. |
| Knoppen | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Deurglas | Dit kan met een glasreiniger worden gereinigd. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of schrapers. Deze kunnen het glasoppervlak bekrassen en beschadigen. |
| Dichting | Reinig deze met een vochtige doek. Droog met een zachte doek af. |
| Binnenruimte van de oven | Reinig deze met warm water of met azijn verdund water. Wanneer de oven erg vuil is: Gebruik een ovenreiniger. Deze mag alleen op afgekoelde oppervlakken worden gebruikt. |
| Glazen kapje op de ovenlamp | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Toebehoren | Laat deze in warm zeepsop inweken. Reinig deze met een borstel of spons. |
| Aluminium bakblik (optie) | Niet in de vaatwasmachine reinigen. Gebruik in geen geval ovenreiniger. Om krassen te vermijden mogen de metalen oppervlakken nooit met een mes of soortgelijk scherp voorwerp in aanraking komen. Veeg een zachte doek voor glas met zeepsop of een pluisvrije microvezeldoek horizontaal en zonder druk over de oppervlakken. Droog met een zachte doek af. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of grove reinigingsdoeken. Deze maken krassen op het bakblik. |
| Kinderbeveiliging (optie) | Indien een kinderbeveiliging op de ovendeur is aangebracht, moet deze voor het reinigen worden verwijderd. Laat alle kunststofonderdelen in warm zeepsop weken en was deze met een spons af. Droog met een zachte doek af. Bij sterke vervuiling functioneert de kinderbeveiliging niet meer goed. |
| Ovenlade (optie) | Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. |
| Toebehoren | Laat deze in warm zeepsop inweken. Reinig deze met een borstel of spons. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)
Inschuifrails verwijderen en bevestigen
U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.
Inschuifrails verwijderen
- 1. Rail voor optillen 2.en uit de geleiders nemen (Afbeelding A).
- 3. Hierna de hele rail naar voren trekken 4.en verwijderen (Afbeelding B).
Maak de rails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Inhangroosters bevestigen
- 1. Inhangrooster eerst in de achterste bus plaatsen, iets naar achteren drukken (Afbeelding A) 2.en vervolgens in de voorste bus plaatsen (Afbeelding B).
De inschuifrails passen links en rechts. Let erop dat evenals in afbeelding B hoogte 1 en 2 beneden is en hoogte 3, 4 en 5 boven.
Pagina 43
Ovendeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendel is dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (Afbeelding B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.
- 3. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afbeelding C). Ovendeur sluiten.
- Risico van letsel!
Risico van letsel! Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.
Glazen deurplaten uit- en inbouwen
Risico van letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.
Deur verwijderen
- 1. Ovendeur helemaal openen.
- 2. Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afbeelding A).
- 3. Ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en uitnemen (Afbeelding B).
Deur inbrengen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- 1. Let er bij het inbrengen van de ovendeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afbeelding A).
- 2. De keep op het scharnier dient aan beide kanten in te klikken (Afbeelding B).
Om de glazen platen in de ovendeur beter te kunnen reinigen, kunnen deze worden uitgebouwd.
Uitbouw
- 1. Hang de ovendeur uit. Zie de instructies in het hoofdstuk Ovendeur uithangen. Leg de ovendeur met de greep naar onderen op een doek (afbeelding A).
- 2. Draai eerst de onderste twee schroeven en vervolgens de bovenste twee schroeven linksom (afbeelding B).
- 3. Verwijder de afdekking (afbeelding C).
De gedemonteerde onderdelen mogen niet worden gewassen. Reinig de glazen platen met een glasreiniger en een zachte doek.
- Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Pagina 44
Inbouw
- 1. Plaats de afdekking weer (afbeelding A).
- 2. Draai eerst de onderste twee schroeven en vervolgens de bovenste twee schroeven weer vast (afbeelding B).
- 3. Ovendeur inhangen. Zie de instructies in het hoofdstuk Ovendeur inhangen.
Gebruik de oven pas weer als de glazen platen correct zijn ingebouwd.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
- Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing/aanwijzing |
|---|---|---|
| De oven functioneert niet. | De zekering is defect. | Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is. |
| De stroom is uitgevallen. | Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| De tijdsindicatie knippert. | De stroom is uitgevallen. | Stel de tijd opnieuw in. |
| De oven warmt niet op. | Er zit stof op de contacten. | Draai de schakelaars meerdere keren heen en weer. |
| De gasbrander ontsteekt niet. | Stroomonderbreking of vochtige ontstekingskaarsen. | Steek de gasbranders aan met een gasaansteker of een lucifer. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.
Kans op een elektrische schok! Zekering in de meterkast uitschakelen.
- 1. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming eruit halen door de schroeven naar links te draaien.
- 3. Lamp vervangen door een van hetzelfde type.
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (Enr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Pagina 45
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FDnr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4010
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Energie en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden in de oven en bij het koken op de kookplaat energie bespaart en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen met de oven
- De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
- Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
- Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
- Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Energie besparen met de gas-kookplaat
- Kies altijd een pan die de juiste grootte heeft voor uw gerechten. Een grote, slechts weinig gevulde pan heeft veel energie nodig.
- Sluit de pan altijd af met een passend deksel.
- De gasvlam moet altijd contact met de bodem van de pan hebben.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.
Dit apparaat beantwoordt aan de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro en elektronica-apparatuur (WEEE - waste electrical and electronic equipment). De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
- De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
- Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op één niveau
Met boven en onderwarmte lukt het gebak het beste.
Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:
- Gebak in vormen: hoogte
- Gebak op de plaat: hoogte
Pagina 46
| Bakken op meerdere niveaus | Bakvormen |
|---|---|
| Gebruik 3Dhetelucht . | Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. |
| Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus | Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin. |
| ■ Braadslede: hoogte | |
| Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de | |
| ■ Bakplaat: hoogte | informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van |
| Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus | silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken. |
| ■ Bakplaat: hoogte 5 | |
| ■ Braadslede: hoogte | Tabellen |
| ■ Bakplaat: hoogte | In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn |
| Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. | afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de |
| In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten. | laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de |
| Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster. | volgende keer hoger in. |
| De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt. | |
| Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)
| Gebak in vormen | Vorm | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 160-180 | 40-50 | |
| 3 cakevormen | 3+1 | 140-160 | 60-80 | ||
| Cake, fijn | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 150-170 | 60-70 | |
| Taartbodem, roerdeeg | Vorm vruchtentaartbodem | 2 | 150-170 | 20-30 | |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg | Springvorm/tulbandvorm | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| Biscuittaart | Springvorm | 2 | 160-180 | 30-40 | |
| Bodem zandtaartdeeg met rand | Springvorm | 1 | 170-190 | 25-35 | |
| Vruchten- of kwarktaart, bodem van zandtaartdeeg* | Springvorm | 1 | 170-190 | 70-90 | |
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 1 | 220-240 | 35-45 | |
| Hartig gebak (bijv. quiche/uientaart)* | Springvorm | 1 | 180-200 | 50-60 | |
| Pizza, dunne bodem met weinig bedekking (voorverwarmen) | Pizzaplaat | 1 | 250-270 | 10-15 | |
| * Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen. | |||||
| Gebak op de plaat | Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Roer of gistdeeg met droge bedekking | Bakplaat | 2 | 170-190 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 35-45 | ||
| Roer- of gistdeeg met vochtige bedekking, vruchten | Braadslede | 3 | 160-180 | 40-50 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 50-60 | ||
| Zwitserse vruchtentaart | Braadslede | 2 | 210-230 | 40-50 | |
| Biscuitrol (voorverwarmen) | Bakplaat | 2 | 190-210 | 15-20 | |
| Broodvlecht van 500 g bloem | Bakplaat | 2 | 160-180 | 30-40 | |
| Kerststol van 500 g bloem | Bakplaat | 3 | 160-180 | 60-70 | |
| Kerststol van 1 kg bloem | Bakplaat | 3 | 150-170 | 90-100 | |
| Strudel, zoet | Braadslede | 2 | 180-200 | 55-65 | |
Pagina 47
| Gebak op de plaat | Toebehoren | Hoogte Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Börek | Braadslede | 2 | 180-200 | 40-50 | |
| Pizza | Bakplaat | 2 | 220-240 | 15-25 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 35-45 | ||
| Klein gebak | Toebehoren | Hoogte Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 140-160 | 15-25 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 | 25-35 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-150 | 30-40 | ||
| Sprits (voorverwarmen) | Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 | ||
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150 | 30-45 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-140 | 35-50 | ||
| Bitterkoekjes | Bakplaat | 2 | 110-130 | 30-40 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 100-120 | 35-45 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 100-120 | 40-50 | ||
| Schuimgebak | Bakplaat | 3 | 80-100 | 130-150 | |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 2 | 200-220 | 30-40 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 25-35 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 160-180 | 35-45 | ||
| Gistdeeggebak | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 170-190 | 25-35 | ||
| Brood en broodjes Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen als er niets anders is aangegeven. | Giet nooit water in de hete oven. Bij het bakken op 2 niveaus de braadslede altijd boven de bakplaat inschuiven. | ||||
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Gistbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 2 | 270 200 | 8 35-45 | |
| Zuurdeegbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 2 | 270 200 | 8 40-50 | |
| Broodjes (niet voorverwarmen) | Bakplaat | 3 | 210-230 | 20-30 | |
| Broodjes van gistdeeg, zoet | Bakplaat | 3 | 170-190 | 15-20 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-180 | 20-30 | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het gebak wordt te donker aan de bovenkant. | Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer. |
Pagina 48
| Het gebak is te droog. | Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan. |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past. |
| Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede. |
| Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3Dhetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater. | Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 48)
Vlees, gevogelte, vis
Vormen
U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.
Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit
Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.
Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.
Opgaven in de tabellen:
Vorm zonder deksel = open
Vorm met deksel = gesloten
Zet de vorm altijd midden op het rooster.
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Braden
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.
Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.
Grillen
Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.
Gril altijd in een gesloten oven.
Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Keer de grillstukken na van de bereidingstijd.
Zout de steaks pas na het grillen.
Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.
Plaats ook de braadslede op hoogte 1.Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Vlees
Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.
Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.
Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.
| Vlees | Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rundvlees | ||||||
| Gestoofd rundvlees | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | gesloten | 2 | 200-220 | 120 | |
| 2 | 190-210 | 140 | ||||
| 2 | 180-200 | 160 | ||||
| Runderfilet, medium | 1,0 kg | open | 2 | 210-230 | 70 | |
| 1,5 kg | 2 | 200-220 | 80 |
Pagina 49
| Vlees | Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwar- Temperatuur mingsme- in °C, grill-thode stand | Tijdsduur in minuten |
| Rosbief, medium | 1,0 kg | open | 1 4 210-230 | 50 |
| Steaks, medium, 3 cm dik | Rooster | 5 3 | 15 | |
| Kalfsvlees | ||||
| Gebraden kalfsvlees | 1,0 kg 2,0 kg | open | 2 190-210 | 100 |
| 2 170-190 | 120 | |||
| Varkensvlees | ||||
| Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk) | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 1 4 200-220 | 100 |
| 1 4 190-210 | 140 | |||
| 1 4 180-200 | 160 | |||
| Braadstuk, zonder zwoerd (bijv. schouder) | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 1 4 200-220 | 120 |
| 1 4 190-210 | 150 | |||
| 1 4 180-200 | 180 | |||
| Casselerrib met been | 1,0 kg | gesloten | 2 210-230 | 70 |
| Lamsvlees | ||||
| Lamsbout zonder been, medium | 1,5 kg | open | 1 4 150-170 | 120 |
| Gehakt | ||||
| Gehakt | van 500 g vlees | open | 1 4 170-190 | 70 |
| Worstjes | ||||
| Worstjes | Rooster | 4 3 | 15 | |
| Gevogelte De gewichtsgegevens in de tabel hebben betrekking op ongevuld, panklaar gevogelte. Leg het hele gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op het rooster. Na van de opgegeven tijd keren. | Braadstukken, zoals kalkoenrollade of kalkoenfilet, halverwege de opgegeven tijd keren. Stukken gevogelte na van de tijd keren. Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in.Zo kan het vet weglopen. Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap. | |||
| Gevogelte | Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwar- Temperatuur mingsme- in °C thode | Tijdsduur in minuten |
| Kip, heel | 1,2 kg | Rooster | 2 4 200-220 | 60-70 |
| Poularde, heel | 1,6 kg | Rooster | 2 4 190-210 | 80-90 |
| Kip, gehalveerd | elk 500 g | Rooster | 2 4 200-220 | 40-50 |
| Stukken kip | elk 300 g | Rooster | 3 4 200-220 | 30-40 |
| Eend, heel | 2,0 kg | Rooster | 2 4 170-190 | 90-100 |
| Gans, heel | 3,5-4,0 kg | Rooster | 2 4 160-170 | 110-130 |
| Kalkoen, heel | 3,0 kg | Rooster | 2 4 170-190 | 80-100 |
| Kalkoenbout | 1,0 kg | Rooster | 2 4 180-200 | 90-100 |
Pagina 50
Vis
Keer visstukken na van de tijd.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Een
ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis maakt hem stabieler.
Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
| Vis | Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vis, heel | elk ca. 300 g | Rooster | 2 | 3 | 20-25 | |
| 1,0 kg | Rooster | 2 | 4 | 180-200 | 45-50 | |
| 1,5 kg | Rooster | 2 | 4 | 170-190 | 50-60 | |
| Viskotelet, 3 cm dik | Rooster | 3 | 2 | 20-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 50)
Tips voor het braden en grillen
| Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel. | Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is? | Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest". Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig. |
| Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe. |
| Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp. | Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 50)
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast
Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De oven blijft schoner.
Plaats de vormen altijd op het rooster.
De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. De opgaven in de tabellen zijn slechts richtwaarden.
| Gerecht | Toebehoren en vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Ovenschotels | |||||
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 2 | 180-200 | 40-50 | |
| Pastaschotel | Ovenschaal | 2 | 210-230 | 30-40 | |
| Gratin | |||||
| Gegratineerde aardappels, rauwe ingrediënten, max. 4 cm hoog | 1 ovenschaal | 2 | 4 | 160-180 | 60-80 |
| 2 ovenschalen | 1+3 | 150-170 | 65-85 | ||
| Toast | |||||
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 4 | 4 | 160-170 | 10-15 |
| Toast grillen, 12 stuks | Rooster | 4 | 4 | 160-170 | 15-20 |