naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch HGV745224N, tekst van de handleiding

Pagina's 39–50 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 28–38verder op pagina 51 →

Pagina 39

Oven instellen

U heeft verschillende mogelijkheden om de oven in te stellen. Hier geven wij u uitleg over de manier waarop u de gewenste verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand instelt. U kunt voor uw gerecht de tijdsduur en eindtijd instellen.

Wijzen van verwarmen en temperatuur

Voorbeeld op de afbeelding: 190 °C, boven-/onderwarmte .

De oven wordt opgewarmd.

Oven uitschakelen.

Functiekeuzeknop op de nulstand draaien.

Instellingen veranderen

U kunt de verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand op elk moment met de daarvoor bestemde keuzeknop veranderen.

De oven moet automatisch uitschakelen

Voer nu nog een bereidingstijd (tijdsduur) voor uw gerecht in.

Voorbeeld in de afbeelding: instelling voor boven- en onderwarmte , 190 °C, tijdsduur 45 minuten.

Het symbool Tijdsduur knippert.

De bereidingstijd is afgelopen

Er klinkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. De toets 0 tweemaal indrukken en de functiekeuzeknop uitzetten.

Instelling wijzigen

De toets Klok 0 indrukken. Met de toets + of de toets - de tijdsduur veranderen.

Het instellen afbreken

De toets Klok 0 indrukken. De toets - indrukken tot de indicatie op nul staat. De functiekeuzeknop uitzetten.

Tijdsduur instellen wanneer de tijd niet meer weergegeven wordt

De toets Klok 0 twee keer indrukken en instellen, zoals beschreven bij punt 4.

De oven schakelt automatisch in en uit

Let er op dat levensmiddelen die snel bederven niet te lang in de oven mogen staan.

Het voorbeeld in de afbeelding: instelling voor boven- en onderwarmte , 190 °C. Het is 10:45 uur. De bereidingstijd van het gerecht bedraagt 45 minuten en het moet om 12:45 uur klaar zijn.

Pagina 40

Op het display ziet u wanneer het gerecht klaar is.

De bereidingstijd is afgelopen

Er klinkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. De toets 0 tweemaal indrukken en de functiekeuzeknop uitzetten.

Aanwijzing: Zolang er een symbool knippert kunt u wijzigen. Wanneer het symbool verlicht is, is de instelling overgenomen.

Snelvoorverwarming

Met de snelvoorverwarming bereikt de oven de ingestelde temperatuur bijzonder snel.

Gebruik de snelvoorverwarming bij een ingestelde temperatuur boven 100 °C.

Om een gelijkmatig resultaat te krijgen, doet u het gerecht pas in de binnenruimte wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.

Op het display is het symbool verlicht. De oven begint op te warmen.

Het snel voorverwarmen is beëindigd

Het symbool verdwijnt van het display. Plaats uw gerecht in de oven en stel de gewenste verwarmingsmethode in.

Tijd instellen

Na de eerste aansluiting of na een stroomonderbreking knipperen op het display het symbool 0 en drie nullen. Stel de tijd in. De functiekeuzeknop dient uitgeschakeld te zijn.

Zo stelt u in

Op het display verschijnt 12.00 uur en het symbool 0 knippert.

Na enkele seconden wordt de tijd overgenomen. Het symbool 0 verdwijnt.

Wijzigen van bijv. zomer- in wintertijd

De toets Klok 0 twee keer indrukken en wijzigen met de toets + of de toets -.

Kookwekker instellen

U kunt de wekker gebruiken als een kookwekker. Hij loopt onafhankelijk van de oven. De wekker heeft een speciaal signaal. Zo hoort u of de wekker of een tijdsduur van de oven afgelopen is. U kunt de wekker ook instellen wanneer het kinderslot actief is.

Zo stelt u in

Na enige seconden start de wekker. Op het display is het symbool verlicht. De tijd loopt zichtbaar af.

Aan het einde van de ingestelde tijd

Er klinkt een signaal. De toets Kookwekker indrukken. De indicatie van de wekker gaat uit.

Wekkertijd veranderen

De toets Kookwekker indrukken. Met de toets + of de toets - de tijd veranderen.

Instelling wissen

De toets Kookwekker indrukken. De toets - indrukken tot de indicatie op nul staat.

De wekker en tijdsduur lopen gelijktijdig af

De symbolen zijn verlicht. De wekkertijd loopt zichtbaar op het display af.

Resterende tijd , Eindtijd of Tijd 0 opvragen:

de toets Tijd 0 zo vaak indrukken tot het betreffende symbool verschijnt.

De opgevraagde waarde verschijnt enkele seconden op het display.

Pagina 41

Kinderslot

Oven

Om te voorkomen dat kinderen per ongeluk de oven inschakelen, is deze voorzien van een kinderslot.

Kinderslot in- en uitschakelen

De functiekeuzeknop dient uitgeschakeld te zijn.

Inschakelen: de toets Sleutel indrukken tot op het display het symbool verschijnt. Dit duurt ca. 4 seconden.

Uitschakelen: de toets Sleutel indrukken tot het symbool verdwijnt.

Aanwijzingen

Onderhoud en reiniging

Wanneer u de kookplaat en de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijven ze lang mooi en intact. Hieronder leggen wij u uit hoe u beide op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.

Aanwijzingen

Bovenste glasafdekking

Voordat u de bovenste afdekking opent, moet u eerst eventueel gemorst vuil met een doek verwijderen.

Voor de reiniging kan het beste een glasreiniger worden gebruikt

Verwijder de bovenste afdekking voor de reiniging. Houd de afdekking aan weerszijden vast en trek deze naar boven.

Indien de scharnieren van de afdekking losraken, moet u op de letters op de scharnieren letten. Het scharnier met de letter R moet rechts, het scharnier met de letter L moet links worden gemonteerd.

Monteer na het reinigen de bovenste afdekking weer in omgekeerde volgorde.

Sluit de bovenste afdekking pas als de kookplaat is afgekoeld.

Schoonmaakmiddelen

Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde reinigingsmiddelen beschadigd raken, moet u zich aan het volgende houden.

Gebruik bij de reiniging van de kookplaat

Gebruik bij de reiniging van de oven

Was nieuwe sponsen voor het eerste gebruik goed uit.

Roestvrijstalen fron- Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Veeg bij roestvrijstalen fronten altijd in de slijprichten ting. Anders kunnen er krassen ontstaan. Droog met een zachte doek af. Kalk­, vet­, zetmeel­ en eiwitvlekken moeten altijd onmiddellijk worden verwijderd. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of grove reinigingsdoeken. De roestvrijstalen oppervlakken kunnen met speciale onderhoudsmiddelen gepoetst worden. Neem de instructies van de fabrikant in acht. Speciale reinigingsmiddelen voor roestvrij staal zijn bij de servicedienst of in de speciaalzaak verkrijgbaar.

Geëmailleerde en Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af. geglazuurde oppervlakken

Pagina 42

Gasbranders en roosters van de kookzonesNiet in de vaatwasmachine reinigen. Neem het rooster van zijn plaats en reinig het met een spons, afwasmiddel en warm water. Verwijder de branderkelk en het branderdeksel. Maak deze schoon met een spons met wat warm water en afwasmiddel. Let erop dat de openingen van de branderkelken waar het gas uitstroomt schoon en niet verstopt zijn. Maak de ontstekers schoon met een klein, zacht borsteltje. De gasbranders functioneren alleen als de ontstekers schoon zijn. Verwijder etensresten met een vochtige doek en wat afwasmiddel uit de branderkommen. Gebruik hierbij weinig water. Er mag geen water in het apparaat komen. Let erop dat de opening van de sproeier tijdens het schoonmaken niet verstopt of beschadigd raakt. Droog alle onderdelen na het schoonmaken af en plaats de branderdeksels exact op de branderkelken. Als de onderdelen niet op de juiste wijze worden geplaatst, zal dat het ontsteken van de branders bemoeilijken. De branderdeksels zijn met een laag zwart email bedekt. Door de grote hitte kan deze kleur met de tijd veranderen. Dit zal de werking van de branders echter niet beïnvloeden. Leg het rooster weer op zijn plaats.
Elektrische kookplaat (optie)Reinig deze met de harde kant van een schuursponsje en met wat vloeibaar schuurmiddel. Schakel na het reinigen de kookplaat kort in om deze te laten drogen. Vochtige kookplaten gaan op den duur roesten. Smeer er vervolgens een onderhoudsmiddel op. Overgekookt voedsel en etensresten moeten altijd direct worden verwijderd.
Metalen ring van de elektrische kookplaat (optie)De metalen ring kan op den duur verkleuren. Het is mogelijk om de oorspronkelijke kleur te herstellen. Maak de ring schoon met de harde kant van een schuurspons en met wat vloeibaar schuurmiddel. Let hierbij op dat de aangrenzende oppervlakken niet afgeschuurd worden. De oppervlakken kunnen anders beschadigd raken.
KnoppenReinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af.
DeurglasDit kan met een glasreiniger worden gereinigd. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of schrapers. Deze kunnen het glasoppervlak bekrassen en beschadigen.
DichtingReinig deze met een vochtige doek. Droog met een zachte doek af.
Binnenruimte van de ovenReinig deze met warm water of met azijn verdund water. Wanneer de oven erg vuil is: Gebruik een ovenreiniger. Deze mag alleen op afgekoelde oppervlakken worden gebruikt.
Glazen kapje op de ovenlampReinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af.
ToebehorenLaat deze in warm zeepsop inweken. Reinig deze met een borstel of spons.
Aluminium bakblik (optie)Niet in de vaatwasmachine reinigen. Gebruik in geen geval ovenreiniger. Om krassen te vermijden mogen de metalen oppervlakken nooit met een mes of soortgelijk scherp voorwerp in aanraking komen. Veeg een zachte doek voor glas met zeepsop of een pluisvrije microvezeldoek horizontaal en zonder druk over de oppervlakken. Droog met een zachte doek af. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of grove reinigingsdoeken. Deze maken krassen op het bakblik.
Kinderbeveiliging (optie)Indien een kinderbeveiliging op de ovendeur is aangebracht, moet deze voor het reinigen worden verwijderd. Laat alle kunststofonderdelen in warm zeepsop weken en was deze met een spons af. Droog met een zachte doek af. Bij sterke vervuiling functioneert de kinderbeveiliging niet meer goed.
Ovenlade (optie)Reinig deze met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Droog met een zachte doek af.
ToebehorenLaat deze in warm zeepsop inweken. Reinig deze met een borstel of spons.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)

Inschuifrails verwijderen en bevestigen

U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.

Inschuifrails verwijderen

Maak de rails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.

Inhangroosters bevestigen

De inschuifrails passen links en rechts. Let erop dat evenals in afbeelding B hoogte 1 en 2 beneden is en hoogte 3, 4 en 5 boven.

Pagina 43

Ovendeur verwijderen en inbrengen

Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.

De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendel is dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (Afbeelding B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.

Risico van letsel! Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.

Glazen deurplaten uit- en inbouwen

Risico van letsel!

Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.

Deur verwijderen

Deur inbrengen

De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.

Om de glazen platen in de ovendeur beter te kunnen reinigen, kunnen deze worden uitgebouwd.

Uitbouw

De gedemonteerde onderdelen mogen niet worden gewassen. Reinig de glazen platen met een glasreiniger en een zachte doek.

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.

Pagina 44

Inbouw

Gebruik de oven pas weer als de glazen platen correct zijn ingebouwd.

Wat te doen bij storingen?

Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.

Storingstabel

Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.

StoringMogelijke oorzaakOplossing/aanwijzing
De oven functioneert niet.De zekering is defect.Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is.
De stroom is uitgevallen.Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren.
De tijdsindicatie knippert.De stroom is uitgevallen.Stel de tijd opnieuw in.
De oven warmt niet op.Er zit stof op de contacten.Draai de schakelaars meerdere keren heen en weer.
De gasbrander ontsteekt niet.Stroomonderbreking of vochtige ontstekingskaarsen.Steek de gasbranders aan met een gasaansteker of een lucifer.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)

Ovenlamp aan het plafond vervangen

Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.

Kans op een elektrische schok! Zekering in de meterkast uitschakelen.

Glazen afscherming

Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (E­nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.

Pagina 45

Servicedienst

Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.

E­nummer en FD­nummer

Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.

E­nr. FD­nr.

Servicedienst

Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4010

Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.

Energie­ en milieutips

Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden in de oven en bij het koken op de kookplaat energie bespaart en het apparaat op de juiste manier afvoert.

Energie besparen met de oven

Energie besparen met de gas-kookplaat

Milieuvriendelijk afvoeren

Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat beantwoordt aan de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro­ en elektronica-apparatuur (WEEE - waste electrical and electronic equipment). De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.

Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.

Aanwijzingen

Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.

Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.

Gebak

Bakken op één niveau

Met boven­ en onderwarmte lukt het gebak het beste.

Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:

Pagina 46

Bakken op meerdere niveausBakvormen
Gebruik 3D­hetelucht .Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveausBij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.
■ Braadslede: hoogte
Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de
■ Bakplaat: hoogteinformatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaussilicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
■ Bakplaat: hoogte 5
■ Braadslede: hoogteTabellen
■ Bakplaat: hoogteIn de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten.laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de
Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)

Gebak in vormenVormHoogteVerwar-mingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Cake, eenvoudigKrans­/rechthoekige vorm2160-18040-50
3 cakevormen3+1140-16060-80
Cake, fijnKrans­/rechthoekige vorm2150-17060-70
Taartbodem, roerdeegVorm vruchtentaartbodem2150-17020-30
Vruchtentaart fijn, roerdeegSpringvorm/tulbandvorm2160-18050-60
BiscuittaartSpringvorm2160-18030-40
Bodem zandtaartdeeg met randSpringvorm1170-19025-35
Vruchten- of kwarktaart, bodem van zandtaartdeeg*Springvorm1170-19070-90
Zwitserse vruchtentaartPizzaplaat1220-24035-45
Hartig gebak (bijv. quiche/uientaart)*Springvorm1180-20050-60
Pizza, dunne bodem met weinig bedekking (voorverwarmen)Pizzaplaat1250-27010-15
* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.
Gebak op de plaatToebehorenHoogteVerwar-mingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Roer­ of gistdeeg met droge bedekkingBakplaat2170-19020-30
Braadslede + bakplaat3+1150-17035-45
Roer- of gistdeeg met vochtige bedekking, vruchtenBraadslede3160-18040-50
Braadslede + bakplaat3+1150-17050-60
Zwitserse vruchtentaartBraadslede2210-23040-50
Biscuitrol (voorverwarmen)Bakplaat2190-21015-20
Broodvlecht van 500 g bloemBakplaat2160-18030-40
Kerststol van 500 g bloemBakplaat3160-18060-70
Kerststol van 1 kg bloemBakplaat3150-17090-100
Strudel, zoetBraadslede2180-20055-65

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)

Pagina 47

Gebak op de plaatToebehorenHoogte Verwar-mingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
BörekBraadslede2180-20040-50
PizzaBakplaat2220-24015-25
Braadslede + bakplaat3+1180-20035-45
Klein gebakToebehorenHoogte Verwar-mingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
KoekjesBakplaat3140-16015-25
Braadslede + bakplaat3+1130-15025-35
2 bakplaten + braadslede5+3+1130-15030-40
Sprits (voorverwarmen)Bakplaat3140-15030-40
Bakplaat3140-15030-40
Braadslede + bakplaat3+1140-15030-45
2 bakplaten + braadslede5+3+1130-14035-50
BitterkoekjesBakplaat2110-13030-40
Braadslede + bakplaat3+1100-12035-45
2 bakplaten + braadslede5+3+1100-12040-50
SchuimgebakBakplaat380-100130-150
Deeg van bijv. soesjesBakplaat2200-22030-40
BladerdeeggebakBakplaat3180-20020-30
Braadslede + bakplaat3+1180-20025-35
2 bakplaten + braadslede5+3+1160-18035-45
GistdeeggebakBakplaat3180-20020-30
Braadslede + bakplaat3+1170-19025-35
Brood en broodjes
Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen als er niets anders is aangegeven.
Giet nooit water in de hete oven.
Bij het bakken op 2 niveaus de braadslede altijd boven de bakplaat inschuiven.
Brood en broodjesToebehorenHoogte Verwar-mingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Gistbrood van 1,2 kg bloemBraadslede2270 2008 35-45
Zuurdeegbrood van 1,2 kg bloemBraadslede2270 2008 40-50
Broodjes (niet voorverwarmen)Bakplaat3210-23020-30
Broodjes van gistdeeg, zoetBakplaat3170-19015-20
Braadslede + bakplaat3+1160-18020-30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)

Tips voor het bakken

U wilt bakken volgens uw eigen recept.Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak.
Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is.Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar.
Het gebak zakt in.Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept.
Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen.De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes.
Het gebak wordt te donker aan de bovenkant.Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)

Pagina 48

Het gebak is te droog.Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan.
Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen).Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden.
Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden.Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past.
Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant.Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager.
Het sap van de vruchten stroomt over.Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede.
Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar.Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden.
U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste.Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3D­hetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater.Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 48)

Vlees, gevogelte, vis

Vormen

U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.

Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit

Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.

Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.

Opgaven in de tabellen:

Vorm zonder deksel = open

Vorm met deksel = gesloten

Zet de vorm altijd midden op het rooster.

Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.

Braden

Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.

Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.

De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.

Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.

Grillen

Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.

Gril altijd in een gesloten oven.

Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Keer de grillstukken na van de bereidingstijd.

Zout de steaks pas na het grillen.

Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.

Plaats ook de braadslede op hoogte 1.Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.

De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.

Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.

Vlees

Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.

Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.

Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.

Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.

VleesGewichtToebehoren en vormenHoogteVerwar-mingsmethodeTemperatuur in °C, grillstandTijdsduur in minuten
Rundvlees
Gestoofd rundvlees1,0 kg 1,5 kg 2,0 kggesloten2200-220120
2190-210140
2180-200160
Runderfilet, medium1,0 kgopen2210-23070
1,5 kg2200-22080

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 48)

Pagina 49

VleesGewichtToebehoren en vormenHoogte Verwar- Temperatuur mingsme- in °C, grill-thode standTijdsduur in minuten
Rosbief, medium1,0 kgopen1 4 210-23050
Steaks, medium, 3 cm dikRooster5 315
Kalfsvlees
Gebraden kalfsvlees1,0 kg 2,0 kgopen2 190-210100
2 170-190120
Varkensvlees
Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk)1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen1 4 200-220100
1 4 190-210140
1 4 180-200160
Braadstuk, zonder zwoerd (bijv. schouder)1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen1 4 200-220120
1 4 190-210150
1 4 180-200180
Casselerrib met been1,0 kggesloten2 210-23070
Lamsvlees
Lamsbout zonder been, medium1,5 kgopen1 4 150-170120
Gehakt
Gehaktvan 500 g vleesopen1 4 170-19070
Worstjes
WorstjesRooster4 315
Gevogelte
De gewichtsgegevens in de tabel hebben betrekking op ongevuld, panklaar gevogelte.
Leg het hele gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op het rooster. Na van de opgegeven tijd keren.
Braadstukken, zoals kalkoenrollade of kalkoenfilet, halverwege de opgegeven tijd keren. Stukken gevogelte na van de tijd keren.
Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in.Zo kan het vet weglopen.
Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.
GevogelteGewichtToebehoren en vormenHoogte Verwar- Temperatuur mingsme- in °C thodeTijdsduur in minuten
Kip, heel1,2 kgRooster2 4 200-22060-70
Poularde, heel1,6 kgRooster2 4 190-21080-90
Kip, gehalveerdelk 500 gRooster2 4 200-22040-50
Stukken kipelk 300 gRooster3 4 200-22030-40
Eend, heel2,0 kgRooster2 4 170-19090-100
Gans, heel3,5-4,0 kgRooster2 4 160-170110-130
Kalkoen, heel3,0 kgRooster2 4 170-19080-100
Kalkoenbout1,0 kgRooster2 4 180-20090-100

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)

Pagina 50

Vis

Keer visstukken na van de tijd.

Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Een

ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis maakt hem stabieler.

Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner.

VisGewichtToebehoren en vormenHoogteVerwar-mingsmethodeTemperatuur in °C, grillstandTijdsduur in minuten
Vis, heelelk ca. 300 gRooster2320-25
1,0 kgRooster24180-20045-50
1,5 kgRooster24170-19050-60
Viskotelet, 3 cm dikRooster3220-25

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 50)

Tips voor het braden en grillen

Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel.Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan.
Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is?Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest". Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig.
Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand.Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur.
Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand.Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe.
Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig.Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe.
Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp.Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 50)

Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast

Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De oven blijft schoner.

Plaats de vormen altijd op het rooster.

De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. De opgaven in de tabellen zijn slechts richtwaarden.

GerechtToebehoren en vormenHoogteVerwar-mingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Ovenschotels
Ovenschotel, zoetOvenschaal2180-20040-50
PastaschotelOvenschaal2210-23030-40
Gratin
Gegratineerde aardappels, rauwe ingrediënten, max. 4 cm hoog1 ovenschaal24160-18060-80
2 ovenschalen1+3150-17065-85
Toast
Toast grillen, 4 stuksRooster44160-17010-15
Toast grillen, 12 stuksRooster44160-17015-20

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 50)

← pagina's 28–38verder op pagina 51 →Inhoud