naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch HLN39A060U, tekst van de handleiding

Pagina's 19–32 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 6–18verder op pagina 33 →

Pagina 19

Tijdfuncties nl

Na enkele seconden start het snel voorverwarmen. Als het snel voorverwarmen eindigt, klinkt een signaal en dooft de indicatie voor voorverwarmen.

17 Tijdfuncties

Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.

17.1 Overzicht van de tijdfuncties

Met de toets de verschillend tijdfuncties kiezen.

TijdfunctieGebruik
TimerDe timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld. Hij beïnvloedt het apparaat niet.
TijdsduurWanneer voor de werking een tijdsduur werd ingesteld, dan houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen.
EindeVoor de tijdsduur kan men een tijd instellen, waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip eindigt.
TijdTijd instellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

17.2 Timer instellen

De timer loopt onafhankelijk van de werking. De timer kan bij in- of uitgeschakeld apparaat worden ingesteld tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld. De timer heeft een eigen signaal zodat men kan horen of de timer of een tijdsduur is verstreken.

Opmerking: De time en een tijdsduur kunnen niet tegelijk lopen. Wanneer er al een tijdsduur is ingesteld, dan kan de timer niet worden ingesteld.

KnopAanbevolen waarde
5 minuten
10 minuten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Tot 10 minuten kan de timertijd worden ingesteld in stappen van 30 seconden. Daarna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is. Na enkele seconden start de timer en loopt de timertijd af.

Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een signaal en op het display staat de timertijd op nul.

Timer wijzigen

De timertijd kan te allen tijde worden gewijzigd.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.

Timer afbreken

De timertijd kan te allen tijden worden afgebroken.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

17.3 Tijdsduur instellen

De tijdsduur voor de werking kan tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.

Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.

Extra programmaAanbevolen waarde
10 minuten
30 minuten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.

Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.

Tijdsduur wijzigen

De tijdsduur kan te allen tijde worden gewijzigd.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.

Tijdsduur afbreken

De tijdsduur kan te allen tijde worden afgebroken.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Pagina 20

nl Kinderslot

17.4 Einde instellen

Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kan tot 23 uur en 59 minuten worden verschoven.

Opmerkingen

Bij verwarmingsmethoden met grillfunctie kan het einde niet worden ingesteld.

Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, het einde niet meer verschuiven als de werking eenmaal is gestart.

Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.

Vereisten

Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.

Er is een tijdsduur ingesteld.

Op het display wordt het berekende einde weergegeven.

Na enkele seconden neemt het apparaat de instelling over en het display toont het ingestelde einde. Als de berekende starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.

Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.

Eindtijd veranderen

Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kan het ingestelde einde alleen worden gewijzigd als de werking start en de tijdsduur verstrijkt.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.

Einde afbreken

Het ingestelde einde kan te allen tijde worden gewist.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en begint het apparaat op te warmen. De tijdsduur loopt af.

17.5 Tijd instellen

Na het aansluiten van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.

te

Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand staan.

Het display toont de ingestelde tijd.

18 Kinderslot

Het apparaat beveiligen, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.

Opmerking: Na een stroomonderbreking is het kinderslot niet meer actief.

18.1 Kinderslot activeren en deactiveren

Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.

19 Reiniging en onderhoud

Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.

19.1 Reinigingsmiddelen

Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat de verschillende oppervlakken van het apparaat niet beschadigd raken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

LET OP

Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

Pagina 21

Reiniging en onderhoud nl

Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.

Geschikte schoonmaakmiddelen

Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat. Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.

"Reiniging van het apparaat", Pagina 22

Apparaat

Oppervlak Geschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
RVS Warm zeepsop Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakkenOm corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Email, kunststof, Warm zeepsop gelakte of van zeefdruk voorziene oppervlakken bijv. bedieningspaneelGebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Knoppen Warm zeepsopMet een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Niet afnemen en niet schuren.
Kookplaat van Glaskeramiek-reiniglaskeramiek gingsmiddelHoud de reinigingsinstructies aan die op de verpakking van het reinigingsmiddel zijn vermeld.
Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Ovenlade Warm zeepsopMet een schoonmaakdoekje reinigen.
Apparaatbedekking
Gebied Geschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Ruiten van de Warm zeepsop deurGebruik geen schraper of rvs-schuursponsje.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. "Apparaatdeur", Pagina 24
Deurafscherming Van roestvaststaal: RVS-reiniger: Van kunststof: Warm zeepsopGebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Tip: Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het deksel.
"Apparaatdeur", Pagina 24
Deurgreep Warm zeepsopOm hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting Warm zeepsopNiet afnemen en niet schuren.
Deurbeveiliging Warm zeepsopMet een schoonmaakdoekje reinigen. Verwijder voor de reiniging het kinderslot. "Deurbeveiliging", Pagina 9
Kookplaat
Gebied Geschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Geëmailleerde op- Warm zeepsop pervlakken Azijnwater OvenreinigerBij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken.
Om ervoor te zorgen dat de kookplaat nat het reinigen kan drogen, de apparaatbedekking open laten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Pagina 22

nl Reiniging en onderhoud

GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Opmerkingen
Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Door resten van voedingsmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende oppervlakken-Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden.
Glazen kapje op de ovenlampWarm zeepsopGebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
RekjesWarm zeepsopBij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons. Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
"Rekjes", Pagina 23
ToebehorenWarm zeepsop OvenreinigerBij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

19.2 Reiniging van het apparaat

Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorkomen, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.

Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.

"Reinigingsmiddelen", Pagina 20

"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 21

19.3 Bedieningselementen reinigen

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken leiden.

19.4 Mogelijke vlekken

Om deze vlekken te vermijden, de kookplaat met vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een doek nadrogen.

SchadeOorzaakMaatregel
VlekkenResten van kalk en waterReinig de kookplaat pas wanneer deze is afgekoeld.
Een geschikt reinigingsmiddel voor kookplaten van glaskeramiek gebruiken.
VlekkenSuiker, rijstzetmeel of kunststofDirect reinigen.
Gebruik een schraper.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

19.5 Kookplaat reinigen

Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten niet inbranden.

Vereiste: De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de kookplaat niet afkoelen.

Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van het reinigingsmiddel aan.

Pagina 23

Reinigingsondersteuning nl

Tips

Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken.

Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat in een goede conditie.

19.6 Kookplaatrand reinigen

Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.

Opmerking: Geen schraper gebruiken.

Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwassen.

20 Reinigingsondersteuning

De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning verdampt zeepsop en maakt op deze manier het vuil los. Zo kan vuil gemakkelijker worden verwijderd.

20.1 Reinigingsondersteuning instellen

WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!

Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.

Vereiste: De binnenruimte dient volledig afgekoeld te zijn.

Geen gedestilleerd water gebruiken.

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.

Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.

20.2 Binnenruimte na gebruik reinigen

LET OP

Als de binnenruimte te lang vochtig blijft, ontstaat er corrosie.

Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.

21 Rekjes

Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen kunnen deze worden verwijderd.

21.1 Rekjes verwijderen

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De rekjes kunnen zeer heet zijn.

Pagina 24

nl Apparaatdeur

21.2 Rekjes inhangen

De rekjes passen links en rechts. De inschuifhoogten 1 en 2 bevinden zich onder, de inschuifhoogten 3, 4 en 5 boven.

22 Apparaatdeur

Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de apparaatdeur van buiten en van binnen sterk is verontreinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en reinigen.

22.1 Deurscharnieren

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.

Deze kan dan niet worden verwijderd.

Pagina 25

Apparaatdeur nl

De scharnieren kunnen niet dichtklappen.

22.2 Apparaatdeur verwijderen

glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.

De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.

"Apparaatdeur verwijderen", Pagina 25

22.3 Deurruiten verwijderen

Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de ovendeur demonteren.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.

22.4 Deurruiten inbouwen

Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right above" niet ondersteboven staat.

Pagina 26

nl Apparaatdeur

De ruit in de beide openingen aan de onderkant invoeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan de buitenkant bevinden.

De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.

"Apparaatdeur inhangen", Pagina 26

Opmerking: De oven pas gebruiken als de ruiten correct zijn ingebouwd.

22.5 Apparaatdeur inhangen

De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een scharnier kan plotseling dichtklappen.

22.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de ovendeur

Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn extra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale accessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet worden.

Pagina 27

Storingen verhelpen nl

23 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

"Servicedienst", Pagina 29

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld.

23.1 Functiestoringen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet.Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▸ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▸ Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▸ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Het apparaat schakelt na het verstrijken van een tijdsduur niet volledig uit.Na het verstrijken van een tijdsduur houdt het apparaat op met verwarmen. Ovenlamp en koelventilator schakelen niet uit. Bij verwarmingsmethoden met circulatielucht blijft de ventilator in de achterwand van het apparaat draaien.
▸ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Het apparaat is uitgeschakeld.
Ovenlamp en ventilator in de achterwand zijn uitgeschakeld.
De koelventilator schakelt automatisch uit, zodra het apparaat is afgekoeld.
Op het display knippert de tijd.Stroomvoorziening is uitgevallen.
▸ Tijd opnieuw instellen.
"Tijd instelen", Pagina 20
Op het display brandt en het apparaat kan niet worden ingesteld.Kinderbeveiliging is geactiveerd.
▸ Het kinderslot met deactiveren. "Kinderslot", Pagina 20
Op het display verschijnt een melding met , bijv. - .Storing in de elektronica
1. indrukken.
▸ Stel eventueel de tijd opnieuw in.
Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding.
2. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding weer verschijnt. Vermeld de exacte foutmelding en het E-Nr. van uw apparaat volledig. "Servicedienst", Pagina 29

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

23.2 Aanwijzingen op het display

StoringOorzaak en probleemoplossing
Er brandt geen enkele indicatie.De stroomtoevoer is onderbroken.
▸ Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomstoring.
Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten.
▸ Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

27

Pagina 28

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Er brandt geen enkele indicatie.Storing in de elektronica
▸ Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in.
De indicaties knipperen.Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp.
▸ Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp.
De indicatie - knippert in de kookzone-indicaties.Er is een storing opgetreden in de elektronica.
▸ Dek om de storing te bevestigen het bedieningsveld kort met de hand af.
,De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld.
▸ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken.
, , , ,De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld.
▸ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken.
+ vermogensstand en geluidssignaalEr staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica oververhit raken.
▸ Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voortzetten.
en geluidssignaalEr staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld.
▸ Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken.
/De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgeschakeld.
▸ Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone opnieuw in.
De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik.
▸ Individuele veiligheidsuitschakeling is ingeschakeld. Voor het instellen van de kookzone een willekeurige toets aanraken en het display uitschakelen.
/De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied.
▸ Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

23.3 Waarschuwing

Opmerkingen

Wanneer op het display verschijnt, de knop van de betreffende kookzone ingedrukt houden en de storingscode aflezen.

Wanneer de storingscode niet in de volgende tabel staat, de kookplaat loskoppelen van het elektriciteitsnet, 30 seconden wachten en de kookplaat weer aansluiten. Verschijnt de indicatie opnieuw, neem dan contact op met de servicedienst en geef de exacte storingscode op.

Wanneer een fout optreedt, dan schakelt het apparaat niet naar de spaarstand.

Om de elektrische onderdelen van het apparaat te beschermen tegen oververhitting of stroomstoten, kan het vermogensniveau van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht.

23.4 Normaal geluid van uw apparaat

Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilatorgeluiden of ritmische geluiden.

23.5 Ovenlamp vervangen

Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.

Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 40 - 43 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in speciaalzaken. Gebruik alleen deze lampen. Pak nieuwe halogeenlampen alleen met een schone, droge doek vast. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder spanning.

Vereisten

Het apparaat is losgekoppeld van het stroomnet. De binnenruimte is afgekoeld.

Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.

Pagina 29

Transporteren en afvoeren nl

Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.

24 Transporteren en afvoeren

Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor transport. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.

24.1 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

24.2 Transporteren van het apparaat

Bewaar de originele verpakking van het apparaat. Transporteer het apparaat alleen in de originele verpakking. Let op de transportpijlen op de verpakking.

Wanneer de originele verpakking niet meer beschikbaar is

25 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.

Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.

Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.

De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.

Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De informatie conform verordening (EU) 65/2014, (EU) 66/2014 en (EU) 2023/826 vindt u online op www.bosch-home.com op de productpagina en de serv-

29

Pagina 30

nl Zo lukt het

icepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.

25.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)

nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

26 Zo lukt het

Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.

Gedetailleerde baktabellen voor uw apparaat en tips voor het bakken met uw apparaat vindt u in de handleiding op het internet:

www.bosch-home.com

26.1 Aanwijzingen voor de bereiding

Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerechten.

Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Kies eerst de lagere waarde.

De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.

Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.

Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.

Let erop dat u de accessoires op de juiste manier er in schuift.

26.2 Aanwijzingen voor het bakken

Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoogtes.

Bakken op één niveauHoogte
rijzende deegwaren/gebak resp. vorm op het rooster2
platte deegwaren/gebak resp. in bakblik2 - 3
Bakken op meerdere niveausHoogte
Braadslede Bakplaat3 1
Vormen op het rooster: eerste rooster tweede roosterHoogte 3 1
Bakken op drie niveausHoogte
Bakblikken Braadslede Bakblikken5 3 1

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)

Opmerkingen

Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete lucht. Gerechten die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. In een dergelijk geval kunt u het product dat klaar is uit de oven halen en het andere bakblik verder laten bereiden. Indien nodig kunt u de positie en richting van de bakblikken wijzigen.

Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte. Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u energie besparen.

Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.

26.3 Aanwijzingen voor het braden en grillen

De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.

LET OP

Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen

Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.

Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van de opgegeven tijd.

Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de vorm. Zorg ervoor dat de bodem van de vorm met ca. 1-2 cm vloeistof bedekt is.

Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt. Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog. Zout steaks pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.

Instructie voor mensen met nikkelallergie

In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.

Pagina 31

Zo lukt het nl

26.4 Selectie van gerechten

VoedingswaarAccessoires / vormenInschuifhoogteVerwarmings-methodeTemperatuur in °C / grillstandTijdsduur in min.
Cake, eenvoudigKrans- of rechthoekige vorm2160-18050-60
Cake, eenvoudig, 2 niveausKrans- of rechthoekige vorm3+1140-16060-80
Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeegSpringvorm Ø 26 cm2160-18070-90
Biscuittaart, 6 eierenSpringvorm Ø 28 cm2160-17035-45
CakerolBraadslede2170-190 ¹15-20
Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekkingBraadslede2160-18060-90
MuffinsMuffinplaat op het rooster2170-19020-40
Kleine bakwaren, met gistBraadslede3150-17025-35
KoekjesBraadslede3140-16020-30
Koekjes, 2 niveausBraadslede +
Bakplaat
3+1130-15025-35
Koekjes, 3 niveaus2x
Bakplaat +
Braadslede
5+3+1130-15030-40
Brood, 1000 g, in rechthoekige vorm en op de plaatBraadslede of
Langwerpige bakvorm
2200-22035-50
Pizza, versBraadslede3170-19020-30
Pizza, vers, dunne bodemBraadslede2250-270 ¹15-25
Quiche, Zwitserse taartTaartvorm2190-21035-45
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediëntenOvenschaal2200-22030-60
Kip, 1,3 kg, ongevuldOpen vorm2200-22060-70
Kleine kipdelen, à 250 gOpen vorm3220-23030-35
Gans, niet gevuld, 3 kgOpen vorm2170-190120-140
Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kgOpen vorm1180-200140-160
Runderfilet, medium, 1 kgOpen vorm3210-22045-55
Gestoofd rundvlees, 1,5 kgGesloten servies2200-220100-120 ²
Rosbief, medium, 1,5 kgOpen vorm2200-22060-70
Hamburger, 3-4 cm hoogRooster43 ³25-30 ⁴
Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kgOpen vorm2170-19070-80 ⁵
Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forelRooster2220-25 ⁴

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

26.5 YoghurtYoghurt maken
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.1. De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte nemen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

1 Het apparaat voorverwarmen.

2 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen

3 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.

4 De braadslede onder het rooster inschuiven.

5 Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.

31

Pagina 32

nl Zo lukt het

Yoghurt

GerechtAccessoires / vormenInschuifhoogteVerwar-mingsmethode /
Functie
Temperatuur in °CTijdsduur, minuten
YoghurtKopje / glasBodem van de binnenruimte-4-5 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

26.6 Testgerechten

Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.

Bakken

Houd deze informatie aan bij het bereiden van testgerechten.

Algemene aanwijzingen

De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.

Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.

Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.

Bakplaat: hoogte 1

Vormen op het rooster: eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1

Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus: Bakplaat: hoogte 5

Braadslede: hoogte 3

Bakplaat: hoogte 1

Bakken met twee springvormen:

Wanneer uw apparaat op meerdere niveaus kan bereiden, plaats dan de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.

Inschuifhoogtes

Inschuifhoogtes bij het bakken op één niveau: Braadslede/bakplaat, hoogte 3

Vormen op het rooster: hoogte 2

Opmerking: Gebak op bakblikken of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.

Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus: Braadslede: hoogte 3

Bakken

GerechtAccessoires / vormenInschuifhoogteVerwarmings-methodeTemperatuur in °CTijdsduur, minuten
SpritskoekjesBraadslede3140-15030-40
SpritskoekjesBraadslede3140-15030-40
Sprits, 2 niveausBraadslede +
Bakplaat
3+1140-150 ¹30-45
Sprits, 3 niveaus2x
Bakplaat +
Braadslede
5+3+1130-140 ¹40-55

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

1 Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om voor te verwarmen.

32

← pagina's 6–18verder op pagina 33 →Inhoud