Bosch HLN39A060U, tekst van de handleiding
Pagina's 19–32 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 6–18verder op pagina 33 →
Pagina 19
Tijdfuncties nl
- 2. De gewenste temperatuur met de temperatuurknop instellen.
Na enkele seconden start het snel voorverwarmen. Als het snel voorverwarmen eindigt, klinkt een signaal en dooft de indicatie voor voorverwarmen.
- 3. Een geschikte verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
17 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
17.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de toets de verschillend tijdfuncties kiezen.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Wanneer voor de werking een tijdsduur werd ingesteld, dan houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kan men een tijd instellen, waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip eindigt. |
| Tijd | Tijd instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
17.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. De timer kan bij in- of uitgeschakeld apparaat worden ingesteld tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld. De timer heeft een eigen signaal zodat men kan horen of de timer of een tijdsduur is verstreken.
Opmerking: De time en een tijdsduur kunnen niet tegelijk lopen. Wanneer er al een tijdsduur is ingesteld, dan kan de timer niet worden ingesteld.
- 1. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Stel de timertijd in met de knop of .
| Knop | Aanbevolen waarde |
|---|---|
| 5 minuten | |
| 10 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
Tot 10 minuten kan de timertijd worden ingesteld in stappen van 30 seconden. Daarna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is. Na enkele seconden start de timer en loopt de timertijd af.
Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een signaal en op het display staat de timertijd op nul.
- 3. Na het verstrijken van de timertijd:
- Druk op een willekeurige toets om de timer uit te schakelen.
Timer wijzigen
De timertijd kan te allen tijde worden gewijzigd.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De timertijd met de toets of wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Timer afbreken
De timertijd kan te allen tijden worden afgebroken.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De timertijd met de toets weer op nul zetten. Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen en gaat uit.
17.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kan tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.
Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Met de toets of de tijdsduur instellen.
| Extra programma | Aanbevolen waarde |
|---|---|
| 10 minuten | |
| 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 3. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
- Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
- Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
De tijdsduur kan te allen tijde worden gewijzigd.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De tijdsduur met de knop of wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
De tijdsduur kan te allen tijde worden afgebroken.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De tijdsduur met de knop weer op nul zetten. Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en wordt zonder tijdsduur verder opgewarmd.
Pagina 20
nl Kinderslot
17.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kan tot 23 uur en 59 minuten worden verschoven.
Opmerkingen
Bij verwarmingsmethoden met grillfunctie kan het einde niet worden ingesteld.
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, het einde niet meer verschuiven als de werking eenmaal is gestart.
Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Druk op knop of .
Op het display wordt het berekende einde weergegeven.
- 3. Het einde met de knop of verschuiven.
Na enkele seconden neemt het apparaat de instelling over en het display toont het ingestelde einde. Als de berekende starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
- Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
- Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Eindtijd veranderen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kan het ingestelde einde alleen worden gewijzigd als de werking start en de tijdsduur verstrijkt.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de knop of verschuiven.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Einde afbreken
Het ingestelde einde kan te allen tijde worden gewist.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de knop naar de actuele tijd plus ingestelde tijdsduur terugzetten.
Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en begint het apparaat op te warmen. De tijdsduur loopt af.
17.5 Tijd instellen
Na het aansluiten van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.
te
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand staan.
- 1. Stel de tijd in met of .
- 2. Druk op .
Het display toont de ingestelde tijd.
18 Kinderslot
Het apparaat beveiligen, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.
Opmerking: Na een stroomonderbreking is het kinderslot niet meer actief.
18.1 Kinderslot activeren en deactiveren
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- Om het kinderslot te activeren, de toets ingedrukt houden tot op het display verschijnt.
- Om het kinderslot te deactiveren, de toets ingedrukt houden tot op het display dooft.
19 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
19.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat de verschillende oppervlakken van het apparaat niet beschadigd raken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen agressieve of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Gebruik geen speciale reinigingsmiddelen wanneer het apparaat nog warm is.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik geen ovenreiniger in de warme binnenruimte.
Pagina 21
Reiniging en onderhoud nl
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat. Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.
"Reiniging van het apparaat", Pagina 22
Apparaat
| Oppervlak Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|
| RVS Warm zeepsop Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken | Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Email, kunststof, Warm zeepsop gelakte of van zeefdruk voorziene oppervlakken bijv. bedieningspaneel | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Knoppen Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Niet afnemen en niet schuren. |
| Kookplaat van Glaskeramiek-reiniglaskeramiek gingsmiddel | Houd de reinigingsinstructies aan die op de verpakking van het reinigingsmiddel zijn vermeld. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Ovenlade Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Apparaatbedekking | |
| Gebied Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de Warm zeepsop deur | Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. "Apparaatdeur", Pagina 24 |
| Deurafscherming Van roestvaststaal: RVS-reiniger: Van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het deksel. "Apparaatdeur", Pagina 24 |
| Deurgreep Warm zeepsop | Om hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen. |
| Deurafdichting Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
| Deurbeveiliging Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen. Verwijder voor de reiniging het kinderslot. "Deurbeveiliging", Pagina 9 |
| Kookplaat | |
| Gebied Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Geëmailleerde op- Warm zeepsop pervlakken Azijnwater Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Om ervoor te zorgen dat de kookplaat nat het reinigen kan drogen, de apparaatbedekking open laten. |
Pagina 22
nl Reiniging en onderhoud
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Opmerkingen Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. Door resten van voedingsmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. | ||
| Zelfreinigende oppervlakken | - | Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden. |
| Glazen kapje op de ovenlamp | Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | Warm zeepsop | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons. Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen. "Rekjes", Pagina 23 |
| Toebehoren | Warm zeepsop Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
19.2 Reiniging van het apparaat
Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorkomen, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.
"Reinigingsmiddelen", Pagina 20
- 1. Reinig het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 21
- 2. Drogen met een zachte doek.
19.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken leiden.
- De bedieningsknop er niet aftrekken voor het schoonmaken.
- Gebruik geen natte vaatdoekjes.
- 1. De informatie over de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- 2. Met een vochtig vaatdoekje en heet zeepsop reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
19.4 Mogelijke vlekken
Om deze vlekken te vermijden, de kookplaat met vochtig schoonmaakdoekje reinigen en met een doek nadrogen.
| Schade | Oorzaak | Maatregel |
|---|---|---|
| Vlekken | Resten van kalk en water | Reinig de kookplaat pas wanneer deze is afgekoeld. Een geschikt reinigingsmiddel voor kookplaten van glaskeramiek gebruiken. |
| Vlekken | Suiker, rijstzetmeel of kunststof | Direct reinigen. Gebruik een schraper. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
19.5 Kookplaat reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten niet inbranden.
Vereiste: De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de kookplaat niet afkoelen.
- 1. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat.
- 2. Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor glaskeramiek.
Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van het reinigingsmiddel aan.
Pagina 23
Reinigingsondersteuning nl
Tips
Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken.
Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat in een goede conditie.
19.6 Kookplaatrand reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.
Opmerking: Geen schraper gebruiken.
- 1. De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop en een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwassen.
- 2. Droog na met een zachte doek.
20 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning verdampt zeepsop en maakt op deze manier het vuil los. Zo kan vuil gemakkelijker worden verwijderd.
20.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste: De binnenruimte dient volledig afgekoeld te zijn.
- 1. Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
- 2. Een druppel afwasmiddel met 0,4 l water mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
- 3. Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode Onderwarmte in.
- 4. Met de temperatuurknop 80 °C instellen.
- 5. zo vaak indrukken tot op het display is gemarkeerd.
- 6. De duur met of op 4 minuten instellen.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 7. Schakel het apparaat uit en laat het ca. 20 minuten afkoelen.
20.2 Binnenruimte na gebruik reinigen
LET OP
Als de binnenruimte te lang vochtig blijft, ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 3. Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte doek. Met schoon water afnemen en met een zachte doek ook onder de deurafdichting droogwrijven.
- 4. Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
- Om de binnenruimte te laten afkoelen, de deur van het apparaat in ca. 30° grendelstand ca. 1 uur openen.
- Om de binnenruimte sneller te drogen, het apparaat met geopende deur ca. 5 minuten met 3D-hetelucht en 50 °C opwarmen.
21 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen kunnen deze worden verwijderd.
21.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes kunnen zeer heet zijn.
- Raak de rekjes nooit aan wanneer ze heet zijn.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Houd kinderen op een veilige afstand.
- 1. Het rekje aan de voorkant naar boven tillen en losmaken.
Pagina 24
nl Apparaatdeur
- 2. Daarna het hele rekje naar voren drukken en verwijderen.
21.2 Rekjes inhangen
- 1. Het rekje eerst in de achterste bus steken, iets naar achteren drukken
- 2. en in de voorste bus steken.
De rekjes passen links en rechts. De inschuifhoogten 1 en 2 bevinden zich onder, de inschuifhoogten 3, 4 en 5 boven.
22 Apparaatdeur
Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de apparaatdeur van buiten en van binnen sterk is verontreinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en reinigen.
22.1 Deurscharnieren
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Zorg ervoor dat wanneer u de apparaatdeur opent dat de blokkeerhendels volledig gesloten of volledig geopend zijn.
- 1. De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt dan is de ovendeur beveiligd.
Deze kan dan niet worden verwijderd.
Pagina 25
Apparaatdeur nl
- 2. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn dan zijn de scharnieren beveiligd.
De scharnieren kunnen niet dichtklappen.
22.2 Apparaatdeur verwijderen
- 1. De ovendeur volledig openen.
- 2. De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier opklappen.
- 3. De ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en eruit trekken.
glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Gebruik handschoenen.
- 1. De ovendeur verwijderen.
"Apparaatdeur verwijderen", Pagina 25
- 2. Met de greep naar onderen op een doek leggen.
- 3. Voor het demonteren van de bovenste afdekking de ovendeur links en rechts met de vingers het lipje indrukken. De afdekking er uit trekken en verwijderen.
- 4. Bovenste ruit optillen en er uit trekken.
- 5. De ruit optillen en er uit trekken.
22.3 Deurruiten verwijderen
Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de ovendeur demonteren.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het
22.4 Deurruiten inbouwen
Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right above" niet ondersteboven staat.
Pagina 26
nl Apparaatdeur
- 1. De ruit schuin naar achteren inschuiven.
- 2. De bovenste ruit vasthouden aan de beide grepen en schuin naar achteren inschuiven.
De ruit in de beide openingen aan de onderkant invoeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan de buitenkant bevinden.
- 3. De afscherming op de bovenkant van de ovendeur plaatsen en aandrukken.
De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.
- 4. Ovendeur inhangen.
"Apparaatdeur inhangen", Pagina 26
Opmerking: De oven pas gebruiken als de ruiten correct zijn ingebouwd.
22.5 Apparaatdeur inhangen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een scharnier kan plotseling dichtklappen.
- In dit geval niet aan het scharnier vasthouden. Neem contact op met de klantenservice.
- 1. Let er bij het inhangen van de ovendeur op dat beide scharnieren in de openingsrichting worden ingevoerd.
- 2. De keep op het scharnier moet aan beide zijden inklikken.
- 3. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen.
- 4. Apparaatdeur sluiten.
22.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de ovendeur
Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn extra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale accessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet worden.
- Houd kinderen in het oog wanneer de oven in gebruik is.
Pagina 27
Storingen verhelpen nl
23 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 29
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld.
- Schakel de zekering in de meterkast uit.
- Neem contact op met de klantenservice.
23.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▸ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▸ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Het apparaat schakelt na het verstrijken van een tijdsduur niet volledig uit. | Na het verstrijken van een tijdsduur houdt het apparaat op met verwarmen. Ovenlamp en koelventilator schakelen niet uit. Bij verwarmingsmethoden met circulatielucht blijft de ventilator in de achterwand van het apparaat draaien. ▸ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Het apparaat is uitgeschakeld. Ovenlamp en ventilator in de achterwand zijn uitgeschakeld. De koelventilator schakelt automatisch uit, zodra het apparaat is afgekoeld. |
| Op het display knippert de tijd. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Tijd opnieuw instellen. "Tijd instelen", Pagina 20 |
| Op het display brandt en het apparaat kan niet worden ingesteld. | Kinderbeveiliging is geactiveerd. ▸ Het kinderslot met deactiveren. "Kinderslot", Pagina 20 |
| Op het display verschijnt een melding met , bijv. - . | Storing in de elektronica 1. indrukken. ▸ Stel eventueel de tijd opnieuw in. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding. 2. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding weer verschijnt. Vermeld de exacte foutmelding en het E-Nr. van uw apparaat volledig. "Servicedienst", Pagina 29 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
23.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Er brandt geen enkele indicatie. | De stroomtoevoer is onderbroken. ▸ Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomstoring. |
| Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten. ▸ Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
27
Pagina 28
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Er brandt geen enkele indicatie. | Storing in de elektronica ▸ Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in. |
| De indicaties knipperen. | Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp. ▸ Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. |
| De indicatie - knippert in de kookzone-indicaties. | Er is een storing opgetreden in de elektronica. ▸ Dek om de storing te bevestigen het bedieningsveld kort met de hand af. |
| , | De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld. ▸ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken. |
| , , , , | De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld. ▸ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken. |
| + vermogensstand en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica oververhit raken. ▸ Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voortzetten. |
| en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld. ▸ Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken. |
| / | De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgeschakeld. ▸ Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone opnieuw in. |
| De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik. ▸ Individuele veiligheidsuitschakeling is ingeschakeld. Voor het instellen van de kookzone een willekeurige toets aanraken en het display uitschakelen. | |
| / | De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied. ▸ Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
23.3 Waarschuwing
Opmerkingen
Wanneer op het display verschijnt, de knop van de betreffende kookzone ingedrukt houden en de storingscode aflezen.
Wanneer de storingscode niet in de volgende tabel staat, de kookplaat loskoppelen van het elektriciteitsnet, 30 seconden wachten en de kookplaat weer aansluiten. Verschijnt de indicatie opnieuw, neem dan contact op met de servicedienst en geef de exacte storingscode op.
Wanneer een fout optreedt, dan schakelt het apparaat niet naar de spaarstand.
Om de elektrische onderdelen van het apparaat te beschermen tegen oververhitting of stroomstoten, kan het vermogensniveau van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht.
23.4 Normaal geluid van uw apparaat
Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilatorgeluiden of ritmische geluiden.
23.5 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 40 - 43 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in speciaalzaken. Gebruik alleen deze lampen. Pak nieuwe halogeenlampen alleen met een schone, droge doek vast. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder spanning.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
Vereisten
Het apparaat is losgekoppeld van het stroomnet. De binnenruimte is afgekoeld.
Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. Om schade te vermijden een theedoek in de binnenruimte leggen.
- 2. De glazen afscherming naar links draaien.
Pagina 29
Transporteren en afvoeren nl
- 3. Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit.
- 4. De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
- 5. Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
- 6. Het glazen kapje erin schroeven.
- 7. De theedoek uit de binnenruimte verwijderen.
- 8. Het apparaat op het stroomnet aansluiten.
24 Transporteren en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor transport. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
24.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
24.2 Transporteren van het apparaat
Bewaar de originele verpakking van het apparaat. Transporteer het apparaat alleen in de originele verpakking. Let op de transportpijlen op de verpakking.
- 1. Bevestig alle beweegbare onderdelen in en op het apparaat met plakband, dat zonder sporen verwijderd kan worden.
- 2. Schuif alle toebehoren zoals de bakplaat met een dunne strook karton aan beide zijden in de vakken om beschadiging van het apparaat te voorkomen.
- 3. Leg karton of iets dergelijks tussen de voorzijde van de bakplaat en de achterzijde van de deur om te voorkomen dat de bakplaat tegen de binnenzijde van de glazen deur stoot.
- 4. Bevestig de deur en, indien aanwezig, de bovenste afdekking met plakband aan de zijden van het apparaat.
Wanneer de originele verpakking niet meer beschikbaar is
- 1. Om voldoende bescherming tegen eventuele transportschade te waarborgen, het apparaat in beschermende verpakking verpakken.
- 2. Het apparaat rechtop transporteren.
- 3. Houd het apparaat niet aan de deurgreep of aan aansluitingen op de achterzijde vast, omdat deze dan beschadigd kunnen raken.
- 4. Leg geen zware voorwerpen op het apparaat.
25 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De informatie conform verordening (EU) 65/2014, (EU) 66/2014 en (EU) 2023/826 vindt u online op www.bosch-home.com op de productpagina en de serv-
29
Pagina 30
nl Zo lukt het
icepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.
25.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
26 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
Gedetailleerde baktabellen voor uw apparaat en tips voor het bakken met uw apparaat vindt u in de handleiding op het internet:
www.bosch-home.com
26.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerechten.
Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Kies eerst de lagere waarde.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
Let erop dat u de accessoires op de juiste manier er in schuift.
26.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoogtes.
| Bakken op één niveau | Hoogte |
|---|---|
| rijzende deegwaren/gebak resp. vorm op het rooster | 2 |
| platte deegwaren/gebak resp. in bakblik | 2 - 3 |
| Bakken op meerdere niveaus | Hoogte |
| Braadslede Bakplaat | 3 1 |
| Vormen op het rooster: eerste rooster tweede rooster | Hoogte 3 1 |
| Bakken op drie niveaus | Hoogte |
| Bakblikken Braadslede Bakblikken | 5 3 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
Opmerkingen
Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete lucht. Gerechten die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. In een dergelijk geval kunt u het product dat klaar is uit de oven halen en het andere bakblik verder laten bereiden. Indien nodig kunt u de positie en richting van de bakblikken wijzigen.
Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte. Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u energie besparen.
Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
26.3 Aanwijzingen voor het braden en grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
LET OP
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten niet direct op het rooster.
Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van de opgegeven tijd.
Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de vorm. Zorg ervoor dat de bodem van de vorm met ca. 1-2 cm vloeistof bedekt is.
Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt. Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog. Zout steaks pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
Pagina 31
Zo lukt het nl
26.4 Selectie van gerechten
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans- of rechthoekige vorm | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| Cake, eenvoudig, 2 niveaus | Krans- of rechthoekige vorm | 3+1 | 140-160 | 60-80 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-180 | 70-90 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 160-170 | 35-45 | |
| Cakerol | Braadslede | 2 | 170-190 ¹ | 15-20 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 2 | 160-180 | 60-90 | |
| Muffins | Muffinplaat op het rooster | 2 | 170-190 | 20-40 | |
| Kleine bakwaren, met gist | Braadslede | 3 | 150-170 | 25-35 | |
| Koekjes | Braadslede | 3 | 140-160 | 20-30 | |
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 130-150 | 25-35 | |
| Koekjes, 3 niveaus | 2x Bakplaat + Braadslede | 5+3+1 | 130-150 | 30-40 | |
| Brood, 1000 g, in rechthoekige vorm en op de plaat | Braadslede of Langwerpige bakvorm | 2 | 200-220 | 35-50 | |
| Pizza, vers | Braadslede | 3 | 170-190 | 20-30 | |
| Pizza, vers, dunne bodem | Braadslede | 2 | 250-270 ¹ | 15-25 | |
| Quiche, Zwitserse taart | Taartvorm | 2 | 190-210 | 35-45 | |
| Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediënten | Ovenschaal | 2 | 200-220 | 30-60 | |
| Kip, 1,3 kg, ongevuld | Open vorm | 2 | 200-220 | 60-70 | |
| Kleine kipdelen, à 250 g | Open vorm | 3 | 220-230 | 30-35 | |
| Gans, niet gevuld, 3 kg | Open vorm | 2 | 170-190 | 120-140 | |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 180-200 | 140-160 | |
| Runderfilet, medium, 1 kg | Open vorm | 3 | 210-220 | 45-55 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten servies | 2 | 200-220 | 100-120 ² | |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 200-220 | 60-70 | |
| Hamburger, 3-4 cm hoog | Rooster | 4 | 3 ³ | 25-30 ⁴ | |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 170-190 | 70-80 ⁵ | |
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Rooster | 2 | 2 | 20-25 ⁴ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
| 26.5 Yoghurt | Yoghurt maken |
| Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken. | 1. De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte nemen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
1 Het apparaat voorverwarmen.
2 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
3 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
4 De braadslede onder het rooster inschuiven.
5 Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
31
Pagina 32
nl Zo lukt het
- 2. 1 liter melk met 3,5 % vetgehalte op 90°C verwarmen op de kookplaat en tot 40°C laten afkoelen. Houdbare melk slechts tot 40°C opwarmen.
- 3. 30 g yoghurt op koelkasttemperatuur door de melk roeren.
- 4. De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen met deksel.
- 5. De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfolie.
- 6. Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte.
- 7. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
- 8. De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Yoghurt
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode / Functie | Temperatuur in °C | Tijdsduur, minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Yoghurt | Kopje / glas | Bodem van de binnenruimte | - | 4-5 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
26.6 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testgerechten.
Algemene aanwijzingen
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
Bakplaat: hoogte 1
Vormen op het rooster: eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus: Bakplaat: hoogte 5
Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:
Wanneer uw apparaat op meerdere niveaus kan bereiden, plaats dan de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op één niveau: Braadslede/bakplaat, hoogte 3
Vormen op het rooster: hoogte 2
Opmerking: Gebak op bakblikken of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus: Braadslede: hoogte 3
Bakken
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur, minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Spritskoekjes | Braadslede | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Spritskoekjes | Braadslede | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 140-150 ¹ | 30-45 | |
| Sprits, 3 niveaus | 2x Bakplaat + Braadslede | 5+3+1 | 130-140 ¹ | 40-55 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
1 Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om voor te verwarmen.
32