Bosch HMG636RS1, tekst van de handleiding
Pagina's 15–26 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–14verder op pagina 27 →
Pagina 15
Snel voorverwarmen nl
- Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
- In werking stellen met .
- Op het display verschijnen de instellingen, de looptijd, de ringlijn en de opwarmlijn.
8.4 Werking onderbreken of afbreken
U kunt de werking kort onderbreken en weer voortzetten. Breekt u de werking volledig af, dan worden de instellingen gereset.
- 1. Om de werking kort te onderbreken:
‒ Kort op drukken.
‒ Om de werking voort te zetten, op drukken.
- 2. Op de werking af te breken, ca. 3 seconden ingedrukt houden.
- De werking wordt afgebroken en alle instellingen worden gereset.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, stelt het een functie voor, bijv. verwamingsmethoden.
- 1. Kiest u liever een andere dan de voorgestelde functie, druk dan op .
- De keuzelijst met de functies verschijnt.
→ "Functies", Pagina 11
- 2. Op de gewenste functie drukken.
- 3. Om andere opties in te stellen, drukt u op de betreffende tekstvelden.
- 4. De waarde met de bedieningsring veranderen.
- 5. In werking stellen met .
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
Vereiste: De functie "Verwarmingsmethoden" is gekozen.
- 1. Druk op de gewenste verwarmingsmethode. Is de verwarmingsmethode niet te zien in de touchdisplays, blader dan met de bedieningsring door de keuzelijst.
- De temperatuur is wit gemarkeerd.
- 2. De temperatuur met de bedieningsring instellen.
- 3. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display staat de tijd, hoelang het programma al loopt en de doeltemperatuur.
- 4. Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
Tip: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
Opmerking: U kunt aan het apparaat de duur en het einde van de werking instellen.
→ "Tijdfuncties", Pagina 16
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Op "Verwarmingsmethoden" drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
- De temperatuur wordt direct overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.
- 1. Op drukken.
- Indien aanwezig, wordt informatie gedurende enkele seconden weergegeven.
- 2. Bij langere teksten bladeren met de bedieningsring.
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kunt u bij ingestelde temperaturen vanaf 100 °C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de functie snel voorverwarmen gebruiken:
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100°C instellen.
- 2. Op "Snel voorverwarmen" drukken.
- In het tekstveld staat "Aan".
Pagina 16
nl Tijdfuncties
- 3. In werking stellen met .
- Het snel voorverwarmen start.
- Als het snel voorverwarmen eindigt, weerklinkt een signaal. In het tekstveld staat "Uit".
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Snel voorverwarmen afbreken
- Op "Snel voorverwarmen" drukken.
- In het tekstveld staat "Uit".
10 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
10.1 Overzicht van de tijdfuncties
Bij de werking kunt u duur en einde instellen. De wekker kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De wekker kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de duur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
10.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Op drukken.
- Het symbool is rood verlicht.
- 2. De wekkertijd instellen met de bedieningsring.
- 3. De wekker met starten.
Na enkele seconden start de wekker ook automatisch.
- De wekkertijd loopt af.
- Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, blijft de wekker op het display staan.
- Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellingen van de lopende werking op het display. Om de wekkertijd enkele seconden weer te geven, op drukken.
- Als de wekkertijd is verstreken, klinkt er een signaal. Het rode symbool verdwijnt.
- 4. Wanneer de timertijd is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een wekkertijd in te stellen op drukken en de wekkertijd met de bedieningsring instellen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. De wekkertijd met de bedieningsring wijzigen.
- 3. Met bevestigen.
Wekker afbreken
U kunt de wekkertijd altijd afbreken.
- 1. Op drukken.
- 2. De wekkertijd met de bedieningsring op nul terugzetten.
- 3. Met bevestigen.
- Het rode symbool verdwijnt.
10.3 Tijdsduur instellen
De duur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minuten instellen.
Vereiste: Een werking en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Op "Tijdsduur" drukken.
- 2. Met de bedieningsring de tijdsduur instellen.
| Draairichting | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| Links | 10 minuten |
| Rechts | 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten. De eindtijd wordt automatisch berekend.
- 3. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur met de bedieningsring instellen.
‒ Om de werking zonder tijdsduur voor te zetten, met starten.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de duur altijd afbreken.
- 1. Op "Tijdsduur" drukken.
- 2. De tijdsduur met de bedieningsring op nul terugzetten.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
- Het apparaat zet de functie zonder tijdsduur voort.
Pagina 17
Magnetron nl
10.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23 uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
- Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart.
- Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
- Een werking en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Op "Einde" drukken.
- 2. Het einde met de bedieningsring verplaatsen. Het einde kan na het starten niet meer worden gewijzigd.
- 3. In werking stellen met .
- Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
- Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur met de bedieningsring instellen.
‒ Om de werking zonder tijdsduur voor te zetten, met starten.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde en de duur altijd wissen.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Om de werking zonder tijdsduur en einde voort te zetten, met starten.
11 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien. U kunt de magnetron alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.
11.1 Vormen en accessoires met magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u alleen geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw vormen in acht.
Indien niet anders aangegeven, de vormen en accessoires inschuiven op hoogte 2.
Geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires | Aanwijzingen |
|---|---|
| Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: • Glas • Glaskeramiek • Porselein • Temperatuurbestendig kunststof • Volledig geglaceerd keramiek zonder barsten | Deze materialen laten microgolven door en worden niet beschadigd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
| Vormen en accessoires | Aanwijzingen |
|---|---|
| Serveervormen | U hoeft uw gerechten niet om te vullen. Opmerking: Vormen met gouddecor of zilverdecor alleen gebruiken als de fabrikant de geschiktheid voor gebruik in de magnetron garandeert. |
| Meegeleverd rooster | Alleen het meegeleverde rooster is voor het zuivere gebruik met magnetron geschikt. Opmerking: Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat, kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt. |
| Niet geschikt voor de magnetron Opmerking: Neem de gegevens over het vermijden van materiële schade in acht. → "Magnetron", Pagina 7 | |
| Vormen en accessoires | Aanwijzingen |
| Vormen en bakvormen van metaal | Metaal laat geen microgolven door. Hierdoor worden de gerechten niet of nauwelijks opgewarmd. Opmerking: Metaal kan bij het zuivere magnetrongebruik vonken vormen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Vormen en accessoires met CombiSpeed
Door de combinatie van magnetron en een verwarmingsmethode zijn voor vormen en accessoires van metaal mogelijk.
Pagina 18
nl Magnetron
| Vormen en accessoires | Aanwijzingen |
|---|---|
| Vormen en bakvormen van metaal | Met CombiSpeed kan metaal worden gebruikt. Opmerking: Voorwerpen die metaal bevatten dienen minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd te zijn. |
| Meegeleverde accessoires: • Rooster • Braadslede • Bakplaat | De meegeleverde accessoires zijn voor de CombiSpeed geschikt. Er vormen zich geen vonken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Als u niet zeker bent of uw vormen geschikt zijn voor het gebruik in de magnetron, voert u een test van de vormen uit.
LET OP!
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op de maximale vermogensstand.
- 3. In werking stellen.
- 4. De vorm meerdere keren controleren:
‒ Wanneer de vorm koud of handwarm blijft, dan is deze geschikt voor de magnetron.
‒ Wanneer de vorm heet wordt of als r vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
11.2 Magnetron instellen
Opmerkingen
- Zorg voor de juiste omgang met de magnetron:
- → "Veiligheid", Pagina 2
- → "Materiële schade vermijden", Pagina 7
- → "Magnetronvermogen", Pagina 12
- → "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 17
- Om condensaat te vermijden, schakelt bij de magnetronvermogens 600 watt en max. het apparaat automatisch een verwarmingselement in. De binnenruimte en het toebehoren worden heet. Het bereidingsresultaat wordt hierdoor niet beïnvloed.
Deze droogfunctie kunt u in de basisinstellingen uitschakelen.
→ "Basisinstellingen", Pagina 24
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de magnetronfunctie schakelt automatisch een verwarmingselement bij en verhit de binnenruimte.
- Raak nooit de hete oppervlakken in de binnenruimte of de verwarmingselementen aan.
- Houd kinderen uit de buurt.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Magnetron" drukken.
- 3. Toets voor het gewenste magnetronvermogen indrukken.
- 4. Met de bedieningsring de tijdsduur instellen.
- 5. In werking stellen met .
- De magnetron start en de tijdsduur loopt af. De opwarmlijn verschijnt niet.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 6. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Indien nodig opnieuw een magnetronvermogen en een tijdsduur instellen.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
- 7. Als u de droogfunctie voor de magnetron in de basisinstellingen hebt uitgeschakeld, de binnenruimte drogen.
→ "Drogen", Pagina 28
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Als u de ovendeur sluit, moet u de werking met voortzetten. Heeft u de basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er dan voor dat de magnetron niet verder loopt terwijl hij leeg is.
→ "Basisinstellingen", Pagina 24
Magnetronvermogen wijzigen
Als u het magnetronvermogen wijzigt, blijft de ingestelde tijdsduur behouden.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Toets voor het gewenste magnetronvermogen indrukken.
- 3. De werking met voortzetten.
Tijdsduur wijzigen
Na het starten van de magnetronwerking kunt u de tijdsduur direct wijzigen.
- De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Pagina 19
Braadthermometer nl
11.3 CombiSpeed
Om de bereidingsduur te verkorten, kunt u sommige verwarmingsmethoden in combinatie met de magnetron gebruiken.
Mogelijke verwarmingsmethoden zijn:
4D hete lucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Grill, groot
- Grill, klein
Mogelijke magnetronvermogens zijn: 90 watt
180 watt
360 watt
CombiSpeed instellen
Opmerking:
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: → "Veiligheid", Pagina 2 → "Materiële schade vermijden", Pagina 7 → "Magnetronvermogen", Pagina 12 → "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 17
- 1. Op drukken.
- 2. Op "CombiSpeed" drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Toets voor het gewenste magnetronvermogen indrukken.
- 5. De temperatuur met de bedieningsring instellen.
- 6. Op tijdsduur drukken en de tijdsduur met de bedieningsring instellen.
- 7. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 8. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Indien nodig opnieuw een combinatie instellen. ‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de magnetronwerking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Tijdsduur wijzigen
Na het starten van de magnetronwerking kunt u de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op "Tijdsduur" drukken.
- 2. De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Combinatie wijzigen
Als u de combinatie uit verwarmingsmethode en magnetronvermogen wijzigt, worden alle andere instellingen teruggezet.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Verwarmingsmethode of magnetronvermogen wijzigen.
‒ Om het magnetronvermogen te wijzigen, op magnetron drukken en het magnetronvermogen wijzigen.
‒ Om de verwarmingsmethode te wijzigen, op verwarmingsmethode drukken en de verwarmingsmethode wijzigen. Daarna het magnetronvermogen instellen.
- 3. De werking met voortzetten.
12 Braadthermometer
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een braadthermometer in te steken en een kerntemperatuur in te stellen. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te werken.
12.1 Geschikte verwarmingsmethoden met braadthermometer
Voor het gebruik met de braadthermometer zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Wanneer de braadthermometer in de binnenruimte is geplaatst, staan de volgende verwarmingsmethoden ter beschikking.
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Hetelucht Eco
- Boven-/onderwarmte Eco
- Circulatiegrillen
- Pizzastand
12.2 Braadthermometer in het vlees steken
Gebruik de meegeleverde braadthermometer of bestel een geschikte braadthermometer via onze servicedienst.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP!
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Gebruik geen gesloten vormen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Pagina 20
nl Braadthermometer
Als bij het gebruik met magnetron de punt van de braadthermometer niet volledig in het gerecht steekt, dan ontstaan er vonken.
- De braadthermometer volledig in het gerecht steken.
- 1. De braadthermometer in het gerecht steken. De braadthermometer heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat minstens het middelste meetpunt in het gerecht steekt.
| Dunne vleesstukken | Steek de braadthermometer opzij in de dikste plaats van het vlees. |
| Dikke vleesstukken | Steek de thermometer van boven schuin tot de aanslag in het vlees. |
| Gevogelte | De braadthermometer in de dikste plaats van de gevogelteborst steken tot de aanslag. Steek de braadthermometer schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. Het gevogelte draaien en met de borstzijde naar beneden op het rooster leggen. |
| Vis | Bij hele vis de braadthermometer achter de kop in de richting van de ruggengraat tot de aanslag insteken. De vis zonder hem te keren in de zwemstand op het rooster plaatsen, bijv. met een halve aardappel als steun. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
- 2. Het product samen met de braadthermometer in de binnenruimte plaatsen.
- 3. De aansluiting van de braadthermometer in de linkerbus in de binnenruimte steken.
Opmerkingen
- Verwijdert u de braadthermometer tijdens het gebruik, dan worden alle instellingen gereset.
- Wilt u het product keren, verwijder de braadthermometer dan niet. Controleer na het keren van het product of de braadthermometer nog goed in het gerecht zit.
12.3 Braadthermometer instellen
De braadthermometer meet de temperatuur in het binnenste van het product tussen 30°C en 99°C.
Vereisten
- Het product met de braadthermometer staat in de binnenruimte.
- De braadthermometer is in de binnenruimte gestoken.
- 1. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- De temperatuur van de binnenruimte is wit gemarkeerd.
- 2. De temperatuur van de binnenruimte met de bedieningsring instellen.
De temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C hoger instellen dan de kerntemperatuur.
De temperatuur van de binnenruimte niet hoger instellen dan 250°C.
- 3. Op "Kerntemperatuur" drukken.
- De kerntemperatuur is wit gemarkeerd.
- 4. De kerntemperatuur met de bedieningsring instellen.
- 5. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display staat de tijd, hoelang het programma al loopt en de kerntemperatuur.
- Links staat de actuele kerntemperatuur in het product, rechts staat de ingestelde, bijv. 15°C|75°C. De actuele kerntemperatuur verschijnt pas vanaf ca. 10°C. De opwarmlijn geeft ook de kerntemperatuur aan.
- Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display is de actuele kerntemperatuur gelijk aan de ingestelde kerntemperatuur, bijv. 75°C|75°C.
- 6. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Als de kerntemperatuur is bereikt:
‒ Het apparaat uitschakelen met .
‒ Neem de braadthermometer uit de aansluiting in de binnenruimte.
‒ Neem de braadthermometer uit het product en uit de binnenruimte.
Tip: U kunt de braadthermometer ook met een andere functie gebruiken. Zodra de braadthermometer is ingestoken, staan alleen nog de met braadthermometer mogelijke functies ter beschikking.
Temperatuur wijzigen
- 1. Na het starten van de werking is de kerntemperatuur wit gemarkeerd. U kunt de kerntemperatuur direct met de bedieningsring wijzigen.
- 2. Om de temperatuur van de binnenruimte te veranderen, op "Temperatuur" drukken en de temperatuur van de binnenruimte wijzigen met de bedieningsring.
Pagina 21
Assist nl
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Op "Verwarmingsmethoden" drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
12.4 Kerntemperatuur van verschillende levensmiddelen
Hier vindt u richtwaarden voor kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen.
De richtwaarden hangen af van de kwaliteit en de soort levensmiddelen. Gebruik geen diepvriesproducten.
| Gevogelte | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Kip | 80 - 85 |
| Kipfilet | 75 - 80 |
| Eend | 80 - 85 |
| Eendenborst, rosé | 55 - 60 |
| Kalkoen | 80 - 85 |
| Kalkoenfilet | 80 - 85 |
| Gans | 80 - 90 |
| Varkensvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Varkensnek | 85 - 90 |
| Varkensfilet, rosé | 62 - 70 |
| Varkensrug, doorbakken | 72 - 80 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
| Rundvlees | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Rosbief of rundvlees, kort gebakken | 45 - 52 |
| Rosbief of runderfilet, rosé | 55 - 62 |
| Runderfilet of rosbief, doorbakken | 65 - 75 |
| Kalfsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager | 75 - 80 |
| Gebraden kalfsvlees, schouder | 75 - 80 |
| Kalfsschenkel | 85 - 90 |
| Lamsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Lamsbout, rosé | 60 - 65 |
| Lamsbout, doorbakken | 70 - 80 |
| Lamsrug, rosé | 55 - 60 |
| Vis | Kerntemperatuur in °C |
| Vis, heel | 65 - 70 |
| Visfilet | 60 - 65 |
| Diversen | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden gehakt, alle vleessoorten | 80 - 90 |
| Gerechten opwarmen, regenereren | 65 - 75 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
13 Assist
Met de functie "Assist" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
13.1 Vormen
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
- Licht gekleurd, glanzend aluminium
- Niet geglazuurde klei
- Kunststof of kunststof grepen
Opmerking: Bij sommige gerechten schakelt het apparaat de magnetron in. Er verschijnt een aanwijzing op het display dat een voor de magnetron geschikte vorm dient te worden gebruikt.
→ "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 17
13.2 Instellingen van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat verschillende instellingen.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
- Geschikte inschuifhoogte
- Geschikte accessoires of vormen
- Toevoegen van vloeistof
- Tijdstip voor het keren of omroeren Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op"Tip" of om de informatie op te roepen. Sommige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Pagina 22
nl Assist
Om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken, moet u bijkomend het gewicht instellen. Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in. Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode vast vooringesteld. Het display toont de verwarmingsmethode.
De vooringestelde temperatuur en de duur kunt u aanpassen.
Braadthermometer
Bij sommige gerechten kunt u de braadthermometer gebruiken.
Als de braadthermometer is ingebracht, kunt u enkel gerechten selecteren die met de braadthermometer mogelijk zijn. Bij elk gerecht krijgt u adviezen over de verwarmingsmethode, de temperatuur en de kerntemperatuur. De temperatuur en de kerntemperatuur kunt u aanpassen.
→ "Braadthermometer", Pagina 19
Baksensor
Sommige gerechten bakt het apparaat automatisch met baksensor.
Op het display verschijnt . U hoeft verder geen instellingen in te voeren.
Neem de informatie over de baksensor in acht. → "Gerechten met baksensor", Pagina 22
Magnetrongerechten
Bij enkele gerechten activeert het apparaat automatisch de magnetron. De bereidingstijd verkort hierdoor aanzienlijk.
Neem de informatie over de magnetron in acht. → "Magnetron", Pagina 17
13.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten ter beschikking staan, ziet u aan het apparaat als u de functie oproept.
De gerechten zijn in categorieën en eten ingedeeld.
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Brood, gebak | Gebak Klein gebak Koekjes Brood, broodjes Hartig gebak, pizza, quiche |
| Ovenschotels, soufflés | Ovenschotel, hartig, vers, gegaarde ingrediënten Lasagne, vers Gegratineerde aardappels, rauwe ingrediënten, vlak Ovenschotel, zoet, vers Soufflé in portievormen |
| Diepvriesproducten | Pizza Broodje Ovenschotels Aardappelproducten Vlees, gevogelte |
| Gevogelte | Kip Eend, gans Kalkoen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Vlees | Varkensvlees Rundvlees Kalfsvlees Lamsvlees Wildbraad Vleesgerechten |
| Vis | Vis |
| Bijgerechten, groente | Groente Aardappelen Rijst Granen |
| Gerechten ontdooien | Brood, broodjes Gebak Vlees, gevogelte Vis |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
13.4 Gerechten met baksensor
Als u een gerecht selecteert dat voor de baksensor geschikt is, regelt het apparaat het bakproces volledig automatisch.
De baksensor bewaakt het bakproces in de binnenruimte en het apparaat regelt de instellingen automatisch.
Volgende gerechten bakt het apparaat automatisch met baksensor.
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Brood, gebak | Gebak • Gebak in vormen • Gebak op de plaat (Vruchten)taart/taart Klein gebak • Bladerdeeggebak • Muffins • Gistdeeggebak Brood, broodjes • Broodje • Brood • Plat rond brood Hartig gebak, pizza, quiche • Hartig gebak, quiche • Pizza • Flammkuchen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Geschikte bakvormen
Om een optimaal bakresultaat te bereiken, gebruikt u donkere bakvormen van metaal.
LET OP!
Door siliconenvormen, afdekkingen, accessoires of folie die silicone bevatten kan de baksensor beschadigd raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt, kan er schade ontstaan.
- Gebruik geen vormen van silicone of silicone-houdende, folie, afdekkingen of accessoires.
- Nooit voorwerpen van silicone in de binnenruimte bewaren.
Pagina 23
Kinderslot nl
13.5 Gerecht instellen
Uw apparaat biedt u vele verschillende gerechten aan. Met de bedieningsring kunt u in de verschillende keuzelijsten bladeren.
Opmerking: Na de start kunt u het gerecht en de instellingen ervan niet meer veranderen of onderbreken.
Vereiste: Om de functie te starten, moet de binnenruimte afgekoeld zijn.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Assist" drukken.
- 3. Op de gewenste categorie drukken.
- 4. Op het gewenste eten drukken.
- 5. Op het gewenste gerecht drukken.
- Op het display verschijnen de instellingen bij het gerecht.
- Bij gerechten met baksensorfunctie verschijnen geen instellingen, er verschijnt een aanwijzing op de baksensor.
- 6. Indien nodig de instellingen aanpassen.
‒ Bij sommige gerechten kunt u de temperatuur en de tijdsduur aanpassen, bij sommige in de plaats hiervan het gewicht. Bij de baksensorfunctie regelt het apparaat de instellingen automatisch. ‒ Bij sommige gerechten kunt u bijkomend het einde verplaatsen.
→ "Einde instellen", Pagina 17
- 7. Om informatie over toebehoren en inschuifhoogte te verkrijgen, op "Tip" drukken.
- 8. In werking stellen met .
Opmerking: Open tijdens het gebruik met baksensor de apparaatdeur niet. Het bakresultaat zou niet meer kloppen en de baksensorfunctie wordt afgebroken.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Bij het gebruik met baksensor wordt geen tijdsduur weergegeven. Op het display staat de tijd hoe lang het apparaat al in werking is.
- Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op.
- 9. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Bij sommige gerechten kunt u indien gewenst nagaren.
→ "Nagaren", Pagina 23 ‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen met .
Nagaren
Bij sommige gerechten biedt het apparaat na het verstrijken van de bereidingsduur de functie nagaren aan. U kunt zo vaak nagaren als u wilt.
- 1. Als u niet wilt nagaren, op "Beëindigen" drukken en het apparaat met uitschakelen.
- 2. Om het gerecht na te garen, op "Nagaren" drukken.
- Op het display verschijnt een tijdsduur.
- 3. Indien nodig de duur met de bedieningsring wijzigen.
- 4. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Het apparaat warmt niet meer op. De aanwijzing voor het nagaren verschijnt opnieuw.
- 5. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Als u opnieuw wilt nagaren, op "Nagaren" drukken.
‒ Als het gerecht klaar is, op "Beëindigen" drukken en het apparaat met uitschakelen.
14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
14.1 Kinderslot activeren en deactiveren
U kunt het kinderslot activeren en deactiveren terwijl het apparaat in- of uitgeschakeld is.
- 1. Om het kinderslot te activeren, ca. 4 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
- Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat kan alleen met worden uitgeschakeld.
- Als het apparaat is ingeschakeld, brandt . Als het apparaat is uitgeschakeld, brandt niet.
- 2. Om het kinderslot te deactiveren, ca. 4 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
Pagina 24
nl Sabbatinstelling
15 Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur tot 74 uur instellen. Gerechten kunnen tussen 85 °C en 140 °C met boven- en onderwarmte worden warmgehouden zonder dat u het apparaat hoeft in of uit te schakelen.
15.1 Sabbatinstelling starten
Opmerkingen
- Wanneer u de apparaatdeur tijdens gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder.
- Na de start kunt u de sabbatinstelling niet meer wijzigen of onderbreken.
Vereisten
- De sabbatinstelling is in de basisinstellingen geactiveerd.
→ "Basisinstellingen", Pagina 24
- De functie "Verwarmingsmethoden" is gekozen.
- 1. Druk op "Sabbatinstelling".
Is de verwarmingsmethode niet te zien in de touchdisplays, blader dan met de bedieningsring door de keuzelijst.
- De temperatuur is wit gemarkeerd.
- 2. Stel de temperatuur in met de bedieningsring.
- 3. Druk op "Tijdsduur".
- 4. Stel de tijdsduur in met de bedieningsring.
Het einde kan niet worden verplaatst.
- 5. Start de werking met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. De tijdsduur staat op nul. Het apparaat houdt op met verwarmen en reageert weer zoals buiten de sabbatinstelling gebruikelijk is.
‒ Schakel het apparaat uit met .
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat automatisch uit.
16 Basisinstellingen
U kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften.
16.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Basisinstelling | Keuze |
|---|---|
| Taal | Zie de keuze op het apparaat. |
| Tijd | Tijd in 24 uursformaat. |
| Fabrieksinstelling | Terugzetten Niet resetten¹ |
| Geluidssignaal | Korte duur (30 seconden) Gemiddelde duur (1 minuut)¹ Lange duur (5 minuten) |
| Volume | 5 standen |
| Toetssignaal | Ingeschakeld Uitgeschakeld (geluid bij blijft)¹ |
| Helderheid display | 5 standen |
| Tijdsweergave | Uit Digitaal¹ Analoog |
| Verlichting | In gebruik uit In gebruik aan¹ |
| Automatisch voortzetten (alleen voor de functie magnetron) 1 Fabrieksinstelling (kan type afwijken) | Magnetron niet automatisch voortzetten¹ Bij deur sluiten afhankelijk van het apparaat- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
| Basisinstelling | Keuze |
|---|---|
| Werking na inschakelen | Hoofdmenu Verwarmingsmethoden¹ Magnetron CombiSpeed Assist |
| Waarschuwing magnetron-bakblik | Indicaties¹ Niet weergeven |
| Nachtverduistering | Uitgeschakeld¹ Ingeschakeld |
| Merklogo | Indicaties¹ Niet weergeven |
| Magnetron drogen | Ingeschakeld¹ Uitgeschakeld |
| Nalooptijdventilator | Aanbevolen¹ Minimaal |
| Sabbatinstelling 1 Fabrieksinstelling (kan type afwijken) | Ingeschakeld Uitgeschakeld¹ afhankelijk van het apparaat- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
16.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Basisinstellingen" drukken.
- 3. Op de gewenste basisinstelling drukken en met de bedieningsring wijzigen.
Welke basisinstelling is gekozen, geeft de rode balk aan de zijkant van het tekstveld aan. Op het display staat de bijbehorende waarde.
- 4. De basisinstellingen met "Overige instellingen" doorlopen en indien nodig met de bedieningsring wijzigen.
- 5. Om de wijzigingen op te slaan, op drukken en met "Opslaan" bevestigen.
Pagina 25
Reiniging en onderhoud nl
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
- Op drukken en met "Niet opslaan" bevestigen.
- Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
16.3 Tijd instellen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Basisinstellingen" drukken.
- 3. Op "Tijd" drukken.
- 4. De tijd wijzigen met de bedieningsring.
- 5. Om de wijzigingen op te slaan, op met "Opslaan" bevestigen.
drukken en
17 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
17.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte schoonmaakmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes gebruiken.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
→ "Apparaat schoonmaken", Pagina 27
Voorzijde van het apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | • Warm zeepsop • Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken | Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvrijstalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Kunststof of gelakte oppervlakken bijv. bedieningspaneel | • Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper. Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Apparaatdeur | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | • Warm zeepsop | Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje gebruiken. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. → "Apparaatdeur", Pagina 29 |
| Deurafscherming | • Van roestvaststaal: RVS-reiniger • Van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen. → "Apparaatdeur", Pagina 29 |
Pagina 26
nl Reiniging en onderhoud
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Roestvrijstalen binnenlijst van de deur | RVS-reiniger | Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen voor roestvrij staal. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. |
| Deurgreep | • Warm zeepsop | Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Deurafdichting | • Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
| Binnenruimte | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Emaillen oppervlakken | • Warm zeepsop • Azijnwater • Ovenreiniger | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open laten. Opmerkingen • Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. • De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. • Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Zelfreinigende oppervlakken | - | Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden. → "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen", Pagina 27 |
| Glazen kapje van de ovenlamp | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Opmerking: Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen. → "Rekjes", Pagina 28 |
| Telescoopsysteem | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het beste in ingeschoven toestand reinigen. Niet in de vaatwasser reinigen. Opmerking: Voor een grondige reiniging het uittreksysteem verwijderen. → "Rekjes", Pagina 28 |
| Accessoires | • Warm zeepsop • Ovenreiniger | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
| Braadthermometer | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Niet in de vaatwasser reinigen. |