Bosch HSG936DB1, tekst van de handleiding
Pagina's 14–24 van 60 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–13verder op pagina 25 →
Pagina 14
nl De Bediening in essentie
Apparaat handmatig kalibreren
U kunt de basisinstelling van de hoogte boven zeeniveau ook direct instellen.
- 1. Het apparaat inschakelen.
- 2. Kies in het verzoek dat op het display verschijnt de automatische optie.
Op het display verschijnt de basisinstelling voor de hoogte boven zeeniveau.
- 3. Stel de hoogte boven zeeniveau in.
"Basisinstelingen", Pagina 26
7.5 Apparaat voordat u het voor het eerst gebruikt verwarmen
Verwarm het apparaat een keer, voordat u daarmee voor de eerste keer gerechten bereidt.
Vereisten
Het apparaat is gereinigd.
"Apparaat reinigen voordat u het voor de eerste keer gebruikt", Pagina 13
Accessoires zijn verwijderd.
- 1. Het apparaat inschakelen.
- 2. Volgende instellingen uitvoeren:
| Verwarmingsmethode | Heteluchtfunctie |
|---|---|
| Temperatuur | maximaal |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
"De Bediening in essentie", Pagina 14
- 3. In werking stellen.
- Ventileer de keuken zolang het apparaat verwarmt.
- 4. Schakel het apparaat na 1 uur uit.
- 5. Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het apparaat is afgekoeld.
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
- Schakel het apparaat in met . Op het display verschijnt het menu.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het automatisch uit.
- Schakel het apparaat uit met .
Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afgebroken.
Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
- Start de werking met .
Op het display verschijnen de instellingen.
8.4 Werking onderbreken
U kunt de werking onderbreken en weer hervatten.
- 1. Druk op om de werking te onderbreken.
- 2. Druk opnieuw op om de werking te hervatten.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het menu op het display.
- 1. Om in de verschillende keuzemogelijkheden te bladeren, over het display vegen.
- Om in het menu en andere instelmogelijkheden te bladeren, naar rechts of links vegen.
- Om in keuzelijsten te bladeren, omlaag of omhoog vegen.
- 2. Om een functie te kiezen, op de functie in het display drukken.
Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke instelwaarden of andere opties waaruit kan worden gekozen.
- 3. Om indien nodig een instelling terug te gaan, op drukken.
- 4. Om instelwaarden te wijzigen, de digitale instelring gebruiken:
- Over de instelring vegen, al naar gelang de gewenste instelling rechts- of linksom.
- Of op een bepaalde positie aan de instelring drukken.
- 5. De instelling met bevestigen.
- 6. Start de werking met .
- 7. Wanneer de werking is beëindigd:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Opmerking: Uw instellingen kunt u als "Favorieten" opslaan en opnieuw gebruiken.
"Favorieten", Pagina 25
8.6 Gebruik verlengen
Wanneer een gebruik is beëindigd, dan kunt u het gebruik verlengen of verdere instellingen invoeren en opnieuw starten.
- 1. Druk op "Verlengen".
- Al naar gelang de functie kunt u indien nodig de instellingen wijzigen.
- 2. Start de werking met .
Pagina 15
Snel voorverwarmen nl
8.7 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- 1. Druk in het menu op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 3. Druk op de temperatuur in °C of, afhankelijk van de verwarmingsmethode, op de instelstand.
- 4. Stel de temperatuur in met de instelring.
- 5. Druk in het display op om de ingestelde temperatuur te bevestigen.
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
- "Snel voorverwarmen", Pagina 15
- "Tijdfuncties", Pagina 16
- "Stoom", Pagina 17
- "Kerntemperatuurmeter", Pagina 21
- 6. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoelang het programma al loopt.
- 7. Wanneer de werking is beëindigd:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Opmerking: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
"Verwarmingsmethoden", Pagina 9
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Op drukken.
- 2. Op drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Op het display op drukken.
- 2. Op de temperatuur drukken.
- 3. De temperatuur met de instelring wijzigen.
- 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken.
De wijziging wordt overgenomen.
8.8 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.
- 1. Op "Info" drukken.
Informatie wordt gedurende enkele seconden weergegeven.
- 2. Om bij veel inhoud in de aanwijzing te bladeren, over het display vegen.
- 3. Indien gewenst de aanwijzing met verlaten.
8.9 Warmhouden gedurende een langere periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot 24 uur warmhouden, zonder dat het gedrag van het apparaat wijzigt. Gebruik de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingen.
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder. Om er zeker van te zijn dat het gedrag van het apparaat tijdens bedrijf niet verandert, de apparaatdeur pas na het verstrijken van de ingestelde tijd openen.
- 1. Basisinstellingen wijzigen.
"Basisinstelingen", Pagina 26
- De basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit" wijzigen.
- De basisinstelling "Tijdsweergave" in "Aan" wijzigen.
- De basisinstelling "Geluidssignaal" wijzigen naar "Zeer korte duur".
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd uit. De weergave van de klok wijzigt niet. De tijdsduur van het geluidssignaal aan het einde van het gebruik is gereduceerd.
- 2. Stel de gewenste functie in.
"Functie instelen", Pagina 14 "Verwarmingsmethode en temperatuur instelen", Pagina 15
- 3. Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 16 "Tijdfuncties", Pagina 16
- 4. Stel met "Eindtijd" het tijdstip in, waarop de werking moet eindigen.
"Einde instelen", Pagina 16 "Tijdfuncties", Pagina 16
- 5. Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het apparaat begint te verwarmen.
- 6. Start de werking met .
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 7. Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is beëindigd. Na ca. 15 tot 20 minuten schakelt het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking: Indien nodig de verschillende basisinstellingen weer wijzigen.
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen bij ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen mogelijk:
4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Pagina 16
nl Tijdfuncties
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100 °C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
- 2. Druk op "Snel voorverwarmen".
Het symbool is rood verlicht.
- 3. Start de werking met .
Het snel voorverwarmen start.
Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt er een signaal. Het symbool wisselt weer naar wit.
- 4. Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Snel voorverwarmen afbreken
- 1. Op het display op drukken.
- 2. Druk op "Snel voorverwarmen". Het symbool wisselt weer naar wit.
10 Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
10.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot 24 uur.
Vereiste: Een functie en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Op "Tijdsduur" drukken.
- 2. Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende tijdswaarde, bijv. uurindicatie "h" of minutenindicatie "m".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. De tijdsduur met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Om de ingestelde tijdsduur te bevestigen, op het display op drukken.
- 5. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Stop de werking met .
- 2. Op de tijdsduur drukken.
- 3. De tijdsduur met de instelring wijzigen.
- 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken.
- 5. Start de werking met .
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
- 1. Stop de werking met .
- 2. Op de tijdsduur drukken.
- 3. Reset de tijdsduur met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de vooringestelde waarde.
- 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken.
- 5. Start de werking met .
10.2 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moet zijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven.
Opmerkingen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u de tijd niet meer als de werking eenmaal is gestart. Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
Een functie en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Druk op "Eindtijd".
- 2. Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de minutenindicatie drukken.
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. De tijd met de instelring verschuiven.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Om de ingestelde tijd te bevestigen, op het display op drukken.
- 5. Start de werking met .
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af. Bij enkele verwarmingsmethoden, bijv. stomen, start de tijdsduur pas na een opwarmtijd. De opwarmtijd hangt af van de
Pagina 17
Stoom nl
hoeveelheid en temperatuur van het levensmiddel. De eindtijd schuift op naar een later tijdstip.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u de ingestelde eindtijd alleen wijzigen voordat de werking gestart is en de tijdsduur afloopt.
- 1. Stop de werking met .
- 2. Op de eindtijd drukken.
- 3. De eindtijd met de instelring wijzigen.
- 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken.
- 5. Start de werking met .
Einde annuleren
U kunt de ingestelde eindtijd altijd wissen.
- 1. Stop de werking met .
- 2. Op de eindtijd drukken.
- 3. De eindtijd met resetten.
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijdsduur eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijdstip.
- 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken.
- 5. Start de werking met .
10.3 Wekker instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de wekker tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
Vereiste: Druk eerst op het display als het apparaat is uitgeschakeld. De toets is verlicht.
- 1. Druk op .
- 2. Druk om de timer in te stellen, op het display op de betreffende tijdswaarde, bijv. minutendisplay "m" of secondendisplay "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de timer in met de instelring.
- Voor fijne instelwaarden, bijv. op de seconde nauwkeurig, het betreffende gebied in de instelring ca. 1 - 2 seconden ingedrukt houden. De fijnere instelwaarden worden in punten weergegeven.
- Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Om de timer te starten, op het display op drukken. De timer loopt af.
Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de timer op het display zichtbaar.
Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellingen van de lopende werking op het display. De timer wordt in de statusindicatie weergegeven.
Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de timer is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
- 1. Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de timer met selecteren.
- 2. Op drukken.
- 3. De timer met de instelring wijzigen.
- 4. Bevestig met .
Timer annuleren
U kunt de timer altijd annuleren.
- 1. Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de timer met selecteren.
- 2. Druk op .
- 3. De timer met resetten.
11 Stoom
Met stoom bereidt u gerechten op een bijzonder voorzichtige manier. U kunt de stoomverwarmingsmethoden gebruiken of de stoomondersteuning bij enkele verwarmingsmethoden inschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
11.1 Voor elk gebruik met stoom
Zorg er voor elk gebruik met stoom voor dat het apparaat voldoende water heeft.
Watertank vullen
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld.
Pagina 18
nl Stoom
- 1. Druk op .
Het bedieningspaneel wordt automatisch naar voren geschoven.
- 2. Trek het bedieningspaneel met beide handen naar voren en schuif het vervolgens naar boven, tot het vergrendelt .
- 3. De watertank uit de tankschacht trekken .
- 4. Druk het deksel op de watertank langs de afdichting aan zodat er geen water meer uit de watertank kan lopen.
- 5. Verwijder de afdekking van de watertank.
- 6. Vul het water tot aan de markering "max" in de watertank.
- 7. De afdekking weer in de opening op de watertank plaatsen.
- 8. Plaats de gevulde watertank in het apparaat . Let er daarbij op dat de watertank achter de houders vastklikt.
- 9. Schuif het bedieningspaneel langzaam naar beneden, en druk het vervolgens naar achteren, totdat het bedieningspaneel volledig is gesloten.
11.2 Instelmogelijkheden met stoom
U kunt op verschillende manieren uw gerechten met stoom bereiden.
Stoommethoden
U kunt verschillende stoommethoden gebruiken, waarbij de hete stoom gerechten bijzonder voorzichtig bereidt.
LET OP
Bij gebruik met de stoommethoden ontstaat veel waterdamp. Condens, dat zich in de lekgoot onder de binnenruimte verzamelt, kan overstromen en aangrenzende meubels beschadigen.
- Open tijdens het gebruik de apparaatdeur niet of zo weinig mogelijk.
Stomen
Tijdens de bereiding met stoom worden de gerechten omsloten door hete waterdamp, zodat de voedingsstoffen in de levensmiddelen behouden blijven. De vorm, de kleur en het typische aroma van de gerechten blijven bij deze bereidingsmethode intact.
Bij ingestelde temperaturen tussen 105°C en 120°C wordt de bereidingstijd gereduceerd. Zo blijven bij het stomen nog meer voedingsstoffen en vitamines behouden.
Regenereren
Met regenereren warmt u gerechten die al gaar zijn behoedzaam op of bakt u brood van de vorige dag weer op.
Deeg laten rijzen
Met de stoommethode deeg laten rijzen rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit.
Ontdooien
Met ontdooien ontdooit u diepvriesproducten voorzichtig.
Sous-vide
Sous-vide is een variant van bereiden op lage temperatuur van gevacumeerde levensmiddelen bij temperaturen tussen 50-95°C en met 100% stoom. Sous-vide is geschikt voor vlees, vis, groente en dessert.
De gerechten zijn met behulp van een vacuümsealer in speciale hittebestendige kookzakken geseald. Door de beschermende kookzakken blijven voedingsstoffen en aromastoffen behouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Tijdens de bereiding verzamelt zich warm water op de vacumeerzak.
- De vacumeerzak met een pannenlap voorzichtig optillen, zodat het warme water in de braadslede of de bak loopt.
- Verwijder de vacumeerzak voorzichtig met een pannenlap.
Opmerking: Tijdens de bereiding sous-vide ontstaat aan de bodem van de binnenruimte meer condensaat dan bij andere verwarmingsmethoden.
Pagina 19
Stoom nl
LET OP
Risico op meubelschade
Op de bodem van de binnenruimte verzamelt zich teveel water. Het water kan uit het apparaat stromen.
- Gebruik geen tweede watertankvulling voor de sousvide koken.
Toevoer van stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Het gerecht krijgt een knapperige korst en een glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht en mals en verliest slechts weinig volume.
U kunt stomen met de volgende functies combineren: Verwarmingsmethoden Pagina 15
- 4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Warmhouden "Gerechten", Pagina 23 "Kerntemperatuurmeter", Pagina 21
Stoomstoot
Met de stoomstoot kunt u af en toe gericht intensieve stoom toevoeren. Vooral brood en broodjes rijzen mooi, worden knapperig en krijgen een mooie kleur.
Het apparaat geeft ca. 3 tot 5 minuten stoompulsen in de binnenruimte. Al naar gelang de functie kunt u de stoomstoot meerdere malen activeren.
U kunt de stoomstoot bij de volgende functies toevoegen:
Verwarmingsmethoden Pagina 15
- 4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen "Kerntemperatuurmeter", Pagina 21
Opmerking: Gebruik de stoomstoot alleen bij binnenruimtetemperaturen boven de 120°C.
11.3 Verwarmingsmethode met stoom instellen
Opmerking
Neem de gegevens over de verwarmingsmethoden met stoom in acht:
"Stoommethoden", Pagina 18
Vereiste: De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt onderbroken.
"Watertank vulen", Pagina 17
- 1. Druk in het menu op "Stoom".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode met stoom.
- 3. Op de temperatuur in °C drukken.
- 4. Stel de temperatuur in met de instelring.
- 5. Druk in het display op om de ingestelde temperatuur te bevestigen.
- 6. Druk op "Tijdsduur".
Bij de verwarmingsmethoden met stoom is altijd een tijdsduur nodig.
- 7. Om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen, op de betreffende tijdswaarde drukken, bijv. uurindicatie"h" of minutenindicatie "m".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 8. Stel de tijdsduur in met de instelring.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 9. Druk om de ingestelde tijdsduur te bevestigen op in het display.
- 10. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af. Bij enkele verwarmingsmethoden, bijv. stomen, start de tijdsduur pas na een opwarmtijd. De opwarmtijd hangt af van de hoeveelheid en temperatuur van het levensmiddel.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 11. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 12. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 20
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Op drukken.
- 2. Op drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Op het display op drukken.
- 2. Op de temperatuur drukken.
- 3. De temperatuur met de instelring wijzigen.
- 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken.
De wijziging wordt overgenomen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Stop de werking met .
- 2. Op de tijdsduur drukken.
- 3. De tijdsduur met de instelring wijzigen.
- 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken.
- 5. Start de werking met .
11.4 Stoomtoevoer instellen
Vereisten
Let op de informatie bij de betreffende functie. "Instelmogelijkheden met stoom", Pagina 18
De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
"Watertank vulen", Pagina 17
- 1. In het menu op de gewenste functie drukken.
- 2. De instellingen voor de functie invoeren, bijv. verwarmingsmethode en temperatuur.
- 3. Op "Toevoer van stoom" drukken.
- 4. De stoomstand met de instelring instellen.
19
Pagina 20
nl Stoom
| Stoomstand | Toevoer van stoom |
|---|---|
| 1 | gering |
| 2 | gemiddeld |
| 3 | sterk |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
- 5. Om de ingestelde stoomstand te bevestigen, op het display op drukken.
- 6. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoelang het programma al loopt.
- 7. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 8. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 20
Stoomtoevoer wijzigen
U kunt de stoomfunctie altijd wijzigen of deactiveren.
- 1. Op het display op drukken.
- 2. Op de stoomtoevoer drukken.
- 3. De stoomtoevoer met de instelring wijzigen of deactiveren.
- 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken.
De wijziging wordt overgenomen.
11.5 Stoomstoot instellen
Vereisten
Let op de informatie bij de betreffende functie. "Instelmogelijkheden met stoom", Pagina 18
De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt onderbroken.
"Watertank vulen", Pagina 17
- 1. In het menu op de gewenste functie drukken.
- 2. De instellingen voor de functie invoeren, bijv. verwarmingsmethode en temperatuur.
- 3. Start de werking met .
- 4. Op het gewenste tijdstip op het display op drukken. Gebruik de stoomstoot pas wanneer het apparaat volledig is opgewarmd.
- 5. Druk op "Stoomstoot".
Het symbool licht rood op en het apparaat warmt het water op.
- 6. Druk opnieuw op "Stoomstoot" wanneer het water is opgewarmd.
Opmerking: Wanneer het snel voorverwarmen is geactiveerd, kan de stoomstoot pas worden gegeven wanneer het snel voorverwarmen is afgerond. De stoomstoot begint en het apparaat geeft ca. 3 tot 5 minuten stoompulsen in de binnenruimte.
Wanneer de stoomstoot is afgerond, wordt de werking voortgezet. Al naar gelang de functie kan de stoomstoot indien gewenst opnieuw worden gestart.
- 7. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 8. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 20
Stoomstoot annuleren
U kunt de stoomstoot op elk moment annuleren.
- 1. Op het display op drukken.
- 2. Op "Stoomstoot" drukken.
Het symbool wisselt weer naar wit.
De werking wordt zonder stoomstoot voortgezet.
11.6 Na elk gebruik met stoom
Droog het apparaat na elk gebruik met stoom.
Opmerking: Na het gebruik met stoom kunnen kalksporen in de binnenruimte achterblijven. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de kalksporen met warm water of een in azijn gedrenkte doek verwijderen. Neem de informatie over de reiniging in acht.
"Reiniging en onderhoud", Pagina 30
Watertank legen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP
Het drogen van de watertank in de hete binnenruimte leidt tot beschadiging van de watertank.
- De watertank niet drogen in de hete binnenruimte. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
- 1. Open het bedieningspaneel met .
- 2. Haal de watertank uit het apparaat.
- 3. Verwijder het deksel van de watertank voorzichtig.
- 4. De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
- 5. Droog alle onderdelen met een zachte doek.
- 6. Wrijf de afdichting van het deksel droog.
- 7. Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- 8. Plaats het deksel op de watertank en druk het aan.
- 9. Zet de watertank in het apparaat en sluit het bedieningspaneel.
Condensopvangbak drogen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
Pagina 21
Kerntemperatuurmeter nl
bevindt zich
- 1. Open de apparaatdeur.
- 2. Opmerking: De condensopvangbak onder de binnenruimte.
Zuig het water in de condensbak op met een theedoek en maak de bak voorzichtig droog.
Opmerking: Om de condensopvangbak te reinigen, kunt u de condensopvangbak uitbouwen.
"Condenswaterreservoir demonteren", Pagina 34
Binnenruimte drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik met stoom.
- Droog de binnenruimte handmatig of gebruik de droogfunctie.
"Drogen", Pagina 33
12 Kerntemperatuurmeter
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een kerntemperatuurmeter in te steken en op het apparaat een kerntemperatuur in te stellen. De kerntemperatuurmeter meet de temperatuur in het binnenste van het product. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te verwarmen.
12.1 Geschikte verwarmingsmethoden met kerntemperatuurmeter
Voor het gebruik met de kerntemperatuurmeter zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de kerntemperatuurmeter gebruiken:
4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Milde hetelucht
Milde boven- en onderwarmte
Circulatiegrillen
Pizzastand
Langzaam garen
Onderwarmte
Warmhouden
Stomen
Regenereren
12.2 Steek de kerntemperatuurmeter in het vlees
Gebruik de meegeleverde kerntemperatuurmeter of bestel een geschikte kerntemperatuurmeter via onze klantenservice.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de af-
stand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De kerntemperatuurmeter is puntig.
- Ga voorzichtig om met de kerntemperatuurmeter.
Opmerking: Als de uittrekrails op hoogte 3 zijn ingehangen, kunt u de kerntemperatuurmeter niet in de binnenruimte steken. Hang de uittrekrails uit of hang ze op een andere hoogte in.
"Rekjes", Pagina 37
- 1. Steek de kerntemperatuurmeter in het product. De kerntemperatuurmeter heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat minstens het middelste meetpunt in het product steekt.
| Dunne stukken vlees | Steek de kerntemperatuurmeter in de zijkant van het vlees op het dikste punt. |
| Dikke stukken vlees | Steek de kerntemperatuurmeter van boven schuin tot de aanslag in het vlees. Opmerking: Wanneer u het product wilt keren, steek dan de kerntemperatuurmeter in de zijkant van het product, zodat deze bij het keren niet verwijdert hoeft te worden. |
| Gevogelte | Steek de kerntemperatuurmeter in de dikste plek van de gevogelteborst steken tot de aanslag. Steek de kerntemperatuurmeter schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. |
Pagina 22
nl Kerntemperatuurmeter
Het gevogelte keren en met de borstzijde naar beneden op het rooster leggen.
Vis
Bij hele vis de kerntemperatuurmeter achter de kop in de richting van de graat tot de aanslag insteken.
De vis zonder hem te keren in de zwemstand op het rooster plaatsen, bijv. met een halve aardappel als steun.
- 2. Plaats het product samen met de kerntemperatuurmeter in de binnenruimte.
- 3. Steek de aansluiting van de kerntemperatuurmeter in de bus links in de binnenruimte.
Opmerking: Wilt u het product keren, verwijder de kerntemperatuurmeter dan niet. Controleer na het keren van het product of de kerntemperatuurmeter nog goed in het gerecht zit.
12.3 Kerntemperatuurmeter instellen
U kunt een kerntemperatuur tussen de 30°C en 99°C instellen.
Vereisten
Het product met de kerntemperatuurmeter staat in de binnenruimte.
De kerntemperatuurmeter is in de binnenruimte ingeplugd.
- 1. Druk in het menu op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 3. Op de temperatuur in °C drukken.
- 4. De temperatuur van de binnenruimte met de instelring instellen.
Stel de temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C hoger in dan de kerntemperatuur.
Stel de temperatuur van de binnenruimte niet hoger in dan 250°C.
- 5. Om de ingestelde temperatuur van de binnenruimte te bevestigen, op het display op drukken.
- 6. Druk op "Kerntemperatuurmeter".
- 7. De kerntemperatuur met de instelring instellen. Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 8. Om de ingestelde kerntemperatuur te bevestigen, op het display op drukken.
- 9. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoelang het programma al loopt.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt, dan klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd. Het apparaat warmt niet meer op. Bij de methode langzaam garen, blijft het apparaat verwarmen.
- 10. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit de aansluiting in de binnenruimte.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit het product en uit de binnenruimte.
Tips
U kunt de kerntemperatuurmeter ook met een andere functie combineren, bijv.:
- "Stoom", Pagina 17
- "Gerechten", Pagina 23
U kunt de kerntemperatuurmeter ook zonder een ingestelde kerntemperatuur gebruiken. Zo kunt u de kerntemperatuur van het gerecht op het display aflezen en handmatig de werking indien gewenst beëindigen.
Temperatuur wijzigen
Na de start van de werking kunt u de temperatuur van de binnenruimte en de kerntemperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Op het display op drukken.
- 2. Druk op de temperatuur van de binnenruimte of de kerntemperatuur.
- 3. De temperatuur met de instelring wijzigen.
- 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken.
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Op drukken.
- 2. Op drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met .
12.4 Kerntemperatuur van verschillende levensmiddelen
Hier vindt u richtwaarden voor kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen.
De richtwaarden hangen af van de kwaliteit en de soort levensmiddelen. Gebruik geen diepvriesproducten.
Pagina 23
Gerechten nl
| Kalfsvlees | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager | 75 - 80 |
| Gebraden kalfsvlees, schouder | 75 - 80 |
| Kalfsschenkel | 85 - 90 |
| Lamsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Lamsbout, rosé | 60 - 65 |
| Lamsbout, doorbakken | 70 - 80 |
| Lamsrug, rosé | 55 - 60 |
| Vis | Kerntemperatuur in °C |
| Vis, heel | 65 - 70 |
| Visfilet | 60 - 65 |
| Diversen | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden gehakt, alle vleessoorten | 80 - 90 |
| Gerechten opwarmen, regenereren | 65 - 75 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
| Gevogelte | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Kip | 80 - 85 |
| Kipfilet | 75 - 80 |
| Eend | 80 - 85 |
| Eendenborst, rosé | 55 - 60 |
| Kalkoen | 80 - 85 |
| Kalkoenfilet | 80 - 85 |
| Gans | 80 - 90 |
| Varkensvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Varkensnek | 85 - 90 |
| Varkensfilet, rosé | 62 - 70 |
| Varkensrug, doorbakken | 72 - 80 |
| Rundvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Runderfilet of rosbief, Engels | 45 - 52 |
| Runderfilet of rosbief, rosé | 55 - 62 |
| Runderfilet of rosbief, doorbakken | 65 - 75 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
13 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
13.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
13.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat, al naar gelang het gerecht, verschillende instellingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaalde instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen op het display.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
Geschikte inschuifhoogte
Geschikte accessoires of vormen
Toevoegen van vloeistof
Tijdstip voor het keren of omroeren Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op "Info" om informatie op te roepen. Sommige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet u tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid instellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode vast vooringesteld.
De vooringestelde temperatuur en de tijdsduur kunt u aanpassen.
Gerechten met kerntemperatuurmeter
Bij sommige gerechten kunt u de kerntemperatuurmeter gebruiken.
De temperatuur en de kerntemperatuur kunt u aanpassen.
"Kerntemperatuurmeter", Pagina 21
Gerechten met stoom
Bij enkele gerechten kunt u een bereidingsmethode met stoom kiezen. De gerechten worden voorzichtig bereid.
Neem de informatie over het gebruik met stoom in acht. "Stoom", Pagina 17
Pagina 24
nl Gerechten
Baksensor
Enkele gerechten zijn geschikt voor de bereiding met de baksensor . U hoeft verder geen instellingen in te voeren.
De baksensor bewaakt het bakproces in de binnenruimte. Het apparaat regelt de instellingen zelfstandig en beëindigt de werking wanneer het gerecht klaar is.
Opmerkingen
Gebruik de baksensor niet wanneer het gerecht al is voorgebakken. Het bakresultaat zal dan niet meer kloppen.
De apparaatdeur ca. 5 minuten na aanvang van het gebruik met de baksensor niet meer openen. De werking met baksensor wordt geannuleerd.
Wanneer u de apparaatdeur moet openen, start de werking daarna dan zonder baksensor of annuleer de werking en stel handmatig in. Houd de bereiding in de gaten, tot het gerecht klaar is.
Om een optimaal bakresultaat te bereiken, gebruikt u donkere bakvormen van metaal.
LET OP
Door siliconenvormen, afdekkingen, accessoires of folie die silicone bevatten kan de baksensor beschadigd raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt, kan er schade ontstaan.
- Gebruik geen vormen van silicone of silicone-houdende, folie, afdekkingen of accessoires.
- Nooit voorwerpen van silicone in de binnenruimte bewaren.
Voorspelling resterende tijd voor gebruik
Wanneer uw apparaat is verbonden met Home Connect, dan kan het apparaat de vermoedelijke resterende duur van het bereidingsproces voorspellen.
De eerste resterende tijd verschijnt na ca. 1 minuut op het display. De resterende tijd wordt continu opnieuw berekend en geactualiseerd.
Opmerking: De prognose voor de resterende tijd is niet bij alle gerechten beschikbaar.
13.3 Overzicht van de gerechten
Welke afzonderlijke gerechten voor u ter beschikking staan, ziet u op het apparaat wanneer u de functie oproept. De selectie van gerechten is afhankelijk van de uitrusting van uw apparaat.
De gerechten zijn in categorieën en gerechten ingedeeld.
Opmerking: In de basisinstellingen kunt u de weergegeven gerechten regionaal specialiseren.
"Basisinstelingen", Pagina 26
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Baksensor | Gebak Klein gebak Hartig gebak, pizza, quiche Aardappelproducten, diepvries Opmerking: Hier worden alleen gerechten genoemd voor bereiding met baksensor. |
| Gebak | Gebak in vormen Gebak op de bakplaat Klein gebak |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Koekjes | |
| Brood, broodjes | Brood Broodjes |
| Pizza, hartig gebak | Pizza Hartig gebak, quiche |
| Ovenschotels, soufflés | Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediënten Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog Lasagne, vers Lasagne, gekoeld Ovenschotel, zoet, vers Fruitcrumble Soufflé in portievormen Yorkshire Pudding |
| Gevogelte | Kip Eend, gans Kalkoen |
| Vlees | Varkensvlees Rundvlees Kalfsvlees Lamsvlees Wildbraad Vleesgerechten |
| Vis | Vis, heel Visfilet Vis karbonade Visgerechten Zeevruchten |
| Diepvriesproducten | Pizza Ovenschotels Aardappelproducten Groente Vlees, gevogelte Broodjes |
| Bijgerechten, groente | Aardappelen Rijst Granen Groente Peulvruchten Pasta, balletjes Eieren |
| Desserts, compote | Gistknoedels Crème karamel Rijstepap Vruchtencompote Yoghurt in potten |
| Sous-vide | Vlees Gevogelte Vis Groente Dessert |
| Inmaken, uitpersen, ontsmetten | Inmaken Uitpersen Flesjes ontsmetten |
| Regenereren, opbakken | Gebak Bijgerechten Groente Menu |