naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch HXR39IE50N, tekst van de handleiding

Pagina's 28–41 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 15–27verder op pagina 42 →

Pagina 28

nl Apparaatdeur

De ruit in de beide openingen aan de onderkant invoeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan de buitenkant bevinden.

De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.

→ "Apparaatdeur inhangen", Pagina 28

Opmerking: De oven pas gebruiken als de ruiten correct zijn ingebouwd.

18.5 Apparaatdeur inhangen

De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een scharnier kan plotseling dichtklappen.

18.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de ovendeur

Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn extra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale accessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet worden.

Pagina 29

Bovenste afdekking nl

19 Bovenste afdekking

Voor het reinigen de bovenste afdekking verwijderen.

19.1 Bovenste afdekking eraf halen

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Een gekraste bovenste glazen afdekplaat kan breken of versplinteren.

Vereiste: Voordat u de bovenste afdekking opent, moet u eerst eventueel gemorst vuil met een doek verwijderen.

Opmerking: Wanneer de scharnieren van de afdekking losraken, moet u op de letters op de scharnieren letten. Het scharnier met de letter R rechts en het scharnier met de letter L links monteren.

19.2 Bovenste afdekking inbouwen

Opmerking: Sluit de bovenste afdekking pas als de kookplaat is afgekoeld.

20 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

20.1 Functiestoringen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet.Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶ Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Het apparaat schakelt na het verstrijken van een tijdsduur niet volledig uit.Na het verstrijken van een tijdsduur houdt het apparaat op met verwarmen. Ovenlamp en koelventilator schakelen niet uit. Bij verwarmingsmethoden met circulatielucht blijft de ventilator in de achterwand van het apparaat draaien.
▶ De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
• Het apparaat is uitgeschakeld.
• Ovenlamp en ventilator in de achterwand zijn uitgeschakeld.
• De koelventilator schakelt automatisch uit, zodra het apparaat is afgekoeld.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

Pagina 30

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Op het display knippert de tijd.Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶ Tijd opnieuw instellen.
→ "Tijd instellen", Pagina 21
Op het display brandt en het apparaat kan niet worden ingesteld.Kinderbeveiliging is geactiveerd.
▶ Het kinderslot met deactiveren. → "Kinderslot", Pagina 21
Op het display verschijnt .Reinigingsadvies
▶ Voer de reinigingsfunctie volledig uit.
De aanwijzing op het display kunt u tijdelijk met een willekeurige toets verwijderen. → "Reinigingsadvies", Pagina 24
Op het display verschijnt een melding met , bijv. - .Storing in de elektronica
1. indrukken.
‒ Stel eventueel de tijd opnieuw in.
• Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding.
2. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding weer verschijnt. Vermeld de exacte foutmelding en het E-Nr. van uw apparaat volledig.
→ "Servicedienst", Pagina 32
In de keuken ruikt het naar gas.Aansluiting van de gasfles lekt.
1. Ventileer de ruimte.
2. Controleer de aansluiting van de gasfles.
Gasleiding naar het apparaat lekt.
1. Ventileer de ruimte.
2. Bel het gasbedrijf.
Brander ontsteekt niet.Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶ De brander met een gasaansteker of een lucifer aansteken.
Branderonderdelen zijn verkeerd gepositioneerd.
1. De branderonderdelen exact en recht plaatsen.
2. Zorg ervoor dat de nokken in de uitsparingen vastklikken.
Branderonderdelen zijn nat.
▶ Droog de branderonderdelen zorgvuldig.
Tussen de ontstekers en de brander bevinden zich voedingsresten of verontreinigingen.
▶ Reinig de tussenruimte tussen ontstekingsbougie en brander.
Veiligheidsventiel van de gasleiding is gesloten.
▶ Open het veiligheidsventiel van de gasleiding.
Gasfles is leeg.
▶ Gasfles vervangen.
Er bevindt zich lucht in de gasleiding na eerste aansluiting of vervangen van de fles.
1. De bedieningsknop op 0 draaien.
2. De brander opnieuw ontsteken.
3. Herhaal indien nodig de ontsteking meerdere keren.
Brander gaat na het ontsteken direct uit.De bedieningsknop werd niet lang genoeg ingedrukt gehouden.
1. De bedieningsknop na het ontsteken enkele seconden ingedrukt houden.
2. Bedieningsknop stevig indrukken.
Openingen op de brander zijn verontreinigd.
▶ Openingen van de brander schoonmaken en drogen.
Brandervlam is ongelijkmatig.Branderonderdelen zijn verkeerd gepositioneerd.
1. De branderonderdelen exact en recht plaatsen.
2. Zorg ervoor dat de nokken in de uitsparingen vastklikken.
Openingen op de brander zijn verontreinigd.
▶ Openingen van de brander schoonmaken en drogen.
Brandervlam gaat tijdens het gebruik uit.Gasfles is leeg.
▶ Gasfles vervangen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)

Pagina 31

Transporteren en afvoeren nl

20.2 Ovenlamp vervangen

Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.

Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen van 25 watt, kunt u verkrijgen bij de klantenservice of in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend deze lampen. Pak nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een schone, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder spanning.

Vereisten

Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.

21 Transporteren en afvoeren

Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor transport. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.

21.1 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

21.2 Transporteren van het apparaat

Bewaar de originele verpakking van het apparaat. Transporteer het apparaat alleen in de originele verpakking. Let op de transportpijlen op de verpakking.

Wanneer de originele verpakking niet meer beschikbaar is

Pagina 32

nl Servicedienst

22 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.

Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.

De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.

Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.

22.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

23 Zo lukt het

Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.

Gedetailleerde baktabellen voor uw apparaat en tips voor het bakken met uw apparaat vindt u in de handleiding op het internet:

www.bosch-home.com

23.1 Aanwijzingen voor de bereiding

Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerechten.

23.2 Aanwijzingen voor het bakken

Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoogtes.

Bakken op één niveauHoogte
rijzende deegwaren/gebak resp. vorm op het rooster2
platte deegwaren/gebak resp. in bakblik2 - 3

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

Bakken op meerdere niveausHoogte
Braadslede3
Bakplaat1
Vormen op het rooster:Hoogte
eerste rooster3
tweede rooster1
Bakken op drie niveausHoogte
Bakblikken5
Braadslede3
Bakblikken1

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

Opmerkingen

In een dergelijk geval kunt u het product dat klaar is uit de oven halen en het andere bakblik verder laten bereiden. Indien nodig kunt u de positie en richting van de bakblikken wijzigen.

23.3 Aanwijzingen voor het braden en grillen

De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.

LET OP!

Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen

Pagina 33

Zo lukt het nl

Instructie voor mensen met nikkelallergie

In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.

23.4 Selectie van gerechten

VoedingswaarAccessoires / vormenInschuifhoogteVerwarmings-methodeTemperatuur in °C / grillstandTijdsduur in min.
Cake, eenvoudigKrans- of rechthoekige vorm2160-18050-60
Cake, eenvoudig, 2 niveausKrans- of rechthoekige vorm3+1140-16060-80
Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeegSpringvorm Ø 26 cm2160-18070-90
Biscuittaart, 6 eierenSpringvorm Ø 28 cm2160-17035-45
CakerolBraadslede2170-190¹15-20
Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekkingBraadslede2160-18060-90
MuffinsMuffinplaat op het rooster2170-19020-40
Kleine bakwaren, met gistBraadslede3150-17025-35
KoekjesBraadslede3140-16020-30
Koekjes, 2 niveausBraadslede +
Bakplaat
3+1130-15025-35
Koekjes, 3 niveaus2x
Bakplaat +
Braadslede
5+3+1130-15030-40
Brood, 1000 g, in rechthoekige vorm en op de plaatBraadslede of
Langwerpige bakvorm
2200-22035-50
Pizza, versBraadslede3170-19020-30
Pizza, vers, dunne bodemBraadslede2250-270¹15-25
Quiche, Zwitserse taartTaartvorm2190-21035-45
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediëntenOvenschaal2200-22030-60
Kip, 1,3 kg, ongevuldOpen vorm2200-22060-70
Kleine kipdelen, à 250 gOpen vorm3220-23030-35
Gans, niet gevuld, 3 kgOpen vorm2170-190120-140
Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kgOpen vorm1180-200140-160
Runderfilet, medium, 1 kg 1 Het apparaat voorverwarmen.Open vorm3210-22045-55

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

2 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen

3 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.

4 De braadslede onder het rooster inschuiven.

5 Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.

Pagina 34

nl Zo lukt het

VoedingswaarAccessoires / vormenInschuifhoogteVerwarmings-methodeTemperatuur in °C / grillstandTijdsduur in min.
Gestoofd rundvlees, 1,5 kgGesloten servies2200-220100-120²
Rosbief, medium, 1,5 kgOpen vorm2200-22060-70
Hamburger, 3-4 cm hoogRooster43³25-30⁴
Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kgOpen vorm2170-19070-80⁵
Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel 1 Het apparaat voorverwarmen.Rooster2220-25⁴

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)

2 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen

3 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.

4 De braadslede onder het rooster inschuiven.

5 Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.

23.5 Yoghurt

Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.

Yoghurt maken

Yoghurt

GerechtAccessoires / vormenInschuifhoogteVerwar-mingsmethode /
Functie
Temperatuur in °CTijdsduur, minuten
YoghurtKopje / glasBodem van de binnenruimte-4-5 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)

23.6 Testgerechten

Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.

Bakken

Houd deze informatie aan bij het bereiden van testgerechten.

Algemene aanwijzingen

Inschuifhoogtes

Inschuifhoogtes bij het bakken op één niveau:

Opmerking: Gebak op bakblikken of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.

Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus:

Bakplaat: hoogte 1

eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1

Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:

Braadslede: hoogte 3

Bakplaat: hoogte 1

Bakken met twee springvormen:

Pagina 35

Zo lukt het nl

Wanneer uw apparaat op meerdere niveaus kan bereiden, plaats dan de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.

Bakken

GerechtAccessoires / vormenInschuifhoogteVerwarmings-methodeTemperatuur in °CTijdsduur, minuten
SpritskoekjesBraadslede3140-15030-40
SpritskoekjesBraadslede3140-15030-40
Sprits, 2 niveausBraadslede +
Bakplaat
3+1140-150¹30-45
Sprits, 3 niveaus2x
Bakplaat +
Braadslede
5+3+1130-140¹40-55
KoekjesBraadslede3150¹25-35
KoekjesBraadslede3150¹25-35
Koekjes, 2 niveausBraadslede +
Bakplaat
3+1150¹25-35
Koekjes, 3 niveaus2x
Bakplaat +
Braadslede
5+3+1140¹35-45
BiscuitgebakSpringvorm Ø 26 cm2160-170²30-40
BiscuitgebakSpringvorm Ø 26 cm217030-40
Biscuitgebak, 2 niveausSpringvorm Ø 26 cm3+1150-160²30-45

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

1 Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om voor te verwarmen.
2 Het apparaat voorverwarmen. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om voor te verwarmen.
Grillen
Voedingswaar Accessoires / vormenInschuif- Verwarhoogte mingsmethodeTemperatuur in °C / grillstandTijdsduur in min.
Toast bruinen Rooster530,2-1,5

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

Pagina 36

nl Montagehandleiding

24 Montagehandleiding

De montagehandleiding bevat instructies voor de gasaansluiting en voor de module van de gasconversie.

Opmerking: Alleen voor de servicedienst.

24.1 Algemene informatie

De omschakeling van uw apparaat op een ander type gas mag alleen door geautoriseerd vakpersoneel en overeenkomstig de aanwijzingen in deze handleiding gebeuren. Een verkeerde aansluiting en verkeerde instellingen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken. De fabrikant van het apparaat kan niet aansprakelijk worden gesteld voor foute aansluitingen en foute instellingen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!

Er kan een gaslek ontstaan. Wanneer u het apparaat na het realiseren van de gasaansluiting beweegt, dan kan een gaslek ontstaan.

LET OP!

Het apparaat niet aan de gasbuis (collector) vasthouden of verplaatsen. Beschadigingen aan de gasbuis kunnen leiden tot gaslekken. De gasbuis is niet gemaakt voor het gewicht van het apparaat.

24.2 Apparaatinformatie

Voer de instellingen af fabriek voor type gas/gasdruk alsook de na de gasomschakeling geldige instellingen voor type gas/gasdruk in de volgende tabel in.

E-nr.FD
Telefoonnummer service
Gastype / Gasdruk De gegevens vindt u op het typeplaatje.
Gastype / Gasdruk De gegevens na de omschakeling van het gastype

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

Pagina 37

Montagehandleiding nl

24.3 De kant van de gasaansluiting kiezen

De gasaansluiting van vele apparaten kunt u rechts of links realiseren. Indien nodig kunt u de aansluitzijde wijzigen.

Vereisten

Het gasaansluitstuk op het apparaat met steeksleutel SW22 vasthouden en de blindstop met SW24 steeksleutel aan het aansluitstuk bevestigen.

20-25 Nm

24.4 Gasaansluiting

Deze aanwijzingen gelden alleen wanneer het apparaat wordt geïnstalleerd in landen, welke op het typeplaatje zijn vermeld.

Wanneer het apparaat in een land wordt geplaatst en gebruikt, dat niet op het typeplaatje is vermeld, raadpleeg dan een installatie- en montagehandleiding, welke de noodzakelijke informatie voor de aansluitvoorwaarden voor het apparaat in het betreffende land bevat.

Opmerking: Gebruik voor het aansluiten van het apparaat een momentsleutel.

Aardgasaansluiting (NG)

Wanneer u aardgas (NG) gebruikt, realiseer dan de gasaansluiting via een gasleiding of een veiligheidsgasslang met aan beide uiteinden een schroefdraadverbinding.

Aansluittypen:

*G½: EN ISO 228 G½ (TS EN ISO 228 G½)

*R½: EN 10226 R½ (TS 61-210 EN 10226 R½)

WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!

Er kan een gaslek optreden als gevolg van een beschadigd aansluitstuk.

Aansluiting volgens EN ISO 228-1 G½ (TS EN ISO 228-1 G½ )

Aansluiting volgens EN 10226-1 R½ (TS 61-210 EN 10226-1 R½)

Pagina 38

nl Montagehandleiding

Aansluiting voor vloeibaar gas (LPG)

Wanneer uw vloeibaar gas (LPG) gebruikt, realiseer dan de gasaansluiting via een gasslang of een vaste verbinding.

Houd de landspecifieke richtlijnen aan.

Houd het volgende aan wanneer u een gasslang gebruikt:

Aansluiting met de gasslang

24.5 Omschakelen naar een ander gastype

U kunt de gassoort omschakelen, welke voor het apparaat is ingesteld.

Opmerking: Meer informatie over de voor het apparaat geschikte typen gas en de bijbehorende gaskoppen vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens - Gas" → Pagina 42. Op de koppen bevinden zich getallen die de diameter aangeven.

Omschakelen naar een ander gastype

Na de omschakeling

LET OP!

Markeer na de omschakeling naar een ander type gas het ingestelde type gas op het typeplaatje.

Onderdelen voor de omschakeling op een ander gastype

Hiernaast worden de onderdelen vermeld, welke u voor de beschreven gasomschakeling nodig heeft.

Opmerking:

De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat.

Pagina 39

Montagehandleiding nl

(*) Realiseer nooit een gasaansluiting zonder deze onderdelen.

Toelichting
Bypass-kop
Branderkop
(*) Afdichting
(*) Aansluitstuk voor aardgas (NG: G20, G25)
• TS 61-210 EN 10226 R½
• EN 10226 R½
(*) Aansluitstuk voor aardgas (NG: G20, G25)
• TS EN ISO 228 G½
• EN ISO 228 G½
(*) Aansluitstuk voor vloeibaar gas (LPG: G30, G31)
Aansluitstuk
Blindstop (afsluitstuk)
Fornuisbranderkopvervangen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)

‒ Bouw nieuwe koppen in de betreffende branders in.

Bypass-koppen instellen of vervangen (kleine stand van de brander)

Via de bypass-koppen kunt u de minimale vlamhoogte van de brander instellen.

Vereisten

Omschakeling van aardgas naar vloeibaar gas

Wanneer het apparaat bij levering in fabrieksinstelling op aardgas (NG: G20, G25) was ingesteld en nu voor het eerst naar vloeibaar gas (LPG: G30, G31) wordt omgeschakeld:

Omschakeling van vloeibaar gas naar aardgas

Wanneer u het apparaat wilt omschakelen van vloeibaar gas (LPG: G30, G31) naar aardgas (NG: G20, G25) of wanneer u deze omschakeling al heeft uitgevoerd en ongedaan maakt, dan:

Pagina 40

nl Montagehandleiding

Bedieningspaneel demonteren

‒ Hiervoor de afschermplaat openen, met beide handen aan de zijkanten vasthouden en naar boven trekken. Zorg ervoor dat u de scharnieren niet kwijt raakt.

De kookplaat aan de voorkant vastpakken en max. 30° naar boven draaien. Borg de kookplaat met de profielrail, door deze loodrecht op de voorste branderbevestiging te plaatsen.

Pagina 41

Montagehandleiding nl

De vier schroeven (M4) die te zien zijn na afname van de schakelaars (T15) aan het bedieningspaneel verwijderen.

Het paneel met beide handen vasthouden en langzaam naar boven trekken. Het paneel uit de bevestigingsnokken nemen. Daarna het paneel voorzichtig naar voren toe verwijderen. Zorg ervoor dat de leidingen niet beschadigd worden en de verbindingen niet losraken.

Bypass-koppen vervangen

Bedieningspaneel monteren

De montage in omgekeerde volgorde uitvoeren.

‒ Het pannendragerrooster en de pandragers plaatsen. Zorg ervoor dat u de pandrager met 80 mm spanwijdte op de hulpbrander plaatst.

‒ Controleer in deze fase beslist de werking van de gasbrander. Meer informatie vindt u in hoofdstuk ""Correcte werking van de branders controleren" → Pagina 42".

← pagina's 15–27verder op pagina 42 →Inhoud