Bosch KGN36NLEA, tekst van de handleiding
Pagina's 87–95 van 96 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 87
komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
11 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van −16 °C tot −24 °C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 82
Voorwaarden voor invriesvermogen
- 1. Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen.
"Supervriezen inschakelen", Pagina 85
- 2. De levensmiddelen eerst in de onderste diepvrieslade leggen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.
Vriesvak nl
- 1. Alle uitrustingsdelen verwijderen. Pagina 89
- 2. De levensmiddelen rechtstreeks op de plateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.
Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.
De levensmiddelen naast elkaar op het vriestablet en in de diepvriesladen leggen.
Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Levensmiddelen per portie invriezen.
Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.
Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.
Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zu-
87
Pagina 88
nl Ontdooien
re room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- 1. De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- 2. De lucht eruit drukken.
- 3. De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- 4. De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C
| Product | Bewaartijd |
|---|---|
| Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maanden |
| Gevogelte, vlees | Tot 8 maanden |
| Groente, fruit | Tot 12 maanden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 88)
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C.
11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG ‒
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ontdooien.
Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Het koelvak van uw apparaat ontdooit automatisch.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Door het volledig automatische “NoFrost”-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.
13 Reiniging en onderhoud
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- 1. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Pagina 89
- 2. Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- 3. Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat. Pagina 89
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING ‒
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting, in de bedieningselementen of in de inwendige ventilatieopeningen kan gevaarlijk zijn.
- Het afwaswater mag niet in de verlichting, in de bedieningselementen of in de inwendige ventilatieopeningen terechtkomen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- 1. Apparaat voorbereiden voor reiniging. Pagina 88
- 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw wa-
Reiniging en onderhoud nl
ter en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- 3. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- 4. De uitrustingsdelen plaatsen.
- 5. Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 12
- 6. Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau aan de voorzijde optillen , er uit trekken en verwijderen .
Fig. 4
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
Fig. 5
Groente- en fruitlade verwijderen
- 1. De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
- 2. Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op en verwijder deze .
Fig. 6
Vriestableau verwijderen
- 1. Het vriestableau tot de aanslag er uit trekken.
- 2. Het vriestableau aan de voorzijde optillen en verwijderen .
Fig. 7
Diepvrieslade verwijderen
- 1. De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- 2. De diepvrieslade vooraan optillen en eruit halen .
Fig. 8
89
Pagina 90
nl Storingen verhelpen
Ladefront verwijderen
U kunt het ladefront van de fruit- en groentelade verwijderen voor het gemakkelijker schoonmaken.
- Druk de klikhaken aan de zijkant van de lade in en verwijder het ladefront middels een draaibeweging van de lade .
Fig. 9
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. 1. Houd °C 5 seconden ingedrukt tot er een geluidssignaal te horen is. 2. Schakel het apparaat uit en opnieuw in en controleer of uw apparaat koelt. |
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | Het apparaat is te vaak geopend. ▸ Open de apparaatdeur niet onnodig. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen. |
Pagina 91
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. ▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat. ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. |
| Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag. | Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid. ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. ▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden. |
| Zijpanelen van het apparaat zijn warm. | Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tijdens het koelproces warm worden. Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door de warmte. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Het alarmsignaal is te horen. Het deuralarm is ingeschakeld. | Deur van het apparaat is open. ▸ Sluit de deur van het apparaat. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal en het temperatuurdisplay knippert. Temperatuuralarm is ingeschakeld. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Druk op °C. Schakel het alarm uit. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. |
Pagina 92
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Er klinkt een waarschuwingssignaal en het temperatuurdisplay knippert. Temperatuuralarm is ingeschakeld. | Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. ▸ Overschrijd het vriesvermogen niet. "Invriescapaciteit", Pagina 87 |
| Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooien werkt niet meer. | De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het NoFrost-systeem. Vereiste: De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en worden op een koele plaats bewaard. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 84 2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Breng het apparaat weg van de muur. 4. Laat de deur van het apparaat open. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvangschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Fig. 10 5. Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opzuigen. De verdamper is ontdooid als er geen dooiwater meer in de dooiwateropvangschaal loopt. 6. Reinig de binnenruimte van het apparaat. Pagina 89 7. Schakel het apparaat weer in. Pagina 84 |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 84 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 84 ▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Op het oppervlak van het apparaat en de plateaus in het apparaat vormt zich condenswater. | De waterdamp in warme en vochtige lucht condenseert op de koudere oppervlakken van het apparaat. 1. Neem het dooiwater af met een zachte, droge doek. 2. Open het apparaat zo kort mogelijk. 3. Let er op dat het apparaat altijd goed wordt gesloten. |
Pagina 93
Opslaan en afvoeren nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakgeluiden. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Het apparaat staat niet waterpas. ▸ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten. |
| Apparaat is niet vrijstaand. ▸ Houd de minimum afstanden van het apparaat aan. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. | |
| Flessen of containers raken elkaar. ▸ Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
| 14.1 Stroomuitval | 15 Opslaan en afvoeren |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 93)
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor 15.1 Apparaat buiten gebruik verkort de bewaartijd en de kwaliteit stellen van de diepvriesproducten vermindert. 1. Haal de stekker van het apparaat Op onze website van uw apparaat uit het stopcontact.
vindt in de technische gegevens de De stekker van het netsnoer uit het bewaartijd van de diepvriesproducten stopcontact trekken of de zekering in geval van een storing. in de meterkast uitschakelen.
- 2. Alle levensmiddelen verwijderen. Opmerkingen 3. Het apparaat reinigen. Pagina 89
Het apparaat tijdens een stroomuit- 4. Om de ventilatie van het interieur val zo weinig mogelijk openen en te waarborgen het apparaat geogeen andere levensmiddelen inrui- pend laten.
men.
De kwaliteit van de levensmiddelen 15.2 Afvoeren van uw oude ap-onmiddellijk na de stroomuitval paraat controleren.
- Diepvriesproducten die ontdooid Door een milieuvriendelijke afvoer en warmer dan 5 °C zijn, weg- kunnen waardevolle grondstoffen op-gooien. nieuw worden gebruikt.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
Pagina 94
nl Servicedienst
WAARSCHUWING ‒
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING ‒
Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
94
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
Pagina 95
Technische gegevens nl
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 82
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 82
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse G. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
95