naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch KIF51AFE0, tekst van de handleiding

Koelkast · Bosch · 19 pagina's in het Nederlands · pdf: 88 pagina's, 1,5 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.bosch-home.nl

Storingen op pagina 80

Pagina 80

Vanaf de titel; het begin van pagina 80 staat in de pdf.

14 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING ‒

Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

  • Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
  • Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
  • Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.
▸ Voer de apparaatzelftest uit. Pagina 82
Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 80)

Pagina 81

Storingen verhelpen nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
LED-verlichting functioneert niet.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
De koelmachine schakelt vaker en langer in.Het apparaat is te vaak geopend.
▸ Open de apparaatdeur niet onnodig.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat.
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag.Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid.
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 81)

Pagina 82

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
"E" of "d" verschijnt op het temperatuurdisplay.De elektronica heeft een fout geconstateerd.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 76
2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
3. Sluit het apparaat na 5 minuten weer aan.
4. Als de melding nog altijd verschijnt, neem dan contact op met de klantenservice.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
Alarmsignaal weerklinkt en "alarm" brandt.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Druk op alarm.
Schakel het alarm uit.
Deur van het apparaat is open.
▸ Sluit de deur van het apparaat.
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 76
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 75
▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.
▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert geluiden.Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
▸ Haal flessen of containers van elkaar.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 82)

14.1 Apparaatzelftest uitvoeren

Uw apparaat beschikt over een apparaatzelftest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen.

Pagina 76

Pagina 83

Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal.

Wanneer na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurdisplay de ingestelde temperatuur weergeeft, dan zijn de temperatuursensoren van uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.

Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen klinken en "super" gedurende 10 seconden knippert, neem dan contact op met de service.

15 Opslaan en afvoeren

15.1 Apparaat buiten gebruik stellen

Pagina 76

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 78

Opslaan en afvoeren nl

15.2 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING ‒

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

WAARSCHUWING ‒

Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electri-

Pagina 84

nl Servicedienst

cal and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

16 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.

Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.

De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de

servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.

16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 74

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

17 Technische gegevens

Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 74

Dit product bevat een lichtbron van energieklasse F. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.

Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

84

Pagina's 1–65: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 66

nl Inhoudsopgave

U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.

Inhoudsopgave

1 Veiligheid ................................... 67

1.1 Algemene aanwijzingen ........... 67 1.2 Bestemming van het apparaat ............................................... 67 1.3 Inperking van de gebruikers ... 67 1.4 Veiliger transport ....................... 67 1.5 Veilige installatie ........................ 68 1.6 Veilig gebruik ............................. 69 1.7 Beschadigd apparaat ............... 70

2 Het voorkomen van materiële schade ........................................ 71

3 Milieubescherming en besparing .............................................. 72

3.1 Afvoeren van de verpakking ... 72 3.2 Energie besparen ..................... 72

4 Opstellen en aansluiten ............ 72

4.1 Leveringsomvang ...................... 72 4.2 Criteria voor de opstellocatie ................................................. 73 4.3 Apparaat monteren ................... 73 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ............... 73 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten ................................................ 73

5 Uw apparaat leren kennen ........ 74

5.1 Apparaat ..................................... 74 5.2 Bedieningspaneel ..................... 74

6 Uitrusting ................................... 74

6.1 Legplateau .................................. 74 6.2 Variabel legplateau ................... 74 6.3 Uittrekbaar legplateau .............. 74 6.4 Groente- en fruitlade ................. 75 6.5 Koude lade ................................. 75 6.6 Boter- en kaasvak ..................... 75 6.7 Deurrekken ................................. 75 6.8 Accessoires ............................... 75

7 De Bediening in essentie .......... 75

66

7.1 Apparaat inschakelen .............. 75 7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 76 7.3 Machine uitschakelen .............. 76 7.4 Temperatuur instellen ............... 76

8 Extra functies ............................ 76

8.1 Superkoelen ............................. 76

9 Alarm .......................................... 77

9.1 Deuralarm ................................... 77

10 Koelvak .................................... 77

10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak ............................................. 77 10.2 Koudezones in het koelvak .. 77

11 Chillervak ................................. 77

11.1 Bewaartijden in de koude lade bij 0°C ................................ 78

12 Ontdooien ................................ 78

12.1 Ontdooien in het koelvak. ..... 78 12.2 Ontdooien in de koude lade ............................................... 78

13 Reiniging en onderhoud ......... 78

13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging .................................... 78 13.2 Apparaat schoonmaken ........ 78 13.3 Onderdelen eruit halen .......... 79 13.4 Apparaatonderdelen demonteren .......................................... 79

14 Storingen verhelpen ............... 80

14.1 Apparaatzelftest uitvoeren .... 82

15 Opslaan en afvoeren .............. 83

15.1 Apparaat buiten gebruik stellen .............................................. 83 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat ............................................ 83

16 Servicedienst .......................... 84

Pagina 67

Veiligheid nl

16.1 Productnummer (E-nr.) en 17 Technische gegevens ............ 84 productienummer (FD) .......... 84

1 Veiligheid

Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.

1.1 Algemene aanwijzingen

1.2 Bestemming van het apparaat

Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.

Gebruik het apparaat uitsluitend:

voor het koelen van levensmiddelen.

voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.

tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.

1.3 Inperking van de gebruikers

Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.

Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.

1.4 Veiliger transport

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.

67

Pagina 68

nl Veiligheid

1.5 Veilige installatie

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.

Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!

Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.

Pagina 69

Veiligheid nl

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

1.6 Veilig gebruik

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar!

Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.

Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.

Pagina 70

nl Veiligheid

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.

Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.

VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!

Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.

Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.

1.7 Beschadigd apparaat

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.

70

Pagina 71

Het voorkomen van materiële schade nl

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

2 Het voorkomen van materiële schade

LET OP

Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.

Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.

Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Bij contact met zuurhoudende levensmiddelen corrodeert en verkleurt het aluminium.

71

Pagina 72

nl Milieubescherming en besparing

Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Keuze van de opstellingslocatie

Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.

Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:

Een nisdiepte van 560 mm gebruiken.

De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.

Energie besparen bij het gebruik.

Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

2 Niet in alle landen

72

Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.

De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.

Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.

Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.

Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.

Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.

4 Opstellen en aansluiten

4.1 Leveringsomvang

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.

Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst Pagina 84 contact op.

De levering bestaat uit:

Inbouw

Uitrusting en accessoires ¹ Montagemateriaal

Montagehandleiding

Gebruiksaanwijzing

Klantenservice overzicht

Garantiebijlage ²

Energielabel

Informatie over energieverbruik en geluiden

Pagina 73

4.2 Criteria voor de opstellocatie

WAARSCHUWING ‒

Explosiegevaar!

Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.

"Apparaat", Fig. 1 /

Pagina 74

Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 55 bedragen.

De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.

Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij omgevingstemperaturen van 10°C tot 43°C.

Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.

Wanneer u het apparaat gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C worden uitgesloten.

Nismaten

Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.

Nisdiepte

Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.

Opstellen en aansluiten nl

Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.

Nisbreedte

Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.

Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling

Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.

4.3 Apparaat monteren

4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden

4.5 Apparaat elektrisch aansluiten

De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. "Apparaat", Fig. 1 / Pagina 74

Pagina 74

nl Uw apparaat leren kennen

Het apparaat is nu gereed voor gebruik.

5 Uw apparaat leren kennen

5.1 Apparaat

Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

Fig. 1

Koelvak Pagina 77
Chillervak Pagina 77
Bedieningspaneel Pagina 74
Variabel legplateau Pagina 74 ¹
Uittrekbaar legplateau Pagina 74 ¹
Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar Pagina 75
Groente- en fruitlade Pagina 75
Koude lade Pagina 75
Typeplaatje Pagina 84
Boter- en kaasvak Pagina 75 ¹
Verlichting
Deurrek voor grote flessen Pagina 75
5.2 Bedieningspaneel

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 74)

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

74

informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Fig. 2

alarm schakelt het waarschuwingssignaal uit.

/ stelt de temperatuur van het koelvak in.

Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C.

super schakelt Superkoelen in of uit.

schakelt het apparaat in of uit.

6 Uitrusting

De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.

6.1 Legplateau

Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. "Plateau verwijderen", Pagina 79

6.2 Variabel legplateau

Gebruik het variabel legplateau alleen om op het daaronder liggende plateau hoge te koelen producten te bewaren, bijv. kannen of flessen. U kunt het voorste deel van het variabele legplateau uittrekken en onder het achterste deel van het variabele legplateau schuiven.

Fig. 3

6.3 Uittrekbaar legplateau

Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te kunnen uitnemen, trekt u het uittrekbare legplateau er uit.

Pagina 75

6.4 Groente- en fruitlade

Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade.

Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.

Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Fig. 4

De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door aan de vochtigheidsregelaar te draaien instellen:

Naar links drukken voor lage luchtvochtigheid bij het overwegend bewaren van fruit, gemengde belading of hogere belading.

Naar rechts drukken voor hoge luchtvochtigheid bij het overwegend bewaren van groente of geringe belading.

Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.

Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage luchtvochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.

Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.

6.5 Koude lade

Gebruik de lagere temperaturen in de koude lade om snel bedervende

De Bediening in essentie nl

levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.

6.6 Boter- en kaasvak

Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.

6.7 Deurrekken

Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.

"Deurrek verwijderen", Pagina 79

6.8 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.

Eierplateau

Bewaar eieren veilig op het eierpla-teau.

Flessenhouder

De flessenhouder voorkomt dat flessen bij het openen en sluiten van de apparaatdeur kantelen.

Fig. 5

7 De Bediening in essentie

7.1 Apparaat inschakelen

Het apparaat is nu gereed voor gebruik.

Het apparaat begint te koelen.

Pagina 76

nl Extra functies

7.2 Opmerkingen bij het gebruik

Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.

Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

De behuizing links, rechts en onder de koude lade wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.

Let er bij het sluiten van de deur op dat de deur niet door product wordt geblokkeerd.

Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.

De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:

7.3 Machine uitschakelen

indrukken.

7.4 Temperatuur instellen

Koelvaktemperatuur instellen

De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.

Temperatuur koude lade instellen

Opmerking: De koude lade is standaard op de stand 0 vooringesteld. De stand 0 komt overeen met een temperatuur van ongeveer 0 °C. U kunt de temperatuur in de koude lade 3 standen warmer of kouder instellen.

Tip: Wanneer er zich ijs afzet op de kleine koelproducten in de koude lade, stel dan de temperatuur in de koude lade hoger in.

Na een minuut wordt de ingestelde stand opgeslagen.

8 Extra functies

Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.

8.1 Superkoelen

Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk.

Schakel Superkoelen in voor het bewaren van grote hoeveelheden levensmiddelen in het koelvak.

Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Superkoelen inschakelen

"super" brandt.

Opmerking: Na ca. 15 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Pagina 77

Superkoelen uitschakelen

De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.

9 Alarm

9.1 Deuralarm

Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.

Er klinkt een waarschuwingssignaal.

Deuralarm uitschakelen

Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.

10 Koelvak

In het koelvak kunt u melkproducten, eieren, bereide gerechten, brood en banket, geopende conservenblikken en harde kaas bewaren.

De temperatuur is van 3 °C tot 8 °C instelbaar.

Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.

10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak

Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt.

Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levens-

Alarm nl

middelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.

Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.

Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.

10.2 Koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.

Koudste zone

De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het deurrek voor grote flessen.

Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koude lade, bijv. vis, worst en vlees.

"Chilervak", Pagina 77

Warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.

11 Chillervak

In de koude lade kunt u verse levensmiddelen tot wel drie keer langer vers houden dan in het koelvak.

De temperatuur in de koude lade wordt rond de 0°C gehouden.

De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid in de koude lade zorgen voor ideale bewaaromstandigheden voor licht bederfelijke levensmiddelen.

77

Pagina 78

nl Ontdooien

11.1 Bewaartijden in de koude lade bij 0°C

De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit van uw levensmiddelen.

ProductBewaartijd
Verse vis, zeevruchtentot 3 dagen
Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden)tot 5 dagen
Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg)tot 7 dagen
Gerookte vis, broccolitot 14 dagen
Sla, venkel, abrikozen, pruimentot 21 dagen
Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkooltot 30 dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 78)

12 Ontdooien

12.1 Ontdooien in het koelvak.

Het koelvak van uw apparaat ontdooit automatisch.

12.2 Ontdooien in de koude lade

De koude lade van uw apparaat ontdooit automatisch.

13 Reiniging en onderhoud

De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.

78

13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging

Pagina 76

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 79

Pagina 79

13.2 Apparaat schoonmaken

WAARSCHUWING ‒

Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.

Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.

LET OP

Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.

Verder lezen op pagina 79Inhoud

Meer handleidingen: Bosch koelkast