naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch KIR18NFF2, tekst van de handleiding

Koelkast · Bosch · 17 pagina's in het Nederlands · pdf: 80 pagina's, 4,7 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.bosch-home.nl

Deze handleiding geldt ook voor: KIR18NSF0, KIR24NSF3.

Storingen op pagina 75

Pagina 75

Vanaf de titel; het begin van pagina 75 staat in de pdf.

12 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

  • Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
  • Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
  • Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
StoringOorzaak en probleemoplossing
LED-verlichting functioneert niet.Lamp is defect.
1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 70
2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
3. Schuif het lampkapje naar achter en verwijder het lampkapje naar links .
→ Fig. 7
4. Vervang het lampje.
Vervangend lampje: 220–240 V wisselstroom, fitting E14, zie defect lampje voor het wattage.
De lichtschakelaar klemt.
▶ Controleer of de lichtschakelaar gemakkelijk beweegt.
→ Fig. 8
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 70
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 70 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.
‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Bodem van het koelvak is nat.De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.
▶ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. → Pagina 73

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 75)

75

Pagina 76

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert geluiden.Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
▶ Haal flessen of containers van elkaar.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 76)

Pagina 77

Opslaan en afvoeren nl

13 Opslaan en afvoeren

13.1 Apparaat buiten gebruik stellen

→ Pagina 70

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

→ Pagina 73

13.2 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

WAARSCHUWING

Kans op brand!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

14 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel

Pagina 78

nl Technische gegevens

brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.

Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.

De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.

14.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

→ Fig. 1 / 6

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

15 Technische gegevens

Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

→ Fig. 1 / 6

Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

78

Pagina's 1–59: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 60

nl

Inhoudsopgave

1 Veiligheid.................................... 61

1.1 Algemene aanwijzingen ........... 61 1.2 Bestemming van het apparaat ........................................... 61 1.3 Inperking van de gebruikers .... 61 1.4 Veiliger transport ...................... 61 1.5 Veilige installatie....................... 62 1.6 Veilig gebruik............................ 63 1.7 Beschadigd apparaat............... 65

2 Het voorkomen van materiële schade ........................................ 67

3 Milieubescherming en besparing.............................................. 67

3.1 Afvoeren van de verpakking .... 67 3.2 Energie besparen..................... 67

4 Opstellen en aansluiten............. 67

4.1 Leveringsomvang ..................... 67 4.2 Criteria voor de opstellocatie ... 68 4.3 Apparaat monteren .................. 68 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ............... 68 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten............................................. 69

5 Uw apparaat leren kennen......... 69

5.1 Apparaat................................... 69 5.2 Bedieningspaneel..................... 69

6 Uitrusting.................................... 69

6.1 Legplateau................................ 69 6.2 Flessenrek ................................ 69 6.3 Groente- en fruitlade................. 69 6.4 Deurrekken............................... 70 6.5 Accessoires.............................. 70

7 De Bediening in essentie........... 70

7.1 Apparaat inschakelen............... 70 7.2 Opmerkingen bij het gebruik ... 70 7.3 Machine uitschakelen............... 70 7.4 Temperatuur instellen............... 70

8 Extra functies ............................. 71

8.1 Superkoelen ............................ 71

9 Koelvak....................................... 71

9.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak............................................ 71 9.2 Koudezones in het koelvak...... 71 9.3 Sticker "OK".............................. 71

10 Ontdooien................................. 72

10.1 Ontdooien in het koelvak. ...... 72

11 Reiniging en onderhoud.......... 72

11.1 Verzorgingsinstructies voor roestvrijstalen oppervlakken.......................................... 72 11.2 Apparaat voorbereiden voor reiniging ......................... 72 11.3 Apparaat schoonmaken......... 73 11.4 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen...................... 73 11.5 Onderdelen eruit halen .......... 73

12 Storingen verhelpen ................ 75

13 Opslaan en afvoeren................ 77

13.1 Apparaat buiten gebruik stellen ..................................... 77 13.2 Afvoeren van uw oude apparaat ..................................... 77

14 Servicedienst............................ 77

14.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)........... 78

15 Technische gegevens.............. 78

Pagina 61

Veiligheid nl

1 Veiligheid

Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.

1.1 Algemene aanwijzingen

1.2 Bestemming van het apparaat

Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.

Gebruik het apparaat uitsluitend:

voor het koelen van levensmiddelen.

voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.

tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.

1.3 Inperking van de gebruikers

Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.

Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.

1.4 Veiliger transport

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.

Pagina 62

nl Veiligheid

1.5 Veilige installatie

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.

Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!

Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.

Pagina 63

Veiligheid nl

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

1.6 Veilig gebruik

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!

Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.

Pagina 64

nl Veiligheid

Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.

VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!

Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.

Pagina 65

Veiligheid nl

Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.

1.7 Beschadigd apparaat

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Pagina 66: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 67

2 Het voorkomen van materiële schade

LET OP!

Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.

Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.

Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Keuze van de opstellingslocatie

Het voorkomen van materiële schade nl

Energie besparen bij het gebruik.

Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.

4 Opstellen en aansluiten

4.1 Leveringsomvang

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.

Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 77 contact op.

De levering bestaat uit:

Pagina 68

nl Opstellen en aansluiten

4.2 Criteria voor de opstellocatie

WAARSCHUWING

Kans op explosie!

Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.

Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 45 bedragen.

De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.

Toegestane ruimtetemperatuur

De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.

De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 / 6

KlimaatklasseToegestane ruimtetemperatuur
SN10 °C…32 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 68)

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

2 Niet in alle landen

68

KlimaatklasseToegestane ruimtetemperatuur
N16 °C…32 °C
ST16 °C…38 °C
T16 °C…43 °C
Het apparaatis volledig functioneel

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 68)

binnen de toegestane binnentemperatuur.

Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.

Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling

Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.

4.3 Apparaat monteren

4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden

Pagina 69

Uw apparaat leren kennen nl

4.5 Apparaat elektrisch aansluiten

De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1 / 6

5 Uw apparaat leren kennen

5.1 Apparaat

Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.

→ Fig. 1

1Bedieningspaneel → Pagina 69
2Lichtschakelaar → Pagina 75
3Hoofdschakelaar
4Flessenrek → Pagina 69
5Groente- en fruitlade → Pagina 69
6Typeplaatje → Pagina 78
7Deurrek voor grote flessen → Pagina 70

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 69)

5.2 Bedieningspaneel

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

→ Fig. 2

1De hoofdschakelaar schakelt het apparaat in of uit.
2schakelt Superkoelen in of uit.
3Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C.
4stelt de temperatuur van het koelvak in.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 69)

6 Uitrusting

De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.

6.1 Legplateau

Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Plateau verwijderen", Pagina 73

6.2 Flessenrek

Bewaar flessen veilig op het flessenrek.

Om het flessenrek naar wens te variëren, kunt u het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzetten.

→ "Plateau verwijderen", Pagina 73

6.3 Groente- en fruitlade

Bewaar vers fruit en groente verpakt in de fruit- en groentelade.

Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.

Pagina 70

nl Bediening

Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.

Verwijder het condenswater met een droge doek.

Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.

6.4 Deurrekken

Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.

→ "Deurrek verwijderen", Pagina 73

6.5 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.

Eierplateau

Bewaar eieren veilig op het eierpla-teau.

7 De Bediening in essentie

7.1 Apparaat inschakelen

7.2 Opmerkingen bij het gebruik

Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.

7.3 Machine uitschakelen

7.4 Temperatuur instellen

Koelvaktemperatuur instellen

De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.

→ "Sticker "OK"", Pagina 71

Pagina 71

8 Extra functies

8.1 Superkoelen

Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk.

Schakel Superkoelen vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen in.

Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Superkoelen inschakelen

brandt.

Opmerking: Na ca. 36 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Superkoelen uitschakelen

9 Koelvak

In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.

De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.

Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.

9.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak

Extra functies nl

9.2 Koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.

Koudste zone

De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.

Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.

Warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.

9.3 Sticker "OK"

Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn.

De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.

71

Pagina 72

nl Ontdooien

Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.

→ "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina 70

Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling

10 Ontdooien

10.1 Ontdooien in het koelvak.

Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.

Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd.

Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden:

→ "De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.", Pagina 73.

11 Reiniging en onderhoud

Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.

De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.

11.1 Verzorgingsinstructies voor roestvrijstalen oppervlakken

Gebruik voor de verzorging en reiniging van roestvrijstalen oppervlakken uitsluitend schoonmaakmiddelen en schoonmaakdoekjes die voor roestvrijstaal geschikt zijn.

Tips

11.2 Apparaat voorbereiden voor reiniging

→ Pagina 70

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.

Pagina 73

11.3 Apparaat schoonmaken

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.

Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.

LET OP!

Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.

Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.

Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.

Reiniging en onderhoud nl

→ Pagina 69

→ Pagina 70

11.4 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.

Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.

→ Fig. 3

11.5 Onderdelen eruit halen

Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.

Plateau verwijderen

→ Fig. 4

Deurrek verwijderen

→ Fig. 5

Groente- en fruitlade verwijderen

Pagina 74: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 75: zie Storingen hierboven.

Pagina 76: zie hierboven.

Pagina 77: zie hierboven.

Pagina 78: zie hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: Bosch koelkast